(navigation image)
Home American Libraries | Canadian Libraries | Universal Library | Community Texts | Project Gutenberg | Children's Library | Biodiversity Heritage Library | Additional Collections
Search: Advanced Search
Anonymous User (login or join us)
Upload
See other formats

Full text of "Vaderlandsch woordenboek"

This is a digital copy of a book that was preserved for generations on library shelves bef ore it was carefully scanned by Google as part of a project 
to make the world's books discoverable online. 

It nas survived long enough for the copyright to expire and the book to enter the public domain. A public domain book is one that was never subject 
to copyright or whose legal copyright term has expired. Whether a book is in the public domain may vary country to country. Public domain books 
are our gateways to the past, representing a wealth of history, culture and knowledge that's often difficult to discover. 

Marks, notations and other marginalia present in the original volume will appear in this file - a reminder of this book's long journey from the 
publisher to a library and finally to you. 

Usage guidelines 

Google is proud to partner with libraries to digitize public domain materials and make them widely accessible. Public domain books belong to the 
public and we are merely their custodians. Nevertheless, this work is expensive, so in order to keep providing this resource, we have taken steps to 
prevent abuse by commercial parties, including placing technical restrictions on automated querying. 

We also ask that you: 

+ Make non-commercial use of the files We designed Google Book Search for use by individuals, and we request that you use these files for 
personal, non-commercial purposes. 

+ Refrainfrom automated querying Do not send automated queries of any sort to Google's system: If you are conducting research on machine 
translation, optical character recognition or other areas where access to a large amount of text is helpful, please contact us. We encourage the 
use of public domain materials for these purposes and may be able to help. 

+ Maintain attribution The Google "watermark" you see on each file is essential for informing people about this project and helping them find 
additional materials through Google Book Search. Please do not remove it. 

+ Keep it legal Whatever your use, remember that you are responsible for ensuring that what you are doing is legal. Do not assume that just 
because we believe a book is in the public domain for users in the United States, that the work is also in the public domain for users in other 
countries. Whether a book is still in copyright varies from country to country, and we can't offer guidance on whether any specific use of 
any specific book is allowed. Please do not assume that a book's appearance in Google Book Search means it can be used in any manner 
any where in the world. Copyright infringement liability can be quite severe. 

About Google Book Search 

Google's mission is to organize the world's information and to make it universally accessible and useful. Google Book Search helps readers 
discover the world's books while helping authors and publishers reach new audiences. You can search through the full text of this book on the web 



at jhttp : //books . qooqle . com/ 




Over dit boek 

Dit is een digitale kopie van een boek dat al generaties lang op bibliotheekplanken heeft gestaan, maar nu zorgvuldig is gescand door Google. Dat 
doen we omdat we alle boeken ter wereld online beschikbaar willen maken. 

Dit boek is zo oud dat het auteursrecht erop is verlopen, zodat het boek nu deel uitmaakt van het publieke domein. Een boek dat tot het publieke 
domein behoort, is een boek dat nooit onder het auteursrecht is gevallen, of waarvan de wettelijke auteur srechttermijn is verlopen. Het kan per land 
verschillen of een boek tot het publieke domein behoort. Boeken in het publieke domein zijn een stem uit het verleden. Ze vormen een bron van 
geschiedenis, cultuur en kennis die anders moeilijk te verkrijgen zou zijn. 

Aantekeningen, opmerkingen en andere kanttekeningen die in het origineel stonden, worden weergegeven in dit bestand, als herinnering aan de 
lange reis die het boek heeft gemaakt van uitgever naar bibliotheek, en uiteindelijk naar u. 

Richtlijnen voor gebruik 

Google werkt samen met bibliotheken om materiaal uit het publieke domein te digitaliseren, zodat het voor iedereen beschikbaar wordt. Boeken 
uit het publieke domein behoren toe aan het publiek; wij bewaren ze alleen. Dit is echter een kostbaar proces. Om deze dienst te kunnen blijven 
leveren, hebben we maatregelen genomen om misbruik door commerciële partijen te voorkomen, zoals het plaatsen van technische beperkingen op 
automatisch zoeken. 

Verder vragen we u het volgende: 

+ Gebruik de bestanden alleen voor niet-commerciële doeleinden We hebben Zoeken naar boeken met Google ontworpen voor gebruik door 
individuen. We vragen u deze bestanden alleen te gebruiken voor persoonlijke en niet-commerciële doeleinden. 

+ Voer geen geautomatiseerde zoekopdrachten uit Stuur geen geautomatiseerde zoekopdrachten naar het systeem van Google. Als u onderzoek 
doet naar computervertalingen, optische tekenherkenning of andere wetenschapsgebieden waarbij u toegang nodig heeft tot grote hoeveelhe- 
den tekst, kunt u contact met ons opnemen. We raden u aan hiervoor materiaal uit het publieke domein te gebruiken, en kunnen u misschien 
hiermee van dienst zijn. 

+ Laat de eigendomsverklaring staan Het "watermerk" van Google dat u onder aan elk bestand ziet, dient om mensen informatie over het 
project te geven, en ze te helpen extra materiaal te vinden met Zoeken naar boeken met Google. Verwijder dit watermerk niet. 

+ Houd u aan de wet Wat u ook doet, houd er rekening mee dat u er zelf verantwoordelijk voor bent dat alles wat u doet legaal is. U kunt er 
niet van uitgaan dat wanneer een werk beschikbaar lijkt te zijn voor het publieke domein in de Verenigde Staten, het ook publiek domein is 
voor gebruikers in andere landen. Of er nog auteursrecht op een boek rust, verschilt per land. We kunnen u niet vertellen wat u in uw geval 
met een bepaald boek mag doen. Neem niet zomaar aan dat u een boek overal ter wereld op allerlei manieren kunt gebruiken, wanneer het 
eenmaal in Zoeken naar boeken met Google staat. De wettelijke aansprakelijkheid voor auteursrechten is behoorlijk streng. 

Informatie over Zoeken naar boeken met Google 

Het doel van Google is om alle informatie wereldwijd toegankelijk en bruikbaar te maken. Zoeken naar boeken met Google helpt lezers boeken uit 
allerlei landen te ontdekken, en helpt auteurs en ui tgevers om een nieuw leespubliek te bereiken. U kunt de volledige tekst van dit boek doorzoeken 



op het web via http: //books .google . com 



IU-2. *., 7 





V ADERLA NDSC H 



WOORDENBOEK. 



XIX. D1BU 



n o •-. i- * r. ,1 :} .; ♦ l 



f . 



V ! ,7 



VADERLAND SCH 



WOORDENBOEK; 



DOOI 



JACOBUS KOK. 



NEGENTIENDE DEEL. 



H AA- HAAR. 



MIST KAARTEN, PLAATEN eil fÓURTRAITTEN, 



* » 

* 



Il AM-STELDAM, b ij 
JOHANNES ALLAH T. 

MDCCLXXXV111» 



V ADERL ANDSCH • 

WOORDENBOEK. 



i— 



HA Ai 



u, 



LaadqleriA, volgens eindius, de aloude beriaaming vaii 
Bommen é± of Bommenede, fchoon anderen willen dat dezelve 
iiAADELOHA zou geweest zijn* 

Haafackerus i (jEGimvs) geboortig Van Vreeswijk aan dé 
Paart, bij Utrechn Hij werd, té Keulen , Licentiaat in del 
{Godgeleerdheid; en had den lof Tan zeer geleerd te zijn, iri 
8e Latijnfche en Griekfche Taaien; In het 'jaar 161 8, gaf 
hij in het ligt een Tradtaat; onder den naam van Einoticon 
difrcdti Èelgiiy raakendé dé verfchillen tusfchen de Remin* 
firdnien ert Gereformeerden. 

<tie goudhoeven,- Oude Holh Kröhijki 



Üaaften, of haften, een Dorp ëri Heerlijkheid ifl de Tie* 
ierwaard , een Weinig beneden Tiel. heeft een Gereformeerde 
kerk, die door één Predikant bediend word* Men ziet aldaar* 
'de overblijfzels Van een Adelijk Slot, beftaaride uit een dun- 
nen ronden Toofen, de Heer dütry, Heer van Haaf ten 4 
wiens Geflagt in Gelderland vermaard is; heeft aldaar eert 
aangenaam Lancjhuis tot zijn vërtlijfc 

Haaften, (dirk van) affeomftig uit tiet Gedacht, nog hederi 
bekend behoorde tot de verbondene Edelen , en was tevens een vai 
die geenen* welke zig verbonden hadden tot het opbrengen! 
van penningen. Meti vind dat deeze eene verbihcfteiiis liad 
aangegaan voor 160 gouden krooneh. Onze dirk van haaf- 
ten, Heer van Gameren , was een zoon van j/is van haaf- 



ÏÏAAFTÉtf, (fifcAltS tiN}' enz*. 



ten e» lucia van BREDERODE, en kleinzoon van dirk. Hij 
hadTiöf Huwelijk marcreta van duivenvoorde , èn (fchoori hij, 
door nagehaten kinderen, üjiren naam niet vereeuwigd heeft, 
gefcbiedde dit, egter, door zijfte liefde voor de vrijheid. Zijn 
aankleeving,. aan Graaf lodewyk van nassaü, was oorzaak, 
dat hij, door alva, die, ondertusfchen, van zijne bovenge^ 
melde verbindtenis fchijnt onkundig geweest te zijn, gebannen 
werd. Dit niettegenftaande werd door hem bewerkt , dat 
Bommel de zijde van oranje koos; waar op het bevel over 
Ut Stad, waar van hij voorheen Amptman was, hem werd 
éoebetrouwd. 

Zie Vader /. Hifi. VI. Deel, W. 255. Tb 

water , Verbond der Edelen , bl. 4.34 

eu 435- 



Ma aften, (trans van; Heer van Haaf f en, zoon van otter 
ën everharda van malburg-, had, door zijn Huwelijk nW 
katharina van den boetzelaaR , Vrouwe van Praat, eene 
naauwe betrekking op veelen der Bondgenooten , onder welke 
'hij zelve mede geteld werd. Alva wist dit, en kende hem 
te gelijk als een groot voorftander der Hervorming; en dit 
was dubbel genoeg om hem te doen indaagen. Hij overleed, 
in 't Jaar f573, zonder kinderen* 

Haaften, (jan van) behoorde zekerlijk mede tot het aan- 
zienlijk Gedacht van dien naam, 't welk al voor lang, en nog 
heden, in aanzien is. Daarenboven was hij ook een Lid der 
verbondene Edelen. Dfcch het is niet zeker y of deeze geweest 
zij die jan van haaften tót Gameren , broeder van dirk, 
k die, met adolf van nassau, bij Heiliger lee, gefneuveld is^ 
dan of hier door bedoeld werd jan of johan van haaften, 
Heer van Haaften, Heilei eir Hef wijnen , zoon van walra- 
ven en gerarda van honselaar. Hij trouwde mee ANN* 
'van spangen, en- overleed Fn het Jaar 1574. Wijders denkefc 
lier fommigen aan johan van Aa aften, zoon van otto, bij 
deszelfs tweede vrouw," walburgh van kuick,,zo als van me- 
ieren,) die mede, in het Jaar 15^4, ongehuwd overleed. Ook 



ttAAPTEM, (WAtAAVfiN n*) m. t 

Il I | II I t\. | I! | | , M— — — ■ — ■ W> 

to\x nog in aanmerking kunnen kooraen jan ottws*. V4M 
h a aften i die, in de Jaareti 1554 €n t5$7i R^f* en, in het 
Jaar 1560, Kameraar der Stad Utree At was, en, waarfchija- 
iijk, in echt had Lucia* natuurlijke zuster van den Heer hei** 
JhUk Van RFiEbERoDfe. Ook fcbijrit hij geweest te zijn de va- 
der van jan Van ha aften,. Secretaris der Staaten Vari Utretht* 
getrouwd niet magteld van geerestein, van wien alle d# 
Heeren van üa aften * te Utrecht * afkomftig zijn. 

Te water, Ibid, bl. 43^-438- 



Haa?ïen, (walraven Van) eeri der Edelen van dfc Ge* 
fïagt* Hij diende onder Keizer maximiliaan, en liet, bij gebaar* 
da van honsela.r, zo als boven gezegt is* kindereu n% Iu 
het Jaar 1452, had hij deel aan den krijg tegen de Gentr 
'naarst en was tegenwoordig in den (lag bij Rupelmonde ) 
waar bij de Gentenaars te kort fchooten en op de VlUgt ge* 
jaagd Werden» De Edelen waren, in dat gevegt, van het 
hoofd tot aan de voeten toe geharnaste Alle Genealogifchfl 
Schrijvers verzekeren, dat die Geflagt van Van ü aapten , 
van tijd tot tijd, door Huwelijken, is vermaagtfehapt gewor- 
den aan de voornaamfte huizen; als van hoorns, ranst, na 

Hl JE, BREDERODE, DUIVENVOORDE, LYNDBN, BOETZELAAR, AS- 
.SENDELFT , MIL*N VISCONTI , SPANGEN , SCHIMMELPENNING 9 

Van der ooijen, berk, schoor* enz. 

Zie Potter!. Hifi. D. IV. bl. 38. CaRPBN* 
tier, van leeuwen, .enz. 



Haapten, (joris van) doof van meêteren, vermeld, aj* 
behoord hebbende onder de voorftanders der vrijheid. 

Boek Hl, bl. 66. 



Haaien, (öenediOTus van) in 't Latijn bbnepicïus tuf- 
tenus, was geboord* te Utrecht. Zijn doopnaam wa* jac*- 

Aa« ^SW* 



4 HAAG, (dèn) HAAG-AMBAGT , enz. 

bus; doch, onder de Orde der Benedictijnen f in de vermaar- 
de Abtdij van Aflighem, bij Brut fel, Monnik geworden zijn J 
de, nam hij den naam van benedictüs aan. Naderhand keerde hij 
weder naar Leuven , om 'er zig verder in de Godgeleerdheid te 
oenenen. Daar na werd hij Proest van gemelde Abtdij. Hij 
was een godvrugtig en kundig man, en heeft eenige geleerde 
werken nagelaaten. Hij behoorde tot het Geflagt van ha aften. 

Zie Hift. van Utrechts Bisdom , I. Deel, 
bl. 552. 



Haagt; (den) zie 's gravenhage. 

Haag-ambagt. Onder het zelve behooren, zo als, op 't 
Art. 'sGRaveNHage, gezegt is, Sckeveningen , Eikenduinen , 
Half-Loosduinen en Niewwveen ofsGravezandè. 

't Haagje, een Dorp in de Baronij van Breda; zie prinsen- 
hage. 

Haage , (werenbold) leefde ten tijde van Graaf floris den 

V, Zie UIT DEN HAGE. 

Haagoort, een klein Dorpje, in de Meijerij van'sHerto- 
genboscfi, aan de M aas, omtrent een uur van Ganzooijen, ten 
Noordwesten van Waalwijk. De Gemeente aldaar oeffent haa- 
ren Godsdienst te Meeuwen. 

Haagendoorn, (goytje) was Vikaris te Bolswaard, en 
werd, in het Jaar 1490, door den wreedaart juwinga, dood 
geftooken. 

Haagsche bpsch ; hier van is reeds, op het Art. bosschen, 
melding gemaakt. 

Haak, (mr. herman) een Edelman, Licentiaat in de Reg- 
ten, Priester en Vicaris der St.Nicolaaskerk te Dordregt, daar 
hij, den a Maart van het Jaar 1527» in de « ouderdom van 80 

C ' Jaa- 



HAAK, (PIETER) HAAK, (Forf de) enz. S 

Jaaren, met lof, zijne dagen geëindigd heeft. Behahren de Ie- 
gaaren, die hij aan de Stads Kerken gemaakt had, was de Sr. 
JNicolaaikerky door hem, met aanzienlijke inkomften begif- 
tigd. 

Zie Oudh. van Zuid-Holland 9 bl. 108. 



* Haak, (meter) , was voorheen Baljuw te Middelburgs en 
hield heimelijk verftand met aldegonde , aan welken hij gele- 
genheid zogt tè geeven , om bezetting in Middelburg en Flis- 
Bngen te werpen. Ik twijflèl niet , of hij is de zelve , die door 
alba , daar na, gebannen werd. 

Zie FaderU Hifi. VI. Deel, bl. 223. 
mabcus , f ent ent. 



• Haak, (Jort de) eene Schans in Zeeland ', ten Noorden van 
de Vrouwe PoJtfer, aangelegt ter befcherming van het Feerfche 
Gat. Men houd 'er doorgaans een Korporaal en drie man, uit 
de bezetting van Ter Veer. Digt bij dit Fort, (laat een wacht- 
huis en vuurbaak, ten dienst der Schepen, dienaar Ter Veer 
willen. 

Haaks, (de Zulder*) een zwaare Zandbank, in de Noord- 
zee, die, kort. voor het Marsdiep* haaren aanvang neemt , en 
weleer gefcheiden was van de Noorderhaaks , doch nu genoeg- 
zaam aan elkander leggende; met eene (trekking van Zuidwest 
ten Zuiden, of, in den tegenovergeftelden ftreek van 't Corapas 
genomen , Noordwest ten Noorden ; loopende omtrent drie 
vierden- van eene mijl in Zee. Deeze Haaks is een merkelijke 
hinderpaal, voor de uitgaande en inkoomende Schepen: fchoon 
anderen zeggen, dat deezc Zandplaat, aan den minst ervaaren 
Zeeman, bekend, en, door haare branding, genoeg zigtbaar is. 
Zeer vermaard fc, onder andere , de Zuiderhaaks onlangs gewor» 
den, door het verzeilen van het Schip de Prins Willem , onder bevel 
van den Kapitein andries de bruyn, in het Jaar 1782, bij 
fchoon en helder weder , door onkunde van dep Lootsman, 

' A 3 Haam- 



$ HAAKSBERGEN, HAAtR, 

Haaksbergen, een Dorp in 't Land van Twenth, dat met 
den tijtel van Drost /chap pronkt; hebbende een Parochiekerk * 
daar de Regeering van Deventer het regt van Patroonaatfcbap 
over h^eft, 

Haair. Het draagen van lang haair, was, bij de oude Frak' 
hifche Koningen, een teken hunner waardigheid. Het zal wel 
der moeke waardig zjjn^ dit een weinig dieper na te fpooren, 
Jn de zogenaamde Hulle van k * rel dj&n grooten leest men, 
dat d§ Friefche Ridders de vrijheid zullen hebben 9 om hun 
haair tot het bovenfte van hunne ooren toe te laat en korten 
ff affcheeren. Hier uit wil men afleiden, dat het fcbeeren of 
afkorten van het haair, bij de Franfchen en Duitfchers^ ten 
tijde van karei, dep* OROofEN, *en teken van vrijheid z.ou 
geweest, en voor een heerlijk en deftig voorregt zou gehouden 
zijn; waar van het; tegendeel weleer bij de Franken plaats had. 
Bij mattheus en anderen vind men bewegen , dat de Friezen 
jft *t rond gêfchooren wafèn, en dat, naar maate zij hooger van 
Adel waren , zij zig hooger boven de opren deeden fcheeren, 
pe Kónmgen der Franken, daarentegen, zo als reeds gezeg't is, 
en nog nader 'zal bewezen worden , als mec(e die van den hoog* 
(ten' Adel waren , lieten hun haair wasfen , en rekenden he% 
Korte haair voor fchande. 

In de gewijde bladeren vind men mede verfbhillende gebrui- 
ken, Nu eens leest men, dat de oude Jooden, uit droefheid 
en rouwe, het haair afkortten; dan wederom, in dergelijks 
omftaadigheden het lieten wasfen. De Heidenen .konden, met 
geene moogüjkheid, 'er toe gebragt worden, om hun haair tQ 
doen korten. Doch, wij zullen ons hier tot de Franken en 
Friezen bepaalen , en wel in de tijden , na dat zij -het Christen-» 
ctom omhelsd hadden. Uit verfcheidene van hunne Hiftorie< 
(fchrijvers blijkt het, dat zij zeer veel op hadden, met het draa* 
gen van lang haair, 'Er word verhaald, dat cloiiomir* door 
dé Bourgondiërs gedood zijnde, aan zijn lange haairtökken, die 
hem langs den rug golfden, eenbaar was, en dat zij daar uit 
ptitdekten , dat zij den Veldheer gedood hadden. De Schrijver, 
die dit verhaald, maakt hierbij deeze aanmelding: „ 't is den, 
t| Koningen fa'frtfnken niet gfcoorlooft, de lokken te fchee- 



HAAIR. 7 

*, ren, maar zij blijven van hunne kindsheid ongefchoren; zo 
<,, dat de lokken hen langs den rag ieder hangen. Doch op het 
4, voorhoofd is het hun geoorloofd het haair te fcheefeo/* 
„ Hunne lokken, (zegt hij verder) zijn niet ongekamd, gelijk 
„ die der Turken en Rarbaatep, nog zien vuil enmorsfig; 
,i ook worden ,zij met geen ijzers gekruld, of op een onb$- 
„ hoorlijke wijze opgefchikt." Verder vind pen, dat het laa* 
Ten wasfen van het haak voor een Konintyij^ pronkteken bij ben 
gehouden werd, en een voorregtwas, oorfprooglijk alleen aan 
hen eigen: want alle de onderdaanen moesten hun haair laaien 
fcheeren. Gregoriüs van tours zegt mede, dat de Fronfcke 
Koningen lang haair droegen. Elders verhaald hij , da* iemand, 
het lijk van quodovbus vindende, het aan den langen haairlok 
kende. Nog verhaald hij, hoe clptarius den jongen cqnde- 
b^d, die, van fommigen, voor 's Koning zoon werd aange- 
zien, heeft laacen fcheeren; ^eggende* ik bén de rader vmn 
4en jongmm piet* Waar uit, egt er, is optemaakeq, (fcthec 
'sKoiiings zoonen en opvolgers mede vrij ïtond, het lange fyuqr 
te. draagên. Bij geselden g. vut» towvs le^st men ook, dat de 
cwee Koningen, chilbebert en clotariu*, de keuze aan hun- 
ne moeder clotilxie gegeeven. hebben, otn haare zoons zoonen 
te doen fterven, of het haair te laaten affmjden, en aan het ge» 
meene volk te doen gelijk zijn. Het gemeen liep du* aljeen 
met g^fchooren .kranen; waar uit dan volgen zou» dat het hij 
den Adel geen plaats had; 't geeflook bewezen kan woeden, 
Want men leest, dat niet alleen aan Koning tpbqdorik , maa? 
ook zijnen Holmeester ebrqin de k*ttm gafehopren wierd? ep 
dat childe.*ert eetien Gouverneur zijner kinderen, om zekpr 
verraad; het haair en de ooreo deejf aflhijdeo, en dus naar d$ 
wijnbergen zond, om te arbeiden. To*n lodbwyk öe poeqert 
tierne, door zijne zoonen, werd afgezet, hebben zij niet air 
leen hunnen vader, maar ook hunne ftiefmoeder judith, en 
deazeifi broeders coewraad en rudolph, het haair laaten af- 
mijdeu; een klaar bfewij*, dat hecodk den Adel vrij ftond, hun 
haair ongefchoren te draagön. 

Indien dan de eerfte Adel ongefchoren bleef; indien de ge- 
fchorene -onder het gemeene Tolk gferekèfld, en tot de Regee- 
ring onbekwaam geoordeeld werden, zo is de vraag, hoe de 

A4 Fric* 



9 HAAIR, HAALEN. (GOOSEN van) 

' i.n i i . i .. . ■ t ^ ,1 in 

' Friezen de haatrfcheering als een zonderlinge gunst en eere, ja 
als een teken- van vrijheid i hebben konnen aanzien? Tot antr 
woord dient , dat de verhaalen fchijnen aan te kondigen , dat de 
Friezen hun haair tot de ooren en booger gefbhoren hebben. 

"Maar men behoeft daarom niet te gelooven, dat zij daartoe, 
als eèn bijzondere gunst, van karel den grooten , vrijheid ge? 

* kregen hebben. Eerder gelooven wij , dat de Heller van ge-; 
welde Bulle, onervaaren in 'sLands Oudheden, het haan-kor- 
ten ziende, het zelve arls een gunst aangemerkt, en aan 's Vors- 
ten bijzondere vergunning, zo als vleiers doorgaans gewoon 

* zijn , heeft toegefchreven. 

f Na de tijden van karel den grooten en zijn opvolgers, 
-fcbijnt *er meerder vrijheid geweest te zijn, om naar welgeval- 
len te handelen. Dé Geestelijkheid was , egter , zeer tegen den 
'langen haairlok. Ten beftuite merken wij nog aan, dat de 
Frankische Vorsten, tot in de elftle Eeuw, het hoofd onge- 
'fchooren moesten laaten.* Men leest van godefrid, Hertog 
van Lotharingen , dat hij zig op eene wederfpannjge wijze 
'tegen Keizer coenraad den II, gedraagen hebbende, haast tot 
beter gedagten kwam; bekennende zijn leedwezen, zijnen pligt 
ie buiten gegaan te zijn ; en dat hij zig, in het openbaar , liet af- 
kloppen; groot geld ten beste gaf om zijn haair te mpgen hou- 
den; het bouwen van een nieuwe Kerk, fie Verdun, bekostigd 
de , en zelfs als een opperman mede v/erkte. Maar waarom , 
zal men vraagen, geld gegeeven, om zijn haair te behouden , 
flaar het veel fchandelijker ftond , in het openbaar afgeklopt te 
worden, en voor opperman te werken, dan zijn haair te ver»- 
liezen? Het antwoord is: in 't openbaar ftokflagen te ontfan*. 
gen, én als gemeen opperman te werken, ontzette Tiem niet 
van zijn Hertogdom, zo als het gemis van zijn haair gou ge- 
(laan hebben, : 

Haalen, (poosEp* van) word, door martinds schoqk* 
genaamd Overfte van het Fraterhuis, en een ijverig bevor- 
deraar der Reformatie binnen Groningen , alwaar hij overleed, 
■fa het jaar 1530, 'Hij werd gevolgd door r. preöenius, di$ 
^et ^Qof |iein aangevangen, werk verder voortzette, - 

Qudhyvan Groninge*. 



l r ■ i 



HAAMRODE, (CORNELÏUS) enz. 



Haamrode, (cornemus) word geteld onder de geleerde 
JÏmfterdamtneru Hij bekleedde, in zijne Geboorteftad, het 
Arapt van Notaris, en ftierf aldaar, }n het Jaar 1599, Hij 
befchreef gantsch Batavia , waar door hij nfct alleen Holland , 
maar ook Gelderland, en de Provintie van Utree Ai verftand, 
in twaalf bladzijden in folio; de befchrijving van Amfleldai* 
befloeg daar in nog geen halve bladzijde, Nogthans vind men 
daar in eene jflifte. aanwijzing der plaatze van het oude Slot 
der Heeren van Amflel % pontanus, die het handfehrift vnu 
haamrode, van den Notaris Mr. jacob gysbertszoon , aan 
wien het, ten tijde van aj.ba, bij uiterften wil van haamro 
ve gemaakt was , bekoomeu had , heeft het agtpr de uitgave 
Van dm om>eHenden Schrijver willen plaatzen. 

Wagen aar, Awfterdam^ Voorreden, 



Haamstede, een Dorp, Heerlijkheid en Slot, in het Ei* 
Jaqd Schouwen , in Zeeland , naauwlijks een kwartier uurs vaij 
de Heerlijkheid van Burg, is het vermaaklijkfte Dorp van 
het geheele Eiiand, door het verfchiet van fraaie gezigten vaq 
Duinen, Koornlanden, Grasrijke Weiden, Geboomte en wat 
verder het oog kan ftreelen. Dit bewoog Kpizer karel penV, 
in hec Jaar 1540, om hier een bezoek afteleggen. De Kerk, 
die in het midden van het Dorp ftaat, heeft, buiten de Stee- 
den, haars gelijke in fraaiheid, in de gantfche Provintie Aiet, 
In het Jaar 1500 floeg dezelven, door den blixem, iq brand; 
doch zij werd, weinige Jaaren daar na, veel heerlijker opge- 
' bouwd. Ook is ,dit het eenigfte Dorp van dit Eiland, dat 
•ftraaten heeft. Een weinig bezijden het- Dorp, ftaat een 
Gast- en Ziekenhuis; Een weinig verder vind men eenige 
Meestovcn ; en aan de andere 2ijde een fchoon huis , waar in 
de Regtkamer van Haam /i ede en fVciuSchouwen gehouden 
werd. Naar den Duinkant legt het Slot Haam ff ede, voor het 
welk een ruim plein is, gefchikt tot een Koornmarkt. Het 
61ot zelfs is, van ouds, een aanzienlijk Kafteel geweest, en 
iiog beden met een muur en graft om{ingd t . Volgens box-» 
. " A 5 jiorn , 



» HAAMSTEÜE. 



korn, zou bet wel vier honderd Jaaren de verblijfplaats der 
JSdelen vau Haamfiede geweest en, in het Jaar 1525, gró«> 
cendeels, door de vlamme verteerd zijn. De Heer jaco* va» 
Ben einde, heeft het, in het Jaar 1608, doen herbouwen. De 
oude gedaante vind men bij smallegange afgebeeld. In het 
Jaar 1679 en 1081, is het zelve nog merkelijk verbeterd, en 
daar na, door den I leer mogge van haamstede, in dien fraaieti 
Haat gebragt, waar in het tegenwoordig is. Buken dk Slot, 
is *er nog een Huis, met een ronden Tooren, Hlippenburg 
genaamd , dat ook van hoogen ouderdom is , en eertijds een Slot 
fchijnt geweest te zijn; hebbende, nog voor weinige Jaaren , 
behoord aan den Meer iman de jonge. Deeze Heerlijkheid van 
haamstede behoorde, voorheen, aan het Gedacht van renesse. 
In het Jaar 1299, werd dezelve, nog bij het leven van jan 
van renesse, zoon van costyn, door Graaf jan, zoon van 
floris den V, gefchonken aan zijnen natuurlijken broeder , wit- 
te van holland van haamstede, dien floris , na vooraf- 
gaande trouwbelofte , geteeld had bij de dogter van jan den 
VII, Heer van Heus der. In het Jaar 1341 werd deeze Heer 
Kjkheid , door Graaf willem van Henegouwen , om de ge- 
trouwe dienden, door fredrik van haamstede, zoon van 
witte, en zijne voorouders, hem gedaam, tot een Kaanden} 
verheeven , en aan fredrik , daarenboven , veele goederen ge- 
geeven, om zijnen (laar te konnen voeren. Zedert hebben de 
Meeren van haamstede den eertijtel van Baanderheeren ge- 
voerd» Na dat de Heerlijkheid, meer dan anderhalve Eeuw, 
in het Gedacht van witte van haamstede geweest was, is zij, 
onder de Regeering van filips van bourgondien, in het Jaar 
3454, wederom aan de Graaflijkheid gekoomen, uit kracht van 
zeker vonnis of ukfpraak, bij deszelfs zoon karel, Graave 
«van Chatfois, tegen floris en arent van haamstede, over 
het verkorteirvan *s Graaven Regten en het pleegen van geweld* 
uugefprooken ; waar bij alle de goederen van haamstede, zo 
roerende als onroerende , in Zee /and leggende , verbeurd ver* 
Idaard werden : nogthans met deeze uitzondering , dat het aan 
den Heere van haamstede, uit genade en om zijner oudheids 
wille 9 gegund werd, dezelve, geduurende -zijn leven* m lijf* 
tögt te gebruiken. In hel volgende Jaar werd deeze Heerlijk* 

heidi 



HAAMSTEDE il 



héid, met die van PPestfchouwe , verkogt en opgedragen aan 
i^odewyk van brugge, Heer v*n Gr uit huizen. Doch de 
koop werd genaast, bij jan van hodenpyl, dogters zoon 
van fjoris van haamstede, aan wien de gemelde Heerlijk- 
heden, door den Heer van Gruit huizen, werden overgedaan 
en opgedraagen, op den 17 van Junij des Jaars 1455. Toen 
naderhand, uit kracht van zeker vonnis van den Grooten 
Raad, gegeeven ten voordeele van jan van zwieten, en 
ten nadeele van jan van hodenpyl, de voorfchreevene Heer- 
lijkheden weder werden opgeveild , is de Heer van (Jruithui- 
zen 'er andermaal kooper van geworden, en, bij zekere 
brieven, daar in bevestigd; waar toe nog nader, in het Jaar 
1474, een teenbrief, bij karel, Hertog van Bourgondie, 
werd opgemaakt.- In het Jaar 1493 kwamen dezelve, erflijk, 
op johan, Heer vvaGruitkuizen , in wiens Gedacht dezelve, 
bijna nog een geheele Eeuw, gebleeven zijn. De gemelde 
goederen, in het Jaar 1592, wegens katharina van brug- 
ge, Vrouwe van Gruithuizen , van nieuws, verkogt zijnde, 
aan joost rwoüdze teeling, in zijn leven Raad van Staate, 
en aan jan anthonisse de jonge, Burgemeester te Zierik- 
zee 9 werden ze, bij maximiliaan, Heer van Kruiningen , 
Heenvttet % en Hazerswoude, als bloedverwant van gemelde 
vrouwe, genaast; en hij, in het Jaar 1599, in 't bezit daar 
van gefteld. Deeze verkogt ze aan den Heer jacob van ein- 
de, die 'er mede verleid werd, op den 23 van wintermaand, 
in het Jaar 1608. In het Jaar 1670 werd, door koop, 'er 
eigenaar van , de Heer jacob de witte , Rentmeester Gene- 
raal over Zceland-Beoosten-Schelde, wiens dogter Vrouwe 
helena dé witte, dezelve ten huwelijk heeft gebragt, aan 
den Heer iman mogge; die dezelve, aan zijne nakomelingen, 
heeft nagelaaten, waar door zij gekoomen zijn aan iman mog- 
ge van haamstede, Schepen der Stad AmjUldam^ die dee- 
jse Heerlijkheid, bij zijn overlijden naliet aan zijne weduwe, 
Vrouwe marja agatha van collen. In het Jaar 172Ö werd 
het verfchil , tusfchen de Staaten van Zeeland en de eigenaars , 
over de Westduinen en Warande, afgedaan, doordiende Staa- 
te» dezelve als een leen uitgaven» 

De 



« HAAMSTEDE. 



De èerfte bezitterë deezer Heerlijkheid , hebben verfcheicte 
Keuren , Verboden en Ordonnantien gemaakt ; waar van de 
oudfté is, die van witte van haamstede. Men houd aldaar 
een Jaarlijkfche Kermis, nevens een Paarden- en Beestenmarkt. 
De bewooners deezer Heerlijkheid hadden, van ouds, en in- 
zonderheid ten tijde van Hertog karel den stouten, groot 
deel aan de Vaart en handel van fTestfchouwen ; zo als blijkt 
tik de vrijheden, door 'eduard den IV, Koning van Engeland* 
aan tien verleend* Het Geregt aldaar beflaat üit een Schout, 
zeven Schepens en een Secretaris. Daarenboven zijn 'er The- 
fauriers , Kerk- en Armmeesters , mitsgaders een Deken en vijf 
Geztvooreos over de Meekeuren. 

Het regte Wapen der Heeren van haamstede, *t welk met 
den dood van arend van haamstede, in het Jaar 1604, ah 
den laatften mannelijfcen aframmeling van zi n Gedacht, werd 
in (lukken geflaagen , en op de kist in 't graf geworpen , was 
het Wapen van ttoflaftd, naamlijk, een Roodë klimmende 
Leeuw op een Goud Veld, met tong en klaauwen van Azuur, 
flaande een Rad, wegens het blped van Hemden , op den borst 
van den Leeuw, 

Haamstede, .('witte van holland van) natuurlijke zoon 
Van floris den V, baarde groote vreeze aan Koning eduard; 
vermoedende die Vorst , dat floris hem tot erfgenaam verklaa- 
ren zou. Doch hier van wzs geen het minde bewijs: fchoon 
het waar is, 'dat' witte van zijnen vader teder bemind , en ook 
met de Heerlijkheid Haamfiede werd begiftigd, Hij was een 
-dapper en ftrijdbaar maij* In den twist van Holland met wol- 
fert van borsselpn, om desstelfs flegt gedrag omtrent Graaf 
jan gehouden, en geduurende het beleg van Dor dr egt , in het 
Jaar 1299, werd witte van haamstede, tegen zijnen, wil en 
■dank, op het Huis t& Putten gelegd, waar van wij de uit- 
komst, elders pp de Art, alaud en borsselen, gemeld heb- 
ben. Meer eere behaalde hij, onder het beftier van Graaf jan 
den II, in het Jaar 1300. Eij bevond zig toen binnen Zierik- 
***, met jan, Graave van Oostervant. Witts beval, dat men 
den Zeeuwen niet moest beletten fcheep te gaan; welk bevel na- 
gekoomen zijnde, werden hunne Sloteu aangetast en afgebrand', 

gantsck 




WITTE van HAAMSTXB£,mTooin> jbich ixsx VAPENHÜSIING 
vak kin KRIJGSMAN binxkx HAAÏLXH . 



HAAMSTEDE. (W ITTE VA ** HOLLAND van) \$ 

fantsch Schouwen, Walcheren en Zuidbev eland aart Graaf 
jan den II onderworpen , en daarenboven 's Graaven vijanden 
uit Bergen op den Zoom verdreeven. In het Jaar 1304 ver* 
diende hij met regt den eernaam van redder van holland , 
't welk, door de Brabanders en Vlamingen , bijn* geheel 
overweldigt was.. Witte van haamstede, die zig altoos bij 
Jonker willem gehouden had, wa9, kort na dat de Vlaam- 
fche Vloot van Zierikzee verdreven was , " met een enkel 
Schip, in Zee gedoken,- om te verneemen naar het- gedrag 
van guy van Vlaanderen in Holland. Doch de Maai niet 
durvende binnen loopen, was hij Noord waards aan, langs da 
Hollandfche kust, voortgezeild , tot aan Zandvoort. Hier 
flapte hij aan Land , en vernam , fpoedig, hoe deerlijk het gefield 
was. Men berigtte hem, dat de meeste Steden Vla am fche 
Bezetting hadden ingenoomen , en dat mèn Haarlem en Kenne- 
merlandy daaglijks , aan boord was , om zig insgelijks aan den 
tóeuwen Heer te onderwerpen. Met verontwaardiging aange- 
daan, over de lafheid der Hollanders, fpreekt hij hier op 
eenen ieder, die het nog met den regten Heer, Graaf jan, 
hield, een hart in 't lijf; begeeft zig voorts, in allerijl, bin- 
nen Haarlem, alwaar hij met open armen omfangen, en 
hem, ftraks daar op, het "bewind der Regeering in handen 
werd gefield. Na eenen ieder verzekerd te hebben, van Jon- 
ker willem gezonden te zijn , om het Land van de Vlaam- 
fche overheerfching te verlosfen, zond hij brieven aan alle de 
Holland fche Steden af, dezelve aanmoedigende, om zig tegen 
de Vlamingen te verzetten. De meeste Steden ontvingen zij- 
ne brieven met vreugde, eö omhelsden zijnen voorflag. Bin- 
nen twee dagen ontfing hij, van alle kanten, een toeflemmend 
antwoord: en daar op wapenden zig alle de Poorters tegen 
de Vlamingen, Delft was de eerfle Stad, die dezelve ver^ 
•dreef, daar na volgden Leiden, Gouda, Delfland en Haar- 
dingen. Te Schiedam hielpen de vrouwen de Vlamingen 
doodflaan. 't Slot te Schoonhoven werd, door Jonker wil- 
•Um en witte van haamsteden, Belegerd en gewonnen. Ze- 
den kreeg de laatfleo den naam van dé geesfel der Vlamingen, 
die , kort daar op , genoodzaakt waren- njfer huis te keeren. 
Met groot verlies verlieten ze, eerst Holland, en daar na Zet- 
tend. 



>4 HAAMSTEDE, (JAN van) «o* 

Aa*/. Men vind aangetekend, dat hij drie zoaoen heeft dage-» 
taen, doch niet, wie zijne vrouw geweest, of wanneer hij 
overleden is* 

Zie melis stoke, in jan de II. 



, Haamstede , (jam van) werd mede genoemd onder de Ho/- 
land fche en Zeeuw fche Edelen, die, in het Jaar 1323, met 
Graaf willem den III, den togt naar Vlaanderen bijwoonden, 
Bij was de jongde zoon van witte van haamstede , en ftierf 
in 't Jaar 1348* 

Haamstede, (floris van) fneuvelde in den fcheepftrijd vaö 
vrouw margriet) op de Maaze^ in het Jaar 1351. Hij wa» 
een zoon van cut, en Heer van Haam/lede, Montignij , ert 
Bergen in Kennemerland» Zijne huisyrouwe was catharina 

tAN BORS5ELBN. 

Haamstede* (adolf van) Onder-Admiraal der Spaanfche 
Vloot. In het Jaar 1574, toen deeze Vloot, bij Antwerpen * 
door de Zeeuwen * werd geflaagen, werd hij gevangen geno- 
men, en naar Delft gevoerd, alwaar hij, geduurende eenigen 
tijd, in hegtenisfe gehouden werd* 

Haamstede, (adrianus cornelisz.) word uitdrukkelijk' een 
Zeeuw genaamd, doch men vind niet gemeld, in welke plaats 
hij aldaar gebooren zij. Na dat hij zig eerst eenigen tijd te 
Embden onthouden had, werd hij van daar naar Nederland ge- 
zonden, om de Christelijke Gemeente te onderfteunen. In hee 
Jaar 1557 was hij Predikant te Antwerpen , te gelijk met heida- 
Kus. Van daar fchreef hij twee brieven aan die van Êmbdeu. 
JBij den eerden verzogt hij , wegens eenige onftaane gefchülen* 
een Leeraar van meerder bekwaamheid en ervaarenbeid dan hij 
was; in den tweeden gaf bij in bedenking, of het niet raadzat* 
mer ware, voortaan niet meer heimelijk, maar ooit fpmtijds in 
het openbaar t* prediken* In het Jaar $558 ftJgtte hij de eerfie 
puit fche Kerk tt daken ^ die uit dertien huisgezinnen, voor- 
naamlijk uk AnftKWmêm* beOsmL In*t zelve Jaar trok hij 

*a» 



HAAMSTEDE, (ADRIANUS CORNELISZ.) 15 

Van Frankfort naar Antwerpen , en bekwam zijn omflag aldaar } 
Waar na hij zig eenigen tijd onthield te Norden , bij zijne zus» 
ter, de weduwe catharina van Haamstedp. In het volgende 
Jaar begaf hij zig naar Engeland, en deed aldaar de eerde Pre- 
dikatie in de Kerke van 5/. Denijs , te Londen. In dat zefv$ 
Jaar kwam hij wederom te Groningen, van waar hij, in het 
Jaar 1562, door die van Etnbden, verzogt werd, zig naar £»- 
geland te begeeven, ter beflisftng van zeker gefchii, over de 
noodzaaklijkheid of onnoodzaaklijkheid der Doopgetuigen. Doch 
déezo reize ging niet voort, hij overleed , nog in dat zelve 
Jaar , in Friesland. 

Wanneer hij zig, in het Jaar 1558, te /fntwerpen verftoutte, 
Om op de Markt, bij hethooge kruis, dat midden op de ftraat 
opgeregt is, openlijk te prediken, onder 't oog van de Proces- 
fie der Geestelijken , die daar voorbij ging , werd dit bedrijf, 
mar de verfchillende gedachten der menfchen , verfchillende be- 
oordeeld. Mij verdedigde zig daar over, in gemelden zijnen 
brief, aan die van Embden* 

Door den Bisfchop van Londen was hij verdagt gemaakt, al» 
of hij, in die Stad, eenige dwaahngen der Wederdoopers bad 
beginnen te verfpreiden. Doch Meinprs , in zijne Qostvries- 
fche Kerklijke Gefchiedenhfen , toont, dat dit een misflag is 9 
vermids de Bisfchop, door dfen adrianus , aldaar bedoelt ee~ 
iten adrianus gorimus, een Fromchman, en niet onzen haam- 
wede. Behalven de twee gemelde brieven, heeft hij nog ge- 
fchreven het ter (ie Nederlandfche Martelaarsboek, onder 
den tijtel : „ de Gefchiedertisfen der vroome Martetoaren, 
, f die om het getuigeni9fe des Euangeliums haar Woed ge- 
„ ftort hebben, van de, tijd en van Christus af, tot op den Jaare 
w mdlix bij een vergadert op het cortffe door Adr. Corn r 
99 Haamftedium Ao. 155? den 18 Maart, in 410. 

Abraham mëllinu* geeft, op 't eind der Voorreden van 't 
'Groot Martelaarsboek, dit getuigenis van hem: Adr taan Corne/isz w 
vanHaamftede\ „die de eerfteAutheur is. van onze Nederland- 
f> fche Hfftorie der Martelaaren heeft mede onder het kruis Ao„ 
' m *5S9 e e» kort en zeer bondig werk ontworpen , waar in hij 
„ binnen ieder Eeuw, niet meer als een ftaalken of twee geeft 
„ Van eenige vervolginge» e* in dezelve de getrouwe bewaa- 

9* nn- 



Ig HAAN, (dé) mi. 



„ ringe Gods , om te betonen .dat Godt hem felve binnen ieder 
y , Eeuw altijd nog een gelovig zaad. behouden heeft j die haar 
>, knieën voor cjen Baal niet geboogen hebben * tot troost erf 
.,, ftigting van onfe Neder Jandfchè Kerke onder het kruisi" 

Dit Godvrugtig en nuttig werk is, naderhand, meermaaleri 
gedrukt, en voorts * met veele vermeerderingen * in de Jatireii 
1645,^1657 en 1659, door j. gysius, Leeraar te Streekkerki 
eerst niet hoiue , en daar na met kopere figuuren , üitgegee^ 
ven* 

ZieLARUE, Geletterd Zeeland» 



' Haan, (de) een- Acielijk tiuis, in Zeeland 9 op het Eilan«t 
Schouwen , onder het Dorp Noordgouwei 

Haan 5 (corneLis janszoon de) of het haantje, was ge- 
boren te sim{hldam. Van zijne vroege jeugd af aan gaf hij 
groeven, dat een mannenhart hem bezielde; toonendè hij zig, 
in alle voorvallen , zelf, in kleinigheden , altoos eVen gedienftig 
en vaardigt waar. door hij, bij al het Scheepsvolk ,* groot eii 
klein , bemind en geagt was. Zijne dapperheid wórd hoog ge ; 
roemd ; en van 2ijn liefde voor he"t Vaderland gaf hij meenig- 
vuldige blijken. Dit alles baande hem den weg tot zijn fortuin; 
•Toen men het voortieemen had, om de vermetelheid der Duin- 
kerkfihe rovers te ftraffen, werd hij, nevens anderen , tot «den 
.rang van Kapitein, verheeveri. Hij kweet zig* in dien post, ztf 
heldhaftig, dat zijn naam, niet' alleen bij de Duinkerkers ± maar 
ook in de Middelandfche Zee, welke hij met bloed verfde * 
vermaard werd. Meermaaleü fchroomde hij niet, met zijrf 
. Schip alleen, tegen een grooter aantal te ftrijden; en het geluk- 
te hem altoos, niet eere uit den Ttrijd te rug te koomen: waar-» 
om hem ook de vermaarde barljeüs, in zijn Grafïchriit op den 
Feld , met de Romein fihe decïussen gelijk fteld. Dan, het 
fchijnt het lot der Helden, bijzonder op de woeste ^ee, te zijn , 
• Vroeg of laat , de zege met den dood te moeten koópen. Toen hem* 
den 19 April, in het Jaar 1633, twee Duinkerkers ontmoetten* 
begaf hij zig midden tutfehen hen, en raakte in zo een hevig 
gevegt, dat daar van bijna geen voorbeeld was, tusfehen Zö 
weinige Schepen. Het eene Schip fchoot hij in den grond; en 

fa* 



xix.pïpl-n- 




tUAN. (CORNELIS JANSZOO^ dê) tf 

■ » 

het ander nain hier op de vlugt. Onze overwinnaar lier hier 
voor 't Vaderland zijn dierbaar leven. Men ziet nog heden, teil 
Zuiden 1 van het Koor der Oude Kerk, binnen Am/teldam*, aan 
ëe hoekpilaar , een zwart marmeren Tafxeel , ter zijner eeré , en daar 
in, van gemelden Hoogleeraar * eenige Latijnfche verferi, meft 
Vergulde letteren , die in het kort zijne roemrugtige daden ver* 
hielden; De zin komt hier op uit : 

Ter eere en eeuwige gedagtenisfe van den zeer manhafterf 
Zeeheld cornelis janszoon van Amfieldam , bij genaamd 
de haan, hebben de Befclïermcrs en Beftierders van da 
zaaken der Noordzee hier dit gedenkteken doen (lellen* 

tPilt % Lezen, op ons volk* en hunne won dr en merken; 
Op hun verwinning en verwondrenswaarde wérken. 
Hier legt die geen wiens kiel de Zee heeft door gezwerfi $ 
En */ Middelarïdfche Meir met Spanjdards bloed geverft. 
Die Duinkerk beven deê ; door 't winnen van hun Schepen j 
• Zo dikwils heeft hij hen zeeghaftig aangegreepen , 
En 'svijands Hopmans zo van Schip ah magt ontbloot , 
Dat nu ie Batavier tot Spanjehs val geen Floot 
'In Zee behoeft i Een Schip * een Hopman kan V bewaareti 
Maar Vijl dees Zeeheld in hét midden van de baar en * 
Zijn lijf en keven her ft voorst Vaderland ge field 9 
Is hij zeeghaftelijk en met veel eer geveld. 
Romers f wilt niet op uw Deden hoog draave n ± 
Dees marmer/leen houdt ook een Deciér begraayem 
, 1633* 

Ónder aan heeft de Heer laurens reaal deeze versfen ésAi 
tij gevoegt* 

Hier rust de Held, die van iijn vijands Èchepen $ 
In zevenmaal kwam zeven vlaggen fleepen: 
En gaf in 't laatst op twee zo dapper vonki 
Dat de ene vlood ', en d* ander bij hem zonké 

. Men ziet boven het tafreel ëerieri Staan , 111 een gefaurferi 
©vaalsrond, ec in het zelve de bovengemelde vertfen van bart 



i* HAAN. (MATTHYS öe) 

Lisus. Baar onder een Zeegevegt van drie Schepen, waar 
van bet eene, overzijde hellende 5 fchijnt te wille zinken* 
Wat lager (laan de vier regelen van den Heer reaal. 

Commelin en wagenaar, Be fchr ij vingen van 
Amfterdam» 



Haan, (matthys öe) de XXI, Gouverneor Generaal van 
NeeHandt Indien ; in het Jaar 1663 gebooren te Dor dr egt 9 
en, op den 26 Oftober van het Jaar 1671, met zijne ouder» 
en verder huisgezin, aan boord gegaan, om naar Indie te zei- 
len. De Heer van den broeke, die aldaar aanzienlijke Amp- 
ten bekleedde, was van hunne maagfehap. De vader van 
matthys , die te Dor dregt het Ampt van Notaris waarnam , 
ging te Rotterdam aan boord, met den rang van Onderkoop- 
man; zijne drie zoonen kreegen den tijtel van Asfifteme», 
fchoon matthys niet meer dan agtjaaren oud was. De vader, 
die zijne huisvrouw in de ftraat Sunda verlooren had, trad, 
met zijne drie zoonen en éene dochter , te Batavia behouden 
aan land ; doch hij overleed zeventien dagen daar na. Van de 
broeders van matthys vind men niets gemeld. Hij zelve 
werd, eerlang, naar Suratte gezonden, daar hij, als prov>- 
fioneel Adfiftent, in het Jaar 1676 9 dienst deed. In het Jaar 
1683 werd hij het Werklijk, en in het zelve Jaar Boekhouder; 
in het Jaar 16S5 Onder- en In het Jaar 1695 Opperkoopman* 
Te Batavia terug gekoomen , klom hij op tot de Ampten 
van Onderkoopman van 't Kafteel, in het Jaar 1696, van Eer- 
ften, in het Jaar 1698; tot Geheim-Secretaris van *t Gouver- 
nement, in het Jaar 1700; Buitengewoon Raad van Indie, ia 
het Jaar 1709; Ordinaris Raad, in het volgende, en tot Di- 
refteur Generaal, in het Jaar 1722. Ttisfchen beide was hij 
geweest Prefident-Schepen, en Kolonel van de Burgerije. Ein- 
delijk werd hij, den 8 lulij, Gouverneur Generaal van gei 
heel Indie, en in die waardigheid gehuldigd, den 7 Augustus r 
van. het Jaar 1725. _ / 

In hét tweede Jaar van zijn beftier telde men niet minder 
dan zesendertig rijkgdaadéa Schepen, die juist van pas, uit 



tiAAtt (MATTHVS dé) tj 

-éè Indieu, ib Holland Aankwamen, in een rijd, dat de Koop-' 
fcandel van 'f Gemeenefcest zwaar bedreigd werd* *t Was in dat 
zelve jaar, dat eenige gelukzoekers éeti middel hadden uitgevoo- 
éeu 9 om het Deeufcke Hof te beweegen * aro den handel, regt- 
flreeks^ op K*rw ondel ^ Bpègaten m China té drijven. DocÜ 
4eeze nieuwe nurófcbappij van Ajsona vond de2dve hinderpat-' 
len , als die van Qoeundei Engeland en de Republiek waagded 
*er van, zo haast zij verrtametl, dat 'er een Bank, ingemeidé 
Stad, was opgeregt, ora de Aótien van de Iafëhrij vers daar & 
plaateen, met een opfchrift boved de poort, tn vergulde lette- 
ren: Hier is '/ nieuw Uidisvh Huis* om op Tranquebar^ China 
en andere plaat zen handel te drijven. t>e Kaning van Enge-' 
lan&s als Keurvofst van Hanover* deed, te Hamburg > eejtf 
bek^ndtnaaking ajanflaaju Waar bij hij, aan alle zijne Duit fc hé 
Onder daanen, verbood, eenigen handel in die A&ien te drfjvenV 
of daar in eeriig deel te neemen; onder /rraffe van de verdubbel- 
de waarde van het 4aar toe gefóhifcte geld te betaalen * of, bij 
gebrek daar vari, tot den arbeid aan 'sLands werken verwezeri 
ie zullen Worden* De Algemeene Siaaten vereenden' zig me* 
zijne Majefteit , tegen de oprigting van die nieuwe maatffchapp^ 
De Lord glenorche en de Heet van assendelft, Afgezant 
Van H. Hoog Mogende , boderi den Koning van Deenemarkéri 
een gefehrift aan , waar bij men fcig erflftig tegen de zelve vet* 
settede* Be Koning toonde z\g gebelgd, dat men hem, in eed 
zaak, dié, naar zijn oordeel , de Koophandel en de RegeerJrtg 
Zijner Staateri a-Neen betrof, de wet wilde voorfëhrijveri. Merf 
tieid j va« wederzijden v zijn regt- met Veel ijver (taande* Maaï 
liet oritwerp «dier maatfdiappij viel van zelfs tn duigen. Eed 
Amjlerdamich Koopman Jpsias van aspeke», was de gefeeiöfó 
aandrijver van. die werk gefeest» Men begreep alhier, dat zijne' 
verbintenis 9 met eeae buise«laiidfehemaatfchappij,feetn fclfyfctig 
maakte aan verraad, volgens de wetten van den Staat ? 4* 
Hoofdofficier der Stad betrok hem in regtem üeeze dwëéUméé 
Ridder van de Aftien (zo noemde men ie*n) ging zqoeri 
dienst aanbieden aan de Hoven van Berlijn eriStókfaüns het 
.eerde wees hem van de hand, maar bij het tweede kreeg hij 
toeer ingang* 

De haan beftiefde, ïnïtfiddefe* <fe t&keft van ie dömp&gfiftf 
zo vlijtig,- dat, in het Jaar 1729', wederom een rijk geiadètf 

B 2 Vloot f 



*o HAAN. (MATTHYS vt) 

\ v ■ ;» 

Vloot, van vijfentwintig Schepen, binnen kwam v hebbende dé 
ladingen, van de twintig eerden, vier millioenen en 630000 
guldens beiden in koop gekost* De Gouverneur Generaal had, 
in dat zelve Jaar, op den 1 Juni}, zijn teven geëindigd, en 
werd, den vierden van die maand, met alle ftaatfie, aan zijnen 
rang verfchuldlgd , ter aarde befteld. De Heer valentyn , die 
een Medeburger van hem was , verheft zijne deugden en uitmun- 
tende hoedanigheden in den hoogden top ; hebbende zijne zon- 
derlinge bekwaamheid alleen hem den weg tot zijne verheffing 
gebaand. „ Zijne edelmoedige en weldoende aart (zegt hij) 
„ maakt hem dezelve dubbel waardig; maar niemand, zegt het 
„ fpreekwoord, leeft zonder vijand.'* Dit ondervond ook de 
Heer Gouverneur. 

Men befchuldigde, hem , in een openbaar gefchrïft , van ori- 
voortvaarenheid en traagheid in 't bertuiten; 't welk, zegt men, 
al riet goede, 't geen hij bezat, bedorf, en aan d£ zaaken veel 
nadeel toebragt. Men geeft voor , dat hij , op aandrijving van 
eenen zijner gunftelingen , die op den Heer zwaardekroon ge- 
beeten was, tot zulke maatregels overgong, die,, fchoon ze 
voor zijne Heeren en Meesters voordeelig fchenen , gemelde» 
Heere zijn bederf berokkenden, en den Ingezeetenen niet miu- 
der benadeelden; dwingende dezelve de CofRj, aan de Com- 
pagnie , voor, den prijs van zes rijksdaalders de Pieoi te leveren, 
in plaats van vijftien, die hen door den Oud- Generaal beloofd 
waren, en door hem zelfs, voor zijne eige leveringen, geeischt 
werden» Dit was het dat men zogt (zegt men) om de Heer 
zwaardekroon, bij zijne Heeren en Meesters, zwart te maa- 
ken en uit de Indien terug te doen ontbieden. Maar men voegt 
*er bij , dat, toen naderhand deeze list ontdekt werd , die Hee- 
ren, integendeel, belloöten, om hem een kostbaar gefchenk te 
doen, ten eindfe blijken te geeven, hoe wel voldaan zij over 
den dienst van den Heere zwaardekroon waren. Ofdiebe- 
fchuldigingen , tegen de haan, egt of onegt zijn, baten wij 
©nbefliw» 

Valentyn, Befchrijv. van Oud en Nieuw 
Oostindien. Hiftorifche Reizen , soÖeeL 



Haan, 



HAAN. (JOHAN de) *i 

Haan, Yjohan de) was, in het Jaar 1618, Penfionaris der 
Stad Haarlem , en de partij van 'sLands Advokaat, de groot 
en aHderen toegedaair. Aan hem werd toegefchreven de hand 
gehad te hebben , in liet (lellen van de merkwaardige verklaring, 
over de Regeering des Lands , ter Staaten Vergadering inge- 
bragt, en die door de Cont 'r a-R emonftr anten geheel veroor- 
deeld, en door de Remonftranten ten hoogften werd goedge- 
keurd; welk (luk den Penfionarisfen hogerbeets, de groot 
en de haan naderhand tot bezwaar ftrekten. pp de bijeen- 
komst* tusfchen de Hollandfche en Sti$tfche Gemagtigden ia 
V Hage* ten huize van daniel tjfiessel, eerile Klerk der Al- 
gemeene Staaten , was hij , wegens Holland , met de Heeren 
DE, 4,ange , Burgemeester vtn Gouda 9t en de Penfionarisfen ho- 
gerbeets en de groot tegenwoordig. Men handelde aldaar 
voornaamlijk over het ftuk der Waardgelders, zoals wij, op 
het Art. van hogerbeets , zullen, zien. Daags na dat Prins 
m AURiTt de 'Regeering te Haarlem veranderd had , kwam «klaar 
de Penfionaris de haan, van.de dagvaart, uit 's Rage, en ver- 
voegde zig in .de Kamer van ©urgemeestêren; alwaar de Prefi- 
dent, de Heer arend meindertszoon fabricius- ,' hem vraag- 
de, wat hij daar te doen had? Ik kom , antwoordde hij, om , 
ti/iar gewoonte, ver/lag te doen, van liet ge ene op de Dag- 
vaart verrlgt is. De Burgemeester zond hem naar huis, zeg- 
gende, dat men hem wel ontbieden zoü % ah men hem nodig 
had. Maar alzo niemand, in den tijd van twee maanden, naar 
li£in omzag, verftoutte hij zig, den Burgemeester te vraagen 
wat men mét hem voor hadl\U te vet laaien van uw Ampt 9 
zeide men hem , zonder dat men zig gehouden agt , u reden 
te geeven ;.zo als. oqk terflond .gefchiedde, .Pfeujerhand van aj- 
ne vrienden, gewaaffchuwt, 'dat» men hfra^ vangen zou, week 
hij, met hetbègin van het Jaar itfio^teu Lande, uit ^en. : w^rd, 
na dat de fententiën, over de Staatsgevangenen, waren uitge- 
fproken^ .ingedaagd^. en, niet yarfcheneft,. seinde, op den 24 
Maij van het. Jaar '10*0, voor vijftient Jaar^n , op lijfllraffe , ge- 
bannen, met verbeurdverklaring ,van de helft, iijaer; goederen» 
Hij begaf zig dus, als Ballinge in ;d^n^.vvan, den .Hertog van 
Holftei* p die hem tot zijnen Geheimen Raad aannam . en aan 
wiens Hof hij overleed, den 5 November van het Jaar 1624. 
~ . £ 3 X Twee 



& HAAN. (JOHAN H) ÖAAtf , (OAVID dr) «12. 

■ ' . mmmmÊÊÊmÊÊÊÊUÊmÊÊÊÊÊÊÊÊÊimmmm^mÊmmmÊiÊmmim 

Twee Jaarën Vóóf fijnen dood, was zijn oordeel * over de ver* 
maarde verantwoording van h. de GROdTy alhier bekend ge* 
worden, en beftond hier in, dat pe groot» in deeze verant* 
woording, niet klaar genoeg gelproken had van de eigenlijke 
oorzaken der veranderingen en den ftaat des Lands. Hij moest , 
fcijqs oordeels» vooral duidelijk getoond hebben. „ Wie dien 
9 , toeleg, overhing, bij zig zelven hadbedagt, om, met ver** 
„ nietiging van 'stands vrij- en geregtigheden, en verdrukking 
fl der vooniaamfte, oudfte en getrouwde Patriotten , te geraken 
„ tot meerdier of onbepaald gezag." Doch de groot was van 
gedachten, dat de tegenwoordige toeftand der zaaken in Frank- 
rijk öjet gehengde, om Vrijer ett openlijker rë fchrijven, 

Paderh Hift. X, Deel, W. 19$, 210, 274, 



H44N4 ^davId db) een Konstibhilddr^ geboortig van Rotter* 
jam* van hem, zegt houbh aken, weet mep niets anders, dan 
flat men, uif een vier regelig vers, \m befluitefl , dat hij te Re- 
me geweest is f 

Haandel, een Buurtfchap, in Staats Braband, onder de 
vrije Heerlijkheid Gemert behorende, In dezelve ftaat een 
Lieve Fr ouwe jRapet, die door Jaarlïjkfche bedevaarten ver^ 
#W4 is, 

Haanenpoel, weleer een Adelijk Huis, ïr\ Gelderland , iq 
&n qmtrek van het Dorp Ee of Eede, 

H aanwijs, een fraai Heerehhüis, in de Heerlijkheid Miehiefa 
gèjfel, in Staats Braband, behorende aan den H&re ö^^o. 
VAlMÜXGAi $WW i* tour. 

Haaps, een Heerlijkheid in het Land Van Knik* in hét Jaar 
1503, door huwelijk, aan den GftüVe van 's herenberg, en 
naderhan4 aan de Hertogen van Gelderland gekomen, en dua 

Wtvügfm f« Zntfhentck fceen gewordt 



&AAN, (Tm) HA AU, (o* di) ênz. 13 

Haar, (Ten) Weleer de naam van een Heerenhuls, thant 
van weinig aanzien,, nabij het Dorp Fuuren % in de ThUkf 
waard gelegen. . '} 

Haar, (op de) een huizing, bij bet Dorp /i*r*/, in het 
Landdrostampt van de Feluwe. 

Haar, (de) eene Heerlijkheid, In het Stigt vao Utrtehf, 
ten Oosten van Gever skep , ten Westen en Noorden van The- 
maat, en ten Zuiden van Gieltjesdorp en Nijkocp. Zij is 
350 Morgen groot , en leenroerig aan de Huize van Vianen. 
In het Jaar 1748 telde men daar 24 huizen. 

Haar, (de) het Dorp van dien naam, in bovengemelde 
Heerlijkheid, niet groot van omtrek. Men ziet *er een over- 
bHjfzel van een Kerk of Kapel, welke, in het Jaar 1703, ia 
ingeftort. Indien dezelve herbouwd werd, zou de Predikant 
van Kokkingen 'er den dienst mogen verrigten. Een weinig 
ten Westen ftaat het huis. 

Haar, (de) of ter haar, een onde AdeHjke Hofflad, 
die, in 't Jaar 1536, toen 'er dirk va* zuilen Heer van 
was, door de Staaten des Lvads van U$recht 9 voor Ridder- 
matig erkend werd. Men meent dat dit huis, omtrent het 
Jaar nfe', of 1HJ5, gebouwd of wel bewoond is geweest, 
door godschalk, broeder van hkrman van woerden, en 
dat deeze, ia wiens Geflachc dat huls gebleeven is tot in 
het Jaar 144Ó > deH naam van di haan um hebben aangeno- 
men. In het Jaar 1451 Werd dirk va* zuil***, met dit Hul* 
en Heerlijkheid van db haar, beleend; die zig 'daarom van 
zuilen van der haar deed noemen. Dan alzo hij een groot 
vijand van den BfsfcKfcp daviö va* BoOROoimtiN was, werd 
dit Slot, ha het Jaar 1482, door joost van -lalaikc, Stad- 
fconder van HniUnd, ftormenderhand ingenomen , en. in brand 
geftooken. hij zelve gedagvaard, en, niet vetfchenen zijnde, 
zijne leengoederen verbeurd verklaard. Dertien Jaaren hater 
werd walraven, Heer van MreJertde, daar mede verlijd. 
Naderhand, door tusfchenfpraak yan vermogende vrienden, de 

B 4 mis- 



*4 HAAR, (ter) HAAR, (FRANCOIS vakïjer) enz, 

»—— — ■— i ■ i - 

nisdaad van dirk van zuilen vergeeven en vergeeten gerekend 
wordende, weqd hij met dit Huis, in het Jaar 1505, wederom 
verlijd, en het zelve, door deszelfs zoon dirk, in het Jaar 
1535, deftig herbouwd. In het Jaar 1585 kwam het aan den 
Heer nicolaas van zuilen; en, daar na, aan jan van re- 
nesse van roermont , en in 't vervolg aan anderen. Het huis 
fc een zwaar ouderwetsch gebouw, waar in zwaare kelders 
gevonden worden, die, in het Jaar 1672 en 1673, tot gevan- 
genisfën gebruikt werden. Het word gehouden voor een de* 
prootfte Ridder-Hoffteden in de Provintie vin Utrecht. 

Haar , (ter) eene Havezate in Oven' js fel , in de nabuurfchap 
van 't Dorp O/f/, 

Haar, (frakcois vav der) of gemeenlijk harjeus vert 
haar genaamd, was geboortig vaii Utrecht , uit eeti Edel Ge- 
flacht. Hij begaf zig naar Antwerpen, en werd aldaar Hiftorie- 
fcbrijver van hunne Hoogheden albertus en isabella. Ook 
heeft hij, geduurende het beftand , een Boekje gefchreven, ten 
tijtel voerende, Onpartijdige ver klaar inge der oorzaaken van 
den Nederlaüdfchtn oorloge zedert het Jaar 1566 tot I6o8, waar 
in hij zeer partijdig tewerk gaat, ja zelfs niet zonder bitterheid, 
Het is door den Heer franco» Vrank , Raad in den Hoogen 
Raad van Holland. Zeelanden We>t friesland, • beknoptelijk 
wederlegd. onder den tijtel van Wederlegging van het Boekje 
van FRANCois verhaar; enz» mede in 8vo, en gedrukt te Bre-> 
^a, jn het Jaar 1608. Goudhoeven, noemt hem Verkeerdelijk 
floris van der haar. Nog heeft men van hem,, in 't Fransch, 
$en Traktaatje van de Kastenelije te Rijtfel, en ftet Leven der 
tfeiftgen, in 't LaJija. 

* ." * 

Haar, (johannbs van der) of harius, geboren xtGomi- 
chem , en Kanunnik aldaar. Hij heeft verzameld èene groote en 
treffelijke Bibliotheek, over allerlei weteafchappen en in alle 
Taaien, waar aan hij geen geld ontzag. Kanunnik in den, Haag 
geworden zijnde, voerde hij dezelve derwaards, enplaatfte ze 
ft de Kapel pp het Hof* #tt volk, dezelve ziende ontfche* 
p? n ? roeendp &f 'er zo yeele botsen ingants^h Hofland % of, 

?9 



HAARDA, HAAREN, enz. . ' 125 

.70 als quiciARDYN het uitdrukt, in de gantfche waereid niet 
waren. Bij kreeg daar door, onder het gemeene volk, den 
joaam van jan met de boeken» Bij zijn overlijden, in het Jaar 
1532» Het hij zijnen boekfchat na aan Keizer kakel den V, als 
legataris, 

{Goudhoeven , fettt en guiciardyn. 



Haarda» eene Edele Staate, in Friesland ', in de nabumv 
fchap van het Dorp OosterMeriftn 9 in de Grietenij van Ba* 
radeel f 

Ha aren, in ée Meierij, een fraai Dorp, ten Noorden van 
OMerwijk, hebbende een zeer vetten grond, bekwaam tot 
den Landbouw in kweekerij van Boomen , en waar op de be* 
wooners zig ook voornaamlijk toeleggen , men teld aldaar 233 
huizfen, die allen van elkander verftrooid zijn. De buik der 
Kerke is, in het Jaar 1736, ingeftort, en het Koor alleen 
ftaande gebleven* Haaren is gecombineert met Hilvoirt. 

Haaren, een Dorp in Staan Braband y behorende onder 
hér Graaffchap Megen, 

Haaren, dus genaamd ter onderfcheiding van Burg ef 
Bi rg- Haaren 9 in Gelderland 9 en van Qp- en Neder-Haaren 
twee Dorpen, in de nabuurfchap en ten Noorden van Maa- 
ftrigt, legt een uur gaans ten Zuiden van Groningen f Men 
wil. dat haron hier van. de ftigter zoude geweest zijn. Bij 
£e invoering der Reformatie in dat Gelest, is in dit Dorp 
de eer% Predikatie ge&an f 

, Haaren, eene JpLdele Staate, in Friesland t ondereet Dorp 
firenger$a , in de Grietenij van Schot er land, 

Haaren , (berg of burg) naar eenen daar bij gelegen Berg, 
de Hoorenfche Berg genaamd, dienende tot de Geregtsplaats 
Tan dit Ampt. pit Dorp behoord onder het tweede Ampt, 
aan het Rijk van Nijmeégen. 

R 5 Ha* 



*tf HAAREN, (o* HAAREN, (van) enz. 

Haaren, (op) een klein Dorp en vrije Heerlijkheid, aan dé i 

Rivier de Maas, niet meer dan een half üur van Maaftrigt, \ 
word dus genaamd, ter onderfcheiding van Neer of Neder-ffaa- 

ten , aan de overzijde van de Maas* nabij Rekkem. i 

. Nabij Op-Haarcn flaat het Kafteel Burg- Haaren , dat tamelijk 

groot, en van een deftig aanzien is, zijnde nog in 't Jaar 1776" . I 

merkJijk verbeterd. In het Jaar 1748 , geduurende de belegering j 

van Maaftrigt, hieid de Graaf van lowentiiall zijn verblijf 1 
op het zelve. 

Haaren, (huis te) een Kafteel in het Land van Overmaat 9 
ter linkerzijde van den weg van Klimmen. Het behoord on- 
der de Riddermaatige Hoftteden, en heeft, ten aflen tijde, aan 
deszelfs bezitters, (bijaldien zij Edellieden waren) 't regt van 
befchrijving gegeven, ter vergadering des Kwartiers Valkenburg* 
Reeds van oude tijden behoorde het aan aanzienlijke Gedachten. 
Dit huis is, in het Jaar 1742, door ongeluk, afgebrand» Hoe* 
wel, twee Jaaren daar na, de muuren wederom waren opge- 
haald, bleef het, eg ter, onvoltooid tot in het Jaar 1770, wan- 
neer het in orde gebragt werd. 

Haaren, (van) of van haren, een oud en beroemd Ge» 
flacht, dat verfcheiden voorname Mannen heeft voortgebracht , 
zo als te zien it, in het I. Stuk van ferWerda. Wij zullen 
alleen hier van de meestberoemden melding maaken. 

Haaren, (adam van) zoon van éverard, Schepen te Aken, 
en van agnes cortenbach, had zijnen oorfprong uit een Oud 
en Edel Geflacht, *t welk, zedert dien tijd tot heden toe, in 
Friesland is beroemd gebleven. Hij behoorde mede onder dg 
verbondene Edelen. Men leerde hem beter kennen , in het Jaar 
1572, onder den naam van Hopman daam. Zijne goederen 
verbeurd verklaard zijnde, beproefde hij zijn geluk bij de Wa» 
tergeuzen. Bij de komfte van alva in de Nederlanden , had 
liij het eerst moeten vlugten, uit hoofde van zijn verblijf in het 
Akertfche gebied \ dan hij was ook ee%der eerden, $te den 
grondflag der vrijheid hielpen leggen. "Het innemen van den 
Briel dient daar van tot getuige , en is , op dat Art. omftandig 

ver- 



HAAREN, (WILLEM Van) ènz. 



verhaald. Prins willem de I telde hem onder zijne verrrou- 
«rett»gen$ en de Graaven lodewtk en jan van nas s au, Stad- 
houders van Friesland en Gelderland, bewezen hem alle ach- 
ting; in zo verre # dat de laatfte de Voogdije over de kinde- 
ren van van haaren aanvaardde * waar vifn 'er drie, in den 
Krijgsdienst, voor het Vaderland, hun leven lieten. Deeze 
AD^m of da am, de roem van zijn Geflacht, overleed te Arn- 
hem , den 7 Maij van het Jaar 1589 , zijn lijk werd te Leeu- 
warden beg-aven, 

Tt Water, Verbond der Edelen, bl. 450, 
en2. 



Haaren, (willem van) derde zoon van adam, Gedepu- 
teerde uit de Edelen van Friesland ter vergadering van H. 
Hoog Mog«, geboren te Arnhem, den 19 Januari] van het 
Jaar 1581 ; geftorVen in den Haag, den 9 December van het 
Jaar 1649; hét, uit zijn huwelijk met magdaleka van viers- 
|EN, tien kinderen na* 

Haarbn, (euvst van) de derde zoon van willem, waa 
Kolonel van een Regiment Cavallerij* In het Jaar 1673, 
voerde bij 't bevel over de Ruiterij va de Aclie bij Swart- 
puts, en werd vervolgens Grietman van We stellingwerf. Hij 
was geboren te Leeuwarden, den 13 December van bet Jaar 
1623; ftierf den 15 Augu.tus van het Jaar 1701; en liet ze- 
ven kinderen na. 

Ha aren, (willem van) jonger broeder van ernst, gebo- 
ren te Leeuwarden, den 17 O&ober van het Jaar 1626. Zijn 
vaclef willeM vaN aaaren was Oppefftalmeester van Graaf 
Willem lodewyk van naSsau, Stadhouder van Friesland, 
én naderhand Gedeputeerde in het Koliegie van H. Hoog 
Mog, de Staaten Óènèfaal. Willem , waar van wij hier fpree- 
ken, na, met veel lof, zijne ftudien, te Franeker, Utrecht 
en Leiden volbragt re hebben, deed, zo als lieden van ge, 
fewrte in diea tijd gewoonlijk piagten te doen, de groots 

tour, 



HAAREN. (WILLEM va*) 



tour, door Frankrijk , enz. tot in het Jaar 1649, wanneer 
hij, door zijnen vader, werd terug ontboden. 'In het volgende 
Jaar werd hij in ? t Kollegie der Staaten van Friesland gedepu- 
teerd, uk het diftrift van hei Bilt, en kort daar na in den Haag, 
in de Generaüteits Rekenkamer. In het Jaar 1652 werd hi} 
Grietman van V 5/7/, en kreeg vervolgens zitting in den Raad 
van Staate. In het Jaar 1658 begaf hij zig in den echt, met Vrou- 
we ELISABETH VAN HEMMEMA. 

Hoe deeze Edele Fries zig bij het Vaderland verdiend ge- 
maakt heeft, blijkt uit verfcheiden Gezanlfchappen , door hem 
bekleed. Eerst aanvaardde hij die post aan 't Hof van Denemar- 
ken. In het Jaar 1663 werd hij gezonden naar Ooitfrieüand , 
om de Stenden aldaar te bewegen, tot het opbrengen van eenige 
penningen, door den Vorst, aan den Bisfchop van Munfter, in 
eenige termijnen belooft ; tervolbrengingevan welke belofte , den 
Vorst niet de wil, maar de magt ontbrak. Ditniettegenftaande, 
had, op den vervaltijd van den eerden termijn, de oorlogzngtf- 
ge Bisfchop de Deijlerfc&ans , aan den Eem, ingenomen; 1 
welk de Staaten met geen goede oogen Iconden aanzien. In het 
volgende Jaar zonden ze een Leger derwaards, waarbij van 
haaren, als Gedeputeerden te velde , tegenwoordig was, ï>e 
Schans werd in de tijd van 14 dagen heroverd. 

Ii> het Jaar 1670 had hij zitting in het Kollegie der Gedepi*. 
teerde Staaten van Friesland. In het Jaar daar aan hielp hij de 
rust der Academie te Franeker herftellen. 

In het Jaar 1671 bevond hij zig in Zweeden, en arbeidde 
daar na mede , hoe wel vrugteloos , aan de vredesonderhande- 
lingen. Vervolgens werd .hij naar Engeland gezonden , om, de 
vriendfchap te herftellen. Deeze togt had dien Staatsman bij- 
jia hét leven gekost, alzo, door een woedenden ftorra, het 
Schip , welk hem overvoerde , in gevaar van fchipbreuk kwam. 
Volgens berigten, zou het inzonderheid aan' zijnen moed te dan- 
ken geweest zijn , dat het'behouden bleef. Wijders woonde hij 
het Congres te JVijmcegen en Rijswtjk bij. Geduurende deeze 
afwezigheid, was hij tot 'Curator der Fri'efche Academie verko- 
ren; werd voorts Rentmeester Van de Domeinen dier Provintiei 
$n bekleedde dus, tot in het Jaar 1708, wünneeï hij zijn leven' 

eu> 



fiAAREN, (WILLEM vajO i£ 

cindigdef, de aanzienlijkfte Eerampten. Hij heeft geene kinderen 
nagelaten. De geleerde huber- deed over hem eeae fierlijke Lijk. 
reden. 

Ha aren, (willem van) het zesde kind van ernst, was 
*erst Grietman van Doniawerflal , vervolgens van IVeitftelling* 
werf* en eindelijk van het BMt 9 - Gedeputeerde, uit de Edelea 
van Friesland, In de Staaten van die Provfeuie; en, wegens 
dezelve , van tijd tot tijd gecommitteerd in genoegzaam alle de 
Provinciale en Generaliteits Kollegien. Hij was geboren den 6 
Januarij van het laar 1655; en ftierf den 18 September van 't 
Jaar 1728: vijf kinderen nalaatende. 

Ha aren, (aüam ernst Van") zoon van willeM, geboren 
den 25 O&ober van het Jaar i6S^ 9 verwekte, bij amelia hen- 
rietTa wilhelmina du tour, twee zoonen en ééne doch- 
ter : .ONNO ZWIER , WILLEM en FROUC VAN HAAREN. Hij 

was Grietman en Ontfanger-Generaal van 't Bilt - Gedeputeer- 
de in meest alle Collegien , en overleed den 12 Maij van het Jaar 
1717- 

Ha aren, (duco van) broeder van den zo evetïgemelden, 
ftièrf ongehuwd, den 30 November van het Jaar 1742. Hij was 
Grietman van ff r estftellifi g-werf: Gedeputeerde der Staaten. vai* 
Friesland in meest alle Collegien* 

Ha aren, (willem van) oudflïe zoon van adam eiénst* 
Grietman en Ontfanger-Generaal van 't Bilt ; Kwartierfchou« 
en Dijkgraaf van Peeiland\ Gedeputeerde Staat van Friesland* 
en, wegens die Provintie, Afgevaardigde ter Vergadering vat* 
de Algemeene Staaten; Gedeputeerde te velde, geduurendè de 
campagnes van de Jafcreiti747 en 174.8; en vervolgens H. Hoog 
Mog., Afgezant en Plenipotenttaris aan het Hof van zijne Door- 
luchtige Hoogheid, Hertog ka rel van lotharingen, ais Gou- 
verneur der Oostenrijkfche Nederlanden. Hij was geboren den 
si Februarij van het Jaar 171 o, en overleed den 27 Junij van 
het Jaar 1768. Deeze werd, zo wel als zijn broeder onno 

zwier* 



go HAARÉN, (ÖNNÖ ZWIER va*) enz. 



T! 



zwier, geplaatst onder de Ntderlandfché Dichters: de etitf* fm 

om zijnen leonidas, eo de ander om zijne geuzen. Eh 

II 

Ha aren, (onno zwibr van) dê -ongelukkigfte Staatsman varf k 

Eijn Gedacht , was geboren te Leeuwarden, in 't Jaar Ï713. Hij was w 

Grietman van Westfiellingwerfy Commisfaris Generaal van de Zwit* rijn 

%erfche en Grizonfehe troepen , in dienst van den Stóat ; Gedepu- ai 

teerde, uk den Adelijken ftand, in de Staaten van friesland * ten 

en^ wegens dezelve, op onderfeheidene tijden, afgevaardigd fi a 

ter Vergadering van' den Raad van Staate; in de Admiraliteit te w 

Amjleldam en in de Staaten Generaal; Gedeputeerde te velde; ^ 

Minister Plempotentiaris van H, Hoog Mog. op de vredéhande- 
ling te Aken; en Commisfaris van zijn Hoogheid, Prmfe wil- 
Lem ï>en IV, Erfïladhouder, tot het befehikken vau de zaake» s 

van Juftitie en Politie, Finantie en Regeering, in de door de \ 

Franfihen ontruimde Landen en Steden van Braband. Hij wat jj 

getrouwd met vrouwe sara ALrra van huls; uk welk huwe- fc 

lijk verwekt werden erf kinderen ; door eenige van welke 's mans f 

ongeluk bewerkt werd. Dan, wij oordeden beter, die wanda- j 

den in vergetelheid te haten^dtó tot fchande voor de nakome- j 

lingen, dezelve wederom téti toon tefpreidenï te meer, daar 
tijn Edele, van genoegzaam ai wat onpartijdig daar over geoor- 
deeld heeft, voor erifchuidïg is verklaard. Hem trof, iö het Jaar 
j 77 6, eene andere ramp, door een ongelukkigen brand in zij« 
buis, waar door zijn aanzienlijke Boekvera&melmg een prooi der 
vlammen wierd. Hij overleed de» 2 September vanbet )aar ï??9 f 
in den ouderdom van 66 Jaaren en 5 maande* Eenige van zijne 
kinderen zijn nogin Teven, en betóetdea mede aanzienlijke Ampten, 

Haarlem, forn^ In Kennemerland, en wei in de Bamie va» 
Heemskerk, ziet men (de overblijfsels van dk aloude SkK, Wf 
de Landlieden het Hof genaamd; beftaande in een brok, of 
twee groete fteenen op een heuvel. De bezitters 4aar ya» 
voeren den tijtel van Frijheeren van Oud-Haarlem* 1 Voorheew 
noemden zij zig Vrijheeren of Bartnnen van Haarlem; 't 
welk, door 'sLatids Staaten, den 11 Maij van het Jaar 1649» 
verboifen werd. .Oeeze Heerüjkheknböboorie aas *e van A» 

[en* 



HAARLEM, (OÜD) enz. 31 

fendeift, tot dat geórge frsdrik van renesse, Baron van 
EJderen, in het Jaar 1669, dezelve verkogt aan den Heer en 
Mr. kornelk fAiwius. Naderhand kwam zij aan het Ge- 
flacht van gul&ewagen. Het is onbekend, wanneer dk Slot 
.verwoest is. Na de eerde flooping, van nieuws opgebouwd 
zijnde, bleef het ia tand, tot in 't Jaar 1690, wanneer het, 
ten grooten deele, afgebroken, en, op de oude grondflagen, 
een fraai gebouw getimmerd en met fchoone Plantaadjes ver» 
fierd werd. Het behoorde naderhand aan den Heere hen. 
drik van der spelt, meermaals Schepen der Stao* /fmfttr- 
dam. 

Haarlem , ('/ Geflackt **») waar van men meent, dat het 
Slot of Huis, zo even gemeld, zijnen naam ontleend heeft* 
Het is een der alleroudften van Kennemerland. Veeie Hsfto* 
riefchrijvers willen, dat het van den zogenaamden Koninklij- 
ken Eriefchen Stam oorfpronklijk is. Doch wij Hellen bet, 
met van leeuwen en anderen, afkomftig te zijn uit We%t~ 
friesland, of Kenaepieriand zelve. JMt is, intusfchen, ze* 
ker, dat men 'er reeds op het Jaar 1124; gewag van geroaakr 
vind, in welken tijd wij vermeld vinden wermbold folpert 

C» WILLEM VAT! HAARLEM', Op het Jaar Il6o, VanEVERWACT, 
WILLEM en EVBRT VAN HAARLEM; Op 1203, va H SJMOH . JAN 

en yssrant van haarlem. gebroeders en Ridders. Ridder 
MMON gaf,^in het Jaar J250 , zijne huizinge, binnen Haar- 
fVm, aan de Karmtttfer Mênniken, die daar hon Klooster 
van maakten. Hij ftierf in het Jaar i&8o. Willem, broeder 
van simon, Schildknaap, vind men vermeid in het Jaar 1291, 
Hij 4iad eene dochter beatrix van haarlbm, getrouwd aan 

GERRIT VAN HEEMSKERK. DflLK VAN HAARLEM, Droefaflrd van 

Muiden, fneuvelde, in Zettend, in den (lag tegen de Vla- 
mingen. Hvgo van Haarlem wa* Abt van Egmotit. Van 
hem werd gemeld, op het Jaar 134 1, dh Gdhcht is ver-, 
maagfchapt geweest aan heemskerk, polanen, assendelft, 
enz. Het Wapen is een zilver Kruis op een rood Veld, be- 
zet, in ieder hoek, met vier zilvere Maferlem. 

Haast 



&a HAARLEMS Oodh. Gelegen fa Grootte en Sterkte. 

Haarlem, eene groote en aanzienlijke Stad, naast Dord* 
recht cte eerfte ftemhebbende Stad in de Vergadering der Stak 4 » 
ten van Holland^ welke tweede rang haar is toegekend, ztf 
om haare oudheid ; als om haare goede gelegenheid en bloei-' 
enden (land , waar in dezelve , boven andere Steden van 
dat Gewest, uitmuntte* De tijd haarér ffigting is onzeker; 
Eenigen willen * dat van Haarlem ± reeds ten tijde van 
Graaf dirk den 1 , gewag gemaakt word , en dus vóór 
het einde van de tiende Eeuw. Zo onzeker dit is , nog 
onzekere?, is liet j> deszelfs ftigting te brengen tot de 
vijfde of zesde Eeuw. Dat Haarlem reeds bekend was ia 
de Jaaren 1132 en 1155, en toen reeds eene bloeiende Stad, 
lijd geen twijffel, doch, of haare ftigting moet worden toe- 1 
gekend aan iemand uit» het Gedacht van Haarlem, kan niet 
bepaald wofderi.' 

Haarlem legt drie uuren gaans Betvesten Amflerdam ,• vijf 
Benoorden Leiden , en even verre Bezuiden Alkmaar. Het 
Spaarne i een frisfche droom, doorloopt de Stad, die, aan den 
Zuidkant, een aangenaam Bosch heeft, den Hout genaamd.' 
Voorts. ra de Stad, aan den Westkant, door hooge Duinen 
befchermd, langs welke men lustige Hoffoeden en een aan- 
merklijk getal van Lïjnwaat- en Gaarnbleekerijen vind. De af» 
ftroomingen der Duinen voorzien de Stad rijkelijk van versch en 
frisch water. De Buiterifmgels en fraaie Wandelwegen maaken 
dêeze Stad, die ruim en lugtig gebouwd is, dtes te aangenamer* 
Men wil, dat dezelve wel driemaal üitgetejgdis. De juiste tijd van 
de twee eerde uitleggingen weet men niet aan te Wijzen; delaatfte 
is aangevangen ki het bedrukte Jaar van 1672; wordende de 
Stad toen, aan de Noordzijde, mét twee nieuwe Graften ver- 
meerderd, waar van de eerfte, zijnde de Nieuwe Graft* met 
pragtige Huizen bebouwd is. De Stad heeft agt Poorten, be- 
nevens twee Waterpoorten* De agt eerfte zijn : de Sparwou- 
der, de Schalkwij ker , de Kleine en Groote Hout poort 9 de 
Raam, de Zijl, de Beimans en de Kennemerpoort ; de t^ee 
Waterpoorten zijn de Leidfche en Amfteldamfche Voorten. De 
muuren der Stad zijn , naar de oude bouworde , met verfcheide 
fotide ea half ronde Tooretis voorzien , de laatfte vergrooting 



; 

i 

ÖAAkLËMS Naamoarfptokkj Ktrkh ehWaereidLöeti JJ 

is dé Stad, aan dien kant j mèt agt aarden Bolwerken verfterkt/ 
*t Getal der huizen word op 7963 begroot, én dat der ïngëz'e* 
tenen , fchöori eer verminderende dan vetmëerderende , op ruüri 
40,000, 

De Naamsqoffpforik is even önzetó, aïè de tijd van' haaf 4 
ftigting. Lang hebben fommige beuzelaars den naam willen af-' 
feiden van eehen Heef Lém. Ma*ar anderen hebbén die gedagterf 
zo grondig wëderiegt, dat het der moeite met meer waardig U* 
daar vari te fpreekeri. V^ari alle andere gisfingen houd men voor 
de meest gegronde, welke hief op uitkomt* dat den naam vari 
Haarlem afkoraftig is van 't woord haar * 't welk, van ouds* 
fchraal en mager betekende , en het woord leim , 't geen eert 
Vetten grond te kennen gaf. . De naam of het woord Haarlet* 
zou dus te kennen geeven, dat die Stad aan den eehen kané 
fchraaie Duinen , en aan de andere kam vette Weiden had^ 

Haarlem is i zo wei als andere Hollandfche Steden j voor-» 
zien van Gebouwen,- voor alle Gezinten, ter Godsdienstoeffe* 
ning en aankweeking van goede zeden. Onder deeze Gebouwen* 
komen allereerst m aanmerking ,• de openbare Kerken: als, dé 
Groot e Kerkj eertijds aan st^ bavo toegewijd; zijnde een van! 
de grootfte en fraaifte in Neder Idhdt en* in het Jaar 1735* 
met een fraai Oïgel verfierd.- Digt bij dezelve ftaat een Klok- 
huis, dat,, in het Jaar 147$, volerokken is, waarin de Poort- 
klok, Kerkklokken en Doodklokken hangen. De $r< Janskerk 4 
In de Sti Jansftraat i niet verre van de Groote Markt; éerf 
tamelijk goed Gebouw , getlïgt omtrent het begin van de XlVrf 
Eeuw. De Nieuwe Kerkj volbouwd in het Jaar 1649. Dé 
Bakkencfe Kerk i zijnde-de kleinfte, doch de oudfteKerfc der 
Stad, waar vari een groot deel tot gemeene Huizen herbouwd 
ïs, zö ais dé Zijl en Kampeskerken , zedert lang, tot Turf-' 
fchuureri gebruikt worden. Dié ten $/. Gangolfiroor Tang af- 
gebroken, verder eene Waalfchei Lutherfche erf Remonftrant' 
fche Kerk, vijf bijzondere vergaderplaatsen voorde Doopsge- 
zinden , éenïge van welke, egtef, nu niet meer gebruikt bor- 
den. ï)e Room\chgezinden 9 dïe 'er veefe zijn, óeffenen hunne 
Godsdienst in verfeneidé bijzondere Huizen. Van de Kloosters * 
dïe *er Voorheen veéle waren r ais,- 't Carmeliten, dat der Pre* 
dikheeterr\ der Reguliere Kanunniken^ *c Begijnhof > % 



|4 ' HAARLEMS Regeering. - 

^koster der Nonnen bij den Zijl; der Nonnen van St. Mi'chieh 
vim St. Katrijn; der Minnebroeders ; St. Urfula Klooit er $ 
fat van St. Margriet en St. Clara. \ Klooster der Bernardi* 
nen; 't CeciUa; Maria Magdalena % 't Carmelitesfen ; van 
ge ft Maag*/ Maria; van S/. ^««*; der $/. Augustijnen ; 
der Cellebroers 9 en het Convent der JF#7/* Heeren. St.An* 
thonies Kapel en Gasthuis ; £/. Nicolaas Kapel* en die van de 
lï. Maagd Maria , werden de nog overige Gebouwen hedeti 
tot andere einden gebruikt. Wijders vind men 'er het Oude- 
mannenhuis, geftigt in 't Jaar 1608, 't Gasthuis ; Burger-ÏVees- 
huls; Arme-Klnderhuis; Aalmoe sfcniers-ffeeshuis en Tugt- 
huis ; Diaconiehuis; Pest" en Dolhuis en \Proveniershuis. Ver- 
der eenige Hofjes, als St.Pietershuis; Barbera** Gasthuis; het 
Frouwe en Anthonie-Gasthuis ; de Bakhenesfehamer ; het ƒ/*ƒ• 
ƒ* van Gratie; St. Jans- en Koenen-Gasthuis en Fransloonen 
Hofje; Wietersjtuis , zijnde een foort van Weeshuis en het Ha/- 
/e v<f« Heithuitett. Ook hebben de Doopsgezinden 'er eenige 
Hofjes, geftigt uit milde giften; als dat van den Heer ysbranö 
staats , enz. Ook is 'er een Latijn fche School. 

Onder de Waereldlijke Gebouwen munt uit het Stadhuis 9 
eenouden aanzienlijk Gebouw, aan 't welk, voor eenige Jaaren> 
een deftige opgang gemaakt is. Niet verre van daar , agter hec 
Stadhufe, is het Stads Gevangenhuis. Het Prinfenhof e» 
Band; de Vleesahhal; de Waag; Lombard; enz. 

De Regeeringe deezer Stad beftaat. uit een Koliegie van vier- 
entwintig Raaden of Vroedfcbappen; een Koliegie van het Ge- 
regt, beftaande uit dfcn Hoofdofficier, vier Burgemeesters et* 
reven Schepenen; en andere Kollegien van minder rang. Van 
ieder derzelven zullen wij hier eene nadere befchrijving gee- 

' De Vroedfchappen, wier getal nu eens meerder en dan min* 
der was, werd, zo als men meent, in het Jaar 1401, door 
Hertog albert bepaald op 33 perfoonen, en door Vrouw ma- 
ma, in het Jaar i 4 77 gebragt op 24. Nogthans maakten zij de 
geheele Vroedfchap niet uit. Doch die verfchillende ordens daar 
barende, zullen wij óns bepaalen tot de orde , daar op be- 
raamd, bij Prins willem den I. 't Blijkt uit de Registers (zege 
de Heer van oosten de bruijn, dien wij hier volgen) dat na 
Jat de Stad, door de Spaaufchen* was ingenomen* en zo lang 



HAARLEMS FntSfcU&êm 



£ij van dezelven bezetting moest tanden* efc datt feede te< 
*waard bleef, de oude orde dei- Regeertog alhier geheel verfercn 
ken is geweest, endatdeBisfcfiopmrf zijnen Raad en de Krijgt 
overfte met zijne Kapitéifieri de Stad geregeld iebben* ©oeh 
toen, na de Gendfche bevrediging $ de Stad -zig onder \ bewind 
Van deri Prinfe VaA oranje begeeven en met denzeiven eeö 
verdrag gefloten fiad , in de maand Jannarij des Jaars 1577, M 
Vervolgens van Vreemde bezetting Verlost Was, beeft zij, In de 
. maand Augustus daar aan volgende 5 bet geluk gehad, Vadcf 
Willem den I binnen haare muufefi te onttogen, en dooYfaeal 
in haaren ouden Regeeringsvorm herfteid te worden t waar na* 
op den 16 vait die maand * door zijne Excellentie > fa ftoogetf 
perfbon , aangefteld werden vier Burgeifteesteren, zeven Sche* 
penen , ^én Thefturier en tweeëntwintig Vroedfefcaflpeit. In het 
volgende Jaar gefchiedde het verzoek, dat* uit de befewaomffer 
en aanzienlijkfte Poorters* door zijne Exceftende, ofdergelvfef' 
Gemagtigdetf, mogten worden aangefteld vier Burgemeesterea, 
Sneven Schepenen, en daar benevens vierentwintig perfcnen* dié 
continueUken hun leven lanck geduerende RaeJen of Vroed* 
fchappen tullen blijven ; dat, wijders, dezelven itiogte» gfcr 
magtigd zijlij offi, ïngevaïïe eenïgen van dezelven kwaotefi ttf 
overlijden , anderen uit de aanzienlijkfte Poortefen, in fattlfer 
plaats, (e verkiezen en aait te ftellen; als mede,- het getal dor 
Raadeft of Vroedfchappert dtis vol Zijnde, bij Éoonenrrekkiög, 
of op andere wijze, te verkiezen* vier Burgemeestefett, zevetf 
Schepenen, en éénen Tnefaufier; of ten xnhnlen, dat, naar 'e 
voorbeeld van andere Steden, 2ij de benoeming zouden 4 heik 
ben, van agt en veertien perfotren, waar uit> door defr Print, 
of door de Raaden van llvliandj Jaarlijks,, vier Bnrgemeesfe" 
ren en zeven Schepenen zoude» worden aangefteld. > Dit laatfttf, 
door den Prinjs, Zijnde toegedaan.* Werden Mr* ^aülus buis 
en dirk van dek NiEüWBüRGH gemagtigd tot de verzogte aatt, 
ilelling. Maar, na dat , itf het Jaar 15$ t , een nader vedrag tatl 
Prins willem den I gefloten' was* zijn^ door Burgemeester* 
en Regeerders , nadere Vertogen, rakende den vorm van darzeitof 
ftads-ftegeering gedaan* Z\\ gaven te bennen , dot de mivaan* 
e» vooripoed der Stad fcheeine» ie vecetólchen , dat het tpedui 
iraa vkj^twiiHte Jtaadea 4 w* wntf Mdara** «ftest.vfcr- 



Z6 HAARLEMS Ftóidfchappén én Sehout. 

meerderd werden: zo om aan meerdere bekwame perfoncn» be- 
vordering te verfchaffen , en gelegenheid om kennrs in der Stads- 
zaken te verkrijgen , als ook om dat Burgemeesteren en Schepe" 
nen , veelal , uit de vierentwintig Raaden verkoren werden , en 
doorgaans langer dan één Jaar in 't Gerecht bleeven; waar door 
zij dikwils zig bevonden in te kleinen getal, en de last der Re- 
geeringe r voor de bijzondere Leden , te zwaar werd. Waar op 
de Prins goed vond, het getal der Raaden, met agt, en dus tot 
tweeëndertig pe vermeerderen; latende aan de Vroedfchap de 
benoeming van zestien perfonen , waar uit zijne Excellentie agt 
Leden koos, om, met de vorige vierentwintigen, geduurende 
hun leven, de Stad als Vroedfchappen te dienen» Op dit geurt 
is de Vroedfehap der Stad Haarlem gebleven, tot in het Jaar 
171 8, wanneer, op verzoek aan deStaaten van Holland, Oftroi 
werd verkregen, om het getal van tweeëndertig wederom te ver- 
minderen op vierentwintig. Dit hield ftand tot in hét Jaar 1 748 * 
wanneer, toen door zijne Hoogheid Prins wïllem den IV, 
nuttig en nodig geoordeeld werd, dezelve, van nieuws te ver- 
meerderen tot tweeendertig; uit welk getal dezelve nu nogbe- 
ftaat. 

Wat aangaat het Schoutsampt der Stad Haarlem; uit derzelver 
Handvesten is het kennelijk, dat, onder de Graaflijke Regee- 
ring, de Schout door den Graaf werd aangefteld, zonder dat 
hij een Lid van de Vroedfehap was , gelijk ook aan de Schouten 
aldaar meermalen ftem en zitting in de Vroedfchappen is gewei* 
gerd. Dit gebeurde, onder anderen, aan Schout wouter van 
beékestein, in het Jaar 1546. Wanneer, in vervolg van tijd, 
, iemand uit de Leden van de Vroedfehap , tot Hoofdofficier ver- 
koren werd, moest hij zijne plaats, als Vroedfehap, afftaan, 
en werd een ander in zijne plaats aangefteidr za als bleek uit 
.het geval van nicolaas zuiker, die, in het Jaar 1604, Schoot 
.werd, en, in het Jaar 1641 , met Mr. joan schatter. Nader- 
. hand is dit geheel veranderd , en bij het Reglement van het Jaar 
1670, op her Schoutsampt gemaakt, bepaald en vastgefteld, 
dat, voortaan, niemand tot het Schoutsampt van Haarlem , 
zou mogen benoemd of verkoren worden, dan die Raad of 
Lid van de Vroedfehap was, en dat hij Vroedfehap zal blijven, 
tn toe alk vergaderingen der Vroedfehap mede geroepen wor- 
den, 



HAARLEMS Schout en Burgemeeiteren. & 

den, doch daar in niet als Hoofd van 't Gerecht, maar, naar 
zijnen rang en ouderdom in de Regeering, plaats neemen* De 
reden van dfeze verandering was zeer handtastelijk , om- dat 
men Aioten had, het Schoutsampt , niet langer dan voor den 
tijd vau drie of uiterlijk zes Jaaren, aan iemand op te draagen, 
dewijl, te voeren, iemand hetzelve; zo lang hij leefde , of het 
neder leide, of tot een hooger Ampt bevorderd werd, bleef 
behouden. Ook dit is wederom veranderd, bij het laaute Re- 
glement van het Jaar 1749» op het Schoutsampt, volgens het 
welke, als te vooren, iemand buiten de Leden der Vroedfchap, 
daar toe voorgeflagen en aangefteld mag worden. 

Voorheen, zo als wij boven hebben gezegt, werden de 
Schouten, door den Graaf in der tijd, aangettetd. Naderhand 
gefchiedde zulks door den Heer. Stadhouder , door den Souve- 
rain, of door Gecommitteerde Raaden, uit een Nominatie van 
drie perfonen. . Dit is heden nog gebruikelijk De Schout is 
yerpiigt zijn Ampt in perfoon waar te neemen,. . 

Het Ampt en de benaming van Burgemeestereu is hier , even 
ate in andere Steden , van laater inftellüig , dan , dat van Schepe- 
nen, In de Handvest van Vrouw jacoba vi>N beijeren, van 
het Jaar 141 8, werden dezelven genoemd na of achter de Sche- 
penen; doch in die van filips en maria van Bourgondiër, 
van de Jaaren 1445, 1454 en 1476, hebben de Burgemeesterea 
den voorrang boven de Schepenen. Hun getal is, doorgaans, 
geweest vier, en dat der Schepenen zeven. Doch, in het Jaar 
1501, zijn 'er maar twee Burgemeesteren aange/leld , en, vier 
Jaaren daar na, drie; en zo.ook in het Jaar 1510; 't welk toen 
alzo bij meerderheid van (temmen beflist werd. Doch, nog 
vóór het einde, van dat Jaar, werden 'er wederom vier aange- 
fteU}; op welk getal zij, tot hier toe, onveranderlijk gebleven 
zijn. Met Schout en Schepenen maaken ze uit, het Gerecht, 
of. Collegie van de Wet, in onderfcheiding van dat van den 
Raad, Deeze worden,, zo wel als de Vroedfchappen , door 
den Souverain, of door Gecommitteerde Raaden, en onderde 
Stadhouderlijke Regeeringe, volgens overeenkomst, met Prins 
willem den I, in de Jaaren 1578 en 1581 door den Stadhou* 
der uit een dubbel getal verkoren. 

C 3 Wat 



$t HAARLEMS Burgemttsfeten en Scképèèto, 

Wat het Ampt van Burgem*etteren ert Schepenen aangaat, 
dear vm is elders, en wel op het Artikel Amsterdam, verQag 
jgfdaan. Hier zullen wij zien, wat de beloning der Wethou* 
defen, in oude tijden, tyas. „ Niemand moet z,\g verwonde- 
ren (zegt de reeds gemelde Heer van oostpn de sruyn)» 
dat men het voorheen als een voorregt aanmerkte, dat ds 
fljd, pm als Lid van 't Gerecht f e blijven, verkort werd, als 
peqt aanmerkt , dat tegen den dagelijkfchen arbeid , verzuim 
vaft eigen zaaken, en de ge vaaren, die elk vopr zijn eigen 
peribon, in die ^argetijke tijden, welke onze voorvaderen, 
jaaren agter den anderen, hebbén moeten doorworstelen, geen 
jte allerminfte belooning in dje rijden gegeven wierd. n Men 
vind, dat in den Jaare 15 10, door de Commisftrisfen , ter 
verandering van het Gefecht, aan de Vroedfchap in overwe- 
jfl&g werd gegeven, of men den Wethouderen niet eenige 
Woning zou toeleggen, 't zij in de betaling van hunne ren- 
ten , pf anders. „ Want (zegt zijn E)d.) in die tijden werden 
ite renten , lopende ten lasten van de Stad, niet ten volle fce* 
taaide De vraag waa dus, of men den geenen, die als Wet- 
houders dienden, hunne renten niet ten volle zou betaalen, 
int inzigt van den dienst, dien zij aan de Stad bewezen? 
Magr hoe redelijk dit voorftel ook wezen mogt , waren , echt 
ter, eenige Vroedfehappen van gedachten, dat men de Wet* 
hongeren geene meerdere renten betalen zou, dan aan ande* 
ren, En Burgemeester beekestbin, vier Jaaren dm na, ver-* 
zogt hebbende, dat hem, om zijn menigvuldige moeite en 
prbeid, dien hij, als Burgemeester, in de zaakeq van de Stad 
gedaan had, drie vierde deelen van zijne lopende renten mog-> 
ten betaald worden, binnen de vier Jaaren van den Staat, 
werd daar op het volgend weigerend befluit genomen: „ ia 
M dair up gecommuniceert ende geconcludeert, dat hij, om 
n conffequentie pacientie hebbe, Nijet min men bekent ei* 
9 , weet wel van de deugd en goed, dat hij der Stede gedaen 
,4 heeft, daer of God hem lonen fal," 

Naderhand vind men, dat in den Jaare 1568, om de dage*. 
}ijks toenemende moeite en lasten van de Burgemeesteren ext 
Schepenen, in 't waarnemen v*n der Stads zaaken, wa^ron* 

lij toune eigstë umm venten j aan d* vier Burgemeester 

fen, 



HAARLEMS Burgemeesteren en Schepene*. 9 

ren, en aan de oudfte Schepen, zoude werden toegedaan, zo 
lang zij in hunnen dienst bleeven, vrijdom van alle Stads ex* 
cijnsfen, zo verre als mijne Heeren de Commisfarisfen dit zou- 
den goedvinden. In de Refolutie van den 3 November dé* 
volgenden Jaars 1569, leest riien. „ Is geftemt en geordoft- 
„ neert , dat Burgemeesteren en Schepenen in der tijd hebbes 
„ zullen, achtervolgende zekere Artikelen daar af geconcipi»- 
it eert ende gemaeckt, vuijt der Stede beursfc, op alle vergt- 
„ derdagen, twéé ftuiyers, mids dat het fegelgeld van Bufge. 
*, meesteren en Schepenen in des Stede beursfe comen zal, en 
s , dit al upt believen van Commis&risfen." 

Van ouds heeft het alhier, zo wel als in andere Steden, vrij 
gedaan, tot Leden van Het Gerecht aan te ftellen, Poorterèn, 
die, naaf Stads rechten, tot de Regeering konden werden toe- 
gelaten, fchoon zij geefle Vroedfchappen of Raaden waren. In 
het Jaar 1428, werden, door filips van bourgondien de ge- 
zworen tachtigen gemagtigd, om Jaarlijks vier Burgemeesteren 
aan te ftellen uter alinger Gemeijnte , zo als ook de Regee- 
ring, in haar eerfte verzoekfchrift , aan Prinfe willem i egt, 
dat haare vierentwintig Raaden, vier Burgemeesteren en Zeven 
Schepenen plagten te kiezen, vuijten Burgeren. En alhoe- 
wel , doorgaans het grootfte deel der Leóetï van 't Gerecht ge- 
nomen werd uit de Vroedfchappen, is het, echter, ook we( 
gebeurd, en gebeurd het nog heden ten dage veele malen, dat 
tot Schepenen de zulken werden aangefteld, die geen Leden 
van de Vroedfchap zijn. 

Om in de Stad Haar Ie m , tot Schout, Burgemeester > Sche- 
pen of Raad, verkiesbaar te zijn, word, vooreerst en voor 
alle dingen, vereischt, dat hij Poorter der Stad zij, 't zij dan 
door geboorte, of op eene andere wijze geworden. Volgens 
Handvesten van de Jaaren 1394 en 1402 , moest hij Poorter ge- 
weest zijn, onafgebroken, volle tien Jaaren, 't welk ook, bij 
'de laatfte Octrooien van het Jaar 1651 van ttun Ed. Gr. Mog., 
altoos is in acht genomen. Nogthans is dit , bij een later Oc- 
trooi, van het Jaar 171 8, verkort op zes Jaaren, omtrent zulk 
eenen, die met eene Burgers dochter trouwt, en als dan zijn 
Burgerrecht verkrijgt, pf bevorens het zelve verkregen hebbet*- 
de, op drie Jaaren, Buiten dit Poorterrecht, had Hertog 

C 4 AL* 



m HAARLEMS Burgemeester** én Schepenen, 

^LBRtGT ook nog bepalingen gemaakt, omtrent de gegoedhei4 
van iemand , die aldaar in 't Gerecht j&ou verkoren worden. Do 
fonyne, daar tpe vereischt, is, van tijd tot tijd, opgekiomr 
jnen, en fejkens. vermeerderd* li^ het Jaar 1394 was zij ber 
jaald op honderd ponden; in het Jaar 1398, op vier hondertf 
pude fchilden; in het Jaar 1407, op zes honderd fchilden; h* 
<Jiervoege, echter, dat ieniand voldaan konde, die een derd$ 
deel in de Stad, en de overige bezat binnen Holland ^ aan Hui? 
zingen, $rven, of Erfrenten, Jndien iemand kwam te verar? 
*nen, zo dat hij minder' bezat, pf minder konde opbrengen, 
werd hij van zijn Ampt verlaten. In het Oftrooi van het Jaar 
j6$i , werd mede vereiseht, dat die geenen, welke tot Vroed- 
fpfiappen zupen gekoren worden, zullen, moeten gegped zijp 
.volgens de oude Privilegiën, en daarenboven den ouderdoni 
gereikt hebben van 25 Jaaren, tot Schepen 26, en tpt Burge-r 
jneester 36 Jaaren. |n het Jaar 141 8 ivaren pok reeds bepaald 
pLe graden van Namaagfchap , binnen welfce de Leden te faamen 
in het Gerecht niet mogten zitten, dan regt aft er zuster kijnt 
pfdaar bcnedev. t \n het Jaar 1651 lyerd! daar omtrent gezegd; 
flat (e faamen niet zullen mogen dietien , als Burgemeesteren,, 
poch opk als Schepenen , fchoonvader en fchponzopn , nocfo 
'f wee zwagers ? noch ook oom en neef, 't zij door bloede of 
'zwagerfchap. Verder word daar toe vereischt, dat ieman^ 
ppenbare belijdenis doe van den waaren Christelijken Gerefor- 
meerde Religie , zo ate dezelve , bij het Sijnode , binnen Dordr 
f egt gehouden, in de Jaaren 1618 en ïöjj, is bevestigd, en 
Ju dp publieke Kerken geleqrd word. 

* Verder worden alhie^r Jaarlijks twee Thefauriers. aa,ng^fteld t 
pijnde Leden in de Vrpedfchap; vijf Weesmeestejen, die éénen 
Secretaris en Bode pnder zig hebben j nevens één_of t wee Penfiona- 
jisfen. Aan den Heere en Mr. johan. de; haan , dien wij boven heb- 
ben leeren kennen , werden hier voor , in he$ Jaar 1603 , toegelegd » 
twaalf honderd guldens , ym veertig grooten vlaams , en daaren- 
boven twee honderd guldens, voor huishuur, tot zo lang hem * 
yaq de Statf, een Woonhuis, naar zijn genoegen, zou ver- 
zorgd zijn, i\an zijnen opvolger, oilus de plarges, den 14 
£ugustus van het Jaar 1619, duizend guldens, en daarenboven 
^rie honderd guldens y^pf huislnmr. Ruil genopt ia het Jaar 



\ty 



% 



HAARLEMS VenftonarUfen en Secretaris/en, enz. 41 

1640, 2009 guldens, de huishuur daar onder begrepen; van 
6Tryen, in het Jaar 1654, mec * e 2000; de Penfionaris held, 
in het Jaar 1671, 3000, en de Penfionaris ten hove weder- 
• om 2000. Men heeft hier één Secretaris van Burgemeesteren, 
één van Schepenen, en noch twee anderen. In het Jaar 1615 
is aldaar, tot ontlasting van 't Gerecht, opgerecht een kleine 
Bank van Juftitie, voor welke zaaken, niet boven de 150 
guldens, en zaaken van Arrest tot 50 guldens, werden afge- 
idaan. Ten diende van 't Gerecht, zijn hier, buiten de rei- 
zende Bode, vijf Boden, of Stads Roedragers, Wat aanbe* 
langt den Scherprechter ; door de onkunde van ampsing 'en 
schrevelius, heeft men na verteld en elkander diets gemaakt, 
dat Haarlem het recht zpude hebben, van eerien Scherprech- 
ter over Holland aan te (tellen; welk recht, volgens schre* 
velius, door Graaf willem, in het Jaar 1345, verleend zou- 
de zijn. Maar die anders geleerde man heeft niet bedagt , dat 
Koning willem reeds in het Jaar 1256 overleden was, en dat 
in zijn Groot Privilegie , gelijk ook niet in de Stads Handvesten, 
volgens het zeggen van den Heer van oosten de. bruyn, van 
dit recht niet een enkel woord gevonden werd. Wel is waar 
'dat de Scherprechter te Haarlem woont, en daarom de 
Scherprechter van Haarlem genaamd word; maar het is tevens 
'waar, dat hij door de Hooge Overheid aangebeld} en betaald 
word do„or den Rentmeester van Kennemerland \ of den Schout 
van Haarlem , volgens deszelfs Inftrufiie van 't 'aar 1728. 
Doch dat hij, die dit Ampt waarneemt, te Haarlem woont, en 
door de Rentmeester van Kennemerland betaald word , is bui. 
'ten twijflfel (zegt zijn Ed.) toe te ffchrijven aan een* ou^ 
de gewoonte, hier uit geboren, dat dé Graaven, van ouds, 
In deeze Stqd meest hun verblijf hebben gehouden , en dat 
deeze Stad altijd geweest is het Hoofgerecht van Ken* 
'pemerland. 

Daarenboven is het mede een oude gewoonte, dat zo dikwils 
de Officieren der Juftitie in Holland den Scherprechter nodig 
hebben, om eenig HjfftrafFelijke vonnis elders üit te voeren, zij 
daar over, aan den Schout of Hoofdofficier der Stad Haarlem , 
«mfchrijving doen. Dit, bij die van Delft , Leiden , IVoer- 
jen. Oude waf er en de Baljuw van Delf Mand niet wordende 

Q 5 war« 



4* HAARLEMS Penfio*arisfen en Secretaris fin, êö*. 

waargenomen, en daar óver, msfchen laastgemelden Baljuw en 
den Officier van Haarlem , gefchii gerezen zijnde, in het Jaar 
1725, is de zaak gebragt voor Commisfarisfen van het Hof van 
Holland y en daar op, ten voordeele van den Schout van Haat- 
Urn , het volgende befluk genomen, 

Martii den 20 Élartii 1725 prefentibui alle de Heeren. 

„De Heeren Sllcher en Moris rapporteeren, dat zij, inge- 
volge van de Commisfie aan hun Ed. voor eenige weeken door 
den Raad gegeeven, hadden voor hun gehad Mr. Willem Hoofd, 
en Mr. Cornelis van Valkenburg, de eerfte Baljuw van Delfland 
en Woerden, den tweeden Hoofd-Officier der Stadt Haarlem; 
en dat zij Heeren deeze Officieren hadden gehoord over het dif- 
ferent tusfchen hun lieden ontdaan , over het ontbieden van den 
Scherp-Regter van den Hove, die tot Haarlem is refideerende» 
wanneer die buiten de gemelde Stad tot het doen van Crimineele 
exfecutien word gerequireert : zijnde dat different jjereezen over 
de manier en wijze, waarop de zelve Scherp-Regter, door de 
Refpeétive Hoofd-Officiers, in dat cas moeten worden ontbo- 
den , en of daar toe gerequireerd wierde , dat hij Baljuw en an- 
dere Hoofd-Officieren buiten de gemelde Stad Haarlem refidee- 
rende zig bij MisGv* moesten addresfeeren aan den Hoofd-Offi- 
cier der gemelde Stad; of dat genoeg was, dat dire&elijk aan 
den Scherp-:Regter haar requifitie werd geaddresfeert : worden- 
de in die Conferentie bericht, dat wel d'andere Hoofd-Officieren 
in Holland, in cas van Requifiriedes gemelde Scherp-Règters , 
aan den Officier van Haarlem kwamen te fchrijven , dan die van 
Delfland en Woerden, midsgaders, die van de Steden Delft, 
Leiden en Oudewater zulks kwamen na te laaten. Dat gem: 
Officier van Haarlem hadde vertoond > dat het nalaaten van aan. 
hem té fchrijven verfcheiden disorders zouden kunnen caufee- 
ren, om dat wanneer, gems Scherp-Regter buiten gem: Stad 
zijner Refïdentie vertrokken wefende, daar niemand zoude ge- 
vonden worden, dié aan den requireerenden Officier zouden 
kunnen antwoorden, daar door onzekerheid moett ontftaan, of 
den Scherp-Regter ter gerequireerde plaats ftond te komen of 
niet , het vgeene . naar zijn gedachten , als van ouds fchijnt te zijn 



HAARLEMS Penfionariifen en SèereiarUfen , enz, 4J 

geconfidereerd, en waarom door een gebruik is ingevoerd ge» 
worden, dat de Scherp-Regter, niet mag vertrekken buiten de 
gemelde Stad zonder kennïsfe van denzelven Hoofd-Officier, 
en, dat de Scherp-Regter, daar toe ook effeltief is gehouden 
geworden, ten einde om zodanige disordres te verhoeden, als 
ügteüjk ontdaan zoude kunnen, wanneer 't in het vermogen van 
den Scherp-Regter wezen zouden zich zonder die kennis buiten 
de meergemelde Stadt te abfenteeren. 

„ Om dan de geufeerde Coftume in gebruik te houden, en 
de voorgedekte inconvenientien die voorgedeld waren, werd 
gelast inde maxime te continueeren, met en gelijk men gewoon 
was, aan den Hoofd-Officier van de Refidentie te fchrijven. Ei* 
werd verder goedgevonden, tot verhoeding van alle ongenoe- 
gen die over de Expresfien van zodanig fchrijven aan den 
Hoofd-Officier van Haarlem zouden konnen ontdaan , daar ne- 
vens formulier van Misfive te voegen, daar van de gemelde OÊ 
ficieren mutatis mutandi zig zouden kunnen bedienen , en dat 
daar van een Extraft uit naam van den Hove zou worden ter 
hand gefield." 

De Scherprechter plagt ook, van ouds , in de Stad Haarlem. 
wegens het uitvoeren van lijfttraffên , anders beloond te worden, 
dan op andere plaatzen: te weten, met een doop wijn en een 
paar handfchoenen ; zo als in zijn Indruétie, van den Jaare 
f728, herhaald werd, met deeze woorden: „ van elk per- 
„ foon, die hij aan den lijve draffe zal, zal hij hebben zes 
f , ponden van veertig grooten; uitgezonderd Binnen Haarlem t 
t , alwaar Ai f hebben zal naar ouder gewoonte , een Hoop wijn 9 
99 en een paar handfchoenen? Hij is de eenigde Scherprechter 
van Holland ', die bij de Staaten aangedeld en uit 'sLands Kasfe 
betaald word : want die van Dordregt is in 't bijzonder voor 
flie Stad, en word aldaar* op een Jaarlijkfche wedde aange* 
fteld, 

Haarlem heeft, van ouds, verfbheidene aanzienlijke voor- 
rechten gehad. De Ingezetenen mogten, alomme, in Holland ', 
Zeeland en fPestfriesland, vrij laden* Ook ztfn zij , al door 
Jtoning willem, in het Jaar 1245, van de Graaflijksheids tol 
vrij verklaard geweest. Hertog albert vergunde de Stad , op 
i$U 6 Junij vjm het Jaar 1394, dat geen Poorter meer verbeu- 
ren 



44 HAARLEMS Voorrechten. 



ren mogt, dan zijn lijf en zestig ponden; of, zq hij een dood- 
(lag begaan had , tagtig ponden ; voorts , dat alle .breuken binnen» 
laars beregt moesten worden, of dat *er de breukige van 
kwijt zou zijn, volgens een Privilegie van den zelven. Hertog, 
van den Jaare 1396, mogen de Heeren Raaden van Rhijn- 
land geen morgen geld gaudeeren of zetten, dan ten over- 
gaan van een of twee van 'sGraaven Raaden, en de Steden 
Haarlem en Leiden. Bij een Privilegie van Hertog willem 
van beijeren, van den Jaare 141 1, is verklaard, dat geene 
Hollandfche of Zeewwfche Steden de Poorters van Haarlem 
zwaarer mogen belasten , dan haar eigenen. . Die van de 
Gerechte van Haarlem mogen, volgens een Privilegie van 
Hertog fiups van bourgondie, van den 16 Augustus, van 
het; ]aar 1426, bannen uit het Baljuwfchap van Kennemerland 
en Rhijnland. Ook zijn de Schout en het Gerechte va« 
Haarlem bevoorrecht, om de zulke, die bij hun, uit Ken* 
memerland en Rhijnland, gebannen zijn, aan te tasten of te 
doen aantasten, ook buiten der Stede vrijheid, en zo verre 
hun banrecht zig uitftrekt, en voorts dezelve te doen bren- 
gen- in der Stede gevangenis. Eeneirdag in *t Jaar* den eer- 
den maandag namelijk na den Roomfchen Feestdag van Maria 
Hemelvaart, die op den 15 Augustus invalt, hebben de 
Haarlemmers , vrijheid, om in de. Duinen op de jagt te gaan. 
Men noemt deezen dag Hartjesdag, misfchien om dat 'er, 
van ouds , ook Harten konden gevangen worden. Het wan- 
delen op de Duinen, zo wel als in den Hout, gefchied nog 
heden , en wel meest door geringe lieden van Amjfeldam en 
elders; doch het jaagen is reeds lang in onbruik geraakt; of 
men moest door jaagen verdaan, het leegen van kannen en 
gfazen, waar mede de drank, veeltijds, onmatig werd naar 
binnen ,gejaagt,, en dus, met recht, onder de kwaade gebrui- 
ken in Holland mag geteld worden. 

De Stad heeft, van ouds, merklijk gesag gehad en geoef- 
fend, over de Dorpen van Kennemerland en Kennemerge* 
V olg. Reeds vóór den aanvang der beroerten, in de zestien* 
<}e Eeuw, werden de gemeene middelen dier Dorpen "binnen 
fc Stad verpagt en ontvangen, Tpen zij in de magt der 

Sfan« 



HAARLEMS Ha ft de/, Olldens en Schutterij. 45 

> ■ r . • 

Spanjaarden was, werd haar dit recht, door het Noorder- 
kwartier, onttrokken. Terftond na de Gendfche bevrediging, 
begeerde zij , als wezende de Hoofdltad van Kennemerland , 
in dft haar recht, herfteld te worden. Ook werd, bij de reeds 
gemelde overeenkomst, van den 24 April van het Jaar 158 1, 
door de Staaten van Holland ', en den Prins van oranje , be- 
loofd, dat men haarmetter daad wederom zou ftellen in het be- 
zit van al haar gezag, over de Dorpen van Kennemerland en 
Kennemergevolg > 't welk zij meer dan vijftig Jaaren, gehad 
had, zonder dat de verandering , daar in, zedert twintig Jaarem 
gemaakt, haar recht eenigzints zou krenken. Men vind ook 
aangetekend, dat de Kennemers, van ouds, onder de Banne 
van Haarlem te velde plagten te trekken. En nog heden fpant 
den Baljuw van Kennemerland* zo wel als de Baljuw van Bre« 
derode , zijnen Vièrichaar binnen Haarlem , en oeffent 'er ook 
lijfïïraffen, mids, daar toe, vooraf, verlof van Burgeraee<teren 
verzogt hebbende. Ook houd de laatstgemelde Baljuw, als 
Houtvester van Brederode , met de Meesterknapen , zijne 
Rechtdagen binnen Haarlem. 

De vooimaamfte Handel van Haarlem , die, egter, in een 
verbazend verval is , in vergelijking van voorige tijden , beftaat 
'm Weverijen van Zijden, Wollen, Katoene en Linne Gaaren 
Sajetten en andere floffeu. Ook maakt men 'er nog Gouden en 
Zilveren Stoffen, zo fraai als ooit te vooren* De Linnen We- 
verije^ die 'er zeer in bloei plagten te zijn, zijn niet alleen 
van daar , maar zelfs grootendeels uit Nederland geweken. In* 
tusfchen komen verfcheiden buitenlandfche Linnenhandelaar» 
hunne goederen aldaar te koop brengen, die, na dat ze te 
Haarlem gebleekt zijn, dat nergens anders zo goed gefcbied, 
naar Rotterdam, Amjleldam en buiten lands verzonden worden. 
Twijnderijen, Verwerijen, en andere Handwerken, tot de We- 
verijen behorende, worden aldaar nog veel geoeffend; zijnde 
de Twijnderijen een voornaame tak van den Handel te Baar* 
lem. Weverijen zijn 'er minder dan voorheen ; en Spinderijen 
n t geheel niet meer; wordende de ftoffaadje, gefponnen, van 
elders daar gebragt. Het Kantwerken is 'er mede ongelijk min- 
der. Lakens worden 'er in 't geheel niet. meer geweven. Du* 

is, 



46 HAARLEMS Handel, GiUens en Schutterij* 

is, zo als wij gezegt hebben, de Weverije van Zijden en WoP 
. len Stoffen de Hoofdneertng* Tot opzigt over dezelve zijn twev 
Opzieners öangefteld, die door Burgemeesteren , doorgaads uit 
de Regeerende of Oud-Burgemeesteren , gekooren worden» 
Deeze maken, met vier Overliepen* een Kollegie uk, dat het 
opzigt over de Weverije heeft* Uit eëh getal van veertien der 
voornaamfte Fabriqueurs, worden, daarenboven, zev«i toe 
Commisfarisfen of Gemagtlgden over de Weverijen aangeftekt 
Behalven deeze, zijn 'er nog twaalf Looijers der geweven Sto£ 
fen, onder welken één Deken is. Zij oordeelen over de ver* 
eischre deugelijkhöid der doffen, om voorts dezelve , naar der 
zelver waarde , met zeker Lood te beftempelen. 

In Bloemen en Bloembollen word aldaar, veel fterker dan 
elders, handel gedreven, zelfs tot in Engeland , Frankrijk > 
Spanje , Italië en elders. Rond om de Stad heeft men veete 
ruime en fraaie Tuinen , waarin de Bloemisten de Bloemen et* 
Bollen, met veel zorgvuldigheid en konst, aankweeken* De 
dwaasheid van den Tulpenhandel , in het Jaar 1637, is te be- 
kend, om 'er veel van te zeggen." Men was uitzinnig genoeg* 
óm meer dan vier duizend guldens voor één Bol te befteeden* 
Nog laater zag men dit geeven voor een dubbele Hiacinthbol, 
ja fommige Hiacinthbollen werden verkogt , tegen een goude» 
ducaat het aas , gelukkig voor Land en Volk , dat dusdanig 
eene dwaasheid, zelden meer dan ééns, (land grijpt* Voor om- 
trent honderd Jaaren , telde men, binnen Haarlem, nog^vijftig. 
Brouwerijen; welker getal' daarna nog toe twee en tagtig 
vermeerderd fs. Doch ook deze neering is , zedert , zodanig . 
verloopen, dat 'er thans niet meer dan agc Brouwerijen gevon* 
den worden. De meefte Ambachten hebben hier ook hunne 
Gilden , doch geen den minden invloed op de Regeering. 

Wat aangaat de Schutterij der Stad Haarlem , deze had ap 
daar voorheen, twee Doelen; de Oude of St, Joris Doele 9 .nvt 
het Proveniershuis ; en de Kloveniers Doele, gedicht in het 
Jaar 1562. Hier uit blijkt , dat aldaar Foct- en Handboog- 
Schutters plagten te zijn. Dat onder hen zeer bekwame Schuur 
Iers geweest zijn, blijkt uit den Prijs, dien zij te Mechelm 
behaalden, in het Jaar 1458. Deeze beide Doelen warai, teq 



. HAARLEMS Rechtsgebied en Kerkbtftier. 47 

tijde van schHevbuus , nog in wezen. De tegenwoordige 
Schutterij , beftaat uit agt Kompagniën , die te zaamen over de 
1200 man uitmaaken. Derzelver aiouden (laat , heb ik, in mij- 
nen oorfpronk in de Nederlandfcke Schutterijen breedvoeriger 
aangetoond, bl. 93 en ,94. 

't Regtsgebied deezer Stad (trekt zig ten Oosten van de 
Stad, omtrent twee honderd roeden uit, paaiende aldaar aan de 
Heerlijkheid vonHaarlemmeriieden , ten Zuiden begint het bijna 
op denzelfden afftand, de Heerlijkheid van Heem ft ede, ten 
Westen legt tegen het Regtsgebied van Haarlem, omtrent 
op gelijken afftand de Heerlijkheid Tetterede en Overveen % 
en ten Noorden (trekt zig de Heerlijkheid van Zuid-Aken* 
dam, tot digt onder de Singels jer Stad. Men wil dat het 
Rechtsgebied van Haarlem, 'zig van ouds-, tot digt onder 
jtmfterdam zou hebben uitgeftrekt. Zij bezit thans in eigen- 
dom , de volgende Ambachtsheerlijkheden , Hoogere oord, 
Sckoterboieh, en 't Huis te Kleef, Nieuweveen, Zevenhoven 
en Noorden, Tetterode, Albrechtsberg en Fogelzang. 

Ten aanzien van het Kerkbeflier deezer Stad, (laat aan te 
merken * dat de KlasGs van Haarlem, is de tweede in rang» 
der Noordhollandfcke Sijnode, volgende onmiddelijk na Alk- 
maar, en vervat in zig 39 Predikanten, als 10 binnen, en 
&9 buiten, behalven de twee Waalfche Predikanten. 

De Groote Kerkenraad aldaar, beftaat uk 10 Predikanten, 
iö Ouderlingen en 14 Diacónen, onder welke laatften mede 
begrepen zijn , een Thefaurier en een Scriba , aan welke 
Groote Kerkenraad , de ' beroeping det Leeraaren is toebe- 
trouwd: na handopening van Heeren Burgemeesteren ver- 
zogt en bekomen te hebben, maakt die vergadering eerst 
een gros , daar uit een twaalftal en zestal , welk zestal 
aan den Prefidenc Burgemeester werd bekend gemaakt, daar 
na een drietal , en dit aangeboden en goedgekeurd zijnde , ge* 
jfchied daar uit de verkiezing, welke dan de volkomene Ap- 
probatie van Heeren Burgeinepsterén geniet. Zo een Predi- 
kant fterft, en geen Weduwe nalaat, of naar elders beroepen 
werd, werd terftond tQt de beroeping van een ander overge- 
gaan, den overledenen kinderen nalatende, werd bet vieren- 
ieel Jaar, waar in. dezelve overleden is, voor hen nagelaten, 

doch 



4* HAARLEMS vermaarde Mannen in Wapent* 

doch een Weduwe nalatende, wórd na dat Vierendeel Jaaf , delt 
dienst nog een geheel Jaar voor haaf waargenöïnen* en geniet 
zodanige Weduwe daar na 200 guldens 's Jaars uit Stads Comp* 
toir. De Predikanten hebben aldaar geen Paftoriéhuizen , maar 
genieten eene Jaarwedde vant 15001 gulden en 70 gulden 

extra* 

De Klasfis van Haarlem vergaderd altoos binnen de Stad, eö 
vijfmaal in het Jaar, i. deeerfte Dingsdag iriïvfaart, & Dings* 
dag na beloken Paafehen. 3.Agt dagen na Pinxteren* 4.Agt dagen 
voor de Sijnode , en 5. de eerfte Dingsdag in Oétober, 

Onder de vermaarde en geleerde Mannen en Konftenaaf s , die 
Haarlem heeft voortgebragt, worden geteld, Ja^ van zuu- 
ken, Burgemeester aldaar. Petrus schriverius, schoneüs* 

«CHREVELIUS, Mr. KORNELIS KORNELISZé, *FRANS HALS, NICO»- 
JUAAS BERCHEM , FILIP WOUWERMAN , ADRIAAN VAN OSTADE * 

kornblis de visscher: de beroemde laürens janszoon kos- 
ter, en anderen, waar. van op bijzondere Artikelen zal gefprov 
ken worden* 

Haarlem heeft voorheen verfcheide Wapens gehad , het te- 
genwoordige is een Zwaard onder een Kruis, tusfchen vief 
eterren van zilver , op een rooden Grond. Dit alles afgehao* 
deld hebbende, gaan wij over tot de Gefchiedemsfen deezes 
Stad, en maaken daar mede een aanvang met het Jaar 1268* 
pm reden, dat, al wat voor dien tijd gemeld word, met geen 
aekerheid te bepaalen is , zo als bij het onderzoek op het Art* 
damiaten , in het XI. Deel van dit ons Werk gebleeken is. Op 
het Art. gysbrecht vak amstel, hebben wij gezien, hoe hij 
aan het hoofd eener muitende bende , om zijne eigene Landen 
te bevrijden , getrokken was , tot voor de muuren van Utree At * 
en na daar zijn rol gefpeeld te hebben , met de Kennemers hec 
beleg voor Haarlem floeg, om zig van de daar binnen gevlugte* 
Edelen meester te maaken. Ook hebben wij daar bij verhaald, hoö 
zij door Heer jan van persvn genoodzaakt werden , hals over 
hoofd terug te trekken y dat de beste Schrijvers fielten-, in hec 
gemelde Jaar ia68 , gefcbied te zijn, . ■ 

Bij den togt die Graaf floris den V, in het Jaar 1272 deed* 
naar Friesland* fneuvelde , onder andere» , gerrit van Haar- 
lem. Ook wt* Haarlem ten dien tijde de gewone verblijfplaats 



ÜAARLEMS Gefchitdtnhfe,; ' & 

dfer Hollandfche Graaven, blijkens de Handvesten, doof heti 
«kar Van gegeven* En opk oiit den dood van Graaf jan de I , dié 
aldaar overleed; in het jaar isop. Hoe Haarlem ,daar ria, met 
gantsch Hollakd gered Werd * uit de magt der Vlamingen , hel>= 
ben wij hier voor * op.het Art. van witte van haamstede ver- 
meid. Willem de. TH, tot de Graaflijke Regeering gekomeri 
2ijnde* trouwde met johanna van valöis^ zuster van filips 
de schöone, Koning van Frankrijk $ eii werd daar door een detf 
aanzienlijkfte Vórften van zijn tijd. Hij hield eeri prachtig Hof i 
binnen Haarlem * en fbhreêf in het begin zijner Regeering, eed 
heerlijk Tournoijfpel uit, dat eeiiige dagen duurde, waar op 
10 Graaven, lob Baronnen - 9 1000 Ridders * en een ontelbaarf 
getal van Adel verfcheeiu 

In het Jaar 1 306 , werd een aarimerklijk eri zonderling voorbeeld ' 
eener opgave, bij die Van Haarlem, aan Graaf Willem gege* 
Ven j aangaande de fchade bij hen zelveri , als mede bij de Ken* 
hemers geleden * in den Oorlog tegen de Vlamingen % beftaandd 
het verlies der Haarlemmers, in eenentwintig man aan doden/ 
behalven de gekwetften* rekenendp zij verder hun geledené 
fchade, op twee dujzend ponden, wordende die der Kenne* 
iners daar bij gevoegde Uit welke voorbeelden, die niet zeef 
gemeen zijn , blijken kan , voor eerst j dat wel de Steden eii 
Dorpen j in oude tijden , verpligt Waren , om de Graaven mei 
goed en bloed in de Heirvaarten te dienen , maar ödk tevens dé 
gewoorite hadden, van na het einde van den krijg, hun verhei 
ën geledené fchade, dan den Graave óp te geeven, om op deit 
eene of andere Wijze, vergoeding * of ten minften eenige Voor? 
rechten, als erkentenis, daar voor te ont&ngem Ten anderëti 
kan men zien> de waardigheid van Haarlem , als Hoofdftad § 
boven Kennemerland en Kennemergevolg * gemerkt de fcha* 
de, door die van Kennemerland * iri den Vlaamfchen krijg 
geleden j door Schepenen. en Raad, onder Eede verklaard 
werd; 't welk door Haarlem niet gefchied is, dan in dje hoe j 
danigheid van de Hoofdftad Van Kennemerland , eene voortred 
felijkheid, waar van 't bezitrecht aan de Stad* naderhand tetf 
onrechte betwist is* 

In het jaar 1328, werd binnen Haarlem , de Vrede tuslchéil 
de Oost- Friezen ± en Graaf willèm gefloten, eri twee Jaarérl 

XIX. DEEL* Ö - dm 



3* HAARLEMS GefcMedenkf**. 



jaar na fchreef Keieer lödewyk van Beijeren\ Brieven aaff. 
4e HrffantfcAeStedm* en dus ook aan de voorzienige Mannen,. 
Meesters, Schepenen en Bürgmeneren Van Haarlem r waar 
In hij aan denzelven kennis gaf v dat hij bunnwii Graaf, als Vafal 
des Rijks had opomboden, om hemden totrÉi ƒ k te hulp» w 
toornen , tegen de Frattfthe KoaingjPïUP*;, en daarom verzogi. 
van hen, dal zij zig. wel. wikte; wapenm, onnnmde een gedeefc 
te vag het Legjer uit te maaken, dat hnn lieder Graaf, ten bs~ 
boeven van het Rrjk, zouden aanvoeren, waar aan zij volde- 
den, en een heerlijke overwinning hielpen behaaieo^ Graaf! 
whxbm de IV, in bet Jaar 1345 gefneaveld zijnde, werdziji* 
Lijk gevonden, door den Commandeur va* de St. Jam Hea* 
rem, te Haarlem. En in het Jaar 1351 verbond' rig. Haarlem* 
ten voordeeJen van waujBttVAN wmjeren» die zo wel, als daar 
na, alb&egx vm beijgren , Haarlem met veele en voortreffe- 
lijke Handvesten befchonk. 

In hen Jaar 1377 „ ©atöond binnen Haarlem een geweldige 
beroerte v en wel voornaamlijk. tegen simon vam zaanden, die 
f in zijn Huis gejaagd, en vervolgd werd, met,oogmerk, om hem 
' van het leven te beroven, doah dit mislukte, wijl gemelde Heer 
vatczaatobn bet geluk had,, van zig tegen de? aanvallers te kun*- 
«en verdedigen; want hebbend* een Huls, waar van de Poon 
©f Ingang met fchotde'uren voorzien was, liet hij dezelve neder* 
vallen, en hield de menigte buiten, en zij, die ten getale van 
vierentwintig reeds binnen waren * berden door hem en den zij- 
oen dood geflagen, en uit de vengfters gefmeteiw Zijnde dit 
oproer veroorzaakt, door de partijfchap: , die 'er was, tas* 
fchen de Beer van bkeberode en s*mqn van zaanden, en bun* 
«er beider aanhangers, zijnde deneene H&ksch, en den ander 
KmMeljaauwich. Op onderzoek, gedaan op bevel van Hertog 
AUftRT van. heijbecek, wierden eenige dervoomaomfte belhamel» 
uk' de Graaflfehappen van Holland '. en* Ze*Jb«* gebannen, en op- 
andere wijze gefttaft. Na den dood van HeftogAiiBREor, in? 
bet Jaar 1404, werd de Heer autfoi* van z*and«*, wederom; 
aangevallen, doch was toen zo getakfcig niet' om Bet te ontfeo* 
men, maar werd dood geflagen, waar op de Burgerij tegen & 
pander in opftand geraakten, en drie honderd werden de Stad 
Uitgejaagd, terwijl 'er vijf fiieu velde/ flaaode ook dit geweld 

WC! 



Wedet riaar buiten oVer» Waai» door Het Slot ffctmfhd* téti 
grondel!' toe geflegt werd* Willem öe VI kwmöin pêrfooi* 
fn de Scad, om onderzoek naar het gebeurde t* doe») eil» 
men BevondV da* 'er ook' veel geweid en «WedWil gepteegtf 
was, aan het Huis van eenen glaas van der beekên* Veel» 
daar aan deet gehad hebbende , werden in zwaare geldboeten 
vei^vezefli Haar km had intutfchen* eit odk daar na, ajtoof» 
gereed geweest* den Graaf» met het leveren van manfchap*. 
fcen» enleenen van penningen, teil diende te (taan* Ook- zou» 
aldaar in döt Jaar het wonder met de Meermin gebeurd zijn,, en 
Volgens het'verhaai der oude Kronijken ,• zou » j aldaaf brood gege- 
ten hebben» en leeren finnen* Jan gbrb&ands2 van lbvdbn»- 
die de zestiende Eeuw berfeikt heeft, verhaald ,. veel geloof» 
waardige Menfchen te hebben aangecrofieri , dié Verklaarden ^ 
dit ongewoon fchepze!* meermalen met eigene óogen te Haar ^ 
km gezien te hebben* 

i Willem de VI » in het Jaat 141^, overledeti zijnde, weré 
gevolgd door zijne dochter* Vrouwe jagoba van beijerbn* 
Haarlem koos Ulereerst haare zijde* en fehoon dit niet meet 
dan recht en billijk was, vond men echter, zo hier als in andere 
Steden» de zodanige» die het met jan van beijeren hielden, 
en in de maand Juni j, van het Jaar 1417, rotte aldaar nfcefdajt 
60 Burgers te iamen, en poogden, door het kleppen van dè 
Krolt, een oproer tedoenomftaan, dan zij kreegen geen aanhang, 
de oproerigen ziende, in de Stad niet te kunnen (lagen, 
trokken met een nagemaakte Banier, van Haarlem naar *sGra* 
venhage, dan frieten daar het hoofd, wordende vijftien vat} 
bed gevangen* In de maand November, daar aan volgende» 
hadden eemge Burgers mede deel, aan den aanfiag op Gomi* 
ek*m> en op den 9 Februari], van het Jaat 1418* verklaard* 
Vrouw jacoba, dat zij aan den Heer jan van heemstede * 
Reere tot Benthuizen> alle goederen, welke harpert VaM 
roRREErr, aanzienlijk Poorter te Haarlem , doch die 2i$ 
bij de wederfjwmielingen gevoegt had, en op indaginge van* 
het Gerecht, met was* terug gekomen, onder Albrechtibtr^, 
Sttoam en Sclm&tèrbmh bezeten hadde, zo leen als eigent 
goederen., veirkogt had, ter ftjtotn^ van zesde» honderd gou* 

de Franfoh* kroöwar, die bij^ de* ïhefcurier oKfinfen war 

D % ren, 



HAARLEMS Gefehiedenisfen. 



ren , belastende zij een ieder , gemelde Heer van Heemfts* 
de 9 in 't vredig bezit der goederen te katen ,. dan bet is uit de. 
gefchiedenisfe kenbaar, dat Vrouw jacoba voor haaren oom fi- 
lips moest bukken, en dus ook Haarlem zig aan hem moest on- 
derwerpen. 

In het Jaar 1428 , werd Haarlem een der Hanztfteden* Wat 
de uitvinding der Edele Boekdrukkunst betreft , daar van zulle» 
wij op bet Artikel van koster (laurens janszoon) behoorlijk 
verflag doen» 

Nadat filips van BouRGONDiEN,na het overlijden van Vrouw 
jacoba, in het Jaar 1436, in het Graaflijk bewind bevestigd 
'was, begonnen, ia 't Jaar 1444, de Hoekfche en Kabbel- 
jaauwfche oneenigheden weder heviger uit te barften, waar 
door in dat Jaar, binnen Haarlem , een gevaarlijk oproer ver- 
wekt werd. Filips, zelfs afwezig zijnde, had zijne Gemalinne 
isabella van portügal, het beftier der zaakën in handen ge- 
ftelóV Zij, op de eerfte maare van dit oproer, begaf zig uit 
den Haag derwaards, verzeld zijnde van frank van borssb> 
len, en den) Stadhouder lalaing, zijnde de eerfte Kabeh 
yaawwty en de laatfte, die ook niet in de Stad dorst komen, 
Hoekschgezind* De Graavin geen mooglijkheid ziende, dien 
©pftand te bedaaren , wijl de verbittering zo groot was , dat de 
Haarlemmers zig niet ontzagen, de Staatjuflfers van isabella 
onder de klederen te tasten, om te ontdekken, of den Stad- 
houder, zig in vrouwen gewaad , daar onder verborgen had, 
verzogt aan de Hoekschgezinde Heeren, die zig nog in hunne 
Huizen verfterkt hielden y ijlings de Stad te verlaten ,' en naar 
Amjteldatn te wijken, hen intusfchen belovende, binnen drie 
dagen weder in Haarlem te brengen, dan het oproer hield 20 
ftefkaan, dat der Graavin die beloften niet konde nakomen, zij 
begaf zig weder naar den Haag % werwaards zij die van Haarlem 
dagvaarden liet, om aan' haar onderdanigheid , met hes brengen 
der Stads fleütejen, tebetoonen, en de breuke te beteren, dan 
bier aan bekreunde zij zig mede niet, waarom filips zelve een- 
nader bevel moest uitgeven , en daar in verbood hij , de Haar* 
lemmers eenige Koopmanfchap te laaten drijven, in eenige Ste« 
den van Holland en Zeeland, 't Gevolg hier van was , dat la-. 
LAiN,- aan wien al de fchtild geweten werd* van zijn Amp* 

gnt- 



' HAAHLEMS Gefchhdenhfen: SS 

-ontzet werd, en In zijn plaats aangéfteld, gosewyn de' wil- 
de, filips begaf zig in perfoon naar Haarlem, om de be- 
roerte te fïillen , het wetke géfchiedde door het veranderen der 
Regeering , en het ftrafFen van eenige der voornaamften , welke 
ffraflè, in het Jaar 1454, werd. afgekogt. Tien Jaaren later, 
feevond zig filips weder binnen Haarlem* 
- In het Jaar 1465, beloofde de Graave van charloïs, die 
van Haarlem , bij hunne Privilegiën te zullen bewaren, mids 
zij beloofden, hem bij den dood zijns vaders, als Landsheer 
te zullen huldigen , dat zij deden en volbragten , in het Jaar 
1468. In de Jaaren van T472, 1473 en 1477, hebben de 
Steden Delft, Gouda en Dor dr egt, de Poorteren van Haar- 
lem , vrij gefield van Pondgeld en het recht van Exue , Hertog 
■rarel yAN' BotJRGONDiEN , in het Jaar 1 477 gefneuveld zijnde, 
4iet deeze Landen in een weerloze ftaat na, aan zijne dochter 
maria , die zig toen met hare moeder bevond, in de magt 
<ler Gentenaars. Op de tijding van YHertogs dood , verga- 
derden de Afgevaardigden der zes groote Steden, op den 28 
fanuarij van het Jaar 1477, ook den 4 Februarïj te Leiden , 
en den ii was 'er een algemeene dagvaart van alle de Ede^ 
leri, groote en kleine Steden, in 'sGravéfihage, om over de 
zaaken des Lands te raadplegen, en na dat mama, op der- 
zelver verzoek , het groot Privilegie verleend had , trouwde 
zij met maximiliaan Aartshertog van Oostenrijk. Den afval der 
Gelderfchen, veroorzaakten niet alleen den oorlog tusfchen de 
Gelder fche en Hollanders 9 , maar ontftak de oude twist, tus* 
fchen de Hoekfchen en Kabeijaauwfchen ook weder op 
nieuw, waar door daaglijks nieuwe beroerrens verwekt wer- 
den , houdende Haarlem toen J de zijde der Kabeijaauw- 
fchen* ' ; . . 
Èenige Hoehfche Edelen, onder welke zig bevonden, a- 

DR1AAN VAN KRUININGEN, en HENDRIK BASTAARD VAN BRÉDR- 

RODE, in de Paaschweek, van 't Jaar 1479, zig binnen Haar- 
lem begeven hebbende, om hun uitfpanning en vermaak aldaar 
te nemen , werden van een goed aantal vermetele jongelingen, 
des nachts, in hunne Herberge overvallen, en zouden 't met 
de. dood hébben moeten bekopen, zo zij niet van de Waard 
«nWaardinne warentij gefprongen, en hen gelegenheid gegeven 

D 3 was* 



#, HAARLEMS -C^^J^^M 



wai, om dit onheil te-omkome^, en ten.eei#en ujtde Stad tp 
geraken. Het Gerecht deed daar niet het niintte onderzoek na.* 
maar bande eenige Burgeren uit de Stad, die wat ftout ovy 
dQeze flapheid der Regenten geklaagt, hadden, wan* korte dagen 
daar na, als het voorval rugtfcaar wejd* kwam Jjiegr jan va^i 
jegmond, een der voöraaamfte onderde KaMjeauiftke Ede»- 
Jen, binnen deeze Stad, ten wiens overfta*u en .jgpe^inken, 
de zo aanftonds gemelde- ^urjeren, , niet fulpen wierden geban- 
nen 9 .maar pok .anderen, wfer teepigfte jnisdajid was , d#t zij 
#ig met $e Uoekfcke JEdelen,, .geduurentfe bun verblijf aöwer, 
^ervrplijkt en deelgenoten yan jerzelyer varmafan ^eweesjt wa- 
ren,- Waar over men ?(£ niet bebpeftje verwandelen, als me* 
bedenkt, dat in dien tijd Haarlet* pMhftqüeQpiA® #jde4er Ka- 
heljaaywfchen hield, maar .dat deJJurgejij jdierStad, overal me* 
fle Kabeljaauwfchen mede trok, zp als zij ppk Vpraaven Hof, 
jn den Haag hielpen innemen ♦ ,en farfitekfelw verdrijven uk 
Leiden , welke partij ^ opTcJie tijd, de x fteifcfte was , yoornaan^ 
Ji jk door maxijkimaan bqgunöigd wordende. Gok verzekerd* 
naximiuaan, zig .voor die partij van Ha4riern f wendende 50^ 
inan, pncjer den Markgjaa/ van An.tmrpen, 'er binnen, dqdr 
die. pp het morren van de Burgerij, om dar, nwn r haar ^e^wQreq 
had, #een fpldaten binnen te roepen, \qedgr terug geroepef 
^erden. 

Vrouw wawa, |n het Jaar 1483 <, .pyeniede^ zijnde, wer4 
jvia^imiliaan Voogd over zijnen spon .bjusê. Ejaar na ontftond 
den twist , bekend onder den naam van Jopk&r fr^fyn porlog, 
^aar van wij op het Art, van Jonker F^Nsy^N^WE^Roi^E, melr 
ding. gedaan hebben. Maxüwmaaw,, Roomch Jdoniqg, kwa^m In 
perfoon in Holland, en oqk ,binnen Baarjem, && «en alge* 
meene Heirvaart tegen de Hoekfchen % die zig in Rotterdam 
genesteld hadden, te befchrijven, en *e veld te typngen. Ten 
#en einde werd de dagvaart eerst binden Haarjeni belegd, 
waa* op de andere Steden, aig aan den Roomsch Koning be* 
klaagden, dat, die van Haarlem , tot nog toe hadden fttlgez* 
#n,inhet maken van toebereldzelen, en h$t Remmen w geldmidr 
delen, want men was dus voorheen gewoon, dat Haarlem in:beid* 
zaken de eerfte wat , fconde zij thans , die agtorheid niet verd» 
feu; fcfcoon die nfet uit onwilligheid, ,of mindere «enegenheié 

fproot, 



HAARLEMS CifcUedttiisftn. 



fproot, maar wel uit onvermogen , veroorzaakt door de ramp- 

lpoed der tijden, en verval van haare eerde neeringe, waarom 

«ij eokxeeds afiktg van Graaflijke bede had verwerven, van 

Jiertefc ju&el, en ook nu, werd ze verschoond, in het op- 

fcrengea van penniqgen , door naxjmiluan, op «en zekere 

femme bepaald* Daar op beloofden zij , dat zij , volgens hutK 

jre Handvesten en Privilegiën, ten allen tijde, wanneer de Vorst 

«tve te velde trafc, mede met fcon jieder Poorteren, Ander hos 

•eigen Banier, zoude uittrekken, zo als zij dit ook met een de- 

de., en sdfs aaeer doende, dan zij belooft hadden, trekkend* 

«iet aidere Poorter en, ter bewaring -van XchUdam^ kwijtende 

«tg daar teven anderen, Hellende z\g aan het hoofd tegen de 

$ddaam,itie jdtaor MjaauniUAN^ binnen Sc&edam gelegt waren, 

en xüe ie Snd aan de Hoekfchen verraden hadden,, fchietende 

«laar bij zeven 9nrgeis, en daar onder een Vaandrig of Stade 

SanietdragEr, het leven in. Een deerlijk lor trof Haarlem , 

door de woede van het Ksst- en Brood/pet, n het Jaar 149a» 

waar van wij elders omftandtg melding gemaakt hebben, en dna 

smis hier alleenlijk tot Haar Jet» znHen bepalen. 

Het was den % Maij , van het gezegde Jaar , dat deeze "ben* 
jten , dte door armoede , tot bukenfpongheid was aangehist* 
«net een aanzienlijk Leger en ontrolde Vaanen, herwaards to- 
geil, en zig, des avonds on agt uuren, voor de fCruüpoert 
nederAaegen, èegerendp op het ogenblik re worden binnen ge» 
laten. De Wet , Vroedfchap. en Rijkdom, daar op terftood 
vergaderd, beflotssn, hun buiten te houden, 20 els ligt te doen 
was, en dit befluit zou den. ramp der Stad geweerd hebben 4 
«dien de Kucgerfj even zo verftandis* gedagt had, als de Re* 
geering, en bun had bij getiaan , doch eenige , éte met de Ken~ 
mtmers verftand Welden , braken de Poort open , en Meten bet 
Spoedende Kaai- en Mr*$ds+oJk in , dat binnen gerukt , tefr- 
Ooad door $eatge Burgers bij gefaan, op de Markt, tegen de 
R«geerifig aanrukten. Een gedeelte der Heeren, ontweek de 
woedt op het Stadhuis, dan hier waren zij niet veüg, want 
zij deden act allerlei geweer, een onbegaanbaar geweld op de 
sleuren , zo dat veertig van de Regenten, befloten, met de 
ujHaHer* in gefprek te treden, en zij hadden het geluk, van 
m verdrag te irefeo; waar bii bepaald werd, dat niemand 

D 4 van 



$6 HAARLEMS Gefchledenisfen, 

mm^mmmmmÊmmmmm i , i u i i i i u 

van die geenen , die op het Stadhuis waren , eenig leed zoude 
wedervaren, en daar op werden de deuren geopend, dan, zo 
ras dit gefchied was , verbrak de woedende menigte het gemaakt 
verdrag, en viel op de Heeren aan, waar van 'er drie jam* 
*ierlijk om 't leven raakten, té weten, de Schout klaas van 
■huiven, de Schepen pieter thomasz, en zijn broeder andries 
thomasz, wordende de eerfte op eene wreede wijze omgebragt, 
en daar na werd de nagt met pionderen der voornaarafte Huizen, 
-dóörgebragt , en dagr onder, dat van de Heer van rui ven * veiv 
fcheürende. :de Brieven en Zegels,, niet alleen bij de ^Burgers, 
maar op het Stadhuis y in de. Thefaurie- en Weeskamer , ten na- 
deele van de gantfche Stad en Burgerij, De nagt in woede door* 
gebragt, begon de hoop, daags. daar aan, een weinig te beda- 
ren. - Vier Hoofdmannen, elk met dertig mannen wel voprzien, 
werden aangefteld, om alle verdere buitenfporigheden te belet- 
ten,' Men richte op het Zand, nu de groote Markt, een g#g 
op, en deed, onder doodftraf af kondigen , dat alle, die eenige 
goederen geroofd hadden, dezelve weder zouden ten voorfchijn 
brengen , ook werd 'er vrij geleide beloofd, aan. alle diezigfchuH 
hielden , enz. De Kennemers bleven vier dagen in de Stad» en 
(pokken daar op naar Leiden, dan aldaar werden zij gefluit. 
Hertog albert van saxen, gaf de Stad genade, doch niet dan 
pp zeer harde voorwaarde: hij ontnam haar alle hare Voorrecht 
ten , en verklaarde , alle de Brieven , waar bij dQ Stad , of 
«enige derzelver Poorteren, iets van der Graaflijksheids Do- 
meinen geleend hadden, voor vernietigd, en <kt dezelve we* 
(leróm vrij en onbelast zoude wederkeeren, tot mijnen gena* 
(tigen Heer en 9 ook zou het Gier fe Ambacht blijven , tér zijner 
t>egeeving, . Alle de Banieren der Stad , die voor Leiden ge- 
weest waren, moesten in handen van dên Hertog geleverd won 
den,, om daar mede na zijne wille te doen, Altoos zoude een 
Poort, wel geiterkt, moeten ingehouden worde», ten behoe- 
ven van mijnen genadigen ffeere: Haarlem zou terftond moe- 
ien bewilligen, in de Bede, tegenwoordig den Landen van 
Holland en Friesland afgevorderd, en zo, wanfneër- in het ver- 
volg twee Steden geftemd hadden, zou Haarlem de derde moeten 
zjjö,.en dewijl door den opfland van Haarlem, drie. duizend man» 
BSft tliMideu mpeteu aangenomen wordeq, en m deese Landetr 



HAARLEMS CéfMedenisfa, tf 

t — — — — — — 

overgebragt, zoude de Stad aan dezelve twee maanden foldij 
moeten betalen, ter fomme van 24000 St. Andries guldens, 
' die terftond moesten worden opgebragt. Voorts waren uit die 
. genade geflooten , alle de geenen, die de Poort hadden helpen 
„open flaaa, die handdadig waren aan de doodflagen, aan de 
plonderingen en berovingen der Huizen, en eindelijk, moest 
\er eerlijke en profijtelijke betering gedaan worden, van de 
doodflagen, begaan bij het inkomen van 't Kaas en Broodt- 
volk,- naar goedvinden en wille van zijne genade. Tot het 
bijeen breien der geeischte fommen, waren de Stedelingen 
verpligt ,. om dat 'er zo veel gemunt geld niet voor handen was, 
hunne kostbaarfte kleinoodjen en Juweelen, hunne zilvere 
Schalen, Koppen en Lepels, op het Stadhuis te leveren -, om 
- daar uit de fchatting te voldoen. Op de gröote Markt was ook 
: een galg opgerigt , tot ftraf der geenen , die buiten gefloten wa- 
ren, dan hier van was de fchrik algemeener, dan de ftraf, wijl 
de fchuldigen zig reeds voor den komst van den Sax hadden 

• zoek gemaakt, en dit maakte den Hertog te meer ^vergramd op 
Haarlem , om dat men die zelfs met vrijgeleide had laten ver- 
trekken. Geduurende deeze aanmerklijke gebeurtenisfen , wer- 

* dender verfeheidene dagvaarten der Holland f che Steden, binnen 
Haarlem gehouden , waar aan den Hertog, zekerlijk niet ver. 
zuimd heeft, om een kleur van bet hoogde recht te geven, aan ' 
al het geen hij ondernam. 

Bij het zegelen der boetens , voor Haarlem , Alkmaar , 
Kennemerland én West friesland , die den Hertog aan zig be- 
houden had, moesten diè van Haarlem, Kennemerland en 
iPestfriesland, tot laafnis of verkwikking der goede ziele- van 
klaas van ruiven, opbrengen, 400 goude Andries gulden* , 
van 24 duivers het (hik, ter (lichting eener Kapelle,-in het 
Kafteel dés Herfogs va^ Saxen t én öin te doen maken eene 
Schilderij , in diè Kapélle op te hangen , waar op moest uit- 
gebeeld (taan, de moord aan hem begaan, en daarenboven 
agt honderd Andries guldens, voor. den dienst van dezelve 
Kapelle, om daar voor alle dagen, te rekenen, van den- dag 
der (lichting af, de gewone zielmisfen, en op eiken Donder- 
dag de mis van het Kruis , met gezang te doen , welk geld t 
bjnqen den tijd van ses maanden moest zijn opgebragt. Nog 

zou- 



£ HAARLEMS Üefchiedtnisfau 

— — — i " i — — — —* 

zonden die van Haarlem «k Alkmaar , met ile onderhorige 
Dorpen , "binnen den tijd van dra maanden y aan de Weduwe 
en Bloed vrienden, van den. Heer m-aas vjhïiüuyven ter bami 
fleflen, twee honderd guldens, -om daar voor ie doen maken,, 
twee gefchilderde .glazen, het «ene in de Kerk van Haarlem , 
en 't ander in de Kfit vaa Alkmaar, ter gedachtenis van den 
moord, aan gemelde Meer begaan, met een ©nderfdtrift, zulks 
aanwijzende, met uitdrukking van tiet Jaar en <!ag, waar op 
die gefchied was.. Nog zouden, die van gemelde plaatsen, ie* 
mand op hunne tosten, Jn heilige Redevaart zenden, naar R* 
'me, tor &. Piet er en PamJ, alzo 4e Heer van ruiven, daar 
toe voor zijnen dood een belofte fead gedaan , en zoude de 
geen', die ter Bedevaart gezonden werd, een Geestelijk per- 
ibon,«n daar toe bekwaam gekeurd moot en worden, Joor des over- 
ledenefis Erfgenamen en naaste Bloedverwanten, *en. binnen een 
maand detwaard vertrekken. Nog moesten die van Haarlem , 
aan de Weduwe en Kinderen van vden meergemelden Heft van 
rwvew , wij geven t . Bief , Wajn.,' Koorn , en .aüe verdere on- 
derhoud des levens , zo iangdie Weduwe leefde , en jaaharen dood, 
zo aan de dochter als aan de otudfte zonen, zo veeje 'er bleven 
wonen, in het vaderlijk Huis, at* 't Zaad. Ten teatften, moei- 
ten die van Haarjem en Alkmaar, en de Dorpen nog betalen 
aan .des overiedeus Weduwe m naaste Magen, duizend gouden 
Andrles guldens, tot wederopbouwjng en herfielUng van het 
Huis, zo als *t door dw.HeervjLWiRuww, Zak. gedachtenis 
*yas bewoond geweest, 

Het Glas, waar,v»o de «f beding, yolgens d^Cppie, daar 
*an te vinden, fc$ den Heer van ooston a&$auxN, feier ja , 
prent bijgaf, is volgens fat gazsgde van zijn Èd. ia de groote 
Kerk, W gedachtenis van kï>aa$ van ruiven, in den omgang 
van tet Koor, aan de (Oostzijde ,ge>ftejd, ia wezen gebleven* 
tot het begin der voorgaande Eeuw, waaieer het is .afgetekend, 
$n in koper gebragt, om 'er de gedachtenis van te bewaren, 
Alzo het 4e jongens fcegowen uk te gooien > en thans geheel 
wegfc. 



XIX. D? pi. III. 




AFBEELDING vaxhtGUS tj» GEDACHTENIS van bin HEER NICOIAAS 
tan HUIVEN, bovxh *T C HOOR vak m GROOTE KERK tjc HAARLEM. 



HAARLEMS VefckUfaUfa. 



jaeJHttt dtor -van is , wgt «jn Ed. ie Mfimdtn, ju het Jaar 
£$16 uitgekomen, met het volgende Ouderfcbrift: 

ÏÖCOCAUS t)E.RUYVEN t AKIHGER, JiTRAM KINHEIMERLAN- 
PIK, ET PJBJETOR HARLEMEHSJS , JBI0GM IN iDOMO CURlA 

anno 1492» mehse majo, Dié' 3a Bami Ba panecasearm 

•IWTERWPU0 AST# SUMMUM ALTARE AD WV| «AVON» HE- 
*OICE fi$PUKH7S EST, Cü/US EFFIGJES , €VM SERIE AVO&UM, 
PE«CTA FÜIT JN AMWTU CH0RI, IN*UAW7S VJTREIS « PRfr 
JEJNTUM VERSU6 PROUT HIC EX FA£IE .QUJPBM AD VIVUM IN . 
PRESSA EXHEBram, CÜJÜS INSCRJPWO, CUM EfFIGffi, ET 
VITREIS , HOC NOSTRO SiECUtO ANN* BIJLLESIMI SEXQEM?» 
TESANI , PEÜRORÜM PETULAKTIA, F&EO^UENTJ LAPIW.0 COM* 
FRATA, PAÜI-ATIM INTERUT» 

Fahianus Chmenfonita HameU, 
Excudibat Anno ip*i& 

Xe wfot fc, door v^lujs^o anderen, de flre*gite*d van de» 
Hertog van Saxen * ia doezen gedoemt; om jeden, dat niejt 
het geh*eje Lighaam der Stede f maar alleen het jlqgtfte en 
fc.bamelfte deel der Ingezetenen, daar aan fchuldig was, en dat 
dit gemeen zelfs , door hogen nood* #>t den opftand gedrongen 
wa$ , zo door ondraaglijke fchattingen , als -duurte van Jevensmldde* 
len , en groot e vermindering der waarde van het gangbaar gel& 
War ten minden Haarlem betreft, het is zeker, zo als uit het 
yerhaal gebleken is, dat zij tegen haar wit en dank, deel in die 
beroerten genomen heeft, en de Regeering 'er toe gedwonge» 
heeft, door het overweldigen van dé KruUpoort 9 en dus niet 
verdient, nog zo veel te zwaarder dan Alkmaar geftraft te 
worden , en haar daarenboven «hare Voorreehten en Privilegiën 
niet weder terug gegeven te worden, bij zijn vertrek, én zeft 
niet geheel onder de Regeering van den jongen f*lips, die, ia 
het Jaar 1494, gehuldigd werd, wordende eerst door kare& 
pen V , volkomen <daar in herlield, 

In de beroerten van de volgende Eauw , Is bijna geen St^d 
in Heiland % die meer dan Hsariem 9 gekden heeft. Het ücfyt 
des Euangeüums, openbaarde zig dwr^l vroe^, de^eerfle Prer 
dikatie werd aldaar gedaan, den $1 JuHj., van het Jaar 1565* 
Bas, yaa fa fttondeiijlrc JJejtfdtfojpfcg, Wtf b& wifehooad,. 

In 



Eö HAARLEMS Gefchiedenhjeti. 

in O&ober, van dat zelve Jaar, werd 'er op de Baan, even ^ 
buiten de groote Houtpoort, een houten Loots opgeflagen, het 
Geuzenhuis genaamd, waar in openlijk gepredikt en gedoopt 
werd , doch in April , van het Jaar 1567 , werd ze wederom afge- 
broken. In de maand April, van het Jaar 1572, Voos Haar tem 
der Staaten zijde, dan, twee maanden daar na, liep Haarlem 
groot gevaar , in handen van den Graave van bossu te vallen , 
wiens aanflag, egter, gelukkig ontdekt werd, nog voor het 
einde van dat Jaar, fchreef hij, zo wel afs die van Amfleldam, 
vlijende Brieven aan de Haarlemmers , om hen tot het verlaten 
,der Staaten over te fialen. Don fredrik , zoon des Hertogs 
van alba , was te Amfteldam gekomen > met oogmerk, om het 
beleg van Haarlem te ondernemen , waar van men de Regee- 
ring, door Brieven en ander zihts, kennis gaf. Binnen de Stad 
was alles even moedig, de Wethouderfchap , egter, fcheen te 
verflaauwen, en zond, op eigen gezag, eenig volk aah don 
fredrik af, om genade te begeren , dat door ripperda , Be- 
velhebber van Haarlem , vernomen zijnde, de afgezondenen duur 
te (laan kwam, want twee fan hen, christoffel van scha- 
gen en adriaan van assendelft Penfionaris, wierden gevan- 
gen naar Delft gevoerd, alwaar den een in de gevangenis ftierf, 
en den anderen openlijk gehangen , of zo anderen zeg- 
gen, onthalsd werd. DdN fredrik kwam midlerwijl voor 
'Haarlem. Met het befchrijven van het ftreng beleg, volgen wij 
Jiier woordelijk, het eerde authenticq Dag-Journaal daar van. 

„ Den Mertoghe van Alba'nietverfaedtwefendemethet onnoo-, 
fel bloet van Zutphen , van TNfaerden , oock meynende dat God 
x>p zijn ftout geweldich voornemen niet en merekte, heeft voor- 
eer ghewilt ( als Holofernis ) alle Steden onder zijn Jock ende 
Slauernije te brenghen, fulckx, dat hy ftrackx deen Tyrannie 
doende, dander heeft voorghenomen, ende is fo ten laetften 
ghecomen voor de 1 Vrome Stadt Haerlem, meynende (wanneer 
hy die ghewonnen hadde) d'andere refterende Hollantfqhe Ste- 
den lichcelijcken onder zijn Jork te brenghen , d'welck God door 
fcijn voorficuticheyt behoedt heeft." 

, „ Soo heeft nu Don Fredrico des Hertoghen Soondoor aduija 
vande Borgemeefters der Stede van Amfterdam óock ahlte ver- 
moeden is , om t'minftë volck te verliefen , gheibcht Verraderije 
ende lifticbeyt aen de Wet van Haerlem, die hein eenfdeels tee» 

ghe- 



HAARLEMS Gefchicdcnhjen. 6t 

ghedaen waren, in fonderheyt eenen Dierick de Vriefe oude 
JBurgemeefter, ende die de gantfche faecken vander Stadtver- 
tr out waren , nochtans hem daer niet inoe ghequeten foo dat wel 
behoorden, maer fochte alle de ghemeente te leveren in handen 
der Tyrannen ende Bloedtverghieters, voort t'welcke hy (als 
Judas) een trouweloos Pardoen gehadt foude hebben alft breeder 
blijekt byden Miflyue daer van zijnde." 

M Opten iij Decembris 1572 fmo/ghens te feuen vren is dïe 
Vroetfcbappe van Haerlem vergadert door dien (als Meefter 
Jacob Wij Paftoor van t'gr° ote Bagijnhof hadde fecretelijck een 
Brief aen zijn Broeder foderStadt ghefchicKt, inhoudende die 
Tyrannie byden Albanifchen hoop in vele Steden bedreuen, dam- 
men oock Pardoen verweruen fouden, foo verde het felflte ver- 
focht wert) die Wet dan inbaer vergaderioge defen Brief gbe- 
lefen hebbende, hebben by ftemmen gheuraecht wat befte ghe- 
daen ware, oftmen aen Don Frederico fouden trecken ofte niet, 
in welcken raet Achitophelis meyijinge, Godbetert, gheuolcht 
wert, ende zijn om den felueri te volbrenghen, fecretelicken de 
Sparwouwerpoort wt gbereyft met een Yfflee den voorfchreuen 
Dierick de Vries , Chriftoffel van Schagen , ende den Penfionaris 
Adriaen van Aflendelft. Den voerman anders niet te verftaeri 
gheueude, dan datfe t'Sparendam wilden wefen, Op den Dijck 
zijnde hebben, fy ghefeydt, voert ons ten half weghen, daer 
zjjnde , wouden fy voorts tot Slooterdijck wefen , al waerfè den 
voerman op gefet heeft, "ende en heeft henluyden niet voorder 
, willen voeren, foo datfy luyden van daer te voete naer Amfter- 
dam ghegaen zijn." 

„ Des naemiddaechs zijn alle die Schutters verdacbuaert te co 
men voor twee vren inde nieuwcDöelen , al waer oock gheco- 
men zijn Hopman Weybout Ripperda , Joncheer Lanflot van 
Breederode, Adriaen Janfz Schout van Haeriem, ende de Bur- 
gemeefter Stuuer. Die Schutters nu toy den anderen gheroepen 
zijnde , fo heeft Hopman Ripperda voornoemt haerlieden aldus 
aengefproken ende vermaent: Ghy vrome mannen ende Burgers, 
weet dat d'oorfaecke .dat ghy lieden hier vergadert zijt is 't fcrij- 
uen eens Briefsaen onfe Burgemeefters ghefonden, inhoudende 
datter noch ghenade by Don Frederico te vercrijghen is , waer- 
finine oock Dierick de Vries ende andere naer Amfterdam gbe. 

troc- 
4 



HAAttLËftö &fcteJe»k&l 4 



ttotkett zrjm Meet ift fty afdiëfi dat gfty lfeü* Burgers wift 6* 
dencken die gheftade die wy van hem te vercrijghen ende- te veld- 
wachter hebbetr, midtfgaders met wat eedtdatghydenPHnce 
van Öraengieff verbonden zijt, ick etf twijfele niet ghy en fUHt 
(als i«fc) uwen eedt foedcen te betragten, wauflek gansch vai! 
meyninghe ende wille ben die lelie dtfoppel bloets voor de BtiH- 
gers defer Stadt te waghen, foo ghy luyden fble* ooclf va» 
meyntage zljt te doen , wilt dat vrymoedich fègghen: Öp welc 
ke redenen die fehurters eendrachteiijcken gheroepen hébben', 
lijf ende.bloet met hem voor het gheraeyne Vaderlanrop te ftfr 
ten , in der voeghen dat fy luyden naer meer andere vermanhf- 
gbe vriendeMck vanden anderen gefcheyden zijn. Hebben ooek 
terftont daef na de voorfz. Hopman ende Schout * brieuenaen- 
den Prince gefonden hem de (taet vander Stadt remonftre-» 
rende.* 

„ Van gheüjcken oock eenen fecreten Brief na nieuwe* 
Dam ghefonden aen Joncker Lazarus Muller, Ouerfte van thierf 
Vendelen, den welcken aldaer zijn loopplaetfê hadde; Ten 
eynde hy haerfieden met fommighe vanden zijnen ontfetten wil- 
de, dit achteruolghende, is hy cfenfeifften nacht met zijn gant- 
fche Regiment opghebroken, ende door Waterlant die vanHaer- 
tem tot ontfcr ghetrocken. M 

„ Den ülj. Decembris is Lazarus Maller voorfif. met zijn x. 
Vendelen knechten voor de Stadt ghecomen, waer van darter 
Hij* in quamen, ende dander' vi. paffeertfen voorby. Die namen 
van de Hopluyden die daer in quamen zijn defe. Steenbacft 
Ltiy tenant van Lazarus Muller, fchriftoffel Vader, Lambert van 
Winenbercb , Marten Proys." 

„ Op defen dach is ooek naer Gods bette! <f Afgoderije wt de 
Cercken ende Tempelen gheworpen , De fefne döer van gherey-^ 
nicht ende bequaem ghenmeckt om het reyne fhyuere Wodrt 
Gods d«er in te prediken." 

„ Den v. Decembris zijn wederom van Atófterdam ghecomen 
Chriftofiel van Schagen, met Adriaen van Affendelft Pettfiona* 
rius, de welcke terftont (als gheuanghen) naer zijn Excel, dea 
Princt van Qraengien ghefomtea werden."* 

op 



HAARLEM» CtfMrdentift: ** 

*mmÊmmmÊÊmmmmmmmmmÊmÊÊmmmmmmmmmmmm-mmmÊmmmÊmmmmmÊmimmmmimmmm^ÊimÊmmmmmmmm+ 

» Op defendach ifler een Bode van Amöerdam van de vijf-- 
fauyfen gehaelt ende inde Stadt gebracht, den wekken eenea 
Brief f by Dierick de Vries ghefchreuen) wc Amfterdam ae» 
de Burgbemeefters der Stade Haerlem gebrocht heeft» maer 
ak den voorfz. fackdragher bij Haarlem ghecomen is, en heeft 
hy feluer daer te comen niet doruen beftaen, maer bedt ee- 
i*n Boer daer toe verwillkht die den fefaea oock in dé- 
Stadt gebrocht heeft, wekten . fackdragher aaer fcherpe exa- 
minatie metter galgen gheêxecuteert is*" 

» Op den vL Decembris zijn die vianden YSpaenww gceo- 
men doende fekere. cleyne fchenautfeiinge tegbens die vao 
Sparendam ." 

„ Den vij* hebben die Burgemeefteren ende Hopluydeo ge- 
tonden tfSparendam tot ontfec, Gherrit Verlaen met fekere 
'ghetotte Schutten ende dubbelde Soldenaers* in «Is fierek 
CCC. mannen, waer van Hopman was Marten Pruys*" 

„ Opdefen dach hebben die vlanden haer weder verthoont* 
ftlcx datter fekere fcharmutfinge geualkn zijn, al wae^r oock 
die van Sparendam met haer grof ghefchut onder ghefebocea 
hebben." 

„ Den vlij. Decembris hebben die Burgemeefters ende Capi- 
'teynen der voorfz. Stadt Haerlem, wt ghefonden na Sparen* 
dam fekere Burgers ende andere, met grauen ende andere in- 
ftrumentes om de» hooghen Dfjck tufichen Sparendam ende 
Spaerwoude door te (leken ende op te deloea, ten eynde 
d'lant onder mochte loopen, bejt wekke fy niet diep ghenoecjfe 
gfcedoluea en hebben/ 

„ Opdefendach is tot Haerlem in ghecomen die Heere van 
Sint Aldegonde,. Commisfaris vande Prince van Oraengien, 
#m aldaer foot nader hant ghebleken heeft, die Stadt mee 
vrome Wethouders ende voorftanders te voorfïen." 

„ Hebben oock op den feluen dach de Spaengiaerden op des 
dijck tegens* die van .Sparendam een laopfchanfe gemaeft, en- 
de hebben mede alfdoen tvoorfz. ghedoluen gadt in den dijck 
«reder door die Boeren doen floppen." 

„, Den ix. Decembris fmorgens ten thien vren zijn wederom 
die. Schyue** inde voorfz. Doelen vergaert> al waer mede 

6*- 



«4 HAARLEMS Gefchiedenisfetié 

gecomen is dié Heere vftn Aldegoöde, den welcken een feef 
wel fpreketit man die Schutters verhalende die aengheborené 
groote liefde ende affeftie die den Prince van Oraengien tot de- 
fe Nederlanden heeft , inlbnderheyt tot het Graeffchap endö 
lande van Hollandt, d'welcke hy met verfcheyden exempelert 
verthoont heeft* Verhalende van gelijcke de ftaet vander Stadt * 
midtfgaders t'vertrecken van Dierick de Vries, foo wy voren 
ghefeyt hebben, doende mede die Schutters lefen zijn Commis- 
fie, al waer hyhem aufthorifeert , laft, ende beueelt, de voorfz* 
oude Wet van Haerlem af te fetten ende een nieuwe Wet, als 
Burgemeefteren,. Schepen ende Rade. te verkiefèn, Waer om 
oock hy den Schutters vermaende , dattet niet ghedaen en is om 
die voorfz. oude Wet te onteeren aeii haren naem oft füem , al* 
fb daer vele onder waren die niet dan alle trouwicheyt ende lief- 
de tot hare gemeynte bewefen hadden , maer alleenlijck om de 
voorfz. Stede voor defen tijde beter te verfekeren. Verclaerde 
oock dat den Prince fulcks niét en dede om die voorfz. Stadt 
van hare goede Preuilegien te verminderen, maer alleen voof 
quaet te verhoeden , begbeerden daeromme erflftelick ende vrien- 
delick aen die gheheele Schutterie dat elck in zijn Rot gaetï 
foude, ende vergaderen met ghemeynder ftemme viij. Burge* 
meefters , xiiij. Schepens , ende xx. Raden , om dit toecomen* 
de Jare te regieren, die welcke de Rotmeefters des auonts met 
een biiljete ouergheuen fullen , ten huyfè van Pieter Kies daetf 
den voornoemden Commiflaris een nieuwe Wet wt kiefen fou- 
de , alle d'welck fy volbrochten." , 

„ Den x.Decembris fnachts, waft eerten kouwen nacht, fulcks 
dat de Sparen ende 1 ije binnen Sparendam fo fterck was toe ge- 
uroren , dat die vianden van achter ende voren daer op hebbeö 
geftormt , Ende na dat die van Sparendam haer mannelick ghe- 
weyrt, oock haer groot ghefchuc tot verfcheyden reyfen los ge«- 
fchoten hadden , zijn die vianden van alle canten foo fterck aen 
gheuallen ende gefchoten, dattet Garnifoen daer in liggende hent 
op de vlucht heeft moeten gheuen , hoewel nochtans daer t6 
voren veel Spaeniaerden ghebleuen waren , al waer fy oock ha* 
ren Hopman genaemt Marten Pruys een ghetrou ende vroom Ca* 
piteyn met fommige dubbel Soldenaers verloren hebben/ 1 •* 

i, Doqn 



Haarlems cefMaAnufl^i * <$ 

,, Doen nu die Burgemeefters* Capiteynefl, ende Hodftiuy» 
den vander Stade Haerlem van verde fageu dat die vianden op 
Sparendam ftormden , foo hebben die haerluyden met een Ven- 
del Schutters, ende- een Vendel Knechten (die inder Stade 
ïaghen) die van Sparendam tot ©ntfet ghefondeny maer doen 
fy. een ftuck wt der Stad waren* quara die tijdinghe dat Spa' 
rendam eueruallenwas." 

„ Den xi. Decembris zijn die Spaengiaerts te voete ende 
te Paerde gecomen, ende hebben die Stadt van Haerlem bc 
f ent, daer die vandér Stadt teghens wt ghetrocken zijn, ende 
byder Siecken fchütgheuaert met hen ghehouden hebben , waetf 
alfo een deel vanden Spaengjaerden hen op den Toren vande 
Leprofen begheuen hadden, foo en moehte die vander Stadl 
metten vianden niet te wereke comen," 

*, Op den felueti dach zijn tot Haerlem eenighe vin <Toudt 
Wet* die- fufpeé* waren * ende inde reyfe van Dieriek de 
Vries gheconfettteert hadden, binnen hare huyfeft in bewaerdet 
handt ghehouden. Ende zijn tot Wethouders der Stadf bydéö 
Heere van Allegonde ghekoren gheweeft defe naeghefchreueü 
perfoónèn * ^ 

JJürghemeeftera. 

„ Claes vander Laen, Joneneer Jan vander Vliet * Gherfif 
Stuuer, Pieter KiW * 

Schoenen* 

tt Willem Adriaenfz* Jacob van Huefden* Cornelis Rijd* 
ken, Pieter Bael, Claes Maetenflz, Adriaen van Berckel* 
Matheus Augüftijnflz.'* ^ 

„ Op den xij. xiij„ xiiij. xv. tfvu ende Xvij. Decenlbri* 
zijn die vianden vaft naerder ghecomen om te fdhanfen , ghe- 
merel het alle defe daghen feör miftich weder was, waer te* 
gen die vander Stadt oock haer naerfticheyt gedaen hebbed 
om die felue (daer zijt meeft van nooden hadden) te forti- 
fiereni Singende mede van ghelijcke die vianden voor elcke* 
poorten tot een fJ>ot ende verachtinghe van die vander Stadt ^ 
Chrifius is opgefianden * Tot Haerlem is een buyt voor hqn* 
den* Dut willen vvy alle gader vroltik %ijn 9 Morghen f a f 
ons die Stadt vry eyghétt zijn* met meer andere fchamper* 
titoörden," 

XIX. deal E, „ Den 



tó HAARLEMS GtfchitdetUfen. 

„ Den xviij. Decembris ten vïij. vren hebben die Spaengï- - 
aarden beginnen te fchieten op de binnenpoorte vande Cruys* 
poorte, ende aen beyde fyden der feluer poorte, met clooten 
van xl. ende xlvi. ponden, ende met xiiij. ftucken tfeffens, 
waer teghen die vander Stadt met eenen mannelijcken moedt, 
met Wolfacken, Hout, Aerde, Steen, ende andere Subftantien 
die mueren ende Vellen ghefterc* hebben. Al waer oock den 
dienftknecht van Joncker Jan vander Vliet t'hooft vanden buyck 
gefchoten werdt. 1 ' 

„ Omtrent den middach hebben die Schutters ende Soldaten 
vander Stadt haer macht (die fy op het Blockhuys vande Cruys- 
poort hadden) verlaten, ghemerft dat die voorpoorte meed né« 
der gheuallen was, fo datter gheenen wech ofte toeganck meer 
en was wt het Blockhuys nae de Stadt." 

„ Teghen den auont is het voorfz. Blockhuys vande Schut- 
ters ende Soldaten weder inne gheiïómen,. makende des nachts 
daer naer eenen wech onder die afgeuallen Poorte, die de 
vianden op den dach met vu lxxx. fchoten gherafeert had- 
den;» 

Den xix. Decembjjj* hebben die vianden wederom (tydich met 
haer grof gefchut op die fint Jans Poort ende op t'voorfz. 
Blockhuys gefchoten vi. Ixxv. maeL" 

„ Alle welcke fchade die vander Stadt wederom met Bol* 
wercken ende fortificeren verbetert hebben, beghinnende mede 
van de Sint Jans poort tot de Katherijnen Brugge toe eenen 
tfenwen Wal te maken/' 

Den xx. Decembris hebben die vianden weder al gbeftadich 
©p het Blockhuys gefchoten clix. mael, ende dat gheduerende 
tot ojntrent den middach toe, want haer die vanden alfdoen be- 
reyde om eenen ftorm te doen, waerom die clpcke allarm ge- 
dopt heeft, die vianden hadden alle die poorten met Paerden 
ende- met Voetvólck doen hefetten, fulcx dat fy omtrent die 
elocke een vre met opgherechte Vendelen van de Siecken qua* 
pen trecken , pp haer fchouderen hebbende fekere toegemaede 
Bruggen om ouer de graft vam voorfz. Blochuys. te comen., 
haer Schanfen laghen oock vot Haeckgefchutten, diè welckfr 
ftadich op den Wal ende mueren fchoten ,. meynende alfo di^ 
vajoder Stadt haer ftrijftweer te nemen ende te beletten. Als fy 



HAARLEMS Gefthledentifa. Sf 

na doende waren om t'Blochuys te beltonnen eode te beklim- 
men, hebben die vander Stadt met groot ghefchut ende Kete- 
nen daer van ter fyden fo dapperlick In gefchoten, ende oock 
met lure Roers die ftrijckweringbe fo (lerck ende mannetic- 
fcen wtghefchoten , dat de vianden t'Blockhuys hebben moeten 
fcegenen, ma er zijn terftont met fekere verfche Vendelen we* 
der aen gheuallen, ende die vander Stadt daer weder op een 
nieu teghens gheuallen zijnde met fchieten ende deken, heb- 
l>en die vianden ten laetflen tot haerder grooter fchanden, in 
haer Schans moeten wijeken, die grachten, die fmghel, ende 
den wech laghen vol doode ende ghequetfte Spaengiaerden , 
oock Buflen , Spieflen , Heimetten, Rapieren , ende ander 
gheweyr, daer cPonfe oueruloedich af ghecreghen hebben." 

„ Item daer is* onder die dooden tTauonts na den Storm 
noch geuonden een Soldaet die terftont gheuangen is ghe- 
weeft, ende voor den Burghemeefters ende Hopluyden ghe* 
brocht, den welcken by zijn confeffie ende tortuyre terftpnt 
beleden heeft dat int voorfz, belegge Don Frederico felfs in 
perfoon was, ghelogeert opt huys te Cleef, die Graue van 
Beflu op die Hofltede van Claes vander Laen ende Noorcar. 
mes tot Pieter Claeflz Lonfgen, ende verfcheyden grooteHee. 
ren, Edelen, ende Hopluyden tot die Leprofen ofte Siecken. 
Hy feyde bock dat Don Frederico fterek was in als twee en- 
de tfeuentich Vendelen Lanfknechten , ende acht hondert Ruy- 
teren, te weten, xxxvn Vendelen Spaengiaerts, xxij. Vende- 
len Walen, ende xvi. Vendelen Hoochduytfchen, daer die 
Graue van Euerfteyn ouerfte van was, die welcke metten 
voorfebreuen Duytfchen lach inden voorhout ende tot Hem- 
Itede." 

„ Item hebben op dien voorfz. dach twee ftormen ghedaen 
wel geweldeHjcken, elcke reyfe met twee Walfche Vendels» 
ende noch fekere Spaenfche Vendelen, de welcke vromelicken 
opgheclommen hebben , ende van die vander Stadt weder * 
manlicken af gheftooten* zijn, in welcken Storm twee Spaen- 
fche Vaendraghers doorfteken zijn, den eenen by Hopman 
Steenbach felfs, feggende: Du bifte hier niet befcheyden, ick 
ben hier befcheyden» ontnemende den Vaendragher zijn Ven- 

£ a del, 



é% W^RLEmSGéfctiedehisfei. 

del, met het welcke by hem doorfteke», ende te rugghe. 
gheftooten heeft.'* 

„.Den xxi. Decembris voor den middach, hebben die vander 
Stadt den yoorfz; Soldaet op ghehanghen " 
. „ Item den legher der vianden lach nu langhe ftiHbnder 
yet wt te richten, dan dat fy continuelieken graefd^n naer r t 
JJolwerck den Cruys weck lancks." 

., ;, Item die Stadt heeft doen flaen den feluen dach ftucken 
van xxxij. ftuyuers, ende van xyi. ftuyuers, wegende twaelf 
brant filuers» r ' . \ • •' • .- 

„ Den xxiiij. Is meefter Adriaen van Aflendelft voorfz. tot 
Öelfc om zijn verraderie op ghehangen , ende t hooft twee 
vren lanck pp eenen ftaeck ghefet" 

„ Den xxvi. Decemb. zijnder een deel Paerden de Sijlpoort 
wtgetrocken, in meyninge zijnde om een Schikwacht te hecht- 
ten, het welcke die van der Stadt niet en conden by bren- 
, ghen , gemerekt het veel te licht was , ende de vianden de 
vluchte namen, foo dat fy niet. dan- wat gheweers gecregen en 
hebbend 

„ Den xxvij* Decemb. hebben die vander Stadt buyten 
Scaelwijcker poort eenen Wael geuangen, ende dea feluen 
terftont op ghehanghen." 

„ Op den feluen dach ontfinghen die van HacHem eenem 
Brief vanden Prince^ inhoudende dat hy haer tot ontfet feyn* 
den foude fekere Walfche Haeckgefchutten." 

„ Den xxviij. Decembris is ghefchoten gheweeft Pieter 
JatilTz. Raet Fabrijcmeeftet vander Stadt, int repareren vant 
voorfc. Biochuys, waer van hy binnen xxiij. vren daer naer 
gheftoruen is." 

„Den xxix. Decenrtv tfnachts, is binnen der Stadt geco' 
men Joncker Jeronimus Serraers, als Commlflaris, met iijt 
Vendelen Walen, waer van de Capiteynen waren defe, Ca* 
piteyn Michiel,, Capiteyn Coufijn, ende Capiteyn Vemi." 
. , y Den xxx. Decemb. Waft eenen feer donckeren dach van 
neuel ende mift,. fulcks dat die. Spaengiaerts tot aen de Stadt 
conden bequamelick deluenende granen*" 



HAARLEMS GrfehiedenUfen. (f 

-^, Den leften van Deeembris zijn die vaader Stadt Seaeiwijc- 
ker poort wt geualjen, ende hebbender iij. doorfteken, oock 
bet als xxi}. Hamroers ghecreghen." 

„ Den i. Januarij, zijn die vander Stadt (met witte hemden 
jpuertogen zijnde) die Sijipoort wt gheuaren, ende hebben de 
Spaengiaerden in haer Scanfe oneruallen, die de felue tefftpnc 
verlaten hebben: Maer den viant met eenen grooten hoop weder 
keerende, zijn die. vander Stadt weder te rugghe gheweken, 
met hen brenghende twee Boeren van Heemskercke met eea 
ionghen." 

„Den ij. Januarij; zijnrdaer xij. fleden met Koren, ende 
een flede. met Broot die -Schaelwijcker poon inne gheco- 
roen." . N 

• „ Den. y,- Januarij, zijnder xxvij. fleden mét Koren, ende 
een Vendel Soldaten inneghecomen, vant welck Capkeyn was 
Mandares." ' -•.,•., 

^ Den viij. Januarij , hebben die vander Stadt een Soldaet opt 
Blockhuys wt ghehanghen" 

„ Qoek en hebben die vianden noyt fchoot op de Stadt ghé- 
fdioten yanden xx. Decemb, tot den viij. Januarij , d* welck fy 
alfdoen begonnen. met xxiiij.maei fchietens." 

„ Den ix. Januarij, hebben dié vander Stadt Scaelwijcker. 
poort inne ghecreghen vij. fleden met Bufcruyt, ende met Ko- 
ren, fchiecende cxxxiij. mael." 

„ Den X, Januajij, fo zijnder fnachts \vel ijm. Soldaten, foo> 
Schotten, Duytfchen y Engelfche , ende Walen gefonden om in 
de Stadt te comen , maer door den grooten mift verdwaelden ^ 
foo; zijnder fommighe ghecomen aen t'huys te Geef, aen de 
Duyn, in den Haute, hóe wel den meeften hoop na Princen 
Legher getrocken was, alfofy door abuys die Stadt wiet en cön- 
den vinden, hoe wel nochtans daer eeji Fackel wt den Thoren 
jghefteken werde,. ende een/rlocke geluyt, waer op noch etlijc- 
ke hider Stadt gecomen zijn, Ende onder als oock eenen 
Hoochduyts vanden viant, Vragende fommighe die vander ftadt' 
buyten Scaelwijcker poort ^yaren, wtgeloopen fchermutfinge te 
houden, oft hy by de Stadtyan Amfterdam was, waer op die 
vander ftadt antwoorden : Ja , ende hebben hem gheuangen bin- 
ken gebrocht, dié oock, fo gby hoóren fült, coro opghe- 

£ 3 *» 



7* HAARLEMS GêfchiedenUfen. - 

hanghen is, Ende alfdoen byden vyant veertien maei ghefcha. 
ten. M 

„ Den xi. is een man op t'fant zijn been af ghefchoten, 
oock fo hadden die vander Stadt twee mael allarm; door dien 
dat de Spaeniaerden ende Walen wederom ftercke raetfchap 
maeckten om op die Stadt aen t'Blocbuys te ftormen " 

•„ Op den feluen nacht zijnder xlviij. (leden met Koren 
ende Cruyt in gecomen midtfgaders een Vendel Soldaten, 
waer van Ouerfte was, Capiteyn Jafpar, alfdoen ghefchoten 
vllxxxi.mael." 

„ Den xij. hebben die viaoden met fchieten op het Block- 
hnys, Borftweringhe, ende de Huyfen, Cloofteren,. Kercken 
feer gherafeert, daer op fchietende cl. fchoten, het welcke 
die vander Stadt met aerdfe ende houdt fnachts veel ftercker 
ghemaeft hebben," 

„ Hebben mede ghefocht om het huys vande Cruyfltraet, 
legghende mder Stadt, te connen ondergrauen." 

„ Den xiij. zijnder in ghecomen vi. (leden met Koren ende 
met Tonnemeel, ghefchoten hébbende ij'lxxxiij. fchoten." 

„ Op defen dach ifler in de Stadt eenen allarm ghèweeft, 
tvanneer die Burghers faghen die preparatie haerder vian* 
den." 

„ Op defen dach zijnder twee tayden aen de Tafel fitten- 
de, doot gefchoten, midtfgaders ooc een diénftmaecht, ende 
is oock een iohge Dochter met een Roer, haren Doeck met 
een Tuyt van thooft ghefchoten , fonder ghequetft . te 
wefen." 

„ Den xiiij. zijn die vander Stadt wt gheuallen, ende heb* 
ben drie Soetelaers met twee Duytfchen in ghebracht* doen 
gefchoten xcvij.mael." 

„ Den xv. heeft de"n viant idie vander Stadt weder een al- 
torm aenghedaen, al waer oock die vander Stadt den viant 
een Vendel benomen hebben , alfdoen ghefchoten xxxi. 

mael." 

„ Den xvi. Januarij hebben die Spainïaerts voor de middach 
een hooft wt hare fchanfen ouer het Blockhuys vander Stadt 
gbeworpen, al waer den viant een Brief ken op gefchreuen 
kadden. Dit is het hooft van Capiteyn Philips Coiiinck, 

Wdc- 



HAARLEMS Gefehhdenhfen. jt 

welcke voorfc. fcampere woorden die vander Stadt weder toe 
4en gramfchap verweckten» gelijck dat dickwils gébeuit dat 
quaet met quaet gheloont wort, alft blijekt by defe exempe- 
len. Want die vander Stadt verdrietende alfulcke vilanije, die 
haeriuyden vanden vianden ghefebiet was, fo hebben fy ^ oea 
halen xij. gheuanghens , te weten , drie foetelaers van Affifter* 
dam, eenen Wael, ende voort al Duytfen, de weicke fy alle 
twaelf ghelijck deden op hangen, ende fnachts daer naer die 
doode lichamen af ghelaten zijnde, hebben xi. vande felfde 
hoofden in een Tonneken doen packen ofte binden, haer 
Hayr ende Baert op zijn Geus af ghefneden zijnde, ende dat 
ten Bolwercke wt inde Spaniaerts fchanfë ghe worpen: Op 
welck Tonneken metten hoofden een Brief gheflaghen was , 
daer op (tont aldus ghefchreuen, Dat (y dees den Hertoge 
Van Alba brengen fouden, ende hem hier mede betalen den 
thienden Penninck, aldus langhe vanden Hertoghe ghemaent 
ende niet betaeit, Waerom hy dcCe belegeringe voor de (lade 
begonnen heeft, ende alfo hy in tijden ende terftont niet en 
was betaeit, fo fonden fy hem elf voor t'fret ende intereft 
van dien, tot dien eynde dat hy hem niet en doffte becla- 
ghen, ende alfiioen ghefchoten xxxv.mael." 

„ Den xvij. hebben die vander Stadt lxv. (leden met Koren 
in ghecreghen , ende een Vendel knechten , van cPwëlcke 
Ouerfte was Schram van Bruynfwijck." 

„ Op den feluen dach zijnde foldaten met meer andere, 
Scaelwijcker poort wt gheuallen, om te fchermutfen met d* 
Duytfen die haer fterek int huys te Ruftenburch befchanft 
hadden, ende hebben den watermolen die de vianden verlie- 
pen, eerft inghenomepf, daer naer ghefijckeltjc aen gheuallen 
*en de fehanfen, de vianden daer wt ghecfreuen, ende 
f voorfc. huys ftormender hant fn ghenótnén , waer zijt al 
(wat fy conden becomen) doorfteken ende doorfchoten heb- 
ben. Heeft oock den Vaendrager vanden Bfiel, (def viandett 
Vaendragher) t'Vendel wt de hant gherückt, hém doorftekert 
hebbende ende t'Vendel met drie Trommelen bhmen der fla* 
gebrocht, alfo dat de méeftendeel vande Knechten daét ghc- 
JHeuen zijn.' 

B 4 •.. • °* 



f% HAARLEMS Cefchiedenhfen. 

M Opten feluen naevolgenden nacht iiTer gëordonneert, daN 
pien t'Blochuys buyten der fta'dt ligghende, abandonneren fou- 
de, ende dat om datter fo veel volcks daghelicx op ghefchoten 
werdt , ende defen dach ghefchoten lx. mael." 
. „ Den xviij. hetjben die vander ftadt die Cruyfpoort be- 
ghinnen wederom veel fterckèr ende dicker te makeor, van 
Aerde, Tacken, Paerdemis, ende andere fpecien, met bakken 
in malcanderen geulochten als eenen roolter, d'welck feer 
vreemt om fien was , ende is tfelfde Bolwerck het Blochuys in 
(lercheyt veel te bouen ghegaen." 

„ Opten feluen dach hebben die vander Stadt wederomrae 
Schaelwijckerpoort wtghetrocken om tegens die Hoochduytfchen 
te fcharmutfen, ajwaer die vander Stadt niet vele bedreuen en 
hebben."- : . ,. 

„ Na den middach zijnder wederom 'feeckere Sleden nae? 
f Prinfen Legher gefonden , om Koren ende andere viftualie tQ 
halen , die welcke ontrent ix t honden Soldaten deur den vyant 
gheleyt hebben: fulcx ooc dat de vianden wederom teghens die 
vander Stadt begonden te fcharmutfen, maer -alfqu die vander 
Stadt dpn 'Vianden vromelicken ende mannelicken aengheuallen 
zijn, fo hebben die. vianden die vlucht genomen , alwaer fom> 
niighe vande vyandep ghebleuen zijn, want diet Sparen niet 
ptier confte. ^Wemmen zijn verdroncken. In welcke fcharmutfe* 
, linghe die vander Stadt een Enghels haeckgefchut verloren hebt 
t>en t " 

„ Des auonts is op het nieuwe Blockhuys vande Cruyspoor. 
te, door zijn arm ghefchoten Monfoir Vemi y een vroom Frans 
Papiteyn. Ende alfdoen ghefchoten vij. mael," 

„ Den xix. Jannarij , fachternoens is Adriaen van Berckerpe- 
de Schepen vander Stadt, gbereyft met feeckere fleeden na dei 
Prince. , om noch meer Korens te befchicken , ende zijn mede» 
Wtgetrocken tót een conupy , feeckere Paerden met ontrent vijfc 
dondert haeckgefchutten , dwelcke de vianden iq Schaelwijck, 
Waerienimerlier, ende Vijfhuyfen ghemoeten, ende hebben mak 
^anderen als vrome Lanfknechten vrijmoedelick aengeuallen* 
ende die vianden, die iaer nochtans van menichte verde te bo-i 
VW ghingen, doen ftracx de vluchte geuen, Infulcker voegeq 
d« die vandor §i»dt een beerlijcke viftorie vercregen hebben, 



HAARLEMS GêfchiedenUfen. 73 

flaende op dien dach bet dan ij. mannen : In welcke vi^orie die 
. vatider Stadt twee Trommelen , met veel fchoon gheweer ghe- 
eregen hebben, mitfgaders inneghebrocht drie gheuangens, daer 
van den eenen feer ghequetft was. Ende doen ghefchoten iij, 
naei" 

„ Den xx. Januarij, zijn die vander Stadt wederom die 
Spaerwouder poort wtgetrocken, die welcke geuangen ghecre- 
ghen hebben , Adriaen van Groenevelt , ende 'zïjn v neeff Heer 
Adriaen Lprifz Pater tot Alcmaer, dte o^ck doorfteecken is 
ghew'orden. Ende alfdoen gefchoten clxxxij. mael " • 

„ Opten feluen dach zijnder drie (leden met Koren, Vifch 
ende Cruyt binnen Haërlem ghecomen." 

„ Den xxi. ifler een (lede met Koren , ende een Bode mee 
brieuen inde Stadt ghecomen." • * . . 

" „ Opten feluen dach ifler een Galey op (lapel gbeftelt. Ende 
ghefchoten xviij. maeJ." . . 

- „ Oock hebben van ghelijcke die vander Stadt fmorgens voor 
den middach wederom wtghetrocken , om alfo tSpaenfche Leger 
onder die mueren legghende te verfoecke#, meenende haren 
aenual buyten die Sijlpoort met vi. Duytfche knechten te doen: 
ende die Walen fouden mede van gelijeke met fchuyten buyten 
die Waterfloot, aen S, Cathrijnen brugghe, aende eerde wal 
4*hefet worden, om alfo van achteren inde Spaenfche fchans te 
vallen, ende haer ghtfehutte te vernaghelen. Maer deur dien 
die Duytfche knechten niet ghelijk aen en trocken , dat oock die 
.Walen door de groote raift niet en conden weten wat die Duyt* 
fchen wtrecHten, al hoe wel die feyne van eenen fchoot van 
eenen bufle binnen der Stadt ghedaen wert: Waeromme fy niet 
^helijck aen en vielen, f9 hebben fywedromme na de Stadt moe- 
ten wijeken , naer datter aen beyden zijden fomroighë ghebleuen 
-zijn." 

„ Den xxlj. Januarij zijn daer xfij. (leden met Koren ende 
jmdëre viftualien inne ghecomen. Doen ghefchoten bcv, 
inaeL" 

„ Item hebben opek die van Deift, Leyden, Goude, ende 

andere Zuythollantfche Steden ,* aen die van Haerlem doen ver- 

foecken, thonende alfo- broederlicke liefde tot haërwaerts, dat 

ipdifn fy hare arme impotenten onbequaem ter oorloghe be- 

- • E 5 < * . •■ gheer- 



74 HAARLEMS GefchiêUntsfeti. 

i gheerden quijt te wefèn, dat fy die cle?. voor haer deel wel 
begheerden te almenteren ende te ontfanghen " 

„ Den xxiij. Januari) zijnder xxij. fledeii met Koren ioéfe 
Stadt ghecoraen. Alfdoén ghefchoten xxxv.mael." 

„ Item die vander Stadt zijn wederomme Schaelwijcker 
poorte wtgeuallen, fqharmutfïnge houdende met die vyanden t 
ende dreuen die weder ouer tSparen na hare Leghers: hebben 
oock doen gheheei ende al Ruftenberch verbrant, ende fes 
ofte feuep cleyne fchuyten die in tSparen lagen deir viant be- 
nomen ende inder Stadt |;hebrocht. w 

„ Sijn oock gheuaren^aen een Cogghefchip datter lach on- 
der den hout in Sparen , om ghewelt óp die vander ftadt daer 
wt te doen, al waer fy den brant inne ghefteecken hebben, 
ende- fommighe vande vianden ghefchoten ende ghequetft heb- 
bende, fo zijnfe wederom met triuraphe inde ftadt gheco- 
men, brenghende met haer twee gheuanghens vanden vian- 
den." 

„ Daer is des auonts, omtrent feuen vren, wederomme 
alarrae met de clocke ende trommele gheclopt, maer daer en 
is anders niet nagbéüolcht." 

„ -Den xxiiij. Januarij hébben die vander Stadt inneghecre- 
ghen xxxv. Heden vol Rogghe, Tarw, Vifeh ende andere 
vi&ualie, Ènde hebben die vianden alfdoen twee ftucken ghe- 
« fchuts op het blockhuys ghebrocht , om die vander ftadt alfa 
bequamelicken te moghen befchieten, fulcx dat fy in als ghe- 
fchoten hebben iij'.xcij.mael.'* 

„ Den xxy. Januarij hebben die vander Stadt inneghecre- 
ghen xxxv. (leden met Koren ende vi&uaiie. Ende heeft den 
viant alfdoen ghefchoten xlviij. mael." 

„ Den xxvi. Januarij wederomme innegecreghen xxxvij. fle- 
den met victualie." 

„ Op defen dach is vant fpringhen vande fteenen ghequetft 
gheworden eenen Pieter Vlafman, wefende een vande feuen 
Capiteynen vander Stadt, fulcx dat hy terftont daer naer 
gheftotuen is* Ende alfdoen ghefchoten iij'.x.maei. 

„ Den xxvij. Januarij» UTer gecomen eenen grooten ijferén 
cloot door de gheuel van Ltqueqen huys, int Kartshooft, 

bin- 



HAARLEMS Cefchiedenisfen. ~ 75 

binhen inde keucken, met hem nemende thooft van t'Jonck- 
wijf daer fy ftont ende dede dié hoenderen vanden fpete " 
* „ Op defe tijt hebben die vander Stadt fint Jans toren in- 
gehaelt, want fy 'vreefden dat den feluen toren doort fchieten 
inde gracht vallen mochte, d'welck voor den viant een groot 
voordeel geweeft foude hebben." 

. „ Item heeft den viant alfdoen oock die vander Stadt eeneft 
allarm doen deppen, daer anders niet naer geuolcht en is, 
ghefchoten iij'lx. mael." ^ 

, „ Den xxviij. Januarij hebben die Burghemeefters , Hop- 
luyden, ende Capiteynen, Brieuen vanden Prince ontfanghen, 
wekken Poft fyluyden terftont wederomme gheibnden heb- 
ben." 

. ,, Op defen dach zijnder feuen van onfe Ruyters de Sijl- 
yoort wt ghereden, om tegens den viant te fchermutfen, maer 
niet wtghericht hebbende , is een^elck onbefchadicht wederom 
ghekeert." 

„ Op defen dach quamen inde Stadt Ixxx. fleden met vic- 
tualie, ende fekere vaten Bufpoeders, met omtrent iiij*. Wa- 
len, Engelfchen, ende Schotten, alle wel gemonteerde vrome 
fonge mannen, die in een Conuent werden gheleyt, ende by 
de Heereti ghefpijft, de namen vande Capiteynen zijn defe, 
Capiteyn Simmada vande Engelfchen, Capiteyn Beaufort van- 
de Schotten, Capiteyn Marottin garde van zijnder Excel. Ca- 
piteyn Vardeur garde vanden Graue vander Marck, alfdoen 
ghefchoten ij'xxvv. mael. 

„ Den xxix. ifler ghepubliceert , dat alle vleyfchvercoopers 
het befte Oflenvleys .niet dierder moefte geuen dan fpoint iij. 
groot, ende het Koeyen vleys voor eenen Brafpenninck, opte 
boete van tVleyfch, ende correftie van Schepenen, doen heb* 
ben die vianden ghefchoten ij'xxviij* mael. 

Den xxx. Januarij hebben die vander Stadt geweldelick wc- 
geuallen, om die vianden haer gefchut te vernagelen ofte af- 
handich te maken , maer alfo die vander Stadt niet gelijck 
ghereedt en waren, foo en ifler niet fonders wtgericht* Te 
meer oock om dat den viant al ghereedt inde fchanfen ftont 
om te flor men, fo dat die vander Stadt al wijeken moeden, al 
. waer fy oock feer veel volex gequetft iscregen, waer van <Jif 

na- 



76 HAARLEMS GefchiedenUfen. 

■I I . III 1 ^ 1 !■>—■— ■————» 

namen vande- Ouerfle hier nae volgen,. Capiteyn Michiel f ft 
zijn hant , Couchijn in zijn knije gefteken met een fpies , zij» 
Vaendrager gefchoten in zijnen arnl, Hopman Lambrecht van 
Wirtenberch gefteken in zijn borft met een rlancie " 

„ Qpten feluen dach hebben die vander Stadt den vyant 
buyten op het Bolwerck doen.fpringhen, waer van datter veel 
vanden vianden vernielt zijn, ende alfdoen.ghefchoten iij'xxi. 
maeL" • ... 

„ Den xxxi. Januarij, nae dat die vander. Stadt die fcher- 
mutfinghe op ghifteren gedaen hadden, hebben* die vianden 
daerom niet te minder gheruft, ende hebben hen op dien dach 
ghereedt gemaeft, om met alle haer macht die Stadt op defen 
dach te beftormen, geliick fy oock hebben gedaen. Want de 
wijle dat die vander Stadt ende princepalick de Soldaten /het 
welck waren op dien nacht die Duytfen , hare wacht hadden 
omtrent die cruyfpqorte ende fint Jans pootte flaperich ge- 
houden, foo hadden de vianden voor dep dagheraet haer alle 
'ghereedt gemaeft , ende alle die Vaendelen gefchickt aen ënde 
omtrent fint Jans poorte, daerder al veel af oock inde half 
afgefchoten Poorten op, de folderen ende andere plaetfen ge* 
comen waren, al eer die vander Stadt tfelfde ootwaer ghe- 
' worden zijn, ende veel van die vianden waren oock gecomen 
van onder t'Blockhuys, ende die afgefchoten Bolwercken van- 
de Cruyfpoort onder die Haechdoren , lancks die Veft vande 
Cruyfpoorte tot fint Jans poorte toé, alfo v ot ijs doen gheheeJ 
flerck was, ende die vellen lancks heel hardt beurofen waren, 
.ende hadden die andere haer int Biockhuys ende Bolwerck 
vande Cruyfpoorte met -de opgerechte Vendelen wel in orde- 
nen gheftelt, ende die iefte ftonden oock al -inde fchanfen van- 
de Cruyfpoorte af tot ouer die fint Jans poorte, aënde Ra- 
«elincx Toren, wel befet elcx in goeder ordinamfë, datter 
vander vtétorie niet aen en fcheen te ontbreken, bereyt met 
dchtien oft neghentlen Vendelen, foo Spaeniaerden, Walen en- 
de Duytfchen, den ftorm te doen." 

„ Item ftonden mede al ghereedt feer veel Paerden* by 
fjhetal (alfoomen van verde mocht ramen) omtrent fes hondert 
by dat Siecken huys ende -die Reguliers, ende van gelijcken ' 



HAARLEMS 'GéfcUêdehiïfeè: ff 

Ia Ouerveen., wel ij. höndèrt , ende oock fommighe inden 
Voorhout met voetknechten , verwachtende de viftorie vanden 
ftorm, endé fo wat Borgers ende Soldaten na d'innemen vander 
Stadt haer feluen fouderr willen falueren , ende ontulieden, om 
die dan ooc te doorfteken, op dattet niemant en foude mogea 
bntcomen noch ontulieden." 

„ Item defen ftorm was geordineert te doen by de Spaeniaer- 
den, Walen, ende Duytfchen, te weten, De Spaeniaerden met 
de Duytfchen aen de Cruyfpoort, ende van de Cruyfpoort 
fancks de Wal ofte afgefchoteii muer na die fint Jans poorte, 
Ende die Walen aen fint jans poort, die t* voordeel der feluer 
Poorte 'ende Wallen daer omtrent nu al hadden gheinuadeert , af 
eer de Schutters ende Soldaten daer omtrent zijnde , dat warerf 
ghewaer ghcworden." 

„ Die vianden dan die vander Stadr een groot voordeel afge- 
nomen hebbende , die fy fonder gróote bloetftortïnge niet en 
fouden mogen recupereren, fo heeft die almogende Heere niet 
belieft, ende alft nu fchoon dach gheworden was, zijn de Schut- 
ters ende Soldaten 'die de wacht daer omtrent des nachts hadden 
gehadt , dat ten laetften gewaer geworden , ende zijn aengeual- 
ïen, eerft tuffchen de twee Poorten, bouen de veertich ofte 
vijfticti niet fterck wefende, roet eenen mannelicken moedt, ne- 
mende God almacbtich te hulpe, ende begonften feer dappef We- 
ken inde vianden te fchieten, roepende allarm, waer door de 
.wachten die daer omtrent waren, ooc terftont bereyt aen de 
Wallen met haer gheweyr zijn gheloopen , ende voorts is her 
ouer de gheheele Stadt ghegaen, ende eene» yeghelijcken & 
ghereedt gheweeft die vianden fchietende, ende die ouerghe* 
clommene in grooten ghètale van bouen neder (lootende, alfoor 
datter in corter ftont een groot ghetar van Spaeniaerden , Wa* 
len, ende Duytfchen, die haer totten ftorm hadden bereyt, 
éoorfchoten, doorftekerr, ende omghebracht zijn, daer en 
mocht niemant ouer die Wal fien, öft hy was 1 doorfchoten ofte 
doorfteken fo vroom ende manneHcken ftonden die vander Stade 
de vianden leghen* ' ' • " 

„ De meefte ftorm ende menfehte vande aencoemflfe der yi~ 
inden was op het oude ingenomen Blochuys aende Cruyfpoor- 
*, aen t'nieuwe Blockhüys dat die vander 'Stadt feer fterck 



7« HAARLEMS Qefchiedenhfen. 

ghemaect badden , ende dat de vianden nu ceghen defén ftorni 
hadden doen ondergrauen eade onderdeluen, om dat met me- 
nichte van volck te oueruallen , Maer die vander Stadt hadden 
daerteghen ghemaeft ende gedoluen onder haer Brefle ofte ge- 
maeften Solder, eenen grooten Mijne ofte Kelder, gheuult met 
feeckerc tonnen bufpoeder, ende ander materien: Dwelck die 
van binnen , als die Spangiaerts au aldermeeft ende in grooten 
ghetal, met haer opgerechte Vaendeien daer op ftonden om 
ouer te dimmen, aen hebben gefteecken, ende tvier daerinne 
gebrocht, dat zijn werck feer wel ghedaen heeft, ende is alle 
Mijne terftont inder lucht hoochgeulogen , met allen den ghenen 
die daer op ende ontrent ftonden, daer ontallijcken veel volcx 
onder ende in verfmoorden , ende aen flucken inder lucht vlo- 
ghen ende vernielt werden: Helpt Godt, dat ghy ghenen had- 
det, armen, beenen, ia gheheele lichamen, buflen, hellebaer- 
den, rapieren, ende trommelen het vlooch al hooch inde lucht , 
twelck een groot wonder was om aen te fien : Al waer die van 
binnen op aenuielen ende doorftaecken daer noch veel in haer 
fchanflen, ende ander diet niet en conften ontcommen. Oock 
fchoten die vander Stadt een halue (langhe, met feeckere dub- 
belde baflen, inde flachoorden die voor aen die S. Jans poorte 
ftonden daer fy grqote fchade in deden. Daer werdender veele 
vermoort , alfo dat die Spaengiaerden , Walen ende Hoochduyt- 
fchen, ten laetften met fchanden ende groot verlies van haer 
volck moeden ruymen in haer fchanfTen, mede flepende haer 
dooden die fy conften ghecrijghen , ende dat groote Meefters 
waren. Van welcke vtöorie die van binnen den Almachtighen 
Godt gelooft ende ghedanft hebben, dat hy voor haerluyden, 
als een ghetrouwe bewaerder gheuochten ende gheftreden 
hadde. w 

„ In defen ftorm is ghefchoten Hopman Lambrecht van Wirt- 
feöburch, die corts daer na inden Heere ontflapen is.'* 

„ Ter wylen dat de Spangiaerts aldus ftormden aen die Cruys 
ende S. Jans poorte, ibo zijn die Schaelwijcker poorte ingecom- 
men ontrent hondert en tfeuentich flede met Rogge en ander 
viétualien, die geconuoyeert werden wt des Princen Legher, 
met driebondert haeckgefchutten ende ontrent tfeuentich Paer- 
den, het Meer ouer, die de Spaengiaerden volenden, tot aen die 
poorten, van Haerlem wel met houden Paerdea eade fommighe 

Haecfc 



HAARLEMS Gifchietoitfeti. & 

Haeckghefchutten, die welcke meenden die Heden ende viétualie 
te benemen d'welck hen mifte, boe wel dat den Standaertdra- 
gher van des Princen Ruyteren met eenen anderen doot gheble- 
uen is, waer van Capiteyn was JehanMauregnault, ende vande 
Ruyters was Capiteyn Enchuyfen , endealfdoengefchotendxviij» 
mad." 

„ Die Burgemeefteren hebben teghens den auont wederom 
twee Poften ofte Boden met Brieuen wtgefonden, aenden Prin- 
ce van Oraengien de welcke terftont wederom gecomen zijn t 
brenghende met hafcr een geüanghen Hoochduytfchen Ruyter , 
die meynde te trecken nae den Leger inden voorhout, maer hy 
moefte gheuanghen blijuen , ende de felue twee zijn op fchoue- 
linghen tfauonts wederom wtgherey ft , ende met die gheftalte- 
nhTe vande voorfc. Stadt aen den Princfe ghefónden." 

„ Den i. Februarij zijn die vander Stadt met xxvij. paerden 
wtgereden om te fcharmutfen buyten Scaelwijcker poort, maer 
hebben niemant geuonden dan eenen Duytfchen Soldaet, die fy 
mede ghebrocht hebben, van gelijcke hebben fy buyten die Sijl- 
poort twee Ruyters doorfteecken , ende eenen Wa«l ingebrocht, 
waer door die vianden buyten de Cruyfpoort ligghende , haer 
verfameide, het welcke die vander Stadt tiende, hebben allarm 
doen eloppen, ende die Soldaten, Schutters, ende Burgers, 
zijn aen de mueren ghetrocken , maer daer en is niet naer ghe- 
nolcht, Ende hebben doen ghefcboten x.mael." 

„ Den ij. Februarij hebben die vander Stadt die tijdinghe ghe- 
cregen, dat die vianden een Brugghe van fchuyten maeéten, om* 
trent die Barnarditen , om aldaer met Paerden ouer te pafferen , 
ende alfoo de vittualie fleden vander Stadt te benemen , Waerom 
die Paerden vander Stadt zijnde xxxyi. fterck, met vi*. mannen 
fmorgens inde mift wtgetrocken zijn, maer alfo fy gheen Brug- 
ghe en vonden, zijn fy weder ghekeert, Inbrenghende eenen 
Wael ende eenen ionghen, die fy inde huyfen ontrent Scaelwijc 
vondend 

„ Item opten feluen dach eenen alarm gehadt, Ende doen ge- 
fchoten xvij.mael," 

„ Den iij. Februarij is inde voorfc. Stadt gheboden by Clock- 
gheflach, datmen fel gheuen een Roggeribroot van vi. ponden 
#m ij. ftuyuers, ende een pont Koycknes om vijf duyts, een 
.. *' »en- 



»0 HAARLEMS GefchiedeniifttU 

mm i l ... i , ii-iii • i m'i i mü 

/ 

mengelen foetmeïctf oih een blanc, ende een {tont Butters voo# 
ij. ftuyuers* Alfdoen ghefchoten lvij.mael" 

,j Item die Paerden met fommighe Haeckghefchutten vande* 
Stadt zijn fmorgens wederom die Sijlpoort wtgetrocken om td 
fcharmutfelen, daef tegheri ooCk ghereedt zijn geweeft fommi- f 
ghe fpaenfche Paerden, van de welcke die vander Stadt, wt 
het Blockhuys vande Sijlpoort met een dubbelde Bas, eert 
Paert ghefchoten hebben, met noch twee Ruyters, fcheyderi- 
de foö vanden anderen." 

„ Den iiij. Feb. zijn die-Paerderi vaucfer fiadt wederom 
fnet lbmmige Haecgefchutteti die Sijlpoort wtgetrocken, con* 
lioyerende tot het Meyr toe fekere ledighe fleden om' Korea - 
te halert, die Paerden varider Stadt waren aen den want ver-- 
gaert , maer zijn onbefchadicht vanden anderen, gefchey- 
den." 

„ Öpten feluen dacti (o woude die viaftt die vander Stadt • 
befchadigen, te weten, nae datfe diep inde Mijne aende 
Cruyfpoorte gegrauen ende gedolnen hadden, hebben- daer on-» 
der geftek inden put fekerè quantiteyt van Bufcruyt, meynen* 
de alfo die. vander Stadt tot fchande te maken, het welcké 
God niet gehengt en heeft, maer ter contrarie hebben die . 
vander Stadt den vianden doen Qninghen in fulcker Voegen, dat. 
ter veel vande vianden ende Pioniers * armen ende beenen in de 
lucht gheülogen zijn , fonder die vander Stadt eenich hinder oftet 
letfel te doen , Ende doen gefchoten lxxxi. maei." 
- „ Óp defen dach is Corneiis Gherritfi Stadts metfelaer, ende 
Michiél zijn Knecht int afbreken van eenen mtier , gheualleA 
«nde ghefraoort " ' 

. „ Den v» February fo hebben die vander Stadt den viandt 
inde Mijnen doen fpringen, tot haeriieder gelucke." 

„ Des namiddaechs cregen die vander Stadj weder viij. (leden ' 
met Koren ende vidtualie wt des Princen Leger* Ende alfdoen 
ghefchoten xü. mael," j *..•.■ * 

„Den vi. Feb. is wt der Sjadt getrockerfna den Prince vaa 
Oraengien, Capiteyn Vemi een expaert inan ter Oorloge, met 
Adriaen van Berckenrtde, om meer victualie ende andere noot* 
fckelicbeden te befchicken;' 

*0» 



HAARLEMS <&/iUaUkhfiit;i til 

l9 Optöïi felfden dadh is weder: inde §tadt espen altro ge- 
weeft, daer niet na geuokhtenis, Alfdoen gefpljofien xxxviij, 
maeL" . . ,;.,.■■. 

„ Den vij. Februarij ifler in ghecomen C v v fleden met JCo 
ren, makende de vianden weder eenen allarm, daer aqders Die; 
aaer geuoiebt e* is , Airdoen^efchoten^x^vum^* <: . - 

, „ Den vlij. Februarij hebben* die vianden weder epnen, allang 
gemaeckt, die welcke die vander Stadt int aencomea hebben 
doen fpringben,. Alfdoen ghefchoten xxxix, n»e|." » . ■ . . 
• „ Dep ix. Februarij hebben die viaiden beglu>M$n tfrTOtJfêtt 
binnen het Blockhuys vande Cruyfpoorte (dat di$ yagdgr £ftdt 
gheabandomieett hadden) een gropte hoochte yan AeftU;ende 
Bakken, d' welcke ten Ca^e.ghena.emt wort, om aldaer haefi 
groot ghefchut op te brenghen , ende alfo bequamejkk die mue-r 
ren, waUen, bolwen&en, huyfen ende ftrace* ymdm Stade 
tef conneo befchieten, ..Ende doen ghefchoten xxxviij, 
xnael." 

;,, Opten x. Februarij hebben die vander Stacjt ^ie vianden 
weder doen fpringen, alfoo fy van grauen ende mineren niet -af 
en lieten # d'welck die vianden met gheen cleyne, fchaden ghe- 
boet en hebben." . , 

„ Opten feluen dach hebben die Burgemeefters ende Capitey-. 
nen vander Stadt geordïheert, datmen eenen. nieuwen binnen 
'Wal maliën foude, inde maniere van een half maen, Want fjf, 
vreefden dat die viandt tfelfde Jjjiochuys foo diep machte pnder- 
grauen, dat fy tfelue foude doort fpringhen plat maken* Wok*, 
ken Wal met alder vlijde ende naerfticheyt met gemeender handt 
begonnen ende yoleyndet is , in fulcker voeghen oock datter nie- 
mant abfent .beuonden en w.ert., fo wel Burgemeefters, Capk 
teynen , Hopluydeu , Beuelhebbers , als Burghers , Soldaten ha- 
re vrouwen ende ionghers > rijck, arm, man ende wijf, ionck 
ende oude, fo wel by nachte als by daghe, d'welck fukkea 
voortganck hadde, dat een yeghelijc verwonderde, Ende alf- 
doen ilii* mael ghefchoten." f : . / . - \. 

• „ Den xi. Februarij ifler een Hoochduytfch wt den yóorhóuj 
het Sparen ouerghefedt , zijnen Hoedt op (lekende ende naa der 
Stadt ghetr eden, den wekken die- vander Stadf inghelaten heb^ 
ben, ende na dat hy vxaechde nae Hopman Stêei&achV ver- 

•' XIX. DE£t. J? t&0* 



HAARLEMS GrtMedamfeiu, 



thoonende Briesen die aen hem gfaefonden waren, foo. is hy, 
ghebrocfct tên huyfe van Steenbach, die welcke terftont met. 
hem ghegaen is op Stadthuys , al waer hy fcherpelick geè'xami»* 
néeit is ghewiirtten, 'ende na der "haiit oock gfteuaügften gbe- 
liömen, Endë 'alfdoerf ghefchoten xfec.maél." 

„ Den xij.- Febnmrijifler een Schuyt met vi&ualte van Ley- 
den inde (ïadt ghecofflen , Ende alfdoen gefcboten ixüij. 
ttaeL* 

* ,. Den xii}. Pebnmrij gefëhoten btxxiij. mael. Baer h oock 
opten felnen dach eenen Poft met brieuen vanden Prince «enden 
Raedt ghecomen." 

„ Deo xïiij. Februarij zijn daer itme ghecome» xl. Haeckghe- 
fcbuttön, conuoyerende lx. laft Korens ende andere viaualie* 
Ende atóloea gêfchotenxxiij, méL" 

„ Déö: JWr; FebrtKlrij hebben die vianden gefchoten xxij. mael 
op liet Blocfeuy», egde daer is een Aelfaaer fchuyt met Tor f ia 
ghecomen." 

Den ' xvi. Februarij ifler een tochtfehnyt met broot - ende 
vflch iftghecotaen, Ende doen ghefchoten xx.maeL** 

„Den xvlj. Februari}, zijnder xxviij^fchuyten inet viauatie 
ende ccccc. Soldaten, meed al dubbelt foldenaers ingecomen, 
waer van oueifte was Cafriteyn Ci*rii!offe^Gunter. , * 

'„ Op den -feiuen dach, heeftmen inde Stadt die Clocke wei 
vier ofte v?jf mael allarm gheclopt, om dat hem den viandt doen 
prefenteérde als of hy ftormen woude, latende die vander ftadt 
ipringhen, die wijté fy byder fieckeö met hare Vaendels la 
fladhoordene fEonden , hoe wel fy niet veel met haer fpriughen 
en bédreuen, toaeromme oock dfen ftorm gheenen voortganck 
ghehadt en heeft , Ende alfdoen heeft den viandt gbefcbotea 
ivij.mael." '„.... 

„ Den xvifj. Februarij is <feerffe Galeye met zijn wiek naer 
de Meyr ghetdghen, tenck zijnde vier en-tachtkh voet, End* 
alfdoen ^iefehöten lxxxvi.maeU w \: ' 

„ Op den feluen dach zijnder ingecomen Hij. oft? v. fdtuywo 
met vïaualie ende een fehuyte met ij. itfetatea ftucken van 
JLeyden." ■..«•.. .-,...■ 

„ Den $&. februarij is Imte ffadr gëcomen'eenen Öamioc* 
per,, mét tierigötelinghen, met Crtiyt, Loot, ende vMlöalie" * 

^ Oock 



ÜAAfc^ËMS CefihUfrihfa 



* Oock heeft" op den feiueti d*ch die «teyae GÉteJf* tuft 
Amlterdam, met vier ofte vijf fcfchuyten aen Peqnincxvéef 
gedolute, pm in liet Meyr te com$n, d'wctek die Galeye 
Van Haarlem met audere waChtgn ende fthuyten Wet hebt 
bep.» ' 

„ Op den féljueü dach lieten dje van Haerieffi den viaödt 
leut Blocbuys fpringhen, waer Wt een dapper fctemuttinght 
(foo van finnen afe Y*n buyteö) gbeuolcfct is* Ende aifiloeo 
*U. tijael gbefckojen " 

» Deü x& üfer ee* Wael wt de ftadt (die fy eerfQt* #* 
Mngen hadden) naert duytfche Legher gheloopen» Ende alè 
doen groten *<*v$4 maeV' 

Dea x^i. ^n die van Amfterdam wedetom met hare 
Schepen afn $ei$iqcxveer gecoroen om haer eerfte begonnen 
Werc.k te volbrengen , waer teghen haer de eleyae Gaieye vatf 
Haerlem heeft ^ghefeti Oock hebben die vander ftadt een deel 
paecden niet fgmm^te plempfchuyten die Spaerwouwer 
poort wt geuiren , in dier voeghen dat fy eenen D^öioopef 
met yolck vaaden vianden gecregea hebhen, die welcBe den 
meeftendeel doorfteken zijti, ende die reCte werden inde 
Fuyck op gehange** Eode alftpen ghefchoten jürVi. raadt" -- 

„ Den xxij. Hebben die vianden ghefchoten larix.mtfêl, 
waer van eenen Soidaet onder in fine Janspoort t'bogft vafi- 
den buydt gefthpten wert." •> / 

„ Den Jüriij* fchietende xlv. mael , hebben dooi éftiett fint* 
ffcer f hooft vanden- buyck ghefehptep" •■/.',. 

„ Op den xxiiij; ^aeh hebben die vander Stade haer tw*e 
Galeyen nae de Fuyck ghefonden * Ende: alfdoen ghefbbotsn 
XXxiiij.maeh'* 

„ Dén xxv. hebben die van Dordrecht .Haerlem tot affi-' 
ftentie gbeibnden, twee fchoone metale ftucken gbefcbuta, 
waer van deen fchoot xliiij* pont, ende d'ender xiij* poni 
yfers, met noch iilj*. oft v* yferen flanghen" 

H Op den feluen dach oock in gecregen v« fehepen met via. 
laalie, als Garst, Tarwe. Rog, Boonen, ende Er weten, En- 
de alfdoen gefchoten xiLmael* 

„ Den xxvi. Is (morgens vröech die groote Gajejf vm 

Haerlem vo9r wt aiie de fchegen van Oprlocb floppen ip 

" * Fa *# 



HAARLEMS Gefchiedénisfeti. 



het MeyT na* den ouertoom, comende onder xijl : Amfterdam- 
fcbe fchepen, foo is hem die viant met üipófcev. fchepea 
aen boort- gëuallen, eer hy wifl dattet vianden waren, ende 
hemVzijn volck fchaeloos gèmaeckt, fo dat de Capiteyn ge- 
naemt Gherrit de Jonge, gewont zijnde, is met zijn Luyte* 
nam in een Boot geuallen, latende zijn volck in'laft. die ter- 
ftont vanden viant 'oueruallën werden. Daer na die groote 
Galèy een vre oft tw.ee quijt . geweeft hebbende, is de cteyn 
Galeye van Haerlem (waer op Capiteyn^was JacobThonifTz)^ 
gsweldetfjckeji met fommigë andere fchepen aengecomen, ende 
hebben onfe groote Galey met noch' een riieu^Komefel dat de 
vianden tqe quam, gewonnen, daer noch fommige t vianderr , 'in 
waren, die al doorfchoten-iöde doordeken zijn geworden, 
behaluen. iij» die fy geuangen .namen, ende tot Haettaa 'ia 
brocbten, waer onder was een Edelman van Luëuen genaemt 
Romicoi, ;jeHde die. vatf , Haeriem zijn naer de Fuycke-geee- 
teen , > baer gequeten hebi>end^ 'ah voorfc. is , Ende alfBeen ' 1 j . 
maH.ghJBfthoten." l , i ' .' - ' . •» w 
t „Opten fêiuen dachi zflfld» fommighe Scftêpeïi met vïótüa- 
lie Ite 'Höerlmn in ghecomea^ - •.--.;*; ./ 

,,'J>en xxvij. Feb. hebben dte voornoemde (ïateyen weder 
aea majcanderen gèweeft s : fo dat die Amïterdaratnefs- loopen 
-ïliqelte'*' «tkle die vanden Stafck hebben het ghédoluen gadt met 
fchuyten, fteen, ende puyn, weder gheftépt. Endealfdoen 
iij*mael ghefchoten," ' "" " ; : ? 

„Den xxviij. Feb. hebben die vander Stidt : fmorghens 
Yfoechréeri cleyne Mijüe een de Cruyfpoort- laten fprfngen, 
in Ifófckfec voeghen datter fommighe van de vianden gebieueri 
zijn , Ende alfdoen een mael ghefchoten." : 

. '„ Den. ij. Maert hebben die vianden lxxvï.maërgefctioten, 
r waet.me(}e;fy l ghedoot'h^bbêfi eenen Dierick'Matheuflz " 

„ Detï iij. 'Martij hebben die vander Stadt haer grof gefchut 
(daer voor van gefproken is) 'te iverck geftek, want-nademael 
de Vianden een groote, hoochte (d'wélck een Cötte genaemt 
wort) voor aen hot Bolwerck gemaeft hadden , fob heeft den 
Luytenant vande Schotten (genaemt Hans Coningham) Jidm 
mannelicken daer in met fchieten ghequeten , de felue raferen- 
de inde weerde van eenen-haluen dach«, Doen-viij. mael 'ge- 
. fchoten" ' « Item 



HAARLEMS Cefchiedenüfen. «S 

„ Item ten feluen daghe zijnder te HaerJem twee Schnyten 
met* Cruyt ende viftualie in ghecomen." 

„ Den iiij. Martij hebben de vianden een allarm gemaeckt, 
ende daer; is weder vi&ualie inde Stadt gecomen , Alfdoen ij. 
mael • gefchotén." . » 

„ Den v; Martij is de Jacht van Haerlem met zijn volck 
na het Meyr gheuaren , Ende alfdoen xiij. mael ghefcho- 
ten. w 

„ Den vi. Martij heeft den viant xx.mael gefchotén, doo- 
dende eeqen die voor tgrof ghefchut ftont en arbeyde." 

„ Den vij. Martij hebben die vander Stadt op der vianden 
,Cat ghefchoten , verdeftruerende haer grof gefchut , ende 
fterckte der. feluer, Ende alfdoen cxctx.mael gefchotén." 

„ Item is opten felfden dach binnen der Stadt gepnbliceert 
vanille dtnck vry excijs." * 

.,, Den viij. Martij zijn inde Stadt ghecomen twee Vendel* 
Walen, ende Engelfchen, die corts daer nae weder wt troc- 
keu,- om datmen prefumeérde datter wel byde iiij. duyfènt 
inde Stadt -waren, Alfdoen ghefchoten iv. mael." 

„ Den ix. Martij is Capiteyn Enchuyfen met zijne Ruyter 
.tfchepe gegaen, waerom die vander Stadt teghen die vant 
Iiout fchermutfinghe hielden, Alfdoen gefchotén cliij. mael." 

„ Den x. Martij heeft den viant xxxifj. mael ghefcho- 
ten." ' ' v r 

„ Den xi. Martij heeftmen xix.mael gefchotén, ende die 
vander Stadt zijn de Sijipoort wtghetrocken om teghen den 4 
viant te fehejmutfen t maer weynich^bedreuen." 

„ Den xij. Martij heeft den viant xxvij.maei gefchotén, 
cnde-daer is weder vi&ualie inde ftadt ghecomen. Alfdoen 
oock eenen allarm gehadt." 

„ Deft xüj. Martij heeft den vidnt weder xvi.mael ge- 
fchotén." 

„ Den xiiij. Martij fo hebben die vander Stadt noch een 
Jtfijne doen fpringen, alfo datter fommlge vande vianden om 
hals quamen, ende daer is oock eenen leuenden Spaengiaert 
wt ghedoluen, maer hy en leefde niet lange, ende is.fpnder 
ipreken corU' daer nae gheftqruen." 

F 3 ' Optei 



U HAARLEMS GèjbkteüenUfè*, 

~ „ Opteri ftfaen nacht ifler een Wael wt het Bosch inde Stade 
gecomen, den welcken terftont na' den Prince van Ora engten 
ghéuoert wferdt." * 

,; Den xv. Martij heeft Aen viandt xviij,mael ghöTchoten, n 

„ Den xvi. Martij hebben fy xlviij.mael gefchöten, fchieten* 
de een iönge dochter met den fcbrïjuef yin Cbriltefft! Vader* 
diet beyde metter dodt bptaelt hebben." 

„ Den gvij, Martij hebben die vianden lx.mael ghefthow 
*en." 

„ Öpten xviij, Marti] heeft den vtat weder oxi. inaef ghe* 
fchoten, Ende doen hébben die vianden Wèdejom omtrent deq 
mïddaeh gereerfbhap ghemaeéfe om eenen ftorm tè doen» waeis 
om die vandcfr Stadt de Clóek hebben doen qteppeti , tnaer dae* 
is niét van ghe<Jaen P " . 

„ Den xix f Martij hebben die vianden aende Cruy§K>orte eef| 
.WerCk' doen fpringen» het welok die vander Stadt niét befcha- 
Acht en heeft, Ende alfdoen gefcboten xlvi.mael." 

„ Den xx 9 MartJf foo deden die van Haerleifr ftniddöedis om- 
trent eif vren een werck fpringen , om alfoo den viandt te be* 
ichadigheu, End* des nachts meynden fy de Catte aen brandy 
te ft eken, dVelck niet wel iucken en woude, Alfttoen xxvi 9 
tuael gefchoren,' 1 

• , f Den xxi. Martij heeft den viandt xxviij. maei gefchoten , 
!Rnde doen / hebben die vinder Sfadt alle bare clocken wel ew 
Vfc lanck getaydC 

„ op den xxij. Martij (welek was Paefflaeh) fbo hebben dl* 
vianden haer in flachoorden geftelr, omtrent die Sieckën, Ouer- 
ydefi; ende inden Hom, waerom de Bürgemeefteren ende Ca-» 
filteynen de Clocke aHartn hebben doep deppen, maer daer 1$ 
Biet na gbeuolcht." 

„ Op den feluea dach zijn die vander Stadt, mot omtrent v, 
oft vi. Ruyteren , ende met cxx. Haeckgefchutten , de Sijlpoort 
Wtghenallen , oip met die van het Bosch fchermmflnge te hou- 
flen, in fulcker voegen datter twee van Haertety. doot gebleuen 
*jjn, ende fomfltfghe ghequetfV* 

„ Nóch tfjn op den (eifden dach ïngecomen tfeuentlch laft 
fcoren , m# te fcbepeq , Ende atffaen gefchpten Xjcxiif* 
MêAT 

t» De» 



HAARLEMS Gcfchhdevisftft. 



„ Den xxiijé Martij hebben die vianden xij. mael ghefcbo- 
ten" 

„ Den xxiiij. Martij heeft Marinus Bram, Admiraél van het 
Meyr twee geuangens ingebracht om gepijnicfat te worden, de 
xnrelcke ha fcherpe exarainatie by de Fuyck opghehanghen zijn, 
Ende alfdoen xxxv.mael ghefchoten/* 

* „ Den xxv. Martij , (hiorgens te ix. vren zijn daer de Sijf- 
poort wtghetrocken omtrent ij*. Waleh, om met de vianden (in 
den Voorhout ligghende) te fchermutfen , ende hebben der vianr 
den eerde fchanfe ingenomen, maer om dat die vander Stadt niet 
fterc genoech en waren, fo zijn fy wederom getrocken, fonder 
yet fonderlincks te bedrijuen , achterlatende ij. Soldaten." 

„ Doen nu den Burgemeefteren te kennen gegeuen was, hoe 
alle faken inden Voorhout (tonden, fo hebben fy met aduijs van 
de Hopluyden ende Capiteynen fecretelick befloten ende verac- 
cordeert , t'felue Voorhout des achternoens bedeébelick met ix. 
oft x. Vendelen te ouervallen, d'welckfy oock namiddach om- 
trent vier vren gedaen hebben, Te weten, omtrent fes Vendelt 
net veel Borgers tot de Waterpoort wt , ende omtrent ij*, man- 
nen de Sijlpoort wt, ende die Francoyfen ende Walen die de 
Sijlpoort wtghetrocken waren, hebben eerft metten vianden be- 
ginnen te fchermutfen, ende daer na zijn die Knechten de Wa- 
terpoort oock wtgeuallen, ende oock een Jacht met fekere 
fchuyten den boom wtgeuaren, ende hebben alfoo de viandea 
tot drie oft vier verfcheyden plaetfen oueruaHen, ende nae dat 
fy eens haer grof gefciut af gefchoten hadden, hebben haer fet- 
uen op de vlucht jjegheuen, waer op die vander Stadt terftont 
ingheuallen zijn , ende hebben die voor vluchtige vianden door- 
fteken ende'doorfchoten, Die fehie veruoJghende toeouerdfe 
vaert, ende hebben alfo van die vianden tot omtrent M. gefla- 
ghen waer onder oock veel groote cadetten waren, alft wel 
bleeck aen haer coftélick ghewaet dat die vander Stadt inb^ch- 
len , ende verbranden voort tot ouer de iij*. Tenten. 

„ Item die vander Stadt hebben oock mede ingebracht der 
vianden Veltgefchut, te weten: Vijf dubbelde fiaflèn, ende twee 
metalen ftneken, met noch veel Bufpoeder, midtfgaders noch 
ix. Vendels, die welcke die vander Sudt tot hterluydq: fpijt dea 

F 4 ftl« 



tïAARLEMS GekhUdetiisfen. 



felüen aüonts met pijpen ende trommelen aen het nieu werck 
omgedragen , ende daer nae op die borft weringhen ghefec 
hebben." ' 

. „ Daer werdt ooc inde Stadt gebrocht omtrent xxx. Paerden, 
veel Roeyen-, Calutren, Cleederen, Mantels, filuere Schalen, 
Ringen, vergulde Morlioens, ende ontallicke veel Ruftingen, 
Roers endet Rapieren. Somma daer en quam naulicx een Sol* 
daet inde Stadt , oft hij en h&d eenen goeden buyte " 
, M Item daer. is noch een Tromflager geweeft , die twee hou- 
dert Ducaten tot buyte hadde." 

„ Die vander Stadt hebben in defe victorie omtrent viij. 
mannen verloren, onder den welcken mede gefchoten is een 
walfch Capiteyn* genaemt Derdeynde, die een vroom ende 
verftandich man was, Die welcke de Stadt feer profijtelick is 
geweeft, Int ordineren ende fterck maken vande voorfc. Stade 
die oock mede zijn Knechten inde felue viftorie feer vromelick 
aengeuoert heeft, Ende alfdoen gefchoten xlvij.mael." 

„ Op den xxvi. Martij hebben die yan Haerlem fmorghens 
vroech op het Bolwerck xi. Vendelen laten vliegen , die fy op 
den xxv. defer Maent ende tot anderen tijden van de vianden 
vercreghèn haddon , Ende aJfHoen gefchoten vi. mael." 

„ Den xxvij. Martij hebben die vianden wt haer Cat met een 
Mufket doot gbefchoten', den Luytenant van Lanfloot van Bre- 
derode, ghenaemt Dierick Braeffenian, Ende aifdoen xxxvi. 
jnael gefchoten/' 

, 9 Den xxviij. Martij heeft den viandt drie mael ghefchoten , 
Ende die Schepen van oorloge zijn aen geen fy de. half wegen na 
Oftorp geuaren " 

„ Opren xxix. Martij zijn de xxxiij. Schepen met vij. Ga- 
Jeyen van de vianden (by t'huys ter Hert) door den Dijde 
gedoluen, ende alfdoen hebben wij het Meyr verloren." 

„ Opten feluen dach hebben die van Haerlem met aller vlijt 
(foo het feer waeyden) die derde Galeye op bet Meyr ghebrocht, 
flfaer Capifeyn op was een genaemt Binckhorft, ende oock een 
Capiteyn Johan Mauregnault, ende etlijcke Borgeren naer de 
Caech gereyft by dander Schepen," 

„ Den xxx. Martij heeft den viahdt byde Fuyck een fchans 
beginnen te maken, om aldaer met hare Schepen veylicfc 
W &0$hen ljgghen, Ende alfttoen xiiij.maei gefchoten." 

•. [ » optea 



HAARLEMS QefchiedHilifen* S, 

„ Opten xxxi. Martij hebben de vianden. omtrent den auont 
«en Mijne doen fpringhen, maer fy en deden die vander Stadt 
gheen hinder, dan daer werdt door het fchieten eenen allarm 
gheclept." 

„ Den i. April, hebben die vander Stadt een Schuyt met 
JSufcruydt ouer het velt ingecregen, Alfdoen gefchoten xix. 
mael." 

„ Opten feluen dach hebben die Soldaten (int Jans Cloofter 
in ftucken geflagen, d'welck tot^noch toe gbeheel ghebleuen 

„ Deri ij, Aprir hebben d'Amfterdamfche Schepen omtrent 
xxxviij. fterek zijnde, vanden morgen totten auont voor de 
Fuyck gefchoten, Ende doen hebben die vianden op de Stade 
xiiij.mael ghefchoten." - r 

„ Den iij. April heeft den viant fes 'mael gefchoten.** 
. „ Den iilj. April heeft den viant vier mael gefchoten, Ende 
*lfdoen hebben die vander Stadt elf geuangeris buyten die 
Scaeiwijcker poort opgehanghen , , ende een vrouwe ver- 
droncken." 

„Den ▼.•April was den windt Noordooft, foo datter niet 
wtgherecht en is." 

,. Den vi. April is te Haerlem door de Sijlpoort eenen poft 
binnen gecomen, die terftont wederom trock. 

„ Den feluen dach hebben die vianden die vander Stadt dóen 
fpringhen, maer die vander Stadt en hebben gheen fchade 
gheleden." 

„Den vij. èebben die vander Stade teghen die vanden 
Houte (buyten de Scaelwijcker poorte) fchutgeuaert gehou- 
den, daer weynich wtgerecht is, Ende alfdoen xix. mael ghe- 
fchoten." 

„ Den viij. April, fo hebben die vander Stadt een Mijne 
doen fpringhen, die oock niet fonders wtgerecht en heeft, 
Ende alfdoen ix.mael ghefchoten." 

„ Den ix; April zijn f Princen fchepen , tot omtrent C* 
fterek wefende, wt die Caech na de Fuyck toe gecomen, fa 
dat die van Haerlem xij. Schepen ghereedt hebbende, zijn ten 
eerden met een wijdt groot waterfchip in de Brugghe neuens 
den Holt gbefeylt, datter ,in bleef fteken, het tweede aende 

F 5 lee- 



9<* , HAARLEMS CefchieiitiHfèn. 

laeger Wal vallende, zijnde een Komeel. Doen nu een deel 
Soldaten' omtrent ij*, de Waterpoort wt op het Bosch vielen, 
ende te rugge geiaecht werden, (b fpronck dat volck van het 
Waterfchip ouerboort, ende (bmmige zijn met een fchuyt aent 
lant geraeckt, fó oock vant tweede fchip mede, ende lieten 
die beyde voor de vfafltfen, Die ander fiende dat de Brugge 
niet wijeken en wilde, ende oock hare ij. fchepen verlieten, 
zijn al fchermutfende na de ftadt gheweken , verlicfende vi. 
oft vij. v mannen. Voorts fo hielen onfe fchepen met die Am- 
fterdamfche fchepen neuens de Fuyck vaft fchermutfinghe , 
maer conden niet aen malcanderen comen door den Noord- 
ooften Wint, ende die fchans daer die Spaeniaerts op die 
Fuyck met haer grof gefchut inlagen , Soo zijn onfe fchepen 
op den auondt aen gheen fyde die Ton ghefeylt, daer fy dien 
nacht bleuen, noch tweemael allarm op dien nacht ende op 
de Sonnerwech een fchermutfinge op dien,auont gehouden 9 
Ende atfdoen gefchoten foe. iqael." 

„ Den x. April zijnder vier de Poften Scaèlwijckerpoort wt- 
gelaten, om naer f Princen N fchepen je trecken. Ende opten 
feluen dach hebben dre vianden een lange fchans gttnaeft, 
ftreckende vanden Houte tot de Fuyck toe, in fulcker voe- 
gen , datter wt de ftadt niet eenen voghei en conde gheulie- 
ghen fonder in haren handen te vallen, Ende fy hebben alf- 
doen xiij^mael ghefchoten" 

Den xi. April laghen f Printen föhepen tot Heemftede, waer 
wt die vander Stadt meynden ofte fy en wilden daer volck op 
fetten, Waer door (om haer niet indelaft tê laten) die van 
Haerlem tot de Sijlpoott wtgheualten zijn met omtrent Cf # 
foldaten, ende omtrent v<. foktoten de Waterpoort wt, oock 
ij', foldaten de Scaelwijcker poort wu Doen nu die fchepen 
• niet aen en quatnen, ende die vander Stadt met gewelt we- 
derom ghedreuen werden, foo werden daef twee Hopmans 
van haer eyghen Duytfen gefchoten, naiaeiick Steenback in 
iijn lenden, ende Chïiftoffel Vader in zijn been." 

„ Opten feluen dach heeft den viant moedtwillens haerder fe- 
ueri ofte acht met twee Vaendelen aent Blockhuys opgeloopen 
roepende viétoria, vtétoria, die ftadt is ons, Maer die de wacht 
daer haddea hebben haer van de viftorie verfekert, in fnlcker 

vqc* 



ÖAARLÉMS GtfchïedenUfhr. pt 

Voegden , datter eenen Vaendfagher met rijn Vaendel vóór de 
Borftweringhe bleef ligghen , £nde hebben aJfdocn xlv. macf 
ghefchoten." 

„ Den xiij. April hebben fy iiij • nwefl ghfcfchöten.* 

„ Détf sSiij. April wee mael ghefthoten., Ende dafer zijn 
fmchxs dweers doort Legher die Sijlpoort drie Pollen ingheoo- 
men." 

. „ Den xv. Affcrit fnachts zijnder weder drie Poften iagheco- 
men. Ende die vander Stadt hebben haer vierde Gakye f lanck 
zijnde cviij. voeten) te water ghefoaden, Alidoen xxviij.mael 
giiefchoten " 

99 Den xvij. April zijnder drie Poften na den Prince ghefbii» 
den, Ende alfdoen iij.mael gefchoten" 

n Den xviij. April zijn binnen Haerlem gecomen Jeronïmua 
jSerraers met Monfoir Rofoni, Monfoir Gordel, Monfoir Dor* 
hem, Monfoir .Maligan, ende meer anderen tot xv. toe, met 
haer brenghende fommighe mannen met iruyt geladen, Ende 
alfdoen iiij. mael ghefchoten" 

„ Den xix. hebben fPrincen fchepen aenden hoeck vande 
Vijf huyferi ij, duyfent mannen opt lant gefet, om tegen den 
Viandt te fchermntfen, maer door het lange verbeyden van die 
van Haerlem 9 is daer niet fqnders wtgerecht." 
• ,., Opteit feluen dach iffer een waechhala met eenen Variager 
t>y fchoonen dage wt Haerlem na fPrincen Schepen getroekeü, 
den welcken f al hoe wel de vianden naerfticheyt deden om hem 
te erfjgen, oock fterckelick na hem fchoten) is in een fpijt van 
de viandèn dweers door haren Leger behouden ouer geco» 
men." 

>, Noch den fehien dach ftiachts is Capiteyn Balfort met zijn 
Schotten ende fom&ige Borgeren tScaelwijcker ende Sparwou- 
werpoort wtgeuallen met witte hemden, ende hebben Ruften* 
borch afgeloopen, vernielende veel vanden vianden, waer yao 
jtot fy oock iiij. geuangens in brachten , onder welck was een 
Edelman van ffJertQgenbofeh , Ende alfdoen üj,mael ge» 
ichoten." 

„ Den xx, zijn die Spaeniaerden ifaet een Galeye, ende een 
Üeel te laden wt de Fuyck gécomen, meynende ïluftenborch 
weder te crijgèn , al waer dié vfcnde ftadt haer 1b dapper weer- 
tje dar fa vfopden, w}jcl?en moèfteö , geschoten xüif. mael* 

f , Den 



9» HAARLEMS QefrhledenUfin. 

„ Den feluemdach zijo weder üij.. Poften naer. denPrinca 
gefonden." 
j 9> Den xxi. April hebben fy iij. mael ghefchoten , ende is al£ 
doen oock eenen allarm inde Scadt gheweeft." * ' 

„ Den xxij. zijnder buyten Schaelwijckerpooft gehangen die' 
in Ruftenborger fchans geuangen waren, wcgefondert den £• 
delman." 

\ % Hebben oock opten feluen dachdie van hét Meyr dappef- 
lick met malcanderen met hare fchepen fchutgeuaert gehouden; 
- maer weynich wtgerecht, Ende alfdoen vi. mael gefchoten." 

„ Den xxiij, zijnder weder Poften in Scaelwijcker poort in- 
'gecomen, ende weder die Sijlpoórt ander wt gelaten. Doen 
xliij. mael gefchoten." 

>t Den xxiiij zijnder omtrent xxiij. Burgers van Haerlem met 
Cruyt de Sijlpoórt ingecomen ? ende is inde Stadt een allarm 
.geweeft." 

„ Opten feluen dach zijnder fnachts veel van onfe Walen, 
Schotten, Engelfchen, ende Pioniers met hemden ouer haer 
cleederen nae Spijckerveors gadt getogen , ende niet bedreuen 
hebbende zijn wederom inde Stadt getrocken, ende het begon- 
nen werck weder geflecht, Doen kmaei gefchoten." 

„ Den xxv. tfanonts te vfc vren hebben de yianden in iij. par- 
tijen op Ruftenborch comen fcherrautfep , maer hebben weder 
moeten wijcken." 

• „ Opten feluei* dach hebben die van buyten twee allarmen 
gemaelt* fo datter fommige vande vianden gebleuen zijn, Ende 
^ alfdoen v. mael gefchoten." 

„Den xxvi. zijnder Hij. Poften met een fchuytkén nae 
fPrincen fchepen geuaren, Ende alfdoen ij. mael gefchoteu." 

%, Den xxvij. hebben die vahder ftadt ij. fchujrten met Cruyt 
oitefvelt ende floten in gecregen, fo dat corts daer na oock 
eeneu allarm geuolcht is , Ende alfdoen xviiij. mael gefcho- 
ten.'* 

„ Den xxviiij. hebben, die vander ftadt tfauonts omtrent viij. 
vren. een Mijne laten fpringen, daer door etlike Spaeniaerden 
ende vianden om hals quamen , Waerom fy xviiij . mael gefcho- 
ten 'Uebben , doodende ..een Capiceyn genaemk Heynrick 

Janflz, 



•ïlAAVLLEMS>0efcÉi*Jêni$fe* 9 ^ 

- m " 1 ■■ *• • ' i ' r ■ j 

Janflz v met noch een Edelman genaemt Stoffel van Sca- 
*gen. w 

„ Opten feluen dach zijnder iüj. Soldaten wtgegaen om fekere 
Schiltwachten te lichten, <feen onder den Kout, énde v dander 
'opteh Sijlwech , ' nïaer alfo fy' niet 'mede en wouden, zijn fy 
doórfteken gemorden.'* 

„ Den 'xxix.' zijnder weder Poften Scaelwijcker poort' wtge- 
uaren naer fPrincen fchepen, ende by bet vieneeckdrbeEóude* 
ouérgecoinen, Alfltoen xxxviijimael" '"- " 

„ Den xxxrzijh dié vander'Stadt, re wéreh, fPfhlcérHgarde 
wtgeuallen fchermutfende. teghen die van het Boflche, 1 aïwaer 
Margótïjn haren Capiteyo ghefchoten is , 'ende 'ü in zijne plaetfè 
gQCoren zijnen Luy tenant ghenaemt Parijs." 

m ,, Omtrent delen tij t hebben die vander Stadt' gouden penrim- 
ghen doen flaen,..aen d'een fyde de Wapen van Haerletó/ ende 
aen d'ander fydé naerliedór aduijs > Vindt vim' virtus" \ 

Den i. Mey .fcébberi die vander ftadt fnachn* vïij.- mannen'tó- 
gecregen, de, wêïcte dé vianden óntiaèciit hadden ij. f fchuytkén* 
met viij*. pont bufcruyt' dat fymêyfrden inde Stadt gebrobht'të 
hebben, Alfdoén!xx.mael gefchbteriT " 

.-„ Den ij. Mey Is tfauonts met den donckeren eenen ióngen 
van omtrent xy,.iaren t.ot.de Sijlpoort ; ingecomen ais een Poft, 
inet viij. 'pont ccuyts feggendeidat fiy vande- Burgemeeftèrs van 
Leyden gefon^en was^entfé. hy feyde hjr moefte ij. Poften we* 
flerom hebben. Défë worde ghefióudcn ais gefonden vapcte vi- 
anden, EndealfdoQDrX.mael géfchöteri." ' 

„ Den iij. Mey.'neeftmen begoft tot alle Burgers huyfen^ rijp 
ende arm, dieprouiande te 'béfchrijuen/van als (dienïen (Ier 
weynich vondt) oockvari cruyt'endeTeëp, wanneer men voor L 
pont feep vi. of viij. ftüyuers gaf, i.'pont quad^f boter iüj. 
ftüyuers, ende f. henrïèneye' eén haluen ftuyuer, Gefchoten vij, 
mael." 

„ Den iiij. Mey' ixi.mael gefchoten. 'Daer is doehjndè ftadt 
•onder de Walen een groot oproer etlde cojnmotie geweéft, om 
dat Capiteyh Vemi "die boofhèyt ftraffende s / eenen' Wael fnachts. 
hadde doen ophangen, waéföm de Soldaten Monfoir Dolhein 
'•net Roers* op'zrjnborft-ghefet hebben^ hen* buiende doorfchie- 
•' "' ' ten, 



f4 HAAftI<»MS GefehieJcnhfe*. 

ten, ende wikfcn van hem weten wiet gedaen had, welc rqK 
moer int lede dooit weder geuen van noch cene* geutngetl 
Spldaet geflifi i**\ 

,. „ Pen yi. Mey t z\jp de vanden wt de Fuyck ghecpmeit,. 
Xchi^tende fea pft fetjeji Koeyen van die vander Stadt, midt? 
datfe baer wat naerder gingen dan fy pleghen, en<Je die vaqi 
der $tadt fcbptea weder van haer Soldapèn drie mannen, Endê 

„ Den vijé zijn de via«4en wt den Hout gecomen , oni de 
Koeyen vandor Startte, nemen, maer die vander Stadt wt co- 
atende hebben tfelne belet* 

, ,, Opten! ftifden nacht zljnder vijf oft fes inet PolDen buy- 
ten die cleyne Houtpoort wtgetrockèn, ende hebben eed 
Schilttpcht den -hals afghefneden, Ende alfdoen xiij,mael ge- 
fchoten" 

,, Den vlij. Mey hebben de vlanden opten auont'iiij. mae! 
met haer gr<tf, gefchut door de groote Kerck toren ghefejio- 
ten, neffens Jbet yrewerek, ende fnachts hier na zijn iifj, 
Ppften met poöpoy vajosx. oft xxx. Haeckfchutten na die 
fchepen gegaen, die op der vianden fchans allarn) mae^en, 
die Poften mede dragende drie Duyfkens, die de Jïpden we- 
derom^e Wefen Tonden, Ende alfdoen gefchoten xxij* maei* 

„Den jx. Mey, op Pinxter auoridt, hebben de vianderi 
een hooft aentPolwerck ouef geworpen, daer oo^k een brieP- 
ken op ghefchreueo ftondr, Dit is Capiteyn Olivier^ hooft. 
ende alfdoen xiiij.mael,gêfcha«;n/* 

„ Opten fehien dach zijn geapprehendeert ende in bewae^ 
der handt ghenomen, meefler Quirijn, meéfter Lambrecht fcer- 
tflts Burgemeeöer, met meefler Qulrijns dochter, eijde inde 
Stadgkeldej: gebracht , om dies wiile datmen feer <juaet ver- 
moeyen op haet hadden, datfe eenich yerraedt mochten 
luchten." ~' ' ; 

99 Opten x, Mey jegen den auont omtrent üij. yr$n f qua- 
paen de vianden vande Fuyck, ende van Jan pittamen fchans, 
fchermutfecen om onfe beeüen te crijgpn, daer fy al omtrent 
xxx. beeflen af gheqregh«n hadden, mier die fejye werden haef 
W^ y* 1 * vjij. flft *# foMaten pntiaecjit, £?e w*J die vianden 

neer 



HAARLEM* GefcfMtwisft*. 95 

■ lil lil t UI ' ' LM, I 

meer dan C 1* fiere waf en 9 Ende al/Hoen gefchoten xxij. 
mael." 

„ Den xij. Mqy omtrent viiij, vren ifler een vliegende Poll 
ingeebmen , hebbende een brief ken aen zijn been, Endè alfdoen 
wij, ratel gftfeboten " 

„ Qen xjij. Mey iüfrr een gheuangen (die de vkndcn op 
diemer Dijck gecregen hadden) moedernaeól inde Stade ghg» 
csometu" ^ 

„ Opten iêtaen «bob GaWdaeclJS, iffer weder een D»yf mee 
eenea Brief lingecomen, Ende omtrent iiij* vren zijn de standen 
wan Dnyn.cnde vautón. Hout afgheéomen, om de Koeyen buy- 
teo de Sijlpeorte j(int vekgaeade) wed* te halen, doen troctaft 
omtrent xxx. Soldaten wt die Stadt.die tegen den viandt fche*» 
geoaert hielden ; fo-dac fy vaöde beefien gheei en cregen, Ende 
affitoen xxLpnad ghefeboten " 

„ Den xftij. Mey iflfef een -van de Stad» Mijnen ingheuatfen, 
ende dat door t'gróoce dehtetr Uer vianden ende den Règhen, 
fo dater driefbtdaten onder doot ghebleucnzijn, waer door 
die vander Stadt eeneüfcllatfn hadden, Ende alfdoen xxxij. maei 
ghefbhoten.* 
:„ Den xv. hebben dfe'tander St*dt weder eenen Peflnaer 
die fchepen gefonden, den felsen conuoyerende met dertich 
Haeckghefchwten ,- die '4tUarm inde vianden Leghers gemaeft 
hébben, op dat de* Poft moebte behouden ouercomen, Ende 
alöoen ij, mael ghefthoW" _ 

„Den xvi. Méj • üijn die vander Stadt weder wtgenallen , ia- 
gfoeride dié vianden (byden Home) wt hare loopfehanfe, foo 
dttfe drie Stormhoeden met twee Roers ïnghébroeht hebben , en- 
de een Sc&iltwacbt doorkeken., Ende aUUoea xvi. mael. ghe- 
fchoten " 

„ Den xvfj. Mey tóbben de Soldaten die in RuftenWch de 
wacht hadden , die Loopfehanfe by de Fuyck afgheloopen , daer 
Wt brenghende voor bnyt drie Spieffen met een Muf ket," Ende 
alfdoen xlinj.mael gefchoten." 

» Opten feluen nacht is Vfeiue volck cfie de wacht badden op 
Ruftenborcb naer Jan Pittamen buys ghegaen, alwaer fy twee 
fchiltwachten hebben doorïteken, ende tot buyt cregen drieman- 
Uk 9 na CutfeiJ, met een Deecken." 

„Do* 



9$ itiAftLKM* 1 OffctoïdUdÈfii: 

„Den xviij* hebben diè vstnder^Stadt ~m -haer Mijne eeüëfi 
Spaengiaert gefchoten, den welcken (alft fcheen) een manvatf 
qualiteyt was, aenghefienhy een goudetëëttmge om zijnen hals 
hadde." • • ---' -- ? 

„ Op den feluen dach hebben die varider Stadt wederom 
een Mijne laten fprihgen, die feer wei haer deuoir gfaedaen 
tieeft." ■ ; - ;- ~ • ; 

„ Noch is op den feluen dach geordineert datmen alle de aer* 
iJe (diemen aen deWalle droech) ouér 'Woïpéft foude, (Twelck 
eenen yegelick'eff'goetghedocht heeft, ende 'foo oock beuonden 
is, Door dien : <tenviandt die van der Stadt gantfch opderdóluen 
hadden, foo dat 'dfe'-vatfctor Stadt op dien' dach wonnen meer 
•dan twee Vademen -clidkteh. 1 * ..:...: -■ 

•" „ NocU is ten .ièlüeii- dage mede geotdteeert ende idgetefeB'i 
Mat yederman in de Stadt moeft tóecomen met een pont terwdn 
fcroót fdaechts,..dfe: wijnen énde maechden met ee» halfpQDt, 
idrie kinderen -ïuet eéu pont, hoeren .ende ionghers met-mojfcen 
koecken , ende wie met ,zijn pont. büroQts niet tóecomen f&$o$+ 
de,, die mocht met .mouten koecfkea dQQ bityek: vjiUeflir>wn$ 
daer geen Rogghen broot meer en was. Ende die broujafêfs eg 
jnochten gheea hpQgber .bier brouwen ate de tonne van x** ftpy- 
uers. Doen gefchoten -üj^maelT . .', { .. . ,: -,;, 

, r Den xix. Mey zijn daér vier cjfte vijf vianden;op. het:BpN 
werck vaade Stadt coroeri geioopent, fentfe iiebbender inde Stfolt 
drie gefchoten met een ionge dochter», die <fcer ae*de;dr$ge©te 
was, waer van- die Tróromelet* allartt gfögheo." . 
; „ Opten feluen nacht zijn die vander. Stadt onder den Uoute 
gheloopen , alwaer fyluyden twee . doorfteken hebben ^ -ende 
eenen geuangep ingebracht f En^e- aifdoöi xxxij.\raaei, g/Sr 
fchoten." 

„ Den xx, Mey zijn die vanden Home', vande Leprofen, en- 
de vanden Sijlwech, met Ruyteren ende Knechten gecome», 
om die Beeften vander Stadt te befchadighen , (Twelck haer by 
die vander Stadt beledt wordt, al waer fy twee Ruyteren liecea» 
ende die vander Stadt eenen Soldaet, Ende alfdoeu Ixxiij.njael 
gefchoten»'* . *: , ' 



Haarlems G*fiUe<knhfiu* 9? 

„ Opten feluen dach hebben die Vander Stadt den geuangeti 
die fnachts ingebrochc was, weder na de vianden gefonden* 
^euende hem twee halue Haerlemfche Daelders in. zijn Borffe, 
met een Broot, ende eenen Brief aen zijnen oueföen* daetf 
in fchrijuende, eer hy dat Broöt op hadde gegeten dat hem 
by defen gefonden wort, fal hy oueruallen ofte befpronghen 
worden. Hier mede wouden fy hem gewaerfchout hebberig 
op dat hy hem niet en dorfte beciaghen dat hy verraft 
ware" 

\, Den xxi. Mey hebben die Van btfyten (ouer die Wal 
comende) wel lx. aerdtdragers gefchoten / Ende alfdoen xvi, 
mael ghefchoten," 

„ Den xxij. tegheli deri auoridt hebben die Vianden acht 
vierballen inde ftadt gefchoten , al wdér van brant geeomen 
was opt hoecketf vande Stoeffleech, inde Coninck itraet* 
maer ten was niet bouen de huyfen, foo dattet haeft gefleft 
Weret* Ende alfdoen xxi. maei gefchoten." 

j, Den xxüj. na middach quamen de vianden vande Fuyck* 
ende andere fterck omtrent v', ende fchermutften heel heftich 
op onfe fchans van Ruftenborch, daer bouen vii ; « oft x< 
fchutten inden eerften niet in en waren, want fy veel inde* 
ftadt waren gegaen, ende die vianden drongen fo aen, fo dat 
fy die loopfchans ter fy den ende ouer al in hadden, ende al 
aen de brugge vande principael fchans waren, daer een groot 
Capiteyn ende Seigneur der Spaeniaerden doorfteken wert, 
met noch -een Capiteyn niet wijdt daer van, met nochr vi*. o( 
vij. ipaenfche Soldaten, die doorfchoten werden * ende (om* 
mighe die coppen af gefnederi , waeraï twee Capiteynen hoof- 
den met noch twee Spaeniaefts hoofden op Verrenïagers aen* 
Bolwerck van dien auondt wtgefteken ende ghetoont werden, 
tot f anderdaechs , fo (jatter ooek op dele fchermutflnge vand* 
vianden noch , \yel omtrent xxx. oft xl. geworit , ende noci 
fcmmige doot bleuen , daercfer . een deel van" met een fcuuytf 
na hare fchans geuoert werden , ende den eehen Capiteyn had- 
de een gulden Ketene om" den hals met omtrent ij. oft iij', 
gouden Croonen, die die vander Stadt tot buyt cregneri, en ; " 
de doen die vianden begonnen af te trecken, quam het vier* 
int Bufcruy t , dat den Vaendrich* Jan Schatter daer in bracht f 

XIX. desl G *fr 



J* HAARLEMS tiifcheïenïiftn: 



ende noch in zijn arm hebbende, foo dat hy met Serraets 
feer verbrant was, met noch fes oft feuen andere, daerder 
fommige af Co grooten noot niet en hadden. Doen gefcboten 
xitif.mael." 

* „ Den xxüij. zijn die viandén van allen oorden gecomen 
om die heeften vander ftadt te halen , waer van datter wel vij. 
of viij. al iiit wech drijuen waren, nïaer fy werden haer fo 
manneiicken .ontiaecht dat de .vianden de felue' laten moeden» 
met noch fes oft feuen van hare Soldaten , Alfdoen li. mae! 
getehoten." 

„ Opten feluen dach hebben die op het IVÏeyr fchutgeuaert 
tegens malcanderen gehouden , maer daer en is niet fonders 
wtghericht." 

„ Den »xv. na middach ifler een vliegende Poft ingecomen 
mét een brief ken,- tfauonts geuiert met een Facket aen den 
kechften omganck vanden. Toren, daer op fnachts ten xi. 
vren eenen grooten hoop volcx wter ftadt tooch om die met 
Cruyt van onfe fchepen ginghen op defen tijf te beurijen, 
men hoorde feer iammerlicken ende 'eyfleHcken fchieten den 
gantfchen na nacht, ende die meefte bangicneyt ginck die van 
onfe fchepen (quamen) flen i doen fv het gecrijt ende tgeroep 
onfes volcks (die 'wter Stadt gecomen waren) hoorden ende 
haer fagen , meynende dat het mede vianden waren , foo dat 
doen de meeftertdeel om den hals quamen, ende haer cruyt 
vanden hals werpen, ende vanden vianden oock meeft gefpilt 
worden. Ende dat lange crijten duerde den gantfchen na 
nacht, ende het fchieten mede, in dier voegen, dat aen allé 
oorden vander Stadt allarm was , ende die vander ftadt bróch- 
ten twee ofte drie' geuangens in, waer van 'de vianden felfs 
Teyden: den eenen een Capitjyn te zijn, voorts feyden die 
gene die met haer na de fchepen gegaen waren, ende een 
deel nu met Cruyt ingecomen, datfe wel xvi. oft xx. man 
verloren hadden, doen fy \vt ginghen, ende ghekeert werden 
als fy meynden by het fcheepfvolck te conien, Ende alfdoen 
xx.mael ghefchoten" . > 

„Den xxvi. hebben die vianden weder een fchermra- 
finge gedaen om die beeften vander ftadt te becomen , 
maer fy werden gefthjit, daer latende eenen Sargant met 

twee 



HAARLEMS GefchiSJenis/en. 9$ 

twee ofte drie^ andere, midtfë&ders drie vander ftadt ge* 

quetfh M ' 

„ Opten feluen tijt heeft eenen Landman (die de vianden 
een Koe benomen hadden) weder een Paert daer voren wt 
het Bofch ghehaelt, ende in de (tadt ghebracht, Ende alfdoen 
Axix.mael gefchoten" 

„ Den xxvij. t'fauonts omtrent viij, vren hebben die vian. 
den een grilge opgerecbt op haer Cat, daer fy een deel Bur- 
gen .ende Soldaten aen gehangen hebben, die den ij. nacht te 
voren, met cruyt meenden in te comen , ende in hare handen 
geuallen waren, fommige hingenfe aenden hals, fommige aen 
de voeten waer door onfe foldaten zijn verftoort ende be- 
weecht geworden, weder defgelijcken een galge op te rechten 
op haer Bolwerc, recht voor de pogen der vianden, ende 
zijn terftont gegaen om M. Lambert, M. Quirijn , ende zijn 
dochter Vrfei de bagijn, Adriaen Groenenthuych inden bloren 
tijt, ende dert iöngen die nTet cruyt wte Hout quam , defe twed 
leften haer fententie al ontfangen hebbende , van gegeeflètt ende 
gebannen te zijn, ende die iongen in zijn aénficht gebrantmercl, 
taoeften metten voorfc. ende met vijf foldaten die inden Hout 
geuangen waren, énde een Paep tfamen gehangen zijn : j be- 
haltien Vrfèl die Bagijn met een Walinne mede' wten Hout ge- 
bracht,* die worden tfamen -in Bdkenefler gracht verdroneken , 
defe xiij. werden al tfamen gehaeit fonder confènt vanden Raedt 
oft Capiteynen, ende noch hebbenfe op defeft nachï Heer Jaf- 
per, Heer Reyer Roothooft , Doflor Elfen ^ onde-dè Prcdicant 
van het Gafthuys,. al tTamen geuangen genomen." > • 1 

„ Ppten feluen'dach is M» Diericfc tot de Papifte* ouergeloo- 
pen , daer ij. burgers om >geuahgeh werden , hoe wel onfchul- 
dich. Doen xix* mael géfchoten." 

■ „ Den xxviij. zijn de vianden met lxiij. Schepen tegen'f Prin- 
ten Schepen op. het Meyr geflagen, ^Lwaer fPrincen Schepen die 
vlucht moeden nemen, , achterlatende xxi. Schepen, van weicke 
Viclorió de 'vianden tfauont* gerriuiöpheert hebben, Ende alfdoert 
xxïx.mael gefchoten." • - " - - 

,„ Opren feluen dach hebben die vianden Opte Meyrtaffit een 
fchans 'drie tifttèJ beftormt i daer fy : mannelicken af gfceflaghen 
werden, maer doen die vande Schans merekte dat fy vande 
; ■•■ t t Ga Sche- 



ioo HAARbËMS Gêfchïtdenhfen. 



Schepen verlaten -waren, ende oock Cruyt, Loot, noch vic- 
tualie en hadden, hebben haer in handen ghegeuen , behoudens 
lijf ende goet." \ 

„ Den xxix. Mey hebben die vianden tien mael ghefcho- 
ten " - 

„ Den xxx. Mey Heten die vianden die vander St$dt fpriir- 
gen , foo datter drie bleef, ende Capiteyn Vemi met Conijn wa- 
ren in groot perijckel , fo dat die vander Stade alfdoen allarm 
hadden , want deen Heter zijnen mantel , ende Vemf werdt met 
noch eenen Soldaet wtgedoluen. Noch fo was daer een vander 
Stadts foldaten tot ouer de Borftweeringe ghefprongen, die 
nochtans inden roock (hoe wel fy gheweldich na hem fchoten) 
onghefchent weder ; ouer geraeckt is, Ende alfdoen lix.maei 
gefchoten." 

„ Den ^xxi. Mey hebben fy xiiij.mael gefchoten" 

„ Den eerften Junij hebben die vianden weder op hare Catte 
x. oft xL gehanghen, Epde alfdoen x. mael gefchoten." 

„ Opten ij. Junij zijn die vander Stadt wtgeuallen, om het 
Hout te befichtigen met een xl. Haeckgefchutten , alwaer fy 
merekten veel vokrks te we(en , fo datter vanden aenflachjiiet 
geualleh en is, Ende alftioen xv.mael ghefeboten." 

„ Den iij. Junij heeft den viandt aen vier maften een cleyn 
ftormhuyfken om hooghe gehaelt, viercant achter en bouen 
open, met gaten daer in daermen door fchieten mochte, doen 
nu dat om hoocfa was ende dié viandei* daer twee mael wt ghe- 
fchoten hadden , foo werdt wter Stadt de touwen in ftucken 
ghefchoten , fo dattet met een fyde bleef hangen y en de rede 
viel met twee ofte drie vande vianden van bouen neder , feer 
luyde crijtende van het vreefelick leech neder vallen." 

„ Ten feluen tijden is eenen Wielmaker met noch twee Poften 
Daer dei) Prince ghereyft, met haer nemende etlicke Duyuen 
die de Poften wederom w,efèa fouden, Ende alfóoen xxiJtaiaei 
gefchoten." 

„ Den iiij. Juni} heeft den viandt die .vander Stadt op baef 
Bolwerck doen Ipringen , waer van datter wel fes om bals ghe* 
comen zijn , Ende alfdoen vi. mael geff hoten ." 
,, Den v. Junij heeft den viandt xv. mael gefchoten." 



HAARLEMS GefcMedenisftn. lol 

„ Den vi. Junij is geordineert, dat alle Burghers raoutékoec- 
ken eten moeften, maer die Soldaten haer pont tarwen Broot 
als voren , Ende doen hebben die vianden xxvi. mael ge- 
fchoten." > • 

„ Den vij. Junij fo hebben die vander Stadt een groot Mijn* 
gat vande vianden ingenomen, lanck wefende ix. vademen, dat 
fy onder het Bolwerc na fint Jans poort gegrauen hadden, om 
te laten fpringhen, al waer fy in vonden eenen doodenman, 
Stormhoet ende wittebroot, Alfdoen gefchoten xlvij.maei." 

„ Den viij. Junij ifler een Duyf ingecomen vanden Heer van 
Batenburdi, op verfoeck vanden Wïelmaecker, ende fchreef 
dattet hem verwonderde datmfen by x <le twee voofgaende Duyf- 
kens gheen Brieuen ontfangen hadde, ende dat den Prince die 
vander ftadt haéft ontfetten foude , daer de Burgers niet feer af 
getrooft waren. Alfdoen gefchoten xxix. mael." 
• ., Den ix. Junij hebben die vanderStddt de viandeti buyten 
de Sijlpoort t'ontbijten gegeuen, om dat fy feyden: dat die van 
der Stadt bier noch broot en hadden. Alfdoen xxi.mael ghe* 
fchoten." 

„ Den x. zijnder fes mannen wt de Schutterijen ghekóren , 
om altijt te weten d'inhouden vande brieuen die de vliegende 
Poften brochten, want die Burgers daeromme feer oproericb 
werden." 

% „ Op dfen feluen dach fe de Fabrijckmeefter' Pieter Janfli f 
met Simon Schor l, mee noch twee kinderen in eenen fchoot van 
het grof gefchut ghefchoten ." 

., Op den feluen. dach hebben die vianden die vander Stadt 
weder doen fpringen, maer niemant befchadicht. « Oock hebben 
die vander Stadt door het groot fmoocken , noch -een vande 
vianden Mijnen inghenomen. Ende alfdoen gefchoten xiiij. 
mael'* 

^ „ Den xL Junij wilde den Deken van de Canonicken binnen 
Unerlem met meer andere Burgeren die inde vianden Leger wa- 
ren, fpraeck houden met die vander Stadt, d'welck haer niet 
toegelaten en is. Ende alfdoen ix.mael ghefchoten." 

„ Den xij. zijn die vianden wt den Houte fterek ende hon- 
gherich nae de Koeyen vander Stadt gécomen , waer van datter 
wel acht gefchoten Werden, ende een vande Stadt" • . . 

G 3 » De* 



lo* .HAARLEMS GtfchUdenhjtn, 



„ Des namiddaechs zijn de vianden wederomlné ghecómen 
om die fèlue Koeyen te halen, waer van fy daetf fej.befethad- 
den, fo dat fes Haeckghefchutten vander Scadt haei* die ontiaech- 
de , waerom die vianden van boofheyt de Koeyen door* 
fchoten." \ ;...,. 

, „ Opren feluen dach iffer eenen Wael vande vianden ,gecomen 
ten Ruftenborch, ende begeerde den Capiteyn te fprekea, 
d'welck hem gheweyghert worde, Ende alfdoea iij.mael ge*, 
fchoteo." ,,.-.' 

„ Den xiij. Junij .zijnder. mee Duyuen fbnder brieuen inde 
fladt ghecómen. Ende aiiclöen xxix.mael ghefchaten " 

„ Opten feluen, dach hebbed die vander Sta<k< weder een Mijf- 
ne ingenomen,? daer de $paeniaerden Wacht hielden, Ende alfi 
doen drie doorkeken, dfetefte zi>»t oatloopen*" 

„ Noch opten fcki*q-tij£. hebben die vander Stadt weder ghelt 
doen flaett van.- xx. ftuyuers»- ende. *. ftuyuerat,ftuck,i maer fy 
en hadden haet gewicntetniet, want de xx. en waren maer tien 
weerdich,. ende tien vijf-". 

„ Den , xiiij. Junij heeft den viatidt vijf mael gefchoten." 

-„ Den xv. Junij heeft hem- den viatidt aen aüen jcanten ver* 
tboont, ai of hy ftormen woude, ghemerckt fy aent Bolwerck 
aende Gruyfpoort een Mijne deden fpringhen , fulcx: das die 
Vander Stadt wel xxx. of xl. fterck, eens opfprongeh, maer 
daer en is maer een van ghébléuen; Op weideen flnoock die 
vianden wel gheweldeiijckeh met Beuckelaers op ghecómen zijn 
orame te ftormen , maer als fy die vander Stadt gbereedt faghea 
ftaen , zijn (tracks wederom ghekeert. Alfdoen gefchoten xxxlj* 
mael " 

:„ pen xvi. zijnder twee 'Soldaten leuendich wtghdoliien, dié 
Int fpringhen geuallen waren," ' 

„ Opten feluen dach ifTer een Duyue ingecomen , die fcheeii 
wt vianden handen te comen" 

„ Opten feluen dach hebben die vianden weder aen haer ms> 
ften een ftormhuyf ken ofte kïjckhuy f ken met vijfels opgheuoeshr, 
daer fy van achteren wt ende in clommen, Ende alfüpenge* 
fchoten vi.mael," ' 

„ Den xvij. fnachts is Monfoir Serraets, met Monfolr Gon- 
djn met een deel Haeckgefcuutten na de Fuyck geconuoyeert» 

om 



HAARLEMS Gefchiedenhfe*. ie* 



om den Prince van als te aduerteren, by hem hebbende eenen 
Korf met Duyuen, in fulcker voeghen dat fy door het vierteec- 
ken behouden ouerghecomen ziju, Ende alfdoen viij.mael ge* 
fchoten." 

9 , Den xviij.. heeft Monfoir Serraets een Duyue ingefonden, 
waer van den Brief in hielt dat den Prince tot Leyden was , 
ende die Heere van Batenburch tuflchen Wtrecht ende Amfter- 
dam om die prouiande te fchutten , ende dat hy oock metten 
eerden de fake vorderen foude, Ende gefchoten xij.mael" 

„ Op defen tïjc ifler noch eenen binnen Wal met Vellen be- 
gonnen, ftreckende van finte Margrieten tot fint Jans poort toe, 
den welcken oock voleynt isl" 

„ Omtrent defen tijt ifler groote armoede onder allé menfchen 
geweeft, fo datmen alfdoen begonft t'eten Paerden'ende Koe- 
touyden." 

„ Den xix. Junij is tfauonts weder een Dnyfken met een 
brief vanden Prince wt Leyden ingecomen , waer inne hem den 
Prince verwondert dat hy in lange gheen Poften van die vander 
Stadt gehadt en hadde, aenghefien hy die vander ftadt Poften te 
water ende te lande gefonden hifdde, die fy nochtans niet Inge* 
cregen en hadden , Alfdoen gefchoten viij.mael." 

„ Den xx. Junij vi. mael ghefchoten " 

w Den xxi. Junij x.mael gefchoten , waer van datter drie 
cfeffens ghedoot werdt." 

„ Den xxij. Junij ifler een Beuelhebbcr wt den Floute ghe- 
comen, begheerende datmen hem ter antwoorde ftaen foude, 
d'welck ghefchiet is, v Ende alfdoen iij.mael gefchoten.' 

„ Den xxiij. Junij fes mael ghefchoten." 

„ Den xxiiij. ifler een Duyue ingecomen met brieuen vanden 
Prince , waer in den Prince die vander Stadt beloeff binnen cor- 
ten tijden t'ontfetten. Ende men heeft alfdoen anders niet gege- 
ten als Ptfërden, catten, moutkoecken, ende kennepkoecken. 
Alfdoen gefchoten xxiiij. mael." 

* „ Den xxv. Junij hebben' die vander ftadt met een.Cortou 
door de vianden haer huyfken aende maft drie öft vier mael 
ghefchoten. Ende alfdoen gefchoten xxxiij. mael." 

„ Den xxvi. tfauonts te v. vren is een Walfch haecgefchu* 
wt de Fuyc by ons in Ruftenborch , ende voort inde ftadt ouer- 
gegaen. Doen gefchoten iij.mael." 

G 4 4 ' 9 > Dea 



r©4 HAARLEMS Gefchiedetihfen, 

u ■ ■ ■■ • i * i , , 

„ Den xxvij. Junij heeft den viandt ghefchoten lx. mael." 

„ -Snachts hier nae«zijn vijf oft fes hondert mannen met witte 
hemden en gheweyr nae die Fuyck gtietoghen, daer fy meynden 
ontfet van f Princen Schepen te crijghen , die welcke niet aen en 
quamen, maer trocken wederom fbnder yet wt te rechten.** 

„ Smorgens omtrent v. vren is weder een Duyf ken met een 
brief inghecomen ? waer van die ghemeynte weder wat yer- 
quicle." 

M Dep xxyiij. Junij. fhachts hier na zijn wederom omtrent M# 
mannen- (lijf na die Fuyck getogen ais voren, maer door dien 
dat de Schepen niet aen en quamen was den aenflach te niet r 
w#er dpor een groote miftroofticheyt onder die vander ftadt 
_gecomen is. Beyde de nachten maeclen ooc de vianden aen 
diuerfche plaetfen vandej: fladt allarm,, Doen gefchot^n xij, 
mael," 

• „ Den xxix. iffer gepubliceert dat alle de Burgers vander 
ftadt fouden thoonën den gecommitteerden (daer toe gheftelt) 
hare prouiande, door dien dat de Soldaten (onder proteótie van 
-dien te foecken) beroofden enda pionderden de gemeynte van 
fier ftadt. Alfdoen gefchoten ij. mad/' 

„ Den xxx, is tfauonts weder een Duyf ken ingecömen met 
\\. brieuen , daer groote blijfchap ora was want inde brieuen was 
goede tijdinghe,** 

„ Den i. Julij Smorghens omtrent xi. vren heeft Capiteyn 
Peiiieaen, Capiteyn Cornelis MatheetuTz, met noch een oft 
twee Soldaten wt der ftadt buyten de Sijlpoort int Bleyckers 
y$lt met die vianden " gebroken , thoonende een Vaendraghers 
gheuanghen vrqu, die eerft met haren man fprack ? Daer onder 
worde gefeyt vanden Prouooft yande vianden, als dat haren 
Oueffteu begeerden metten Otierfteji vander ftadt te fpreken, 
fTwelc ajfo gefchiede tfauonts te vijf vren , al waer doen op 
Pfijch* gheleye ende dat tuflbhen tfamenfprekinge vande ghe- 
weldicti Prouooft die buyten int velt gaende zijn Bruynfwi joker 
ïioedt op zijn Prouooft ftock ftack, daer twee Bevelhebbers op 
wt quamèn? Die gbefpro^n. hebbende , quam den Vaendrich 
$ e & zijn vrou in^ Stgdf gheuanghen was , dien mede met den 
\Vachtmeefter vander Stadt gebroken hebbende, ginck weder* 
öffii £a& <k Q f ng§ quam. die Graue van Ouerttevn zijnder vijf- 

: • de» 



HAARLEMS GefchitdenUftn. 10$ 

de, groote beloften' tuffchen beyde gefchiet zijnde, op Crijchs 
geleye te handelen, fo quaraen fy te hoope tuffchen die cleyne 
Holpoort ende die Waterpoort. Daer van onfer fyde waren, 
die Burgemeefter Jan van Vliet, Capiteyn Steenbach, Rofoni 
ende Pellicaen , ende fpraken van vi. tot vij. vren , met aen elc- 
ke fyde haer driemael te beraden, eer fy fcheyden, ende dat mee 
grooter eerbiedinge ende reuerencie," 

„ Omtrent iiij, vren quaur een iongen wt haer veltfchanfen * 
leopen, ende wert tot Scaelwijcker poort van onfe knechten 
ingebrocht, van omtrent xviij» oft xix. Jaren, een Waelken we- 
Cende, ende feyde dat fy buyten grooten honger leden, het 
welcmen inder (ladt ooc niejt weynich en dede. Alfdoen ge- 
fchoten ij, inael." 

" . „ Den ij. Juli] hebben de vianden alle haer gefchut wt alle 
fchanfen voor die Stadt gbebrocht, foo begonnen fy fmorghens 
nae vier vren te fchieten op die Pijntoren , op Rauefleyn, ende 
op fint Jans ende Cruyfpoorte, fo dat de Toren van Rauefteyn 
al omtrent x, yren neder lach, met veel muers daer omtrent, 
ende hebben feer veel huyfen doorfchoten ende verdomen , die 
windt waeyde fo fterek vanden Weden', fö dat haer kijekbuyf- 
ken op de Cat bouen aende maft onder de voet waeyde, Datmen 
niet fchiejeq niet en hadde connen om crijgen , dat conde Gods 
igenade door eenen wint vernielen. Na middach lach den Toren 
aen fmte Katherijnen Brugghe mede ter neder gefchoten , gnde 
alfdoen gefchoten x'. mael." . ' 

„ Op den feluen dach flonden die vianden van buyten ghe- 
reèdt omme te (lormen, in (bleker voeghtn, dat die Clocke 
allarm ginck, maer daer eq is niet na gheuolcht." 

„ Op defen nacht hebben die vianden twee vlotten inde Veile 
gebracht, meynende alfo bequameiick te (tormen, maer die van 
der Stadt reede wefende hebben haer met fchieten wel xx.man* 
ncn vernielt." 

„ Noch opten feluen dach hebben die vander Stadt een fwar- 
te viagge wt gheïteken , om die fchepen te aduerteren dat die 
Siadt in grooter benautheyt was." 

„ Den tij. Julij heeft den viandt feer vreefelicken cviij. mael 
gefchoten, ende alfdoen tfauonts omtrent vijf vren, hebbeu die 
Vander (ladt weder tegen die vianden opte vooffc. plaetfe (praec* 
fce gehouden," 

.o G s „ Den 



to6 HAARLEMS Gefchiédenisfi*, 

„ Den iij. hebben die vander Stadt weder eeh fwert Vaen- 
del den Toren wt laten waeyen, haren nooc daer mede die 
Schepen te kennen geuende."' 

. „ Op den feluen dach ifler een Duyue ingecèmen, hebben- 
de brieuen van den Prince dat hy haerlieden den nauolgende 
nacht k meynden t'ontfettêm Ende alfdoen ccclviij. mael ge- 
fchoten." m * • 

„ Sijn oock optén feluen nacht die Soldatöft vander Stadt 
alle gader met witte hemden ouer haef cteederen 'Scaelwijcker- 
poort wtgetrockenj-méyriende van vre tot vre dat het fcheeps 
Volclr aen landt comen foude, om die ftadt te. ontfetten , inaer 
daer en is niet naer gheuolcht." 

„ Npch optqn feluen dach hebben die vander ftadt weder- 
om geparlementeert metten vianden , aeh yeder fyde fes , daer 
<je Graef van Boffu, ende die Graef van Ouerfteyn, met 
noch vier ter eenre 'fyden waren , ende van die vander Stadt 
waren Steenbach, Jan van vliet, Rofohi, Mons Sohey, Pel- 
licaen , ende Cornelis Theeuflz % maer fy en condén niet ac- 
corderen, want de Soldafcen vander Stadt en wilden fonder 
gheweyr niet wt treqken.'* * 

' „ Den v. Junij omtrent die mjddach hebben fPrincen Sche* 
pen die van der Stadt weder verfchenen, waer door fy luy- 
den met vele Soldaten die ftadt wt getrocken. zijn, om haer- 
lieden te helpen. Dit merekende den viaat heeft aent Bof- 
werek -eenen allarm gtiqma#;kt, falcx.dat die Clock alarm ge- 
flaghen wert, waer door den .yiandt } wiJGken moede. End^ 
alfdoen acht mael gbc&totöa." 

• „ Tten . vi. hebten f die -vander Stadt. een ™it. Vaendel $en 
Toren wtghefteken, ende ter feluer tijt met geweU Niclaea 
Berntflfc een vande ètadts Capiteynen met een fchuyt nae die 
Schepen geholpen met ilij. Duyf kens ; ende eenen brief ten 
den Prince van Oraengien , dat hy fo veel wilden doen ende 
bèftcllèn Schepen ende Schuyten met prouiande by de Ton ten 
ghen Dijnfdaechs fauonts, want fy den honger niet langher lij- 
den en conden, ende is behouden ouer ghecomen." 

„ Den vi}. Julij omtrent ièuen vren ifTer eenen brief vaöden 
Prince van Oraengien ingecomen, ende mede onderteeckent: 
vanden Poft die left wt getogen was, als * dat fyluyden noch 

ec- 



HAARLEMS Ge/chtéJenitfln. 107 

eenea dach oft twee ten lancften fouden ordentlicken lijden, 
by foude haerluyden voor gewis (met Gods hulp) ontfetten: 
Daer op de Burgers ende Soldaten vander Stadt hner met blij. 
fchap weder te vréden fielden, hoe wel een yegelick toege- 
ruft was om wt te trecken, ende veel volcx haer goet ende 
cleederen wech ghegeuen hadden, oock fommigbe haer goec 
vanden Soldaten berooft was, niet groot iammcr ende ellende 
datmen ouer de gantfche Stadt fach ende hoorde/' 

„ Op den feluen dach hebben die Soldaten de Lombaert 
opgefmeten, ënde alles genomen datter in was, wantfy meyn- 
den van vre tot vre die Stadt te verlaten." 

„Den vlij. ifler een Duyue ingecomen met eenen brief 
vanden Pr ince, ais datmen haerluyden den nauolgenden nacht 
hoepten t'omfetten, ende zijne Schepen fouden een loofen al» 
larm opte Fuyck maken, maer op het Bofch foude het meefte 
gewelt comen, van welcke nieu mare het meeftendeel der 
Stadt in rumoer waff, ende wel een paer duyfent Soldaten en- 
de Burghers 1 daer öp wachten , hebbende witte hemdenr ouer 
haer cleederen. om alfo (Tandere tot aflïftentie te trecken, 
welcken aenfladh niet geluckt noch volbrocht en is', Daerom 
die gemeente in grooter droef heyt was, want fy van honger 
ende ellende feer gefwackt waferf." 

„ Ende opren feluen nacht maeften fPrincen Schepen voor 
de Fuyck eenen allarm met feèr te fchieten, daer ander? niet 
van >ecomen is." - 

,; Op defen tijt was in Haerlem den honger fo groot, dat- 
ter vele menfehen van hongher gheftoruen zijn." 

„ Den lx. Jnlij ifler weder een Duyfken ingecomen, de 
tijdinghe brenghende dat fPrincen volck den flach in, het Man- 
nepat verloren hadden, waer op fommigbe Capkeynen de ha- 
re vermaenden dat fy haer ghereedt fouden maken om wter 
Stadt te trecken , maer dié vrouwen ende kinderen hadden fy 
gaerne inde Stadt gelaten, welcken wttreck tot gheender per- 
fectie gecomen en is, Want die vrouwen verflaende datmen 
baer met hare kinderkens inde Stadt laten wilde, zijn terftont 
met fulcken difördre ende gecrïjt onder malcander geloopen, 
datmen daer niet en wifte door te comen." 

„ Den 



ioS HAARLEMS Gefchiedenisfa'. 

„" Den x. Julij tfauonts fo hebben die vaader Stadt wederom 
ghereedtfchap gemaeckt omwt te trecken , Ende werdt geordineert, 
daer fouden (om den wech te beurijden) voor aen trecken feuen 
Vaendelen knechten , meeft al haeckgefchutten , daer na den 
Raet, Schutters, ende Burghers, met hare wijuen ende kinde- 
ren, die mede wilden, ende tot den hindertocht was geordi- 
neert ix. Vaendelen knechten, Welck voornemen (by eenen brief 
die den viandt wten Bofch fchifte) beledt wert, door dien, het 
inhoüt des Briefs was, dat aUe die inder Stadt waren, ghenade 
fouden hebben, , daer op hen die duytfche Hopluyden end* Sol- 
daten terftont betrouden, ende afuallich werden. 1 * 

„ Opten feluen dach verthoonden die Spaeniaerden op het 
oude Biockhuys (tör een teecken van vidorie ) negen Vaende- 
len, die fy den voorgaenden .dach uu. Mannepat van fPrincen 
volck gecregen hadden.*' 

„ Op den xi. Julij meynden t&uonts vier oft vijf Vaendeten 
Walfche haeckgefchutten; Schaelwijcker poort wt te trecken, 
daer van die meefte al btiyten waren, met veel Burgers ende 
Schutters daer onder , foo datter gpen een aende Brefle ofte 
Stormplaetfe en bleef, dit gefchieden woder fonder eenjghe or- 
dinamie, wet confuys ende verbaeftheyt, gheen Bruglegghers 
rhereedc wefende, foo is een- yeder wederomme (met groote 
beroerte onder cÖe Burghers ende Soldaten) elck een op zijn 
Wacht ghegaeu. Ende foo Godt die Stadt niet fonderlinghen 
bewaert en hadde , die vianden hadden daer moghen in comen : 
want tfauonts omtrent half twaelf de Soldatea weder eerft na 
haer Brefle ginghen." 

„ Opten feluen dach hebben die vander ftadt de vfcmden ant- 
woorde ghéfchreuen, fo dat die Bode twee mael ghins ende 
weder liep." 

„ Noch opten fèlueti dach hebben die Soldaten M. Quirijnea 
dochter, met des Cofters wijfc, door groote wreetheyt doos 
, ghefjp.^ben." 

,., Den xij. Julij des auonts is Steenbach, "Rofoni, Chriftof. 
fel Vader, met noch twee Burgemeefters ende meer andere, 
matten vianden geaccordeerd, als dat fy baeriieden die Stadt met 
accoort fouden ouergeuen, maer Rofpni en (lont het accoort . 
niet toe, ende heeft dat andere Walfche Capiteynen geaduer- 

teen, 



HAARLEMS Ctfchiedeniifen. tQ9 

teert, die welcke terftont feer twiftich geworden zijn, ende 
hebben die Valbrugghe op gehaelt , niet. willende de voor- 
noemde perfoonen in -laten , die welcke nochtans int lede in- 
gheraeckt zijn , die Burghers ende Soldaten noch goeden moedt 
gheuende , fegghende : Don Frederico fal ons meer ghenade 
doen, ats wy hem wel toe betrouwen," 

„ Den xiïj. Julij foo hebben die vander Stadt haer Tromme- 
len laten flaen, ctat alle die Hopmansfchappen haer fouden la- 
ten vinden op een oort, al waer haer voor ghehouden werdt, 
oft fy op ghenade ende onghenade vanden Hertoghe van Al- 
ba inde Stadt blijuen wilden, oft fonder gheweyr wt te tree- 
ken? Waer op fy feyden, lieuer op ghenade ende ongenade 
te blijuen, dan fonder gheweyr wt te trecken. Gemerckt oock 
cTOoftérfche ende Schotfe Knechten wijs ghemaeckt was. dat 
fy in ghenade ghenomen waren, fo hebben d'ander Soldaten 
haer de handt Gods moeten - beuelen , ende op de ghenade 
verwachten. Maer Monfoir Gordel hoorende vande ghenade 
(preken, heeft ftracx een vande Knechten beuolen dat hy hem 
doorfchieten foudè, fegghende: & toy mon amy qui ni*aue 
fai& plufieurs feruices % Jaiftcz tuoy aft heure la derntere, 
we donnant vn coup tfhdrquebouze. Dat is ie feggen: Nu 
wel mijn vrient ghemerekt ghy my vete dienilen ghedaen hebt, 
wilt my doch nu de lede doen, ende neemt dit Roer ende 
doorfchietet my, het welcke den Knecht naer langhe weyghe- 
ren volbracht 'heeft.'* 

„ De oorfaecke van dit Romeyns werek was , als dat den 
viandt int accorderen opentlijcken betuycht hadde, dat (alle) 
die In Berghen in Henegouwen ghe weeft hadden gheën ghenade 
hebben en fouden. Ende zijn fmorghens te neghen vren buy- 
ten die Sijlpoorte ghegaen , omme het accoordt te beuefti* 
ghen, Waer op die Schutters op het Stadthuys ontboden wer- 
den, oft fy met tfèlue accoordt te vreden waren, ghemerekt 
fyluyden een groote fomme van Penninghen vqor de plonde- 
ringhe vander Stadt opbrenghen fnoeften, ende byden Burghe- 
xneefters voor twee hondert duyfent en veettich guldens vry 
ghecocht, ènde dat op drie termijnen, Waer van d'eerfte 
hondert duyfent guldens daer binnen twaelf daghen wefen 

moe- 



Iio HAARLEMS Cefchiedetiisfen. 

mmmtmm^ÊÊmmmmmÊmÊmmtm^mmmtmmmÊmmmmÊmmmÊmmmmmmÊmmmmmmÊÊmÊmmmmmmmmÊmmmmmmmmÊmmmm^k 

moeden, ende' die refte binnen drie maenden naeftcomehde, 
met welck accoorck de Schutterijen te vreden moeftén we- 
fen." 

„ Die Stadt nu in handen vanden Hertoghe van Alba we- 
fende, is terftont met. die groote Clocke af ghelefen, dat allen 
die Burghers met die Soldaten al haer gheweyr bouen op het 
Stadthuys brengen fouden, ende dat die mans perfoonen ter 
ftont fouden gaen te Sijl , int Cloofter , de vrouwen inde groo- 
te Kercke , ende die Soldaten inde Bakenefler Kercke . Maer 
die Schotten met die Duytfche knechten hebben die mueren 
bewaert." f 

„ Dit ghedaen zijnde is Philippus Martius (eertijts oudt 
Burghemeefter) int Cloofter vande Sijl ghecomen, ende die 
Burghemeefteren ghebeden, dat fy die penninghen (daer een 
yeder op ghetaxeert was) wilden opbrenghen , op dat die Stadt 
niet gheplundert en wordt, ghemerekt hy als CommifTaris van 
den Hertoghe ghefondeh werdt." 

„ Is oock die vander Stadt alfdoen onder fes mannen een ' 
bol Broodts van twee ponden wtghegheuen." 

„ Den xiiij. Julij foo is den Comniiflfaris wederomme in 
het Cloofter ghecomeq , met Don Juliano Romero , ende heeft 
den Burgheren eenen goeden moedt ghegeuen, fegghende: 
Dat haer leuen ghcfelueert was, midts opbrenghende de voor- 
noemde penninghen." 

„ Op den feluen dach. als die Spaengiaerden inne ghecomen 
waren, foo zijn die Schotten met die Duytfchen belaft, haer 
ghevyeyr op het Stadthuys te brenghen, ende voorts gheleydt 
tot finte Cathrijne ende fint Vrfele Cloofter, al waer fy mede 
yande "Spaeuiaerden bewaert werden." 

„ Don Frederico is met de Graef van Boflu, ende meer 
Edelingen opten feluen dach inde Stadt ghecomen," 

„ Ten feluen dage zijn die Capiteyneh ende Vaendr^gers 
(als fy fdaechs te voren haer Vaendels prefenteerden, geulen 
nae t'hnys te Cleue gebrocht. Ende dewijle Burgers ende 
Soldaten aldus inde Kercken bewaert werden, fp he.bben de 
Spacniaerts fommige Burgers huyfeu berooft ende ghefpoel- 
$eert." 

» Deo 



HAARLEMS GefchUdenisfen. in 

„ Den. xv. Julij zijnder omtrent iij c . Walen op de Marft ghe- 
hanghen ende gherecht." 

w Op den feluen dach is den Hertoch van Alba van Amftcr- 
«km ghecomen om die Stadt Haerlem van buytea te befien , en- 
de is foo om die Pingel vander Stadt ghereden, ehde die Catte 
piet andere fterckten ende fchanflen befichticht hebbende, isdaer 
n^er weder binnen Amfterdam getrocken." 

„ Den xvi.is Hopman Ripperda met zijnen Luytenant om- 
hooft, ende Steenbachs Predicant gehangen, met noch ij 6 .xlvij. 
Soldaten int Meyr verdroncken." 

„ Den xvij. is die fchattinghe gheinnet , ende weder een deel 
Soldaten buyten Scaeiwijckerpoort onthalfh" 

„ Den xviij. ifler weder wel iij c . buyten Scaelwijcker poort 
onthalft, onder welcke oock fommige Burgers waren, in mey- 
ninghe wefende met de knechten wt te paflereri, ende fo door 
te comen." 

„ Opteh feluen dach wert Simon Simonffz. den Predicant me- 
de den cop afghehouwen." 

„ Den xx. Julij is Lanfloot van Brederoede, Rofoni, ende 
den Rentmeefter vanden Briel geapprehendeert , ende buyten 
der (ladt tot Schooten onthalft." 

„ Den xxiiij. zijn alie die mannen die om het woort Gods 
eertijts gheulucht waren + gheapprehendeert ghe worden, midtf- 
•gstders Pieter Kies Burgbemeefter , Jacob Gherrltfz Trefaurier, 
Arent Dierickfz. Gorter, Floris Willemfz. Schoenmaker, Arent 
Dierickfz Coeman op de Beeck , Hageman Kerckmeefter , 
Adriaen platteelmaker , Schagen, Michiel de Waels foon." 

„ Den xxv. Julij is met vier Trommelen om geflagen , dat- 
men alle die wtlandich geweeft zijn openbaren ende te voort- 
fchijn brenghen foude , op verbeurte vaft in haer eygen deure 
gehangen te worden." 

„ Den xxvij. is geapprehendeert Ariaen Janflz , Schout Jan 
van Vliet, Gherrit Stuuer Burgemeefter, Jan Aelbrechtfz Raet 
Secretaris, Jan vande Vooren Comel, Jacob Bartelmeeuflz Ca- 
piteyn, Pieter Bal Schepen, ende Jacob BarntfTz Capiteyn, die 
corts daêr naer geftoruen is inde geuanckenhTe ende inde Stadt 
; begrauen, want fy alle wter Stadt geuoert waren. Oock Jan 
AriaeniTz de ionghe, Luytenant vanden Corónel, JanDiericfz 

Schat- 



n» ^ HAARLEMS GefchitdèHiifiH. 

Schatter, Pieter Dierickfz Haffelaer, beyde Vaendrageri, Jarf 
Zael onderfchout." 

„ Den xxix. Juli] maeckten die Spaeniaerden Inde .midder- 
nacht (buyten der Stadt) een groot. rumoer, Want fy mede 
inde ftadt wefen wilden , ora alfoo mede alle buyten ende roo* 
uinghen' (als d'andere) deelachtich te worden* In fulcker voe* 
ghen dat het groote moeytè ende fwaricheyt in brocht, onl 
den feluen troubel te modereren, ghemerét fy andere Capi- 
teynen, Luytenanten , Sargeaflten, ende Vaendragers ghecorêü 
hadden, ende quamen alfo mede inde ftadt. Welcke fcheu- 
ringhe ende tweedracht onder de knechten (Beminde Léfer) 
anders niex en is gheweeft dan een werck Godes, waer ió 
dat wy als eenen claren Spteghel zijn gtoote barmherticheyt 
ende ghenade tot onfwaerts hebben connen fporeh, gemerckt 
-het groot profijt nut,. ende weluaren dat defê landen door ded 
feluen tweedracht ontfangen hebbén, alfo hy wel fes wekeö 
lanck gheduert heeft. Soo dat fyluyden teghen andere ftedea 
oft vlecken niet connen voornemen hebben. Hebben oock al- 
len fteden daer omtrent ligghende Pviandts coemfte met fchaa- 
fen ende bolwercken verwacht.". 

- „ Den xxx. hebben die Spaeniaerden tegen malcanderen eert 
groot rumoer ende ailarm ghemaeckt, fulcx darter 'een bende 
Ruyteren inde iladt ghecomen zijn , die welcke terftout weder 
vertrocken heeft.'* 

„ Den xxxi hebben die Spaeniaerden xiij. ofte xiiij. ftuckett 
ghefchuts inde ftadt ghebrocht " 

„ Den vi. Augufto is Schippio Vitellüsf een oudt beuaren 
Criichfman inde ftadt ghecomen, om die Soldaten in vredêrt 
te ftellen, ende met haer (van Conhicx wegeii) aengaende de 
betalinghe t'accorderen , waeromme de Spaeniaerden gfoofe 
blijfchap maeéten ." 

„ Den vij. zijn de Duytfche Soldaten van Lazarus Mulïefs 
rcoiment , met haer Capiteynen ter .ftadt wt gheleyt,, met haer 
hebbende fekere paerden ende voetknechten tot Leydtfluyderf, 
maar comende by nieuwer Kercken, zijn fy by de Knechten 
daer Broechuyfen Ouerfte af was ' ende andere 9 den vianden 
afhandich ghemaecku" 

» De* 



HAARLEMS Gcfchiedcnhfen. 113 

„ Den vfij. hebben die Spaftiaerden fnachts eenjen aHarm ge- 
mae&, ende Simon Scorl (die meynden door het rumoer font- 
comen) is alfdoen gheoanghén ghenomen." 
• „ Op den feluen dach zijn die Burgers, met oock alle dfe 
Walfche Capiteynen Wt der ftadc t'Schooten ghebrocht, Waer-* 
emme onder de vrienden grooten rouwe was." 

„ Den xi. zijn dé Schotten, Engelfchen, Walen, ende'Fraifc 
coyfen, dié toe noch toe gheuangltèn gtófeten hadden, omtrent 
drie honden met den fweerde gerecht, grootelicx buyten haet 
jneyninghe." 

„ Den xij. Augufti hebben die Spaeniaerden haren Veidtheer 
{Don Frederico) met groote triumphe inde Stadt ghehaelt , ge^ 
merckt fy voos hare betalinghe veraccordeert waren, yoor xxx. 
Croonen de man." 

„ Den xv. Augufti heeft den godtioofen Godefridis a Merlo- 
de, Biflchop tot Haerlem v Smte Bauen Kercke met grootef 
Solemniteyt ghewijdt. Heeft oock die Miffé ghefonghen, al- 
waer Don Frederico' ghecomen is, Ende d'Euangeiium gelefen 
zijnde, fo heeft' den Secretaris vanden Biflchop Don Frederico 
ix. Articulen voor ghehoudjen, waer op hy zijden eedt voö£ 
den Biflchop gedaen heeft belouende de feiue in als Yohderho*» 
den ende naer te coiiien." - 

„ Deii xvi. Auguffi zijn die Spaeqiaerts in die groóte Kercfc 
van Haeflem geweeft om te monftereu, maer om datufónhaer 
die leeninghe conen wilden, zijn fy van dafer gefcheyden fonder 
7et andera wt te rechten." 

' „ Den xvij. zijn fy weder in die Kercke gecoraen, ai waer 
-fy geit ontfanghen hebben , eude zijn allbo wter Stadt ghetro^- 
ken om Leyden te belegghen, raaer naor lang* be*»edt Ml op 
«Alcmaer gheirallen , tlaer fy weynich eere behaelt hebben.? 

„ Optén fefaen dach ftraex na t verweck der SpaenMerden, 
:zijnder Duytüfche Knechten inde ftadt ghefcomen" :. 

„ Den xviij.' zijnder birmen Schooten xviij- vsnde Waticte Ca? 
^•iteynen ende Vaendraghers oftthalft." > 

„ Opten xix. zijhder noch etteKjcke Soldaten (di<? kit Gaft- 
liuys fiéck lagheri) opten Werf vant Gafthuys xxadxèfc Öook 
zijn die Burgers dit m ghebrocht waren, weder imie;ghecp« 
'ajen.**- • ' - •' • 

JUXi vmw H „ Den 



{14 HAARLEMS Oefikiedêuisfaü 

' ■ ■ ; ■ ' j | j " ■■ '■ ■ ■ ■ ■ ■ 



„ pen xxi. i/Ter éea pnerad Pardoen voor den Burgeren 
af gqlefcn ^ wfgbefondej: t Lvij, Barghecen. W$lck . Pardoen 
metten namen der Burgban bier s$er vpkbt," , 

„ D?n;4 September bebfren. die Hopmans h*e& Spbutte-. 
rijen doen vergaderen $ntfe ajfitoen \ft elcke Sehntterije gl^-r 
coren xij. mannen, die Voqr Alcmaer (dat den vyiadt bele-> 
gfeerde) Pionieren mqefteti," 

. Bij al den laat, 4fc te: HwJkmmm vm te Spaan $ck 
Krijgsvolk leden, kwam n?g, dat in het Jaar 1576 een felle 
brand in de Stad veroorzaakt werd , die , behalve» eenigc* 
Codsdietiflige GelKgten, omtrent 450 Huizen verteerden» Van 
tijd tot tijd deed men, zetten* ^riUtig^ poogingen v op 4% 
Stad weder aan der. Statten ^ij4e te. br? i^gefl v waar toe ook; 
een goed aantal Ingezetenen niet ongenegen was.,, dan. d$ 
Sp*a*ichgizinde Regeering vetfjipderde bet. Men, regKp een 
nieuwe Schutterij op, en wilde de gantfche Burgerij, dopg 
f enen nieuwen Eed, aan de Sppattfchen verbinden* die veele 
volmondig weigerden. Op bet eind van bet Jaar }$$* wa- 
ren 1te.$ta&tfche Schepen in 't Spaarne y tusfcjien de Stad 
$n Sparfnjom genaderd, zo dat die van binnen* zig den 
vegi.pm loeyoer te bekomen, genoegzaam zagen afgefneden , 
waar door groot gebrek ontftond. Men zond Gemagtjgden 
aan Prifl^ wu&em, om over een verdrag te hapd^leu, en op 
den 92 Januari) van bet Jaar 1577, w ^ d *?r \&Veer* % in 
Zeeland, alwaar de Prins zig bevpnd, een ovwgnkQjnst ge- 
troffen, volgens welke de Spaanfcbe bezetting, de Stad rui* 
jnen , de Romfcht en Onrwwfchc Godsdienst vrijelijk in 
-de Stad geoefend, eg voorts in alles de Gendffa vrede; moe* 
«pderhonden worden, dan het duurd? nog een L g^uimefi 
poos, eer de vijanden de Stad verlieten. In de mopd Juty 
veranderde Prins willbm de Regeering aldaar. : Ifc Gerefar* 
meerden vermogten alken, volgcos het verdrag, tn^öonenKerfc 
prediken, houdende de Mamfcfon «11e de snieren h|, dit 
duurde tot na de fatisfa&ie. /van AmJUUkm* m.Febra^fi)> 
-vau het Jaar 157Ï, gefloten* Qp <fen «jt Maij van dat J^ar, 
lijnde Sacramentsdag, viden.de SaWwnm ifl de(?r$HWKttk* 
% opgepropt met meofcktn WM, m t*sP9#« é&ÜVfi TO 
alle fieraden, dat niet zonder bet wonden en doodea, v|p 



HAARLEMS GffchUdtnttfU. \i% 

«enige ongelukkiger) toeging, en even zo handelden ei} dlqi zët 
ven dag in eenige andere Kerken en Kloosters, De JUgearing 
depd intusfehen de Groote Kerk fluiten, tot dat zij gekraamd , 
door nieuw geweld van 't Krijgsvolk , in September , weder 
geopend werd, en aan de Ger f formeer den ten gebruik* toegf- 
flaan werd. De Roomschgezinden deden alle moeite ooi dit tp 
beletten , dan de kans was gekeerd. In het Jaar 15I1 , beflqten 
zij , een verzoejefchrift aan.dèn Prfai van Oranje op te ftejleiu 
waar bij zij om de vrije oeffening van hunnen Godsdienst. aan- 
hielden. Doch de Staaten van Holland \ aan wien het ver?pek- 
fchrift was ter hand gefield» wezen het af, en zij, die het gete- 
kend hadden , in den Haag ontboden zijnde , werden genood* 
zaakt, hunne namen door te halen. Ge&rit stuwer, Roomse h- 
gezind Burgemeester, die het bad horen leze# en gpedgek/eui^,"" 
'en dirk voLKEnrz coornhart, die het als Notaris oggelielfl 
bad, badden moeite genoeg, om hun gedrag bij de Staaxen $e 
verantwoorden. Haarlem bleef, zedert dien tijd , ge^efcxaapi 
in ruste, *n begon merklijk weder toe te neemen» tqt i# hft 
Jaar 1617. De Wethouderfchap had 'er yooc dat Jat*, 4e 
Kerkordening van het Jaar 1591, >villen / invoeren, en volgens 
idie orde, twee Jaaren te vooren, een predikant doen beroepen, 
en daar door was zo veel misnoegen onder de Contra-JLtmwr 
flranten gerezen, dat het gezag der Staaten naauwlijk toereiken- 
de was, om de beweging voor een korten tijd te ftillen. a t 
, Gemor zig wederom verheffende ,.befloot men tot het aannemen 
van Waardgelders, en men vorderde de Schutters vernieuwing 
van hunnen Eed af. Eenen elias christiaanszoon , Lintwer- 
ker en ijverig Gereformeerd p weigerde den Eed, waar op hij 
ontfejiutterd en op maandgeld gefield werd, 't welke hij weiger- 
den te voldoen , een ander, met naame abram de b^ok, ver- 
fchafte de Regeering mede veel moeite , dan beiden wer- 
den, zonder eenige Rechtspleging, door Burgemeesteren, de 
Stad ontzegt» Hier qp beriepen zij zig op den Hoogen Raad, 
.die hen hoorde, en de Magiftraat deed dagvaarden, belastende 
..(effens, met de uitvoering van bet vonnis, ftil te ftaan. J)z 
blok, daar op \eder in de Stad gekomen zijade, werd cjoör 
bet Gerecht vervolgd, om de boete, op het breeken van de 
Bani doch hü werd op nieuw gedekt met inaadamenteji van 



ü* .HAARLEMS Gefchiedenisfen. 

den Hoogen Raad. Deeze zaak duurde tot ia het volgen* 
Jaar, wijl Gecommitteerden zig verzetten tegen den Hoogen 
Raad , en de Staaten begeerden , dat hun de (lukken moesten ifc 
handen géfteld worden, 'en niettégenflaande , dit al (lefde den 
Hoogen Raad, 'de Regeering van Haarlem in *t ongelijk , be* 
lastende den Deurwaarder , hunne fententie ten uitvoer te breir* 
gen, dan dié van Haarlem, gedekt door de meerderheid der 
Staaten, Verklaarden die fententie voor nul, en dus bleef die 
zaak onafgedaan, tot de verandering der Regeering, die daar 
navolgde. 

Haar km, dat de zijde der meeste Steden hield, en dus aan 
die der Remonftratsten was, leverde, in de maand Januari; , 
van het Jaar 1618, ter S taatsvergadering , eene merkwaardig»' 
Memorie in , betreffende genoegzaam de gantfche Regeerfng van 
Holland, welke verklaaring, door de zeven Steden Leiden* 
Qouda. Rotterdam, Schoonhoven # Brlel, Alkmaar en Hoorn 
1*erd toegeftemd , en door andere Leden flerk werd tegen ge- 
<t*aü, van welk (luk wij reeds op het Art. van joan de raam,. 
melding gemaakt hebben. 

Den 24 O&ober, van het Jaar i6rfr, verzette Prins mauwt» 
de Regeering aldaar, latende dertien van de oudeVroedfchappetl 
in hunne post, en (lelde 'er nieuwe Schepens eff Burgemeeste- 
ren aan. x 

Toen men in het Jaar 1629 voornemens was, weder ïn on- 
derhandeling met de Spanjaarden te treden, gaf cte Vroedfchap 
deezer Stad, in Januari], van het volgende Jaar te verftaan, dat 
zij bedugt was, dat dé Rernonftr anten gelijk (zeidè men) ten 
tijde van het voorig beftand, het hoofd weder opfteken, en 
onrust verwekken mogten, de Regenten, echter, naderhand 
vretende voor afzetting, befloten wat nader aan te komen *. 
waar mede zjLj niets verloren, wijl kort daar na de handeling 
.geheel werd afgebroken. ' * ' 

Geduurende de Munfierfche vredehandeling, zogten de Rid- 
ders van Maltha zig weder in het bezit hunner goederen in de 
Nederlanden ,te (lellen. Willem lodewyk, Prins vwtortu- 
gal* neeve van Prins maürits, Ridder yan Malta geworden 
zijnde, had zig reeds, in het Jaar 1625, volm^gt doen geven > 
cm deeze goederen te rug te vorderen, dan hij flaagde zeer 

on- 



HAARLEMS GefkMtienUfen. ,+Vf 

** ■ .i .. . ■■ ; ii i i> u i i 

ongelukkig te Haarlem, weigerende de Regetring aldaar dt 
goederen dcr$t. Jan* Meeren* gelijk men hier de Ridders va» 
Malta noemde , te rug te geeven , waar bij zij volftandig 
bleven. 

In de berngte bezending aan de Hcllanajche Steden, in het 
Jaar 1650, hield Haarlem zigmede ftandvastig, weigerende de 
Vroedfchap aan dezelve gehoor te verlenen, dan gantsch anders 
was het gedrag van Haar/ent s Ingezetenen , in het Jaar 1653, 
geen eenige Stad had men kunnen bewegen , om ter St*atsver« 
gaderiiïg den vóorflag te doen, om den jongen Prins van Oran- 
jf<, tot de waardigheid van Kapitein Generaal te verheffen. Te 
Haarlem alleen , fcheen het, dat men 'er toe beflofcen had. De 
Schutters hadden aldaar, op Kermis opgetrokken, verfrerd mee 
Qratfjelinten , en ëen Oranje^ Wït en Hlaauw Vaandel, \fommi- 
ge hadden een geopend hart op de borst, waarin een Oranje 
appel ihk. De Regeering voor opfehodding bedngt, had het 
Vaandel doen weghaalen , doch de Schutters rustte niet* voor 
dat zij bet weder hadden, toen ging 'er een gejuich op van A7- 
vat Oranje in fpijt vón Britianje en Spanje* . De Regeering 
*s volks zngt voor het Huis van Oranje ziende* befloot, ze- 
dort, dat men daar aan voldoen moest, en dat Heiland zelfs de 
eerft? behoorde te zijn , om deu Prins \^ Oranje ter algemee- 
ne Staatsvergadering als Kapitein Generaal, voor te liaan, en 
dat wel : vrijwillig, eer dat men door het vojk of ander* Gewes- 
ten 'er toe gedwongen werd, dan de \frirr, wist de Penfionaris 
ruil en de Regeering tot andere gedachten te brengen > en zelfs 
zo Verre, dat Haarlem in het Jaar 1654, mede bewilligde, in 
de A&e van Seelufie. In die gedachten én ruste, bleef men ctatr 
tot in het berugte Jaar 1672 , in/welk Jaar aldaaf terlcheide&e 
berbertens óntftónden. ' Het eerfte , dat daar toe gelegenheid 
gaf, was, dat na het overgaan van veéle Steden, de voornaamfle 
Lieden hunne goederen , elders in veiligheid zogten té brengen , dat 
door het gemeeh gewetóadig belet werd, als niet willende, dat 
de Rijke zig redden, en de fchamele Gemeefite in nood zouden 
Jaten, en toen men de lugt kreeg van de onderhandeling met 
frankrijk, werd het Huis van den Burgemeester stkyn, mee 
plondering gedreigd , om dat Ittj gehouden werd , de eerde 
voorflag d|ar toe fc de Vroedfchapsvergadering gedgan te heb- 

Hj . fre* 



ti« HAARLEMS Ve/èhteJenitfett. 

wmiÊmiÊÊÊÊÊIÊIHÊÊÊÊÊÊÊÊmÊÊÊÊmÊiÊÊmÊÊmmmmÊmmÊtmmfÊmmmiÊÊmÊmmÊmmmmmmmmÊmmmmmmmÊtm* 

&n? 'tièArktit en leiden vorderden, dat men detï Prïnfe meèf 
featagV garv&y Haar km wilde zdfs , dat men het recht der Pa; 
lemen arfn *fèn Kapitein Generaal behoorden te laaten, dan d&r 
verliepen pog eenige dagep, eer daar iets op.befloren werd, eri 
dus frjfc Haarlem fpoedig gereed, tot de verheffing van den 
Prinré,'.'tot de Stadhouderlijke waardigheid, 2ijnde, om de Ge- 
meente aan het bedaaren te bféngen, eenige Kompagnien, Rui- 
ters rfoor de Siaateh van Holland derwaard .gezonden ,; doch dié 
werden', <#>, begeerte der Schutterij', dpor <le. Redering wede? 
te rug gezonden. Dit' w^s ^naaiiw .gefclried, of de Gemeente 
fqhoolde fajufl. Zekere pieter w^as haalde, het Oranje Vaandel 
«UdeNieujve poele, dat. dpor j&cob albersz. van beterwyk» 
eersjt qp het.-Stpdhuis. T^nen^e, en daar n$, in plaats van de 
WtodwiJMf, op 'i Kruifr.van'dejGrootelKerkstooren, g^net 
wei-d* 'De v Vrotfdfchapv iö ; «ülerijt vcrg&deiA» Hemde toen ter- 
ftood in de verheffing vaa-zijfaoHooghcid, £rins willem dej* 
}tfv«M> w'rin\ van dit beflah, door vier Gtmagtigdeh, mat* 
fHEtte *têy# ei> wïllAm FABMtttrs, flk de Vfoedfcfmp, öalt^ 
Aas ar korans *t> AÊRAfifAM* lórÈin> uit de Burgerij kenrife* 
Trert! gegeven. Dan verre j dat daar : mede de rust aldaar,- ofiir 
andere &etfe*n> zou bevóriïérr iijh ,' overal had men, voor en 
na he f t otnbrengeii van ~ 3c öe-witte^, getfreldige béroertens.' 
fiinnen Haarlem \ toas op den 4 Julij gepfohdêrr, iet Htris v*in' 
den Heef' askaNius VaN sypesteim , Baljuw 'van Ëredcfode , 
en Neet Varf den geweien Raadpenfionaris de vvitt, op een 
valsch Vporgevèn, dat de Heer joan de witt "zig daar in ver- 
borgen -hadj yéeie oude ftukkon uit den Huize van %r ederode 
werden daar,, vernield. Doch cjje plonderaar?, wei j of 4.00 
fterk, lieten 2ig, naar : verloop vawtw^e uurpn, dqor omtrent 
twintig .gewapende Schutters» verjaagen. V}er „w.er4ea 'er ge- 
vat, die tot op deaai Augustus jn tegpns bleven., doch toen, 
op iterk aas^riegea, van uwee Vajmdelen Scimcters , het bont* 
en het Oranje Vaandel motstffa wfcrdei kis geiateu* 't SeheÜeiq 
öp de Itegeeririg ; het drèigeh van moord én pfao46ïto£ hield. 
*an, tot de» 30, wanneer eèmgfc Burger* *>dfe 29 mderfcaric} 
Week yagiërrlad hiektel), ** ltiidfeo van ttetode? afcuieii^ in 
jefcér Herberg vergadert zijale^ op den voorflag vaa den Pro- 

CU- 



HAARLEMS CrfïhtidtthfkK *t» 

ï j mm ' "" ■ ■ ^ i ■» 

tafreur pietir tan juxm* eetiieerzaékfchrift ontwierpen , wett 
toen hield te ftréfcken , tot herftei vt* 't vefyai , in 't beft» van 
£#nd en. Stad» Zes perfpdnen, die ten deeie benoemd, teil 
jdede zig, daar iö gedrongen hadden, werden gemagtigd, om dit 
•verzoekfchrift te béhandigen , afta den Vroedfchap, dhs géêwöiï 
£en, werd» af te kondtgea, dat zij de Burgerij in deréëlvef 
Voorrechten zoude handhaven, eo de overige Punten verfMeef 
men a*n den. Stadhouder, aio wien Gemagtigden' gebonden 1 
werdöt^tijt tfe Vroedfchap' en.Bnrgerlje, welke laatfte door z$ 
pt Hoogheid vermaand werden , tot gehoorzaamheid aaa deRoü. 
geringe, houdende inmiddels hbs verzoek in bedenking. Voorts 
beftNtffl£';heh de' Prins, wegens bet té rag zendéii van de Rul* 
*ers; me* Priafen, Patent. *c Ongenoegen hield binnen tte Stad 
echter. vfl#H joseph KoirMéNs^-tfiyDJ Broeder balteuüar , nft 
dcrhan4 Vioadfriiap werd, 2ögrden<Preftdem Burgemeester va« 
tiffelen te beduiden, dat hij en anderen, zig tot. 'Voorkoming 
v?n oproert v^o taïe Atopten behoorden te ontdaan, doch 
ineaweet, toöiBöte deRége^ Mei 

4m avqitd va», den dgtften September, trok een gródte hoep 
Schütfcejr^raur de. Nieuwe< Doele, daar een verword befltftge- 
swmert wefcd, oiBjie Rukeri) S jdie« weder voor de Stad gtfkdttieif 
wbs-, in te Jatên^docb te .gelijk: da a^ntfene Regeêïing af td 
temen, feene rfieswé beooemiogrie .doen, èn de keuze éutt vafl 
èan . de« Heeï «ttacttwader te :lêteiu ittefgeKeele Kri jgstatd Werd 
mede buiten bewind gefield, Veele Burgers begaven zig «diett 
. eetven ^cht^toeir. de>Hnts^mdér Vroddfcbappeit y'Üle alte on- 
fter een groo*geftatr«e«w -e» tfe6>otdn^ jtoit 't Seadbofs geleid 
tverdenr 9 )opiobattd vékmpumr.rf .te ffeunv . Deri v^lgeüdav ffin^ 
ge» trate*ta*m#int|g .Geinagttgdefr ttk de, Burgers v tq* cW 
benoeming r v** e*n>insuwe Krijgsraad,'^ die^op twee Kotóoetaett 
na;~dpar na^^or den. Stadhouder bevestigd .wèrda Memte» 
Boemd^woOb *e*p jfebbertei tm meuwe Vrrcdfbhappenfpwaki' 
xmder de tweebenig ouden begrepen waren. Achcvkit do, 
* yieceacwin$ig .ggrgeis bragtentvde JNombuttte aan óenPrius vanr 
Oranje 9 wfjlr de $tad zonder Regderiag wan Doch de zesden 
ev^gebkyea Gwagtigden, begaoden bun kort bewind den' 
dftten te.' aanvaarden, Daag*' da* tan kwamen rafeu» erf 
traan, i* ;n^»,ïaaPnitf wiujBtf oe» in> ia deSmd, onr, 
<; . ~ Hi o». 



Iso HAARLEMS GefihitJenhfa: 

onderzoek te doen. Veelen: verklaarden zigl openlijk tegen bet 
gedrag en den handel van de vierentwintig. Wierts, een keer 
paar ajjn Hoogheid gedaan Irebbende, kwam den- 15 te mg, en 
flen volgiendeadag werden alle de oude Vroedfcteppen; op Mr. 
jan rversWyn na, in wiens plaats, gemelde balthazar kov> 
MAWa,. gefteid. werd, in hunne posten herfteld.' Voorts wferden 
tle meeste. punten, van het verxoek der Burgeren, heimelijk of 
openbaar afgewezen, en eeneaigemeehe. Amnestie 'afgekondigt. 
Pat te Haurkm dus weinig verandering in de Jtqgeering ge- 
maakt werd , fcbreef mén toe aafl den Raadpenfioftari* fagbl, 
voorheejj PenGonaris dier Stad, én die »daar' veel invloed had 9 
welke, izijne Hoogheid : had doen verdaan/ dat de Regeering 
voornemens. Was, tel treden in de maatregels, dio' den Heet* 
Prinfe <dienftighieid< Benige Burgers bleeven nog wel onverge- 
P9egd,,,doch het gezas van den /Stadhouder Vrezende, raakte 
alles, In.' ruste.. . , • '. •. - : .:/-*- ^ . 

t Dat cW Heer fagel •.aldaar.' v^el /invloed 'had; bleek' in Het 
Jaar J674* ppjl men verrekend vind/ dét hij all Raadpenfrona- 
txs tan Hvifand, de Regectfag <Jier Stad bewogen .h?rd, om ter 
Sttaaiv^rgnxtermg va» /ya/Zaw^i-opiden 03. Januarif van dat Jaar; 
yooff te flaaö, in: een Vertoog*, om deihodgewaatdighoid van 
&adl?ottder* *rflijfe;voor rijnd; Hoogheid, in .zijne mannelijke 
jakof&ejingen te verklaaretb, 2» ais: dan ook og^den^F^bruarij 
ge.fcjjie^e , of fchöonjflrins >mhushm :toeaL?.?aog. ongehuwd 

ÏWH.;«fr 11 *i,.i. IL oI'j'jV >'• .". T l w»"Xi - •"•"' --: 

-: VajïLde.beroertetf, ;diOiihJièt':Jaar-i(^b,':ffff(^mDige Steden 
te #«/to*tf, plaats hadde^bieef iï/wr/^meaë-öet veffahooiïd^ 
dezelYtM-outtond alHaary-iöi de .maatidi vin Oöiober ; ^n werd 
'er fpoe^jger», dauiwei elders geftnït. Jn &?fflftUld r *é> jufij; 
waÉfcfltfdtoar.vom ongemak' vaarftrarid voor te kotóeW, -feïjPnbH- 
cattegohét roekenen. tahtlcv^p de^toat, «p» tv«geHfei : ofMB 
frhuitep^ocq^bJiliiens/huw.opigBvfiarlijke pfyatzmuvettoden , op 
«eéneri,iK)oitejVan.aesGgnIdeaft::.'Hei;geffleeö hierop gefen lagt gec 
vende.^ i jötvero-ad deeze orderdaöglijks; ^De^Stihoiif limufA* 
MAtMssi^dé >keur witleer >h$Dcflïa*en* tas», op den *3 Oó* 
tober,' den-, jongefing. opiftfeac^ïi,-die^la^^oAki%', vorderde 
fcem<jde boete af, ehtoegtah, Wf Weigenrtg, 'défók üit. Hèc- 
gemee* dit aanwend* *oorï<4eb Tötétfklijke belediging > Jiep *i* 

v 'i groo- 



HAARLEMS Cefthie&nhfal **( 

■ ■ 1 -mi — iWW^WFW n l i l — ^mmm — — — i— — — y 

.groote menigte te. hoep, naar ftet Hoi* van den Heet bakker, 
.■dïe. gedwongen rirerd, den rok te rug tegeeven, en te gelijk 
eetrige. boeten, aan -anderen, te vooren, .hierom afgevorderu 
*t Bleef hier niet bij ,. men (prak van het Huj& te witten plond*. 
ren* Ook werden 'er de glaazen ukgeftneeten en verdere moed- 
Tril bedreven. Éenigö -Huizen van:«jdere Regenten, werden 
mede m«t plondeKii^'bedre^d, Eeltige kwaadwilligen riepen * 
-nir-was liet ^ijd-oft dë-pagpop het Zout en andere lasten vernie- 
*tógd té- krijgen: ' ;y D5Éi!P dë'fcfrtavé' Schutterij ,'• de eenige en wyare 
; fieun : voor freldénkétide : Regenten , vericheén in dewapen*t, 
'en "pTaatflë' zig VÖot'-dSé'Hvfizen, die hét grootst' gevaar Hepen, 
~ièn ÏÏuftte den f pïönderziïgt van het- Buitendien ' ontembaar 
"graauw, Dein 25'vab die «elven 'Wand, met den morgen , Icwatfi 
%}i!ix\en 'Haarlem' éeft'' Regiment voetvolk,- fïerk bij de zeven 
'lioriderd man , en buitendien éehige Ruiterij ? dat zodariigeii 
'fchrïk onder het jgeméen fcragt , dat liet niet meer kikken dorst, 
. t\v,ee. der ^èlhamelf^ertjenmet geesfeling geftraft, 1 twaalf andë- 
: renriogPda?igd. ri pé burgerij ,werd door de Staaten van ticiU 
. Jta;rf, en door.jde ^Legeering der Stad., voor hunne betoonde 
Yigjfcnrie, ppeniijjt bij ;af kon#ging gepreezen en bedankt._\ /" 
./■ Na, den: dood \a^ wifrLftM den III,. in fret Jaar 1702,, liaü 
Aldaar,: zo als jp ^airi^Qi Steden, eemg-g^fch^ond^r de Regée- 
;ring plaats, wélfc* oist dan mcf-cnoeite, dooc de S^9ten>$flist 
«W^rd; ffaarlri Weef,' echter! riaardio ^exeffeuüig., .in^rgste, 
iwe il» hef Jaar' 1747.- Op den^ 1 Maiprah dat/Jaar v w#d sJet 
^5 morgens^ bi} h$ «tóö&'Atèn dpenlkte>PnbIi<ratie^ aan de ln&- 
-'zéüëüen köimia gegeven, 'van' het' beflnil' valden VroedfcUgiu 
3 <tea^ té vóoréft-géjaötaéöv ötn zijik Hoogfeeid^ dënfHeejfePa». 
-*e %* Onanft, ^éÜö^'öën IV, afin teiftdUfe, r «ot4e booge 
< wa^i^ederf,'-'^^^ Vöorz^tóri •Wez»e*^ T zijndé 'aftófofe 
? vtóiptiedri jtf èfi p °ïcr 'ihet 'het üitfteéfcéh «*ïn Viiggéi , tie* *»o 
•^V^ÏtfuimhAieÜ^ea ^éeèken Vart Vtün^Hceh , zo fclgëmëètf* 
dat Haarlem daar in om roem met alle andere Steden fèltèeipfc 
* ftrïjdfett. ' 'feefeniedendi^ <ft aldaar P \ dfieü in de grootfte en 1 ge- 
'fetikge* ' We^'t^deiAahSbef^eurde riïeti aldaar w& éenige \& 
Veegtfgëi , 'yh wen xét&dh *er l arfldhèen verzoetfehrift , teh Éof 
'"zien Wff dè : Ampten, &ni ontwaar geworden zijitóe, dat^ft? 

H 5 *■* 



(. * 



ri iinmmmamaiêmBU^ 



<v:m HLétlèrdaf* óiW vêd'ottdïfflk* bij derf Prins iw&te fcefefól. 
tlén, fct&te «fêfl fcGt zelve. Dan voor dat die gebeurde» 
ttettde men atetofr .voor eene geweldige taroerte , die ech- 
ter, «1 weder dörir M Burgerij gekeerd werd.. Deezc be- 
weeging cmtftand 4*p, den 6 Maij, gedwtfemte de vrétigdebei 
drijven,. had med; zo men zeide 5 eeiiige oitbetaroeHjke ^öw- 
«det» hooren fpreeto,:ten «adeeie v»p zijn^Hoogb«ki, d<wr 
<lcn Hospita m <a«ker Jierberg, op ,/de Jyaek ,van de Ktrogfi, 
«tobbende met Irtar kaeebc^ok • tefr'i^e*kivati de Frttefi**- 
,/#■(. ge fprojtem: Ha; geween vergaderd^. ^jwr de* avonds om 
r df . uuren* en . begon -wel. haast dp .]glazpij w uit te fmijteiv,, pp 
jieut en veagöer ..daveceude dat- bet gpijs^p, dgn de Eürgij- 
,jij v ip de wjapeneu gekomen, pijnde, yerhiriderdeu de verdere 
rCjoe^wtU De,,k«echt^ .die door eéttraj^ercle>r 't jpeend$ je 
^mkocQQii ^ werd; gfeja^egeq , in.. het water gefmecren. % ^r 
\vefler, uUgetjoJ&en,*'en bijna dood géflageii Het geineen 
\j*ar 'pede. 'njèt xe yrecfe t bégón zondag &r aaii > onder cfe 
^jademïddag Pfedftttfê, ;het zèlvé llüis 'Wftfer ifiéé ffeeflén ie 
'be»ornien ? ei$&lrëötfè t ffiet gróót geivétó "'Ara'aï 3e betooritfs 
'als onwaarde' Sneers*; } èe 'SAd'iiff'te'ftoo^iij dte TWitt&e 
geêiodtgd zijnde,' bezette dé BtffgctQ ' ^rèdbr lïèt- H^fÜ», tot 
<!at 'éë faagrftraat 'dm hhlf f ètoré#*fle#£Heipbetfgiér *nêf*zija 
\^ijf, tbor dèri' r Onddtfë1idiKreö Ö^ftöèftP, 'de StattdeWÊüte- 
'•'faflèni "lïoéh-d* 'Öemfcennntefcns mfa Mc fatfHen zijnde; kqfrt 
2éW3rf* f zo^ r*^wedtef'.;ta^<iareriï^^^ 
? KèffeG'*netfe ?*rt riwan » i'tnobgy Jeu.njqt wwtfdc.ihfif mn 
-mi ècn C?kket lin [cfe^fö<^ Hfit«jh*4bi die pit^öfffè 
«tfgteitf af/zijtt^bmod! töo beattnr^f» £P/<tegr &w tÏQf*^yal 
•tp^zijn THmrf^ftHïftjdftil Het «TfUWHTi-aw jdf»flg n bfeoA # ,$fct 
'teu^tefe *ii&M;ft«*fi8W ^a^bj^^ft.Kaa^er^^ bp- 
!$oi*fc* al ; ftj^neifote. tffapefr* dp,ch 4e:£ijrfers. djd$g «WQfg 
tttffiiikften^,- drec^ep l^ c *an daar^ z^ ^fc van vqor^t . 
^JfuUrVan ^eh J3rp!pdewijnkop9' , euftwte^^s yqox dkn üjd^ 

^fitfttdmné. ^V a .'\/ :: \. .!' 7so ni ::.•', .^V.*,^ U 
. ^ het .voJgaode Japr^.toen ia^Ile. Steden ; ^te haat .*!- 
.fèmeen op de Pagters ? gd|9deü was, kreegiien t< Hoftrltm^ 
.om 4en ïj v v^q de maande Juhij * .tijding, , yaij 4e ploiicféring^ 
4pf$hieci in : Friesland \&m óp dft'heiUoQsdbenj diey eigen 
^ r/ \ \ *" -"*" *** "' avond 



HAARLEMS GéfcMidêfihfM . W$ 

. ^êÊm — — ■ ■ ■ ■ 1 f 1 — — fcé> 

avond aldaar zijn aanvang nam, een hoop Jongens verzamelden 
zig voor het Huis vatrd&i Pagter jan vEiiwV, beginnende aldaaf 
op de fpooriooste wijze tëibhreeuwön s Pagtefs en Pbrkfikker'j 
wij zulten 9 doen rullen ith knikken \ welke Koop doót eenTgé 
kaerels, dei avonds onto uuren',, vcxfterltt werd. Vjehwy* 
ditichelden en raazen-hoorende, kw&ra aan de deut, zeggende* 
Mannen , ais het maat mn mij te doen is, zo zei ik worgen 
te Pagthedxrieggen ; *m> u allen gtnoegen te geeven. Maar 
een uit de hoop riep hier. tegen in. Zie tem 4 nu /preekt kf} 
«r, maar toen W) laatst dietartken kaki* ket Tugthnis liet 
9**ttn 9 toen wis. hij ven andere baai\ y toen munt} l de Pagi 
niet neder leggen Intusfchen whs de fkfobtèt 'er bij gekomen ± 
#e een karel, die ntet wijken \thde, met ftokflagen, en «ïde^ 
ren met woorden , *eed vertrekken , doch de menigte deed hem 
ook de wijk neemen , waar op de jongens inet'ftéeneu de glazen 
wttfmeéten, en ktornmön, raec behulp v&h anderen, wel* haast 
het : vengfter in, en werden zo fchieüjk meester Man. hét Huis j 
(Jat <te bewonen imawl^ts tijd «badeten ^oin'ïiet ftgter uitte at» 
Ykft&eu. Inmiddels kwam de jneidwan 4en7 Pagter, eityêrangt 
on^ljtaar goed, dat , haar ^ behai ven. bet gfeene reeds verfctotir4 
wns, werti gegeven, mét eeriige góéderen van baar Jufihwwpj 
nttti bedreiging, dat zo «ij daar ooit iets van «è rug gaf v haarte 
zullen vefnjeten4.:iSeck»jrende dit* bedrijf ^«aderte een Kas» 
pagnie £*rgets, ripch werd zo Vreéslijk net fleehen begpoèr; 
dftt «e niet vérder durfde .komen, Werdende bet grauwt langt hoe 
fljöutej-, begeeveude zig xhtór op naat willed vAbi stamme^ 
die met zijn Vrouw ' mtautflfjks tijd ■ hady oto over tok dftft -té 
omvkjgten y en fpedde daar dezd vun. haatelipreii nol ; drórnnf 
mar het Hws.vsn de Wed, Mes schaart, die de jtagc -vooreen 
undef waaltoon Met hér atuibrataf : vi» den dag naar é&miv 
vn&tfis. Eu titiXt #& de ifröède -itafc titeig f »eft dtf 'Walt* 
fcaouwing van xfcu He» Sadlfcta&f ttfin* ,• om da p*giep. Hft 
gatigtt tarten gaaa^ en-dè Pagt^s ongetn^eMtètóiten, Ctottfifr 
nader In voorzien «oude «rji^-danftfe* aan ftoordehetgnaw^ 
Ag zo Mto, kW *en neifénd pbafld aatt ba klaj#eff Van^W 
**ee£; want kort daar op begaven i\y rig naaf hW Httr;- VM 
dé nog tort in ftin&ie geweea zijtiëë Pagter n*&e*oï, Ui 
4w wit 'c uoggeeit gedaan werk* tf*ff<?as riawsmoodm 
«* iinj 



lOê ÊU&khBMS GéfcMdéM>Y<*i 

I ■ H l ' ' I » ' ii ■ ' ■ ■ ■ ■ H l ' . 

ging bet zelve lot» Een Kompagnie Burgers daartoefchietendev 
«ragtte het zelve te befchermen, waar toe zij door den Kapitein 
fterk luierden aangefpoord, dan. het zijde vreeze haar deed 
waggelen, het zij dat zij dagten, door dit pionderen van de hst 
der pagten bevrijd te zijn, het zij dat de algemeene haat tegen 
de Pagters , haar belette , haar magt te werk dellen , de meeste 
verliepen, en lieten het graauw den meester fpeelen. 

Inmiddels was een gerugt ontdaan, dat 'er Militie in de Stad 
ftontt te komen, dat nog meerder tegenzin, om het plonderct» 
te duiten, verootoaakten. Een der Kapiteinen , ging daar op 
bij Burgemeesteren, die, om de Burgers gerust te dellen, de 
Poorten deeden fluiten, en de Burgerwagt aan dezelve (lellen, 
daande, dat het graauw op de Oude Graft nog. bezig was, werd* 
tik naam van de Magiftraat, afgekondigd, dut de pagten tot na-* 
der «rder zoude ftiiftaan. 

: 'l Graauw, en zeifsrde meeste Burgers, betasten in het<m- 
4*ftabaar denkbeeld van vrij ce zijn van aHe,pagteri, weshaW 
ücb de:Bakkers, Brouwers, Grutters, en. andere Winkeliers, ' 
door Jiet gemeene 1 Volk werdeh. afgelopen. (waar bjj niet weinig 
feeffalea* werd) om alle waaren met Tchade, zelfs zooder acei}* 
f* verkopen, «eggende, dat het door 't.gemeene Land zou ver- 
goed warden, niet. aanmerkende, dat de invordering derzelve,* 
tot ha der. order van zijne Hoogheid was opgefchort, en dat de- 
sptfacn.niet in (laat was, de Pagten van. het gemeene Land af te 
fchaffen. Het gemeen w£s daarom niet vergenoegd , tenzij al-' 
lejr, wat na de pagten rook, vernield en uit den weg was, blij- 
wemjfc dtt» dien gebeden nademWdag,. op de Oude Graft, aan 't 
jümdoten; : Terwijl audëren.zig naar het Huis van jblle n» 
taoEf? aas de overzijde van het Spaar* e begaven, niet ont^ 
<4feode> dat fcijne doebter aldaar in het Kraambedde lag. Toen 
«II; 4m, evep aan den gang warqn , kwam een Kompagnie Bur- 
few^met de Bajoneuen op de Spspbaancn ; '^r op in lopen, én 
doodde? ?en van ^e.groiatde belhamel?, dap» die Kompagnie: 
éopMen aptfere 3ija<& afgelost, **n wien de magt of lust oüt- 
fefel*, pm dit Huis te bewaren, raakte het mede ten prooi. .Wij. 
♦otdeolen het onnodig, ;4e^ze feheoddaad voor de Natie, zo 
irel voor 4te ze bedreven, als die, die dezelve , zo min hier 
til elders, te keer giagea * pater te ontrouwden, wijl men, 
.. • > Ju» 



Haarlems cr/cUUeai$/hi. 13$. 

mm^tm p—— <^« i i | [ i I ' — — » ^^l I Hl 

\ 

l$laas, in de* ze dagen nog de levendigfte, bewijzen voor oo- 
gen heeft , boe in dergelijke verachtenswaardige bedrijven , 
niets, hoe kostbaar pok, door de dolle woede, verfchoond- 
word. 

Inmiddels waren des vrijdags avonds om 10 uuren, binnen. 
Haarlem gekomen, de Baron van grovestins, benevens da 
Beeren burmama en thierry, op ordre van zijne Hoogheid» 
«an wien de IVJagiftraat kennis van den toedragt van zaakea 
gegeven hadc. Deeze Heeren vergaderden 's morgens heel 
Vroeg met de Magiftraat, op het Stadhuis, en gaven aan de 
Burgeren vrijheid, hunne bezwaren in te brengen, bij Re* 
questen, en die té brengen, aan het Logement van den Ba* 
jon van GROYEsTiNs , ten Hui^e van den Burgemeestec 
stein , dan de hoop van Requesten was zo verward en me. 
jiigvuldig, dat Hun £d. met eenige daar van, zondags nade» 
middag, weder naar den Haag vertrokken. Dingsdag werden, 
op aanhouden van 't gemeen, twee perfoonen, die om lluiker 
rij in hegtenis zaten, los gelaten, en een derde, die gebannep 
was, twee dagen daar na, weder ingeroepen, en op de Markt, 
openlijk driemaal met het Vaandel over het hoofd gezwaaid, 
ea vereerlijkt. De Staaten van Holland, ten dien tijde ver- 
gaderd, konden, echter, toen tot de affchaffing der pagten 
Skog niet befluiten, om reden, dat men nog niet anders bij de 
hand had, en bevolen dus den 19 r dat dezelve tot nader or- 
der zonde in ftand blijven. De Magiftraat van Haarlem * 
maakten niet alleen zwarigheid, om dat het gemeen het zelve 
niet naar hun fmaak vindende, de horens weder begon op te 
Heken, maar deden den 21 eene contrarie afkondiging, zo te* 
.gerustftelling van de aflehaffiug der pagten, ak wegens het in- 
roepen van Militie, dan de Staaten namen dit zo kwalijk, dat 
zij die gedaane afkondiging verklaarden , voor onegt of alge* 
dwongen, dan daar verliepen geen vier dagen, of de plonde- 
jringen, zo in Leiden ^ s Hage Amfieldam en elders, bragt 
de Staaten tot andere gedachten, en oflehoon nu de pagten 
waren en bleeveu afgefchaft, hec vuur van onrust, 'bleef ech* 
ter fineulen. In 't begin van de maand Augustus, had zijne- 
^Hoogheid den Baron yam groyejtji«, weder tfcrwastrd ge- 
zant 



Hi6 HAAftLEMS Gefchledtnkjïn. 

'zonden, om de Vaandels , een voor een, voor zig te ontbie« 
den, en derzelver bezwaren te hooren, waar op zijne Hoog* 
heici een fcfaikking maakte, die den 10 uit den Haag gekomen 
was , te Haarlem werd afgekondigd , meest beftaande m 
eene verandering in den Krijgsraad. In het begin van de vol» 
gende maand, floeg de Heer Mr. remees floris van zaanbn, 
als Lid van dé Vroedfchap, in de Vergadering voor,, of men, 
uit aanmerking der bewegingen in Amfteldam, zijne Hoogheid 
niet behoorden te verzoeken, om te voorzien, op het (tuk 
der Regeèringe, zo ais hij ten nutte van Stad en Land zoü 
/bevinden, te behoren, dan^de Vroedfchap nam daar op geen 
"befluit. De bewegingen en vertoningen van ongenoegen, ech- 
ter, (tand houdende, befloot de Magiftraat, Geraagtigdfln van 
zijne Hoogheid te verzoeken, om de gemoederen dus einde- 
lijk aan het bedaren te brengen. En nog voor het einde van 
die maand, kwamen aldaar de Heeren fredrik hendrik, Ba- 
ron van Waifenaar y en willem pamjw, Raadsheer fn den 
iHoogen Raade, die den 7 Oétober, in naam van den Heer 
Erfftadhoudcr , verklaarden, dat de Vroedfchap voortaan uit 
32, fn plaats vnn 24, zoude bedaan, alle de Leden van dfe 
"Regcering, reeds voor af hunne Ampten gefteld hebbende, 
\er befcheidenhcid van zijpe. Hoogheid, bleven zeven vim de- 
ztflven onrflagen, en de goede Burgerij tot ftilte en gehoor- 
zaamheid vermaand. Dit was te noodzaakiijker, wijl op den 9 
'September, weder een Huis geplondert was, dat duidelijk te 
kennen gaf, dat men de verandering der Regeering begeerde, 
en waar toe men meende/ dat de Proppfitie van den Heer 
van zaanen, veel aanleiding gegeven had, doch zijn Ed. be-, 
loofde een premie van 2000 guldens, aan hen, die den Au- 
theur van dat veffpreid gerugt, ten zijnen nadeele , wist te 
ontdekken. Dan ook nog dit, bedaarde de gemoederen niet, 
meenende zij, dat oogenblifclijk mede de particuliere zakai 
moesten zijn verandert , ea echter Hep het aan , tot in da 
maand van November, eer de Regeering zig in (laat bevond, 
daar ?ian te voldoen , doch toen vijf Publicatien naar den ande- 
ren afgekondigd werden , betreffende de Bijhaile , Zaad 9 Haring* 
Z$utevi$ch zn Beestenmarkt^ ColUÜcurs van detPaag* Steur % 

Zatm 9 



HAARLEMS Gefchiedinitfin. tsft 

Zalw? eneenige onhandigheden, op het begraven , fcheen her • 
Kolk in^rust te raalfeu, • 

• Wij peggen, d?t fret. volk fcheen in rust te raaken. De pag- 
t£n, vyaren afgpfch&£> ,en 'sLands. .beftaan vorderde» dat men 
daadJijk, tot het invperén yan andere middelen, bedagt was, 
dan, zo fpoedig men hier h\ ftw^«f van begon te reppen, 
bo$t de rauitztjgt < weder los, te meer, daft nu jneene. reize, 
doorjmiddel van de college, moest betaald töorden, hetgeen 
te vooren, bij kleemgheden, en als ongevoelig betaald was ge- 
worden. Veeie bleven agtedi>k om de fom , waar öp zij gefteU 
wurep;te voldoen, eenigeft m onwilligheid^ en anderen uk ojïï 
vermogen, en dus begonmea, op het einde. van het Jaar , te .den» 
ten, om de zulken gerechtelijk te dagvaarden* 't Gemeen d% 
ingt krijgende, dat:^a gemeene middelen', met het begin van 
liet volgende jaar, b^^jst^ van kizasMlIng, ftondengevordert 
tefwwdefl, fok de hoofden bij een, aft- trachtte elkander te 
bedijkten, At <ie eöilefle flreed , met ié meening van zijne 
Hoogheid , en niet rtoest gedoogd worden. Men ftroofdó 
lchtoipfchriftèn »tegen de Regeering, en -bedreigde eenige met 
plondeïïng, De Regeering bedugt voor dé aanftaande Nieu- 
we jaatrsnagt, waren daarentegen, na dat zij dep Raad van dep 
Prins Kadden ingenomen > eenigzints op hunne hoede , zij maak* 
ten, onder anderen, pp den, 27 December, van het Jaar 174P f 
f enen ..Brief van zijne Hopghei4 bekend, wa$r bij het handha- 
ven der colle£te ? ,en het invorderen der agterfhdüge fchattinge, 
*rnHig werd aanbevolen, en niet zonder bedreiging, aan de zul- 
ke, dieoproerige gefprekken gevoerd hadden. Het graauw» 
>feftap$g£B» hieid ftaaqde, dat de Brief verdigt was, en ebt de 
IBoiltftö $?m tegen «deq.jw van den Prigs., flet tegelijk bö- 
•kgiduSH*^* dat, <fe £#&, e*Gijjaz$9, insgelijks, met den aan- 
vang van *t Nieuwe Jaar, bij wegen van cofiefte zouden g*- 
>ordert worden, fliaakteu het gemeen nog verbitterder, cegen 
^de Regfcering. Tot voöriioniiag, echter, van oproer, 'kwaméb 
*er tegen Nieiiwejairsftagt', vierentwintig uitgelezen kaerelsV 
met twee Ofecieren , vertoornd in de Stad*- zig vervoegende 
«au de Huizen van ztÜkeRegentoi, die tóefcr-dan aniferen, ge- 
dreigd 'wven, en van ffchietgeweer wei 'vööriièn zijnde. De 
"'"* ' Trom-' 



iss8 HAARLEMS Öefchïedenhfen. 

•firominen der Burger Vendelen, werden aan de Huizen der Ka* * 
piteinen gebragt,^ en de Winkeliers verboden, aan niemand ee- 
irfg kruid of lood te vërkoopen, de Weeshuizen werden geflo- 
ten gehouden; de Schutterij ondertast, en andere nodige voor- 
zorgen te Werk gefield, waar door dan ook die gevreesde nagt 
voorbij liep. Intusfchen waren de afgezondenen knechten, op 
lust van een der Bürgemeesteren, op den i Jantjarij, van het 
Jaar 1750 , reeds weder heimelijk tér Stad uitgetogen* tot 
merklijk misnoegen van den Prins, die gewild had, dat ze 'er 
tig ten minden nog eenen nagt zouden onthouden' hebben, eir 
óes te ondjdiger werd dit bij zijne Hoogheid geoordeeld v . 0111 
dat zij geen het minde teken hadden gegeven, aan den Wagt* 
sneester cfer Dragende», die voor 4e groote Hout poon lag, 
en last had, in geval van, onraad» verfcheiden Piquetten, die 
op zekere afïlanden Honden, te doen aantrekken^ Doch dea 
yplgende nagt* ziet en hport hij, drie S&aphaaofohoten tój öm 
groote Hout poort \ 9 het beraamde teken, afgaan, Hij reed hier 
op naar het eerde relaas* reikt daar aai) de Ordonnantie Dragon* 
ders» zekere verzegelde briefjes over, waar in ftond, het is te 
Haarlem onklaar, welke tijding, terftond van post tot post, 
mar Leiden, en voorts naar den Haag werd öVergebragt. Het 
)Piquet dat te Leiden, ftond, rukt hier pp ten half vier* naar 
Haarlem, en komt des morgens , tusfcüen zeven en agt uuren ^ 
*an de Stad, jijd, ten getallen van vijfenvijftig man, de groote 
Houtpoört in, tot voor het Huis vanden Burgemeester jacob 
«Jeütz, die vernoemende 1 , dat eenige Burgers gedreigd hadden, 
de Poorten te zulten fluiten, den ' bevelhebbpnde Ritmeester 
wilLemsdorf , met zijn volk, ried te rug te keeren, zo als zij na 
<en kort verblijf deden. Men wil, dat zij gebleven zouden zijn, 
ivaare niet het voetvolk, dat op bevel van zijne Hoogheid, üi 
Schuiten derwaard gezonden was, door dé vorst verhindert ge- 
worden , bij tijds aan te komen. 

Dcczc: aaukomst der Dragonders, had echter, niet Weinig 
rVseezein de Stad; veroorzaakt , en bijeonder onder de Burgers, 
die dien nagt de wagt gehad hadden , en oog niet naat Huis ge- 
j>aan waren. Men dwong een der Kolonellen verlof af, pra de 
cyerige Burger-Kompagniien in de wapenen te doen komen. De 
/Poorten werden. gefloten $n bewaakt , ,en mea liet, niet dan met 

«oefc» 



flAARLEMS Gefchtedehisfekl tif 

moeite, de reizigers pasfeerem De peiiing en opneemnitig de* 
gedisteleerde Wateren, den impost onderhevig; aangevangeri 
zijnde, werd met geweld gefluit. De Burgemcesteren wisten 
geen middel, om de Burgerij te (lillen, dan door het geeven 
Tan een plegtige verklaring, dat zij geen kennis gehad baddert* 
Van den aankomst van het Krijgsvolk, zö als Burgemeester 
deutz reeds te vooren had moeten doen, dan dit nam het 
ongenoegen tegen de cóllefte niet weg* 

Burgemeesteren, om, was het mooglijk , de gerfioederen 
cot bedaren te brengen, floegen zelve voor* of het niet best 
Ware, dat uit ieder der agt Vendelen, een perfoon benoemd 
•Werd, om hun bezwaren aan zijne Hoogheid voor te (lellen, 
en dit goedgekeurd zijnde, (lilde den moedwil * fchodn meef 
IA dadei? dan in woorden. 'Er vverd een Request opgefteld, 
Van den volgenden Inhoud* 



Aaü zijne Üoorlugtige Hoogheid % efiz. enz. etói 
geven (met permis/ie van de Ed. Gr\ Achthè 
Heer en Burgemeesteren der Stad Haarlem) 4 
de Ondergetekenden Gedeputeerden , uit allé 
de Vendels , en in naam der gantfche Burgg* 
tij e op het dllerootmoedigst te kennen* 

Ten eerden, verzoeken en fméeken de Supplianten, dat zt] J 
dë Dooit Hoogheid zo goed gelieft te zijn, om te wezen 
Opper- en Genëraal-Financiet , voor zo wre de Stad aan- 
gaat. 

Ten tweeden, dat de collefte, over de middelen van «touw 
Amptie, enz. geheel moge werden vernietigd, en in deszetfï 
plaats móge gefield werden, een ander draaglijk middel, zijn- 
de dit, ingevolge de beloften van Hun Ed. Gu Achtb. dé 
Heereti Bttf geiheesterën , en van 2ijne Excellentie de Baron 
Van grovestins, in naame van uwe Doorl. Hoogheid * aail 
ons gedaan, (wordende hier een opzettelijke or waarheid ver-* 
fcaald.) 

ïen dertien, dat de Êxecütien geheel erf al mogen ögfav 
Wijven, eft een gèneraale Doleantie moge worden toegeftaari/ 

XIX. DES*,. I Vf 



I3t HAARLEMS Cefchitdenisfett. 

op dat een iegelijk, ais dan naar zijn vermogen en confcien- 
tie, zouden binnen bètaalen, het geen wij als getrouwe On* 
derdanen én Burgeren zullen nakomen» 

Ten vierden , dat de Officiën mogten verkogt , of met 
zodanige Hitten, ten behoeven van deeze Stad bezwaard wor-? 
den, als UEd. Doorl. Hoogheid, tot nut en voordeel deezer 
Stad zoude gelieven goed te vinden. 

Eindelijk verzoeken de Supplianten UEd* Doorl. Hoogheid, 
zo goed gelieft te zijn, om ons het antwoord hier op in ge- 
fchrifte tot onze verantwoording over te leveren, 

Haarlem (Was getehnd?) 

s Januarij 1750» 

Door de Gedeputeerden uit ieder Vaandel* 

't Was nagt, eer gien het over deeze punten eens was ge- 
worden, men wilde die gedrukt hebben, en men kïopte om dir 
fraaie ftuk werks, den Stadsdrukker ten Bedde fait. De agt 
perfoonen, die benoemd, war en, om het als Gecommitteerde» 
aan zijne Hoogheid te brengen, was een Tabakskoper, een 
Droogist, ^en Kantwerker, Kleermaker, Timmerman, Wever, 
Twijnmolenaar, en een Twijndersknegt. En uit de Regeering 
werden gecommitteerd. De Heeren Burgemeester deutz , 
Schepen schuilenbürg en de paape , nevens den Penfiona- 
lis gillis. Den volgende piorgen , den 3 , gingen de 
voorfz* agt . perfoonen i*et;£ Wagens op reis» de, Heeren 
volgden, omtrent een uur daar na, met een Koets. In 'sGra* 
ytnkage gekomen zijnde ,. begeerde de voorn, agt perfoonen, 
mede in het. Logement van Haarlem 9 hun verblijf te houden* 
dan dit niet mogende z;jn, begaven zij zig in een andere 
' Herberg. I?an- hier mogten, zij de nagt in ruste niet doorbreng 
gen, want om twee u«ren, -werden zij, in hunne flaap &e- 
ftoord, alle. agt van hunne, bedden geligt, en naar de Gevai** 
genpoort, gebragt, 6 werden, den i$>, provifioneel omflagen. 
maar twee hield men daar* 

Inmiddels, was op zaterdag, des middags om een uur, eea 
Officier van de Ruiterij, binnen gekomen, brengende aan dei% 



HAARLEMS G^kUdtnttfa *|* 

Prefident-Burgetneester, een Patent Van zijn Hoogheid-, inhoo. 
dende, dat de op marsch zijnde Militie moest worde* huaaeq 
gelaten» 

Naauwlijks raakte deeze maare, die de Regenten eu welden* 
kenden als een heuglijke tijding, maar de belhamels al* een don* 
der/lag in de ooren klonk, bekend, bij hen, die de Poorten» 
fints eenige dagen, gefloten hadden, en de Officieren gedwoö* 
gen, om een heele Kompagnie, daaglijks in de wapenen te,doetf 
komen , of zij fielden zig aan als dolle menfehen, vorderend** 
met geweld kruid en lood, van de toen wagthebbende Officie» 
ren, de Heeren Vermeulen en merkman, Kapitein en Luite» 
nam, die, met de Kolonel valenburg, in gevaar van hun leve* 
Waren , toen zij het Patent voorlazen , en de Kolonel bevel ga* 
ven om de Poort te openen , en naar huis te gaan. Dan , iö 
piaatze van hier aan te gehoorzamen , gingen zij naar de Koseer, 
"en dwongen die, de jGroote Kerk te openen, Waar. zij introk- 
ken, de Brandklok op het Klokhuis kleppende, en de Doodklok 
luidende. Luttel tijds vermoeiden zij zig daar mede , want om 
drie uuren verfcheenen drie Officiers voor de Poort , dezelve 
opeisfehende, een weigerend antwoord daar op bekomen heb- 
bende , rukte 30 Zwitzers , onder bevel van den Major du per* 
ron, aan, en maakte zig, in een oogenblik, meestef van het 
ijzere Hek. Voor de Poort aan de binnenzijde, ftonden meet 
dan 500 Burgers, alle voorzien van fchietgeweer , doch voof 
het grootst gedeelte , zonder kruid of lood, Drie Musketfcho- 
'ten, werden van de Wallen op de Zwitzers gedaan, eer zij 
meester van de Poort werden , doch , zo haast men merkte , dat 
de Poort bukken zou, grendelde men het klinket van binnen» 
en men vlood vervolgens binnenwaards , dus 'er aan de Poort geeii. 
menseti, dau een oud wijf gezien werd. 't Leed, echter, wet 
J van een uur, eer het flotwerk door de Militie verkracht 
werd, die nu .en dan, door de opening. van het klinket, met 
fcherp naar binnen fchoot, waar door een- kwade jongen [ wel 
zwaar, maar niet doodelijk aan het hoofd gewond werd. Ein- 
delijk raakte de 30 Zwitzers binnen, uit wier gelaat niet dutoet 
te leezen was, dat hun harder en banger viel, tegen een hoog 
dolle*- Ingezetenen , dan tegen een in orde gefchaarde bead* 
vijanden aan te rukken, ongehindert trokken zij voort, tot taa 

I2 ' den 



*3* HAARLEMS GefMedenUJé*. 

den ingang van de Houtftraat, waar 5 of 6 gewapende op* 
roermakers Hondden, die op de Zuriners los brandden, en eeü 
Sergeant met een kogel troffen, die* hem ter borst in, en dé 
rog weder uitging, en echter behield hij het leven. De Zwit- 
sers gaven daar op terftond ïhede vuur, en troffen 'er twee, 
zijnde den een, een Zadelmakersknegt, en den ander een We- ' 
ver, die 24 uuren daar na overleed. Beide waren zij buiteii- 
hun wagt , met geweer op de Markt gekomen , en daarom op 
«en horde naar de galg gefleept , en met de beenen 'er aatt 
gehangen. Een derde verloor, alleen door nieuwsgierigheid ,* 
op de Markt, zijn leven* De overige Muitte, zo Ruiters als 
▼oetvolk, kwam mede binnen, en voegde zïgbij te$&Zwit+ 
zers r Hellende ztg 500 man fterk, op dé Markt, in flagordej 
hebbende intusfchen een geweldige aanval van fteenen en pannen 
van de daken doorgeflaan. . Dan, in allerijl koozen de gewapen- 
de muiteraakers de vlugu Kort daar op, deeze en geenen; uil 
nieuwsgierigheid , weder ten voorfchtjn komende, werd bij die y 
gelegenheid, zeker kroeghouder, en befaamd oproermaker, bij 
den arm gevat, en in hegtenis gebragt. Een gedeelte vanhes 
voetvolk , betrok het Stadhuis , daar voor eerst de Hoofdwagt 
was, en een ander gedeelte de S*« Jans en JVeeskerken* ter* 
wijl eenige van de Ruiterij zig posteerden, op het Pand, ea 
de overige hun verblijf bij de S talmeesters namen, waar doos 
de rust eindelijk herfteld, en de muitzugt beteugeld werd , dei 
avonds, den 4 deezer, kwamen de Heer Fiskaal wybo, met 
twee Heeren Raden uit 'sGrayenhage te Haarlem , om naar 
alles onderzoek te doen. 

Een van de twee gevange gehouden Furger- Gecommit- 
teerden, kwam den 3 Februari j, te Haarlem të rug, en in 
de maand Marj was de agtfte mede geflaakt, doch op den 20 
van die maand, werden in 'sHage 9 voor het Collegie van 
Hun Ed. Gr. Mog. Gecommi «eerden, drie van de agt te 
recht gefield, met naame wessel bakker, die het laiigst ge- 
zeten had, ABRAHAM VERRYK en KORNELK VAN DE VELDE; 

De eerstgenoemde werd , meer als die Coramisfie op zijn 
hoorens hebbende voor 40 Jaaren-, verryk vt>or w, en van 
de velde voor zijn leven, uit Holland ', Zeeland en West' 
friesland gebannen, de twee laatfte waren te Haarlem in heg*- 
tcnis genomen »; doch kort voor het ontvqngea* wnnert fententie a 



HAARLEMS Gefchiedenisfe*. 13* 

naar dea Haag gevoerd. De Héfcergier jan huurton, die bij 
het inrukken der Militie» op de Markt gevangen genomen was, 
werd daar na, fchoon hij zwaarer ftraf verdient had, den 24 
April in het Tugthuis geconfineerd. 

Het beroemde Werk, de Handvesten en Privilegiën der Stad 
Haarlem , volgens befchik van wijlen zijne Hoogheid Prins willem 
den IV, gedrukt in folio, met den aanvang van het Jaar 175 2, in 't. 
ligt verfchenen zijnde, en door Burgemeesteren befloten zijnde, 
het zelve aan den Prins op te draagen, waar in zij, echter, door 
'jsVorften al te ipoedigen dood verhindert waren, werd door 
Hun Ed. Groot Achtb. den 19 van de maand December , door 
de Heeren jan heshuizen, Prefident- Burgemeester; pibter sa- 
. muel crommelin, Oud- Burgemeester; Mr. mattheüs willem 
valkenburg, Oud-Schepen en Raad; Mr. paülus abraham 
gillis; Mr. qwryn van stryen, Penfionarisfen , en Mr. jan 
jacob van bergum van NiEUWENHüizEN, Secretaris, als daar 
toe door den Vroédfchap gecommitteerd , plegtiglijk aan Haare 
Koninglijke Hoogheid aangeboden, en door dezelve minzaam 
ontfangen. In het Jaar 1752, werden, tot gemak der Passa- 
giers, Roeven aan de Trekfchuiten , van daar op Amfieldam 
gemaakt. 

In het Jaar 1754» haare Koninglijke Hoogheid , metderzel- 
ver Vorttelijke Kinderen, voorgenomen hebbende, eene reize 
naar 't Oranjewoud te doen, bragt den nagt van den 13 Junij 
doèr, op het Adelijk Lusthuis Berkenrode , wordende aldaar, 
door den Eigenaar, den Wel Ed. Heer m. lestevenon vorfte- 
Üjk ontfangen en gelogeerd, daags daar aan kwam haare Koning- 
lijke Hoogheid, en 'verder aanzienlijk gezelfchap, des 's mor- 
gens om tien uuren, binnen Haarlem, zijnde de Burgerij in de 
wapenen, en de Magiftraat vergadert, aan het Huis van den 
PreGdent- Burgemeester crommelin, de Stadhouderlijke Fami- 
lie daar genadert zijnde, werden aldaar ontfangen, door den 
Heer Burgemeester ingeleid, en eenige ververfching aangebo- 
den, en door den Heer Hoofdofficier Mr. jan van sïyrum, 
eene vporfpoedige reize toegewenscht , wordende dit alles op 
de minzaamfte wijze beantwoord, en de Doorl. Perfonaadjen , 
door de Burgerij de Kennemer poort uitgeleid. 

Reeds , zedert eenige Jaaren , hadden , binnen Haarlem , als 
ttn Stad, wiens ftilte en aangename ligging zeer gefchikt, ter 

I i b* 



*3* HAARLEMS Gefchiedenitfen. 

— — —— — I ■ I I f II 11 | l ■! , | — — — — , — — » • 

beoeffening van Konden en Weetenfchappen zijnde , eenige lieÊ 
hebbers %\g bezig gehouden , in het onderzoek of doen van Na- 
tuurkundige Proeven, en, het ftellen van Verhandelingen, waar 
uit fomuiige dagten, al ware het flegts van verre, en met on- 
gelijke fchreden , den loffelijken ijver yan andere Koningrijken- 
*n Geineenébesten , in het onderfteunen en aanmoedigen* van 
Konften en Weetenfchappen, in Nederland zou konnen navol- 
gen, oordeelende, dat dusdanig loffelijk oogmerk, best bereikt 
kon worden, door het verzamelen van fraaie Lettervrugten , en 
uitdeden van prijzen, voor wel uitgewerkte Gefchriften. En 
dit lel den grond tot de loffelijke Maatfchappije der Weetenfchap- 
pen, waar van in het Jaar 1754» het eerfte deel ten voorfchijn 
jcwain, en den grond gelegt heeft, tot zo veele nuttige Maat- 
fchappijen, als zedert dien tijd ten voorfchijn gekomen, en tot 
ftand gebragt zijn. De loffelijke Magiftiaat deezer Stad, bood 
hier toe gewillig de hand, althans zeven van dezelven, veree- 
pigde zig terftond met de eerfte Ontwerpers , als de Heer Mr. 
ftREitr *>e raat, Burgemeester en Raad, Mr. pieter van 
tCHuiLENBERG , Heer van Moermond, Raad en Schepen , Mr. 
ascanius van sypestein, toen Schepen en Raad. Mr. anto- 
nh slicher, Raad en Schepen, Mr. joóst huigens dito, an- 
DRïes heshuizen , Schepen, en Mr, jan theodorus koek, 
Schepen en Raad. Deeze Heeren hielden aldaar hunne gezette 
Wjeenkomften, en befloten den 12 Maij, van het Jaar 1752, het 
beftïer deezer onderneeming op zig te neemen, ea te beproe- 
ven, hoe ver het te brengen was., hun eerfte werk was, den Wel 
Eerw. Heer c. c. van der aa , als Lid en Secretaris dier nieu- 
we Maatfchappije *te verzoeken, wordende van tijd tot tijd dit 
Lichaam, met kundige en ervarene Mannen, nog in dat Jaar, 
vermeerdert. Zo ook in het volgende Jaar 1753, enjn 1754, 
wercl zijne Hoogheid, den Heere Prinfe van Oranje , willem 
den V, als Medelid aangenomen, en om aap dezelve te meer- 
der luister bïj te zetten , werd gemelde zijne Hoogheid , eerst 
arts'DIre#eur, en daar na als Befchermer of Protector verzogt, 
welk verzoek door haare hoogheid de Vrouwe Gouvernante f 
gis Voogdesfe van den minderjaarigen Heer Erfftadhouder , min* 
nelijk wi?rd aangenomen. De voordeelen , hier door aan de Re» 
publiek toegebragt» zijn te bekend , om over den lof deezer 

Maat- 



HAARLEMS Gefchiedeniifen. ^5 

Maatfchappij uit te weiden. De penning, die ter beloog&ng der 
Prijsvraage uitgedeeld werd, vertoond aan de eene zijde % de 
Godsdienst aan etn Altaar zittende, leunende met de linker- 
arm $p de Bijbel, die op het Altaar jlaat, en iet Vaderland 
in de gedaante van Minerva, met een Speer , waar op de 
Hoed der Vrijheid in de linkerhand* met het Wapenfchild 
van HeUand aan de voeten. Het omfchrift is: deo et pa- 
tr*ae, dat is: voor God en Vaderland, De tegenzijde ver- 
toond, 'de Waarheid met een Zon óp het hoofd, hebbende in 
He rechterhand een Laurierkrans, en in de linker een Palm- 
tak*, 4n het verfchiet is de Stad Haarlem, uit de Rivier het 
Spaarne i**ien. Inliet omfchrift ttaat. Optimo meritis, dat if 
voor die het best verdient hebben, in de ondergaande afthede 
ftaat het- Wapen van Haarlem, met ditbijfchrift: socibt. scient. 
Holl. prjem, dat is Prijs der Holland fche Maatfchappij der 
Weetenfchappen , in de linkerhoek hier boven. J. g. holt2- 
*iey fee», wordende rondom de buitenfte rand gefneden, den 
Daan van hem, die dezelve behaald heeft, met het JaartaL Niet 
min ia Haarlem beroemd, door het oprigten van .deeze Maat- 
schappij -, van Tijiers Genootfdwp, en de oprichting van de Oe- 
cotmnifchen Tak, als het beroemd is, door de uitvinding van 
de Boekdrukkunst. 

In het Jaar 1757, ontftond hier een verfchil onder de Regee^ 
ting, dat van eene lange nafleep was , op den 7 van de maand 
September, mdest, volgens Jaarlijks gebruik, de Vroedfchap 
vergaderen , om door de prefente Leden fehriftelijk op tè gee- 
Ven, en door de afwezeude te doen opgeeven, agt Perfoonen, 
Leden van de Vroedfchap, om daar alt vier Burgemeestpren 
voor "het volgend Jaar te doen kiezen» Dit gëfchied zijnde, 
bleek bij het openen der Biljetten , dat tot Burgemeèsterén , 
voor het aanflaandejaar waren genomineerd, de Heeren Vroed, 
fchappen: Mr. jacob deutz; Mr. arend de raedt; Mr. ka- 
kel van dyk, een Jaar gedient hebbende ; Mr. dammaes gul- 
dewagen; Mr. gysbert jan de brüyn; Mr. francois benja- 
min fagel, mede een Jaar gediönt hebbende, kaak clifford, 
en Mr. jan van styrum. De vergaderde Vroedfchap befloot 
Wer op, dat, volgens gebruik bij zulke gelegenheid , eene No- 
siiuatie met een bijgaande Brief zoude gezonden worden , *«* 

I 4 baa- 



U0 HAARLEMS Gefchiêdenisftn. 

haare Koninglijke Hoogheid, die zig diestijds op het Lutthuif 
te Zoestdijk bevond, om daar uit de verkiezing van Burgemees* 
teren te doen. Doch eer zulks gefchiedde, protegeerde één der 
Heeren Leden tegen de Nominatie, nu dat hij alvoorens zijn 
protest had trachtten in te leveren, voor een Lid dat afwezig 
was, zeggende, dat 'er informaliteiten begaan war eg, en de* 
Nominatie uit dien hoofde, niet als wettig aan haare Koninglijk? 
Hoogheid kon worden aangeboden; verzoekende, dat bij bet 
genden of overleveren der Nominatie van zijn Protest , aan de> 
Vrouwe Gouvernante mogt worden kennis gegeven : met welk 
Protest, een ander der aanwezend zijnde Heeren, zig CQ&fir*> 
meerde^ Sommige der aanwezende waren van oordeel, dat dit 
Protest moest worden aangenomen, doch verre de meeste be- 
tuigden, geen de ntfnfte informaliteit, bij 'dit Protest ook niet 
•aangewezen, in de Nominatie te kunnen vinden, en dus naar 
den .wil en het gevoelen der meerderheid, op de gewoone wij» 
«e, ten zelven dage aan H. K. H, gf zonden, De protefteerende 
Xftlen, zonden ten zejvep dage ook een Berigt aan haare Hoog*- 
.fceiü, inhoudende, dat de gemaakte Nominatie niet wettig was» 
om dat van dezelve waren afgebleeven, Perfoonen, die na de 
qrde van Regeering, daar toe nominabel waren, waar door 
zij meende, dat te kort gedaan was, zo wel aan de Privilegiën 
.der Stad, als aan de naam en faam der afgelatenen , en dat zulks 
yoortfproot, uit een Verdrag, door de meerderhqid der Vroedr 
fchappen, onderling aangegaan, Haare Koninglijke,. Hoogheid* 
gaf met een Brief van den 8 dier maand, van deeze klagte 
{tennis, aan de Regeering der Stad, en dat zij, gaarne hier 
van onderrigt willende zijn., e.enige Heeren zouden benoe- 
men , pm zig hier pp te informeerqn. De Brief werd,, 
den ió , in een daar toe belegde Vroedfchapsvergade* 
ring overwogen , en bij verre de meeste Leden nogmaals* 
verklaard , dat zij de gemaakte Nominatie niet anders 
konden aanmerken, dan voor alzints formeel en wettig, en du* 
werd befloten, eene Deputatie te zenden, aan de Vrouwe Gou* 
yernante, om ljaare Hoogheid van deeze verklaring» en de ree- 
denen, waar op dezelve (leunden, kennis te geeven, en vervol- 
gens {e verzoeken, van het benoemen van Commisfarisfen af tQ 
ijen, $$ de, Y$tzo%t$ Yerfci§zing {eq fpoedigften.te doeg, E* 



HAARLEMS Gefehltdenlspin. 137 

«— — — ^— — ■ ■* 1 ' 

ten zelven dage werd door de protefteerende Leden, aan haa- 
re K. H. vertoond, dat ae Nominatie was onwettig, ftrijdig 
wet de Privilegiën, en afwijkende van de gebruiken , daar op- 
gebouwd, Den volgende dag had de Deputatie , door de 
Vroedfchap afgezonden, gehoor bij de Vrouwe Gouvernante, 
die betuigde verblijd te zijn, dat 'er geen informaliteit, vol- 
gen; het Berigc, plaats had, enz. enz. en wat het zenden van 
Commisfarisfeu betrof , dat H. K. H. zoude zien, of zij daar 
van kon afzien; dan zig daar over nog niet bepaald kon ver* 
klaren, en het gevolg toonde, dat de Gouvernante bij haar 
eerst genomen befluit bleef, benoemende ten dien einde da 
Heer freprik hbndrik* Baron van fVmifenaar^ enz. en Mr. 
Hendrik "van der bussen*, Oud -Schepen en Raad der Stad 
Delft ^ als haare Commisfarisfen, om zig op deeze zaak te 
informeeren, én haare Hoogheid rapport te doen, welke Hee- 
ren, zo wel de protefteerende, als die in de Nominatie be- 
rusten, hoorden. Op den 13 van die zelve maand,, deden de 
afgezonden Heeren in de Vroedfchap verflag van hun weder- 
varen, bij Jiaare K. H., wanneer door het Kotlegïe eenige 
wqinige Heeren ultgezondert , befloten werd, de zaak té bren- 
gen in den fchoot van den Souverain, Hun Ed. Gr, Mog., 
en daar toe de Ed. Mog. Heeren Gecommitteerde Raden te 
yerzoeken , eene buitengewone Vergadering te befchrijverr , 
wordende daar toe gecommitteerd, den Heer Prefident-Bur* 
gemeester en den Penfionaris GiLUf, om in 'sHage dat ver- 
doek te doen, zo als zij deden den 16, met den Heer Raadpeiw 
donaris, den Brief van dé Regeering, of wel van de meer- 
derheid van 4Un ter hand te ft ellen, dezelve luidde dus: . 

EDELE MOGENDE H E E R E Nt 

Door de ongefundeerde klagten van weinigen uit deeze 
Vroedfchap, aan haare Koninglijke Hoogheid, de Vrouwe Gou- 
vernante, gedaan, aangaande de Nominatie tot het Burgemees- 
ter-Ampt deezer Stad , bij ons den 7 deezer geformeerd , als of 
daar in ietwes zoude reüdeeren, dattegens de Privilegiën dee- 
zer Stad zoude ftrijden , tot ons leedwezen geoccafioneerd wor- 
dend? , dat haare Koninglijke Hoogheid , niettegenftaande de 

I 5 daar* 



Ij* HAAULEÏVB Gejthiedenïsfin. 

daaromtrent gedaane reprefentacien , tot hier toe «iet heeft kun- 
nen worden geperfuadeert , aan ons hoogst derzelver welbehaag- 
lijke EleéHe daar uk te laten toekomen; het welk ons ten uitter* 
ften «mbarasfeerd , om de gevolgen, welken hier door te duch- 
ten zijn; en dat wij, mitsdien de wettigheid van dezelve Nomi- 
natie niet beter kunnen doen juftificeeren, dan dooreen Souve- 
ram zei ven, aan wien, in allen gevalle, de Explicatie der Pri- 
vilegiën alleen toekomt, en dat derhalven daarin, tot bevorde» 
ringe van dezelve, ten uitterfteti alle fpoed nodig is en vereischt 
word, zo hebben wij goedgevonden, doordeezen, aan UEd. 
Mog. te zenden de Heeren Prefident-Bargemees pieter samuül 
crommblin, èn Mr, paulüs abraham gsllss , Raad en Penüo* 
naris -deezer Stad, ais oote Gecommitteerden, om, na breeder 
voordragte der zaake zelve , Uwe Edele Mog. van onzent we* 
gen te verzoeken , en daar op eraftig te uitteren, dat de Verga- 
dering van hunne Edele Groot Mog., ten einde voqrfchreeve, 
tep fpoedigften moge worden befchreeven , en bij .den anderen 
geroepen; om daar aan, injde naastvolgende week, al was het 
zelfs maar in het laattte van dezelve , ter zaake voorfchreeve , 
onze voordragte en reprefentatie te kunaen doen. Verzoekende 
voorts den zelven Heeren , onzen Gecommittrerden , in al het 
gunt ten dien einde aan Uwe Edele Mog. zullen voordragen, 
volkomen geloof te fteeven. 

Waar mede wij , na Uwe Edele Mog. in de befcherminge do$ 
Allerhoogften te hebben aanbevolen, blijven, 

Edele Mogende Heeren , 

Uwe Edele Mogende goede Vrienden, 

Burgemeesters, Schepenen en Raaden der Stad 
Haarlem. 

Ter Ordonnantie van dezelven 
Haarlem 
één 15 September J. J. van BERGUM va» 

17574 ' WIEUWENHUIZEN. . 



Wtf* 



HAARLEMS GefchUdenhftn. 13* 

Wilt hier op befloten werd bij de Ed. Mog. Heeren Ge- 
committeerde Raaden, en den afgezondenen van de Regeerin- 
ge deezer Stad, in den Haag is wedervaren, blijkt uit het 
rapport, dat deeze Heeren afgezondenen, den 17 der meer- 
gemelde Herfötmaand , in de Vroedfchap alhier deden ; waar 
van de aantekening, ten) dien dage gedaan, dus luid: 

De Refolutien, den 13 deezer genomen, zijn gerefumeerd, 
en, na voorgaande deliberatie, gehouden voor gearrcfteerd. 

De Penfionaris gilles heeft aan hunne Ed* Achtb. gerap- 
porteerd, dat de Heer Prefident-Burgemeester crommelin, en' 
hij Penfionaris, zig, ingevolge hunner Ed. Achtb. Refolutie 
van den 13 deezer., op eergisteren, zijnde geweest Donder- 
dag, <les namiddags, hebbende begeeven naar *sHage 9 ver- 
volgens, op Vrijdag morgen, zig aldaar hadden vervoegr, bij 
den Heere Raadpenfionaris van deeze Provtotie, -en ahn den 
zelven mondeling badden voorgedragen, de redenen en moti- 
▼en, bij de Refolutie van hunne Ed. Achtb. vervat, waar 
op, in den naam van hunne Ed. Achtb., nader moesten in- 
fteeren , ten einde de Vergadering van humus. Ed. Groot Mog. 
zoude mogen worden befchreeven tegen het laatfte van de 
volgende week , om als dan , van wegen hunne Ed. Achtb. , 
aangaande de zaak der Nominatie tot Burgemeesteren deezer 
Stad, aan hunne Ed. Groot Mog. de nodige ouvertures- te 
geeven, en de vereischte reprefentatiè'n te kunnen doen; te 
gelijk aan zijne Wel Ed. Geftr. overgevende de Misfive van 
hunne Ed. Achtb. , mede ten voorfchreeven einde aan het 
Collegie van de Heeren Gecommitteerde Raaden geaddres- 
feerd, en onder de Notulen van den 13 deezer, breeder 
geëfctendeert. Dat «jne Wel Ed. Geftr. (de Heer Raadpen- 
fionaris) aangenomen hebbende, dezelve Misfive, aan welge- 
melde Collegie van de Heeren Gecommitteerde Raaden te 
zuHen overtiandigen , zij Heeren Gecommktearden voorts zig 
ook hadden vervoegt bij den Heere beelaarts , Heere van 
BioMand, als, vermits de abfènrie van zijne Hoog Ed., den 
Heere van rh«on, als toen de voorzittende Heer zijnde ia 
welgemdde Collegie , en aan denzelven insgelijks hadden be- 
kend gemaakt, httnne kat ea commWie, ten einde hier voo- 
rea 



140 HAARLEMS GefchitJtnisfen. 

ren gemeld, en dat de voorfchreeve Misfive daar toe hadden 
overgegeven, aan den Heere Raadpenfionaris , die de goedheid 
had gehad, om aan te nemen, dezelve aan het Collegia, van 
de Heeren Gecommitteerde Raaden te bezorgen; en dac 
▼oorts de zaak der Befchrijvinge van de Vergaderinge van 
hunne Ed. Groot* Mog. , aan welgemeJde Heere van Blok- 
land y met de nodige Argumenten ten beste, hadden verzogt, 
en gerecommandeert; en welke .Heer op een vriendelijke wijze 
had . aangenomen , d*ar over in het Collegie van meergemelde 
Heeren Gecommitteerde Raaden te zullen (preeken. 

Dat vervolgens, eenigen tijd daar na, zij Heeren Gecom- 
mitteerden zig hebbende baten vinden op het Hof, in het 
Comptoir van den Heere Raadpenfionaris, om te kunnen ver* 
aeemen den uitflag der deliberatiën van de Heeren Gecommit- 
teerde Raaden, op de voorfchreeve Misfive van hunne Ed. 
Achtb., de Heer Raadpenfionaris hun Gecommitteerden aldaar 
had gecommuniceerd, dat de Heeren Gecommitteerde Raaden, 
bij hunne deliberatiën, zwarigheid hadden gevonden, om in de 
verzogte Befchrijving van hunne Ed. Groot Mog., tegen de 
volgende week, te confenteeren , ter zaake van de nabijheid 
jler ordinaris Vergaderinge van hunne Ed. Groot Mog., die 
zekerlijk den 28 deezer moest invallen; als mede dat in het 
Collegie drie Heeren abfent waren ; en dat daar . benevens 
misten de hooge prefentie van haare Koninglijke Hoogheid, 
de Vrouwe Gouvernante; dat de zaak de Heeren Gecommit- 
teerde Raaden ook niet voorkwam van dusdanige nood of 
presfance, dat daar toe het maaken van zoveel eclat, als de ' 
Befchrijving der Vergaderinge occafioneeren moest, nodig was. 
Dat, gelijk deeze uitflag hun Gecommitteerden zeer furprenant 
was voorgekomen, dezelve vervolgens , ter voldoeninge aan de 
jast van hunne E3. Achtb. , badden vermeent eenige nadere in* 
ftanticn, ten dien reguarde, te moeten doen; en^derhaiveq had- 
ikn verzogt, met eenigeiieeren uit hét. Collegie van hunne Ed 
iMog. nader over dat gedaan verzoek te mogen confereeren, 
Pat, ter voldoeninge aan dat verzoek, korten tijd daar aan, 
ter voorfchreeve . plaatze, zig bij hun hadden vervoegt de Hee- 
ren beelaarts en d'acqoet, met de Heer Raadpenfionaris; 
aan welke Heeren gij Gecommitteerden breeder het verzoek vap 
, dee* 



HAARLEMS Xiefchiedenhfen. t 4 * 

deeze Vroedfchap hadden geëxpofeerd , en als den grondflag 
daar van zig hadden beroepen op de zeer kfaare en energlqué 
Refolmie van hunne Ed. Groot Mog. , van den 6 JnJij , van het 
Jaar 1677 (*). Dat welgemelde Meeren , op de vorengeavaou 

ceer* 



(*) Deeze luid woordelijk; „ Is, na voorgaande deUber #* 
n tie en in achtinge genomen zijnde , dat het Groot P «Vi- 
st Ugie, bij Vrouwe maria van BOURGONtoiéN, den Edelen en 
%t Steden , in den Jaare 1476 verleend , met uitgedrukte 
„ woorden medebrengt , dat de Steden van Holland en West* 
„ friesland , en malkanderen, zo dik* en menigwerven he* • 
yy dat believen zali die een den anderen mogen befchrijven, 
% , en met elkander en in Dagvaarden en andere vergaderen f 
99 terplaatze, daar het henlulden goeddunken zal, om aldaar 
•t te ff reeken van zaaken, den voornoemde Lande of Steden 9 
H of eenigen van dien , aangaande , zonder daar op te moe~ 
„ ten verwerven, verder verlof of confent van den Pr in f e v/m 
„ den Lande , goedgevonden en ver /laan , midi dèeze te ver" 
fl klaren, dat de Heeren 9 hunner Ed* Groot Mog* Gecom~ 
„ mitteerde Raaden, gehouden en geobHgeerd zljn y de Ver* 
„ gadering van hunne Ed. Groot Mog* te convoceeren en te 
99 befchrijven, zo wanneer zulks bij of van wegen de Heer en 
9 9 van de Ridderfehap en Edelen, of van wegen Burgemeester 
99 ren en Regeerden van een van de Steden, Leden van da 
t9 hooggemelde Fergaderinge 9 word verzogty zonder dat dê 
„ gemelde Heeren Gecommitteerde Raaden zulks zullen mogen 
„ weigeren; en dat de gemelde Heeren Gecommitteerde Raa* 
9 9 den mede gehouden en geobHgeerd zijn de Propofitie 9 die de 
, gemelde Heeren van de Ridderfehap en Edelen, of de ge* 
p , melde Burgemeesters en Regeerders van een van de voor* 
99 gemelde Steden, aan de gemelde Heeren Gecommitteerde 
w Raaden zouden mogen hebben gedaan of overgeleverd \ ah 
„ een point van Befchrijvinge , aan de gemelde Leden toe t* 
99 zenden, zonder daar van insgelijks in gebreke te mogem 
m blijven? 



ttf HAARLEMS GefchieJetiisfen. 

ceerde Gronden en Argumenten, met bijvoeginge van meet an- 
dere refleétiên r wel hadden getragt , hen Gecommitteerden van 
het voorfchreeve verzoek der Befchrijvinge van de Vergaderin- 
ge, tegen het laatst van de volgende week, te doen afzien; dan 
dat zij Gecommitteerden zig dienaangaande hadden beroepen op 
hunne expresfe last , waar bij hadden verklaard, te moeten perfi- 
fteeren, met verzoek, in allen gevalle, dat hunne Ed. Mog., 
de Heeren Gecommitteerde Raaden , hen Gecommitteerden zou- 
den gelieven te vereeren, met op de verzogte en voorgedragen 
zaak te neemen, eene finaale Refolutie, ten einde daar van aan 
hunne Ed. Achtb.- ce kannen doen een getrouw rapport. 

Dat welgeinelde Heeren daar op , andermaal ^ig hebbende 
begeeven* in het Collegie van de Heeren Gecommitteerde Raa- 
den, dezelvén, na eenig vertoeven, nog eens waren gekomen 
bij hun Gecommitteerden; en, na herhalinge van meest alle 
voorgemelde redenen en perfuafiën, hadden verklaard dat hunne 
Ed» Mog. perfifteerden, daar bij, dat niet konden refolveeren 
de Vergadering van hunne Ed. Grbot Mog. , op het gedaan ver* 
zoek van hunne Ed. Achtb. , Extraordinaris tegen de volgende 
week te doen befchrij ven , zonder alvorens daar op te hebbeu 
verdaan, de intentie van haare Koninglijke Hoogheid; aan wie 
derhalven de Misfive zouden zenden, dm hoogscderzelver goed- 
vinden daar over te verdaan; alles in die of diergelijke woorden 
in fubftantie ; als hebbende zij Gecommitteerden wel geinfleerd- 
om het gerefolveerde van het Collegie van Gecommitteerde Raa- 
den te mogen hebben , in fcriptis , als zijnde het verzoek , ten 
einde voorfchreeve, aan welgemelde Collegie* alzo mede gedaan; 
. dan dat zulks ook niet hadden kunnen obtineeren , terwijl welt 
gemelde Heeren Cómmisfarisfen hadden geperQfteerd bij de 
voorfchreeve hunne mondelinge verklaring, welke uit den naam 
van het Collegie kwamen te doen, en 'welke hadden verzogt* 
ten beste, aan hunne Ed. Achtb. te willen rapporteeren , mei 
toewenfchinge, % dat de zaaken zig alzo in der minne mogten 
vinden , dat daar van geen verder eclat zoude behoeven gemaakt 
te worden ; en welke betuigingen wederom door hun Gecom- 
mitteerden, met alle decentie, naar behoren waren beantwoord 
geworden, echter niet zonder te doen zien hunne vreeze, we- 
gens het weinig genoegen, dat de uitflag van deeze Commfafie 

aan 



HAARLEMS üefehteSentifin. 143 

i 

tan hunne Ed. Achtb. zoude kunnen toebrengen. En waar nt 
vervolgens zij Heeren Gecommitteerden, als niet ziende ietwe» 
verder tt kunnen effe&ueeren , wederom naar huis waren gere- 
tourneerd. 

Waar op gedelibereerd zijnde, i# goedgevonden en verftaan 
de Heeren Gecommitteerden, hier vooreu .gemeld, voor hunne 
in deezen genomen moeite en aangewende devoiren, in con- 
formité van derzelver last, mitsgaders voor derzelver gedaan 
rapport, te bedanken; zo ais bedankt worden bij deeze, met 
verder verzoek aan de Heeren. Raaden en Vroedfchappen, om 
hunne gedachten te willen doenjpan over de conduites , bij het 
Collegie van èe Heeren Gecommitteerde Raaden , in deeze 
zaak gehouden, en wat daar omtrent, en op het gunt daar van. 
is gerapporteerd, zo tot maimièn van deezer Stads Rechten en 
Vrijheden, als die van alle de verdere Steden en Leden van hun- 
ne I£d. Groot Mog. Vergaderinge , volgens de uitdrukkelijke 
Refolutie van den Souvefain van den 6 Julïj , van het Jaar 1677, 
Zal behoren te worden gedaan en in het werk gefield, enz. 

Op den ip van de zelfde Herfstmaand, bevestigden hunne EA 
Mog., tte Heeren Gecommitteerde Raaden , dit rapport, door 
een Brief, inhoudende Bericht van het Befluit, dat zij geno* 
nen hadclen, op het verzoek, tot befchrijvinge van eene buiten- 
gewone Vergadering der Staatón, welke Brief aan Burgemeet- 
teren, Schepenen en Raaden van deeze Stad gerigt was,, en duf 
luid: 

Erentfeste , Wij ie , Voorzienige , zeer Discrete 
Heeren, v 

Alhoewel wij ons verzekerd houden, dat UEd., door hynne 
Heeren Gedeputeerden, volkomen geïnformeerd zullen zijn, van 
het bij .ons gerefolveerde op den 16 September, jongstleden, op 
UEd. Misfive-vaa den 15 bevqorens, waar bij UEd. verzoe- 
ken, dat een Extraordiuaris^ Vergadering van hunne EcL Groot 
Mog. ten fpoedigften mag worden befchreeven , en bij den an« 
doren geroepen; welk. ons gerefolv-efde inhoud, dat wij, om 
4e ojnifamdighedea van tijden, niet kunnen goedvinden, de Ver* 



ttf HAARLEMS Gejcjüedeniifétt; 

gadering van hunne Ëd. Groot Mog. Extraordinair te befdffijt 
.ven, daar de tijd van de ordinaris Vergaderinge zo kort op har* 
den is , welke ook tegen den 27 September (laat befchreeven té 
worden; meenen wij echter dienftig te zijn, ÜEd. bij deezett 
nader te informeeren , dat wij, na rijpelijk alles overwogen te 
hebben , wat op deeze mftterie dienen kan, ons verpiigt vinden 
ce perfifleeren bij onze voorige gedachten* 

Daar mede, Erentfeste, Wijze, Voorzienige * zeef Discre- 
te Heer en , beveelen wij UEd. de befcherminge Gods. 
Gefchreeven in den Haag, den ip September 1757. 

Ter Ordonnantie van de Gecommitteerde Raaden, 

ARIS van der MIEDEN, 



Na cteezèn tijd werden de handelingen der Heeren Óommisfir 
fisfen van haare Hoogheid wel voortgezet; maar zonder dat 4 
tot genoegen der Meerderheid van de Vroedfchap, de Vrouw 
Gouvernante befluiten konde, uit de overgeleverde Nominatie 
eene verkiezing te doen. Uit deezen hoofde deden de Gedepu* 
teerden van deeze Stad, in de gewoone Vergadering der Staatere 
op den *8 der meergemelde Herfstmaand, tweeerlei Voordellen 
of Propofitiën; eene wegens de weigering der Heeren Gecom- 
mitteerde Raaden, om op het verzoek van de Regeeringe dee* 
zer Stad, hunne Ed. Groot Mog. buitengewoon te befchrijven; 
en de andere ter opheffinge van de zwarigheden , die verocfr- 
taakten, dat uit de overgeleverde Nominatie' geenö verkiezing 
gedaan werd. Wij zullen van de eerfte, en het Bericht, dat 
op dezelve gegeeven is, eerst fpreken. De Propofitie, wegen* 
de weigering van Gecommitteerde Raaden, was van deezen 
inhoud: 

De Heeren Gedeputeerden der Stad Haarlem nebben , uit 
expresfe hst van de Heeren, hunne Principalen, ter Vergade- 
tfnge voorgedragen en gereprefenteerd: 

Dat de Heeren, hunne Principaalen, met leedwezen, bij het 
formeeren der Nominatie tot Burgemeesteren , den 7 deezet 

voor 



HAARLEMS GefctiêdenUfeti. 14J 

voorgevallen, ondervonden hebbende, dat ëenige weinige Le- 
den uit de Vroedfchap hadden konnen onderneemen. tegen de 
wettigheid van dezelve te protefteeren; en met nog vrij groot- 
eer finerte hebbende moeten ontwaar worden, dat haare Ko- 
uinglijfee .Hoogheid , de Vrouw Gouvernante en Voogdes over 
zijne Boorlugtige Hoogheid , den Heere Prinfe Erfttadhou- 
der 9 door de gantsch verkeerde en ongefundeerde infimulariên 
van dezelven , werd afgehouden haare hoogstwelbehaaglijke 
Eleótie uit dezelve Nominatie te doen, zonder dat van het 
contrarie* van dezelven door eene Deputatie, uit het midden 
van de Vroedfchap, aan hoogs tdezelve, daar toe gedaan, had 
tonnen worden geperfuadeerd ; alle de voorfchreeve redenen* 
met de beduchtingen over de gevolgen , welken uit deeze zaak 
zouden kunnen refulteeren, de Heeren r hunne Principaalen,* 
als een genoegzaam fundament hadden toegefcheenen, waarom, 
na dat veele dagen te vergeefs de voorfchreeve hoogstwelbe- 
haaglijke Electie hadden afgewagt, hadden vermeent, in zoda- 
nige fituatie hunne toevlugt te moeten neemen tot hunne Me- 
deleden, en met alle billijkheid bij de Heeren Gecommitteer- 
de Raaden te mogen infteeren, dat, dewijl de ordinaris Ver- 
gadering van hunne Ed. Groot Mog. alleen ftond bij den an- 
deren geroepen te worden, tegen den a$ deezer, nooggemeL- 
de Vergadering over deeze zaak extraordinair mogt worden 
geconvoceerd , eënige dagen vroeger , en zulks ten' langften 
tegen den 22 van dezelfde maand; alles ten einde 'welgemelde 
Heer én, '.hunne Principaalen, gelegenheid zouden hebben, ten 
fpoedigften derzelver reprefentatièn te kunnen brengen in de 
fchoot van den Souverain, als w^ar toe zij oordeelden deeze 
materie, waar in alle acceleratie ten uitterften presfeerde, ab* 
folutelijk te zijii geconflitueerd. 

Dat, ten dien einde, de. Heeren, hunne Principaalen, na 
cène daar toe genomen Refolutie, op den 15 deezer, wel 
hadden afgezonden, naar 'sHage, twee Heeren Gedeputeer- 
den, met eene Misfive , aan het Collegie van welgemelde 
Heeren Gecommitteerde Raaden, gecoucheer,d, inhoudende de 
redenen van het daar bij gedaan verzoek , tot dé gemelde ex- 
traordinaris Befchrijving van hunne Groot Mog.; waar van 
de Heeren Gedeputeerden gelast wafen, des noods 7 hüntie Ed. 

XK. DEEL K M0g« 



%i6 HAARLEMS Gtfchiedenhfen. 

Mog. nadere opening en onderrigting te geeveu. Dan dat die 
Misfive en Bezending bij het Collegie van deHeeren Gecom- 
mitteerde Raaden, na dat op den 1 6 deezer, over alles had- 
den gedelibereerd , van geene andere uitwerking was geweest, 
dan dat welgemelde Heeren Gecommitteerde Raaden , die ver- 
sogte extraordinaris Befchrijving van de Vergader iuge, aan de 
vooffcbreeve Heeren Gedeputeerden der Stad HaarUm\ had- 
den gedifficuitöerd en gedectfneerd , uitwijzende het rapport, 
Wj deaelve Heeren Gedeputeerden , daar van in de Vroedfchap 
gedaan, en bij welke weigering, dezelve Heeren Gecommit- 
teerde Raaden hadden goedgevonden, nader en fchriftelijk te 
perfïfteeren, wanneer, dienaangaande aan de Heeren Burge- 
meesteren, Schepenen en Raaden, op den 19 deezer, hadden 
Naaten toekomen, de MTsfive dienaangaande. 
* Dat de ' Heeren , hutfne Principaalen , hen Gedeputeerden 
niet hadden gelast, deeze voordragt van zaaken aan hunne Ed. 
Groot Mog. te doen, ora door deeze te klaageti over de be- 
handeling, bij het Collegie van de Heeren Gecommitteerde 
Raaden, in de voorfchïeeve Zaak gehouden; als in hét tegen- 
deel wel willende geloven, dit Zulks is voortgekomen, uit 
derzelver $ltoos gewoonen' ijver en attentie, ten fyeste van het 
Vaderland, én om waarlijk te doen dat gunt, welgemelde Col- 
legie met dïe intentie heeft geöordeek, dat behoorde te ge- 
fchieden. En dat, uit dien hoofde, veel minder de last van 
hun Gedeputeerden was, om des wegens ejnïge herftelling of 
fatisfaftie van de Heeren Gecommitteerde Raaden te begeer en f 
©f daar op te infteeren. Maar dat het gunt, waar over Hee« 
ren, hunne Principaalen, deeze Reprefentatiën. aan hunne Ed, 
Groot Mog. kwamen te doen, daar in alleen was gelegen* 
dat bij hun refleftië was gemaakt, op de duidelijke en klaare 
Refoiutie van hunne Ed. Groot Mog.' van den 6 Julij, van 
het Jaar 1677, welke als één der Grondwetten van den Staat 
. moet worden gehouden , en van inhoud is als de copie daar 
yan, als waar uit aan de' Heeren, hunne Principaalen, (onder 
reverentie) was voorgekomen, buiten alle dubieteit ^ zijn, 
dat de Heeren Gecommitteerde Raaden, met geen behoorlijk 
efölt, hunne deliberatie kunnen houden, over het al of niet 

dooi 



fïAARLEMS Géfchie&ênufa. t^j é 

doen befchfijvén der Vergaderinge, wannéér "zdks Wj ëenig 
Lid van dezelve word verzogr , naariieft de 'duidelijke be- 
geerte van 'den* Souverain daar bij diaieert, dat de Heereti 
Gecommitteerde* Raaden gehouden én "veröbligeef d" zijn, ter 
fequifitie'van één Lid van dezelve, dezelve te convoceéren, 
zonder zulks te mogen wéigêteiï;"eö Melker iiaare zin én in-' 
tentie, boe duidelijk de woorden daar omtrent ook leggéö, 
nog fterker word opgeheldert, en buiten alle tegenwerping 
gefield, door de Refolutie vtó htmne Ed. Groot Mog. van 
den 30 Junij, van, het Jaar 1677, als waar uit te zien is, in, 
welke gevallen hunne Ed. Groot- Mbg. hebben goedgevonden, 
&an het Cöllegie Van de Heerén Gecommitteerde Raaden, de 
vrijheid te laaten , om dé Vergadermg-;'al of Mét te'inögért 
befchrijven, naar goedvinden, -én hoedtmi^, vervolgens ; bi j de 
daar door opgevolgde ftefoiutie'vah den 6 Julij, tiezelvè' v de- 
Bberatie van dé* Heerën Gecommitteerde? Raadeti is uitgefloten 
geworden in de'gfevallen, nvelfcen^daar bij zijn gememfcmeerd, 
en waar onder de gedaane' requïfitie van de Heeren, hunne 
fcrintipaalenVnotoh 4 is te 'eómprehexnleeren. " • '^' ' ' *• 
. Dat, in dien zin, de peeren, hunne Prineipaalen , 'de con^ 
fervatie der Vrijheden en Rechten" ^atf Vitrine Medeleden zo 
zeer ter tiartë riemende, als het bewaren ifran hiïnffè-'tigen 
VooiTechten, alles tot' maintfën^aii VLands Grondvmtelf én 
Gerechtigheden, van zig nier had : fcirnnèn vefkrijgei; het gunt 
ïiiervoorén is- ter neder gebeld J' geheél J eri al met Mziyijgeii 
te pasfeereh; maar vermeent haddètf , pligtshaiverr,- genood- 
zaakt te zijn, dit alles 'te móeten 1 brtengen," ter 'kentrisfe van 
deeze Vergaderinge, en daar t Benevens in bédenkinge'te gee- 
venV ef, ter zaake van het hief Vóóreft gebeurde, hunne Ed^ 
Groot Mog. niet zoudeji \künnefi goedvinden, omtrent hef 
y erfland der voorfchreeve Refolutie van deri 6 Julij, van het 
Jaar 1677, Zl $ zodanig nader te yerklaaren, als hoogstdezel- 
yen zullen vinden te behoren , zo tot maintiën van het gunt 
bij de voorfchreeve Refolutie 'is vervat 9 als tot voorkoming^ 
van dusdanige inconveniënten , als hier boven zijn geexpp-' 
feerd, en verdere nadeelige gevolgen ^ welken anderzint? iiaar 
uit zeuden kunnen refulteeren. 

K 2 Jiun* 



14* HAARLEMS Gefihiedenis/efy 

Hunne Ei Groot Mog. vonden hier op goed , dat deez* 
Propofitie zo\i wordeg gefield, in handen der Meeren Gecom- 
mitteerde Raaden, om daar op ten fpoedigften, en uitterlijk na 
agt dagen, den Staaten te dienen van Bericht. Ingevolge van 
deeze Refolutie leverden de Heeren Gecommitteerde Raaden, 
den 5 Oltober, het volgende Bericht ter Staats vergadering* 
in. . 

EDELE GRQOT MOGENDE BEEREN! 

Wij hebbea weiontfangen UEd. Groot Mog. Refolutie, vatl 
den a8 September, jongstleden, waar bij ,UEd. Groot Mog. 
ia handen van Gecommitteerde Raaden hebben gelieven te. (lel- 
len, de Proptótie, door de Heeren .Gedeputeerde^ der ,Stad 
Haarlem, jter Vergaderinge van UEd. Groot Mog. ten zelfden 
dage gedaan, over het niet extraordfnarie befqhjrijyen van de 
Vergaderinge van hunne Edele Groot Mog., op verzoek van de 
Regeer inge van dezelve Stad, om daar op, ten Qjo^digften aan 
UÈd. Groot Mog., en uitterlijk op .den sOótober,, te dienen 
van Bericht 

Wij zijn tén uitterften bereidwillig daar aan ,. met' de vereisch- 
te acceleratie, te voldoen* En vinden ons derhalyen verpligt 
UEd. Groot Mog. voor te .draagen,' dat de Gecommitteerde 
Raaden* in een zaak van zo veel importantie, gemeent heb- 
bende met alle omzigtigheid te Werk te moeten gaan, niet, dan 
na rijp overleg, gekomen zijn tot hun genomen bëfluit. En 
om die ribden, niet dan met fatisfadie en genoegen kunnen aan. 
zien Jiet JCfeclaratoir , dat welgetoeide Heeren Gedeputeerden 
de* Stad Haarlem > ter Vergaderinge, hebben gegeeven: fat 
zij Heeren niet waren gelast om te klagen over de behande- 
ling x hij het Collegie van Gecommitteerde Raaden gehouden * 
als integendeel wel willende geloven t dat zulks is voortgekomen 
uit een altooi gewoon en ijver en attentie , ten beste van het 
Vaderland, en om waarlijk te doen dat gnnt welgevulde Col- 
legie 9 met die intentie oordeelde, dat behoorde te gefitte* 
étn. 

Dewijl Gecommitteerde Raaden zig vleien,, dat dé gronden 
en redenen., welken zij, tot julüficatie van hunne conduite, dé 

eert 



HAARLEMS Cefchiedenitfen. \& 

eere zullen hebben, onder het oog van UEd. Groot Mog. te 
brengen, de Heeren Gedeputeerden der Stad Haarlem , en de 
verdere Leden van UEd. Groot Mog. Vergaderinge, zullen 
convinceeren dat Gecommitteerde Raaden geen het minde oog- 
merk hebben gehad, om los te maaken een eenige Refolutie van 
UEd. Groot Mog,, of te weigeren aan de Regeering der Stad 
Haarlem , het gunt dat zij uit dien hoofde kende vor- 
deren* N 
^*Om, met het allegueeren van de voorfchreeve gronden , een 
aanvang te maaken , moeten wij vooraf zeggen , dat de Refolu- 
tie van den 6 Julij , van het Jaar 1677, waar op de Regeering 
der Stad Haarlem , haare requifitie, van het befchrijven eener 
extraordinaris Vergaderinge, komt te fundeeren, aan ons niet 
is voorgekomen, te wezen van diegeëxtendeerdheid, dat wijf 
in het preftnte geval, met postpofitie van andere verpligtingen f 
die aan Gecommitteerde Raaden mede incumbeeren, en niet 
minder fterk aanbevolen zijn, <iöar uit bevoegd zouden geweest 
zijn, om te voldoen aan het verlangen van welgemelde Regee- 
ri«ge. 

Dewijl wij daar bij moeten voegen, dat wij, met attentie . 
pondererende den inhoud van de Misfive, door Heeren Burge- 
meesteren, Schepenen en Raaden der Stad Haarlem, op den t$ 
September, aan ons gefchreevenj hebben gènieent daar in te re- 
fideeren, hoe zeer in gemefureerde en decente éxfpresfiên, een 
beklag, en dat wel omtrent het Huk van de Magifiraatsbeftellin- 
ge, waar over de Heer Erflhdhouder bijzondere Rechten exer- 
i:eerd 9 tegens haare KoningUjke Hoogheid; alzo, uit hoofde 
van zekere ongefundeerde klachten , van weinigen uit de 
Vroedfchap der Stad Haarlem , aan de Vrouwe Gouvernante 
gedaan, aangaande de Nominatie tot het Burgemeesterampt 9 
geoccajioneerd word dat haare Koninglijke Hoogheid, tot leed- 
wezen van dè Regeeringe, niet tegen fla^nde de daaromtrent 
gedaanë reprefentatiëri, niet Mc ft kunnen worden geperfua- 
deert, om aan de Regeering de Eleftie te laten toekomen ; het 
veil hun ten uitterften embarasfeërde , om de gevolgen, wet* 
ken hier door te duchten zijn. 

Welk beklag ons in de voorfchreeve Misfive ten klaarden blijr 
kende vervat te zijn, hebben wij, met alle circumfpefiie, na* 

K j f+ 



*'* 



t$* HAARLEMS Gtfchiedtnhfen. 

gegaan, of wij, uit hoofde vap onze Inftruftiej op den 28 Au* 
gustus, van het Jaar 175 1 g earreftecid , geobligeerd waren op 
zodanig beklag eene Vergadering, -niet zonder het grqótfte eclat, 
Imraediatelijk extraordinarie te befchrijven, daar.de befchrijving 
van de ordinaris Vergaderinge 20 nabij was ,. zonder te horen 
de confideratien en belangen van haare Koninglijke Hoogheid ,, 
welke daar bij, naar onze gedachten, zo merkelijk was geinte- 
resfeerd; en dat in een zaak, welke zoude komen uit te leveren 
eene ColliGe tusfchen het. ebiinente Hoofd, eo een voornaam 
Lid van UÉd. Groot Mog* Vergaderinge. 

'Deeze onzejnrfru&ie inziende, hebben wij bevonden dat aan 
ons expresfelijk, bij Jxec XIII. Artikel van dezelve, gelast is, 
om te .moeten houden goede Correspondentie met den Heere 
E'fftadhouder in der tijd 9 of met die geenen 9 die 9 volgens 
UÉd. Groot .Mog. Refolutie van den, 16 November , van het 
Jaar 1747, de zelfde" plaats zal bekleeden\ welk Artikel aan 
ons van £et uitterfte gewigt is voor gekomen, als gefondeert 
zijnde op de gronden van de tegenwoordige Regeeringsform , en 
daarom; op alle mogelijke wijze , behoorende geobferveerd en 
agtervqlgd .te worden* t ... ■ ' 

Wij zouden zekerlijk, naar onze gedachten , daar aan hebben 
gemankeerd, en daar tegens diretfelijk gepecceerd, indien wij, 
ons aantrekkende eene klagte tegens de Vrouwe Gouvernante, 
buiten hoogst haare kennisfe , en zonder aan boogstdezelve ge- 
legenheid te . geven, om haare defenfie daar tegens te doen, de 
Vergadering, om die reden, extraordinair hadden geconvoceerd. 
Behalven dat het volgende XIV. Artikel van gemelde onze In- 
ftruaie ons injungeerd , om fpecialijk te letten dat de Souverair 
ftiteit van de Staat en 9 en hunne tegen smordige Regeerings- 
form 9 op het Stadhouderfchap', met de Preêminentiên , door 
ÜEd. Groot Mog.ftear aan gehegt, voor zeker rustende, in al- 
le haare deelen worden geconferveerd. en bewaard. In gevalle 
nu haare Koninglijke Hoogheid mogte vermeenen , dat , bij dee- 
ze Hlagten,, .de. ïjrajëmïnentiè'n' van den Heere Erfttadhouder 
waren .geconcêrneerd , zouden wij, met het aannemen van de 
vourichreeve klagten , fchijnen ons daaromtrent in te laaten, 
eu dezciveu. als te wettigen. Waar door , indien naderhand be.- 
youdcn mogt wordfen, dat 'zulks in der daad de Px^ëminentiën 
vaa 



1 



HAARLEMS Gefchiedtnitjtn. Y£t 

van den Heere Erflhdhouder hadden getoucheerd, wij» wel 
verre van daar voor, volgens deeze onze verpligtiuge , gewaakt 
te hebben,, zoude reprochabel zijn, van, zonder verhoor van 
het eminente Hoofd van de Regeeringe deezer Proviftie» ons la 
deezeri te hebben geimmisfeerd. 

Deeze verpligtingen zijn ons al te obligatoir voorgekomen, 
dan dat wij zouden kunnen denken, dat UEd. Groot Mog. van 
ons zouden willen vergen, om de twee gemelde Artikelen ten 
eenemaa] aan een zijde te ftellen; terwijl Gecommitteerde Raa- 
den voor hun zelfzig liever willen .getroosten, bloot gefield te 
worden voor het ongenoegen van één Lid , in deezen geinteres- 
feerd, dan, met het violeeren van het XIII. Artikel van hunne 
Inftructie, attentie te geven aan de gronden van de prefente Re- 
geeringsform, en daar door te incurreeren het billijk verwijt 
van alle de onpartijdige Leden van UEd. Groot Mog. Verga- 
deringe. 

Hoe zeer wij nu van dit "alles geconvinceerd waren '; hebben 
wij échter daar m niet berust, maar gemeent, met ftiie attentie, 
te moeten examineeren de bewoordingen van de geallegueerde 
Refolutie van den 6" Julij, van het Jaar 1677, welke wij wel, 
in zo verre, zeer duidelijk en klaar hebben bevonden, dat 
Gecommitteerde Raaden gehouden en geóbligeerd zijn, de Ver* 
gadering van hunne Ed. Groot Mog. te convoceeren, zo wan- 
neer zuiks bij de Heeren van de Ridder fchap t>f Steden *erd 
verzogt, zonder zulks te moge» weigeren; en dat zulks bij 
UEd. Groot Mog, is gearrefteerd, in aehtinge genomen zijnde* 
dat het groot Privilegie van Prouwe maria van BOüRGONDiêN, 
in den Jaare 1476 verleend, medebrengt , dat de. Steden van 
Holland en Westfrieslaud malkander en^ zo menigwerfhen dat 
believen zal, zullen mogen befehrijven, om te [preken van 
zaken , den voornoemden Lande of Steden 9 of eenigen van 
dien , aangaande , zonder confent van den Frinfe van den 
Lande. • 

Maar hebben wij, desniettegenstaande, de voorfchreeve Re- 
folotie niet klaarlijk applicabel gevonden op het prefente geval, 
dewijl in de gronden, overgenomen uit het evengemelde groot 
Privilegie, niet ftaat dat het den Edelen en Steden vrij zal ftaan, 
tot het inbrengen van Wagten tegens den Stadhouder van dien 
tijd, of tegens de Steden onderling, extraordinaire Vergaderm- 

K 4 .gen 



T5« HAARLEMS befchiedenitfenl ^ 

\ ■ 
gen te befchrijven, en daar bij maar alleen gefpróken word 
van zaken, den voornoemde Lande of Steden , of eenige van 
die, aangaande; gelijk ook UEd. Groot Mög., bij hunne 
conclufie in de voorfchreeve Refolutie, niet expresfelijk vast- 
gefteld hebben, dat, ingevalle de Edelen of de Steden, tegen? 
den Heere Stadhouder , of wel de eene Stad tegens de andere» 
klagten kwamen in te brfengen, en daar tot eene extraordina- 
rïs Vergadering requireerden , de Gecommitteerde Raaden op 
dè zeifde wijze verpligt zouden zijn, dit alles te» eflfe&ueeren, 
zonder eenige kennis daar van te geven, aan dat Lid van» 
UEd. Groot Mog., of aan den Heere Stadhouder, tegens. wien 
de klagten mogten zijn ingerigt. Welke handelwijze wij niet 
iunnen geloven , dat met de billijkheid of met de intentie van 
<lp refpeftive Leden van de Vergaderinge overeenkomt; en al- 
toos verre zoude devieeren van den grond, welken Gecom- 
mitteerde . Raaden bij hun rapport van den 30 Junij , van het 
Jaar 1677, hebben gelégt, wanneer «ij gedeclareerd hebben, 
dat zij de Vergadering van UEd, Groot Mog* niet konden 
put eenige vrugt convoceeren op de klagten aan eenen kant 9 
ponder de partij daar" op geboord te hebben , dewijl UEd. 
Groot Mog. daaromtrent met rechtvaardigheid niet zouden 
kunnen tefolveeren. 

Om alle deeze redenen hebben wij ons dan verpligt geagt, 
aan haare Koninglijkè Hoogheid kennis te moeten geven, van 
de Misfive van de Regeeringe der Stad Haarlem % en het 
aanzoek, daar bij gedaan. En heeft haare Koninglijkè Hoog- 
heid , deeze Misfive aanziende als een klagte, die tegens 
ftoogstdezelve gedaan wierd, begrepen, dat Gecommitteerde 
Raaden zig die niet behoorden aan te trekken, zonder dat 
hoogsidezelve gelegenheid zou hebben , daar tegens haar btr 
lang te allegueeren, en injiet bijzonder aan te toonen, hoe 
zeer dezelve klagten toucheeren de Praeminentiën en Prée- 
rogativen van den Heere, Erfiladhonder. ♦, t 

En hebben wij daar na aan de Regeer ing der Stad Haar- 
lem gerefcribeert, dat wij perüfteerden bij onze vorige ge- 
dachten % aan haare Heeren Gedeputeerden geuit; alleenlijk in 
het voorfchreeve antwoord jDemie makende van die motiven, 

die 



HAARLEMS Gefchiedenttfe*: 153 

die met zo veel ernst , door onze Heeren Commisfirisfen, beel- 
aarts en d'acqüet , en den Heere RaadpeWionaris, waren 
geeraploieerd om de Heeren Gedeputeerden van Haarlem te 
detoumeeren van deeze extraordinaris befcbrijvingei zonder ons 
v.erder in de bovengemelde gronden in te laten; terwijl deeze 
motiven, op zig zelven genomen, meer dan genoegzaam aan 
ons toefcheenen, in hét prefente critiqüe geftel van zaken, om 
de gemelde Heeren Gecommitteerden darir toe te kunnen over-' 
halen ; inzonderheid , wanneer dezelven in confideratie geliefden 
te nemen de impresfie en het eclat , dat het zelve buiten en bin- 
nen 'sLands zoude maken, en hoe zeer zulks zoude tendeeren 
om nadenken te geven , en bekommering over zo een extraordi- 
nair voorval, daar de ordftiaris Vergadering zo nabij was, te 
doen opvatten. Welke redenen Gecommitteerde Raaden gehoopt 
hadden,. dat bij welgemelde Regeeringe van ingresfie zouden 
zijn geweest. 

Hier mede hebben wij kortelijk aan UEd. Groot Mog. cmen- 
gelegt, de motiven van onze conduite, die wij vertrouwen, 
dat niet kan aanduiden eenigen toeleg, om te renverfeeren de 
Refolutie van UEd. Gróót Mog van den 6 Julij, van het Jaar 
16779 of om aan deszelfs executie empêchement en retardement 
toe te brengen. 

De Gecommitteerde Raaden foigneufelijk obferveerende de 
InftrudHe, door UEd. Groot Mog. aan hun gegeven, refpeftee- 
ren «He de Refolutiën van UEd. Groot Mog., waar toe het 
XLIII. Artikel van hunne Inftruétiehen mede obligeecd; en zijn 
zeer gereed om de Refolutie van den 6 Julij , van het Jaar 1677, 
: ter uitvoer te brengen, in zaken, den Lande of Steden van 
Holland en Westfriesland , of eenige van die, aangaande-, en 
welken in de precife termen van het prefente geval niet verfee- 
ren; om de redenen, die wij de e$r hebben gehad te remon- 
flreeren. 

Wij zullen, voor het laatfte,. de vrijheid nemen UEd. Groot 
Mog. eerbiedig te reprefenteeren, bijaldien UEd. Groot Mog. 
mogten goedvinden, omtrent dè meergemelde Refolutie van den 
6 Julij , van het Jaar 1677, zig nader te verklaren, (waar toe 
de voorflag op het dot van de Propofitie van de Stad Haarlem 
aanleiding geeft) in zo verre zulks zotidereguardeeren, het be- 

K 5 fchrij. 



f54 HAARLEMS QefchiedeMfiki 

fchrijven eStraordinarié van Vergadecia^e t in materie van kla^. 
ten, voreo gemeld, dat de^ wegen de confideratiën en het belang 
van de Vrouwe Gouvernante bij UEd. Groot Mog. zouden be- 
horen te worden ingenomen. 

En vertrouwende hier mede .aan UEd. Groot Mog. intentie 
te hebben voldaan, zullen wij dit ons Bericht eindigen, in die 
billijke verwagtinge, dat UEd. Groot Mog. zullen gelieven te 
jufHficeereh de conduite , die hunne t Gecommitteerde Raaden in 
gemoede en pligtshalven hebben gem'eent in deezen te moeten 
houden. 

Daar mede, Ed, Groot Mogende Heeren, zullen wij God 
Almachtig bidden UEd. Groot ,Mog. te willen houden in zijne 
heilige Proteftie. 

Gefchreeven in den Hage, den 4 Oaober 1757. 

UEd. Groot Mog. Dienstwillige, 

De Gecommitteerde Raaden van 
de Staaten van Holland en 

Westfriesland. 

Ter Ordonnantie van dezelven 

N 

ARIS van der MIEDEN. 



De tweede Propofitie, die de Heeren Gedeputeerden vandee- 
ze Stad , op den 28 der Herfstmaand , deden ter opheffinge van 
dfe zwarigheden, welken veroorzaakten dat uit de overgelever- 
de Nominatie geene verkiezing gedaan werd , was van deezen 
inhoud: 

- De Heeren Gedeputeerden der Stad Baérlem hebben, uit 
' expresfe last van de Heeren, hunne Principaalen , ter Vergade. 
jrmge voorgedragen eri gëreprefenteerd : 

-Dat de Privilegiën,' Handvesten en Q&rooien, aan dejeTvé 
Stad en derzelver Burgeren verleend en gegeven, op het weri| 
van de Magiftraatsbeftellingei en wei particulierlijk bet Oétrooi 
en. Privilegie, bij hunne Ed. Groot Mog., als Souveraui/van 
den Lande, daar toe op dei) 42 Junij, van het Jaar 165 1 gegund 

en 



HAARLEMS Geftkiedènitfkn. I55 

en vastgefteH, en het welke hunne Ed. Groot Mog., bij der- 
zelver Refolutie van den 1 September, van het Jaar 1756, heb* 
ben geconfirmeerd, en welkers achtervolging dé Raaden ea 
Vroedfchappen Jaarlijks ook zijn gewoon met Eede te beloven, 
en aan te nemen, voor Zo verre niet drijden tegens de authori- 
teit van den Heere Prinfe Stadhouder, en over zulks niet tegens 
het geene bij hunne Ed. Gróót Mog. aan den Heere Prinfe Stad- 
houder is gedefereerd, en voor zo veel in gebruik zijn, 'en met 
de tegenwoordige Conditutie en Regeeringe overeenkomen, 
omtrent het formeeren der JaarÜjkfche Nominatie tot Burge- 
meesteren deezer Stad, diéleeren en medebrengen , dat alle Jaa- 
ren, op den 7 September, bij de Vroedfchap, uit het Lighaam 
van dezelve, zonder dat daar buiten zal mogen worden ge- 
gaan, zal worden gemaakt eene Nominatie van agt Perfoonen 
tot Burgemeesteren, Ieder oud zijnde, ten minden zesendertig 
Jaaren , en Leden van de Vroedfchap zijnde geweest den tijd 
vap agt Jaaren; en dat, tot dien einde, de Leden van de Vroed- 
fchap, op den voorfchreevea 7 September, elk zullen inbren- 
gen een Biljet, inhoudende de Namen van agt Perfoonen tot 
Burgemeesteren, refpectivelijk gekwalificeerd zijnde als voren, 
en welken zij in goeder confeientie zullen agten te wezen vap 
de rechtvaardigden, verdapdigden en vreedzaamden, liefheb- 
bers van het Vaderland , en doende Profesfie van de waare 
Christelijke Gereformeerde Religie» 

Dat, ingevolge van dat voorfchrift, en volgens de oude Co- 
ftumen en Gewoonten, daar benevens gebruikelijk, de Raaden 
en Vroedfchappen, op den 7 deezer maand September, na al- 
vorens, bij de uitgezonden Biljetten van Burgemeesteren, als 
van ouds , agt dagen bevorens daar toe zijn geconvoceerd , op 
de zelfde wijze, als altoos en Jaaren herwaard is gefchiei, 
hebben geprocedeert tot het maken van eene zodanige Nominatie 
van Burgemeesteren, ten einde dezelve aan haare Koninglijke 
Hoogheid, de Vrouwe Gouvernante en Vóogdesfe van zijne 
Hoogheid, den Heere Prinfe Erfdadhouder, te doen prefentee* 
ren , om daar uit hoogstderzelver welbehaaglijke Eleétie té ver* 
.ftaan van vier Heeren , die als Burgemeesters wederom een Jaar 
zouden moeten dienen; en dat, bij alle de tweeendertig Raaden 
ea Vroedfchappen , ten einde voorfchreeve , .hunne Biljetten 

zijn- 



i$6 HAARLEMS GefiWAfftsfe*: 

^— — — — »— — »■— —— — — ■— — ^ ■ 

zijnde ingebragt of doen inbrengen, vervolgens, na gedaane col- 
ieftie en opening van die Biljetten , was gebleekéri, dat tot Bur- 
gemeestefen voor den aanftaanderi Jaarè waren genomineerd, de 
Heeren Mr. jacob deutz, Mr. arend de raad, Mr. karel 
van dyk, een Jaar hebbende gedient, Mr. dammas guldewa- 
gen, Mr. gysbert jan de bruin, Mr. francois benjamin fa- 
gel*, mede een Jaar hebbende gedient, izaak klifford, en 
Mr. jan van stvrum; welke Nominatie, insgelijks naar de 
nfentie van vorige exempelen, terwijl ha^re Koninglijke Hoog- 
heid zig was bevindende buiten deeze Provintie, is goedgevon- 
den aan hoogstdezelve toe te zenden, bij Misfive, ten einde 
daar uit, bij haare Koninglijke Hoogheid, in maniere voor- 
fehreeve , hoogstderzelver welbehaaglijke Ele&ie te worden ge- 
daan, zodanig, als ten meesten diende van deeze Stad zoude 
oordeelen te behoren; met gedienftig verzoek, daar benevens, 
dat dezelve alzo gedaane Ele&ie, bij eene befloten Misfive, 
soude mogen worden gezonden aan den, Heere Hoofdofficier 
dflezer Stad, om, bij den zelven geopend en de voorfchreeve 
£leétie gezien zijnde , daar van de vereischte Notificatie aan de 
«Geëfigeerden te doen, op dat dezelven .ter behoorlijker tijd, 
zijnde, volgens de aloude gewoonte en ordre van den Souve- 
taïn, den 10' deezer, indien het doenlijk was, beeedigd en in 
posfesfie van hunne Bedieningen gefteld zouden kunnen wor- 
den. 

' Dat of nu wel op dit alles niet anders hadde behoren te vol- 
gen, dan dat de Raaden en Vroedfchappen allen gerustelijk op 
dit verrichte .hadden behoren af te wagten , de welbehaaglijke 
ELeftie van haare Koninglijke Hoogheid , uit "de voorfchreeve 
Nominatie, als van alles, dat daar toe nodig was, hebbende 
gedefungeerd , het nogthans, tot groote furprife van verre de 
meeste der prefente Leden /en dus van de Vroedfchap ia het 
generaal, was gebeurd dat de Oud-Schepen en Vroedfchap, Mr. 
remees floris van zaanen , eerst voor den Heere Oud-Bur- 
gemeester en Vroedfchap, Mr. jüstüs witte, welke niet pre- 
fent was , had willen inleveren Protest tegens de voorfchreeva 
Nominatie , en naderhand voor zig zelven had goedgevonden^ 
te protefteeren tegens de gemelde Nominatie, fustineerende, dat 

daar 



HAARLEMS GefchiedenUft*. *# 

daar. in informaliteiten waren begaan, en dat mitsdien dezelve, 
als illegaal, aan haare Koninglijke Hoogheid niet tonde worden 
geprefenteerd, verzoekende derhalyen dat, bij het zenden oF 
prefenteeren van deeze Nominatie, van die zijne Proteftatie aan 
hoogstgemelde haare Koninglijke Hoogheid zoude mogen wor- 
den kennisfe gegeven ; en mét welk Protest de Heer salomon . 
van echten, Oud-Schepën en Vroedfchap, zig had verklaard' 
te conformeer en. 

Dat, gelijk bij niemand der overige, zo abfente als prefente, 
Leden van de Vroedfchap eenig-Protest verder, dan voorfchree- 
ven isj aangaande de gemelde Nominatie, was gedaan gewor- 
den, _alleen bij fommige der prefente Leden , tot het aannemen! 
van dat Protest geadvifeerd zijnde , en dat 'daar tegens verre dè 
meeste Leden van dezelve hadden betuigd, geene de minfte in- 
formaliteit in de voorfchreevè Nominatie te kunnen vmden, zo 
als ook geene bij het voorfchreevè 'Protest was genoemd gèwoN 
den, terwijl daar in vereneenden gehandeld te zijn, conform het 
ditfamen van de voorfchreevè Privilegiën en Ö&rooien \ als waar 
bij aan de Raaden en Vroedfchappen notóirlijk de vrijheid ïs v 
gelaten, om s tdt de Nominatie te Hemmen die geenen, welken 
zij dien conform , en mits de vereischte kwaliteiten hebbende , 
volgens hun Eed en in goeder confcientïe , zullen gelieven té 
verkiezen, invoegen de voorfchreevè Nominatie omtrent alle de 
Perfoonen, daar opgebragt, was leggende , alzo , van : wegens 
Burgemeesteren, Raaden en Vroedfchappen deezer Stad, dezel- 
ve Nominatie .ter Ele&ie. van haarV, IConinglijke hoogheid, op 
j^è ge woóne manier was afgezonden, ' 

Als wanneer * f op den 9 daar aan volgenden, tot fraertelijk 
leedwezen van verre, de meeste Leden van de Vroedfchap ,• was 
gebeurd, dat, in plaatze van de daarop verwagt wordende hoog- 
welbehaaglijkè.Eleftie.'van Ji.aare Koninglijke Hoogheid, was 
ontfangen een Misfive van hopgstdezelve, gèaddresfeerd aan die 
van de Regeeringe der Stad Haarlem j waar bij kennisfe kwam 
te geven, dat, aan'hoogstdezelve zijnde te v voren gekomen, dat 
in de Nominatie, bij dé Vroedfchap" der Stad Haarlem, tot de 
bekleedinge van het Bürgemeesterampt, aldaar geformeerd, zou- 
de zijn begaan eenige informaliteit, m^t van dezelve af te laaten 
Ferfooneu,'d|e, naar ordrc en fora 'van de Regeeringe daar 

toe 



15$ HAARLEMS GefchUJenisfen. 

toe Waren n^minabel, en welken uk dien hoofde, vermeenden f 
dat daar door wierd te kort gedaan a*n de Privilegiën der Stad ; 
zo wel als aan hunnen goeden naam en faam; en dat hetzelve 
zoude voortfpruiten uk een verdrag, door de Meerderheid d& 
Vroedfchappen onderling aangegaan , contrarie dan het geériè 
wijlen haare Koningiijke Hoogheids zeer geliefde Gemaal , dient- 
kalven voormaals had goedgevonden en te verdaan gegeven; met 
bijvoeginge, dat, nademaal haare Koningiijke Hoogheid daar van 

.gaarne zoude onderrigt zijn, boogstdezelve eenige Heeren zou; 
de benoemen, om zig daar op te mformeeren, die van de R£ 
geeringe der Stad Haar tem , en die het verder zoude mojgbn 
aangaan, daar op te hooren, en haare Koningiijke Hoogheid vari 
alles rapport te doen, op dat voorts omtrent de geprefentëerdé 
Nominatie zoude mógen difponeeren als naar behooren.' ~~ V 
' Dat de Vroedfchap der Stad Haarlem op deeze wijze eënfg 
licht bekomen hebbende van de klagten, welken bij eenige wei- 
nige 'Leden van dezelve, aangaande de voorfchreeve geformeer- 
de Nominatie, bij haare Koningiijke Hoogheid, waren inge; 
bragt, vervolgens heeftvermeent.nietwes.te kunnen nog te'mó- 
gen nalaten, om haare Koningiijke Hoogheid 'van dat verkëejccf 
en ongefundeerd aanbrengen te doen dèsab'ufeeren , en, op allé 
best convenable wijzen , de wettigheid van de voorfchreeve No^ 

. minatie, in allen opzigte ,' te doen voorkomen en juftificeereri \ 
èn teffens daar door weg te nemen de verregaande Accufatiën, 
de meeste Leden van de. Vroedfchap, door de voorfchreeve al- . 
legatiën, aangedaan, als waar door te gelijk, en ook alleen^ 
hebben vermeent te kunnen ontgaan dejuites, welken opdat 
20 verkeerd aanbrengen te duchten waren , en welken , zo vóór 
deeze Stad in het particulier, als ten aanzien van den tande.in 
het generaal , ten uitterflen te apprehendeetfea zijn. ' En dat 
mitsdien, op den 10 deezer, in eene daar toe expres geconvo- 
ceerde Vroedfchap, de voorfchreeve hoogstgevenereejrde Mis- 
five van haare Koningiijke Hoogheid overwogen zijnde, da*r 
in, bij verre de meeste Leden, nogmaals is verklaard, dat, ni 
ferieufe overweegingê van de op den 7 deezer gemaakte Nomi- 
natie van agt Perfoonen , tot de bedieninge van het Burgemees- 
terampt deezer Stad , dezelve niet anders konden aanzien ea 
houden dan voor eene alleszins formeeleen legaate Nominatie", 



HAARLEMS QtfthUitnUJiiu 155 

, . , „ a 

sis gemaakt volgens de gewoone en daar to^; altoos gerecipieerde 
ordre, canformaan het pwpfcript der Privilegiën* en Oarookn, 
bij den Souverain, op het .werk der Magittraaesbeftellinge, aan 
deeze Stad gegunt en gegeven» en tot welkers, naarkominge de 
Haaden en Vroetffchappen, .bij Jfolemheden Éede, verbonden' 
zijn. Dat fpeciaBjfc ook, in dezelve geformeerde Nominatie, 
geene der hooge Rechten* van den HeerePrinfe Erütadhooder 
zijn tegengegaan of benadeeld. Maar, dat zij- Raaden en Vroed- 
fchappen, in het 4Baken:van dezelve^ alleen hebben gèobfer- 
veerd die vrijheid, weflo* hun daar. omtrent, volgens de Privi- 
legiën en .Oófcrooien, op eene wettige wijze, competeerd, e» 
Waar door op de voorfchreeve Nominatie hebben kunnen ge-» 
bragt worden, die,geenenuit de Vtoedfchap* welken dezelve* 
miu behoorlijk gequalifioar^d zijnde, . volgens de betrachdnge 
van hunnen Eed en Pligt, daar toe hebben geoor deelt te moeten 
verkiezen , zonder dat Iemand, oflchoon voorbij is gegaan * 
zig daar over met eenig het allerminüe fondament kan beklagen f 
gelijk daar van tot bier coe nooit eenig exempel had geëxfteerdj 
en zelfs voorleden* Jitor* uk de Nominatie, waar bij twee* Le- 
den waren voorbijgegaan, haare Konïngiijke Hoogheid hoogst^ 
derzeWer Eleéfcie wei heeft gelieven ce-doen* En dat dezelve 
Vroedfohap, ten zelfden dage, had gerfcfolveerd eene Deputatie 
te zenden , uit het midden van 'haar, aan hooggemelde haare 
Koningipe Hoogheid, om hoogstdezelve-vtai die verklaring* 
kenriiafe te geven,, en om 'daar door* met bijvoeging* van alle 
verdere. Argumenten , ter 'materie dienende , hobgstdezelve : té 
perfuadeeren van de wettigheid der voorfchreeve geformeerde 
Nominatie; en ox& hoogstfezelve vervolgens* te verzoeke?, om 
van het benoemen van Heeren Commwfarisfen, tot het nemen 
vaa informatie, wel. te willen afzien,, de fpciedlge Ele&té vaa 

j Burgemèesteren als hog. guüftiglijk te willen -doen en effeéfcuee- 
«nvmet bijgevoegd Déclanfcoir, van welgemelde Vroedfchap, 
dat' gantsch, bereid zoude zijn te verneemen het gunt haare Ko« 
iringüjke Hoogheid, ten . meescön dienfte deezer Stad en tot 
pomfiiiveriuge tan de onderlinge ,Ha«monte der Rêgeeringe/ 
émülg zoude gelieven te oordeelea. : . . ,. 
r En dat de gemelde Deputatie van de voö*fihréfive haare com- 

' •üsfie zijnd* «erevenéerd, den 13 dateer, dfeswegens aan de 

Vroed- 



y 



16ö HAARLEMS Gefckiedenit/biï 

Vroedfchap had. gerapporteerd, dat, na het voordragen van het 
gunt, volgens de last van deeze Vroedfchap, haar was gede 
mandeerd (waar toe de eere hadden genoten , gunftigiijk in eene. 
audiëntie bij feaare Kómnglijke Hoogheid te zijn geadmitteerd) 
hoógstdezelve de' goedheid had gehad , daar óp in fubftantie te 
smtwoorden, dat verblijd was te worden geïnformeerd, dat 'er 
in de meergemelde Nominatie geene informaliteit refideerde ;xlat, 
niets had gedaan,: en nooit anders 2oUde doen, dan het geeoe 
tot vrede en vrjendfchap zoude kunnen verftrekken ; dat gaarne 
alle plaizier aan de Regeeringe' wilde geven ;. en dat -hooggemel- 
4e haare Koninglijke. Hoogheid, wat het zenden van Commisfa- 
risfen betreft, zoude zien of daar van konde afzien, maar dat 
?ig daar op nog niet finaal konde expliceeren. 

Dat vervolgens, na het voorfchreeven gedaan rapport , bij de 
Vroedfchap, in deliberatie gelegd zijnde wat in deeze fituati? 
vorders zoude behoren gedaan te worden; en daar op wederom, 
>ij,alle de prefente Leden, eenige weinigen uitgezonden, ge-, 
confidereerd zijnde, dat de Vroedfchap nietwes kon nog behoor- 
de te laten ongetenteerd van het gunt, op eene behoorlijke en 
decente wijze kan verftrekken , om haare Koöinglijke Hoogheid 
van de ongefundeerdheid der ingebragte klagten, tegens de ge- 
formeerde Nominatie, ten vollen te perfaadeeren en te doen 
copvinceeren, en alzo mede te doen afzien vafi het nomineeren 
yan Commislarisfen , hij hoogstdefzelver geëerde Misfive, van 
den 8 deezer, gemeniioneerd; als waaromtrent de Vroedfchap, 
tot haar finertelijk leedwezen, uit bet voorfchreeven gegeven 
antwoord van haare Koningliike Hoogheid, nog geene volkomen 
gerustheid konde hebben. En dat al het zelve niet beter konde 
gefchieden dan te betrachten dezelve Nominatie, door den Sou- 
yerain van den Lande te doen juftificeeren , als van wien ook 
alleen de Interpf eutie en Elucidarie van der Steden Privilegiën 
en O&rooien kan worden gevraagd* En daar bij in achtinge ge- 
nomen zijnde, dat alle verder en langer uitftel van deeze zake 
zoude kunnen ftrekken, tot nadeel van deeze Stad en van het 
gehéele Land, als .welkers confequefitiè'n niet zijn te voorzien, 
en echter niet genoeg geapprehendeerd kunnen worden, ver* 
volgens daar uit was voortgekomen het gerefoïveerde van de 
Vroedfchap, om het gunt voorfchreeven is, door deeze, tè 

moe* 



HAARLEMS ~CitJc&U&whfiiu *ii 

•^tmmmtm —————— — — — *■ ■■ r h , ■ ■ i ■■ i > i ■ i —w— — » 

moeten brengen ter kennisTe en hl de fchoot van dWSouvé- 
verain; alleen met die intentie, om zig daar bi] te moeten 
beklagen over de zeer ongefundeerde , doch te gelijk zeer 
verregaande accufatian en infimulatiën van de zo weinige ge- 
protefteerd' hebbende Leden, ten reguarde van de verdere Me- 
deleden van de Vroedfchap , wegens het gunt bij dezelve , fn 
het formeeren der voorfchreeve Nominatie , zoude zijn ge- 
committeerd; als mede over het gunt dezelve weinige Mede- 
leden, door het zelve verkeerde aanbrengen aan haare Ko- 
njnglifke Hoogheid, daar bij hebben getragt te effë&üeeren 2 ; 
tn waar door de Stad Haarlem tot hier toe blijft gedestittf- 
eerd, van haare gewoone en billijke veranderinge van derzel- 
ver Magiflxatuure , • immers en in alten gevallen op de altoos 
gewoonen en ordinairen tijd; en zulks niettegenftaande de 
Heeren, hunne Principaalen, boven dat alles, in het laatst van 
de voorgaande week, uit loutere eerbied voor haaide Kontog- 
lijke Hoogheid, door eenigen derzelver Gedeputeerden, in 
'sfiage, nog wel hadden willen doen geven alle nadere infqr* 
matièn en ouvertures, die eenigzints tot deeze zake kunnen 
fpe&eeren, aan zodanige Heeren, als daar toe bij hooggemet 
de haare Ko.ninglijke Hoogheid verzogt zijnde, ten zelfden* 
einde aan de Heeren, hunne Principaalen , een vriendelijk ver- 
zoek hadden gedaan; gelijk mede de Heereu hunne Principaa- 
len , niet hadden nagelaten , op alle de hief, vörengemelde 
gronden , zelfs deezen dag nog , bif haare Koninglijke Hoog* 
heid, door eene plegtïge Deputatie-, bij alle middelen en mo« 
tiven Van p*erfuafie- en jiiftifïcatie , op derzelver boogwelbe* 
haaglijke Eleftie te doen infteeren. Én door al het welke zij 
Heeren Gedeputeerden, volgens hunne ftrikte en precife last» 
als nu genoodzaakt waren;, van wegens hunne Heeren PrincK 
paaien, deeze Vergadering gantsch gedienftig te verzoeken» 
dat- hunne Ed. Gróót Mog. gelieven te concurréeren tot het 
gunt der opheffinge van deeze ingebragte Obftaculen dienen 
kan, en waar toe hoogstdezelven , als de Scbverain van den- 
Lande, alleen zijn gerechtigd en competent. En dat mitsdien 
hunne Ed. Groot Mog. uit het gunt hier bevorens naar waar- 
heid is ter nedergefteld, de Nominatie tot de bedieninge van 
het Bttrgemeesterampt binnen Haarlem, op den 7 deezer, in 
'XIX. deel. L ma* 



1 & tOARLEMS Gefthiedenhfcfi. 



fflaniere voorfchreeven , geformeerd , gelieven te verklaren 
voor êene wettige Nominatie, en als gemaakt volgens de 
Privilegiën en Otfrooien 9 aan deeze Stad, op de befteiiinge der 
Magiftratuure , gegunt en gegeven, en fpecialijk in conformité 
van bet Ojffcrooi en Privilegie, daar toe bij hunne Ed. Groot 
Mog.,, den 22 Junij, van het Jaar 1651, verleend, en den 1 
September, van het Jaar 1756 nader geconfirmeerd t als zoda- 
nig gelieven te juftificeeren. Ten einde daar door hooggerielde 
haare Koninglijke Hoogheid, de Vrouw Gouvernante en.Voog- 
desfe van *ijne , Hoogheid , den Heere Prinfe Erflftadhouder , 
wegens de wettigheid van dezelve gerost gefteld zijnde^ niet 
langer verhindert mag worden in het doen van hattre hoogwelbe- 
Jiakglijke Elegie uit dezelve Nominatie; en te gelijk daar door 
te voorkomen alle verdere nadeelige gevolgen,, weiken uit dee- 
ze ?aak, zó ten nadeele van deeze Stad in het particulier, als 
van den Lande in het generaal , zouden kunnen refulteeren. 
Waar omtrent echter dé Vróedfehap. deezer Stad, met alle fin- 
ceriteit moet declareeren , geene de minfte aanleiding tè hebben 
gegeeven, en dienvolgendeialles dienaangaande over te laten, ter 
▼erantwoordinge van de zodanige weinige Leden, als deeze on- 
gefundeerde Oppófitie hebben kunnen goedvinden te for- 
meeren. e 

m De Heerep Gedeputeerden der Stad Dordrechê yerzogtet* 
Copij. vap deeze .Propofitïe, om het goedvinden van de Hee- 
jren, tonne Principaalen, omtrent dezelve te verdaan..: Doch 
werd, onvermindert dit verzoek, bij hunne Ed* Groot Mog» 
verftaan , dat Copij van deeze Propofme zou worden gezonden 
?an haare Koninglijke Hoogheid , de Vrouwe Gouvernante, 
mee verzoek, om aan hunne «Ed» Groot Mog, daar op te laten 
toekomen derzelver Confideratiën en Bericht. Dit Bericht werd, 
op den zei&len dag,'* toen het Bericht der Ed. Mog. Heeren 
Gecommitteerde Raaden ter Staatsvergaderinge werd ingeleverd, 
den 5 der. Wijnmaand, namelijk, bij hunne Ed. Groot Mog» 
ook ingediend ; en was van den volgenden inhoud: 



EDE* 



ÉDELÉ GROOT MOGENDE HEEREN1 

Bijzondere goede Vrienden* 

Bij Misfive vaii UËd. Groot Mog., van derf 2 i September^ 
.ÜEd. aan ons verzogt zijnde* om aan ÜEd. Groot Mog. onze 
Confidératieri en Bericht te lated 'toekomen op dé Propöfitie vart 
de Heeren Gedeputeerden defr Stad Haarlem , ten dien dage iri 
ÜEd. Groot Móg. Vergaderirige gedaan; iri fubftantie daar tod 
tendeerende* dat ÜEd. Groot Mog. Souden gelieven iè éoncur* 
feeren tot het gunt, tef opheffingé van de ingebragte Obftacuy 
len, tegens de Nominatie van Burgemeesteren dér voorièhreev* 
Stad, dienen kan; en dat mitsdien UEd. Groot Mög. de voor- 
fchreeve Nominatie gelieven te verklaren voor wettig * èn als 
gemaakt Volgens de Privilegiën en Oétrooien der voorfctoëöv* 
Stad, op de beftellinge der Magiftrattrore gegunf en gegeitén* 
en fpecialljk !n confofmité Van het Oéfcrooi en Privilegie i datr 
toe bij UEoV Groot Mog., dén ae Jutlij, Van het Jaarr 16515 
verleend, en den 1 September, van het Jaar 1756 mater t? 
tonfirmeerd, als zodanig geliefdeh te juftificeeren; ten einde wij 
daar door * wegens .de wettigheid van dezelve gerust geftel4 
lijnde, niet langer verhindert mogten worden in het doen der' 
Eleftie uit de^eiye Nominatie; hebben .wij niet in gebreke wil- 
len blijven, oiix daar ftan ten fpoe<}igften en. ook kortelijk té 
Voldoen* t , , . 

Wy zullen daarom de middelen van, dezelve Pföpofitie Bief- 
Verder toucheeren , dan , zoude rooien nodig wezen om abufivë 
lmpresfiert. te dilueeren, zo wei omtrent den Haat dès gefchils, 
Hls het gedrag * bij ons in deezen gehouden; zonder dat wij on* 
in het minde zullen uitlaten, op het geene tusfcheri de Meer* 
fierheid én de Minderheid in de Regeering van Haarlem kwesti- 
eus is; dat wij alhier aan zijne plaatze laten, om, na volkomen 
pnderzoek, ons (jaar op te kunnen verklaren, zo als het beho- 
ren zal* 

, En zeggeft vervolgens, dat wij on$ ten üitterfteft nebfien g* 
fiirpreneerd gevonden i als Wij voor bet: eerde kennjsfe kregenf 
van het voornemen van de Meeren van Haarlem i om * itf dee- 
«r zaake, in UEd* Groot Mog*. Vergadering eene Prqffefitit 

La " 



t€4 ' HAARLEMS CefMedtmsftn. 

te doen, niet wetende, dat bij ons in deezen iets was gedaan., 
dan waar toe wij, volgens de magt, aan ons gedefereerd., niet 
alleen bevoegd, maar zelfs vérplfgt waren. 

Maar onze furprife , is niet weinig toegenomen , als wij , bij 
de le&ure. van dezelve- Propofitie, bevonden hebben, deartifi-. 
ciele ftru&ure van het verzoek, daaf bij gedaan, om, onder 
een voordragen van dat de Interpretatie en Elucidatie van de 
Stads Privilegiën en Octrooien, alleen aan den Souverain kan 
gevraagd worden, ons te willen ontzetten van een Recht, dat, 
van de grondlegginge van de Republiek, door de Heeren Stad- 
bouderen, in der tijd geuf$erd is, en, daar het te pas kwam, 
heeft moeten geufeerd worden. 

Wij kunnen niet .begrijpen, wa*r dooi; wij zulks aan die Hee- 
ren verdient, Rebben; en nog veel minder een onderaeeraing van 
diep aart oyerjeenbrengea, met derzelver veelvuldige potfcftatiëa 
en verzekeringen , van ons te willen helpen handhaven bij opzet 
Rechten e-n.PïaeSmineitttèn, waar toe dezeiven ook bij Eede 
verbonden zijn. / • ■ 

Wij zullen hier ter plaatze deezen aangaande, ons niet verde* 
eteg^eren , otn dat wij overbodig zijn UEd. Groot Mog. naakt 
en klaar voor te ftellen, al hetgeene door ons in deezen is g& 
daan; en -waar uit van zelve vloeien zal, dat de Heeren van 
Haarlem ons , en 'onzen minderjaarigen Heere Zoon , ongelijk 
doen met het inflaan van deezen weg. 

' Op het ontfangen van de Nominatie tot Burgemeesteren der 
Stad Haarlem , bij Mïsfjve van Burgemeesteren , Schepenen en 
Raaden derzelver Stad,- van den 7 September deezes Jaars, te 
gelijk ontfangende de klagten tegens dezelve Nominatie, dat diè 
niet zoude wezen legaal , en daar toe, in fubftantie, gealle- 
gueerd wezende, : dat in de Nominatie, bij de Vroedfchap der 
Stad ffaaïlem, tot de bekleedinge van hét Bwge&éesterampt , 
aldaar geformeerd', zoude 'wezen begaan eenige informaliteit, 
met van dezelve af te laten Perfoonen, die, naar ordreen for* 
me van de Régeeringe, daar toe waren nominabel, en welken, 
uit dien höpfiie, venneenetf', dat daar door word te kort ge- 
daan aan de Privilegiën der Stad, zo wel als aan hunnen goeden 
HP& ja faam ; en dat bet «zelve zoude voortfprulten uit een ver* 

'•■'■; - *■»* 



HAARLEMS Gefckiedtnisfen. 16$ 

drag, door de Meerderheid der Vroedfchappen onderlinge*. ' 
gegaan , contrarie aan het geene wijlen onze zeer geliefde Ge- 
maal dienthalvea yoormaals had goedgevonden en te verftaan 
gegeven; hebben wij, bij het examineeren van dezelve, ons 
aariftonds te binnen -gebragt, wat.'er in dusdanig gevat van 
onze verpligtinge was, en wat onze Heeren Praedecesfeurs in 
diergelijke gevallen gepraétifeerd hadden. » 

Wij begrepen dat het ons even weinig in gemoede geoor- 
loofd was, die klagten te admitteeren, als dezelven te rejec- 
teeren ; en dat wij vervolgens gehouden waren , alvorens met 
gerustheid eene Eleftie te kunnen doen, ons op dezelven te 
doen informeeren, ten einde, ons van de gefondeertheid of 
ongefondeertheid blijkende, daar op in de te doeno Ele&ie 
behoorlijk reguard te kunnen nemen. Waar van wij vervol- 
gens, bij Mïsfive van den p September, aan Heeren Burge- 
meesteren en Regeerders der gemelde Stad kennisfè hebben ge- 
geven. En wij vragen aan een ieder* Lid van UEd. Groot 
Mog. Vergaderinge, of wij daar mefle iets gedaan hebben, 
dat af te keuren zij? 

Twee dagen daar na zond ons de Regeering der Stad 
Haarlem eene Deputatie, om ons te vertóonen, dat haare 
geprefenteerde Nominatie conform was aan de Privilegiën en . 
Oltrooien van haare Stad; zo ais, des daags te voren, ons 
van wegens de Dolerende Leden nader geprefenteerd was , dat ' 
dezelve Nominatie was illegaal, ftrijdig aan de. Privilegiën en 
afwijkende van de ufantiën, daar op gebouwd. Wij vragen 
andermaal, wat ons tog in deezen te doen Hond; erTof wij, 
behoudens de Juftitie, die bloote ajlegatiën vermogten aan te' 
nemen, die, é dianntro aan den anderen geoppofeerd, ons 
dan nog in een volkomen onzekerheid moesten laten, welken 
yan die wij te prefereeren hadden ? 

Wij oordeelden daarom veiligst te zullen handelen, als wij, 

blijvende in ons geheel, het voorgenomen onder/ook voort- 

, gang deden hebben. Waar toe wij ons te meer overreed von-' 

den, om dat, aan cfe eene zijde geklaagd wordende over ui-- 

raftie van Prwilegiênf, en aan de andere zijde gefoi:tineerd 

Word^ndè^erzelver onfehendbare handhavenjnge , de' zorge 

f l> è voor 



}66 HAARLEMS Gelchitdenhfkn. 

voor dé confervatie en het maintièi van dezelven ons in he$ 
bijzonder aanbevolen was. 

Wij hebben vervolgens de Heeren van wassbnaar tot 
jeatw», befchreeyen ia de Ordre van de Ridderfchap en E- 
delen yan Holland en tVestfriesland , en van der dussen, 
Oud- Schepen en Raad der Stad Delft , benoemt tot onze 
~ Commisfarisfen , om zig op deeze qaak te - informeeren , eq 
pns daar van rapport te doen. Achtervolgens welke commis** 
fie gemelde Heeren vpor zig hebben befchreeven, Gedeputeer- 
den van wederzijde, die ten geftelden dage verfcheenen zijn? 
de, is van ^yegen de Jdagers eene breedvoerige Deduftie ge? 
daan van de redenen en gronden, waar op zij hunne kiagten. 
fondeerden ; gelijk van de andere zijde geinhereerd is , het 
geene zij gan ons geallegueerd hadden , tot juftificatie van de 
wettigheid der overgeleverde Nominatie; en door hun gevraagd 
zijnde, of niet welgemelde Heeren Commisfarisfen aan hun 
eenigè elucidatie van den inhoud der gefuppediteerde klagten 
gouden kunnen geven ? en daar pp geantwoord zijnde, dat; 
zulks den volgenden Maandag fn^ gefchrifte zelve zoude ge- . 
fcbieden, on* daar op, des goedgevonden wordende, mede 
f^riftelijk te berichten; hebban die Heeren Gedeputeerden 
?uiks ge5xcufeerd , ten ware wij alvorens geliefden goed t$ 
vinden, op een te doen verzoek van, de prótefteereqde Le- , 
den , ter bevqrderinge van. den vrede en de herftellinge der- ' 
kaÊPaqnie , . pk . de overgegeeve Nominatie eene Eleftie te 
jdpen; te getijk, in hunne discóurfen, echter doorgaans laten- 
fe blijken hunne geneigdheid tot harmonie en. vriendfcbap. 

Van al het welke aan ons zijnde rapport gedaan, en gelet 
Jiebbende op het geene de Deputatie yan Haarlem aan ons 
4e ZoestdijJb, bij monde, aangaande de bevordering van de 
harmonie in de voprfchreeve . Stad, geavanceerd had, willen 
y}\\ niet ontveinzen r met genoegen, uit het voorfchreevc rap*, 
port vernomen te hebben , dat; die zelfde geneigdheid voor den 
vrede en de harmonie bij gemelde Heeren was blijven ftib- 
fiftecren; zq als de Dolerende Heeren, van hunne zijde, ins*. 
gelijks getoond hadden , niets meer te wenfchen , <{afl dft d$ ee- 
UigV;eid pp YW« grqnden mogte W9 r &S bertfcJ4 .y u - 

* x , E* 



HAARLEMS GcfchUdenisfa. " %6y 

En gelijk wij .altoos begrepen hebben, endoor onze AfHên 
b?j alle gelegetiheden bevestigd, dat ons niets meer ter harte 
kan gaan , dan de rost en vrede onder de Regeneen , daar die 
is, te conferveeren, en, daar flie gebroken is, te herftellen, 
niet op eene arbitraire wijze , maar naar het voorfchrift van der 
Steden Privilegiën, die bij ons in de hoogfte confidentie zijn; 
zo fchepten wij hope, dat het niet ondoenlijk zoude wezen, 
öok in dit geval, daar in te reüsfeeren. En wij hebben vervol- 
gens de Héeren onze Commisfarisfen geauthorifeerd , om daar 
toe te doen zodanige voorflagen, die met wederzijds en onder- 
ling genoegen, ter herftellingé van den geftoorden vrede, zou- 
den kunnen' aangenomen worden. 

En gelijk dezelve Commisfarisfen geinfteerd hadden , dat, met 
het doen eener Propofitie tot voorkominge van alte eclat , voor 
eenigen tijd wierde gefupertèdeerd , zo hebben wij dezelve» 
verzogt ook daar op nader te urgeeren. 

De Heeren van Haarlem ondertusfehen ons, den eerften dag 
dcezer Vergaderinge , andermaal, met vertoog van de wettigheid 
der Nominatie, verzogt hebbende als nog de ElecVte te willen 
doen, of dat anders zouden verpligt wezen, ter deezer zake, 
eene Propofitie ter Vergaderinge van UEd. Groot Mog. te doen* 
hebben wij , na een kort beraad , hun geantwoord , en , tot 
voorkominge van alle toisvattinge, omtrent onze ware intentie , 
dat antwoord in gefchrift over te geven , en daar bij gezegt', dat 
wij, uit het rapport van de Heeren, onze Commisfarisfen, on* 
der anderen, verdaan hadden dat de Heeren getoond hadden, 
niet ongenegen te wezen tot asfopiatïe roet hunne Medeleden, 
het geene wij ook oordeelden in allen opzigte best te i$ijn , wij 
daarom de Heeren Commisfarisfen ook hadden geauthorifeerd, 
om op den voorflag , dooT de Heeren gedaan ; nader met de- 
zelven te (preken, en insgelijks aan de Heeren ter wederzijde 
vootflagea te doen, om tot een fpoedig en voldoen end accom- 
modement te komen; en dat wij • vervolgens verwachtten, dat 
de Heeren,, met het doen eener Propofitie, zo lang zouden fu- 
perfedeeren, tot men zoude hebben gezien, of de vriendfehap 
aiet te herftellen ware. 

Ziet daar, Ed. Groot Mog* Heeren, de handelwijze, bij on* 
in deezen geboutfen , die wij «iet kunnen, geloven, (bc mot een, 

JL 4 v meer- 



ï« • HAARLEMS Gefchiedenisfin. 

meerdere onzijdigheid, gematigheid en vredelievendheid zoude 
hebben kunnen gedirigeerd worden; en waar op wij niet gelo- 
ven, dat bij iemand, wie hij wezen mag, met eenigen fchijn , 
pok de minde reproche te maken is* •" 

Niet te min heeft dat alles niet kunnen proevenieren 9 het doen 
der meergemelde Propofitie , dire&eiijk ingericht tegen het 
Recht, dat ons, jufto titn/o 9 en als id deezen reprefenteerende 
den Prinfe van den Lande, onwederfprekelijk toekomt; dat on- 
ze Prsedecesfeors hebben geoeflènd, zo lang de Stadhouderlijke 
Regeering alhier heeft plaats gehad; en dat wij niet weten dat 
ook meer, dan eenmaal, in andere omfïandigheden en met an- 
dere voorgèvens , - in twijffel getrokken, is ; hoe wel zonder 
fucefcs. 

Doch alvorens hier van te fpreken, zo als het behoren zal, 
zo vinden wij nodig UEd. Groot. Mog. eenige confideratiën 
voor te dragen , waar van wij bij de prsemisfen van dit ons Be- 
richt mentie gemaakt hebben , en die dienen zullen om de ver- 
keerde impresliën, die de Heeren van Haarlem , zo omtrent 
den (laat van het gefchil , als ons gedrag , alomme bij de gemel- 
de Propofitie trachtten te geven, in den grond weg te nemen, 
¥> dat 'er zelfs geene fchaduwe van dezelven overblijven 
zal. . > 

, Den (laat van het gefchil proponeeren de Heeren van Haar- 
iem v 4iier in te beftaan , dat- tusfehen eene groote Meerderheid: 
van de. Vroedfchap, en eenige weinige protefleerende Leden, 
jnisverftand zijnde gerezen .over het begrip van der Steden Pri- 
vilegiën , die kwestie niemand anders concerneerd , dan die 
Meerderheid en geringe Minderheid; dat Jiet oordeel over Pri- 
vilegiën alleen (laat aan UEd. Groot Mog. ; en bij gevolge dat 
het yerfchil geheel en al buiten ons is. En zouden gemelde Hee- 
ren deeze gevolgtrekking en de manier, waar op zij die voor- 
dragen, wei willen doen pasfeeren voor eene preuve, dat zij, 
ook zelfs in dit geval, niets hebben tegens onze Perfoon; maar 
dat zij alleen hunne poogipgen daar toe aanwenden, om ons te 
redden uit een embarras, waar in eenige weinige Leden van hun- 
nerVroedfchap ons gebfagt hadden. 

ïndien wij niet ten vollen overtuigd waren van het geëclai- 
reerde begrip van UEd, Groot Mog., zo zouden wij hierom. 

trent 



HAARLEMS Gefchiedenisfen. v 169 

trent verfcheide refle&iên moeten maken, die door haare een- 
voudigheid, en daarmede gepaarde klaarheid, duidelijk zou- 
den doen zien, dat luiden van verftand en oprechtheid, ge- 
woon zijnde meer te letten op de zaken, dan op de klank 
van woorden, dat voorgeven niet zouden kunnen admitteeren. 
Maar wij laten een voorwendzel van die natuure aan zijne 
plaatze, om op de materie zelve direft te zeggen: Dat in 
deezen het gefchil niet i$ tusfehen de Meerderheid en Min- 
derheid van de Vroedfchappen der Stad Haarlem , die wel 
kwestie onderling hebben, dat door de laatften aan onze co- 
gnitie gebragt, en van onzentwegen, en in conformiteit van 
onze verpligtinge , onderzogt word; maar dat het gefchil is 
tusfehen de Meerderheid van de Vroedfchap vin Haarlem en 
ons, willende die Meerderheid ons ontzetten van een Recht, 
zonder het welk een ander Recht, dat zij ons niet conteftee- 
ren, door ons, met handhavinge v*n de Stedelijke Privile- 
giën , niet kan geoeffend worden. 

Aan ons competeerd het Recht van.Eletfie uit overgelever- 
de Nominatiën. Dié Eleclie moet door ons gedaan worden, 
overeenkomftig aan de Privilegiën van de Steden , die het con- 
cerneerd. En hoe zullen wij, met eene gemoedelijke gerust- 
heid voor ons zelven, zodanig eene Ele&ie kunnen doen, als 
wij niet verzekerd zijn , dat de Nominatiën , volgens het 
voorfchrift der Privilegiën geformeerd zijn? En hoe zullen 
wij dat voornaamlijk doen, als wij, in een geval van klagten , 
dat 'er tegens de Privilegiën is Ingegaan , ons op de waarheid 
óf onwaarheid van dezelven niet zouden mogen informeeren ? 
En daar tegen' alleen is de Propofitie van de Heeren van 
Haarlem ingerigt, öffehoon onze naam daar bij niet gefpeld' 
word. 

Niet minder verkeerd brongen welgemelde Heeren van Haar- 
tem ook het verfchil daar heeuen, als of dat zoude dependee- 
xen van een Interpretatie of Elucidatie van een Privilegie of 
Oftrooi, dat alleen zoude behoren aan UEd. Groot Mog. 
Daar hier geene kwestie is tusfehen de Meerderheid en Min- 
derheid der Vroedfchap, over het Interpreteeren of Elucidee- 
ren van eenig Privilegie of Oébrooi; maar daar, met volle 
Voorden, aan de eene zijde, gèfuflineerd Word, dat de Pri- 

L-5 vi- 



170 ' HAARLEMS Gefchiedenhfen. 

vilegiën en O&rooien gevolgd zijn; en aan de andere zijde, 
dat die niet gevolgd zijn; en bij gevolge dat die Privüegigji 
en O&rooien zijn van die evidentie en klaarheid, dat de bei- 
de partijen zig daar op fundeeren; waar over het oordeel aan 
ons, als in deezen reprefenteerénde den Prinfe van den Lande, 
niet minder competeerd , dan het zelve gecompeteerd heeft 
aan onze Prsedecesfèuren , die; met volkomen kennisfe' en 
zofider eenigen den minden fchijn van disapprobatie van UIJd* 
Groot Mog., altoos, als het nodig is geweest, het oordeel 
daar over geoefend hebben. 

Doch het fchijnt ons toe, dat dit fludieufelijk alzo geinven- 
teerd is, om ons daar door te engageeren, om de legislative 
magt, met de gevolgen van dezelve, die UEd. Groot Mog. 
toekomt, in twijffcl te trekken, of on* daar tegen m # èer of 
minder uit te laten. Zo dit het oogmerk daar mede wezen 
mag, heeft men zig ten hoogden geabufeerd, en een al te 
verkeerd denkbeeld gemaakt van ons denken en doen. Wij 
hscfiteeren niet, om voor een onwrikbaaren regel van (laat, 
te houden en te erkennen, dat die geene, die de magt heeft 
om Privilegiën te geven, ook de magt heeft, om die in cas 
van duisterheid , te Elucideeren of Interpreteeren ; en wij 
voegen 'er bij, dat zulk eene Elucidatie of Interpretatie door 
geene andere magt, met effeft, gefchieden kan. Maar is dat 
hier de kwestie? Heeft iemand van de Meerderheid, iemand 
van de Minderheid van de Vroedfchap der Stad Haarlem , 
ooit of ooit, in dit esteerend geval, voorgewend, dat hierin 
een Privilegie , daar het op aankwam , en dat van wederzijden 
bepaald en fpeclfikelijk genoemd was, eenige duisterheid refi- 
deerde, door welkers opheldering alle verfcln'1 zoude wezen, 
uit den weg geruimd. Of heeft , integendeel , zo, wel da 
Meerderheid als de Minderheid, zig beroepen op duidelijke, 
en klaare Privilegiën, die alleen behoefdeü te worden inge-. 
jaen , om te oordeeleu wie van hen beiden, het Recht aan zij* 
ne zijde heeft? 

Hoe komt dan hier eene Elucidatie en Interpretatie te pas? 
En waarom tragt men deeze zaak te-doen voorkoiqen, alsof 
door eene Elucidatie en Interpretatie van UEd. Groot Mog. 

de 



HAARLEMS Gefchiedeniifcn, iji 

de overgeleverde Nominatie zoude behoren te worden gejus* 
tfficeerd, en alzo de obftakelen van eene uitgefteide Eleftie 
weggenomen; daar beide de partijen volmondig ftaande hou- 
den, dat 'er in hunne Privilegiën en Voorrechten geene duis* 
terheid is* en bij gevolge ook nft dien hoofde geenerlei ob- 
flakelen wezen kunnen, 

Hier mede vermeenen wij ontegenzeggelijk te hebben aan» 
getoond, dat de ftaat van het gefchil ten deezen, gantsch abufi- 
velijk bij de tneergemelde Propofitie is vóorgefteld , als of die 
alleen zoude concerneeren de , Meerderheid en Minderheid van 
de Vroêdfchap , en door de Elucidatie of Interpretatie van UEd, 
Groot Mog, zoude kunnen worden weggenomen. Maar dat 
dezelve niemand concerneerd, dan ons alleen, die wel gerefoi- 
veerd zijn, om een Recht, dat wij ontfengen hebben, door 
jeene rechtvaardige verdediging te bewaren, en ter zijner tijd 
jmn onzen lieven Zoone over te leveren* 

Kan het deft Heeren van Haarlem dan behagen, hem dat 
Recht te betwisten, en oordeelen zij, dat het welvaren van 
hunne Stad en van den Staat daar door zal bevordert worden 9 
dat hem dat Retcht ontnomen worde, zij doen daar in, dat hun 
oorbaarlijkst dunken zal. Maar wij , als Moeder en Voogdesfe, 
gouden voorzeker geloven aan het vertrouwen, dat UEd, Groot 
JVIog. in ons hebben gelieven te (lellen , veel te kort te doen , 
Indien wij niet met een dubbelden iever bleven handhaven, een 
Recht , dat wij alleen cuftodieeren , en waar van het niet in ons 
vermogen is, het geringde deel af te ftaan of te laten verloren 
gaan, En met de kennelijke bevinding, die wij van de rechu 
vaardigheid en aquiteit van UEd; Groot Mog, hebben, behoe- 
ven wij ook niet de minfte vreeze te hebben , dat onze Prinfe- 
lijke Weeze, tn een tijd dat hij weerloos is, bij, toedoen van 
UEd. Groot Mog. , in zijne Rechten , selfs de kleinfte verminr 
dering te verwagten heeft, 

Wij gaan hier mede over, óm, kortelijk, ook van ons ge- 
houden gedrag te fpreken; dat bij dezelve Propofitie, ondejr . 
f ene gedaante, die anderen, en niet ons, ïchijnt te raken, zo- 
danig word afgemaaid, als of uit het zelve, op een verkeerd 
aanbrengen , waar van wij ons niet hebben laten disabufeeren , 
C* tyaar dpoj* bef uitftel van het doen eener Electie veroorzaakt 

Wierd , 



*7* HAARLEMS Gefchiedenisfi*. 

wierd, fuites te duchten waren, welken, zo voor de Stad in 
het particulier, als ten aanzien van den Lande in het gene- 
raal, ttn u\tterjlcn te apprehendeeren zijn. Wat 'er van het 
aanbrengen der geprocedeerd hebbende Leden wezen mag; of 
het zelve verkeerd , dan gegrond zij , verklaren wi> voor als nog 
niet te weten. Maar dit kunnen wij de eer hebben aan UEd. 
Groot Mog. te zeggen, dat met het Protest van den Burgemees- 
ter witte, en de Oud-Schepenen en Raaden van zaanen en 
van echten, zig nog agt andere Leden gevoegt hebben, die 
gezamentlijk fustineeren ,- dat bet aanbrengen , aan ons gedaan , 
der waarheid conform zij; en die vervolgens, op de zelfde 
middelen en gronden, insgelijks daar op indeeren, dat de over- 
geleverde Nominatie laboreerd aan illegaliteit. Dit zijn wij be- 
zig te doen onderzoeken, en voor en al eer van dat onderzoek 
ons behoorlijk rapport i£" gedaan,' zijn wij buiteu demogelijk- 
heid gefield, wilden wij ons den blaam van onvoorzigtigheid ei» 
onrechtvaardigheid niet billijk op den hals halen, om eene Elec- 
tie te doen. 

Maar wij vragen welke fuites daar uit tog te duchten waren , 
die niet overeenkoraftig zouden wezen met de goede ordre in 
een welgepoliceerd Land? Want heeft ons gedrag tor hier aan 
toe niets anders gebuteerd, dan om met zekerheid geinformeerd 
te wezen , wat 'er in waarheid van de Privilegiën en Voorrech- 
ten der Stad Haarlem, omtrent het maken der Nomfnatiè'n zij, 
welke fuites kan dat geven, die niet akoos plaats hebben, en 
plaats moeten hebben, wanneer, op gedaane klagten,. onder- 
zoek gedaan word , om de klagers niet onverhoord in het onge- 
lijk te (lellen ? Maar wij vragen, uit welke oorzaken die fuites , 
die niet' anders kunnen wezen , dan alleen dat , naar bevindinge 
van zaken, of uit de overgeleverde Noniïnatie door ons eene 
Eleclie worden gedaan , of dat wij , zo die Nominatie in der 
daad niet voldoende mogt bevonden worden aan de Privilegiën 
en Voorrechten van de' Stad s daar over nader fpreken met de 
lieeren van Haarlem, ten fine van redres, bij eenige imagina- 
tie gezegd kunnen worden , zo voor de Stad in het particu- 
lier, als voor den Lande in het generaal, ten uitterften teap- 
prchefitleeren te zijn? 

• Wat' 



HAARLEMS Gefchiedenhfe*. 174 

Wat is *er voor de Stad in het particulier te apprehendeeren t 
Waar in beftaat het? Is de Stad zonder politique Regeering? 
Moet 'er de Juftitie ftilftaan? Is *er wanordre onder het gemeen? 
Immers neen I Word 'er dan geamputeerd op haare Privilegie» 
en Voorrechten? Of word *er getragt, om die religieufeJijk te 
conièrveeren , zo als zegegeeven zijn, zo als ze liggen, en zo 
als ze geufeerd worden? Immers is dit laatfte het eenigfte oog- 
merk, dat wij daar in bedoden, en waar toe wij verpligt zijn, 
uit hoofde van den last, die ons is opgelegd; en waar aan wij 
nimmer begeeren te kort te komen, terwijl wij ons overreed 
houden, dat van eed naauwkéurig maintiën der Privilegiën en 
Voorrechten der Ledeu en Steden van UEd. Groot Mog. , en 
van het gezag, dat aan de Heeren Stadhouderen met zo veeta 
nodige Praerogativen en Prseêminentiën is gedefereerd , als de 
vaste gronden, waar op de prefente Regeeringsform gevestigd 
is, het geluk en de prósperiteit van den Staat geheellijk is af- 
hangende. 

En wij vragen daarom , laatftelijk , welke apprehenfible fuitet 
voor. den Lande in het generaal, uit ons wettig gedrag tog re* 
fulteeren kunnen? Wij hebben op dit (luk lang bij ons zei ven 
gedelibereerd, om met exaétitude na te fporen, of 'er in ons 
doen ook iets van die nature, het zij meer openlijk of bedekte- 
lijk, zoude mogen verborgen wezen? Doch wij moeten rond 
uit en in gemoede aan UEd. Groot Mog. verklaren, dat wij 
daar van geen het minfte zweemfel of fchijn hebben kunnen ont- 
dekken' of gewaar worden. Maar bij dat onderzoek zijn onze 
gedachten natuurlijk en van zelve daar op gevallen, dat, zo ter 
gelegenheid van deeze .zaak, eenige nadeelige fuiu% plaats zoiir 
den mogen krijgen , die geenzints te apprehendeeren zijn uit 
ons gedrag, maar wel uit het gedrag dat de Meerderheid van de 
Vroedfchap der Stad Haarlem heeft goedgevonden te houden , 
die, in plaatze van af te wagten, den uitflagvan het aangebeld 
onderzoek, dat ons, met gelijk recht, als onzen Heeren Prat- 
decesfeuren toekomt , geheel andere middeïen heeft bij der band 
genomen, met direftelijk over ons te klagen aan het Collegft 
van de Heeren Gecommitteerden Raaden, en op dieklagie», 
even of Stad en Land in gevaar waren, te begeeren êene extra- - 
•rdinaire Befchrijving van UEd. Groot Mog. , en nfeMiebbeti 

kqp. 



j./4 .HAARLEMS Gefctiiedintsfejl. 



kunnen geperfuadeert worden om daar van af te zien, nfëfte^ 
genftaande aan dezelve met aandrang is vertoond geworden , dal 
ÜEd. Groot Mog* ordinaris Vergadering maar zeer weinige da- 
gen daar na ftond befchreeven te wprdèn; dat dit vervolgens 
een onnodig en ontijdig eclat zoude veroorzaken, en binnen etf 
buitens 's Lands aanleiding 2oude geven tot allerlei vreemde be- 
denkingen; en niettegenftaande dat, zo wel onze Commisfaris- 
fen, als wij Zelf, hen iiiet min vriendelijk als ernftig hebben 
voorgehouden, om, met het doen eener Propofitie, in deeze 
ÜEd. Groot Mog, ordinaris Vergaderinge, maar eenigen tijd te 
willen fuperfede^ren , tot dat men zoude gezien hebben , of 
niet, behoudens de Privilegiën en Voorrechten der Stad, de 
gebroke hanponiën,. op eene billijke wijz,e,! zoude te heeleri 
Zijn. 

' De frites* die uit het afwijzen van zulke billijke inftamiëiï 
refulteeren kunnen, en die natuurlijk aanftonds een iegelijk' h* 
het oog, moeten lopen, en een openbaar misverftand tysfchen die 
Heeren ën ons te kennen geven, en da^ wel over een Recht, 
dat alle de Heeren onze Prsedecesfeurs geë^erc^erd hebben, en, 
wilden zij aan hunne verpligting niet te. kot* .doen, hebben, yioe. 
ten exerceeren, kunnen zekerlijk nog. voor: de Stad .Haarlem 
in het particulier, nog voor den Lande in het generaal, voor- 
naamlijk in tijdsomftandigheden , als da tegeitwoordigen , nog 
üuttig , nog voordeelig zijn. Immers wij apprehendeeren dief 
ten hoogden. Maar voor wiens rekening zullen die komen ?\ 
Zekerlijk niet voor de onze , die , in deezen met de uhterfte 
befcheidenheid en raoderatie te werk gaande, niet anders gedaaa 
"hebben dan onzen pligt , en het geene de Heeren onze Prsédg- 
cesfeurs, in gelijkfoortige gevallen, of direft door den zei ven, 
of door anderen van hunnent wege, gedaan hebben, zonder dat 
ooit of ooit het zelve is geimprobeerd geworden. Die fuites 
zullen dan blijven voor rekening van de Meerderheid van de 
Vroedfchap van Haarlem , die , zo zij een ouden, goeden etr 
welbeproefden weg hadden gelieven té volgen, alle contentie , 
alle misverftand en openbaar eelat hadden kunnen voorkomen , 
cu vervolgens het alleen aan zig zelve . zal te wijten hebben , 
'indien uit de gevolgen eenig detriment aan haare Stad of den 
Lande zoude mogen veroorzaakt worden* Wij 



HAARLEMS Gefchieiuitfat. i?$ 

Wij meenen hier mede, Ed. Groot Mog. Heeren, genoeg 
gezegt te hebben , ter vindificatie en juftificatie van ons gehou- 
den gedrag. En zullen vervolgens, nu voor het laatfte, fchoon 
ook maar kortelijk , om dat het een afgehandelde materie is i 
fpreken van het Recht , dat ons ? bij de Propofitie van de Hee- 
ren van Haarlem , bedektelijk en onder andere gedaanten , doch 
daarom niet te minder direö, betwist word. 

Het is een xaak, die buiten alle cohteftatie is, dat, bij de 
Graaven in der tijd» aan hun en hunne Stadhouders, is geble- 
ven het Recht van Ele&ie uit overgeleverde Nominatiën; dat, 
bij de verlating van de Graaflijke Regeeringe , dat Recht door 
UEd. Groot Mog. gedefereerd is aan Prinfe willem den I f 
hoogl. mem. ; vervolgens aan alle zijne Succesfeuren, en zo 
ook aan onzen minderjarigen Heere Zoon , en geduurende zijne 
minderjarigheid , aan ons ; dat -hooggemelde Heeren Stadhou- 
ders, en wij , in de oeffening van dat Recht, reprefenteeren den 
Prinfe van den Lande, zo als ons dat reprefentatief, in andere 
gevallen van geen mindere eminentie, is opgedragen gewor- 
den. 

Ook i< niet minder buiteh alle cpnteftatie , dat de voorfchreeve 
Nominatiën, waar uit wij te eligeeren hebben , moeten gemaakt 
worden conform aan der Steden Privilegiën , Voorrechten , Co- 
flumen en Ufantiën, en dat wij onbevoegd zijn, aan wien het 
maintiën dier Privilegiën zo hoog en duur is aanbevolen , uit 
Nominatiën , die niet in dlervoegen geformeerd zijn , eetiige 
Elettie te doen, dewijl wij anders, door het doen van zoda- 
nige Eleétiën , in plaatze van de Privilegiën ongefchonden te 
handhaven , zelf de hand zouden leenen om die onder den voet 
.te werpen. 

En zo volgt daar uit niet alleen van zelf, maar het is in de 
zaak opgefloten, en maakt 'met dezelve niet dan ééne zaak uit, 
<dat, ,als wij uit eene oyergeleverde Nominatieeene Eie&ie zul- 
len doen, wij voor* ons zelven gerust en verzekerd moeten we- 
zen t dat wij, met de te doene Eleftie, niet zullen tegengaan 
eenigen van der Steden Privilegiën ; ?n dat wij vervolgens niet 
«Ueen bevoegd, maar volftrektelijk verpligt zijii, ons daar van 
wel te doen ihformeeren. En het is zeker, dat, wat ooit tegen» 
4e Hegrea Stadhouders in der tijd zoude mogen gefustineerd 



V?6 HAARLEMS Gefchiedenisfèn. 

- - s 

zijn, deéze (telling nimmer eenige contradi&ie heeft gevonden, 
maar volmondig is toegeftemd geworden, - , 

Als het dan zeker is , dat de Eleétie door ons niet anders mag 
.gedaan worden, dan overeenkomftig aan der Steden Privilegiën 
en Voorrechten , dat mede nooit bij iemand in twijffel is getrok- 
ken, zo Fpreekt de zaak van zélve, dat de Nominatie, waar uit 
wij die Electie doen zullen , mede aan der Steden Privilegiën en 
Voorrechten moet conform zijn; en wanneer dan aan ons ge- 
prefenteerd word , dat de Eleclïe , die wij voornemens zijn te 
doen , ftrijden zoude tegens der Steden Privilegiën en Voorrech- 
ten,, om dat de Nominatie niet dien conform gemaakt is, zo 
willpn wij het verlichtfle verftand, .dat 'erin de Republiek isf, 
wel gevraagd hebben, hoe wij tot de Eleélie komen zullen, 
indien wij ons niet op de wettigheid der Nominatie infor- 
'ineeren. : ' 

- Wij hebben hier voren,, in het voorbijgaan , aangemerkt , dat 
dit Recht van onderzoek, zo lang de Stadhouderlijke Regee- 
ring hier te Lande heeft plaats gehad, om niet, buiten nood- 
zaaklijkheid, van vroegere tijden te fpreken, door de Heeren 
Stadhouderen in der tijd, daar het nodig was, is geufeerd ge- 
worden; waar van de preuves in de Stedelijke Registers o ver- 
vloediglijk te vinden zijn. Wij voegden daar bij , dat hèt zelve 
Recht van onderzoek, onzes wetens, nooit, dan eenmaal, en 
dat nog met andere omftandigheden en voorgevens , was m 
twijffel getrokken, fchoon zonder fucces; en die zaak is zo'; 
en alle de Leden van UEd. Groot Mog. Vergadering te bekendf, 
dan dat wij daar van, buiten ons oogmerk, en detail zouden 
fpreken. Zo veel zullen wij *er alleen van zeggen, dat dies tijds 
het oordeel en gevoelen van de Heeren van Haarlem , en verre dè 
meeste Leden van de Vergaderinge van UEd. Groot Mog. niet 
geweest is, zo als de. Heeren van Haarlem dat nu wel zouden 
willen .begrepen hebben; maar dat dezelven dat 'Recht op folidè 
gronden hebben helpen handhaven en maintineeren. En gemel- 
de Heeren behoeven, om van de waarheid 'van ons zeggen zig 
te, kunnen overtuigd houden, niets anders te doen dan hunne 
Registers van dien tijd in te zien, zo daar in de pertinente aan- 
tekening gehouden is, waar aan geen twijffel valt, daar zij met 
duidelijke en klaare woorden, in 4ea last aan de Heerea, hiuv 



HAARLEMS GtfchieiiHttfé*. \jf 

tte Gedeputeerden ter Vergadefiftge , mede gegeven en aldaar 
uftgebragt, zullen kunnen lezen t Dat het Recht van Informatie, 
„ zo infeparabel is van het gedefereerde Recht van Eleélie * 
„ dat het zelve, al fco weinig als het Recht van Eleftie in 
„ contraverfie kan worden getrokken; en dat vervolgens alle 
„ de deliberatiën daar over , ter Vergaderinge van hunne £d« 
„ Groot Mog. , behoren gefeponeerd en van de hand gewe- 
„ zen te worden," zo als door de daad zelve in het vervolg 
gefchied is. 

Hebben nu deeze tegenwoordige Regenten van U dar km 
of* de Meerderheid van dezelven, zo veel meer ligt en wijs- 
heid in de gronden van de prefente Con&itutie van Regeferin- 
gè, dan hunne Predecesfeurs ? Zijn dezelven nu zo veel in* 
ventiver en fubtielder » om , onder een voorgeven dat de 
kwestie ons niet aangaat , en door een Interpretatie of Eluci* 
datie van ÜEd. Groot Mog., ons een Recht uit de hand tö 
willen wringen , dat hunne Predecesfeurs daar in gevestigd 
gelaten hebben? Het zij zol Maar welke verandering en om- 
wending ook bij hen mag plaats genomen hebben , zo is en 
blijft dit zeker, dat de Heeren Staaten des Lands de zelfden 
zijn en blijven, en UEd. Groot Mog., eenmaal aan wijlen 
Prinfe willem den I, hoogl» mem* , dit infeparabel Recht 
hebbende gedefereerd, aan alle de volgende Heeren Stadhoa* 
deren in der tijd en aan ons geconfirmeerd, en de poogingen 
om eenen onzer Heeren Pradecesfeuren daar in vermindering 
toe te brengen, niet goedgekeurd of gewettigd, en de Heeren 
Stadhouders in der tijd, daar van altoos hebbende laten ufee- 
ren, tot op dit oogenblife toe, zo hebben wij geene andere 
reden, dan van ons verzekerd te houden, dat UEd. Groot 
Mog. niet zullen gedogen, dat onze Vorstelijke Weeze daar 
van worde ontzet. 

En vertrouwende hier mede aan de intentie van UEd. Groot 
Mog. , met het requireeren van onze Confideratiën en Be- 
richt , voldaan te hebben, zullen wij deeze beflüiten, met 
UEd. Groot Mog. te verzoeken alle verdere deliberatiën van 
deeze zaak té, fepor.eeren en van de hand te wijzen. 

XIX. deel. M Wa» 



*7t HAARLEMS OefMedenisfen. 



Waar mede, Edele Groot Mogende Heeren, bijzondere goe- 
de Frienden, wij UEd. Groot Mog. bevelen in Godp heilige 
prote&ie. 

Uwer Ei. Groot Mog. Dienstwillige 
Dienaresfe. 

ANNE. 
In 'sGravenhage 
den 5 Oêiober Ter Ordonnantie van haare 

1757* Koninglijke Hoogheid* 

J. de BACK. 



Na de overweegfng van dit Bericht volgde, ten zelfden dage, 
eene Refolutie, bijkans woordelijk van den zelfden inhoud , als 
ten opzigte van het Bericht der Ed. Mog^ Heeren Gecommit- 
teerde Raaden genomen was. De Gedeputeerden van meest alle 
de Steden, namelijk, verzogten Copij van deeze Berichten, en 
de volftrekte Refolutie werd uitgefteld tot nadere overweging* 
Hier op hebben Burgemeesters, Schepenen en Raaden van dee- 
ze Stad, den *6 der nu afgelopen Wijnmaand, een Brief bij 
hunne Ed. Qr. Mog. doen indienen, (trekkende ter rechtvaar- 
diginge van den inhoud der Propofitie , door hunne Gedeputeer- 
den eer Staatsvergaderinge gedaan; welke dus luid: 



EDELE GROOT MOGENDE HEEREN! 

Zo eenvoudig als wij ons voordel, bij onze Propofitie van 
den 28 September, laatstleden, aan UEd. Groot Mog. ge- 
daan, alleen hebben rngerigt, om, bij forme van Elucidatie 
©f Interpretatie van een Privilegie, dat bij UEd. Groot Mog, 
zelf aan onze Stad en deszelfs Burgerij e, is gegeven, en nog 
palangs zo folemneel is geeonfirmeerd , te mogen obtineeren 
lioogstderzelver Decifie of Verklaringe van een different, over 
de wettigheid der laatst geformeerde Nominatie tot Burge- 
jneesteren deezer Stad, tusfchen ons en weinigen van onze 

M* 



•HAARLEMS Ge/ciUdèMife** tft 

B li nrr 1 i i ii i i - i - ■■ 

Medeleden ontftaarij en Zodanig oprecht; als ohïe intentie * tiief 
het verzoeken der Juftificatie vaiK dezelve Nominatie, bij UEdj 
Groot Mog* enkel daar heeti heeft gegaan * osi op die \Vi]2é 
haare Koningrijke Hoogheid in haare hooge kwaliteit Volkóinetf 
gerustheid te kunnen geven, tot het doen van hoogstderielvef 
welbehaagüjke Electie* uit dezelve voorfchreeve Ttfomirjatiej 
ils waar in , door de verkeerde infiraulatiën van dezelve onzö 
Medeleden j tot dus verre was-Wéderhduden* 20 höoglijk fur* 
prenant * en te gelijk ten uitteffteri aföigeeréride , is het ötü 
voorgekomen * wanneer wij , uit de Confideratiën eti fiet Bericht* 
; Welken» van wegen haare Koninglijke Hoogheid* Op de Voor-» 
fchreevé Propofitle ÜEdi Groot Mog* zijn toegedient * hebbed 
inoeten ontwaar worden *, dat de Öpfteller Van het zelve dé 
voorfchreeve onze fmcere behandeling en oogtnerkj in dierVoe-» 
gen beeft gelieven te befchouwen en op te nemen, even al* o£ 
Wij , of eigentlijk dié geenen van deeie Vroedfchap, Welkeü 
buiten de protefteerende Leden * en die zig met dezelve* heb 4 
ben ge voegt 5 tig daar in bevinden * hier mede een toeleg tovt* 
den hebben* haare Koninglijke Hoogheid* in derzelvef höogé 
kwaliteiten $ of direft zijne Doorluchtige Hoogheid , deri tegeri' 
woordigen minderjarigen Heer Prins Ërfftadhottdef , te Willed 
ontzetten van eeri Recht* dat* door den SouVeröin, aafi trijlett 
zijne Doorluchtige Hoogheid $ Prins willem den 1^ onfierfö* 
tijker gedachtenisfé* gedefereefd zijnde* tot alle de Volgende 
Heeren Prinfen Stadhouderen zöüdé zijn overgegaan $ én va^ 
een Recht * dat * van de gröhdleggirige dér Republiek $ door} 
hooggemeldé Heeren Prinfen Stadhóudeï eii , in der tijd ftltod* 
zoude fcijn.geufeerd,- eii, daar hef té pasfékwam* altoos had 
moeten geufeerd worden* En het heeft öns vervolgens * iet t 
zaake van dee^e to gevoelige fmette eri aanwrijvinge $ toegé* 
fcheenen dat Wij indispenfabel Verpligt waren* tef üitwisüngé 
Van dezelve* inet alle onderdanig refpeft eü decentie* zo teij 
aanzien van UEd* Groot Mog* , als voor de hooge Perfoon ëil 
kwaliteiteii van haare Koninglijke^ Hoogheid 4 tan ÜËd* Groot 
Mog* nader bij deé*efl ,té moeteti Openleggen alle otiïë CoMui* 
tes f welken wij in de taak* bij ontfe Voorfchreeve Propofidö 
breeder vervat, geoöf deelt hebbefi, Eed én Artptshajveti, v<?r* 
pligt geweest te zijn, tot eonfervatie en njaintifiö van óltóé Pri- 



j*o HAARLEMS. GtfchiedenUfen. 



vflegiën en Voorrechten, te hebben moeten honden; oq^izö 
daar uit, zo wij vertrouwen , UEd. Groot Mog. ten pïler- 
klaarften nader te doetn zien , efT «qk hooggemelde haare Ko- 
ninglijke Hoogheid, zo wi} verhopen, te overtuigen, dat de 
fource van de gemelde onze handelingen geenzints is voortge- 
fproten uit eene zo verfoeilijke intentie , als waar van wi) 
voor God en UEd. Groot. Mog, op het allerdierbaarfte kun- 
nen betuigen te abhorteeren \ maar dat onze oprechte en eeni- 
ge gedachten omtrent de voorfchreeve onze handelingen alleen 
deezen zijn geweest, dat wij vermeent hebben, aangaande het 
verzoek, bij onze Propofitie gedaan, tot niemand anders, dan 
tot UEd. Groot Mog. , onze toevlugt te hebben kunnen of 
mogen nemen, wilden wij onze Privilegiën en Voorrechten, 
die niet ons, maar onze Stad en Burgerije, toebehoren, en 
die wij alleen , even als der Weezen goederen , zijn admini- 
ftreerende en cuftodieeren, volgens onzen daar op dier ge- 
ftaafden Eed en Pligt, zonder fchijn van eenige inbreuk of 
krenkinge, ongefchonden aan onze Succesfeuren in officia 
over te laten, en de laate Nakomeiingfchap daar van alzo te 
doen Wijven joüïsfeeren. 

Om van deeze waarachtige idees dan eenige meerder en 
klaarer openinge te geven aan UEd. Groot Mog., zo zullen 
wij vooraf gaarne confesfeeren, dat wij nooit hebben gedagt 
aan haare Konïnglijke Hoogheid, of den minderjarigen Heere 
Prinfe Erfïïadhouder, te willen t$disputeeren , dat hoögstdezel- 
ve, alvorens uit eenige Nominatie de Eledie te doen, zig 
nopens de wettigheid van dezelve niet zoude vermogen te in- 
formeeren. ,Dat, integendeel, wij zulks als nodig en nuttig, 
oordeelende , advoueeren , zelfs zodanig , dat wij , in dit ons 
geval, gelijk in het vervolg drcumftantieeler zal blijken, ook 
daar toe in allen opzigte zijn geweest gewillig en bereid, ert 
nooit genoeg zullen kunnen roemen de allezints zagte en 
vriendelijke wijze, op welke haare Koninglijke Hoogheid daar 
van, ten reguarde van deeze Vroedfchap, gebruik heeft ge- 
lieven te maken. Maar dat het point, daar het eeniglijk ten 
deezen op aankomt, hier in gelegen is, dat wij daar benevens 
zijn geweest van die gevoelens, waar 'in wij vermeenen als 
nog te moeten blijven liaan, dat, ingevalte van difput over de 
wettigheid van eene zodanige geformeerde en geprefeweerdq 



HAARLEMS GefchieJenUfcn* iSl 

Nominatie ,' het zij dan het zelve verfchil tusfchen dë Meerder- 
heid en Minderheid der Vroedfchappen , of ook tusfchen haare 
Koninglijke Hoogheid, die de Eleftie cómpeteerd , en de 
Vroedfchap, welke de Nominatie heeft geformeerd, zoude mo- 
gen beftaan , de (decifie over zodanig verfchil , door niemand 
konde worden gegeven, dan alleen door UEd. Groot Mog., 
als den Souverain zelven,van wien het Privilegie tot het maakën 
der Nominatie is geproflueerd, en het -Recht van Eleétie daar 
uk aan haarë Koninglijke Hoogheid, of den Heere Prinfe Erf- 
(ladhouder , is gedefereerd ; als de Souverain , in beide de ge- 
vallen, alleen die geen zijnde, welke het Recht, dat van hem 
ielven is afgekomen , ook kan en vermag te verklaren en te ex- 
pliceeren , en die alleen als Rechter kan fungeeren en decidee- 
*en tusfchen die geenen, welken over het exerceeren der Rech- 
ten, of den zin en meeninge % van zodanig Privilegie, verfchil 
hebben. En in welk (èntiment wij vervolgens hebben vermeent, 
zo om haare Koninglijke Hoogheid van alle verdere moeielijk- 
heden te bevrijden, en in volle gerustheid te (lellen, omtren t 
de wettigheid van onze geformeerde .Nominatie tot Burgemees- 
teren, als om te vermijden in eenige dire&e conteftatie met haa* 
f e KowngBjke Hoogheid dieswegens te kunnen vallen, wel te 
doen, hoe oer zo beter, aan UEd. Groot Mog. te hebben mo- 
gen verzqekeg de Juftificatie van dezelve Nominatie, ten einde 
die, na verhoor van de daar tegeas geprotefleerd hebbende Le- 
den» en dus die geenen, welken zig alleen tegens de wettigheid 
van dezelve partij verklaarden , hunne hooge decifie dienaan- 
gaande te geven, op rdat. daar door, of haare Koninglijke 
Hoogheid derzelver wclbehaaglijke ELetfie daar uit met volle 
gerustheid zoude kunnen doen, of wij zouden mogen weten 
wat verders aangaande het redres van dezelve Nominatie ons te 
doen zoude liaan, ' 

- Zie daar, Ed. Groot Mog, Heereo, onze oprechte meening 
en oogmerk, zodanig dezelve is gelegen. geweest in devoor- 
fchreeve onze behandeling, ten opzigte van'he^ verzoek der 
Juftificatie, bij onze Propofitie, aan UEd* Groot Mog. gedaan, 
en waar uit wij gaarne, zonder 'er meerder bij te voegen, aan 
de overweginge van UEd. Groot Mog. zouden hebben willen 
overlaten , of wij daar door zouden kunnen verdagt gehouden 

M 3 wor« 



*Ji HAARLEMS Gefchiedenitfen. 

worden vaa eenige intentie ter verkortinge van de hooge 
Rechten eo Pr*è'm*nentiën van den Dooriuchtigen Prinfe' Erf- 
ftadhpucjet, welken wij altoos hebben gemainrineerd , en die 
wij gereed zijn, met zo veel jever, als iemand der Leden 
van UEd, Groot Mog, Vergadering^ , ten allen tijde te hel- 
pen handhaven en voorftaan ; ware het niet', dat wij in onze 
4Snertelijke aandoening© over de voorfchreeve zo verregaande 
verdenking*, tén on?en reguarde, als genoodzaakt wierden, 
iqf verdere . bevestiginge van onze voorgemelde gedachten , 
jiog deeze en geene refle&iën hier bij te moeten voegen. 
Waar uit Rijders ook, ter verdediging van ons gedrag, zo 
jyij vertrouwen , zeer klaar zal confteeren , dat wij , in allen 
gevalle, geene ongegronde redenen hebben gehad, waarom wij 
vermeent- hebben , zonder te kort te doen aan de hooge Rech- 
ten vm den Souverain en' aan ons voorfchreeve Privilegie en 
de Voorrechten, daar bij verleend, daar toe niet te hebben 
kunnen accedeeren, om, behoudens alle eerbied voor haare 
J&oningüjke Hoogheid . en hooggemelden Poorluchtigen Heer* 
Prinfe Erfftadhouder, en alle hoogstderzelver Praëminentièn 
én Rechten, boven de faculteit, om zig, tot hoogstderzelver 
getustfte&inge, in de te doene Electie op de wettigheid der 
-voorfchreeve Nominatie te magen; informeeren; ook, daar 
|iet bijzonderlijk op aankomt, aan hoógstdezelve het Recht 
^y«t Decttie , over de wettigheid of onwettigheid van dezelve 
geheel en al over te laten, als eene Preeminentie of Recht, 
dat aqn de Doorl, Heeren Prinfen Stadhouderen in der tijd bij 
UEd, Groot Mog., als Souveraki, en zulks jujto titulo, zou- 
4$ zijn gedefereerd, en waar van hoogstdezelven, door eene 
ongeinterrumpeerde ulantie, altoos in eene wettige posfesfie 
gouden geweest zijn. 

Wanneer wij daar van ten deezen zullen (preken, gelijk bei 
te4en van eene SoiKvejnine Vergaderinge past met den ande- 
ren t? mogen doen, en die ?ls cordace Regenten en Lulden 
van eere, niet behoorlijke eerbied en onderwerpinge , hunne 
gedachten openleggen in de fchoot van den Souverain \ zq 
fchrQqmen wij niet op het voetfpoor, «o als in. vroeger tij* 
fign. voor ons i? gedaan, als een poinét, dat bij ons geen* 
eoaféftfitte lpa ¥*«&«,. m% fa Yolgens de eigen woorden van 

\ 



HAARLEMS GtfcUeJenitfe*. jj£ 

UEd. Groot Mog., in den Jaare 1587 grondig betuigd en in 
druk uitgegeven, als nog vast te (tellen, en voor «en on- 
wrikbaren grondregel te houden, dat, geHjk de Souterainiteit 
óver deeze Provintie UEd. Groot Mog., als Staaren van den 
Lande, alleen en privative toekomt, alzo daar uit ook. nood* 
wendig volgen moet, dat niet' gefield kan worden bij UEd, 
Groot Mog. vaö dezelve Sonverainiteit ietwes meer gede- 
membreerd te zijn , of ook ietwes meer van dezelve , bij 
Coinmisfie of Delatie , verdaan kan worden te zijn gedeman- 
deerd, dan alleenlijk dat geene en de exercitie van dat gunt, 
het welke expHcité en uitdrukkelijk aan een ander, bij zoda- 
nige Commisfie of Delatie , aanbevolen is ; terwijl alie de an- 
dere en overige Rechten en Pneëminemiën, waar van geen 
fpeciale mentie is gemaakt geworden , abfrlutelijk moeten wor- 
den verdaan te zijn verbleven in den boezem van den Sou- 
verain, zonder dat iemand daar in den Souverain, als Prinfe 
van den Lande, kan reprefenteeren. 

Nu is het kennelijk, Ed. Groot Mog. Heeren, dat, om te 
blijven in cas fubjeét, met relatie tot de BelteRinge der Mr» 
giftratuure in eenige der refpeaive Steden, daar omtrent al- 
toos heeft moeten plaats hébben , en geêxerceerd ts geworden, 
een tweederlei Recht; als het eene in het maaken en formee- 
ren der refpe&fve Nominatiën tot dezelve Magiftraarsbeftellia. 
ge, waar toe ieder Stad met bijzondere Privilegiën en Voor- 
rechten door den Souverain, het zij vroeger het zij laater, Is 
voorzien geworden, en het andere in het doen der Eletfie 
uit dezelve geformeerde Nominatiën. En als men hier op 
dan verder nagaat, wat dienaangaande, in de e.erfte pteatze, 
aan zijne Doorluchtige Hoogheid, Prjns wïllem den I, on- 
■fterffeiijker gedachtenisfe, bij den Souvefam is geconfereerd, 
waar van echter, als zijnde, aan dien Grondlegger van de 
Republiek; om bijzondere redenen en oorzaken, de Hooge 
Overigheid van deeze Landen , tot deszelfs overlijden toe, 
opgedragen geweest, niet wel eene regel voor de Hooge Suc* 
cesfeuren als Stadhouderen deezer Provintie tot alle de zelfde 
Rechten kan worden afgeleid, men zal daar in niet bevinden» 
even weinig* als bij de Commisfie of Inftruftie van zijne 
Doorluchtige Hoogheid, Prinfe üaurits, van den Jaare I5I5,' 

M4 'bij 



rfcfr HAARLEMS GefchUdcmifen. 

bij hoogstdeszelfs verheffinge tot 'Stadhouder gearrefteerd, wel- 
kers verandering, vermeerdering en vermindering UEd, Groot 
Mog. aan zig behielden, gelijk wijders bij alle de* volgende 
Coinmisfien van de fuccesfive Hooge Heeren Prinfen Stadjiouv 
deren, dat UEd. Groot Mog., als Souverain van den Lande, 
omtrent het werk der voorfchreeve Magiftraatsbeftellinge aan allé 
hooggemelde Heeren Prinfen direét ooit ietwes meerder zoude 
hebben opgedragen, afgedaan of overgegeven, dan alleen het 
gunt betrekking heeft tot het doen van de E ledtien in fommige 
Steden van Burgemeesteren eu Schepenen, en in anderen van 
Schepenen alleen, en alzo het creëeren van de nieuwe Wet of 
Magiftraat, zonder dat, daar het op aankomt, eenige, men 
zwijge eenige fpecifieke mende immer daar bij is gemaakt ge- 
worden , het werk der Nominatien aangaande. Waar door dan 
vermeend word dat niets anders kan begrepen worden, of dac 
Hecht tot en omtrent de Nominatie is verbleven aan die geenen , 
welke het zelve ^vettig hebben blijven ufeeren, volgens de daar 
toe geobtineerde Privilegiën ; en valt over de wettigheid of on- 
wettigheid van die Nominatien eenig verfchil, door wat Wet of 
door welke O vergift kan daar oyer bij iemand anders eene De- 
cifie worden gegeven, dan bij den Souverain? welke dienaan- 
gaande nietwes heeft geabdiceerd , en die , zo wel uit de natuur 
der zake, als volgens alle Rechten, ten zij 'er eene fpeciale 
Overgifte tusfchen beide, komt, alleen deszelfs gegeven Privile- 
giën kan elucideeren en interpreteeren ; en vervolgens nog veel 
meer de eenige Rechter moet zijn, die over de differenten, 
dienaangaande te' vallen , deszelfs Uitfpraak en Decifie moet 
geven. 

Het voorenflaande allegtteerende , zo willen wij niet verzwij- 
gen dat echter in de hooggemelde Commisfien der Heeren Prin- 
fen Scadhouderen altoos ook word gevonden zodanige mentie , 
dat daar bij aan hoogstdezelven het doen der voorfchreeve Elec- 
tien is gedemandeerd en opgedragen , om te doen achtervolgen, 
de de Privilegiën der Steden , zo als met de eigen woorden 
yoorkomt in de Commisfien van wijlen zijne Doorluchtige 
Hoogheid, Prinfe willem den IV, onfterffelijker gedacbtenisfeji 
van den 12 Maij, van het Jaar 1747, En wij luefiteeren niet 
om te moeten advoueeren , dat daer uit met fondament kan 

wor* 



HAARLEMS GtfMeJèntsfeu. i* 5 

worden geargumenteerd omtrent de indirecte Delatie, welke 
daar door aan de Doorluchtige Prinfen Stadhouderen, wegens 
de Cognitie over de wettigheid der Nominatien zelf, zoude 
moeten verdaan worden gegeven te zijn. DocH , Ed. Groot 
Mog. Heeren, of die notoire confequentie , welke men uit eene 
gedefereerde Eleétie , achtervolgende de Privilegiën der Steden, 
zoude willen halen, met dat effect kan gepaaFd gaan, dat daar 
• door die geene, aan wien de Electie competeerd, pok egipfo 
niet alleen het Recht zoude hebben verkregen, om zig te mo- 
gen, informeeren op dezelve Nominatien, maar ook daar door 
zoude hebben geconfequeerd het Recht, om. die Nominatien 
zelf te doen redresfeeren; en, flat nog meer is, alle differenten, 
die over de wettigheid of onwettigheid van zodanige Nomina- 
tien, tusfchen wie het ook zoude mogen zijn , kwamen te ont- 
daan, alleen en met uitfluitinge van den gever van zodanige Pri- 
vilegiën, uit welkers kragte de Nominatien zijn gemaakt, zoijde 
kunnen en moeten decideeren; zulks moeten wij zeggen, met, 
alle reverentie eu eerbied gefproken, niétte konnen begrijpen, 
en veel minder te mogen vastftellen. Want hoe onwederfpreek- 
Hjk deeze maxime ook«kan voorkomen , dat iemand , dte Recht 
heeft tot het einde , ook Recht moet hebben tot de middelen , 
zonder welken dat einde niet is te bekomen, zo is het, nog- 
xhans even zeker en vast, dat zulk een flelregel nog behoeft 
nog kan procedeeren, dan alleen wanneer het alvorens buiten 
alle dubiteit zoude moeten zijn, dat dezelve. Electie achtervol- 
gende de Privilegiën der Steden abfolutelijk niet gedaan zoude 
kunnen worden, ten zij de geene, welken de Electie compe- 
teerd , een decifief oordeel zoude moeten hebben over de wet- 
tigheid der Nominatien, en om alle de verfchilleu, daar over te 
ontdaan, zelf te moeten decideeren. Als waar omtrent, naar 
onze gedachten, integendeel, zeer wel plaats kan vinden, zo 
als een ieder kan vatten, en waar van elk een overtuigd zal 
kunnen zijn , dat. het werk der Electie , achtervolgende de Pri- 
vilegiën der Steden, ook kan gefchieden zonder *5at die geene, 
welken de Electie competeerd , een zodanig decifoir oordeel 
abfoiutelijk behoeft te hebben over de Nominatien zalven, en 
over alle kwaestien, welken wegens de wettigheid of onwettig- 
heid van dezelven kunnen ontdaan , als pijnde het doen der ' 

M 5 Elec« 



ltS HAARLEMS Gefchiedenisfen. 

- r- 

Eletfïe en het formeeren der Nominatien fepatate zaken en func- 
tien, welken in zo verre geefle connexiteit met den anderen 
hebben, of dezelve Rechten kunnen, zeer wel en buiten alle 
confufie of,verdenkinge, bij ondetfcheide Perfoonen of Colle- 
gien blijven refideeren én geexerceerd worden, in dier voegen 
dat, de Souverain blijvende behouden het Recht, het geen hem 
zo natuurlijk toekomt , te 'weten de Elucidatie en Interpretatie 
der Privilegiën, bij hem zelf gegaven, en de Decifie over de 
. Wettigheid of onwettigheid der Nominatien, welken uit krachte 
van dezelven geformeerd zijn , niemand ooit zal kunnen twijf- 
felen, of de geene, welken de Eleétie is opgedragen, zal en 
kan daar door altoos in ftaat blijven dezelve te doen, achtervol- 
gende de Privilegiën der Steden ; het gunt immers het eenrge en 
groote oogmerk kan zijn , waar toe alle deeze betrachtingen ver» 
ftrekken moeten. 

Wij gaan bij deezen voorbij verfcheide andere en zeer ge- 
fundeerde reflexien, welken, onzes bedunkens, zo men onder- 
Hellen wilde dat de Decifie der differenteh wegens de wettigheid 
of onwettigheid der Nominatien , uit krachte der Privilegiën 
geformeerd', niet zoude behoren aan den Souverain, zekerlijk 
verders daar tegen zouden te maken zijn; zo ten reguarde van 
de vrage, die wij daar uit noodwendig aan- ÜEd.- Groot Mog. 
zouden moeten doen, wie ais dan onze Rechter zoude zijn, 
wanneer het ongeluk wijders voor ons' zoude willen dat wij di- 
reételijk met haare Koninglijke Hoogheid over de wettigheid der 
Nominatie zouden komen te verfchillen , zodanig dat hoogstder^ 
zelver fuftenue zoude mogen zijn conform aan de idees van on- 
j ze tegenswoordige partije, te weten de protefteerende Leden * 
of uit eenigen anderen hQofde , dat dezelve Nominatie niet zou* 
de zijn conform de Privilegiën , en wij het tegendeel van dien 
in gemoede ons verpligt vonden te moeten (taande houden ; ec- 
ne Zaak, welke wij, door deeze onze behandelinge , in allen 
gevallen hebben getragt te ontgaan , en die wij wel niet kunnen 
verwagten wegens de conftitutie van onze Nominatie zelve , en 
het hoogverligt oordeel van haare Koninglijke Hoogheid; doch 
die everfkrel gebeuren kan ; als ten aanzien van alle verdere coa- 
fequentien, welken uit die ftellinge natuurlijk zouden moeten 
proflueeren. Doch wij flappen dit alles te liever over , zo om 

dat 



HAARLEMS Gefchiedtnisfetu \%f 

dat verTchdde Argumenten in bet breede, bij het geval van den 
Jaare 1684 en 1685» door de Regeeringe der Stad Dordrecht 
zijn voorgefteld en aangedrongen (*), als om dat wij ook ver- 
sneenen al het zelve in deezen niet nodig te zijn, wegens het 
eigen en algemeene interesfe, dat de meeste Leden van UE& 
Groot Mog. in deeze zaak met ons hebben,; en boven al, naar* 
dien onze intentie niet is ons in het bijzonder omtrent deeze 
zaak meer of fterker te verzetten, dan bij UEd. Groot Mog., 
op eene wettige wijze, geoordeeld zal worden het gesreene 
interesfe en welvaren van alle de Leden van deeze Provintie, en 
van den Lande in het generaal, daar in gelegen te zijn; terwijl 
ons begrip en wensen, om het Land, onder deeze gelukkige 
fcerftelde Regeeringsforme, ook wederom te doen opklimmen 
tot zijn oude bloei en welvaren, altoos daar op is bevestigd ge* 
:weest, dat de gronden, waar op het tegenwoordig femenftel 
is gebouwd, behoren te zijn en blijven onwankelbaar; én dac 
alzo aan den Souverain behoren te blijven die Rechten, welken 
dezelve niet heeft overgegeven ; dat de Rechten en Preëmioen- 
tien , welken de Stadhouder van den Souverain heeft ontfangen, 
paar behoren en met alle kragt, moeten worden gemaintineerd 
en gedefendeerd, en dat, voor het overige, de Leden en Ste» 
. den ook behoren te blijven jouisfeeren van die Rechten, welken 
baar competeeren en eigen zijn* 

Het ia vervolgens met dat oogmerk alleen, dat wij ten deezen 
einde hebben vermeent te moeten floen zien, dat wij , verre van 
daar door gemeriteerd te hebben in eene dusdanige verdenking te 
vallen, zeer gefundeerde redenen hebben gehad, waarom wij, 
ter wettiginge van onze geformeerde Nominatie, volgens het 
Privilegie, bij UEd. Groot Mog. yerleend, ons bij niemand 
hebben konnen nog vermogen, te addresfeeren, dan aan* UEd, 
Groot Mog* zei ven, dia, zo als wij, met gelijke intentio, de 
Vrijheid zullen nemen nu verders te doen zien, meer, «Jan in 

één 



(♦) Zie deflukkeh, -kier over gepas fcerd, omjlandig in dt* 
Hgüandfchen Merkurius voor het Jaar j$8$. 



tW HAARLEMS Gefchiedenlsfên. 

één geval, ook hebben betoond dat geenzims hunne gewoonttff 
geweest, alle addresfen over diflferenten, $Ie Regeeringen der 
Steden rakende, ook zelfs wanneer eene Decifie over de wet- 
tigheid of onwettigheid der Nominatien is gevraagd , en genera^ 
Bjk wanneer het op der Steden Privilegiën aankwam , te hebben 
gewezen van de hand, of alle deliberatten van* die nature altoos 
te hebben gefeponeerd , maar dat, integendeel, diergelijke 
kwestien wel degelijk hebben aangenomen, eri, als I tot derzel- 
Ver feognitie behorende , daar over hunne deliberatien hebben 
laten gaart. Ter zake niets doende, dat de meesten van dezel- 
ven buiten decifie gebleven zijn, zo ais zulks, naar de omffem- 
digheden der tijden en zaken', heeft mogen of moeten gefchie- 
den. Als volkomen genoeg zijnde, dat daar uit zal kunnen con- 
fteeren, dat verfcheide Leden van deeze Vergaderinge, waat 
onder ook zeer «notabele, zig hebben bevonden in diergelijke 
gevallen , als waar in wij tegenswoordig het ongeluk hebben té 
vérfeeren, met ons in één begrip- zijn geweest nopens den weg, 
reiken, tot redres van dezelven, behoorde te worden inge- 
slagen. ' • ^ 

Onze intentie is niét om van alte die gevallen, bij deezen, 
een geheel Register te formeefen;'raaar alteenom eenige wei- 
nigen van dezelven aan te raken ,' welken meest ter ophelderin» 
ge- zullen konnen dienen. En op dien voet ftaan wij over het 
gunt in de Notulen, van UEd. Groot Mog. word gevonden we* 
^ens de oneenighedeh en disputen , welken tusfchen de R!egee* 
dng en Vroedfchappen der Stad Schoonhoven hebben gefubfi- 
fteerd, en de klagten dieswegens UEd. Groot Mog. aangebragt, 
zo wegens het niet beleggen van de Vroedfchap , begeven vm 
Conimisfien, als over meer andere fubjeéten, het werk der Re- 
geeringe en der Steden Privilegiën concerneerende, in de Jaaren 
1679, 1680 en 1685 voorgevallen. Gelijk wij mede konnen 
pasfeeren de differenten , welken- op verfcheide tijden en over 
onderfcheide zaken menigvuldig zig hebben opgedaan tusfchen 
de Regeering en Vroedfchap der Stad Gormchem* waar van cle 
Registers van UEd. Groot Mog. over de Jaaren 1683, 1684 en 
1685 veele gevallen opleveren, waar onder de Refolutien van 
den 17, $9 en 30 Maij en 6 Junij, van het Jaar 1685 kunnen 
nagezien worden j en omtrent welke gevallen zal confteeren, 

dat 



HAARLEMS Gefchiedenisfen. 189 

«lat niet alleen verfcheide van dezelven bij UEd. Groot Mog. 
zijn aangenomen, maar ook eenigen daar van zijn getermi- 
neerd. 

Het geval van de" Jaaren 1684 ^^685, oiptrent de Stad 
Dordrecht, wegens de Nominatie van de Mannen van Ach- 
ten, hoe zeer in zig zelven fingulier en alleen betrekking 
hebbende op die Stad , heeft echter genoeg doen zien op wel- 
ke folide gronden, die eerfte en oudfteStad van deeze Pro vin- 
tie voor ons, de zelfde onze fustenu*, waar van wij althans 
genoodzaakt zijn geweest UEd. Groot Mog. deeze opening 
te moeten geven, heeft gevoerd en gemanifesteerd. En of 
fchoon die Stad, in de zaak zelve, welke met de onze in 
verfcheide omftandigheden zeer veel heeft verfchild, naar haar 
genoegen niet heeft vermogen te reusfeeren, waar van wij 
de redenen nog de motiyen niet behoeven na te gaan; het is 
voldoende aan ons belang en oogmerk, wanneer daar uit is te 
zien, dat hunne Ed. Groot Mog. zig de cognitie van dezelve 
wel degelijk hebben aangetrokken, en dat nooit eene Refolu- 
tie daar op ook genomen is , waar bij de Regeering der Stad 
Dordrecht met die haare gedane klagten zoude zijn afgewe- 
> zen , veel min dat derzelver gefustineerde bij UEd. Groot 
Mog. zoude zijn ongefundeert verklaard. Van al het welke, 
in het zelfde Jaar 1685, kort na dat de Notulen van UEd. 
Groot Mog. geene verdere mentie maaken van het voorfz. ge- 
val van Dordrecht , mede nog heeft geexteerd een zeer nota- 
bel voorbeeld ten reguarde van de Stad Schiedam , als wan- 
neer, op den 2 Maart, bij Requeste, door één Regeerend, 
eenige Oud-Bnrgemeesteren en eenige Raaden en Vroedfchap- 
pen der zelve Stad, aan UEd. Groot Mpg. niet alleen is ge- 
klaagd geworden over eene informeele Nominatie, welke toe 
fuppletie van eene Vroedfchapsplaatze^ bij de Vroedfchap der 
zelve Stad, was geforn^eerd, als waar op was gebragt Mr. 
abraham cambier, welke nog geene drie Jaaren Burger 'was 
geweest; maar ook direft over de Ele&ie zelf, welke daar 
uit bij zijne Doorluchtige Hoogheid, Prinfe willem den III, 
glorieufer gedachtenisfe,. aan wien dezelve Nominatie daar toe, 
niettegenftaande het Protest van eenige Leden, daar tegens 
gedaan, was geprefemeerd, even informeel, naar hunne ge- 

dach- 



jpö HXaRLEMS Géfchieieni^eHk 

dachten, omtrent denzelven cambie». was gedaan gewofderij 
met verzoek, dat, dewijl zij Vertooners in die voorfz. to 
informeele Nominatie en daar uit gedaan* Eleétie, Eed^ en 
Amptshalven, niet konden acquiefceeren, maat tot maintièn en 
voorfland van hunne Stads Privilegiën (waar Van tnede bij 
hunne Ed* Groot Mog* waren voorzien) zig verpligt en ge-« 
noodzaakt vonden dezelven , zo veel in hun was , tegen tö 
gaan , dat die zaak door hunne Ed« Groot Mog* Zoude mo- 
gen worden geredresfeerd , en de voorfz. Stad bij haare Prw 
vilegien , Vrij- en Gerechtigheden worden gemaintineerd * 
welk Verzoek Wederom bij ÜEd. Groot Mog. geenzmts is 
Van de hand gewezen, gelijk, wanneer de Souverain van zij- 
ne direfte of ook wel indirefte overgifte of delatie, omtrent 
de verfchilen over de wettigheid der Nominatien en Eleétien* 
was geperfuadeerd geweest , had konnen gefchieden ; maar wel 
degelijk het onderzoek van die zaak bij UEd, Groot Mog. is 
«angenotflen, en zelfs in dier voegen , dat dezelven hebber* 
vermeent de cognitie daar van hun zo eigen te zijn en na- 
tuurlijk te competeeren , dat zelfs het Recht of belang van 
den Heere Prinfe Stadhouder daar bij niet was geinteresfeerd t 
naardien dat Request, den Zelfden 2 Maart, bij UÈd. Groof 
Mog. alleen is gefield geworden irf handen van Burgemeester 
ren en Regeerderen der Stad Schiedam, om te dienen van 
Bericht; als wanneer wijders, daags daar aan, en dus den 3 
dito, het zelve gerequireerde Bericht zijnde ingekomen, waar* 
bij de wettigheid der Nominatie hadden geadftrueerd, ÜEd, 
£root Mog. daar op hebben goedgevonden te refolveeren, 
om den voorfchreeven Requeste en Berichte te (lellen iii hart- 
den van de Leden tot het groot Befogne en dus te maken com« 
misforiaal, om, na rijpe overweginge van den inhoud van dien, 
en daar op gehoord d* voornoemde Burgemeesters en Vroed- 
fchappen , refpe&lve, de Vergadering op alles te dienen varJ 
hunne Confideratien en Advis. Omftandigheden , welken in vee- 
Ie opzigten ten deezen ten uitterflen notabel zijn ; zo om dat, 
naar onze gedachten, daar uit ten klaarden doorftraakT het eigen 
begrip van den Souverain, aan w!en het aHeen fraat de Decifid 
te geven, wanneer *er kwestie is tusichen de Meerderheid e» 
^Minderheid der Vroedfchap over ds wettigheid van eene gefor- 



HAARLEMS Ctfckiedenisfcn. 191 

meerde Nominatie, niet alleen; maar zelfs ook over eene ge- 
daane Ele&ie, in zo verre de Privilegiën der Steden daar bij 
zouden mogen zijn geinteresfeerd ; en tegens welke behande- 
ling men, in de Registers van UEd. Groot Mog - , niet heeft 
konnen vinden, dat de Doorluchtige Heer Prins Stadhouder, 
in dien tijd, zig eenigzints heeft verzet, of dezelve zig heeft 
aangetrokken. Maar inzonderheid «ook notabel , wanneer daar 
uit gezien kan worden, dat UEd. Groot Mog. op dat geval» 
het welk met het onze zeer veel overeenkomst heeft, voor 
zo verre de wettigheid der Nominatie aangaat, welke thans 
mede door de protefteerende Leden word beftreden , niet heb- 
ben gehasfiteerd , om aanftonds en allereerst, de klagteo van 
wederzijden te hebben willen inneemen, en dezelven daar na 
door Commisfarisfen te doen examineeren y zonder den Heer 
Prins Stadhouder alvorens tot zo verre in allen gevalle daar 
in te hebben willen brengen. 

En welke gefundeerde redenen wij derhalven thans hebben, 
om klaaglijk dienaangaande aan UEd. Groot Mog. te mogen 
voordragen dat gunt wij tegenswoordig tot onze groote fmer- 
te en leedwezen moéten ondergaan, om, zonder tot hier toe 
te hebben mogen vernemen de klagten van onze Medeleden # 
en zonder dat eene deliberatie is gehouden over den waaren 
toeftand der zaken, en of de kwestie inderdaad niet alleen 
maar hadde behoren te blijven tusfchen de Meerderheid eir 
Minderheid van de Vroedfchap zelve , ons aanftonds ongeluk- . 
kig te hebben zien vallen in eene onaangenaame Conteftatie 
met haare Koninglijke Hoogheid, welke wij gaarne, en op 
het voetfpoor van het voorfz. exempel , waar in de Vroed- , 
fchap der Stad Schiedam alstoen eenparig van ons fentiment 
Js geweest, hadden getragt te esqui veeren; en waar toe wij 
zo veel te groter redenen vermeenden te mogen allegueeren, 
naardien onze klagten, bij onze Propofitie ter neder gefield, 
niet zijn ingerigt geweesjc tegens haare Koninglijke Hoogheid, 
maar alleen over onze geprotefleerd hebbende Medeleden; 
daar , ter contrarie , de voorfz. klagten van de Minderheid 
der Vroedfchap van Schiedam direcï waren over en tegew 
den Doorluchtigen Heere Prinfe Stadhouder in dien tijd. 

/Ma 



ïo* HAARLEMS ÜefchieJenifen. 

Men behoeve waarlijk dan ook geene reflexie te iniakefi op 
onze «onduites of fentimenten van vorigen tijd , in vergelijkinge 
van die geenen, welken wij thans houden of zouden willed 
foveeren. Wij zullen hier na occafie hebben, om uit het gedrag 
zelf, bij' ons in deezen gehouden , zo vertrouwen , ten genoe- 
gen te doen blijken, dat wij, zo wel als onze Pradecesfeu* 
ren, geenzints aan de Doorluchtige Heeren, Prinfen Stadhou- 
deren, begeeren tegen te fpreken een Recht van informatie 
of onderzoek, het welke aan höogstdezelven omtrent de wet- 
tigheid der refpeftive Nominatien, die ter Ele&ie geprefcn- 
teerd worden, op eene billijke wijze en tot hoogstderzelver 
gerustheid competeerd. . Doch wie is 'er, die niet ziet dat 
zulks het point niet is, waar over in deezen eenig difput be- 
hoord te fubfifteeren, als zijnde tusfchen ons en de proteftee- 
rende Leden alleen differentiaal de wettigheid der Nominatie 
zelve, waar omtrent het voorfchrceve aangehaalde geval, met 
het onze vergeleken wordende, overvloedig bewijs zal uitle- 
veren, dat het eenige kwestieufe, welk in deezen kan voor- 
komen, alleen daar in moet beftaan, of wij eenig decifief 
oordeel wegens/ de wettigheid der voorfchreeve Nominatie , 
welke deor de protefteerende Leden beftreden word, en of 
dief conform de Privilegiën is of niet, van iemand anders mo- 
gen of kunnen vragen, dan alleen van den Souverain, en 
zulks van 'UEd, -Groot Mog. En in zo verre als onze Pra?- 
•decesfeurs op dat point anaers mogten gedagt hebben, dan 
wij,, waar van wij echter geene klaare preuve of bewijs vinden 
kunnen, zo zouden wij ons echter flatteeren, dat, in dat ge- 
val zelf, een iegelijk ons het niet kwalijk zal kunnen duiden 
of daar in misprijzen, dat wij thans, daar het op 'sLands 
Hoogheden en Gerechtigheden aankomt, welken ieder Lid van 
de hooge Regeeringe bij Eede verbonden is voor te ftaan , 
en van wien wij wegens onze Privilegiën en Voorrechten 
«enige Elucidatie, Interpretatie of Decifie moeten en mogert 
vragen, die fentimenten niet blindelings zouden konnen adop* 
teeren; maar liever verkiezen, in dien gevalle, fcrupuleufer 
daar' omtrent boven onze Praedecesfeuren gehouden te wor- 
den, dan dat men ons immer zoude kunnen verdenken eenigö 
dusdanige Rechten, waar voor onze Voorvaders zorgvuldig 

heb- 



HAARLEMS Gefctitdénkfito lfe 

J__1U__J__J_ULJ1I * " --. -V ^-^. ■ 

hébben gewaakt, te deezer tijd cfcnigzints te Willed negllgee- 
rtn of met de Hgte band traéteeren* 

Eene zaak, Ed. Groot Mog. Heeren / resteerd *ér ndg,« 
waar van wij, als op ons geval van de uitterfte applicatie 
zijnde, de vrijheid nog moeten nemen, alvorens 'Van het' 
pofnt der Decifie af te flippen , tot nadere optoéldetinge vat! 
onze vèrzogte wettigtage der 'Nominatie eenigs meütie te 
maaken; beftaande hier in, dat 'het, naar alle Rechten, gewis 
en zeker is, dat, wanneer' het geschil over de wettigheid of 
onwettigheid van eene overgeleverde Nominatie rouleerd over 
het verftand van der Sleden Privilegiën , zo dat de ééhe par- 
tij daar van een ander begrip formeerd , als dé andere porti} 
van die geenen , die in de Vróedfcliap zijn , alsdatf de Ophele 
dering en Decifie daar van alleen competeerd aan ÜEd. Groot 
Mog., die, tut kracht e van de legislative ffiagt, dfe tuti toe- 
komt, de Privilegiën gegeven hebben , en daarom oók alleea 
en privativelijk gerechtigd ifjn om die té elucideeren of in- 
terpreteeren. Een zaak , welke wij niét hebben* gevonden dat 
eenige contradiétfe heeft kunnen lijden. Waar' 'omtrent nu, 
óm deeze ftelling van eene evidentie applicatie te doen zijn 
t>p het voor handen zijnde geval, alleen behoeft te warden 
bnderzogt, of het gefchil, dat : *er -in deèzen ttisfchén de 
Vröedfchap is, niet waarlijk én inderdaad rouleerd over den 
zin, de mèenmge en het verftand van het voorfchreeve Privi- 
legie zelf; waar toe, om van de affirmative daar van over-» 
tnlgd te zijn, alleen iiodig iuileh wezen deeze aanmerkingen 
te maaken. Voor eerst, dat 'ëirgeen verichil is over eènige 
zaaken, die in faüo befiaan, en : , ais requifïten in het fbrmee- 
ren van de Nominatie in agt gekomen moetende worden, bij 
het Privilegie Waarlijk uitgedrukt zijn; als,' bij voorbeeld, of 
'er iemand op de Nominatie is gebr&gt, die buiten de Vröed- 
fchap is; die de vereisehte Jaaren van ouderdom of van 
Vröedfchap niet heeft, en dïergelijkê; en bij gevolge, dat het' 
gefchil alleen kan rouleeren over het Recht' van nómineeren 
zelf, fcet geen bij het Privilegie gegeeven is, en dus over 
den zin, de meeninge en het verftarid* vab; het zeive. Tefl in* 
deren, dat, gepofeerd wordende dat beide de partijen z\g 
beroepen op één en het jtélfde Privilegie ofOftróol; zulk* 

*!X. deel N dat 



jp* HAARLEMS Cef^edenifftn. 

dat met yqUê goorden aan de eetie aijde gefus^neerd word dat 
het Privilegie gevolgd is, en aan dea anderen kaot, dat daar te- 
gens is ipgfgaaft., dat die fustemje zelf $en allerklaarst bewijf 
optóverd, dat noodwendig de eene partij een ander begrip van 
aat Prjvjlegie .nioet formeeren, als -de andere; en bij 'gevolge 
ijredepm r> <kt 'éf $efchjl is over den zin , da meeninge en het 
yerffend van bet Priyiie^ïe.zetó: Waar bij , in de derde plaatze r> 
kan gevoegd werden, dat in dpejzen bij de eene partij klaar en 
dui^elij^wórd^geCustinQerd, d^ï '^ te kort ingedaan/ aan het 
Priyii^gie, 'doordien V^n de 'NPflMoatJe afg^en, souden «yn, 
Pèrfóoneq, diè» nsusr ocdre'en fqrme v*n de R$geefinge, daar 
tQe waren nomjnabeU térwjjl bij ons daar tegen* word ftaande 
gfchoü.den^ dat* daar door niet M & kort ge&an aan, het zelve 
Prïvil^gip, 911^, dat .d?ar bij aan .4k Yrpe^fchap de fecuUeit en 
^rfjkeid' js^g$lat$n,opi. op de JNJojmn^ÜÊ te brengen: die zij goed- 
vinden, 'mits alleen obferyeesenjie de. requifiten, daar hij klaar- 
fijk uitgedrijkt; l^et welke nogmaals zeer evident doet zien, 
dat in^ <fc. yrp,e4fcbap verfijbiUepde begrippen zijn over den zin , 
de mèVnir^V'e^ en alzo, 

aan UEdrGfOot Mp^ Ütee^ fc?n. gekomen daar over te oor-, 
deelen... . . ...;•• 

Terwijl daar beneven^, om v^n de verdere /.ongefundeerde < 
Yooigevens 'der gqprotede^r<Jj hpbbende Leden ietwes te zeggen^ 
van^.riie.fcndamem is gedeatitue^rd de pretenfe fletrisfure, wel- 
ke dezelvfn^ dpo,rdien og ^de^flminiöe gep^sfeerd zouden zijn, 
in bupne^gqed/aï naani en, ftam zonde» koroea te lijden, naar-, 
dien.inii^rft 4psdanjig ^en argument met geen f^bijn van recht ia. 
te weeren .tegeap de Meerderheid, der Vroedfehap , welke, 
niets fjntfsr* in ^zei^ h#eft gedaan, d*n te gebruiken de facuK 
telt ,' welhje to*ar idj fe$ \«w<z. privilege is vrij gelden; mme* 
lijk; flni u_h> a»e de gekw^a^e^de PeTfo**n va* de Vroed- 
fefrVi #e ffienen ,to* <Je Nownatig te verkiezen, welken «ij 
daar uit '*l$.& rfSte»^*^ v^fopdfcfte. en vreedzaantf* 
l\efjje^3..van.h^. Vade^d ntfesj dtenöi$ beeft geoqrdeelt, 
zonder d^ zo al? de' Meerderheid *i gepoe^e k*n verklaren, - 
eetóg? andere *edepen" da^r toe aanleiding hebben gegeve*, .d*n. 
die', wel^m fcet Privilegie zelf te vinden zijn, en walken de 
yr(jedfch%, W94er dat «Jaqr va» eenijp ftecUfcke verklaring. 



HAARLEMS GefcUeienHfa t*f 

behoeft te doen, beeft mogen gebruiken* Doek waar dmtfetif 
dezelve wel heeft gewild althans in eenig meerder decail te ko» 
men, om met deeze haarde fincere veridarteg aanaife andere be* 
weegredenen van verdrag of dtergelljken, en ip Bet Wjzonde* 
van eenige haat of nijd tegens iemand der Voorbij gegone Leden, 
de volkomen ujtfluiting te geVen» fcn Big te iuiveren van all* 
verdenken » welk daar omtrent op feen zoude kwmat vallen s «t 
waar tegens zekerlijk j al wa» 'er bewijs Vdrt eenige ufantie ter? 
contrarie,, het zelve njetwe$ tgr.jgaaké kan öpereefen* in ** 
verre, dat daar door de Vroedfchap zoude koWtt worden om* 
zet van de faculteit, Wj dusdanig eenJMvilegie veriiregen $ é\tA* 
.conform te mogen gebruiken. Terwijl , de exempelen van vroe* 
ger tijd daar latende, echter $ omtrent de meerdiiergeKjke ge*> 
dane pasfeertege» , voor de protefteerende Leden *elf6 genoeg 
had behoren te zij 9 het gebeurde in den Jaare i7$ I i bij het le-> 
ten nog van: wijlen zijne Doorluchtige Hoogheid, Frigs wiLtfufc 
din IV, omlerfjijker gedachtenisfej gelijk mede het ^gun^zelÉlr 
Voorleden Jaar .omtrent de Notninati$ van BurgemeestgF.enrbeeft 
geëxfteerd * en, uit welke beidie Nominatiert , m wijl*» .zijn* 
Doorluchtige., Hoogheid, en haare KoningUike Hoogheidr d* 
Vrouw Gouvernante, haare gefpe&ive Ele&ien hebben gedaan 
gehad» Als in welke gevallen niemand d$r Vroe^fchappwi ,, dia 
daar bij waren voorbij gegaan» ooit hebben ge<jagt of zigg$i* 
inagto$erd , daar door in hunnen goeden naam t ffl faani in hel 
minfte te z\]ü geledeert geweest 3 boven en behagen dat het niet 
buHen dubiewit kart zijn*- of het pasfeeren van een Lid deg 
Yroedfchap, welke voorleden Jaar nietten d|t jaar al, heeft 
geprotegeerd, wel voor eene pasfeering kan gehouden worden f 
dewijl dezelve niet eerder Yroedfchap is geworden , dan te gé* 
Kik pp £én dag en uur met.de twee andere Leden, die med* 
nog uK>oit Burgemeesters ?ijn geweest, voor hem. op de Nomh 
natie daar toe zijn .geprefereerd ; en men niet we$t 4 dat in dieft 
tijd juist in het raugeereii der namen van alle de aangelfoffletl 
Vroedfchappen eenige rang is geobferveerd * of , daar toe reflertty 
Is gemaakt op de^aaren, *er Schepenfchap of diergelijke* watf 
uit vervolgen?, als uu iejnand der zelven als Vroedfchap cenitftf. 
preferentie bo^en de anderen zoude koanen pretefideeren. 



tyf HAARLEMS GètMiJenhfe*. 

* ■ ■ ■■ 

•Gdijfc wit dan y Ed. Groot Mog. Heeren, vertrouwen met 
dit alles volkomen genoeg gezegt te hebben, tot betoog van het 
gunt dienen kan om UEd. Groot Mog; te overtuigen, en* ook, 
zo wij met alle eerbied verhopen, hare Koninglijfce Hoogheid 
te doen geperfuadeert zijn , dat wij geenzints uit eehige kwade 
.ifctentie of inzigten,.veel minder om de hooge Rechten en Pr«- 
ëminemien van zijne Doorluchtige Hoogheid, den minderjarigen 
Heere Prinfe Erfftadhouder , eenigzints te verkorten, ons ter 
Jtiftificatie van onze geformeerde Nominatie, aan UEd. Groot 
Mog. hebben geaddresfeerd. Maar dat, integendeel, óns fon- 
dament daar toe alleen heeft gelegen en als nog fübfifteerd in on- 
ze waaragttgè meening in gemoede, en in goeder confcientie 9 
dat onze Eed en Pligt , welken wij aan het Land, onze Stad en 
Burgerij geflaafd hebben en verfchuldigt zijn, ons niet toelaten, 
het zij êéne Eiacidaüe of Interpretatie , het zij eeneDecifie, 
over de wettigheid van onze Nominatie, welke uit kragte van 
het Privilegie, onze Stad efi Burgerije bij UEd. Groot Mog, 
aselven verleend en gegeven, geformeerd is, bij iemand t* kon- 
Men nog te mogen vragen of verzoeken', dan alleen bij UEd. 
Groot Mog/ zelve, aan wie dat Recht, als Souverain van den 
Lande, is verbleven en competeerd. ' 

- Zo twijflfelen wij niet, of Wij zullen nu ook wijders in Haar 
zijn, met even de zelfde eerbied en onderwerping, en teflèns 
met gelijke klaarheid , anti UEd. Groot Mog. te mogen doen 
zien het gnnc Verder dienen kan, zo tot Juftificatie van ons ge- 
houden gedrag na de voorfchreevié bij ons geformeerde Notoi- 
natie<, als in 'het bijzonder mede van het gunt bij ons is gedaan 
«a geinftitueerd , omtrent de hooge Perfoon van haare Koning- 
Hjke Hoogheid'; de Vrouwe Gouvernante , om daar uit van. 
fcoögstdézelve te hebben mogen obdneeren hoogstderzelver 1vel- 
behaatffjke* EiefHe, Waar in wij ongelukkig genoeg* zij» ge- 
weest, om tor hier toe niet te hebben mogen reusfeerem 
' Hier omtrent een aanvang zullende maken , moeten wij , tea 
deezen, vooraf wederom rondelijk confesfeeren , dat onze in- 
tentie, met alleis te doen, dat wij vermeent hebben te mogen en 
moeten doen, echter nooit daar heen heeft gegaan, om te den* 
ken dat haare Koninklijke Hoogheid eenigzints verpügt zoude 
2fijn, aanftonds uit ee?e overgeleverd* Nominatie hoogstderzefc* 

v* 



HAARLEMS GëfcMedenhfen. l$f 

ver Ele&ie te doen, zonder zig alvorens op de wettigheid 
van dezelve , en op het gunt hopgstdeaielve daar omtrent 
word aangebragt, in billijkheid bij de Vroedfchap te mogen 
informeeren of te doen informeeren. Wij hebben, ^tegendeel 
geheel andere denkbeelden van de nuttigheden en voordeelen , 
welken, uit de exercitie van de aan de Doorluchtige Heeren 
Prinfen Stadhouderen , door den Souverain opgedragen hoogt 
Tlechjten en Pneëminentien noodwendig, ten beste van onze 
Republiek, Provintie, Steden en Leden Van dezelve', pro- 
flueeren en proflueeren moeten, als dat wij met e^nigen grond 
▼erdagt zouden kunnen gehouden worden, daar aan zulke en- 
ge paaien en perken te willen Hellen. Nog eens, gantsch in-" 
tegendeel , wij bafiteeren niet te advoueeren dat, eene billijke 
informatie, om te weten of de Eleétie met gerustheid en ag- 
tervolgens der Steden Privilegiën kan gedaan wórden, nodig 
is , en van efölt en nut kan zijn. En kan 'er aan deeze onze 
gevoelens wel getwijffeld worden? wanneer wij, als zo veele 
waarheden, mogen pofeeren, waar van bij onze Propofuie 
bereids mende is gemaakt, dat wij niet alleen, aanftonds op 
het ontfangen van haare Koninglijke Hoogheids Misfive van 
den 8 September, den 10 daar aan eene Deputatie hebben 
gedecreteerd aan hoogstdezeive , om haare Koninglijke Hoog- 
heid, wegens al het geene ter wettiginge van de Nominatie 
dienen konde, te informeeren en te perfuadeeren , met aanbie- 
dinge van gaarne te willen verneeraen hopgstderzelver intentie, 
omtrent alles , wat tot welzijn deezer Stad en tot bet vervol- 
gen der harmonie onder de Regeeringe zoude kunnen dienen; 
welke commisfie ook immediaat daar op is geëxecuteerd. 
Maar, ten anderen, dat wij ook, wanneer wij het gewenicht 
fucces niet hebben mogen verneeraen van deeze gegcve infor- 
matien, al verders niet hebben gefi*fheerd,om, op het ver* 
»oek van de Heeren Commisfarisfen, bij haare Koninglijfce 
Hoogheid daar toe gefield , aan welgemelde Heeren nadere 
ouvertures wegens de wettigheid der Nominatie , door onze 
Gecommitteerden in' 'sHage, te hebben doen geven; zo als 
zulks in het breede, in de conferentie, op den aa daar aan v 
volgenden daar over gehouden ,' h gedaan en verhandelt ge- 
worden. En alle welke zo getrouwe als gefundeerde infor» 
. ,. «j . , . ,. N-3 • »ar- 



Y* HAARLEMS Oefchieéenisfem 

- | 

jnttieh , ijoe yeer van even ongelukkig fiiccés tfjade geweest , 
ter obtineerlnge van haare Koninglijke Hoogheide Êleétie utt de 
t voorfbhreeve Nominatie, wij echter niet hebben vermeent to . 
Jomnen nog te mogen nalaten , als bij repetitie, voor de derde- 
maal , nogmaals aan haare Konfnglijke Hoogheid zelf, op den 
c8 September, voor het doen onzer Propo'Gtie, door eene aatir 
Zienlijke Deputatie van Stads weg? te doen fuppediteeren en» 
voorhouden; ten einde om daar door, met bijvoeginge van alle 
gepaste perfuafiven, haare Koninklijke Hoogheid eindelijk toe 
dezelve haarp boogstwelbehaaglijke Eleftre te permoveeren. 
Poch waar in wij ook, ter dier tijd, al wederom ongelukkig 
genoeg zijn geweest, om,' tot ons groot leedwezen, zulks niet 
•tt hebben kunnen obtineeren. Terwijl wij nu daarenboven hier 
bij kunnen voegen, dat het 'er zó verre van daan is, dat wij 
met dat alles van het geven van alle verdere informatien ont 
gouden willen vrij kennen of onfflagen houden , dat wij , ter 
Contrarie, *ls het daar op zoude mogen aankomen , verklaren 
gereed te zijn, op de «elfde wijze, als wij gedaan hebben, aan 
fiaare Koningjijke Hoogheid , of a&Q dezelve^eeren Commisfih 
rïsfen in 'sHage, door ónze Gecommitteerden van wegeni 
deeze Vroedfchap, als nog te doen geven alle zodanige verdere 
Ünformatien, als, ten einde voórfchreeve, tér wettiginge van 
onze geformeerde Nominatie , eenigzints zuflen kunnen dienen ; 
-fis zijnde ons geheele doen en laten daar bij in dier voegen ge- 
ConftUueerd geweest, dat wij verzekerd zijn genoeg daar toe te 
kunnen avanceeren, om ons daar bij gehouden gedrag op een* 
eclatante wijze (e doen billijken, en daar uit als voorzeker t? 
doen voorkomen, dat wij, en dus de Meerde/beid, alleen die 
geenen zijn, welken, mee voorbij sigt van alle ongepermitteerd 
fte oogmerken of interesfen, omtrent de voórfchreeve Nominatie 
Hjets anders hebben t>e*ragt of gedaan, dan bet gunt wij als nog 
vermeenen , dat , met kwijringe van onze confcientlen , in ge- 
volge het pr»ifcrif>t van het yooffchreeve Privilegie, hebben ver* 
mogen te doen, en opk heeft behoren gedaaja te worden. 

Wij Jiebbeii omtrenr onze behandeling, om tot de. wettiging 
tfer Nöminsute bij UEd. Groot Mog. onze toevlugj te. nemesrr 

wet m« alle bcAwdbeid gm 9Yerd«ten> tf wwp wnw* 

gt 



' HAARLEMS Cefchieit^ufen. i<$ 

ge iever ons ook tot eenige phectpïtatie had doen öVérgaan , wel- 
ke wij zelf althans zouden behoren af te keuren; Doch als wij 
dienaangaande rijpelijk alles hebben overwogen , vinden wij 
ntets , het geen ons met fondament kan bëfchuldigéh, Zijn wij 
niet vèrpligt geweest de goedige Eleóüe te helpen bevorderen 
op alle behoorlijke en mogelijke wijze, daar dezelve, volgens 
Refolutie van den Souveraia', ert volgens alle redenen, daar toe 
dienende, niet lang kan nog behoord te worden gemist? En 
hebben wij het zelve niet in het werk gefteld op de allereerbie- 
digfte en decentfte manier, door aan haare Koninglijke Hoogheid 
dieswegens de nodige ouvertures ea informaties te doen geven, 
en aan hoogstdezelve ootmoedige remonftrantien te la&n doen? 
Het zo hag agterblijven van de EleAie , aiettegenftaande dat al- 
les, was eene gantsch buitengewone zaak, en konde derhalven 
de bedugting voor de fuites van dezelve, zo ten aanzien van 
Stad en Land, geheel ais zonder fondament worden aangezien en 
genegligeerd? Niet dat wij dit voortbrengen, oni znlks te w^ 
len (lellen ter verantwoordiage van haaré Koninglijke Hoogheid, 
die zekerlijk de oorzaak daar van niet is; maar wij wijten ha 
alleen aan de protéfteéreftde Leden, di die fcig mei dezelve* 
«hebben gevoegt, die, op frivole pretexten, de goedheid van 
Jiaaré Koninglijke Hoogheid in zo vette hebben weten te mis- 
bruiken, dat dezelven, zo als men mi weet, in plaatze van 
hutfne redenen van derzelver gedaan Protest bij de hand te heb- 
ben en aanftonds te berde te brengen, ook stélfs aan de Vroed- 
fchap, zo als wel behoord had, dtóelvën naderhand éérst heb- 
ben moeten opzoeken, en haare Koriihglijke Hoogheid daar door 
weken lang buiten activiteit hebben gefield, om hpogstderzelver 
gedachten over de Eleftie, naar behoren, te kunnen laten gaan j 
een zaak, echter, welke ons niet kan benadeeien, of waar door 
wij ietwes anders zouden hebben behoren te doen , dan wij ge- #. 
daan hebben* 

Alle buitengewone jaaken veroorzaken altoos veel opmerking, 
en zekerlijk kan de rust en tranquilitfett in de Steden nooit beter 
geconferveerd blijven, dan wanneer alle gewone zaaken ook 
faaaren gewoonen gang kunnen behouden. Dus kon het lang ag- 
serblijven van deeze Eletfie niet nalaten, bij alle de Burgers £n 

N 4 * ' In- 



*09 HAARLEMS Gefchhdvdifin. 



Ingezetenen van deeze Stad veel attentie te maaken , en, gelijk | 

een iegelijk van de waare conftitutie der zaaken niet altoos, en ; 

zo het behoorde, kan zijn geïnformeerd, moest het noodwendig > 

wisfelvallig blijven, wat indruk zulks op de gemoederen hebben I 

zoude* En dit was vervolgens eene gegronde reden, waarom I 

wij, als bjj voorzorg ' 9 niets vermogten te verzuimen ofonge- I 

tenteerd te laaten , wat verftrekken konde , om, op een billijke j 

en decente wijze, haare Koninglijke Hoogheid, aangaande de 
wettigheid der Nominatie, gerust te (lellen, en dus ook, na 1 

eehe zo langen tijd , althans de wettiging van dezelve van UEd. j 

Groot Mog. te verzoeken, door eene Decifie van de voorge- i 

melde kwestie tusfchen ons en de geprotegeerd hebbende Le- ' 

den; als ten vollen geperfuadeerd zijnde, dat haare Koninglijke , 

Hoogheid als dan geen moment langer zoude willen tardeeren , 
om tot de Eleftie te treden. Ziet mennu, als van agteren en 
tot dus verre , dat alle vreeze voor eenige fuites ijdel is bevon- 
den; wij hebben zulks nergens aan te attHbueeren, dan aan de 
eenvoudigheid der zaake zelve, en aan de waare en klaare be- 
vattinge, welke alle Burgers en Ingezetenen, zonder onder- 
fcheid, daar van aanftonds hebben geformeerd en blijven behou- 
den, zo ten aanzien der Nominatie op zig zelve, als ten opzig- 
te dat het aan ons niet hapert, dat de Eledie zo lang agterblijft, 
en dat wij als Regenten daar toe alles hebben gedaan , wat mo- 
gelijk was, en hebben kunnen* doen. Dan gelijk ondertusfcfcen 
zulks niet wegneemt dat de poogingen t die 'er, ora tot de 
Eleftie te komen, bij ons in het werk zijn gefield, niet hadden 
behoren geadhibeerd te zijn, en integendeel alle deeze circum- 
(tantien dezelven wettigen , zo zullen wij altoos daar op met 
alle tranquiliteit kunnen blijven afwagten % wat 'er ook van zoude 
mogen, komen, als ten vollen bewust zijnde, dat het, na dit 
alles., nooit aan ons, maar alleen aan de protefteerende Leden, 
en die zig met hun gevoegt hebben, als de eenige fource hier 
van , zal kunnen geweten worden. 

Op deeze gronden hebben wij ook niet kunnen ontdekken wat 
jnisflag 'er bij ons zoude zijn begaan , in het hebben willen doen 
befchrijven van de Vergaderinge van UEd. Groot Mog. tegens 
den 32 September, in plaatze dat dezelve eerst bij den anderen 
ftord te komen den 28 dito, en zulks alleen zes dagen vroeger; 



HAARLEMS Ge/bhitdenisftn. %o\ 

ten eiade van dk zo fingulier en als toen al in het geheele Land 
zo veel eclat makende geval aan onze Medeleden kennis te ge- 
ven, en derzelver hulp* en concurrentie te vragen, tot het 
wegnemen der. obftaculen, die daar toe occafie saven. En ge* 
lijk wij het ongeluk hebben gehad bij de Heeren Gecommitteer- 
de Raaden, die, naar onze gedachten, in dtezen, alleen kon- 
<Jen worden aangezien als de Executeurs van de Wet van de» 
Souverain, daar in echter niet te hebben konnen reusfeeren» 
zijn wij het ook alleen, die vérmeenen daar over gefundeerde 
redenen van klagen te konnen hebben; zo als frij dezelven, ter 
behoudinge en confervatie van oqs en oHzer Medeleden Vrijhe- 
den en Rechten, volgens de Grondwetten van den Staat, in de 
fchpot vau UEd. Groot Mog. hebben gebragt. En waar bij wij 
het gaarne zouden gelaten hebben , indien het Collegie van de 
Heeren Gecommitteerde Raaden ons mede in het zelve ons doen 
hadden gelieven te excufeeren. Doch waar omtrent, zp wij 
vertrouwen , te zijner tijd zal blijken, dat de daar tegen bij 
welgemelde Collegie aangehaalde redenen geenzints voldoende 
aan UEd. Groot Mog. zullen voorkomen, als zijnde, zo als 
wij te meermalen hebben doen zien , onze klagten 9 waar over 
wij de extraordinaris Befchrijving hebben- verzogt en gerequi- 
reerd, niet ingerigt geweest tegens haare Koninglijke Hoogheid; 
maar alleen tegens de geprotegeerd hebbende Leden uit onze 
Vroedfchap. Behalven dat, in allen gevalle, die extraordinaris 
Befchrijving niet vermogt te worden afgewezen, om wat oor- 
zaak dezelve ook zoude mogen zijn verzogt geweest, volgens 
de expresfe Refoiutie van UEd. Groot Mog. van den 6 Juli} t 
van het Jaar 1677, als waar van de Heeren Gecommitteerde 
Raaden nooit, maar wij, alleen, de verantwoording aan UEd. 
Groot Mog. zouden zijn verfchuldigd geworden. Wil men dit 
alles in klaar dagligt gefteld zien, zo zal alleen de befchouwing 
van het exempel wegens de Stad Dordrecht , van den Jaare 
1684, wederom daar toe volkomen voldoende zin. Wanneer 
wij daar uit aan de Heeren Gecommitteerde Raaden zullen mo- 
gen vragen, waar in tog onze klagten met die van Dordrecht 
Jiebben verfchild, of minder dan dezelven r zouden mogen zijn 
geweest, of dje hebben gefurpasfeerd? En waarom wij echter 
dan het ongeluk moeten ondergaan, van door hunne Ed. Mog» 
..' " - N 5 ge- 



&2 HAARLEMS GefihtèiklMffl*. 

geheel ander/s te zijn behandeld géwortfeh, dat in dien tijd 
derzelver Prfedecesfeurs de Stad Dfrdrèchï behandelt hebben? 
Was 'er ietwes anders of meer,, dan de voorfchreeve Refofatie 
van het Jaar 1677, waar op het verzoek def Stad Dordrecht 
werd gefundeert ? Sprak de ïhftruaie voor het Collegie van de 
Heeren Gecommitteerde Raaden in dien tijd merkelijk anders» 
dan de tegenwoordige, wa*r van feüniie Ed. Mog. gebruik' 
maken? En waarom is dèi nbgthfchs het verzoek der extraor- 
dinaris Befchrijvinge aan Dordrecht toegeffan en aan ons af- 
geflagen? Men behoeve maar in te zien de Register» van dien 
tijd, om ten deezen, otatrent de behandeling van de Heeren 
Cfecommitteerde Raaden, dit ohderfcheid te vinden, dat, daar 
de klagten van Dordrethi httftne Ed. Mog. alleen werden 
aangebragt bij eene Mïsfive, meft een Sefcretaris der Stad af- 
gezonden, op deielven nogthans, zo ais die waren, de extra- 
ordinaris Vergadering aanftonds is geaccordeert , daar het zelf- 
de verzoek, alleen om klagten over onze Medeleden in te 
brengen, bij ons zijnde gedaan bij eene Misfive van Burge- 
meesteren, Schepenen en Vfoedfchappen, en daar benevens 
eene Deputatie ten zelfden einde was afgezonden * zulks aan 
ons is gedeclineerd; wetende een iegelijk, welke in de Hifto- 
rien vatt ons Land fcenigzints is geverfeerd, ook zeer wel*, 
dat de Conftitutie van de Republiek, in den Jaare 1684 en 
daar omtrent, wegens de omftandigheden der tijde», niet zo 
veel met de tegenswoordige heeft gedifFereerd , dat daarom als 
nu, uit dien hoofde, meer nodig zoude zijn geweest dezelve 
Befchrijving te hebben moeten difUculteeren. Terwijl, tot 
wegneeminge van alle verdere bedenkingen , en inzonderheid of 
höt verzoek in het Jaar 1684 ook vroeger was gedaan, en of 
de ordinaris Vergadering in dien tijd langer van den anderen 
hadde kunnen verblijven, dan tegenwoordig te voorzien was, 
alleen te noteeren is, dat bij Dordrecht het verzoek tot dé 
èxtraordinaris Befbhrijvinge is gedaan op den 4 November, 
waar op den 8 daar aan de Heeren Staaten zijn vergadert, 
daar bij ons het verzoek is gedaan op den 16 September, om 
de Vergadering alleen te doen convoceeTen, óm den 23 M 
befoignes te treden; zijnde in het Jaar 1084 de Vergadering 
bereids van den anderen gewest Sedert den 4 Ó&ober daat 

te 



rfAARLEMS Gefchiedenisftn. 20% 

'te vooren, en alzo zeker dat dezelve binnen korten tijd we- 
derom bij deto anderen moeste komen, zo als de Heeren Ge- 
committeerde Raaden dok daar toe, op den zelfden 4 No- 
vember , dé Pöinten te gelijk hebben afgezonden , waar op 
A ordinaris Vergadering hebben geconvoceerd tegens de week 
daar aan volgende, eti dus tegens den 14 'November. Alles 
'Invoegen zulks, in het tegenswoordige geval, insgelijks had 
taiftneti gefchièd zijn. En op alle welke zaaken, als tot eene 
generale beftempellnge, alleen ttog maar zal warden geremar- 
queerd, dat ïnen nergens heeft kunnen vinden dat het de Hee- 
ren Gecommitteerde Raaden ooit ten kwade zoude zijn ge- 
duid, dat het zelve 'Coliegie de voorgemelde eitra ordinaris 
Betëhrijving aan die van Dordrecht, in conformité van de 
vootfdtfeeve duidelijke en klaare Refolutie van UEd. Groot 
Mag., had geconcedeert; of dat men ook de Stad of Regee- 
ringe van Dordrecht immer zoude hebben geargueerd of ver- 
dagt gehouden, dat, in het doen befchrijven der voorfchree- 
ve extraordinaris Vergaderihge, ietwes zouden hebben gedaan, 
waar toe dezelve niet allezints , jure fen volgens authorifetie 
van den Souverain, zouden zijn gerechtigd geweest. 

Vervolgens hebben wij ook niet kunnen befpeuren daar in 
ietwes tefief te zijn gelegen, of eenige misdaad bij ons te 
fcijn bedreven, wanneer wij, aa volle drie weken te hebben 
-gewagt op de welbehaaglijke EleéH'e van haare Koninglijke 
Hoogheid uit de voorfchreeve onze Nominatie , en na alles te 
tiebben aangewend, wat mogelijk is, geweest, om hoogstde- 
zelve, door alle informatien en perfuafien, van de Wettigheid 
van t dezelve te overtuigen, eti tot het doen der Ele&ie te 
permoveeren, op zodapige Wijze, als hlër voren breeder is 
vermeld v eindelijk hebben gerefolveerd dezelve onze zaak, 
. do0r middel van onze gedaane. Propofitié , te brengen ter ken- 
nisfe van UEd. Groot Mog,, gelijk op den 28 September 
door onze Heeren Gedeputeerden, volgens onze aan hun ge- 
geeven ftrikte last, heeft moetea gedaan worden , en waar 
van bet hun niet mogelijk is geweest te hebben kunnen af* 
gaan. Voor al hier bij gfcconflderéerd wordende, zo als het 
'waarlijk met de zaak geleegén is geween, te weten, dat on* 
ie kfrgten allefli zijn togcrigt geveest tegens die Leden van 

de 



■ó* . HAARLEMS GefehieJênisftn. 

de Vroedfchap, welken tegens de wettigheid der Nominatie 
hadden geprotegeerd, en die daar door hadden verklaard z\g 
dienaangaande tegens ons 'partij te (lellen , gelijk wij hun daar 
voor alleenlijk bij deezen als nog zijn houdende. En waar 
bij dan is gekomen, dat wij, ziende dat alle onze poogingen, 
zo menigwerf en in eenen zo langen tijd geadhibecrd, bij 
haare Koningltjke 'Hoogheid waren geweest ongelukkig en van 
geen fuoces, als getrouwe Regenten hebben vermeent alles te 
moeten bijbrengen, wat ter bevorderinge van dezelve Ele&ie 
zoude kunnen dienen, en om te gelijk ons vrij te (lellen, dat 
niemand onzer langer in eenig bewind zoude hebben zoeken 
te blijven, dan hem, volgens de Privilegiën en Rechten, 
competeerd. Waar toe wij geen gepaster middel hebben ge- 
weten, dan het gunt wij door onze Propofitie hebben gein- 
(litueerd, en van ÜEd. Groot Mog. hebben verzogt, om al- 
zo te befpoedigen de afdoening en de decifie van eene zaak, 
welke wij in gemoede, en op de gronden, hier boven aange- 
wezen, hebben vermeent, zo als daar bij moeten perfideeren, 
van niemand te Itunnen nog te hebben mogen vragen, dan al- 
leen van UEd. Groot Mog. zelven , en waar in bij het doen 
wettig verklaren der zelve Nominatie niets anders hebben be- 
oogt, dnn het gunt ter gerustftellinge van haare Koninglijke 
Woogheid verftrekken konde , om hoogstderzelver Eletfie daar 
pit, agtervolgens het voorfz. Privilegie, wel -en te rechte te 
kunnen doen ; waar toe wij zelfs vermeent hebben , nooit te 
vroeg nof te (lerk onzen ijver en intentie te hebben mogen 
doen blijken* 

Moetende, laatftelijk, het werk der Asfopiatie aangaande, 
nog alleen maar bij ons worden geavanceerd, dat, gelijk wij 
niet weten over eenige andere zaak , dan over deeze , tusfchen 
ons en eenigen van onze Medeleden, eenige differenten te 
fubfifteeren, het nogthans daar bij zeke|r is, dat wij het zelve 
verfcbil aanzien als van de uitterfle confequentie, ten reguarde 
van onze eer en reputatie, welke wij, zo wel in deeze, als 
in alle andere zaaken, altoos hebben getragt ongefchonden te 
bewaren; en waar uit vervolgens genoeg is op te maaken, 
boe onaangenaam en treffende het voor ons moet zijn , wan- 
neer door de voorfchreeve ongefundeerde Protesten van onze 

Mc 



'HAARLEMS GtfchiedenitfetK 9*5 

■i r ■ 1 1 f 1 1 1 1 ' 1 1 

Medeleden , ons hebben gevonden geaccufeerd van Meineed 
en bet fchenden en vertreden Van de Stads Privilegiën» Welke 
Asfopiatie hier op kan plaats vinden , ten zij dezelve proteftee- 
rende Leden alvorens hunnen weg veranderden , en van hunne 
xo verregaande en ongefundeerde accufatien afzien, en daar toe 
ook zelf de Eieétié uit deeze Nominatie van haare Koninglijke 
Hoogheid komen te verzoeken en helpen bevorderen, weten 
wij niet. En het is in dien zin en meeningë,- dat wij niet kun- 
nen afkeuren, het gunt onze Gecommitteerden aan opgemelde 
Heeren Commisfarisfen van haare Koninglijke Hoogheid» niet 
uit onzen naam of volgens onzen last, maar alleen in hun parti- 
culier en als uit hun zelven, hebben gefuppediteerd gehad, en 
waar van wij ook het nonfucces, ais zijnde welgemelde Heeren 
Commisfarisfen, zo als het onze Gecommitteerden tyas te voren 
gekomen, van dat idéé niet geheel alleen geweest, vervolgens 
wederom aan geene anderen kunnen attribueeren , dan aan de ' 
meergemelde protefteerende Leden, die, ten blijke van hunna 
perfeverantie in de zo verregaande befchuldigingen , niet zullen 
hebben nagelaten te doen al wat mogelijk zal geweest zijn , om 
sluiks te houden buiten alle effeófc. Hoe genegen wij dan ook 
zijn, om dit different te vinden, behoudens onze. eer daar bij 
blijve geconferveerd , en met welke eerbied, attentie en be- 
reidwilligheid wij gereed zijn alle voorflagen te hooren en te 
▼êrneemen, welken UEd. Groot Mog., of haare Koninglijke 
Hoogheid, ten dien einde zouden gelieven ons te laatendoea 
of voor te houden, en waar naar wij inzonderheid verlangen, 
ten einde ook'daar door deeze tegens ons oogmerk zo zeer aan- 
lopende, als voor ons zeer onaangename en finertelijke Conte- 
ftatie, ten reguarde van haare Koninglijke Hoogheid , ten fpoe- 
digften zoude mogen cesfeeren , als ten vollen geperfuadeerd 
zijnde hoe prstieus en noodzaaklijk het zij, dat wij, nevens 
alle de andere incegreerende Leden van den Staat, buiten alle 
geimagineerde verwijderinge , hoe weinig die ook zoude mogen 
zijn, met hoogstdezelve mogen verblijven. Wij kunnen nog* 
thans in gemoede nogmaals verklaren daar toe ntetwes te weten, 
tn het is uit die fource, dat. wij vermeenen niets anders te kun- 
nen doen, dan bij deezen alsnog op het eerbiedigden te moeten 
blijven inileeren, .dat UEd. Groot Mog. de voorftbreeve kwes- 
tie, 



totf HAARLEMS Cefckitdenhftn. 

* - » J" i ii i i ' n i o iii i . 

tie, tusfchen ons en de weinige geprobeerd hebbende Ledelf 
ontdaan, over de wettigheid der voorgemelde Nonflnatie, inge» 
voige het Privilegie vaa UEi Groot Mog. geformeerd, gelie- 
ven aan te nemen en te examineren > ^dezelve, ingevolge yn< 
ze daar toe gedaane Propofitie; en ten einde, daar bij gemeld * 
in alle billijkheid , en volgens UEd. Groot Mog. hooge wijsheid 
gelieven te termineer^n en te deddeeren. 
, Waar mede wij, na UEd. Groot Mog» iq de befctierminge de* 
AUerhoogftea te. hebben aanbevolen, blijven, 

EDELE GROOT MOGENDE HEEREN, 

UEd. Groot Mog. Dienstwillige, 

BURGEMEESTEREN, SCHEPENE* 
EN RAADEN DER STAD HAAR- 
LEM. 

Ter Ordonnantie van dezelvfco 

Haarlem den J. J # van BERGUM vAr* 

24 OSober 1757., ., NIEUWENHUIZEN* 



Wij hebben te voren omöandfg bericht, dat de Gedeputeer* 
<$?u van de Stad Haarlem , betreffende de zwarigheden , door, 
eenige Leden van de Vroedfchap dier Stad gemaakt, wegens ds 
Nominatie tot veranderinge van de Regeeringe aldaar, ter Ver- 
gaderinge van hunne Ed. Groot Mog. de Heeren Staaten vaa 
deeze Provintie, hadden gedaan tweeërlei Propofitien* ééira 
over de weigering der Heeren Gecommitseerde Raaden , om, 
rakende deeze zaak, eene buitengewone Vergadering der Staa- 
ken, ten verzoeke van de Regeeringe deezer Stad* te befi;hrij- 
yen; en de andere ten einde hunne Ed. Groot. Mog. de gemaak- 
te Nominatie geliefden te verklaren als wettig en gemaakt vol- 
kerts de Privilegiën en Otf rooien; dat hier op, in gevolge het 
befluit der Staateh, zo wel door.de Heeren Gecommitteerd* 
Raaden , ^ls door haare Koninglijke Hoogheid , de Vrou- 
we Gouvernante, pp den 5 van Odober, omilandige Be, 



HAARLEMS Gefchiedenhfen* só? 



richten, beocefffli4e l#P #»k, ter Swovergaderinge waren over- 
geleverd; ^n dat dp Regeling van Haarlem vervolgens, den 
26 van de zelftfc nwndt een Brief, bij wijze van Contra-Be- 
richt, ter Vergad?rfoge ya# de Swten had ingebragt , waar in 
zij haare gedaane Pcopofitft trachtte te rechtvaardigen en nader 
aan te dringen, Deeze Brief of dit Contra-Bericht, den gemei- 
den 26 Oélober, ter Vergaderinge van de Staaten overwo- 
gen zijnde , was bij de Gedeputeerden der Steden Dordrecht 9 
Leiden 9 AmfleldatH, Rotterdam en Brielle Copij van het zel- 
ve verzogt, om daar op het goedvinden der Heeren, hunne 
Prtacipaalen , té Verïtean, en een befluit genomen om de bepaal- 
de Refolude over' deeze z"aak uit te (lellen tot nadere overwee- 
gmg. Op die Refolmie deden de Heeren van de Ridderfchap, 
en de Geputeerden van de Stad Haarlem* ten zelfden dage, ie- 
der eene Aanteékening. Öie van de Ridderfchap luidde dus: . 

„De Heeren van de Ridderfchap en Edelen hebben de Heeren 
Gedeputeerden, van Haarlem, op het ernfligfïe en niettemin 
op' het vriendelijkfté verzogt, hun voorgemelde Contra-Bericht 
wederom naar zig te nemen, en uft de Notulen van hunne Ed. 
Groot Mog« te honden , om verdere verwijdering en eclat ie 
prevenieeren; en moeten op de zaak zelf als nog declareeren, 
zo. als zij op den 5 deezer hebben gedaan» wanneer het Bericht 
van haare Koninglijke Hoogheid In de Vergadering is ingeko- 
men, en waar bij zij als nog perfiöeeren, dat zij zig daar medt 
conformeeren, *n volkome* overtuigd zijn van de gefundeert- 
beid van het R$?J}$ vin baare Koninglijke Hoogheid, en dat 
hoo^stdezelve ja ?]^q deezen niets awkrs gedaan beeft, als het 
geen waar toe lipo^stdezelve niet all^i, was bevoogd,' maar oofc 
indifpenfabel vg$ligt. n 

De Gedepweqrdea van Haarlem (belden op deeze Aanteke- 
ning ket volgende Dö#ar*toir. 

„ De Heeten Gedeputeerden der Stad Haarlem , hebben ver- 
klaard,, de Heeren y$n de Ridderfchap en Edelen te houden al 
te geëclaireerd , en omtrent de behandeling der zaaken van de 
Vergaderinge te zeer geverfeerd, dan dat zouden kunneqjeron- 

der- 



floS KAKlKhÉMSOe/cliieJènh/in. 

derft ellen, dat hunne Wel-Edelheden zelf hen Heeren Gedepu- 
teerden als gekwalificeerd en in ftaat zouden kannen erkennen , 
om aan derzetvet voorfchreeve gedaan verzoek te kunnen en. 
mogen voldoen, zo uit hoofde van de voorgemefde Misfivé 
zelve, welke de Heeren, hunne Prlncipaalen, hebben goedge- 
dagt, direft aan de Vergadering van hunne Ed. Groot Mog. te 
fchrijven en te adcjresfeeren, als ook ten aanzien vanden in- 
houde van dien, voor zo verre betreft de redenen, waar door 
de Heeren, hunne Prlncipaalen, daar bij vermelden zig indi- 
fpenfabel te hebben verpligt en genoodzaakt gevonden de voor- 
fchreeve Misfive tot hunne nadere» juftificatie en verontfchuldi- 
glnge aan hunne Ed. Groot Mog. te hebben moeten laaten 
•fgaan." * 

„Dat, voor het overige, het hun Heeren Gedeputeerden pn- 
begrijpelijk voorkomt, hoedanig, door het brengen van de 
voorfchreeve Misfive in de Notulen van Jwnne Ed. Groot 
Mog. , eenige verdere verwijdering of eclat zoude zijn te,re- 
douteeren, daar zij Heeren Gedeputeerden zig niet alleen ten 
vollen geperfuadeert houden, dat de voorfchreeve Misfive, nieta 
behelst, als het gunt met alle decentie en eerbied aan dea Sou- 
▼erain heeft vermogen geëxpofeerd te worden, en waar jegens 
geene der Leden» hoe f zeer. daar toe verzogt, ietwes heeft kun-: 
nen allegueeren, maar naardien daarenboven bij defcelve Misfive 
van de Heeren, hqnne Principaalen, het Recht van haare Ko- 
ninglijke Hoogheid , voor zo verre daar mede eene bevoegd- 
heid tot het doen vau informatie op de wettigheid der Nomina- 
tien zoude mogen worden geindigiteerd, op eene billijke wijze 
word geadvoueeril, en daar benevens nog het oprecht verlan- 
gen en de bereidwilligheid van de Heeren , hunne Principaalen , 
om alle Conteftatien met haare Koninglijke Hoogheid ten fpoe- 
digften te doen cesfeeren, daar in ten klaarften is opengelegd: 
terwijl vertrouwd word , dat al het gunt daar tègens van de zij- 
de der geprotefteerd hebbende Leden verders zoude moge^n g e . 
daan worden, enkel 'eu alleen zal kunnen verftrekken om de 
conduites, bij de Vroedfchap, ten hunner* reguarde, gehou- 
den , zo veel te meer te doen wettigen. 



Wr'iff i T i - i ' i i i i > .i n mini u i . ■ ■ ^ L 

tri Slagtm&and, daar op volgende *~ werd doorimririe Ed: 
Groot Mogij ttégens de beide Propofitien van de Regeeringé 
top Stad Haarlem * een befiuit genomen; Bij eene Refoimiè 
Van den 26 dier raaiind verklaarden zig dezelven -, ne»perts het 
▼erfland der Refolutié van den 6 van Julij* des J&ars idjftr; 
of, het hefchrijven van de, Vergaderinge der Staj&ten* op ,de vol- 
gende wijze : 

9i Bij réfumtie gedelibereerd zijnde op de PropoQtié van dé 
fieeren Gedeputeerden der, Stad Haarlem 9 - op den 20 Septem- " 
ber, laatstleden > ter Vergaderingé gedaan , ovef het niet extra- 
brdiriaris befchrifveri Vari de Vorgadëringe lidnrief Èd; Grööê 
Megi,- op het véfzoefc van dezelve Rege^ringe* aan 4e Jleered 
Gecommitteerde Raaderi\ gedaan; als mede op bet Bericht .-van* 
4e Heeren Gecommitteerde Raaden* op de voorfchxeeve Pr<£ 
politie* ter Vergaderingen den g O&oberj daar op ingekó 5 
kiem •,...<',.'« 

i, Is goedgeyon<ieri eri verftaan té deciareëréri 9 zei als hiiririë 
Ed. Groot Mog. declaxeeren bij deeze : ; dat derzejv^,fte&lwié 
vm den 6 jiilij van het jaar 1877$ zijnde alieziütg klaar eri dui- 
delijk i geetië exceptie oï verdefe deliberatie admittperd^ eri dat 
initsdteii.de Heeren. Gecommitteerde Randen* gehouden w ged- 
hligeerdr,aijnï.;clé. Vergadering hüiirier JËd; Groot Mog; té cori-" 
voceerën eri.te ^efchrijveri» zo wanneer zulks bij of vapl?ige2 
de „Heeren yan :i de Ridderfchap eri Édeieri,- of vin -wegen Bür- 
gerneesteren *n Regeerdereii vad. iéén. vaii de Steden ; t Leden vail 
de hooggetöelde Vergaderingen ivörd verzógt, zonder,. dat ge- 
melde. Heeren -Gecommitteerde Rjfiadëri zulks zuilen' iögeri 
tveige^n; eri dat de geriiéïde Heeren ^Gecommitteerde ilaadëil 
mede gehouden en geobligéercï zijlij dé Propofitiej dié de gé' 
meMe Heeren van de . Ridderfchap en Èdeien,- of dé gemelde' 
burgemeesters . en Regeerders van éeti der voorgemeidë StëdêH 
aan de gemelde Heeren Gecommitteerde Raaden Zouden mogeil 
nebben gedaan of overgeleverd •* als een p'óint van BefcHrijviiigé 
tan gemelde . Leden toé te zenden j zonder daar vari insgelijks ifl 
gebreke te .mogen blijven/' 



2 io HAARLEMS Gefchiedenltjen. 

- ■ ■ — -*---* 

's Daags té voren, den 25 van November, ; verklaarden iïg 
Knnne Ed. Groot Mog., omtrent de Propofitie tot -«bet vreg* 
neemen der zwarigheden, wegens de gemaakte Nominatie. De 
Refolutie daar omtrent, bij Meerderheid van Stemmen geno- 
men, werd gedagtekend den 19 van de meergemelde maand 
November, ten welken dage het Concept van dezelve gemaakt 
was. Doch de Gedeputeerden van Dordrecht, Haarteto, 
Amfteldam, Rotterdam en Brielle , toonden, door Aanteeke- 
fltngen op deeze ' Refolutie , 'm dezehre niet ' toegeftemd - te 
hebben, gelijk de inhoud derzélvé, hier woordelijk volgende, 

aanwijst. 

• - 

„Bij refamtie gedelibereerd zijnde op bet. Berifcbt van £aare 
Koningrijke Hoogheid, de Vrouwe Gouvernante, op den $ 
der Vèorfeeden maand ter Vergaderinge ingekomen, op de 
Propofitie, door de Heeren Gedeputeerden der Stad Haar- 
Iem 9 op den 28 September, daar te voren, ter Vergaderinge 
gedaan; ifl fuMlantie daar toe tendeerende, dat hunne Ed. 
Groot Mog. zouden gelieven te concurreeren tot het gunt ter 
opheffinge van -de ingebragte OWteculen tegens de Nominatie 
van Burgemeesteren der voorffchreeve Stad dienen kan , en 
dat mitsdien hunne Ed. Groot Mog. de voorfcfcreeve Nomi- 
natie houden gelieven te verklaren voor wettig, en als ge* 
maakt volgens Privilegiën en Oarooien der voorfchreeve 
Stad, op de beftetlinge der Magiftratuure gegfcnt en gegeven, 
en fpecfc?l in conformiteit van het Oftrooi en Privilegie ~, 
daar toe bij huiine Ed. Groot Mog., den 22 Junij van het 
}aar 1651, verleend, en den r September van bet Jaar 1756 
nader geeonfirmeerd , als zodanig zouden gegeven te juffificee- 
ren; ten einde haare Koninglijke Hoogheid daar door, we- 
gens de wettigheid van dezelve gerust gefield zijnde % niet 
langer verhindert mogte worden in het doen der Eleftie uit 
dezelve Nominatie. " 

, Als mede op het nader Bericht van Burgemeesteren, Scne> 
penen en Raaden der Stad Haarlem, op den 26 der *oorle* 
den maand , over de voorfchreeve zaake , ingekomen. 



HAARLEMS GefchièïèMsfets fi f| 

ujt ' ' ' . ,- - 

• »ts, nü dat haaf e Konitiglijke Hoogheid * de Vrotitf GotiVef* 
tiante s ter Vergaderinge verfcheeiien zijnde , een fpoedige at 
komst van deeze zaake had gerecommandeert , goedgevondett 
en verftaan* dat haare Kortinglijke Hoogheid s de Vrouw Gott* 
Vernante» zal worden bedankt, zo als bedankt word bij deeze * 
Voor de goede conduites, die hoogstdezelve , in de behande* 
ling van deeze zaake, heeft gelieven te houden \ en Voorn' t* 
-Verklaaren^ zo als hunne Ed fc Groot Mog* verklaafen bij deeze \ 
dat het Recht van Informatie, waar over alleen de kwestie \ï 
geweest, aan haare Koninglijke Hoogheid * in haare hooge kwa* 
liteit van Gouvernante, als cuftodieerende de Rechten Van het 
Stadhöuderfchap , competeerd* 

>, En is voorts haare Koninglijke Höogh* Ver2ögt , lo als hóögsN 
dezelve verzogt wordbijdee2e,om alle devoiren aan te wenden* 
om , door hoogstderzelver intercesfie , de gerezen diflêrentetï in def 
minne te concilieeren * en, is bet doenlijk, de gebroken haf* 
monie tusfchen de Regenten te herftellen; wordende de Heefeit 
van Haarlem geêxhorteerd daaf toe al wat mooglijk is te cott« 
tribueereft s en daar toe alle faciliteit te adhibeeren." > 

De Heeren Gedeputeerden der Stad Dordrecht hebbeti ver- 
klaard, in de voorfz, Refolutie niet geconfenteer d \ maar daaf 
tegen gepfotefteerd te hebben; referveèrende voor de Heeretij 
hunne Prin'cipaalen * daar omtrent zodanige nadere Aanteekenitig 
te doen, als dezelven zullen oordeelen te behoren» 

De Heeren Gedeputeerden der Stad Haarlem hebbeti op dd 
vorenflaande Refolutie doen aanteekenen ; 

„Dat de Heeren, hunne Principaalen > tiiltitiief Zulleti ktitittêH 
ftdvoueeren dat in de zaak , waar over de voorfchreeve Refbfu* 
tie is gaande , alleen de kwestie Zoude Sijii geweest oVef het 
Recht van Informatie» aan haare Koninglijke Hoogheid * iti haa* 
te hooge kwaliteit van Gouvernante » als (Juftodieerende dn 
Rechten van het Stadhöuderfchap y competeereiide $ want dal 
als nog daar bij moeten perfifteereti, dat het kwestieufë, htf 
gunt, door middel van de voorfchreeve Propofitte* tet kentiisfè 
en deliberatie van huntle Ed» Groot Mog* is gebfagt, zo flli 
uit dezelve Propofitie en nader ingebragte Misflve «eer evidetit 
confteerd , alleen heeft beftaan in een different over de Wettig» 
beid der geformeerde Nominatie tot Burgemeesteretij vaaddt 



£12 HAARLEMS Gefchiedenisfen. 

7 September .laatstleden, tusfchen de Meerderheid der Vroed-»- 
fcbap en eenige weinige daar tegen» geprotegeerd hebbende 
Leden, van dezelve, ontfhan, en of dezelve Nominatie ver- 
volgens is conform aan het Privilegie van den Souveraïn, 
daar toe gegeven , of niet ; welke kwestie , ter bereikinge 
vooral van het falutaire oogmerk, daar in gelegen, zeer faciel 
bij hunne Ed. -Groot Mog. , na verhoor van de daar bij gein- 
teresfeerde partijen, althans ook had kunnen geteritfineerd 
worden, en waar over, in allen gevalle, buiten alle contra- 
dictie, geene finale decifie, dan alleen bij den Souveraïn, kan 
gegeven worden. 

„ Dat , wat aanbelangt het poïnft van Informatie op de wet- 
tigheid der voorfchreeve Nominatie, haare Koninglij ke Hoog- 
heid, in' haare hooge kwaliteit competeerende, de gedachten 
van de Heer en, hunne Principaalen, altoos daar heen hebben 
gegaan, dat daar over _tusfchen haare Koninglijke Hoogheid 
en de Vroedfchap der Stad Haarlem geen verfchil was of 
konde fubfifteeren, als vermeint hebbende dat daar van tot een 
overtuigend bewijs niet alleea konde dienen, al het gunt tot 
Informatie van haare Koninglijke Hoogheid, van den 7 tot 
den a8 September incluis, bereids hadden gedaan en in het 
werk gefield » volgens het geejie daar van bij de voorfchree- 
ve Proportie is vermeld ; maar dat , m allen gevalle , tot weg- 
neeminge van alle dubieteit, daar omtrent, moest vertrekken 
de folemneeie offerte , bij. de voorfchreeve Misfive of nader 
Bericht, den 26 Otfober ter Vergaderinge ingekomen, ter na» 
der gefield , en waar bij de Vroedfchap verklaard heeft ge- 
reed te zijn, op de zelfde wijze, als gedaan hebben, aan 
haare koninglijke Hoogheid, of aan de He eren Commisfarts* 
f en in 'sHage, als nog te doen geven alle zodanige verdere 
tnfofmatien, ali ter utettiginge van de geformeerde Nomina* 
tie eenigzinn zullen kunnen dienen,. 

„Dat, boven dit alles , de Heeren ,. hunne Principaalen, on* 
eene nadere en reëele preuve te geven, dat derzelver poo- 
gingen geenzuus. zijn ingerigt geweest, om haare Koninglijke 
Hoogheid, in derzelver hooge kwaliteit, van eenigen der 
hooge Rechten en Piueêminentien van het Stadhouderfcbap r 
en dus ook. niet van het Recht vaneene behoorlijke lnfor- 



HAARLEMS GeJehiedenUfen. 213* 

inatïe op de wettigheid der voorfchreeve Nominatie, te heb- 
ben willen ontzetten, hun Heeren Gedeputeerden ook wel 
hadden gekwalificeerd , om te hebben kunnen concurreertn tot 
eene Refolutie, welke daar heen zoude gaan, en om eene 
2odanige conclufie met de verdere Leden in alle harmonie te 
helpen infchikken. Dan dat zij Heeren Gedeputeerden, tot 
hun fmerteiijk leedwezen, hebben moeten zien dat alle poo- 
gingen, daar toe gedaan, en alle voorflagen, tot d^t einde 
ftrekkende, zijn geweest vrugteloos; en dat daar tegens de 
pluraliteit der Leden heeft kunnen goedvinden te nemen de 
vorenftaande generale Conclufie, waar bij het Recht van In- 
formatie, zonder eenige defignatie op wat manier, of eenige 
reftri&ie over welke zaken, aan haare KoningHjke Hoogheid, 
in derzelver hooge kwaliteit, word toegewezen, zij Heereh 
Cedeputeerden derhalven, volgens den last van de Heeren, 
hunne Principaalen , de voorfchreeve Refolutie genoodzaakt 
zijn aan te zien , als gaande over zaaken van dusdanjgen aart 
*n natuure, en van zodanig gewigt en importantie, en waar 
in dusdanige confequeniien kunnen gelegen zijn, dat dezelve 
Refolutie, welke bij vervolg als een Grondwet van den Staat 
zoude moeten gehouden worden, niet heeft kunnen genomen 
worden bij pluraliteit, maar alleen bij eenparigheid; en dat, 
gelijk zij Heeren Gedeputeerden daar in niet hebben kunnen 
nog vermogen te confenteeren , terwijl een .notabel Lid daar 
<y> ook nog is geweest ongereed, en andere Leden met hun 
derzelver gefundeerde remarques, om alleen het Recht van 
Informatie, over de wettigheid der voorfchreeve Nominatie 
bij de Vroedfchap der Stad Haarlem , te hebben bepaald, 
allezints hebben, gejuftificeerd, dienvolgende <Je voorfchreeve 
zo generale Conclufie op dat poinéfc hebben gecontradiceerd, 
genecesfiteerd zijnde daar. tegens, als informeel en onwettig, 
te moeten protefteeren, met verklaringe de voorfchreeve Re- * 
foiutie, daar omtrent genomen, te houden als nul en van on- 
waarde. 

„En dat, voor het overige, zij Heeren Gedeputeerden, het 
verder geëxtendeerde van de voorfchreeve Refolutie ook la- 
tende voor die Leden, welken 'daar toe hebben geconcur- 
reerd, van wegens de Heeren, hunne Principaalen, omtrent 

. O 3 het 



/ 
914 HAARLEMS Gefchiedenisfen. 

het pourfuiveeren der deliberatien van hunne Ed. Groot Mog, 
op de voorfchreeve bij hun gedane Propofitie, en.dus op het 
point A concerneerende de Decifie over de wettigheid der voor- 
fchreeve Nominatie , konden verklaren , dat dezelven daar mede 
wei willen fuperfedeeren, tot dat van hunne voorfchreeve geof- 
fereerde nadere Informatien, omtrent de wettigheid derzelve 
Nominatie , de eere zullen hebben gehad , haare Koninglijke 
Hoogheid te hebben mogen dienen ; in die hope en verwagtin- 
ge, dat daajr door, en door het verder gerefol veerde, voor zo 
verre betreft om het different over dezelve Nominatie in der 
minne te concilieeren» waar toe hunne toeftemminge hebbent 
gegeven en hunne geneidheid is ftrekkende, de zaken dienaan* 
gaande zig fpoedig zodanig zullen mogen fchikken, dat dezelve 
Wnne Heeren Principaalen , volgens derzelver volkomen verlan- 
gen , bij vervolg zig buiten alle necesfiteic zullen mogen bevin- 
den , om tot de finale Decifie over de wettigheid van de voor- 
fchreeve bij hun geformeerde Nominatie tot Burgemeesteren , 
of om eenige andere oorzaak, daar uit te refulteeren, eenige 
jiadere pourfuites of eenig njeuw Adres aan hunne Ed. Groot 
Mog. , als den Souverain van den Lande , te moeten doen, 

„Referveefrende zij Heeren Gedeputeerden, wijders, aan de 
Heef en, hunne Principaalen, eene zodanige verdere Aantekening 
op het voorfchreeve gerefol veerde te doen, ah dezelven zullen 
oordeelen te behoren," 

. De Heeren Gedeputeerde der Stad Amfitldam hebben, op 
expresfe ordre en last van dë Heeren, hunne Principaalen, ver- 
klaard, in devorenftaandeRefolutie niet te hebben geconfenteerd, 
maar dezelve gecqntradiceerd, als laboreerende aan informaliteit 
en nulliteit; referveerende aan de Heeren, denzelver Principaa- 
len, het Recht van zodanige verdere of nadere Aantekening te 
doen, als dezelven zullen vermeiuen te behoren. 

De Heeren Gedeputeerden der Stad Rotterdam verklaren, 
uit kragte van den last der Heeren, hunne Principaalen, inde 
<VQorfz, Refolutie niet te hebben geconfenteerd, maar dezelve 
gecontradiceerd , en die te móeten houden voor informeel ; re- 
ferveerende voor de Heeren, htmne Principaalen, daar omtrent 
bet doen van zodanige nadere Aantekening, als dezelven zullen 
oordeeleu w behoren, ' 

De 



HAARLEMS Gtfchledenhfen. ai$ 

De Hcoren Gedeputeerden der Stad HrieUè verklaren, inge- 
volge de fpeciale last van de Heeren, hunne Principaalen , in 
de voorfz. Refolutie niet te hebben geconfenteerd , itiaar daar 
tegens geprotegeerd; referveerende aan de Heeren, hunne Prin- 
cïpaaleh , daar omtrent te doen zodanig nader Protest en Aante. 
kening, als dezelven zullen oor deelen te behoren. 

De Heeren van de Ridderfchap en. Edeten hebben aan zig ge- ^ 
referyeerd , om, tegens.de voorft. Aantekeningen, zodanige 
Contra-Aantekening te doen, als zij nader te rade zullen wor- 
den. 

Uit kragt van deeze Aantekeningen zijn , door de Regeerin- 
gen der Steden Jmfteldam en Rotterdam, vervolgens , nadere 
Aantekeningen wegens deeze Refolutie, ter Vergaderiage van 
hunne Ed. Groot Mog., gedaan. Die van de eerstgemejde Stad 
werd den 14 December ter Staatsvergaderinge ingeleverd , en 
luid dus: 

„De Heeren Gedeputeerden der Stad /fmfi&i dam hekben, uit 
kragte van de 'gedane referve, op expresfe last van de Heeren, 
derzetver Prindpaalen , op de Refolutie , onder den datum van 
den 19 der gepasfeerde maand November gevonden worden- 
de, nader doen aantekenen en verklaren: Dat gemelde Hee- 
ren , hunne Principaafett , met veel furprifb en leedwezen , 
daar uit hebben gezien , dat , ongeagc de daar tegens gedane 
reprefentatien en proteftatien, zo van de Heeren, hunne Ge- 
deputeerden ter dagvaard, als van verfcheide andere notabele 
Leden , de voorfchreeve Refolutie is genomen door de plu- 
raliteit, op eene wijze, flrijdig met d$ ordre van de Re- 
geeringe en met de Rechten, PrtvJlegign en Frij heden, aan 
de Leden van hunner Ed. Groot Mo%. Vergadjeringe compe- 
teerende. 

„Dat de waarheid van dit geavanceerde., onder anderen, daar 
uit genoegzaam kwam te blijken, dat, niettegeuftaande de Pro- 
gofitie, door de Heeren Gedeputeerden der Stad Haarlem f 
uit fpeciale last en ordre vau de Heeren, derzelver Principaa- 
len, op den 28 September, ter hooggemelde Yergaderinge, 

04' ge- 



ttit- HAARLEMS. <5efc\üicnhft*\ 

fedaan, behelsde £*/ eenige poiti&, het geen ter deliberatie 
yan hunne Ed. Graot Mog, werd gebragt 9 en 'waar op 
hoogs tier ze her Refolutie werd geimploreera* , men echte? 
heeft gelieven, goed te vinden , dezelve Propofitie niet in de-» 
liberale te nemen , maar die buiten dispofitie te laaten , zon- 
der eënlge de minfte redenen. te geven waaronvz.ulks gefchied-» 
^e? of zonder zelfs {e melden da,t dezelve bij provifié, of 
voor ah nog , werd gehouden in of buiten deliberatie. En 
(ïat men daarentegen heeft gelieven te refblveeren op een 
poïnt, het gunt in het geheel- in, geen kwestie was, en het 
welk men. échter, in, weerwil eq tegens de ÏProteftatien , za 
van de Regeeringe der Stad Haarlem voornoemd , als van 
de Gedeputeerden vaq deè?e Stad en andere notabele Leden, 

; }n de voorfchreeve Refolutie heeft goedgevonden te doen ftej- 
Jen drit hét zelve was of haède geweest het e enig poinêt van 
Uwestie. Dat men daar op hadde doen volgen eene generale 
Verklaring of. Refolutie* dat hit &echf van Informatie aan 

* Jptare* Koninglijke Hoogheid* in der^elver hooge kwaliteit 
van Gouvernante , ah cuflodieerende de Rechten 'van het 
§tadfouderfchap , computer d* zonde* dat «laar bij is gevoegd 
^worden, wat- men dW l?et zelve ïUcht vaninformatie ver-i 
$o#d? hoedanig men het begreep? of wanneer , fr wat voe* 
gen, qn in welke gevallen het zelve ?oude mogen of kunnen 
plaats vinden? Dat, de bovengemelde gegronde Ireflexien ge- v 
m,oveeïd pijnde door eenige ke<Jen , daar op wel was gede-, 
Clareerd, dat men begreep dat het ?ig zelve ^vees^ dat dq 
yoqrfchreeve Verklaring en Refolutie alleen zag ©p , en zig; 
gepaalde tot het cos fubjeft of tot de fubje&e materJe ; doch, 
dat men zulks echter in <ie voor/ctpeeve Refolutie piet alleen 
$iet heeft gelieven uk te drukken of daar van jetwes te mel- 
den, maar dat men, daarenboven, op requifitie van de Hee-i 
jen van /e Ridderfchap en Edelen, "heeft gelieven goed te 
vhiden' van in de Concept-E^tenfre, zo ajs die op. den 19 
November was ingerigt, en waar van reeds gedrukte Copijen 
aan de Leden waren toegezonden, behalven eenige andere g«« 
maakte veranderingen^ pok nog te maaken deeze, dat raen^ 
fcgje$ $e woorden om door hoogstderzelver intereesfie de ge-. 
ftffc* $flw*Wt VM\i h^ 1 |Qtraceqrd & volgende, $ver 

4* 



HAARLEMS Gefchiedenisfenl txf 

4ê voorfchreeve Nominatie ; zonder al wederom eenig agt te 
Jlaan op de remarques en proteftatten, welken door verfcnd- 
dê notabele Leden- daar tegens werden geformeerd. 
• M Dat mën, boven dat alles, nog heeft kunnen goedvinden 
om - die alzo geëxtendeerde en nog op den 25 November 
laatstleden veranderde Concept-Refolutie , bij pluraliteit, tot 
condüfie te brengen, en die te doen Hellen onder den datum- 
van den 19 daar bevorens, zonder dat aan de Leden, welken 
\\]é verzogten te mogen hebben om van den ftaat derdelibe- 
ratién -aan de Heeren, hunne Principaalen, nader rapport te 
kunnen doen en nader last te vragen, een zo billijk en met 
de orde tan de Regeeringe zo zeer overeenkomftig verzoek 
is ingewilligd geworden; en ongeagt dat de Heeren van de 
Ridderfchap en Edelen zelfs, op den 19 November, hadden 
betuigd, dat, indien de voorfchreeve Concept-Extenfie van 
de te nemen Refolutie, door de Heeren, Principaalen van 
die 'Leden , welken hadden aangenomen zig op de refumtie te 
verklaren, niet mogt wórden geapprobeerd, de zaak zoude 
blijven in haar geheel, en dat gemelde Concépt-Refolutie als 
dan zoude worden gehouden als niet genomen en gelaten bui* 
ten de Notulen, 

*„ Dat, voor het overige, de voorfchreeve op eene zo 
vreemde en . prsecipitante wijze, bfj de pluraliteit, geformeer- 
de Conduite, met verwerpinge van alle minnelijke concilie 
toire voórflagen, welken, zo van wegen deeze Stad, al» 
door andere Leden, gedaan zijn, zonder zelfs zig daar op uitte 
laten , of esnige plaufible redenen tfc geven , waarom zujks ge- 
fchiedde,hoö zeer daar op iterativelijk is geinfteerd geworden, 
vervolgens niet alleen een befluit is genomen geworden tegens 
de Proteftatièn van de Heeren Gedeputeerden van Dordrecht , 
van Haarlem , van deeze Stad; van Rotterdam en van den 
BrielUy maar ook ftri'idig tegens de bevorens gemaakte dif&- 
culteiten van alle die Leden zelf, welken (buiten de Heeren 
van de, Ridderfchap., Görinchem, Schiedam, Schoonhoven en 
Purmerende) , op den 12 der zelfde maand November, had* 
den verklaard niet te kunnen bewilligen dat een dag 
zoude worden vasêgefleld om de zaak tot Conclufie te bren* 
ftUi vevraüs dezelven apprehendeerden dat zulks in *ƒ<?#* 

Q 5 2M+ 



*1S HAARLEMS GefcMêdehisfen. 

zoude Jnvolveeren eene Refolutie om de zaak ofte dotn en 
te concludeer en bij pluraliteit , waar toe zij begrepen dat 
dezelve niet was gedisponeerd; maar dat het te wenfchen was 
dat die mogt worden getermineerd met eenparigheid en har- 
monie vat} alle de Leden. En waarlijk met reden, dewijl 
daar in niet alleen waren geconcerneerd het Recht, mitsga- 
ders de Privilegiën, van de Stad Haarlem ; maar ook het 
Recht en de Hoogheid van den Souverain zelf, zo wel als 
het geene betrof het Recht en de Bevoegdheid van den Hee- 
re Stadhouder, waar van de Cuftodie, boven allen, aan hun* 
ne £d. Groot Mog., met betrekkinge tot deeze Provintie, 
indisputabel competeerde. 

„Dat, derhalven, alle de bovengemelde behandelingen, waar 
van men niet gelooft dat eenig diergelijk voorbeeld in de Re- 
gisters van hunne Ed. Groot Mog. zal gevonden worden, en 
waar van de Heeren, hunne Principaalen , de fatale gevolgen 
ten uitterften^apprehendeeren , hen hebben genoodzaakt, om, 
zonder voor tegenswoordig zig in het , bijzondere op het 
voorfchreeve Recht van Informatie nader uit te laten , als 
waar over geene deliberatie is aangelegd geworden, tegens de 
voorfchreeve informeele behandelingen, zo wel als tegens de 
voorfchreeve Refolutie, nogmaals op het folemneelfte te pro- 
tefteeren, en te verklaren dat zij de voorfchreeve Refolutie, 
als onbeftaanbaar met de'ordre van de Regeeringe, als nog 

zijn houdende voor informeel, nietig en va? onwaarde.*' 

» r 

De «adere Aantekening van de Stad Rotterdam , overge- 
leverd, in de Vergadering hunner Ed. Groot Mog., op den 
1 1 Januarij, des volgenden Jaars , luidde dus : ' 

,,De Heeren Gedeputeerden der Stad Rotterdam hebben, uï* 
kragte van de faculteit, welke zij, bij hunne Aantekening op 
hunner Ed. Groot Mog. Refolutie, genomen op den 25 No- 
vember van het Jaar 1757 , doch onder, den datum van den 
Ï9 daar bevorens gefield , betreffende het gerezen different 
over de geformeerde Nominatie van Burgemeesteren der Stad 
Haarlem , aan de Heeren, hunne. Principaalen, hadden gere- 

fer- 



1 HAARLEMS CefchiedenUfen. %i 9 

— ■ ■ — — » — 

ferveerd, als nu, op derzelver expresfe last, ter Vergaderin- 
ge, nader doen aantekenen en verklaren: 

„ Dat de voornoemde Heeren , hunne Principaalen , met de 
uitterfle fmerte vernomen hebbende den uitflag deezer impor- 
tante zake, van hunnen indispenfabelen pligt hadden geoor- 
deelt, om niet alleen, door het openleggen van den waaren 
toeftand der fuccesfive deliberatien , ter Vergaderinge, over 
deeze materie, te doen doorfteeken alle de gronden, waar op 
door hun Heeren Gedeputeerden tegens de voorfchreeve Re- 
folucie geprotegeerd was geworden; ïnaar ook om tevens, tot 
hunne eigen juftificatie, hun gantfche gedrag en handelwijze 
in deezen te moeten ftellen in een helder dagligt, ten einde 
daar uit op eene ontegenfprekelijke wijze zoude confteeren, 
dat bij hun geen de minfte toeleg was geweest om de Rech- 
ten en Prgëminentien van den Heere Erfïhdhouder , of van 
haare Koninglijke Hoogheid, in haare hooge kwaliteiten van 
Gouvernante en Voogdesfe, te verkorten; maar dat hunne 
gantfche poogingen daar heen hadden geftrekt, om alle verde- 
re gefchilien en conteftatien ttfsfchen de Leden dear Regeeringe 
van Haarlem voor te komen, en allen fchijn van verwijde- 
ringe uit hunner Ed. Gropt Mog. Vergaderinge te weren. 
. „Dat voornoemde Heeren, hunne Principaalen, met dit vre- 
delievend en heilzaam oogmerk , van den beginne af aan , dat 
het voorfchreeve verfchil , door de Propofitie der Heeren 
Gedeputeerden van Haarlem , op den *8 September van het 
Jaar 1757, ter deliberatie van hunne Ed. Groot Mog. gebragt 
was geworden, deeze zaak geconfidereerd hadden te zijn van 
het alleruitterfte gewigt, en zig daar omtrent tot een rigtfnoer 
hadden voorgefphreeven, om met zo veel omzigtigheid en zo 
weiuig prsecipitantie te werk te gaan, als eenigzints doenlijk 
was. Dat, uit dieu hoofde, als wanneer, op den 5 October, 
daar aan volgende , ter Vergaderinge was ingekomen het Be- 
richt van haare Koninglijke Hoogheid op de voorfchreeve 
Propofitie, en, op den 8 'der zelve maand, bij de deliberatie 
over het fcheiden der Vergaderinge, door voornoemde Hee- 
ren Gedeputeerden van Haarlem, verzogt was geworden dac 
de rcfpeftive Leden, welken het voorfchreeve "Bericht hadden 
overgenomen, zo lang wilden fuperfedeerea, met , ieder in 

den 



aso HAAWlEMS Gefchiedenisfeti. 

éeft hunnen , over de voorfchreeve Propofitie en *t Bericht te 
delibereeren, tot dat zij, bij het naastkomende Re^es, eenige 
nadere Confideratien zouden hebben ingeleverd, tot wegneemin- 
ge der verdenkinge, waar in zij , tot hunne uitterfte fmerte, bij 
haare Koninglijke Hoogheid, waren geraakt, als of zij aan 
hoogstdezelve wilden betwisten het Recht' van behoorlijke In- 
formatie over de wettigheid of onwettigheid der overgeleverde 
Nominatie, vervolgens de Heeren, hunne Principaalen, ver- 
meent hadden met geene meerdere onzijdigheid te kunnen han- 
delen, dan door hunne deliberatie deswegens uit te (lellen tot 
dat de nadere Misfive der voornoemde Heeren van Haarlem 
zoude zijn ingekomen. Dat zulks dan ook gefchied zijnde , den 
eerden dag der opgevolgde Vergaderinge, naamlijk op den 26 
O&ober, en ter zelver tijd de gantfche zaak in deliberatie ge-, 
legd zijnde geworden, voornoemde Heeren, hunne Principaa- 
len , eenigzints met furprife waren aangedaan geworden te moe- 
ren vernemen # dat, behalven de drie Leden, welken reeds be- 
vorens, op het inkomen van het Bericht van haare Koninglijke 
Hoogheid, zig daar terftond mede hadden geconformeerd, 'er 
als nu nog verfcheide anderen gemunieerd waren gekomen met 
een finale en aan het zelve Bericht conforme last, zonder dat, 
vervolgens, bij derzelver refpeétive Heeren Principaalen, de 
voorfchreeve nadere Misfive was afgewagt geworden. Doch 
dat bij dezelve deliberatie , door de Heeren Gedeputeerden van 
Dordrecht, Delft en Lelden, voorflagen zijnde gedaan , om, 
door interende van haare Koninglijke Hoogheid, het gerezen 
different te Haarlem op eene amiabele wijze te doen terminee- 
ren , hunne Heeren Principaalen zulks hadden aangezien als het 
bekwaamde middel om van deeze onaangename zaak een af- 
komst te bevorderen ; en vervolgens hen Heeren Gedeputeerden 
terftond hier op haddengemunieerd met een last en kwalificatie, 
in hunne Vroedfchap op den 31 Oftober gearrefteerd, tendee» 
rende om deeze zaak daar heen te helpen dirigeeren, dat haaf e 
Koninglijke Hoogheid mogte worden verzogt, om, na gedaan 
onderzoek, haare goede officien te interponeeren , om het 
different met de Regeering der Stad Haarlem in der minne. 
fe aifopieeren ea uit den weg te ruimen , ten einde allé 

ver- 



HAARLEMS Gefchiulenifen. *ftt 



verdere deliberatien ter Vergaderinge vari hunne Ed. Groet 
Mog. daar over mogten worden geëviteerd. 

„Dat voornoemde Heeren, hunne Principaalen, zig haddea 
geflatteerd , dat , gelijk met dien voorflag klaarlijk werd g& 
toond , dat bij hen geene de minfte h«fitatie was gemaakt om- 
trent het erkennen van het Recht van behoorlijk Onderzoek óf 
Informatie van haare Koninglijke Hoogheid , omtrent de wettig- 
heid of onwettigheid der voorfchreeve Nominatie,. vervolgens 
ook dit gefchil op eene aangename wijze , zo tot genoegen van 
hoogstgedachte haare Koninglijke Hoogheid , als van de Regee» 
ringe der Stad Haarlem, zoude zijn gQÜegt geworden; waar 
toe hen des te meer reden van hope was voorgekomen , door- x 
dien haare Koninglijke Hoogheid, bij hoogstderzelver Bericht.,, 
niet onduidelijk had doen zien haare genegenheid tot een vrien- 
delijke afkomst deezer zaake, en dat zelfs de Heeren Gedepu- 
teerden van Haarlem, ter Vergaderinge, openlijk hadden te 
kennen gegeven de favorabele dispofitie hunner Regeeringe died 
aangaande, en derzelver bereidwilligheid om aan haare Koning- 
lijke Hoogheid alle nodige Informatie en Eclaircisfeménten , tot 
wettiginge der voprfchreeve Nominatie, te geeven. , 

„Doch dat voornoemde Heeren , hunne Principaalen , zedert 
met leedwezen hadden moeten ontwaar worden dat voorfchree- 
ve falutaire voorflag, of fchoon dezelve intusfchfen ook door de 
Heeren Gedeputeerden der Steden Amjieldam en den ütielle 3 
en zulks in het geheel door zeven notabele Leden, was geadop- 
teerd geworden, bij de nadere deliberatien ter Vergaderinge, 
op den ii en ia November, nog bij de Heef en van de Ridder- 
fchap, nog bij aile.de verdere Leden, eenige de minfte ingresfie 
had gevonden , zonder dat bij dezelyen echter eenigé de minfte 
reden was geallegueerd, waarom daar in niet konde worden ge« 
~ treden. Dat , integendeel , de Heeren yan de Ridderfchap , 
aandrang hebbende getoond om van de principale zaak een af- 
komst, conform het Bericht van haare Koninglijke Hoogheid, 
te niaken, daar toe hadden gedaan twee fuccesfive tentamina: 
Eerftelijk, om de zaak als toen met eene Meerderheid van 
twaalf Leden in diervoegen te concludeeren ; doch waar van de 
ongefundeertheidaanftonds in het oog kwam te lopen, uit hoof- 
de dtt de resteerende zeven Leden niet fruaal, nog op de zaak 

' " " zelf, 



22ü HAAULÈMS GerehieJenisJefn 

«elf, Waren geinftrüeerd : En in de tweede plaats , om^ tot 
eene afdoening van die gantfche wérk, te (lellen een vasten 
en bepaalden dag, naamlijk den* 18 November, daar aan vol- 
gende, op welken de voorfchreeve zeven Leden dan 2oudert 
hebben moeten komen, met een toereikenden last gemunieerdj 
doch het geene mede betoogd werd onaanneemlijk te zijn, 
ter oorzake dat daar in ftilzwijgende lag qpgefloteij een Con* 
clufie, conform het Bericht van haare Koninglijke Hoogheid % 
zelfs bij pluraliteit, in gevalle de refpeftive Leden het met 
den anderen niet eens mogten worden ; waar, toe nogthané 
deeze zaak, in welke zelfs dé Rechten van den Souveraïn 
' geconcerneerd waren , ' niet was gedisponeerd. Dat echter de 
voorfchreeve zeven Leden, op de aanhoudende inftantien der 
Heeren van de Ridderfchap, zig eindelijk zo verre hadden 
laten overhalen, dat zij de nadere intentie der Heeren, hunna 
refpeftive Principaalen , op de zaak zelf zouden inneemen, en 
hunne Adviefen op den voorfchreeven 18 November ter Ver* 
gaderinge inbrengen; doch dat tevens door hun was verzogt 
geworden, om van hunne WeKEdelheden te mogen bekomen 
de nodige elucidatie , waar over het prseeife point van deli* 
beratie dan zoude .moeten gaan, het zij over het Recht van 
behoorlijke Informatie over de legaliteit of illegaliteit der 
meergemelde Nominatie, het welk genoegzaam alle de Leden, 
trt onder anderen de Heeren van Haarlem zelf, reeds hadden 
gedeclareerd aan haare Koninglijke Hoogheid te competeeren , 
het zij over letwes anders of meerders , het geen in eene zo 
generale conclufie, conform het Bericht van haare Koninglijke 
Hoogheid , zoude kunnen ópgefloten leggen ; en dit laatfte 
vooronderftejd zijnde, waar zulks eigentlijk in zoude beftaan? 
overmits, in een zaak van dat gewigt, geene ïlefolutie bi] 
den Soüverain behoorde te worden \genomen, als die deszelfg 
intentie klaar en bepaaldelijk kwam uit te drukken, tot voor- 
kom inge van alle verkeerde interpretatien , en de illatien , die 
anderzints, bij tijden en wijlen, daar uit zouden kunnen wor- 
den getrokken; dan waar omtrent welgemelde Heeren van de 
Ridderfchap, hoe zeer daar toe verfcheidemaal gepousfeerd 
zijnde geworden, aan die Leden geen voldoende eclaircisfe* 
ment hadden gelieven te geven. 



HAARLEMS CcfchUdenisftn. s*? 

' „ Dat de Heeren, hunne Principaalen , tig vervolgens geobtf-* 
geerd hebbende geacht om deeze gantfche zaak weder te moeten 
nemen in f^rieute. over weging, wel geene redenen hadden ge- 
Vonden om' af te,ga$n van hunne vorige idees , tendeerende om 
het ontdaan different te^ffaarJem door haare Koninglijke Hoog- 
heid, bij minnelijke asfopktie, te doen beflisfen, en over zulks, 
bij derzelver Refoljirie van den 17 November , hen Heeren Ge* 
deputeerden hadden, gelast om als nog bij hun atterieur Advies 
te perfifteeren,. en het zelve met alle daar toe nodige drangrede- 
jiep te appuieeren. ,Docb dat tevens bij voornoemde Heeren * 
' hunne Princfpaaten, uit den (laat der deliberatien ter Vergade* 
ringen, opgekomen pijnde, een bekommeringe , dat de voor* 
fchreeve minnelijke voorflag bij de Meerderheid der Leden geen 
ingang zoude kunnen vinden, en dat bij dezelve, /integendeel, 
op het nemen eeijer Resolutie, door hunne Ed. Groot Mog. op 
de zaak zelf zoude worden aangedrongen , voornoemde Hee- 
ren, hunne Priiftipaalen; hadden geoordeelt tegens zodanig een 
onverhoopt geval dan ook te moeten voorzien» Waar omtrent* 
gefupponeerd zijnde dat de te nemen Refolutie zoude gaan over 
het Recht van Informatie, in eas fubjeft, zij Heeren Gedepte 
teerden gelast waren geworden , om, bij Refolutie van ,hunne 
Ed. Groot Mog, , te doen verklaren dat aan haare Koninglijke 
Hoogheid, in kwaliteit van Gouvernante en Voogdesfe van den 
minderjarigen Heere.Erfltadhouder, zo wet het Recht yqnJqr 
formatie omtrent, als der Eleétie, uh de refpecüve ^ominatiea 
competeerd. Door welk Declaratoir de Hebren, hunne Priaci* 
paaien, vermeenden doorflaanfie blijken te geven van hun ernh 
ftig voornemen , om de Rechten van den Heere Standhouder ia 
allen opzigte te helpen maintineeren, en waar toe zij zig des te 
onbezwaarder hadden gevonden , vermits bij hun vertrouwd 
werd, dat, door de Heeren Stadhouderen in der tijd, van het 
voorfchreeve Recht van Informatie over de. Nominatien , mee 
alle moogiijk menagement , gebruik zoude worden gemaakt. 
Maar dat bij hunne Heeren Principaalen tevens was verftaaa, 
dat-, in gevalle 'er ter Vergaderinge ietvVes meer in deliberatie 
gelegd zoude mogen worden, of dat in de Extenfie der te ne- 
men Refolutie, naar het begrip van «enige Leden, verder gaan- 
de 



*24 Haarlems Gepctoedktiifu. 

de zakeil zouöfen fcfiijnëft tè leggen ^ópgéflotsn, als dan toané 
tedere intendc bier op zoude moeten worden -ingénomem » 

*, Dat de deliberdtie hier op,den 18 November, ter Verga* 
deringe hervat zijnde geworden j eii dé bevorens genoemde ze* 
ven Leden ten deele op eerie vriendelijke dsfoplarie als nog hék» 
bende blijven infteeren, 20 als dooir htm Heereü Gedeputeerden 
mede werd gedaan, en ten deele zig faciél omtrent het Voor' 
fchreevé Recht Vaii Informatie, doch ook rtiel verder * hebben* 
'de geëxpliceerd, haare ifconiuglijke Hoogheid-, daag* daar aa» 
volgende, de Vergadering met hoogstdarzelver prefentie wet 
had gelieveh te Vereeren * en aldaar eenige nadere ouverture* 
was komen te doen , (trekkende tót bépiütige Van het pokif Vaa 
onderwerp der te nemen Refolutie , eri ha ftrbftantie behelzende « 
dat, dewijl bij verfcheide Leden der Vergaderinge geene ineli^ 
fcatie was befpenrd, om, in conformité van ftoogstderzelve* 
Bericht, de gafitfche zaak te fepofteeren en aan höogstdeaeïve te 
renvoieeren, hoogsïdezelve van begrip' wa*, dar bij. hunne JkU 
-Groot Mog M ia Meezen, behoorde te worden verklaard hei 
Recht van Informatie aan haare Konmglijké "Hoogheid te com* 
peteeren. Dat alstben zij Heeren Gdeputeerden \ ingevolge vad 
hunnen nadèreri fóst', wel te kennen gaveti dat bij de Heeren * 
hunne Prineipaaleti V geene zwarigheid Wrs- gem&akt om -dal 
Recht van Informatie* omtrent de wettigheid of onwettigheid 
der voorfchreeve Nominatie*, aan haare KoningHjke Hoogheid » 
bij Refolutie, ie doen toekenneii; maat dat zij/ tevens, vernó* 
men hebbende dat bij de Heeren Gedeputeerden ^m-Dordrethr^ 
Haarlem en Amflél'dam, zo als ook vervolgens door die vati 
den Brielle, gemfteeïd werd om een Concepj-Extenfie te mb* 
gen erlangen. Van de te nemen Refolutie, dotiform de nadétè 
Idees ran haare Konihgüjke Hoogheid, om bij de Heeren, hun- 
ne refpeétive Principaalen, te ftrekken tot eeri onderwerp van 
deliberatie over de gaiitfche zaak ; ën gij Reefen Gedeputeef- 
den , voorts cönfidereetende dat het in een materie Van die déJl* 
ratesfe voornaamlijk op de bewoordingen der te riemen Reftfltmé 
zoude aankomen , deelafeefrden zig niet te kunnen' dispétlfoeren 
om mede aan de Heeren, hunne Priritipaatëri, deswegess te 
refer veeren hunue toadere en vrije. deliberatie. -Dat bij de H«e-< 

j<h3 



HAARLEMS Gefchlettenltfa taf 

mmmmm > i ■ . , ■ ■ i i , 

ten van de Riddetfchap, daarentegen, wei seèffterke inftantien 
Werden gedaan * om de zaak ten zelfden dage* naamlijk den 19 
November, te houden voor geconcludeerd» latende a'aü de vijf 
voornoemde Leden, terwijl alle' de anderen zig conforttt den 
naderen voorflag van haare KoningHjke Hoogheid hadden geuit, 
de faculteit over, om zig op de Extenfie zelf nader te verkla- 
ten, welke ten dien einde zoude worden voorgedragen den 
tweeden of derden dag der ordmaris en in denaastvolgendeweek 
in te vallen Vergaderinge; maar dat door voornoemde vijf Le- 
den, die voorflag gereje&eerd zijnde geworden , en al» nog gein- 
hereerd op eene vrije deliberatie ove* de gantfche zaak ', dezel- 
Ven in dft hun billijk verzoek door de meeste andere Leden wa* 
ren gejustificeerd geworden, en zulks, eindelijk, was verdaan; 
en bij de Heeren van de Rldderfchap zelfs na gegeven , dat de 
voorfchreeve Concept-Refoitftie wel zoude gebragt wordenen 
de Notulen van den 19 November, maar <iat, bijaldien dezelve 
door de Heeren Principaaleö der voorfchreeve vijf Leden slee 
mogte worden geapprobeerd , een ieder van de Steden der Ver- 
gaderinge, bij de naastkoménde deliberatie, Zoude blijven in 
zijn geheel , en vervolgens ook de voorfchreeve Extenfie uit dé 
Notulen worden gelfgt* 

„Dat, na het fcheidett der Vèrgaderingé, Sflti Vöoftöéindê 
Heeren , hunne Prineipaalen ï een gedrukte Copij dier Cofl* 
cept-Refolutie toegezonden lijnde geworden» déatelvên zig» uit 
den gantfehen (laat der deliberatie* hadden beginnen te vleiert 
met de hoop, dat van deeze zaak* niet gemeene harmonie» eert 
afkomst ter. Vergaderinge te wagten zoude zijn* weshülven bij 
hun raadzaam werd geoordeeld» om den 22 November * daaf 
aan volgende » hun Heeren Gedeputeerden te münjeeren mei 
een toereikenden last ; onder die mits » echter * dat op d* 
voorfchreeve Extenfie geene zwarigheden mogten worden geop- 
perd» die de Goaclufie daar van met eenparige bewilliging* 
zouden kunnen verhinderen 4 als welke eenparigheid bij het na- 
men eener Refototie, in een zaak van dat gewigt* dan hun Höe- - 
ren Prineipaalen voorkwam te zijn van het üitterde Aanbelang; 
te meer , om dat dezelven van den beginne af aan » uit den ftaac* 
der deliberatie» hadden vernomen de onbegrijpelijke fttüiteit 
Van verfcheide Leden der Verg&deting* f die, of zig haddöi, 

XIX» dwl, p Vif- 



**6 HAARLEMS GefcMedenUfen. 

verklaard conform het Bericht van haare Konirigiijke Hoogheid 
gelast te zijn, alvorens het zelve Bericht onder het oog van 
hunne Ed. Groot Mog. was gebragt, ofwel, om zig met de 
Heeren vande Ridderfchap te voegen , zonder dat dezelven de 
remarques. en conciliatoire voorflagen der andere Leden in eeni- 
ge de minde overweging fcheenen te nemen* Dat wijders , ia 
den voorfchreeven kst , flegts twee remarques op dezelve Ex- 
tenfiè waren vervat, om door hun Heeren Gedeputeerden, bij 
wijze van confideratien, te worden voorgehouden; waar van de 
eerfte tendeerde, om, in de periode, welke medebrengt dit het 
Recht van Informatie aan haare Koninglijke Hoogheid compe- 
teert,, agter het woord Informatie* tot meerdere klaarheid, 
bij te voegen over de. wettigheid of onwettigheid der voor- 
fehreevê Nominatie ; en de andere, om, in plaatze der fingu- 
liere uitdïukldnge, waar bij haare Koninglijke Hoogheid voor- 
komt van Gouvernante, als citftodieerende de Rechten van 
het Stadhouder fchap , te fubftitueercn Gouvernante en Voog» 
des/e van den Heer e Erfliadhouden 

Dat, bij de opgevolgde deliberatie, tferVergaderinge, den 24 
November, zij Heeren Gedeputeerden van den voorfchreeven^ 
hunnen last wel hadden trachten te maken het nodige gebruik; 
maar dat de Heeren van de Ridderfchap, wel verre van eenige 
infchikkelijkheid te toonen , integendeel de difficulteiten badden 
vermeerdert . door het opperen van eenige remarques op eene 
Concept-Extenfie , uit hun eigen boezem proflueerende ; alt 
waar ónder. zig eene opdeed van het uitteröe gewigt, naamlijk, 
om, in de laatfte periode, welke uit het Advies der Heeren 
Gedeputeerden van Delft, van den ij November , overgeno- 
men, en bij hunne Wel- Edeibeden geadopteerd was geworden, 
inhoudende het verzoek aan haare Koninglijke Hoogheid , van 
wegens hunne Ed. Groot Mog. te doen, om 9 door hoogstder- 
zeiver inHrceifie , de gerezen di f et enten over de voorfehreevê 
Nominatie in der minne te concilieeren, de woorden over de 
voorfehreevê Nominatie te doen ligten , zonder dat daar toe 
echter eenige de allerminfte reden geallegueerd werd; welke 
woorden evenwel, alleen te dier plaatze in de Concept-Refolu- 
t ie voorkomende, de Pnemisfen uitgezonden, volftrekc nodig 
waren, 20 omte doen zien dat 'et geene andere differenten tus- 

fcbeè 



HAARLEMS Gefrttedefits/em &3f 

fchen de Regenten van Haarlem overig bleven , als wel om ligt 
bij te zetten aan de even voorafgaande verklaring, die bij de 
Heeren, hunne Principaaleti , op zig zelf, nog niet duidelijk* 
genoeg was geoordeeld , dat het Recht van Informatie aan haare 
Konfnglijke Hoogheid competeerd, te Weten over de voor-* 
fchreevê Nominatie* Dat vervolgens die remarques) der Heereif 
van de Ridderfchap door de Leden, die de Concept-Extenfie 
hadden overgenomen , en dus ook bij hun Heeren Gedeputeer- 
den, terwijl allé dg anderen zig of conform het Advies van hun- 
ne Wel-Edelheden , of ten minden facie!* verklaarden, was ge- 
rejefleerd geworden, als waar door het hun toefcheen dat de 
waare zin der Concept-Refolutie gealtereerd , het onderwerp ' 
van dezelve generaal en aan zeer verregaande confequentien on- 
derhevig gemaakt, en dus ook de ganffche ftaat van deliberatie 
ten eenemaal van gedaante verandert werd. Waar tegens wel 
door eenige weinigen dier andere Lederi, bij de nadere delibera- 
tie, gedeclareerd werd dat het evenwel zig zelven wees , dat, 
en het voorfchreeve Recht vari Informatie, en het concilie'erén 
der differenten , zig niet verder dan tot de fubjeéte materie be- 
paalden; doch op welke verklaring zij Heeren Gedeputeerden zijp 
niet wel konden verlaten, ter oorzake dat aan welgemelde Hee- 
ren van de Ridderfchap de zwarigheden, uit het rooieeren dier 
woorden refulteerènde, zeer emftelijk voorgehouden, en aan 
dezelven het waare oogmerk dier veranderlnge gevraagd zijnde, 
zij echter daar oihtrént geene etaddatie hadden gelieven te ge- 
Ten, veel min zig laten disponeeren om daar vanaf te zien. 
Dat, bovendien, door de Heeren Gedeputeerden der Stad 
Haarlem, in dé voorfchreeve Extenfle, werden getoond eeni- 
ge notabele defeften en abuizen, met aanwijzinge hoe die be- 
hoorden te Worden geredresfeerd ; het geene doof de Heeren 
Gedeputeerden van Amfleldam ook geappuieerd werd, fchoon 
dezelven verklaarden op die Cóncept-Refolutïe nog geen last' 
van hunne Vroedfchap te hebben ontvangen, en zij Heeren Ge- 
deputeerden medete kennen gaven zijne bijzondere opmerkinge 
te verdienen. Alle welke refleftien, echter, zo wel als de' 
confidetatien van wegens deeze Stad voorgedragen, geen ander 
gevolg hadden, dan dat de Heeren van de Ridderfchap aanna- ' 
■ten, en aan de refpetfive Leden ver zogten, nader hunne ge— 

Pa dftch- 



2*S HAARLEMS Gefchiedtnisfen* 

«^— — — — ^— — — — — — — *— » — mm m* 

dachten te laten gaan* om zig te kunnen bekwamen tegefts 
den volgenden dag. Doch dat als toen, namelijk op den 2$ 
November, haare Kdninglijke Hoogheid, andermaal ter Ve*- 
gaderinge verfchéenen zijnde, en hoogstderzelver genegenheid 
tot een afkomst deezer zake hebbende betoond, voornoemde 
Heeren van de Ridderfchap eenvoudig waren blijven perfiftee- 
•ren bij hun vorige Advies , conform de Concept-^xtenfie ^ 
met de daar in door hun voorgedragen verandenuge , zonder 
wederom, tot adftru&ie van dezelve, ietwes bij te brengen, 
of 'zig in de ^remarcjues , daags te voren door eenige Leder* 
geopperd, in bet minde in te laten*, denuncieerende wijder? 
aan alle de Leden der Vergader iflge, dat zij dg predfe zou- 
den hebben te expliceeren, ten einde de zaak ten zelfden da- 
ge, per plura zoude worden geconcludeert, en vooigeevende 
dat de 24 of 25 November daar toe was gefield. Waar te- 
geris, door hun Heeren Gedeputeerden, beneven* die- vaa 
Dordrecht , Haarlem , Amfteldam en den BneUe r W9\ alles, 
ter onaterie dienende, was geavanceerd geworden,, en op het 
kragtigfte geinbsereerd, dat bij de Heeren van de Ridderfchap* 
eenige toegevendheid gebruikt mogte worden, tot bevordering- 
ge der deliberatie, en dat zij anderzints, indien de Adviefea 
der refpe&ive Leden niet konden worden geconcilieerd , zij 
verpligt zouden vinden, om agtervolgende hunnen expresfen, 
last, de, nadere intentie der Heeren, hunne Priacipaalea, de*- 
wegens te moeten veroeemen» Doch- dat, alle daar toe aan* 
gewende poogingen vrugteloos zijnde geweest, en de Heerea 
van de Ridderfchap bij de overige Leden appui hebbende ge- 
vonden, zi> Heeren Gedeputeerden, niet dan. met de uitterfte 
fmerte, hadden moeten ondervinden dat de Conalufie in aHer 
conform bet Advies der Heeren van de Ridderfchap, bij plu- 
raliteit, genomen was geworden; waar tegeis zij, vervolgens, 
* zo wel als de Heeren Gedeputeerden des voorffchreeve vier . 
andere Steden , zig genoodzaakt hadden gevonden te moeten * 
protefteeren , en de nadere Aantekening aan de Heeren,. hunne '^ 
Principaaten, te referveeren. 

, Dat voornoemde Heeren, hunne Principaaten, vin dit aQeft 
bekomen hebbende omftandig rapport, Biet hebben willen na- 
laten, om, bij deeze nadere Aantekeniuge, te doen zien dat 

■ «4 



HAARLEMS GefchUdenisfim. %i% 

k -. ■ • , -^ 

2'rj Heeren Gedeputeerden in deezen niets anders hebbén kun- 
nen of vermogen te doen, als het geéne door hen is verrigt. 
En om tevens nader te doen verklaren dat zij de voorfchree- 
ve finguliere en vreemde handelwijze, bij het nemen dier Re- 
folurie gehouden , geenzints kunnen overeenbrengen met de 
goede orde en forme der Regeeringe , aangezien één der 
notabele Leden op de voorfchreeve Concept*Extenfie nog 
was geweest ongelast: dat ook hier uit, door toedoen van de 
Heeren van de Ridderfchap, zodanige woorden geligt waren 
geworden , welke het gantfche wezen der zake deden veran- 
deren van gedaante ; en dat men op de confideratien , remar- 
ques en inftantien der andere Leden geene reflexie had gelie- 
ven 'te flaan ; maar , daarentegen , de zaak , bij Meerderheid 
van Stemmen, weteq door te dringen tegens het fentiment 
van vijf notabele Leden , en zonder aan hun eenigen tijd te 
vergunnen, om nader last van de Heeren, hunne Principaa- 
len, te kunnen bekomen; ftrijdende vervolgens niet alleen te- 
gens de reden en billijkheid, maar ook tegens het geconve- 
nieerde op den 19 November. Declareerende hunne Heeren 
Principaaten, over zulks, tegens de voorfchreeve Conclufie 
en Refolutie , als ten eehemaal informeel en onwettig , op het 
kragtigfte t* moeten protefteeren , en geenzints refjponfabel te 
willen zijn voor de facheufe gevolgen, die daar uit, bij tij- 
den en wijlen, zouden kunnen proflueeren." 

Tegen deeze nadere Aantekeningen van Amfleldam en Rot- 
terdam hebben de Heeren van de Ridderfchap en Edelen aan 
zig voor behouden zodanige Contra-Aantekening te doen, als 
zij te ra£e zullen worden. 

Wij hebben gezegt dat de Heeren van, de Vroedfchap al- 
hier, tot liet formeeren van eene Nominatie van agt Perfoo- 
nen, waar uit vier Burgemeesters verkozen worden, op den 
7 van Herfstmaand, volgens -gewoonte , vergaderen. Dee- 
ze gewoonte beftaat hier in , dat , agt dagen voor 
dat men toetreed tot het tóaken van de Nominatie, aan 
ieder Lid van de Vroedfchap word gezonden een Biljet , 
door den Secretaris van deeze Stad, ter Ordonnantie van 
Burgemeesteren, getekend, luidende; „ Mijne Heeren van 

P 3 de 



t sjo .HAARLEMS CefthtedenisfêH. 

„ de Vroedfchap der Stad Haarlem zullen gelieven verdacht te 
„ wezen , om , op heden over acht dagen , pullende zijn 
„ den 7 van de aanftaande maand September , 's morgen» 
9, de klokke tien uuren, te gompareeren op der Heeren Raa- 
„ den en Vroedfchappen Kamer, medebrengende een fchilfte- 
,, lijk Biljet, inhoudende de Namen van acht Perfoonen tot 
„ Burgeraeesteren deezer Stad, om bij haareKoninglijke Hoog- 
. 99 heid , de Prinfesfe Gouvernante , vier uit dezelven voor den 
„ aanftaanden Jaare te worden geëligeerd," en dat, op deezen 
vastgeftelden dag, uit den nsam via ieder dor afwezig zijnde 
Heeren Vroedfchappen. zo wel, al* van de geenen, die tegen- 
woordig zijn, acht Perfoonen worden opgegeven ; wanneer de 
geenen, die de meeste Stemmen hebben, op de Nominatie van 
Burgemeesteren gefield worden. Ingevolge van deeze gewoon- 
.te, vergaderden, op den 7 September van het Jaar 1758, vier* 
entwintig Leden van deeze Ed, Achtb. Vergaderinge, die* 
fchriftelijk, ieder acht Perfoonen voordekten om op de. Nomi- 
natie te brengen; en uit den naam van de acht overigen, die 
afwezig waren, werd zulks ook gedaan* Wanneer deeze fchrif, 
telijke opgave , of de Biljetten , van alle de tweeëndertig Leden 
waren geopend, vond men genomineerd tot het Burgemeester* 
fcbap de Heeren, die wij te voren hebben opgegeven. Doch 
go tas was de Nominatie dus niet gemaakt, of de Heer salo- 
Mon van echthw protefteerde tegens dezelve, en verzogt dat 
zijn Protest, op de volgende wijze, in de Notulen van do 
Vroedfchap, mogt worden geplaatst? 

„Salomon van echten verklaard te protefteeren tegens deeze 
Nominatie , fustineerende dat 'er Informaliteiten zijn begaan in 
deeze Nominatie van Burgemeesteren, en dat mitsdien dezelve 
üls legaal, aan Mevrouwe de Gouvernante, als Voogdesfè van 
den Heere Erfltedhouder, niet kan worden geprefenteerd \ ver- 
doekende derhalven dat, bij het zenden of prefenteeren , van 
deeze zijne Proteftatie aan hoogstgemelde haare Koninglijke 
Hoogheid j»ag wordeu kennis gegeven/' 

Bij den Heere van echten voegden zig aanftonds acht ande- 
ren der tegenwoordig zijnde Leden, en de Burgemeester wittr 

ver* 



HAARLEMS GefthieJenisfim £%i 

verklaarde, in eene volgende Vergadering van de Vroedfchap , 
zig mede aan dit Protest te honden. Alle de overige 'bij de 
verkiezing tegenwoordig zijnde Leden (de Heer dê wilhem al- 
leenlijk uitgenomen) behielden aari zig dè vrijheid om op dit 
Protest hun Contra-Protest te doen aantekenen. Dus ftemde de 
Meerderheid van tweeëntwintig Leden van de Vroedfchap voor 
de gemaakte Nominatie, en de Minderheid van tien Leden pro- 
feteerde tegens dezelve. De Vroedfchap befloot hier op de 
Nominatie, zo als zij door de Meerderheid gemaakt was, vol- * 
gens gewoonte, wanneer de Heeren Stadhouders zig* in deeze 
Provincie bevinden, door twee van hunne Medeleden, verzeld 
van één der Stads Secretarisfen , welke waren de Heeren Mr. 
f. b. fagel, Regeerend Burgemeester, Mr. j. t. koek, Re- 
geerend Schepen, en de Secretaris Mr. j. j. van bergum van 
nieuwenhuizen, te zenden aan haare Koninglijke Hoogheid, de 
Vrouwe Gouvernante; en aan deeze Gecommitteerden den vol* 
genden Brief mede te geven , om aan faaare Hoogheid te over- 
handigen : 



Doorlugtigpe Koninglijke Prinfetfe tn 
Vrouwe t 



„Wij geven ons de eet, door deeze onze Gecommitteerden wt 
de Vroedfchap, aan Uwe Koninglijke Hoogheid te prefenteeren 
de nevensgaande Nominatie van acht Perfoonen ,. op huiden bij 
ons geformeerd, een einde bij Uwe Koninglijke Hoogheid, als 
Vrouwe Gouvernante en Voogdesfe van zijne Doorluchtige 
Hoogheid , den Heere Prinfe Erfïtadhouder van deeze Provin- 
tie, daar uit de Ele&ie te worden gedaan van vier Per fbonen tot 
Burgemeesteren deezer Stad , voor het aanftaande Jaar , zó als 
Uwe Koninglijke Hoogheid ten meesten diende van dezelve zal 
oordeelen te behoren, met gedienftig verzoek, dat dezelve alzo 
gedane Ele&ie, bij befloten Misüve,' düor dezelve onze. Ge- 
committeerden wederom terug gebragt-moge worden , met adres 
tan den Heere Mr. daniel jan kamerling , Hoofd-Officier van 
deeze Stad , om , bij zijne Wei Ed. Geftr. geopend en de voor* 
fchreeve Eleftie gezien zijnde, daar van de vereischte Notifica* 

P 4 tie 



«3* HAARLEMS Gefchiedtnisfe*. 



tie aan de Geëligeerden te doen, $p dat dezelven* ter behoor- 
lijker tijd, zijnde, volgens de aloude gewoonte en ordre va» 
den Souverain, den 10 deezer, indien het doenlijk is, beëedigd 
en in posfesfie van hunne Bedieningen zullen kunnen gefield 
worden, 

„ Waar mede wij, weofchendeen biddende dat God Almach- 
tig Uwe Koninglijke Hoogheids booge Perfoon . neme in zijne 
heilige Protetfie, en derzelver Regeeting, onder het genot van 
de dierbaarfte zegeningen , .meer en meer voorfpoedig en gelukt 
kigmake, 6lijven," : -. •;. 

Dêorluchtigfle Koningrijke Prinfesfe en Vrouw, 

Uwer Roningliike Hoogheid* gantsch Dienst- 
bereideiy t 

BURGEMEESTEREN, SCHEPENEN 
ÉN RAADEN' DER STAD HAAR- 
LEM. 

Ter Ordonnantie van dezelven 

Haarlem den J. J. van BERGUM van 

f September 1758, NIEUWENHÜIZEN. 



De gemelde Gecommitteerden reisden, Jngevoige van deez* 
Refolutie, naar den Raag; hadden, daags daar aan volgen* 
den, den 8 September, gehoor bij haare Hoogheid, en (lel- 
den dezelve den Brief, met de geformeerde Nominatie, tei 
hand. Het behaagde haare Koninglijke Hoogheid daar op, bij 
een Brief van den 9 der zelfde maand, den Heere Hoofd- 
OfiScier van deeze Stad te berichten , dat zij uit de Perfoo- 
nen, tot bekleedinge van het Burgen^eesterfchap aan haar 
voorgffteld, goedgevonden had te verkiezen de Heeren Mr. 

JU&TVS WITTE, Mr. JACOfi DEÜTZ, Mr. MATTHEUS WILLEM VA» 

valkenburg en Salomo» van echten, en den zelven te ge* 
haten deeze Heeren ia eten Eed te nemen. Hier op 

deed 1 



HAARLEMS Gefchtideflbfk*. *n 

— ■■ i ■ i ■ i ■ , i ■■ ■ i 

4eed de Heerv Hoofd-Officier de verkoren Heeren bij een 
roegen óm dezeiven. te beeedigsn. De Burgemeesters deutz 
en van valkenburg, bij deeze gelegenheid, den Heer van 
echten, welke niet op de Nominatie was gefield geweest, 
ziende om mede beeedigd te worden, verzogten dat de beëe- 
diging mogt worden uitgefteld , tot dat de Vroedfchap over de 
verkiezinge van deezen Heere geoordeelt zou hebben. Doch 
de Hoofd-Officier te verdaan gevende dat hij aan dit verzoek 
niet kon voidoen, deden zij het volgende Protest: 

„ De Ondergefchreeven met leedwezen vernomen hebbende, 
«lat haare Koninglijke Hoogheid, in het eligeeren van Burge- 
meesteren deezer Stad heeft gelieven te gaan buiten de No- 
minatie, door de Vroedfchap deezer Stad, op een wettige 
wijze en conform de O&rooien en Privilegiën , door den 
Souverain aan deeze Stad verleend, geformeerd, en aan 
hoogstdezelve ter Eleftie toegezonden; en als nu ziende dat 
de Heer Hoofd -Officier heeft kunnen goedvinden den zei- 
ven ten onrechte geëligeerden Heer te convoceeren om te 
worden beledigd , verzoekt , inftanteiijk , «Jat de Heer Hoofd- 
Officier, als folemneel bezworen hebbende de handhavinge 
van de Privilegiën, Handvesten en Octrooien deezer Stad, 
met die beêediginge zal gelieven te fuperfedeeren , tot de 
Vroedfchap, hier op geconvoceerd zijnde, zal hebben gere- 
folveerd wat omtrent deeze zake te doen. En, bij refus van 
dien , vind hij Ondergetekende , door zijnen gedaanen Eed 
op de gemelde Privilegiën , Handvesten en Oftrooien , zi£ 
genoodzaakt te protefteeren , op de allerkragtigfte wijze, te- 
gens de beêediginge van gemelden ten onrechte geëligeerden 
Heere; zo als ook tegens de handelwijze, door den Heere 
Hoofd- Officier in deezen gehouden, als niet willende inftaan 
voor*" alle de confequentien , die daar uit ook ten zijnen re- 
guarde zouden kunnen proflueeren. Met declaratoir dat wel 
bereid is om voor zig zelven den Eed te doen; doch dat 
zig in geene zaken met gemelden Heere kan inlaten voor 
dat deeze zaak door de Vroedfchap , en daar het verder ge- 
oordeek zal worden te behoren, zal zijn getêrmineerd; met 

P 5 ver- 



kH HAARLEMS G*ftktiMi$fi*. 

-<r . 

Verder- verzoek , dat dit zijn Protest zal worden aangetekend 
en geregiftreerd daar eü zo het behoord." 



Adam den 10 September 1758. 
(Lager flond) 



JACOB DJSUTZ* 
1758. 



„ Ik Ondergefchreeve verklare met het bovenftaande Ver- 
doek, Protest en Declaratoir mij ten eenemale te confor- 
meeren," 

Aftum den 10 September 1758. 

M. W. van VALKENBURG. 



' De Heer HoofH- Officier, echter, ging voort met, het beëe- 
di^en. 'Mier op werd, den 11 September, eene Vergadering 
belegd van de Heeren Vroedffchappen. In dezelve protefteer- 
den'.achtien Leden tegens de vérkiezinge van den Heere van' 
echten, als Burgemeester; en werd bëfloten dat een Depu- 
tatie van elf Heeren uit het midden van de Vroedfchap, 
verzeld van den : Penfiónaris deezer Stad, het beklag van de- 
zelve óver dit geval aan haare Koninglijke Hoogheid , de 
Vrouwe Gouvernante , zoude voorftellen. Deeze Deputatie 
beftónd uit den Regeerenden Burgemeester van valkenburg 9 
de Oud -Burgemeesteren de raad en fagel, de Regeerende 
^chepenen van lennep en koeck, de Oud- Schepenen klif- 
ford en van styrum (welke Heeren in den Haag zouden 
asfumeeren de Heeren Óud'- Burgemeesteren testart en van 
dyk, en de Oud - Schepenen ravens en slicher, allen in de 
Collegieri aldaar wagens deeze Stad zitting hebbende) en den 
Penfiónaris gilles. Uit h^t rapport, welk van wegen deeze 
Heeren gedaan werd in eene Vergadering van de Vroedfchap, 
den 1$ Septepber gehouden, blijkt wat de inhoud was van 
hunne Commisfie, en. hoe zij in dezelve in den /fc*£ geflaagd 

zijn; 



HAARLEMS GefchtedenUfen. *ft 

*mm ■— ■ — — — — — — — — ■ i ii m i i i*" 

4i}n; weshalven wij de Refolutie, in die Vergadering geno- 
men, hier woordelijk laten volgen. 

Vroedfchap gehouden den 18 'September , 

prefent enz. 

„ De Heeren Regèerende Burgemeester van valkenburg, 
-Oud-Burgemeesterén de raad én fagel, Regèerende Schepe- 
nen van lennep en köeck, Oud-Schepenen kliffort en van 
'styrum, met den Penfionaris gilles, hebben aan hunne Ed. 
Achtb. voorgedragen en gerapporteerd, dat zij Heeren Ge- 
committeerden, in conformicé en ter voldoeninge van hunner 
Ed. Achtb. Refolutie van den u deezèr, zig nog* dien zelfden 
avond in 'sHage hebbende doen yinden, des anderen daags, 
met adfumtie van den Heere Oud-Schepen ravens , wegens 
deeze Stad fesfie hebbende in de Provintiale Rekenkamer (ter- 
wijl de Heer Oud-Burgèmeester testart, fesfie hebbende in 
het Collegie van de Heeren Gecommitteerde Raaden , door 
ziekte, de Heer Oud-Burgemeester van dyk, fesfie hebbende 
in den Raade van Staate, door wettig belet, en de Heer Oud- 
Schepen slicher, Gedeputeerde ter Vergaderinge van hunne 
Hoog Mog.,door abfentie, waren verhindert geworden hen 
Gecommitteerden mede, ingevolge het gerefol veerde van dee- 
ze Vroedfchap, in deeze Deputatie te adfifteeren) de eere had- 
den gehad, des namiddags om vijf uuren, ia eene audiëntie bij 
haare Koninglijke Hoogheid, de Vrouwe Gouvernante, zig te 
hebben mogen acquiteeren van de Commisfie, hun Heeren Ge- 
committeerden , bij hunner Ed. Achtb. Refolutie van den n 
deezer, verzogt en opgelegd. En, dienvolgende, op de re- 
fpeftueufte wijze, aan hooggemelde haare Koninglijke Hoog- 
heid, klageüjk, hadden doen zien en voorgehouden de gr oote 
furprife en het innerlijk leedwezen, waar mede de Vroedfchap 
was aangedaan geworden, wanneer hadden moeten ontwaar 
worden de Eleftie of de eigentiijke aaiftellinge, welke haare 
Koninglijke Hoogheid had gelieven te doen van den Oud-Sche- 
pen van échten , tot Burgemeester ; en zulks daar dezelve 
Heer niet had gedaan op de Nominatie, bij de Vroedfchap, tot 
Burgemeesteren, geformeerd 9 en van wegen dezelve aan haare 

' Ko- 



fc*t HAARLEMS CtfchkJtBhfa," 

KoningHjke Hoogheid gedaan overleveren,; ten einde hoogstder- 
xelver welbehaaglijke Ele&ie daar, uit te , doen, $n wegens de 
optellinge der Stemmen, ook op de Nominatie niet'gebragt had 
kunnen worden. En over zulks een zaak, welke hunne Ed. 
Achtb., na ferieufe en rijpe overweeginge , geenzints hadden 
kunnen overeenbrengen) met de Stads Privilegiën en Rechten y 
maar eeds en pligtshalven waren genoodzaakt te moeten aanzien 
als dirett ftrijdende met dezeiven , en waarom dezelve Ele&ie 
of Aanftellinge , zo wel als de Meerderheid van de wettig geg- 
iigeerde Heeren Burgemeesteren had gedaan , niet anders kon- 
den houden dan voor informeel, en waar omtrent, volgens 
hunnen dier geftaafden Eed, ter bewaringe -van de Stads Privi- 
legiën en Rechten, niet konden afzijn, alles wat mogelijk en 
gepermitteerd konde zijn, in het werk te Hellen, tot redres van 
dien. 

Dat, bij die occafie, zij Heeren Gecommitteerden zig ver- 
ders hadden beroepen op de Stads Privilegiën zelf, en inzonr 
derheid op het Privilegie en Oftrooi van hunne Ed. Groot 
Mog. van den Jaare 1651 , dat zedert bij de Vroedfchap altoos 
was bezworen en Jn het werk der Magiftraatsbeftellinge en het 
maken der Nominatien, zedert, ten allen tijde, in volkomen 
obfervantie was geweest, mitsgaders op de posfesGe, waar in 
de Vroedfchap van onheugelijke tijden dienaangaande, zonder 
eenige dubiteit of tegenzeggen , had gejouisfeerd ; met al het 
geen verders ter zake dienen konde, om in deszelfs dagügt te 
ffellen het onwederfprekelijk Recht van de Vroedfchap» tot het 
formeeren der Nominatien, dat even zo klaar was, als het Recht 
der hooge Heeren Prinfen Stadhouderen, om uit die Nomina- 
tien derzelver Eleétien te doen; met aanhalinge van de incoa- 
yenientien èn verregaande confequentien , welken daar uit nood- 
wendig zouden moeten refulteeren, indien fioogstdezelyen daar 
buiten zouden kunnen gaan , en welke faculteit of recht zij niet 
wisten dat bij den Souverain, aan de. vorige Heeren Prinfen 
Stadhouderen, immer was geconfereerd, of dat ook ooit bij 
hoogstdezelven of bij haare Koninglijke Hoogheid , in derzelver 
hooge kwaliteit, was gefustineerd of . gepretendeert geworden * 
maar dat, integendeel, de handelwijze, bij haare Koninglijke 
Hoogheid altoos , en nog laatftelijk omtrent de Nominatie va* 

dea 



HAARLEMS Gefchiedenitfett. itf 

den Jaare 1/57 gehouden , en het gunt dienaangaande aan 
hunne Ed. Groot Mog. , bij hoogstderzelver Bericht , had 
voorgeftekl, het contrarie van dien op het allefduidelijkst had- 
den doen doorftralen. Terwijl, bij dat alles, zij Heeren Ge- 
committeerden niet hadden nagelaten, op het fterkfte te ex- 
presfeeren de abfohnè idees , waar in de Vroedfchap zig "be- 
vond, zo ten aanzien van de volkomen kennisfe zelve, welke 
zij vertrouwden dat haare Koninglijke Hoogheid hadde van 
de Stads Privilegiën efi Rechten, als wegens derzelver reli- 
gieusheid, om daar in geen inbreuk te willen, maken, cm 
niets anders, aangaande deeze gebeurde zaak, te kunnen of 
te mogen denken , als dat het zelve zoude zijn een compleet 
abuis of ietwes, waar toe door fommigen, door verkeerd» 
informatien, zoude zijn gepermoveerd, en die daar door het 
hoogverligt oordeel van haare Koninglijke Hoogheid hadden 
weten te fub- en obripieeren, er\ hoogstderzelver aangeboren 
goedheid ten onrechte weten te misbruiken. Waarom zulks 
dan óok voor de Leden van deeze Vroedfchap eene welge- 
gronde hope was uitleverende, waar op in die billijke vef- 
wagtinge mogten zijn, dat haare Koninglijke Hoogheid, bij 
eene ferieufe deliberatie over deeze nadere informatien , en 
openlegginge van alle zo zeer doorflaande en welgegronde re> 
denen, njet zoude kunnen nog gelieven te hsefiteeren, vol- 
gens derzelver v gewone principes van edelmoedigheid en equi- 
teit, om in deezen ten fpoedigften te geven het zo billijk en 
nodig redres, door de gedane Elegie van den Oud Schepen 
van echten, buiten de Nominatie, te houden voor niet ge- 
daan en te (lellen buiten effett, en daar tegens een ander, uic 
de overgeleverde Nominatie van de Vroedfchap,, als nog tot 
Burgemeester te eligeeren. Voor welke Juftitie hunne Etf^ 
Achtb. haare Koninglijke Hoogheid altoos ten uitterften der- 
zejver waare dankbaarheid en erkentenUfb gereed waren te 
betonen; en wel zo veel te meer, als hunne Ed. Achtb. daar ' 
dóór zouden kunnen blijven bevrijd van eenige verdere pour- 
fuites tot het zelve redres te moeten doen» als waar toe au- 
derzints, hoe ongaarne ook,-abfolutelijk zig vonden geneces* 
fiteerd door hunnen dier geftaafden Eed». waar mede tot maio- 
tien van de Stads Privilegiën en Rechten verbonden waren » 

en 



S3& HAARLEMS GefchledenUfen. 

en toe welkers confervatie, behoudens alle eerbied en reverentie 
voor haare Koninglijke Hooghekis hooge pedbon en kwalitei- 
ten, waar op ook geenzims In het minfte begeerden te impietee* 
ren , genoodzaakt waren alle mogelijke en betamelijke middelen 
in het werk te (tellen , om dezelven geheel ongefchonden aan 
de Posteriteit over te laten, en zig zelven voor alle, verwijt 
dienaangaande,- naar behoren, te kannen dekken en vrij Hellen. 
Alles In die of diergelijke bewoordingen, 

„Dat, nldeeze gedane voordragt, haare Koninglijke Hoog- 
heid, aan hen Heeren Gecommitteerden gevraagd hebbende, of 
dezelven waren afgezonden door de volle Vroedfchap, en dies- 
wegens door dezelven aan hoogstdezelve de nodige eluddatie 
wordende gegeven, haare Koninglijke Hoogheid, verders het 
woord opnemende, had gelieven te antwoorden, in deeze of 
diergelijke woorden, in fubftantie: nu, om dan daar op niet 
te blijven Jiaan, zal ik maar komen tot de zaak zelf, waar, 
over de Heeren mij komen /preken. Het gunt ik gedaan heb», 
be, is gefchiedna rijpe deliberatie , en % zo ik vermeene, vol- 
gens de Privilegiën. De Heeren kunnen daar tegens doen dat 
goedvinden , en voor God, het Land, hunne Stad en voor 
hun eigen zelven , in goede confeientie, kunnen verantwoor- 
den. Men is in een vrij Land, alwaar zulks is gepermit- 
teerd en daar Juflitie plaats heeft , en te vinden is. Terwijl 
ik hope en vertrouw, dat de Heeren van mij ook zullen wil- 
len denken , dat uit geen andere oorzaken ietwes gedaan heb» 
be. Op al het welke zij Heeren Gecommitteerden de vrijheid 
hadden genomen, in het afleheid nemen, nog te repiiceeren, 
met die of diergelijke expresfien, in fubftantie* dat haare Ko- 
ninglijke Hoogheid, op het allerfterkfte kopde verzekeren, .dat 
in deezen bij de Heeren, hunne Principaalen , niet in confide- 
ntie kwam eenig eigen belang, maar alleen de confervatie van 
de Privilegiën en Rechten van de Stad; dat over zulks, alleen 
uit de bovengemelde principes en om daar aan te voldoen, was 
voorgekomen de pasfe, die althans bij haare Koninglijke Hoog- 
heid was gedaan, en dat al het gunt verders dienaangaande zou- 
den genoodzaakt worden te 'doen, uit geene andere fóurceof 
eorzaak zoude voortfpruiten, dan enkel om zlg in maniere» als 

Mi 



HAARLEMS GeJthUdenisfe*. $39, 

bij haare 1 Koninglijke Hoogheid was vermeld, en op die zelfde 
gronden, voor alles, en ook voor hunne Burgerij, die met 
verlangen den uitflag van deeze zake te gemoet zag, oriaanfpre- 
kelijk te Hellen. Verzoekende eindelijk dat haare Koninglijke 
Hoogheid zoude gelieveu geperfuadeert te zijn, dat de Heeren, 
hunne Principaalen , niet. zouden ophouden van "altoos, en in 
«Hes, wat verder gedaan zoude moeten worden, alle confedera- 
tie en eerbied te conferveeren voor haare Koninglijke Hoog- 
heids hooge Perfoon en eminente kwaliteiten, zo als mede voor 
hoogstdeszelfs Doorluchtig en Vorstelijk Huis, welkers wettig 
verkregen Rechten zij genegen en gezind zouden blijven , ten 
allen tijde , te helpen handhaven en voorftaan. 

„ Waar op gedelibereerd zijnde, zijn defieeren Gecommit- 
teerden voor derzelver genomen moeite en gedaan rapport be- 
dankt, met volkomen approbatie, zo als gedaan word bij dee- 
ze, van al het gunt bij dezelven is gedaan en verrigt." 

Gelijk haare Koninglijke Hoogheid, aan de Heeren Gedepu- 
teerden van de Vroedfchap, dus te verdaan gaf dat de aanftelling 
van den eere van echten na een rijp overleg was gefchied, 
zo toonde dezelve ook dat zij voorneemens was die te doen 
ftand grijpen, tegens alles, wat in deeze Stad tot wederftrevinge 
van dezelve mogte ondernomen worden. .Wa^nt den 21 Septem- 
ber deed de Hoofd-Officier deezer Stad, door één der Stads 
Secretarisfen, eene Publicatie van haare Koninglijke Hoogheid 
afkondigen, welke eene waarfchouwing behelsde voor allen, die 
de meergemelde verkiezing zouden willen wederftreven, en dus 
luid: " , 

„Wij anne, bij der gratie Gods, Kroonprinfesfe van GrooK 
Brittannien, Prinfesfe douarierb van Oranje en Nas/au , 
Gouvernante en Voogdesfe van zijne Hoogheid , den Heero 
Prinfe van Oranje en Nasfau, Erfltadhouder, Kapitein en Ad- 
miraal Generaal van de zeven i vereenigde Nederlanden, als me-? 
de Erf kapitein en Admiraal Generaal van de Unie, enz. enz, 
enz. * 

„ Allen den geenen, die deezen zullen zien of horen lezen, 
falut; Alzo toe onze kennisfe is gekomen, dat, niettegenftaande 

on- 



H» HAARLEMS GefcUedenltte». 

onze gedane Éleétie, in conformiteit van de Privilegiën der Stad 
Haarlem, van den Perfoon van salomon van échten, tot 
Burgemeester van dezelve Stad, en dat dezelve daar toe be- 
hoorlijk in den Eed is genomen, nogthans fommige Leden van 
de Regeeringe der voorfz. Stad Haarlem zig niet ontzien , om 
de voorfz. onze gedane Eleétie van den Burgemeester salomon 
van eqhten op allerlei wijze te wederftreven en den zelv'en in 
de Funtf ie zijner Bedieninge te turbeeren ; ai het welke wij niec 
anders kuanen aanzien als voor dire&e opppfitien aan onze Per- 
foon en wettig gezag, waar van de gevolgen, tot ontrustinge 
van de goede en vreedzame Burgerije van dezelve Stad, zouden 
kunnen (trekken. 

* Zo is 't dat wij, daar jegens willende voorzien, na erti- 
ftige deliberatie, goedgevonden hebben, door deeze onze Pu- 
blicatie, de voorgemelde Leden van llegeeringe en verders alle* 
en een iegelijk, wie hij zoude mogen zijn, ferieufelijk te 
vermanen en te waarfchouwen zig van zulks , in allen manie- 
re, te onthouden: en te gelijjc Mr. daniel jan kamerling, 
Hoofd-Offcier der Stad Haarlem, te gelasten dé voprfz. on- 
ze gedane Eleftie van salomon van echten , tot Burgemees- 
ter derzelver Stad, door den arm, van de Juftitie te mainti- ' 
neeren en ' te doen refpeétéeren , in cas van aanhoudende we- 
derftrevinge zig daar op te informeeren en zijne bevindingen 
deswegens aan ons over te fchrijven , zonder daar van te 
blijven in gebreken. / 

„ Lastende en bevoelende wijders, dat <Ieeze van den 
Raadhuize der Stad Haarlem zal worden gepubliceerd en 
voorts geaffigeerd ter plaatze, daar zulks gewoon en gebruike- 
lijk is te gefchieden." 

„Gedaan onder onzeHandtekeninge en Zegel, 'm *s Graven* 
hoge yiden 20 September 175&. 

ANNE. 

(L. S.) Ter Ordonnantie van haare Koninglijke 

Hoogheid 

G. A. van RIEL, 

Commies 'van 't Kabinet. 



ÜAaRÉEMS Oe/chièdèniifeni iif 

ttfer óp heeft dë Meerderheid van de Vroedfchap, beftaaritfé 
in achtieü Leden, zig gewend tot tie Ed. Groot Mop; Heereü 
Staaten van deeze Provintie, en bij dezelvpn - 9 één 27 Septeta- 
ber, eeh Request doen inleveren, inhoudende een verhaal vaii 
het gepasfeerde in deëzé zake* en een verzoek dat hume Ed; 
Groot Mog; omtrent dezelve zodanige voorzieninge gelieven té 
itoeti, als 2ij zullen oordeelen te behoren; welk dus luid; * 

Aan dè Ejdek Grooï M$gi Heeréu StoattnvÈiï 
' : Holland en Wèitfrieslandi 

i, Vertonen, met alle respect ? de. onder^efchrèevé Biirgé-. 
Meesteren j Schepenen en Ilaadeh der Stad Haarlem, te famed 
uitmakende de Meerderheid van de Vroedfchap der gemelde 
Stad; dat, óp den 7 van deezë maand September * bij dezelve 
Vroedfchap der Stad Haarlem, ingevolge het Prafcript van hefc 
privilegie en Ó&rooi, aan dezelve Stad eirdeszeifs Burgërïje* 
bij U. Ei Groot Mog M als Souvërain van den Laüdë^ op ded 
12 Junij van het Jaar 1Ó51, omtrent de MagjftraabbëMUngeV 
Verguiid en gegeven, het welk zedert dien tijd aitöösduurendé 
is geobferveerd , en nóg* «oj> den 1 September van het Jaac 
}75<$ j bij U Éd. Groot Mog. is geconfirmeerd , en verklaard té 
zijn in zijn geheel eii van volie kragt (na dat, volgens het ge* 
iruik, zedert lange jaaren herwaard mede in obfervantié * dé, 
Leden van dien, door Burgemeesteren - r bij expresfe uitgezófc 
den Biljetten, acht dagen te voren daar toé waren geconvö* 
ceerd) zijnde geprocedeert geworden tót liet maken van ëehè 
Nominatie van acht Perfoörien tot Bürgëmeesterëri , om bij fai- 
re Koniiiglijke Hoogheid, de ftririfesfe Gouvernante, als Vöög* 
desfë over . iijrie Doorluchtige Hoogheid , den Hëé*ë ^rihfê 
Erfttadh'ouder, vier uit de2elveii , voor den aanilaandeit Jaarfe * 
Ifot Burgemeestereii te worden geëligëetd , kis tóen, i# gedane 
coileftie eh opening van allé de tweeëndertig Biljetten , tö Vad 
de prefeöte.als abfcnte Lëderi, tvas gebleken., dat tóet MeëN 
Verheid Vin Stemmen, bij dëzelVe Vroedfchap, ten ëindé 
Voorfê*> waren genomineerd de Hëëiren 

Mf. jüSTUS witte ,\ , 

Mr.JACOB OEUT^,/ eeft J Wbebb ^ d «« Cd1 ^ 



*& HAARLEMS Gefitöedêntyétt; 

Mr. AltfEND DÉ RAAD, >,"''•. t' "':';• * 
Mr. DAJSMAS GVLDEWAGM 9 ' ... " : 

MhjtiATTHEUS WILLEM VAM VAI^ifiNBURG , 
IfctAK.CLJPEQRT, 

Mr.jAiTiVAiN fiiYRUM en 

Mr» DAWD VAN LENttEE* 

„ Dat zij Vertoners, niet anders wetende of kunnende opmar 
hen, o£;de6zeiNoniinarie was gemaakt conform het voorfchree- 
ve Privilegie, en volgens dé Rechten en Vrijheden, de Leden 
van de Vroedfchap daar uit competeerendé , ais bezittende de 
acht genomineerde Perfoonen alle de kwaliteiten , die daar toe % 
bij het voorgemelde Privilegie en Öftrooi van het 'Jaar 1651' 
worden gèrèqüireerd , en uit alle welke Gekwalificeerde^ de 
Vroedftrhap niet alleen de vrijheid heeft, maar jfelfs'verpligt is,' 
te nominéeren de zodanigen, als volgens hunnen gedanen Eed, 
fa, goeder confcientie', zouden achten te wezen van de recht- 
vaardigde,, verftandigfle en vreedzaamfte liefhebbers ^van het 
Vaderland ; en welk Privilegie de Vroedfchappen gewoon zijtf 
alle Jaareri, voor het formeeren der Nominatie van Burgemeés- 
teren, op den daar op gedanen Eed, wederom aan te nemen, 
en te beloven te zullen obferveerêti ,' voor zo verre met dé te- 
genswoordige Conflitutie der Regeeringe overeenkomt, en te- 
gens de au.thorkéit van den Heere Prinfe Stadhouder, èfl over 
zulks tegens Ket gunt aan hoögstdenzelven bij den Souverain iè 
gedefereerd, niét komt te ftrijden; en alzo nog, op den zelf- 
den 7 deezer, bij alle de prefente Leden wederom was aange- 
nomen geworden; het nogthans was gebeurd, dat de Oud-Sche- 
pen ralomon van echten hadde kunnen goedvinden tegens die 
gemaakte* Nominatie te protefteeren, fustineerende dat '^r in diej 
Nominatie 'informaliteiten zouden, zijn begaan ,. en dat mitsdien 
dezelve als legaal aan haare Koninglij ke Hoogheid niét konde 
worden geprefenteerd ; en met welk Protest, fchoon in zig nier, 
bevattende een eenig poinél , waarom dezelve Nominatie zoude 
zijn informeel of illegaal, de Heeren la KLé, PARyé,,vAN der 
waaien, Regeerende Schepenen, van den broek, Oud-Bur* 
gemeester, van zaanen, kamerling, steenis. e» van hoou 
gendorp, OiK^Sehepenen, zijnde; aüen Raaden in da Vroed- 



MAARLfitóS Ge/chieéenhfeni *fo 



ftfafp, tig hadden gétóegt, gèfljW dé Éargétoeestefr wittE, tft 
één der' Vröedfchappen , daar ria gèhóüderi, mede hadde vet*- 
fcïaard; teftviji omfertusfchen , teft zelfden <Mge, na dat verf e 
'6b metste Leden huri*ie Contra-Aantekening tegens dat Protest 
Iwddéft géreferveerd; de voorfëhreeve Vroedfehap y nret coff- 
currentfe ^lft van het opgemekï' geprotefteerd hebbende Lid* 
en van ailen , dief zig tén zelfden dage daar bij hadden ge* 
voegt, hadderf goedgevonden de alzo geformeerde Nominatie \ 
volgetfs ortüinafre gewoonte, wanrieer haare Koniriglijke *Fïoo£- 
heid zig in deeze Provimie bevind > door eeriige Heefen , bij 
<te* Vfoedfchap gecommitteerd, *an hoogstdezelve' te' doeft 
prefenteeren, bij overleveringe' van' eene Misfive van de 
Vroedfehap ,- waar bij dezelve Nominatie was vervat , ten eitt- 
de haare Koninglljke Hoogheid daar uit zoude gelieven ie 
éVigeeren zodanige vier Per/honen tot Burgeméesteren , alt 
hoogst dezelve ten meesten dienfle , en nuUe van deeze Stad % 
tonde oordeelen te behoren ; zijnde dezelve Misfivé 'triede gé- 
infereerd; en weHce Heeren Gecommitteerden de eerè hebbott 
gehad' om zig van hunne Commïsfie bij haare Roninglijfca 
' Hoogheid , op dén 8 dee^er , te hebben fiiogeri acquiteeren. • 
„Dat, hoe zeer de Vertoohers op dit alles' nu niets ander* 
ftadden mtfge* of kunnen verwachten, of haarè Roninglijke 
Hoogheid zoude, tiit die zo wettig geformeerde en aah 
hoogstdezelve gep'refentëerde Nominatie, hoogstderzelver Wei- 
behaaglijke' Elettie hebben gedaan, en ten minften zig verze* 
kerd moesten honden , volgen* het gitot bij haare Koninglijlfe 
Hoogheid zeft-e, omtrent- de laatstvoorgaande Nomiöatie van 
den 7 September van het Jaar 1757, was begrepen, en dien* 
■aangaande bij' hoogstdezelve , op den 5 O&ober van het Jaar 
1757, aan ü Êd. Groot Mog* was berigt, dat, zo onver* 
hoopt, en Biêttegdftftaande al het gunt voorfchreeven is, Mj 
'hoogstdezelve echter nog omtrent de wettigheid van die No- 
minatie eenige dubréteit of zwarigheid mogte zijn overgebl*. 
veö, hoogstdezelve daar omtrent eluridatie zoude hebben g€- 
•requireerd van de Vroedfehap, of gefproken -met de Gedepu* 
teerden, die de eere hadden gehad van de gerafelde Nominatie 
aan hoogstdezelve te prefenteeren , * teh einde, indien de on- 
wettigheid mar behof» konde worden aangetoond en ve*. 

Q3 klaard, 



£44 HAARLEMS Gefihiedenisfen. \ 

Waard, bij de Vroedfchap, tot redres vandlw, konde wordefl 
geprocedeert; het nogthans, tot overgrote furprife en leedwe- 
zen van hun vertoneren, en van verre de meeste Leden van de 
Vroedfchap, was gebeurd, dat, zonder dat alles, haare Ko- 
ninglijke Hoogheid hadde gelieven goed te vinden, uit de alzo 
geformeerde en overgeleverde Nominatie, alleen te eligeeren 
drie Perfoonen tot Burgemeesteren, als naamlijk de Heeren 
witte, den eerst ondergefchreeven deutz, en van valken- 
burg, en tot vierden den Oud-Schepen salomon vah ech- 
ten, die op de Nominatie door de Vroedfchap niet was ge* 
bragt, en, volgens de optellinge der Stemmen, daar op ook 
niet gebragt hadde kunnen worden. En van welke Ele&ie 
het haare Koninglijke Hoogheid hadde behaagd, bij Misftve 
van den 9 deezer, kennisfe te geven aan Mr. daniel jan 
kamerling, Hoofd-Officier deezer Stad, met last om dezelve 
Heeren te beëedigen en in de posfesfie van hunne Bedieninge 
te (lellen, volgens de Copie van dezelve Misfive, welke MjV 
five gantsch divieerecde zal worden bevonden van het gewone 
Formulier der Misfiven, waar bij de Eledie der hoge Heeren 
Stadhouders in der tijd altoos aan de Hoofd-Officieren is toe- 
gezonden geworden, en welke haare Koninglijke Hoogheid 
voor deezen mede heeft gelieven te ufeeren, zo als daar va» 
uit de voorgaanden zoude kunnen confteeren, 

.„ En dat daar op, vervolgens, al verder was gebeurd, dat 
de Hoofd-Officier der gemelde Stad, die, als. Vroedfchap, 
alle Jaaren, op zijnen daar op gedanen Eed, .het achtervol- 
gen der Privilegiën en Oftrooien, en <Jus ook van gemelde 
Privilegie, van het Jaar 1651, in maniere voorfz., aanneemt 
mede te zullen nakomen en achtervolgen, en ook fpeciaal 
zulks-, met folemneelen Eede, belooft heeft i» handen van 
Burgemeestèren , bij het posfesfie nemen van zijn Arapt als 
Schout, niet alleen, den 10 deezer, gemelden Oud-Schepen 
salomón van echten hadde gelieven te convoceecen om te 
worden beêedigd, maar den zelven ook efFe&ive in den Eed 
als Burgemeester hadde aangenomen , niettegenftaande dat twe* 
der wettig uit de Nominatie aangeftelde Heeren Burgemeeste- 
ren, met namen de eerst onderfchreev-en der vertoneren 
Pk,uts en yan valkenburg, ten dien tijde hadden verzogi 

tot 



HAARLEMS Öefch'idetiisfen. 24$ 



dit daar mede mogte worden gefuperfedeert , en de Hoofd- 
officier evenwel met die beëediginge willende voortgaan, de- 
zelven waren genecesfiteerd geworden tegens de BeSdiginge van 
den voornoemden buiten de Nominatie aangeftélden Heer e, en 
tegens de handelwijze, door dep Hoofd- Officier in deezen 
gehouden, op het kragtigfte te protefteeren , volgens de Copie 
van derzelver Protest, ter Kamere van de Heeren Burgemeeste- 
ren gedaan en doen regiftreeren. 

v - „ Dat dit alles tot kennisfe zijnde gekomen van de Vroedfchap 
der Stad Haarlem, en zulks ook van hun vertoneren, die daar 
van de Meerderheid zijn uitmakende, dezelven, aan de ééne 
zijde, wel in aandachtige overweginge hadden genomen het 
aanzienlijk Recht, de authoriteit en waardigheid, haare Koning- 
lijke Hoogheid in derzelver hooge kwaliteiten competeerende , 
20 als zulks aan de Heeren Prinfen Stadhouderen in der tijd, en 
dus mede aan hoogstdezelve in haare kwaliteiten door hunne 
Ed. Groot Mog«, als Souverain van den Lande, is geconfe- 
reerd ; en welke wettige Rechten zij vertoners zo min , als 
eenige van derzelver Medeleden, niet alleen geenzints begeeren 
te verkorten, maar naar hun uitterfte vermogen genegen zijn 
tegens alle infraétien te helpen handhaven, doch dat, aan den 
anderen kant, volgens hunnen Eed, in hunne voorfz. kwaliteit 
ten, ter bewaringe van der Stads Privilegiën, Vrijheden en 
Rechten, folemneel geprefteerd en afgelegd, zig insgelijks in- 
dispenfabet hadden verpligt gevonden te moeten doen, het gunt 
zij dien conform, en van confciende wegen, totmaintieu van 
dien, zouden pordeelen te tehoren; en dat zij vertoners , met 
dat oogmerk, het voorfz. gebeurde rijpelijk hebbende geponde- 
% reerd, bij geene mogelijke imaginatie, onda: eerbiedige reve- 
rentie, hadden kunnen begrijpen hoedanig of op wat fundament 
de voorgemelde ,Eleétie of eigentlijke aanftellinge van haare Kö- 
ninglijHe Hoogheid, van den Oud Schepen van echten tor 
Burgemeester, tonder dat op de Nominatie van de Vroedfchap. 
was gebragt geweest, heeft kunnen gefcbieden, als zijnde niet 
alleen aan hun vertoneren, na exa&e averweginge voorgeko- 
men, dat bij alle der^Stads Privilegiën , Handvesten of O&rooi. 
tn, de Rechten tot het maken varteene Nominatie van een dub* 
fel geul, 019 daaruit eeue Eleclie te worden gedaan, aan ds 
; Q.j. . Vroeé: 



24$, HAARLEMS Gfffii«foiiffi». : 

Vroedfchap is gegeven ea toegekent; ww d**r benevens ook 
zeker fa% (Je Vroedfchap van dat Recht , ondepr 4e Regeerin-, 
gp jpede van alle de hooge Hepren Prinfen Stadhoudéren* ia 
eeqe ongeinterrumpeerde pos^èsQe is verbleven, en het zety$ 
I^echt ^lfo, door aüe dezelve, een aljen tijde» gelijk zulk» 
in voiige gevallen tot bier toe door haare Koninklijke Hoog- 
lied zelve is gedaan, fte k gqtgnofceerd, 

„ Dat» in deeze toedragt van zaken» zij vertoners» welken 
opk .-in de Vroedfctop, w zake van dezelvp Ekdie, betoopr- 
lijk «hadden geprotelteerd of doen prptflfleeren, niet ander* 
hebbende kunnen befluiten , als dat de voorft. aan/lelling van 
deq Oud-Schepen van echten, buiten, de Nominatie» tot 
Burgemeester bij haare Koningrijke Hpogheid gedaan, was een 
compleet abuis; waar toe fonunfgen haaré Kóningttjke Hoog" 
held, door verkeerde infornjarien en berichten, hadden geper- 
moveerd, en dus zo wel boogstrferëelver verligt oordeel 
hadden weteij te fab- en obripfeeren, ais denselver aangebo- 
ren gpedheid ten onrephte te misbruiken, en over zulks geen- 
Timp twijfelende aan het fucces in ddeze zake; wanneer haare 
Koninglijke Hoogheid nader van de ware toedragt van dezel- 
ve, en yan de notoire gegrondheid der Rechten van do 
Vroedfthap, konde worden geïnformeerd. $ dienyolgende zij 
vertoners» in de Vroedfchap, dienaangaande » den u deazflv 
gehouden,, gaarne. daar in hebben toegeflemd^ dat, voor alle 
zjtkeu» 0Q^r eepe aanzienlijke Deputatie, aan haare Koning* 
Iqke Hoogheid, op de eerbiedigde wijze» d«rzelver vöorfz» 
beUag «oude behoren .te warden gcremanflreerd , en , op de 
meest daar toe dienende, gronden, het redres van dezelve 
worden verzogt; gelijk. , zulks den 12 deezer ook was in het , 
werk gefteld; dpch met eene gantsch onverwachte en onge- 
lukkige uitkomst» zo als het zelve in het breede was te zien 
in het rapport, bij. de Heeren Gecommitteerden van die 
Commisfie, aan de Vroedfchap, den 18 deezer, gedaan. 

. „ En bij welk geuit fentïment zij vertoners, tot hun aller- 
iVnertelijkst leedwezen», verders hadden* moeten ondervinden 
dat haare Koninglijke. Hoogheid alzints ha^de gelieven te per- 
fifteeren, door de Publicatie, welke hoogstdezelve, deezen 
aangaande, deq 11 doem , hadde goedgevoedea binnen de 
gtMlde Stad te laten doem ', » fta 



jmmëm m i ■ ■ 1 '■ « — — — » 

, „ Dat zij vertoners, die, alloen uit hooge reverentie en 
eerbied voor de voorfz. gpdeciareerie intentie van* haare Ko- 
iiingttjke. Hoogheid, wel niet vóór hebben den gaffelden bij 
haare Koqw£Hjke Hoogheid auto geè$giecHfen ftfcrgeueester 
van «QKTBff onderntsfchén in xijtfie fimftie ie wederftreven of 
te tui£eeren, maar genegen zijn* zonder verkortinge va» der- 
zelver Rechten^ hec felve interim ts jacen biy kunne daar 
regens gedane Protesten, als ten prifidpaaka alleen beoogende 
de Confervatie yan de Stads Privilegiën en Rechte*, volgeni 
hunnen daar. op ge^anen Eed, diettvolgeode, hoe fceex *m de 
eene zijde wei geconfidereerd hebben deeoen voor hun, zo 
fmertelijkea als perplexen toeftaud, Mn den anderen 4»nt nog- 
thans hebben vermeent aan die # hunne zo dqure verpligting* 
piet te kunnen voldoen, wanneer in de voorfz. bij haare Ko- 
ninglijke Hoogheid gedane Èle&ie geheel zouden blijven be- 
rusten , zonder aan ü Èd, Groot Mog. den waren toeftand - 
van dezelve te hebben opengelegt, ,en van hoogstjïezelven, 
toït welkers boezem, als Souverain van den Lande, de Pri- 
vilegiën, en dus ook het voorfz. Privilegie en Ö<StrooI van 
den Jaar e 16*51, zijn voortgekomen, hunne, zo zij vertoners 
Tertrouwen, rechtmatige klagfen te nebben mogen openleggen, 
om dienaangaande een billijk redres te imploreeren. 
* „ En dat,. gelijk zij vertoners, omtrent het formeeren der 
voorfz. Nominatie,' niet bewust zijn ietwes te hébben beoogd 
of gedaan, dan hét gunt met het dtêïameu der Privilegiën, 
en fpeeiaal Van het voorfchreeve Privilegie en Oétrooi van U 
Ed. Groot Mog.* van den Jaare 1651, is overeenkomende, 
terwijl ook noch bij het geprotegeerd hebbende Lid, noch 
bij die geenen , die zig met den zelven hebben gevoegt , ee* 
nige fpecifteke redenen van bezwaar tegens de Notirinatie zijn 
geallegueerd ; zo als bij haare Konlngïjjke Hoogheid zelve* 
aangaande eehige illegaliteit of informaliteit van dezelve , geen 
de minfte mentie aan de Vróeiffchap is gemaakt geworden, 
veel min daar omtrent eenige informatie bij böogstdezelve is 
gerequireerd of gevergd; en bij dat alles ook nog te voegen 
2ijnde, dat zij • Vertoners , na een naauwkeurig en fcmpnleus 
onderzoek van alles , niet kunnen vinden of bevatten het fun* 
dftment,~ : wtir op de voornoemde: Oud-Schepen van bcaten, 
.V- Q4 • .bij 



*4& HAARLEMS GefiHedenhfru< 

IMwm ii i i i . i i . i i ■ ■ "j umi» 

hij haare KaningÜjke Hoogheid, toe Burgemeester heeft kunne* 
worden geëligeerd, als wel bewust zijnde dat bij hunne Ed 
Groot Mog. aan de hooge Heer en Prinfen Stadhouders, en dut 
mede aan haare Koninglijke Hoogheid, in hoogstderzelver kwa- 
liteiten, wel is gedefereerd het Recht van de Eledie uit de 
Nómtnatien van een dubbel getal, maar geheel onkundig wezen- 
de, dat ook het zelfde Recht zfg zoude kunnen uittrekken on* 
de verkiezing te mogen doen met voorbijgang der Nominatie 
Van de Vroedfchap, en buiten dezelve, als waar door het 
Rechs tot het formeeren der Nominatien voor de Vroedfchap 
?iet alleen geen Recht meer zoude kunnen gezégd worden te 
zijn , maar ook alle verdere confequeutien % 'welken daar uit 
souden moeten proflueeren, njet behoeven te worden ter neder 
gefield; zij vertoners, in hunne voorfz. kwaliteiten,» om all* 
Voorgemelde redenen x zig genoodzaakt vinden, klagelijk, hu^ 
fëcours te moeten nenien tot U Ed. Groot »Mog., $ls Souve- 
en v$p den Lande, en die meer dan eens, bij vorige gevallen, 
^olemneellijk hebben gelieven te verklaren, onveranderlijk , ge- 
^efblveerd te zij,n de hopge Reeden Prinfen Stadhouders bij der- 
zelvei; Rechten. e& frerogativen, doch, ook de S.tedeq bij haare 
privilegiën , volkomelijk te \yillen maintineeren j met gedienftig 
f& ootmoedig verzoek d^t y Ed. QrootMog., de voorfe. 
ygprdragt, naar deszelfs merite en importantie, overwegende 9 
^n vertoners, bij de Stads Privilegiën, en alzo fpeciaal mede 
kH bei^ voorfe. Privilegie en Octrooi van den Jaare 1651 , gelie*. 
yetit te maiiuineeren, en over zulks in allen dee?en zodanige 
Yftorzieninge te doen, als U Edele Groot Mog., naar derzelve* 
fcopge wijsheid, zullen oordeelen te behoren/* 
\ V^elk doeqde enz. 

Jacob deutx, Raad en Regeerende Burgemeester, 175^ 

1f+ s. crommelin , Raad en Oud • Burgemeester. 

f-. 9. fa gel, Raad en Oud- Burgemeester, 

4Mt£NP D£ raad, Raad en Oud-Burgemeester^ 

P. irE, lev de wiL«£M, Regeerend Schepen. 

£. van dyk^ ^aad en Oud-Burgemeester.. 

y. va^ spauj^NBUHCB van Mqwoipflnj % Raad. en Om*-. 



HAARLEMS Ge/chiedenisfin, 449» 

^^p— ' in i \ ■ in 1 1 

C. j. van dam, Raad en Oud-Schepen. 

, C. a. van sypestein, Raad én Oud-Schepeq, 

D. van lennep, Raad en Oud»Schepén« 

And, heshuizen, Raad en Oud «Schepen* ^ 

A- küits, Raad en Oud-Schepen. 
Antonis slichkr , Raad en Oud-Schepen* 
J. huighens, Raad* en Oud-Schepen. 
Is aak kliffort, Raad en Oud-Schepen. 
]. van styrum, Raad en Oud-Schepen. 
Jan theodoru8 koek , Raad en Oud-Schepen. 
J. d. pauw, geboren hqeuft. van buttingen , Raad c* 
- » Vroédfchap. 

Dit Réquest , met deszelfe Bijlagen , wierd , volgens eene Refa- 
latie hunner Ed. Groot Mog., op den zelfden dag genomen* 
gezonden aan haare Koninglijke Hoogheid, de Vrouwe Gouver- 
nante, om den zelven daar op te laten toekomen hoogstderzel* 
ver Confideiatien en Bericht. 

. Het Bericht van haare Koninglijke Hoogheid , op het Requeat 
der achtien Leden van de Vroédfchap, was van den volgenden, 
inhoud; 

Edele Groot Mogende Heer en, bijzondere §oe Je 
Vrienden! 

«, Wij hébben wel ontfcngen U Ed. Groot Mog, Misfive van 
den 27 September, laatstleden, houdende verzoek, om aan U 
Ed. Groot .Mog. te willen laten, toekomen onze Confideratien 
qp den bijliggenden Retuestt , door achtien Led?» van de 
Vroédfchap der Stad Haarlem aan U Ed. <5root Mog. gepre* 
fonteerd, met klagten over onze gedane Electie van salomon 
van echten , tot Burgemeester van dezelve Snid , en tendee* 
reqde ten. einde \J Ed. Groot Mog, henlieden bij de Stads Privi- 
legiën, en alzo fpeciaai mede bij het Oétrooi en Privilegie van 
dpn Jaare 1651 , zouden gelieven te maintiueejen , en over- 
ftrifes in deezen zqdanige yoorzienïnge te doen, als U Ed. Groot r 



*g» HAARLEMS GJitfeJenisfefr. 

Mog., naar derzelver hooge wijsheid,, zanden oordeelèn te 
fcehoren. 

„ Om vervolgens 'pan de intentie vin U. Ei Groot Mog. 
te voldoen, achten wij het nodig U Ei Groot Mog. vooraf 
te informeeren van het geeae, darnaast ocnigen tijd, in die Stad, 
onder de Regeertag aldaar-» is voorgevaHen. . En wij houden 
ons verzekerd dat U Ed. Mog. don? door niet minder mee 
verwonderinge, dan met verontwaaxdigtoge, zuüen wezen aan-" 
gedaan , over de onderneminge van deeze achtien Leden van 
de Vroedfchap; dat' U Ed. Groot. Mog. daar bij zullen be- 
grijpen dat het eminent carafter, dat wij in deeze ProVintie 
liekleden , daar voor behaorde beveiligd te wezen ; en dat 
even daarom U Ed. Groot Mog. zullen juftificeeren , dat wij , 
in het fuppeditëeren van deeze onze Confideratien , on* geen- 
stnts met dezelve achtien Leden begeeren te comprorokteeren, 
Teel min ons in te laten om met hen over de ontwijfelbare 
Rechten van onzen zoon» den Erflhdhouder deezer Provin* 
ce, te disputeeren of die tegens hente defendeeren; en dat, 
▼oor zo verre wij echter daar bij, moer of min, in de ma- 
urie treden, «ulks alleen gefdiied om U Ei Groot Mog. 
der uit te .laten oordeden, of niet hunne gehouden condoi- 
tes zodanig afwijken van de gronden van eene welgeöeide 
Regeer inge, dat, indien die door anderen ongelukkig mogten 
worden «nagevolgd, de uitwerking daar van niets anders zijn 
«al, als dat voortaan de Privilegiën, Wetten, Coftumen en 
Ufantien niet meer het rigtfnoer zullen behoeven te wezen, 
waar naar de Regèeriiig van het Land en de Steden beftierd 
moet worden, maar dat eene willekeurige overmagt zal Ham" 
ceren het geène ze oordeelen zal het meeste van de cónve- 
nïentfe te zijn. Doch of op dia wlj#e eene Regëertog rtand' 
kstu houden, vertrouwen wij dat niemand fouteneéren zal. 

„ Het is tiu ruim drie Jaaren geleden', dat tot onze, keimfr- 
{ë gebragt wierd dat twintig van de tweeëndertig Vroedfchap- 
pen der Stad Haarlem , met den anderen ^ eene verbmtenia 
zouden hebben aangegaan , • met ultfluhinge van twaalf hnnner * 
Medeleden, en dat aan het hoofd van die cabfcle zoude zrjn 
Mr. jacob deütz. Dit een en ander kwam ons zeer -onwaar- 
• - - fchij* 



HAARLEMS Gefchtedenttftn. v «t 

f^Ujjolijk voor. Het eerfte, om (kt hot aan de Regenten van 
Haarlem , immers aan die geeoen, dte voor den Jaare 174% 
ia de Regeeriog zijn ge wee* t, met onbek/end koude zijn, dat 
de Correspondentie , die in dezetoe Stad , bij de aankomst van 
pijlen onzen Pogrluqluigften Gemal tot bet Stadhouderfchafr 
deezer Provintie, fnbfifteerde, ate fVdjdig naet de fondamenten 
Ie Weuen dar Regaeringe eü verkortende het Stadhouderlijk» 
geeag , het weik door de toenmalige Regenten ook alzo wierd • 
begrepen , op deszetfs expres goedvinden formedttijk was ver? 
nietigd; en dat daar na, bij de veraoderinge der Regeeringe, 
in den'Jaare 1748, door de Heeren CommUfiüisfen eKprasfetfjk 
wis geordonneerd» dat de Regenten zig pun&ueellijk zouden 
hebben te wagten van in het vervolg eenige Correspondentie t* 
forraeeren; dat bij elk van hen aangenomen was. En het twee» 
de, on> dat gemelde Mn jacob drutz één van de eerfte Regen* 
ten geweest was , die aan wijten onzen. Doorlucbtigften Gemaal 
onder het oog had doen komen de onbegaanbaarheid van do 
voorfz. Correspondentie , bij welke hij , bekledende het Ampt 
van Baljuw van Kennemerland ', gefecludeert was van alle ande* 
re Ampteu en Bedieningen; en dat bjj* zedert de vernietiging 
van die Correspondentie , niet alleen, door Elegie van wijlen 
onzen Doorluchtigften Gemaal , was geworden Hoog-Heemraad 
van Rhljnland, maar ook Burgemeester van de Stad, Wij oor* 
deelden nogtfians vprpligt te vyezen ons daarop te informeeren* 
en wierden vyel haast gewaar dat het eene niet minderwaar was, 
dan het anderen. 

„ Wij begrepen aanffrnds de onbetamelijkheid van die daad, 
^aar mede op eenmaal de Privilegiën van Haarlem den bodem 
wierd ipgeflagen , de Conftitutie van de Regeeringe in deu 
grond geren verfeerd* en aan twaalf Ledep van de Regeeringe 
hei Recht benpmen, dat zij bij huane aanflellinge egaallijk me; 
hunne Medejeden verkregen hadden , en waar van zij niet kon. 
den gepriveerd worden als door inisdaad, verlies van Poorter- 
fchap of andere oorzaken, bij de Privilegiën of in Rechten ge- 
wettigd; en dat vervolgen^ zulk een beftaan niet konde. nog 
n^ogte' toegelaten worden, Wij tyistea onze verpiigting om bin- 
nen dee^e fanden alom eene goede Politie te doen handhaven , 
4e Steden en Leden, v?q dj^YSi* bij haaje Gerechtigheden en 
* N Prt 



«t HAARLEMS Oefchiedenhfen. 

' S 
Privilegiën te bewaren, en alle misbruiken, ter contrarie, 
net 'er daad te doen ophouden. Doch , in plaatze van aan- 
Honds gebruik te maken van onze wettige authoriteit en die 
cabaie onmiddeiijk tè doen verbreken, prefereerden wij, uit 
eene natuurlijke neiging voor de gematigdheid, voor eerst, 
den weg van zagtheid in te Haan, en requireerden bij ons 
den een en ander van de verbonden Leden, die wij over hun 
gemaakt verdrag onderhieldeti en vermaanden om daar van te 
refifteeren, met ailegatie van redenen, waarom dit, hoe eerder 
zo beter, behoorde te gefchieden; doch het antwoord, dat 
wij daar op ontvingen, ftrekte minder om de voorfz. verbind- 
tenis te ontkennen of die te juftificeeren, dan wel om die te 
excufeeren en op alle wijzen te coloreeren, onder anderen 
daar mede, dat bij dezelve niets vervat was, dat aan de 
Rechten van onzen zoon eenige prejuditie konde geven. Wij 
vermeenden echter redenen te hebben, uit het geene bij die 
entretiens was gepasfeerd, om te mogen verwachten, dat bij 
nader overleg en dieper inzien in deeze zaak, de verbonden 
Leden bedagt zouden wezen op middelen van redres; immers 
wij verlieten ons -daar op; doch met geen andere uitkomst, 
als dat de eerstvolgende Nominatie tot Burgemeesteren > in 
jen Jaare 1756, op welke twee van de twaalf gefecludeerde 
Leden, met namen salomon van echten en Mr. daniel jan 
kamerling , gepasfeerd en twee van de jongere verbonden 
Leden aan hun waren geprefereerd, duidelijk deed zien, dat 
de gemelde verbindtenis bleef fubfifteeren. Wij hebben het 
zelve niet 'onopgemerkt laten doorgaan, maar onze furprife en 
ongenoegen daar over getoond, met herhaalde dehortatie van 
die' handelwijze; doch, uit conflderatie dat de gemelde twee 
gepasfeerde Leden deswegens geene klagten aan ons hadden 
ingebragt, en dat wfj altoos hoopten dat onze gematigde ban* 
delwijze de verbonden Leden te eerder op den rechten weg 
zoude brengen, hebben wij echter, onder ferieufe recomman- 
datie voor hét toekomende, de Eletfie uit dezelve Nominatie 
gedaan, welke de verbonden Leden ons daar na hebben durven 
tegenwerpen als eene goedkeuring van hun doen. Wij hebben 
4eeze zaak daar bij niet gelaten, maar van 'tijd tot tijd deezeji 
en geenea van die cabria onderhouden, om, tot voorkoming^ 

v» 



HAARLEMS GefeiiédeUtfa *5* 

1 

*an verdere moeilijkheden en onatagehanie gevolgen , «He 
«laar uit natuurlijk zouden moeten proflueeren, van dit odieu* 
ie werk een einde te maken; doch al mede zonder eflfèft. 

„ Hier op is de tijd weder genadere tot het maken van 
efcne Nominade van Burgemeesteren /voor den Jaare 1757 + 
wanneer die verbonden Leden, door het afttèrven vart één 
van de twaalf gefecludeerde Leden, tot het getal van eenen- 
twintig aangegroeid, voortgaande in het mainüneeren efi da- 
delijk werkftellig maken van hun ongeoorloofd verdrag, van 
de Nominatie hebben afgelaten Mr. jüstüs witte, Mr. re- 
mees FLORIS VANZAANEN en SALOMON VAN ECHTEN, alle drie 

resforteerende onder de gefecludeerde Leden, fchoon die, ' 
volgens hunne fustenue, naar het aloud gebruik, gegrond op 
de Privilegiën, daar op hadden moeten gebragt worden. Die 
veroorzaakte dat de gemelde drie gepasfeerde Leden tegen* 
die Nominatie protegeerden van illegaliteit, daar zig zedert 
de acht andere gefecludeerde Vroedfchappen hebben bijge» 
voegt, en dal zij daar op immediaat hunne klagten daar over 
aan ons hebben gedaan, met verzoek van redres en om ge- 
handhaafd te worden bij de Privilegiën van de Stad,. mee 
overzendinge van eene Nominatie, naar hun begrip, conform 
aan de Privilegiën van de Stad. Wij ontvingen, ter zelf der 
tijd, de Nominatie, zo" als die bij de eenentwintig andere 
Leden van de Vroedfchap. was geformeerd, met verzoek , om 
daar uit eene Eleflie te doen; doch deeze twee verzoeken 
regelrecht aan den anderen zijnde geoppofeerd, gaven wij 
daar van aan de gezamentlijke Regeering kennis, en van ons 
voorneemen om Commisfarisfen te benoemen , welken deeze 
zaak zouden onderzoeken en van hunne bevindinge aan ons. 
rapport doen» Zo als wij vervolgens daar toe verzogt en ge- 
committeerd hebben de Heeren van wassenaar tot kat* 
wvk , befchreven in de Orde van de Ridderfchap en Edelen 
deezer Provintie, en van der dussen, Raad en Oud Sche- 
pen der Stad Delft ; welken daar op beide ae partijen voor 
hen hebben befchreven om dezelven te horen, en te onder- 
liaan, of niet, door het middel van een convenabel accommo- 
demënt, de gerezen onlusten zouden kunnen worden weggen 
temen, en aUo de harmonie onder de Leden van d?. Regee- 
rt* 



L$4 HAARLEMS GtfchltJé*tsft& 

^nge wtsier worde». hetfleW^ Wat chef op is voorgevallen , e* 
welke oriaangenaamhedön on * daaromtrent zij a ontmoet, zullen 
wij niet Afhalen, om. (kt het zelve, tot aan den tijd van Uwee 
Ed< Groot Moge Refotütie van de» it> November van het Jaar 
?M7* -9PS a * te versch inde geheugeuis is; en dat het geenq 
verder, daar na is gepasfeerd , ons te verre zoude afleiden van het 
voorgemelde oogmerk, dat zig altyer eenigiijk bepaald tot het 
ft uk van de cabale, en het geene uit dien hoofde bij de Leden 
van dezelve is gedaan en gelaten. . 

„ Bij de voorgemelde Refokitie van den i o November van het 
Jaar. 1757 hadden U Ed. Groot Mog., onder anderen, gelieven 
.goed te vinden ons te verzoeken om alle.devoiren aan te wen- 
den 1 om door onze intercesfie dé gerezen dïflferenten in der 
minne te- concilieeren, en, was het doenlijk, de gebroken har* 
monie tusfetien de Regenten 'te herfiellen, en tevens de Heeren 
van Haarlem te exliörteeren daar toe al "wat mogelijk was te 
contribtreeren en alle faciliteit te adhibeerèh. En dat falutatré' 
oogmerk van U Ëd. GróóVMóg. vólinaaktelïjk overeenftemmen- 
cfê met "ónze bevattingé en "ihelmatie , hebben wij ook daar toe, 
zo door ónze eigen perfoon, als door onze Commisfarisfen > 
alle imaginable middelen aangewend ; waar door dit werk , na 
VeelvulcÖge onderhandelingen' met de beide {tèrrïjeh en verfcheidd 
Vööttiatgen, astn- dezdven gedaan, bij gelegenheid van de voör- 
zïeninge, die omtrent' de Commisfien ter Admiraliteit van Am* 
jfetduifri^rt in* de Prbvintiaté Rekenkamer alhier, en diveffe 
Stedelijke- Bédfemngeir, door de Vfoedfchap der Stad Bdarlent 
tioèsto Wórden" gedaan, 'eindelijk zo verre gebragt is, dat eeni- 
gé ontwót^en Poinéten en Artikelen, door" welken de prefentd 
önkwten ten ée*etnaa* zondert worden ge^sTópTieerd, én te gelijk 
ibrg gedragen worden om «Ré voor het toekomende te preve» 
meeren, beidetzfjdfc ingang begonnen te krijgen. Onder deézen 
waren 'er twee, waar op da zaak voornamelijk aankwam; het 
eend om af te zien .van alle; verbind tenisfen, zo aan de eene alt 
andeié,. zijde, en het andere, om voortaan niemand uit haat* 
*ijd of om eenigerhande andere zaken van de Nominatie te ver- 
Heken. De gefecladeende Leden' waren gereed om daar aatt 
hunne toeftemming te geven; doch de verbonden Leden, eemV 
ge refle&ie hebbende op' de bovengemelde woorden of om een** 
ttrhanég amkt* zake*, dtffioukderden/ ook om zulks bij g* 

fchrif* 



JJAAKLEMS GêfikUd*il$fiï. *£ 

kkrtfte tt doen, «a möéndwf , dat het genoeg soudé wezeir&ët 
$en en ander, als men. dé, zaak eens was, bij ibondSe aan té 
semea. Maar een,, ander, ponrö, behelzende eeltige fetisfaQSe 
wor Mlv jtrstüs wrct*,L<Mn jdie te brengen op dé Nominatie, 
in pfcape vaa één ftofieaomineerden* dié men' voor had iriet 
«n*:<üopMnisfie ce vooczten r gaf aan de verbonden Ledett dfe 
«riekikg» om de onderhandeling, die zo vetre gevordert was* 
mf te breken. Hier doot vorderde de natuur van de zaak,, da» 
tot werk. ten principalen wjerd bij der hand, genomen , door 
bet fteilen van de overgeleverde grieven in handen van. de ver- 
bonden Leden, om daar op te, zeggen. hun belang. Dit gede* 
nunüeerd.en het nodige ter expeditie daar toe bereids in gereefl- 
ieid, gebragt zijnde, wierden wij onder rigt dat, de vei boude» 
.Leden, gerefolveerd hadden de, fchrifteHjke Afte van Verbindte- 
,jiis uit de waereld te helpen , en die aan het vnur hadden op- 
geofferd^, en niet lang daar na verftonden w.ij , dat, teroccafte 
van 4e Comraisfie in den Raad van. Staate , . .wegens de Stad 
Uaarlari , ter begevinge flaande van de Kamer van Burgepiees* 
teren, zig wederom de.apparentie had opgedaan om de afgebro- 
ken onderhandelingen te reentameeren \ zo als die Ook met 'er 
daad .weder wierden bij der hand genomen, en zoverre gevou- 
dert, dat, om redenen, van de zijde der verbonden Ledea 
bijgebragt, uitgefteld blijvenda het reguleeren yan.de twee <&£ 
ferentiale poinden. tot .na de- Electie van Burgemeesteren , die 
wij (tonden te doen, aan Mr. gysbert jan de bmjyn de Cont- 
misfie in den Raad van Staate wierd gedefereerd en in zijne 
plaatze'op de Nominatie van Burgemeesteren gefteld, Mr. jw- 
tus witte. Uit welke veranderde Nominatie, wij . vervolgooa 
aanftonds de Eleétie van Burgemeesteren hebban gedaan; ia 
geene andere gedachten, of alle oneenigheden (tonden na op 
het poinék om. geheel te, worden vereffend. En wij. konden 'm 
geene andeVe gedachten zijn, zo wij, zonder noodzake,. 4e 
goede trouw en oprechtheid der handelingen van de verbonden 
Leden niet wilden verdacht houden, terwijl de voorfz. fchikr 
ki'ug, met alle fchijn van (inceriteit .en zonder fchriftelijk ver* 
drag gemaakt zijnde, bij de Conferentie., daar over gehouden, - 
genoegzame toezegging was gedaan , dat alle faciliteit zoude 
toegebragt worden, om de twee onyereffende pointfen, voor 

den 



*$£ HAARLEMS CèpaJeiênis/eëi 

' i • i" ■ ■ " ■ ■ "'n i r "" '■* 

den tijd van de veranderinge der Regeeringe, in der ihiohè 
te reguleereu, en 002e Commisfarisfen van hunne zijde be- 
looft hadden alle devoiren 'te zullen aanwenden, öm ons te 
perfuadeeren dat wij ook daar toe alles zouden willen con=> 
tribueeren, en wel inzonderheid om zeker Reglemeat, bij dé 
Vroedfchap der Stad Haarlem , Sn den Ja&re 175a, óhtwor* 
jpen, en waar op onze Approbatie verzogt was, fchoon daar 
$n wel vetfcheide pointten van' bedenkelijkheid gevonden 
^vierden, door onze Approbatie, tot finale beflisfinge van allé 
verschillen, te confirmeeretu Maar Wij maakten een gantsch 
verteerde rekening \ want onze Commisfarisfen, alvorens d£ 
<tonferentieu met de beide partijen te hervatten, dat werk 
onder de hand- traduende te prepareeren, vonden die faciliteit 
filet» waar op t\) badden ftaat gemaakt; én waren eihdeüjk 
gehóödgaakt de laatfte proeve op dit werk van bevredigingè 
te nemen, mét iaato de geheele- Vroedfchap, itt fublfantfe, tè 
proponeeren, om het voorfz. Projeft-keglement van den 
}aare 1^52 te 'leggen tot een bafis van asfopiatie, en, doót 
middel van tWee 'Ampliatien , die voor nu en voor het toé=- 
komende te perfe&ioneeren. De eerfte van die Ampliatiefi 
wierd gebragt tt>t het zesde Artikel, alwaar vfcn het makeA 
der Nominatien géfpróken word, met deeze woorden: zonder 
iemand daar uit te verfttken &m haat, 'nijd o f om eenfger** 
handt zaken; en de tweede tot het vijftiende Artikel,. tér 
plaatse, alwaar van de onderhoudinge van het Reglement ge- 
handeld word met deeze woorden , en hebben voorts, atle de 
Leden qpn de Vroedfchap , tot ineerderè verzeleringe van 
de goede ordre en vaufietlinge van vrtendfchap en harmó* 
mie 9 gedeclareerd van atle yerbindlenisfen > die over eé 
Weder tonden mogen wezen aangegaan , voor altoos af tè 
Zien en te renuntieeren , bjftvende aan den anderen* ah 
luiden van eer, nimmer eenige fep ar at è engagementen tè 
tullen aangaan , maar tig altoos te houden en gedragen alt 
Leden van een onverdeeld' Lichaam betaamt \ Doch hei 
antwoord, dat onze Commisfarisfen hier op ondingen, fiiekt 
in, dat bi} verre de meeste Leden van de Vroedfchap reflec* 
de gemaakt was , dat de eerfte Ampliatie zaken behelsde * dï- 
reft aanlopende tegens den inhoud det Stads Privilegiën } en 



HAARLEMS OefchUdinitfa É# 

\ m * ■■ • I I * I I K 1 il ' - 

dat, uit.de eontenue van de tweede ~Ampliatie,'niét£«ftcter# 
zoude, konnen refulteeren, als yeele inconvenienten , disputen 
en verwarringen» en dat zij Vervolgens den gedanen'voufflag 
moesten declineeren. Onze Commisftrisfen, begrijpende dat 
niets minder met den inhoud van : hunne Commisfie en van hun- 
ne ware intentie. overeenkwam ; dan Propofiden van dien aart 
te doen ; daar. zij in deeze gamfche onderhandeling » zo bij 
mondd*ts*gefchrifte, altoos verklaard hadden , dat wij, en zij, 
niets anders, op. bet oog hadden, ais, met de confervarie van 
de Privilegiën,. de rust en harmonie onderde Regenten te her- 
ftellen* hebben wel getragt daar op de nodige elucidatien te 
verkrijgen, en weJ inzonderheid eene defignatie van de Privile- 
giën, wast aan: de eerst gedane voorflag zoude contrarieeren ; 
doch daar in al mede niet kunnen reusfeeren. Ën zo zijn daar 
door -die onderhandelingen ten eeneamal afgebroken, en de tijd 
beeft wel haast geleerd, dat het yoornemen van de verbonden 
lieden ,^ met -r.dê. verbranding van hunne fchrifteiijke A&e van 
Verbindtenis, geenzints verandert was, en dat het onverzette- 
lijk Weef om-de. cabaie, die door den dood van nog één dec 
gefeclud^erjde. Leden, nu tot het getaL van tweeëntwintig geko- 
men was, te main&ineeren en Jmote eerlijke en onbeiproken 
Mede-Regenten bij continuatie, te .verongelijken, Want.de tijd 
vin het .fbrraeecen der Nominatie, $en 7 September van het 
Jaar ifttriut zijnde, is de zaak in diervoegen. gedirigeerd, 
dat salomo». VAjN. ecstjrn,: ten , derden male , niettegeuftaande 
al het vaorfz. gepas/eerde, .van de Nominatie is afgelaten, waat 
tegens hij weder geprotegeerd en met. zijne mede gefecludeerde 
Leden- zijn béWag heeft gedaan aan pns-, «ten einde wij die aan- 
houdende' en.hoonende grief zouden willen repaceeren, met 
overzendinge van: eene Nominatie, conform aan de Privilegie» 
van de Stad, Wij hebben daar op. ook ontvangen de Nomina- 
tie, ze als die.bij.de verbonden Leden was geformeerd, en uit 
die twee Nomjtoatien, tot Burgemeesteren der Stad Haarlem 9 
onder anderen, niet willekeurig, maar uit de hoogde drang en 
noodzake,. gevigeerd salomon van echten; waar van wij aan 
den Officier der Stad Haarlem kennisfe.hebben gegeven , met last 
omden zelven, nevens de andere geêli^eerde Burgemeesteren, den 
behoorlijken Eed af te nemen en in de posfesüe van zijne be- 
XXI. DEEL, * R die* 



a$« HAARLEMS Qef&UA*ttflan 

dieofage ie ftelleo. Wat bij dte gelegenheid op de Kamer vao 
JtargemeesteigB, door Mrs. jacob deutz en mattheüs wil- 
le* van valkenburg» i* ondernomen* wat daar na getracht 
is dooi een onwettig vergaderde Vroedfchap ter uitvoer te bren- 
gen, en welke vreemde en bukenfporige zaken verder zijn in 
het werk gefield, posfeeren wij alhier, met alleen te zeggen, 
dat m) , om voor te komen dat de vlammen van het brandende 
twistvuur van het Raadhuis niet mogten overflaan tor de Ge* 
meentery genoodzaakt zijn geweest aldaar eene Publicatie te la- 
ten doen, die, zo al niet eehige gematigdheid, tea minden eeni- 
ge omzigtighéid, beeft te wege gebragt; echter niet zo veel, of 
achttien van de tweeëntwindg verbonden Leden hebben het be~ 
fluit genomen, om, te tarnen uitmakende de Meerderheid van 
de Vroedfchap der Stad Haarlem, zig 9 bij Requeste, te ad- 
dr esfeeren aan U Ed. Groot Mog*, ten einde, fcls hier voren 
in de pr«misfen is vermeld, vier Leden, die het verbrande 
Contrafl mede hebben getekend , paroisfteren daar niet bij , om 
welke redenen 1 , tn uit welke ware oorzaken, laten wij ter ont~ 
dekkinge over aan den djd, van welken en yair.de .waarheid wi) 
te gelijk verwachten, dat onze. «quitabde en wettige gedragin- 
gen in deeze en veele andere gevallen, eindelijk zullen gefteld 
wórden boven het bereik van den laster en de wrevelige aaö- 
wrijvingen, waar van wij ons voor God, voor U Ed» Groot 
Mog. en voor gantsch Nederland onfehuidig kennen , als nim- 
mer iets anders bedoelende, als, bij het handhaven van ons le- 
gitiem gezag en de Rechten van onzen Zoon, dit' Land, de Ste- 
de», Leden en Ingezetenen van het zelve toe te brengen al dat 
geene, dat hut) welftand en geluk wezenlijk kan uitmaken. 

„ Zo veel,' en niet meer, hadden wij U Ed. Groot Mog* 
voor af voor te dragen. En gelijk wij dat HKtorisch verhaal / 
kortelijk ia een getrokken, voorbedachedijk mét geene van ©a* 
ze refleftieti doormengd' hebben, om ü Ed» Groot Mog. op 
geenerhande wijze te prevenieeren, zo vertrouwen wij nog-» 
thans dat U. Ed. Groot Mog. daar in eene abondantie van ftoflfe 
zullen hebben gevonden, om niet minder over deezfradneenge- 
fchakelde behandeling verwondert, als verontwaardigd, te we» 
zen, en dat Wij gejuftificeerde redenen hebben om ops met dee- 
ze achtien particuliere Leden vairde Vföedfcfaap, die, door de 

ver* 



HAARLEMS Qt/lUiimtiT*». tft 

verbrekinge van de goede ordre ia die Stad , de Regeering na 
meer dan drie Jaaren in eene gedimrige onrust gebonden heb* 
ben,, zonder, naar onze vermaningen, over bet nadeel, dat bet 
X-and, de Stad, hunne Perfooneg en Familie* daar uit konde 
overkomen , te hebben willen luisteren , op geenerhande wijze 
in te laten , en dat wij even weinig zouden kunnen admiteeeren, 
dat deeze achtien particuliere Vroedfchappen , die zig als direc* 
te partijen tegen ons, en als openbare Beftrijdera Van de Rech- 
ten van onzen Zoon, hebben opgeworpen, in hunne géadferi- 
beerde kwaliteit van de Meerderheid der Vroedfchap oter deeze 
zaak zouden vermogen te deltbereeren en refol veeren, alzo in 
bijzondere gevallen niemand partij en Rechter te gelijk kan 
zijn. 

„ Wij allegneeren dit alles niet, om rins daar door te omtrek- 
ken aan het geven van verdere openinge aan U Ed. Groot Mog.; 
daar zijn geene redenen toe ; en gelijk wij onbefchroomd zijn 
om onze aaien en handelingen voor de gantfche waereld in een 
helder daglicht te (tellen , doen wij dat liever voor U Ed. Groot 
Mog. , welker rechtvaardigheid nooit zal toelaten dat de wettige 
Rechten van onzen minderjaarigen zoon, Erfftadhouder deezer 
Provintie, worden vermindert, en welker wijsheid al te wel 
penetreert, dat al het nadeel, dat aan het Stadhouderlijke gezag 
word toegebragt, in den grond niets anders is, als een dfoeót 
nadeel aan de Regeering zelve, en eene verzwakking van de 
prefente Conftitutie , welkers handhaving alle de Regenten van 
het Land bij Eede hebben belooft. 

. „ Daar zijn verfcheide zaken, die hier in aanmerking' komen • 
doch wij zullen die , om proüxiteit te fchuwen en klaarheid te 
betrachten , hoofdzakelijk brengen tot het geene de natuurlijke 
bevatting van het beloop deezer zake bereids zal hebben doem 
opmerken , in deeze volgende (tellingen. 
. „ Dat het formeeren van eene cabale, om daar door zijn» 
Mede-Regenten uit ie (luiten, een ongeoorloofde zaak is, (trij- 
dig met alle gronden van Regeeringe, en dat al het geene uit 
dien hoofde verhandeld en verrigt word,. even vitieus is. 

„ Dat de Coilume in Haarlem , gegrond op de Privilegie» 
van die Stad, niet permitteert dat iemand, in zijn rang zijnde; 
buiten wettige oorzaken van de Nominatie word afgelaten. 

Ra „ Dar, 



(tóo HAARLEMS Gefckiedértlsflm.. 

„Dat, de pligt van dtin Stadhouder, met zig brengende Bur- 
gèmeesteren, Schepenen en Wetten te veranderen volgens dé 
Privilegiën, zulks in deezen uit de twee overgeleverde Nomi- 
natien gedaan is , naar het voorfchrift van dezelve Privi- 
legiën. i 
. „ En eindelijk dat het Otfrooi van den Jaare 1651 hier geen 
object van verfchil is. 

, y Het zal, naar ons begrip, geene bijzondere adftruflie no- 
dig hebben, dat het aangaan van particuliere vefbindtenisfen in 
een Lighaam van Regeering volftrekt ongeoorloofd is. Het 
.blote .voordel daar van decideert die kwestie, terwijl door dat 
middel, aan de Regeeringsjorm van de Stad, onder haare uit- 
terlijke gedaante, innerlijk een ander wezen word gegeven, e» 
de Mede-Leden van dac Lighaam worden ontzet van hunne 
Rechten, gegriefd in hunne eer, geproftitueerd voor het po* 
bliek als de zulken, die hunne plaatzen in de Regeermg on- 
. waardiglijk bezitten en niet verdienen toegelaten te worden tot 
bet mede bewind van zaken , waar toe zij , uit hoofde van hun- 
ne aanftellinge , bevoegd en gekwalificeerd zijn. Meerder be- 
hoeft hier van niet gezegd te worden, dewij4*ef niemand van 
eerlijke' fentimenten anders vaa deez^ zaak gevoelen zal. Nu 
bevind het zig in de Stad Haarlem , met de Regeeringe, in 
deeïer voege, dat het getal van de Vroedfchap of Rijkdom , op 
verfcheide tijden, eenièe verandering heeft ondergaan-; dat hun 
getal, zedeit-den Jaare 1478, uk krachte va» een Privilegie 
va» Vrouwe maria van bourgondien van den 24 Maart des 
zelfden 'Jaars , tot den Jaare 1581 , in: vierentwintig beftaan heb- 
bende, als toen, op hua verzoek, door wijlen Prins willem 
den I, boogloffelijker Memorie,, vermeerdert is tot op twee* 
«tadertig, welk getal, bij Oftrooi van U Ed. Groot Mög. van 
den 22 Februari}, van .het Jaar 1718, in conformiteit van het 
vöörfz. Privilegie, ten verzoeke van de Regeeringe der Stad 
UaorJtm, om redenen, daar bij geaf legueer d , gereduceerd il 
tot dat van vierentwintig, ett, laatftelijk, bij * Dispofitie van 
wijlen onzen Doorluehdgften Gemaal, van den 7 Oftober van 
bet Jaar. 17489 weder gebragt is tot tweeëndertig Perfboneh , 
welken voortaan die Stad Zouden beftieren. Indien nu van dat 
getal, door een fchriftelijk, mondeling of öilzwijgend verdrag 

vaa 



HAARLEMS Gefchiedenitflm. ad*i 

van da Meerderheid, twaalf, tien of mindere Leden de uit- 
buiting van alle of fommige Stedelijke of andere Ampten en 
Bedieningen gegeven word, zo is 'er niets klarer, dan dat de 
ware Conftitutie van de Regeeringe niet alleen verminkt» 
maar formeel omgekeerd word , en het bewind van zaken 
overgtat en blijft in handen van zo veele Leden, als zig ver* 
bonden hebben om eenigen van. hunne Mede-Leden uit te 
fluiten, en dat dus, in effefte, niet alleen zonder Privilegie of 
Oófcrooi , maar direft daar tegens aan , het getal der Regenten 
vermindert word op maar zo veelen, als zulk ecne ongeoor- 
loofde 'verbindtenis hebben aangegaan. Welke gevolgen uit 
dusdanige handelwijze natuurlijk moeten voortvloeien, welke 
fchadelijke en pernicieufe uitwerkingen dezelven kunnen heb- 
ben, en hoe verre, zelfs, die door zulk een cabale kunnen 
gepousfeerd worden, tot verderf van Land en Stad, zullen 
wij alhier niet in het brede deduceeren. Een iegelijk ziet, 
met den eerften opflag van het oog, dat deeze zaak niet zo 
gevaarlijk kan worden voorgefteld, of het gevaar, dat 'er ui 
gelegen is, kan nog oneindig groter wezen, terwijl,, de rech- 
te weg eens verlaten zijnde, daar op doorgaans niets anders 
volgt, als dat, door gelijkfoortige aétien, de eerde verkeerd- 
heid onderfteönd en bevestigd word. Wij willen nogthans 
bier mede niet te kennen geven , dat deeze Haarlem fche ca- 
bale tot zulke extremiteiten is opgerecht of gepousfeerd 
word, terwijl ons de inhoud der Artikelen, waar op die be- 
rust, nooit is mede gedeeld, en wij bepaaldelijk van dezelve 
alhier niet verder fpreken, dan naar mate dat het voor handen 
zijnde onderwerp vordert ; en om aan te wijzen , dat het uit 
de daden zelf doorftekende is dat die cabale, ten minften, 
daar toe gefïrekt heeft en nog ftrekt, om de tien overgebleven 
Leden te fecladeeren van de Nominatie tot Burgemeesteren , en 
ons , zo het mogelijk ware , daar door te ontzetten van de fa* 
culteit om die Leden, op hunnen rang, hoe zeer wij dezelven 
nevens de anderen zouden mogen confidereeren te wezen vol- 
komen gekwalificeerd , te eligeeren tot Burgemeesteren van die 
Stkd, . > . 

R 3 » Hier 



ré» HAARLEMS Gefihiedênhféu. 

*, Hier bij zullen wij die laten, om alleen nog, met een en- 
bei woord, tot befluit op dëeze (telling, te zeggen, dat, zo 
onbeftaanbaar als de cabale op zig zelve is , even zo onbeftaan* 
baar en vitieus alles is, dat door zulk eene cabale, in prejuditie 
van. de Medé-Leden der Regeeringe, gedaan en verricht word. 
Eo wij achten dat het U Edw Groot Mog. ten hoogften zoude 
moeten vervielen, indien wij zelfs een eenig argument bijbrag- 
tea, om dit nader aan te dringen. 

„ Maar, mogelijk, zoude bij iemand, die niet al te naauw- 
keurig op de pramisfen gelet heeft , eene bedenking kunnen op- 
komen , of 'er wel bewijs voor handen is , dat de gemaakte 
fchriftelijke verbindtenis ooit heeft geêxifteerd? Tot deszelfs 
onderrichting zullen wij , bij herhalinge en zo veel klarer , zeg- 
gen dat, behalven het geene ons ten dien reguarde is gefuppe- 
dkeerd, de erkentenis van dat fchriftelijk verdrag aan ons in 
eigen perfoon gedaan is door de geenen, die het zelve hebben 
getekend, en door welken wij ook, daar na, onderricht zijn 
dat de A&e, daar van gemaakt, aan het vuur is opgeofferd, 
zo dat hier niet de minde twijffeling kan resteeren. En wij 
wenschten alleen, met evenveel grond van waarheid, te mogen 
affirmeeren, dat het verbranden van het Contract tot zijn gevolg 
gehad had eene uitblusfing en vernietiging van alle opgevat 
vooroordeel , misnoegen en aanhoudend voornemen van veron* 
gelijkinge; doch tot ons leedwezen is dat zo niet; het oogmerk 
mui het fbhriftelijk Contraét, fchoon niet meer fchriftelijk in de 
waereld zijnde, blijft bet zelfde, en, daar men met reden zig 
o^er heeft te verwonderen, is, dat de twee jongfte Regenten» 
die, ten tijde van het aangaan van bet Contract, nog particu- 
lieren waren , en vervolgens met deeze geheele zaak niets be- 
hoefden te doen te hebben, zig, onder fchijn van den voorftand 
der Privilegiën, die zij ten besten zullen gelezen hebben, al 
mede fignaleeren, om dé desfeinen der cabale te helpen uit- 
voeren. 

„ Dit zij van deeze zaak gezegd ; terwijl wij nu kortelijk 
zullen aantonen dat de Coftume te Haarlem , gegrond op de 
Privilegiën van die Stad, niet permitteert dat iemand, inden 
rang zijnde , buiten wettige oorzake , van de Nominatie worde 
afgelaten, 

» Om 



HAARLEMS Cefchiedtnitfen. rf$ 

„ Om dit te (tellen ia een klarer daglicht, zal het nodig we* 
£en, om in de gebeurtenisfen en tijd, een grooxe flap terug u; 
doen, en Ü £d. Groot Mog. te informeeren, dat, wanneer in 
het begin van de vijftiende Eeuwe, de tweedragt onder.de Re- 
genten der Stad Haarlem tot die extremiteit was uitgebarsten» 
dat 'er doodflagen en andere ongevallen gevreesd wierden , Her* 
tog albrecht van beieren , bij Handvest van den 4 Maart* 
van het Jaar 1402, tot voorkominge van al het zelve en herftei- 
linge van de ruste, heeft geordonneerd drieëndertig goede kna- 
pen, aldaar bij name genoemd, uit welken de Hertog alle Jaa- 
ren, opSinte Geertruidendag , zoude nemen zeven Schepenen, 
en dat dezelve zeven Schepenen, uit de overige zesentwintig, 
«He Jaar, op onzer Vrouwe Annonciatio, daar naastkomenden, 
zouden kiezen vier Raaden, welken zedert den naam van Bur 
^emeesteren verkregen hebben, en dat deeze zeven Schepenen 
en vier Raaden een Jaar lang aan den Gerechte zouden wezen 
onder een , en niet langer. En om de oorzaak van deeze twee- 
dragt en het hulpmiddel om die te doen ophouden recht te ken- 
nen, zo volgt eene nadere Ordoanantie in deeze woorden: ende 
fo wie Scepene of Raed geweeU heeft , die en fal niet weder 
aan Onfen Geregten cotnen voor die tijd, dat e/c van deefen 
drie en dettigh Knaepen Scepenen ende Raeden binnen Onfe 
Steede voorfereven geweest hebben , dats te ver/laen ende te 
wetten* dat ek vaneden drieëndertig Knaepen voorfereven 
aan Onfe Geregt voorfereven gelijk weefcn z*l. 

„ Wij zullen , 'te deezer plaatze , op den notabelen inhoud 
van dit Handvest , dat , tot meerdere confirmatie , door Graaf 
Willem, zoon en daar na opvolger van Hertog albrecht, me- 
de is gezegeld, geene reflexien maken, maar dit referveeren ter 
plaatze, daar die behoren, om, in een onafgebroken famenhang* 
U Ed. Groot Mog. verder te informeeren, dat, wanneer in dea 
Jaare 1445 weder op nieuws groote tweefpalt te Haarlem was 
onftaan. Hertog filips van bourcondien , bij Handvest van 
den 7 September van het Jaar 144$ , tot nederlegginge van de- 
zelve heeft geordonneerd: dat de Vroetfchap en de Rijcdorn 
der veorfcteven Steede Hoe riem fuUen mogen kijefen bij hoi* 
rtn eijde, die ftj daer toe openbairlic doen f uilen 9 t acht ent tg 
terfontn {waar toe -zij bereids, bij Privilegie van dien zelfden 

R4 Her- 



/ 



464 HAARtËMS 'Gefchieden'isfeni 

Hertog van den 5 Augustus van het Jaar 1428, doch op eene 
bepaakler wijze, was gemagtigd) die rijcfie 9 eerbaerfte, no- 
tabel fle , reckelixfie '■ en vredelixfte def voornoemde Steede , 
van wat condicie offtaate dat fij fijn , /onder ijmant daer wt 
te verfteeken om haat , nijt of om eenigerhande ander faikcn% 
welke tachtentich Perfoonen 9 alle Jaaren, 'twee dagen voor 
Sinte Marcusdag , hij e f en en nomen f uilen , lij gelijken tij- 
de, tweeëntwintich Per/oenen wten aller rijcflen 9 notabelften , 
eerbairlixfien , reckelixflen ende vredelixfie Mannen detfelver 
Stede van den fiat e of condicie , en f onder ver/leken, als 
root fcf even is , die de y oor noemde tachtentich bij hoer er coh" 
fcientiedijncken f uilen oorbaerlixt* werdichst Ons en Onfe 
voorfcreve Steden , en f uilen die prefenteren en overleveren 
aan Ons 'of Onze Gecommitteerden , om wtèn fetve tweeën- 
twijntich gecoren te nemen , ft ellen en ordineren vier Borck* 
mei fiers en de feven Scepenen, &c. 

„ Dan , bevonden zijnde dat dit getal van tachtig Perfoonen 
veel te gróót was, en dikwils aanleiding gaf om malkanderen 
niet te kunnen verilaan , is het zelve , bij Oétroöi van hoogge- 
melden Hertog van den 18 Februarij van het Jaar 1453» ver- 
mindert op vierenveertig; doch, dit Oétrooi bij Hertog karel 
van bourgondien wederzeid en afgedaan zijnde , waar door al 
weder groote tweedragt is gerezen om het Regiment van dezel- 
ve Stede te hebben, is zedert, ten verzoeke van die van Haar- 
lem, bij eene nieuwe gifte, door Vrouwe maria van bóur- 
iooNPiEN geordonneerd, bij haar Otfrooi van den 24 Maart t 
van het Jaar 1478 , dat van nu voortaan , en ten eewigen da- 
•ge , die vierentwintich Perfoonen , gecoren bij den Rifcdom en 
Vroed fchap van Haarlem, met namen aldaar vermeld , fuilen 
mogen kiefen ende ordineeren , bij hoi ren Eede, tweeëntwin- 
tich Perfoonen van 'den rijkften , notabelflen , reckelixflen en 
vreedelixflen der voor fit. Steede van Haarlem, s onder gewand 

DAAR WT TE VERSTERKEN OM HAAT, NIJT OF OM EENIGfcltHANDE 

saaken, <wt welke tweeèntwinttch Perfoonen > alle Jaar en 9 
twee dagen voor Slnte Afarcusdack, dat men gewoonlic is On- 
f en recht aldaar te vernijewen , eerst gecoren zullen weefen 
acht Perfoonen van de alder notabelflen , oirbaarlicfien , rec« 
ktlicfitn en vredelicfien , die men Ons ofOnfen Stedehouder en 

de 



. ff AARLtiHS Gèfchiedênisfen. ±6$ 

.de Raide van Hollant preftntieren en overleveren zal, om&c* 
-Dit Oftrooi, door de volgende troubies ingetrokken, ïs daa,r 

• na, door den Aarts-Hertog fiups , op den 7 Öecember van h«t 
, J*ar 1495, aan die van Haarlem geconfenteerd te mogen ge- 

- brutken, tot dat hij zoude wezen gekomen tot den ouderdom 
r van. vijfentwintig Jaaren; en zedert worden, van hem, of van de 
«volgende Graaven, geene Privilegiën, Handvesten ofÖ&rooien, 
:op het fubjeét van de Magiftraatsbeftellinge , gevonden, on dg' 

• geenen, die daar na, door wijlen Prins willem denI, glór. 
.mem,, en door^U Ed. Groot Mog., ten tijde als deezé Pro- 

- vihtie .van een Stadhouder was gedestkueerd, gegeven zijn, 

- toucheeren wij op .dit refpeft niet , en pasfeeren ook met (Hl- 

• zwijgen het geene door wijlen onzen Doorluchtigen Gemaal, 
-"■pp den 7 Oétobef van het Jaar 1748 , is geordonneerd, om 4at 

- wij hier ter plaatze alleen voor hebben ü Ed, Groot Mog. te 
dóen remarqueeren dat de gronden, waar op de Regeering der 
Stad Haarlem in het bijzonder rust , volftrektelijk afkeuren 
roalkanderen te verongelijken, en tevens» niet toelaten hetfor- 
meeren van complotterijen en cabalen, om die verongelijkingen 
tér uitvoer tebrepgfen. 

„ Zo word, bij het Handvest van 1400, duidelijk gefta- 
tueerd dat alle de Vroedfchappen , op hun tour , Burgemeester 
ren en Schepenen zuilen wezen ; dat niemand van hen dat ander- 
maal mag worden, voor en aleer alle de anderen mede Burge- 
meesteren en Schepenen geweest zijn, en dat, terwijl zij' on- 
derling gelijk zijn, ook eik van hen aan het Gerechte gelijk we- 
zen zal. 

„ Zo leest men , in het Privilegie van Hertog filips van 

bourcondien, vgn den Jaare 1445, dat, in de verkiezinge van 

; Vroedfchappen en het nomineeren van Burgemeesteren en Sche- 

. penen, niemand zal mogen verdeken worden uit haat, nijd of 

• om eenigerhande zaken; en bij dat van Vrouwe maria van 
•bourgondien van den Jaare 1478 , het welk, gegeeven ten 

eeuwigen» dagen, door Aarts-Hertog fijlifs, haaren zoon, voor 
; zekeren tijd gecojifirmeerd is, zonder dat 'er «enige fchaduwe 

word gevonden dat het zedert zoude herroepen zijn, hetvoorfz. 
.verbod herhaald, alleen met uitlatinge vau het woord andere, 

zo dat niemand mogte worden verdoken uk haat, nijd ofeeni- 

R 5 ger- 



*& HAARLEMS Gerehiedtnifa*. 

gcrbande zaken. Woorden, die zo klaar en verfiaanbaar zijn, 
dac wij het overtollig achten daar aan d* geringfte ophelde- 
ring te geven; want is het zeker dat alle de Regenten onder- 
fing aan den anderen gelijk zijn, en dat niemand, uit haat, 
nijd of eenigerhande zaken, 'van de Nominatie tdt fiiirgemees* 
teren en Schepenen mag worden gefeeiudeèrt, zo fpreekt het 
van zelf dat geen cabaie plaats kan hebben, waar door aan 
«enige Mede-Regenten de uitfluitmg gegeeven word. Men 
verbeelde zig niet, dat de verbindtenis deezer Privilegiën y 
Handvesten of Octrooien, than* zoude ophouden, om dat, 
In de volgende voorzieningen omtrent de Magiftraatstbeftellin- 
ge, daar van geene woordelijke nerMMng gedaan word; of 
éat in de forme eenige verfchikking gemaakt is; bij voor- 
beeld, dat het getal der Regenten van tachtig op vierenveer- 
tig, op drieëndertig, tierentwintig en tweeëndertig gebragt 
Is, terwijl al mede niets meer zeker is, dan dat latere Privi- 
legiën of Odrooien de vroegere geenzlnts veranderen of de- 
rogeer en, als alleen in en omtrent zulke zaken , die expresfe- 
lijk ter contrarie worden geftatueerd , of die met de voorgaan- 
de abfolut onbegaanbaar zijn, of dat die met uitgedrukte 
woorden .worden geaboleerd; het welk ten deezen niet ge- 
vonden word, en ook niet kan gevonden worden, om dat 
van een Wetgever nooit kan gepréfnmeerd worden bet eena 
geftatueerde, in overeenkomst van het voorfchrift van de 
rechtvaardigheid en de deugd, te willen vernietigen en de 
deur openzetten voor het ftrafloos plegen vaa het geene aan 
die rechtvaardigheid en deugd is overgefteld. In die oude 
tijden waren de Regenten der Stad HaarJém -aan den andere n 
gelijk; dat zijn zij nog; in die oude tijden mogt de een den 
anderen de uhfluiring niet geven uit ongeoorloofde oorsake; 
dat mag nu nog niet gedaan worden; en dat zoude zelft niet 
«nogen gefchieden al waren deeze Privilegiën niet in de wae*- 
teld, om dat een rftoteei kwaad nooit mag toegelaten, veel 
min voor geoorloofd gehouden worden; maar hier zijn ver- 
bindende Privilegiën en Oftrooien, waar op liet gebruik In 
het veranderen van de MagiffraatsbefteHinge te Haarlem is 
^efondeerd, zonder dat daar van ooit, geduurende de geheele 
•$tadhouderii}ke Regeering van wijlen Prins; willzm den Hf p 

glo* 



HAARLEMS Gefchiedtnhfcn. «6f 

glorieufer Memorie, met eenig effeft is afgeweken, of dat 
ook , door hooggemelden Prins , uit eenige Nominatie tot 
Burgemeesteren, wmt van iemand, zonder wettige oorzake, 
verfteken was, eene ElecYie, gedaan is. En dat dit waar is, 
weten alle de Regenten van Haarlem , die kundigheid hebben 
van het geene in die tijden is voorgevallen, en waar van de 
preuves, zo wel in hunne Registers, als in de onze, nog 
voor handen zijn. 

„ Wij hebben hier omtrent, onder anderen, het oog op 
het geene in den Jaare 1681 gebeurd is 9 wanneer balthazar 
koeimaks, een Mede-Regent der Stad Haarlem, in ongele- 
genheid van zaken geraakt, cesfie van zijne goederen, ten be- 
hoeve van zijne Crediteuren, gedaan , en het Mandement van 
de hooge Overigheid, daar toe geimpetreerd, aan het Gerecht 
van Haarlem ten interimente had geprefenteerd ; een geval van 
dien aart zoude men mogen denken, dat, op zig zelven, meer 
dan genoeg was, om den perfoon, dien het betrof, van de 
Nominatie af te laten, vooral in de Stad Haarlem, daar, vol- 
gens Privilegie van Hertog albrecht van beieren , vaji den 4 
Maart van het Jaar 1402, zelfs de geheele kwaliteit van Vroed- 
fchap door armoede kan verloren worden; maar neen, de Co- 
ftume, gebouwd op andere Privilegiën, bnrgc mede niemand 
te pasfeeren; en zo wierd die zaak, op den 29 Augustus van 
het Jaar 16S1, iu deliberatie van de Vroedfchap gebragt , en, 
net eenparige Stemmen , befloten deü gemelden koeimans in de 
Nominatie van Burgemeesteren en Schepenen , die den 7 Sep- 
tember, daar aan volgenden, ftond geformeerd te worden , om 
de voorfchreeve wettige oorzake, voorbij te gaan. Welk be- 
wijs ,is krachtiger uit te denken om te demonflreeren dat het 
geene willekeurige zaak in de Regeering van Haarlem is, om 
iemand van de Nominatie de üitfluiting te geven; maar dat 'er 
gewigtige en voldoende redenen moeten zijn, als men daar toe 
komt, en dat men daar toe ook niet komt, als na die redenen, 
in eene wettige Vergadering, behoorlijk onderzogt en overwo- 
gen te hebben? 

„ Een ander geval zullen wij hier bijvoegen, dat in den Jaa* 
fe 16Z7 geêxfteerd heeft, wanneer, op den 30 Augustus van 
dat Jaar , in de Vroedfchap van Haarlem gerefolveerd wierd , 
bij faulte van genoegzaam getal van nominabele Leden, op den 

toen- 



*<SS HAARLEMS GefckieJenlsfin. . 

toenmaligen aanfhanden 7 September, ook te nbmineeren de 
zodanigen, die van Stads wege in Commisfien waren of Be- 
dieningen hadden, om het gebrek van de Nominatie daar uit 
te fuppleeren, en ten dien einde, bij het uitzenden der Bil- 
jetten, waar op men gewoon was de perfoonen te melden , 
die niet nominabel waren, deeze daar van af te laten; zo als 
toen ook gefchied is. De dag der Nominatie daar zijnde , 
verftonden vijfentwintig Leden van de Vroedfchap, dat afin 
hen de liberteit en vrijheid moest gelaten worden om hmme 
Nominatien te . formeeren , zo wel uit die bij difpenfatie van 
de Nominatie waren gekwalificeerd, als uit de andéren, dat 
is te zeggen, dat het hen vrij ftond den een of ander der 
nominabele Leden te mogen pasfèeren. Dit wierd vervolgens 
ook alzo in het werk gefield, en daar door van de Nomina- 
tie afgelaten Mr. willem fabritiüs , Oud-Burgemeester , die , 
zonder difpenfatie, nominabei en op zijn rang, conform aan 
de voorfz. Coftume, op de Nominatie hebbende moeten ge* 
bragt worden, vervolgens daar tegens protegeerde van illega- 
liteit, en zijne klagten bragt aah Prins willem den III, glo- 
rieufer Memorie, welke, op het ontvangen van de voorfz. 
Nominatie, in plaatze van daar uit eene Eletfie te doen, aan 
de Regeering van Haarlem, kennisfe gaf wat hem omtrent 
dezelve was voorgekomen; dat hij gaarne daar van nader zou- 
de wezen onderricht, en ten dien einde gecommitteerd had 
de Heereu van halewvn en munter, Raaden in den Hove 
van Rolland ', om zig daar op te informeeren. Gemelde Hee- 
ten , bij aanfchrijvinge , den dag bepaald hebbende om ee» 
aanvang van de Befoignes te maken , vond oe Regeering der 
Stad Haarlem goed eene bezending te doen van acht Leden 
uit de Vroedfchap, aan den Heere fagel, dies tijds Raad- 
Penfionaris van Holland en PFestfriesland , om den zelven te 
jnformeeren van het geene, op den 7 September, in de 
Vroedfchap was voorgevallen , als mede de Juftitie van de 
gedane Nominatie voor te dragen , én te verzoeken dat alles 
zoude gelieven aan te wenden om de Stad, en Regeering van 
dezelve, in die rust en vrede te doen blijven, waar in zij 
tot dien tijd waren geweest. Het welk tot zijn gevolg gehad 
heeft dat, na onderlinge gehouden confereutien, Dr. willem 

/ VAN 



HAARLEMS Gtfcliedenisfeii. z6$ 

<7 ■ , — — — -*———— 

tan teffelen, ten dten tijde gecommitteerd m Auditie van de 
Jioilandfche Rekeningen, één van de Genomineerden tot het 
Burgemeesterfchap, om geallegueerde redenen, verzogt heeft 
van de Nominatie te worden geSxcufeerd; het welk hem geac- 
cordeert zijnde, is, in deszelfs plaatze, de bovengemelde ge- 
protegeerd hebbend* Oud-Burgemeester , Mr. willem fabri- 
tius, op de Nominatie gebragt, en door wijlen zijne Door- 
luchtige Hoogheid, den Heere Erfftadhouder , nevens anderen, 
tot Burgemeester geëligeerd. Waar. mede dat verfchii, mee 
expresfe fchriftelijke dankzegginge aan welgemeldcHeeren fa- 
gel, van HALEW79 en munter, een einde heeft genomen, 
>zonder dat 'er, in de volgende veertien Jaaren van het Stadboo- 
derfchap van hooggemelden Heere Prinfe , ooit weder iets dier- 
gelijks is ondernomen; maar dat, Integendeel, zedert altoos de 
Nominatien tot Bürgemeesteren , zonder- iemand "uit te fluiten, 
met eenparigheid of met genoegzame eenparigheid, zijn gemaakt 
geworden. 

' „ Wij noemen eene genoegzame eenparigheid, wanneer, \h 
«len Jaate 169», twaalf Peffoonen geftemd wierden tot de No- 
minatie : , zes van dezelvengi, één 3©, één 28, en de overige 
Vier ieder 1 ftem hadden. In den Jaare 10*99 zeven 31, één 
27, en nog drie te (amen 4 ftemmen hadden. In den Jatte 
f700 vier 31 , één 3A, twee 29, één 28, en nog vier te famen 
6 ftemmen hadden. ' En in den Jaare 1701 zes 31 , één 30, één 
'27, en de overige drie te fameo 5 Hemmen hadden; hetwelk 
dies tijds, zo wel als nu, door het pnefereeren van een Schoon* 
zoon boven een Schoonvader, of van den eenen- Zwager boven 
den anderen, zig in den rang van de Nominatie bevindende, of 
<iit eene andere diergelijke oorzake, heeft kunnen gefchieden^ 
doch waar uit gèene de minfte gevolgtrekking te halen is , onr, 
bij een verbonden pluraliteit , deeze en geene bepaalde* Perfoo- 
nen de uitfluiting van de Nominatie te geven. ' 

„ Meer zullen wij op dit refpeét nier bijbrengen , om dat wij 
vertrouwen dat het laatstgeallegueerde geval van zo veel klaar- 
heid is, dat het niet de minde applicatie nodig heeft, maar eene 
uitgemaakte zaak is, dat niemand bij het formeeren der Nomi- 
natie, in zijn rang mag worden verongelijkt, en dat de Regen- 
ten van dien ti# , gelegendheid hebbende gehad dat Huk dieper 

in 



4*70 HAARLEMS Gefckkdêhêsfèn. 

4p te zien en naar gematigde onderrichtingen en verftandige 
raadgeevingen te luisteren, geprefereerd hebben die zaak in der 
minne te vereffenen, en den klager Juftkie te doen, zonder eten 
Heere Erfïtadhouder de moeite te vergen vaq de gedecerneerde 
Commüfie te doen voortgaan, of zig da$r.op anders te expH 
ceeren, als door de eerde Nominatie daar te laten, en uit c|e 
veranderde en gere&iftceerde Nominatie zijne Eltftie te doen. 
En of die voorzigtigbetd.vandetoenwalige Regenten i achter- 
volgd door conduites,. die alle doffe tot nieuwe klagten hebben 
voorgekomen, niet verre te approbeeren $ij hoven het gedrag, 
üat de tegenwoordige Regenten hebben -gehouden , laten wij 
over aan elks oordeel; immers zo die nu gevolgd ware, hadden 
wij uit ééne Nominatie onze Elegie kunnen doen , daar wij nu 
in de volftrekte noodzaaklijkbeid geweest zijn om die uit twee 
Nomiüatien te doen, zoude dezelve met de Privilegiën, Hand- 
vesten en Coftumen der Stad Haarlem overeenkomen. 

„ Het is een zaak, die bekend is, dat de Magiftraatsbeftel- 
Jlng in de Steden van het departement is van deHeeren Stadhou- 
aderen in der tijd, die, volgens hunne fuccesfive Coramisfieö* 
«Heen zijn bevoegd Burgemeesteren, Schepeen en Wetten tè 
verapderen. Het is een even kennelijke zaak, dat de Steden 
èevoegd zijn om aan den Heere Stadhouder, tot die Magiftraats- 
veranderinge, te mogen voordragen eenige Perfoonen; doch op 
geen anderen voet* als dax die vpordragipg gefchiede conform 
aan de Privilegiën, Het onderzoek hier over competeert alleen 
4en Heere Stadhouder , om d*t die tot het doen der voorf?. 
veranderinge alleen, gerechtigd is , niet naar zijn enkel welbeha- 
gen, maar naar behoren en achtervolgende de Privilegiën van 
«Je Steden, welken daar in voor' hem de eenige regelmaat uitmg- 
,kei|, en niet de bloote Noroinatien op $ig zelven; waar van de 
.jreden palpabel is, terwijl de Stadhouder, in het algemeen ge- 
chargeerd zijnde met de handhavinge en conftrvatie der Privi- 
legiën van, den Lande r Steden en Plaatzen , ook inzonderheid 
behoord te maintineeren zulke Privilegiën, welken bepalen de 
hoedanigheden der Regenten , en vooral dient zorge te dragen 
dat geen indragt daar in gefchiedde, ten einde de Burgers en 
Ingezetenen mogen verzekerd wezen , dat zij door dezulken 
-worden geregeerd^ die, op eene wettige wijze en behoorlijk 

ge- 



HAARLEMS GtfchtedtnUfen. *?i 

gekwalificeerd, in de Regeering gebragt ziift, en aan wiea tij 
Vervolgens mee te meer vertrouwen fchuldig zijn te gehoor- 
zamen. 

Dit is een poinét van de uitterfte aangelegenheid ; want zo 
den Burgeren en Ingezetenen redenen worden gegeven om te 
twijfelen aan de wettigheid van hunne Regenten, of dat zij 
met eenigea fchijn prefumeeren kunnen dat die onbetamelijke 
middelen gebruiken, of verkeerde wegen infla*n, om m de 
Regeering ce geraken , of zig daar in te verkerken % zo moet 
natuurlijk en van «elf daar uit vijgen, dat de liefde ter- 
flaauwd, de getrouwheid wankelt et* de gehoorzaamheid ein- 
delijk geheel ophoud * dit is de pHgt van den Stadhouder, om 
door het exa& doen obferveeren deezer Privilegiën, te pmt 
venieeten, en te gelijk daar door den band tusfehen Regent 
en Burger, te naauwer toe te (brikken. 

„ Zijn dan de Privilegiën hot eepige richtfhoer, waar naaf 
de Stadhouder, ia het doen der Elegie, zig te gedragen heb» 
be, en word hem van de eene parpje, op den naam van de 
Regeeringe, eene Nominatie gepresenteerd, die van illegaliteit 
word geaccufeetd, en te gelijk van.de andere partije eene 
Nommatie, die gezegd word legitiem te zijn, zo wijst het 
aanftonds zig zei ven, dat, aan het requifiet der Nominarieq 
voldaan zijnde, niets anders overblijft *, als, na eene exa&e, 
fxaminatie van die beiden, daar uit eene Eledie te doen, 
achtervolgende de Stads Privilegiën ; het welk in deezen door 
ons is gedaan, zonder iemand te verkorten of achter uit te 
zetten in zijn rang ; maar op eene wijze, die wij hebben aan* 
getoond, dat, gedurende d£n gamfchen loop van eene der- 
tigjarige Stadhouderlijke Regeeringe van wijlen zijne Door- 
luchtige Hoogheid, Prins willen dek III, glorieufer Me- 
morie, altoos is geobferveerd geworden. Ons zijn de Perfoov 
nen van de Regenten allen even na"; wij pretendeeren in den 
eenen geen meer perfoneel belang, dan in den anderen, te 
hebben. Djt hebben wij niet nagelaten, ook in het bijzonder, 
te doen infinueeren aan de Regeering der Stad HaarUm , mee 
verzekeringe, dat,, als zij hunne partijfchappen maar wilden 
laten varen, dat wij van onze zijde daar van reëele blijken 
aouden geyen. Doch het heelt al mede niet mogen helpen; 

en 



en zo hebben wij, na hét oeftenen van een taai geduld efl 
vergeeffche beproevinge v*n alle mogelijke middelen ter her-* 
flellinge van den vrede en goede orclre, ten laatften, dt% toe 
moeten komen, om, iti conformiteit Van de Privilegiën, uit 
de Perfoonen, aan ons voorgedragen, eene Eleflie van ^ur- 
gemeestéren te doen j in welke bewoordingen wij die aan den 
Officier der Stad Haarlem hebben bekend gemaükt ,' zonder 
dat wij weten,- dit ons een voorfehrift gegeeven is, het welk 
wij in de aanftrhrijving der gedane EIe<5He zouden hebben te 
vojfeen , öf dat het gebruiken van de eigen of gelijkfoortige 
bewoordingen, in gevallen van deezeri zelfden aart, 'ooit in 
wijlen Prinj willêm den III, glórieufer Memorie, ftoff« tot 
bertepihge gegeeven hééft-. ' .. . » , 

„ Wij zouden : op- deèzë Materie verfcheide gevallen kun« 
nen bijbrengen, die in r de zelfde öf nog fterter termen lig* 
gen', om te doen Hén dat de 'Stadhouder In der tijd , te 
meermalem, in ' de noodzaaklijkhelï is gebragc geweest, om> 
ii* hèc doen van Eleftien, niet bepaaldelijk: te volgen eene 
Nominatie; bij de - Meerderheid geformeerd, nmr gebruik te 
moeten maken vaw z\\n * Recht in 'het' mainfineeren van de 
Privilegiën, en dïetr' conform zijne ' Elegie }té doen. Doelt 
terwijl die gevallen' fcefend zijn in- de' Plaateen , alwaar ze g€£ 
êifteetd hebben A én r de Registers van U Ed. Groot Mog. daar* 
van niets vermelden , difpènfeeren wij ons'daaï van , en hoüdei* 
óns "voldaan met &edefoónftreerd te hebben; -dat wij , uit iè 
óvergegeeven Wotninatiên' eene wettige 'Ele&fe hebben gedaan,* 
cbtSbrm aan het pr^fcript van de PrivHegien'en'Colrumen der Stad 
Haarlem, aan het onbetwistbaar Recht, dat wij hebben, 'en te 
gelijk~aan onzen pifgrvómte (luiten een inkankerend kwaad, en 
voor te komen dat' eene gepretendeerde vrijheid om zijne Mc^ 
de-Regenten te verongelijken , geen fchijn van Recht verkrijgen 
mogte. Hier toe ftrekt echter het voorneem en der geasfocieer-* 
de Leden, welken daar' toe, in het bijzonder, te Jiulp roepen 
het -Oftrooi van U Ed.-Groot Mog. vac den ^aare 1651 , waar 
van wij, hier voren, gezegt hebben dat Jiet zelve geen objeét 
van verfchil in deezen is; want het zelve Oétrooi, nog kragc 
van verbindtenis hebbende, nog door de reintrodu&ie van de 
oude Regeeringsforme ophoudende obligatoir te zijn, zat daar 

uit 



HAARLEMS Gefchtêdèulifè*. »ƒ) 



^$ 



Uk niet worden aangetoond diat het aan de Vroedfchapp.en der 
Stad . Haarlem zoude vrijftaan , om door middel van eene op- 
gerechte cabale hunne MedcRegenten van de Nominatie tot 
Burgemeesteren te fe£ludeeren,,of dat ons daar bij zoude wc;* 
zen opgelegd . uit zulk e$ne onwettige Nominatie bepaaldelijk 
eene Eleétte te. moeten doen* Welk een en ander npgthans do 
eenige poin&en zijn, die alhier in confideratie komen, eh in dat 
Oétfooi zouden moeten gevonden worden , indien het maintien 
van het zelvtè, in het voor handen zijnde geval» aan hen eenig- 
ztuts zoude kunnen te (lade komen. Maar eene diergelijke ftel» 
Hng zoude , zonder U Ed. Groot Mog. , bij het geven van 
Oftrooien in het (hik van Magiftraatsbeftellingen , in tijdenen 
ter gelegenheid dat deeze Provintie van een Stadhouder was ge* 
destitueerd, nimmer de minde aanleiding hebben gegeeven om 
cabales te maken, die bij vorige Privilegiën- op de fterkfte wijze 
waren afgekeurd: echter is dit in den grond de fustenue der 
verbonden Leden, terwijl, bulten dat, het voorfchfeeve Oc- 
trooi hier gantsch buiten propoost word op het tapijt gebragt, 
en niets decideert, waar over zij willen dat hier' kwestie zoude 
Wezen. Wij zullen daarom te minder alhier behoeven te onder* 
zoeken, of het zelve Oftrooi heden ten dqge obligatoir zij , of 
niet, en meer dan genoeg kunnen voldoen, met daar omtrent te 
xemarqueeren , dat het meergemelde O&rooi is in de waereld 
gekomen eer occafie, dat na den dood van Prins Willem den 
II , giorieufer Memorie , deeze Provintie ontbloot was van een 
Stadhouder, aan wien het werk der Magiftraatsbefteltinge be- 
hoorde ; en dat het daarom nodig wa* aan dat defeét te remedi- 
eeren door het (lellen van andere ordres, waar naar de Regeering 
der Stad Haarlem, in het formeeren der Nominatien en het 
doen der Eleltien , zig zoude hebben te gedragen. Wij voegen 
daarbij, dat, in het zelfde O&rooi, een gantsch aantal van za- 
ken gevonden word, dat, bi) de herftellinge van de Stadhouder- 
lijke Regeeringe, heeft. gpgehouden en van zelve wedergebrage 
is op den voorgaanden ouden voet, zonder dat; ten dien re- 
(fce&e, eenige revocatie van het voorfz. O&rooi gefchied tS of 
heeft behoeven te gefchieden; dat het even daarom. niet onge- 
rijmd fchijnt te wezen, indien het voorfz. O&rooi worde aange- 
merkt als een interims Reglement, dat, bij het ceafêeren der 
XIX. dwu,. $ re- 



ef HAARLEMS Gefihiedenlsfa. 



h_ 



tedeir-, waarom het zelve gemaakt Is, insgelijks cesfeerd* het 
welk uit de O&rooien, in den ltatften Stadhouderlozen tijd, 
door tl} £d. Groot Mog., aan die van Haarlem gegeeven, 
afe mede, W bet geene in den Jaare 1748 , door wijlen onzen 
DQorluebtigfteq Gemaal, geordonneerd is, nader zoude kun* 
«en worden «pgeheldert. Doch wij laten het begrip daar over 
althans aan zijne plaatze, om nog te zeggen, dat andere za- 
ken, die tn het zelve Oétrooi voorkomen , aangaande den ou- 
derdom , de nabeitaanhcid en diergeKjken , alhier tot geene 
voorwerpen van verfchil gemaakt zijn, behaiven dat de Vroed- 
ffchap der Stad Haarlem ons al bereids voor eenigen tijd gea- 
(Keert heeft, om onze Approbatie te hebben op de fchikkin- 
gen, daar omtrent bij hen geprojecteerd; en waar in wij, zo 
4e. vrede, vrietuHcbap en goede ordre hadden mogen herfteld 
worden, gantsch niet difficiei zouden geweest zijn. 

„ Wij fcüjUen eindelijk, toe flot, nog zeggen het geene be- 
vorens reeds hier en daar met den vinger is aangeroerd, dat 
ip een Laad van vrijheid geene andere vrijheid behoord ge» 
kend en gezfcgt te worden , als die overeeraftemt mét de 
gronden van- het Staatsrecht, met de regelen van de rechtvaar- 
digheid en met de verpligtmg, die op elk legt, omtrent zijn 
evennaasten;: dat de vrijheid, die de verbonden Leden op het 
Oog en in het harte hebben, tegens die gronden direft ftrijd, 
qprwijl dezelve de Privilegiën van de Stad vernietigd, d* 
techtvfutrdjgheid omkeerd , en de verongelijking van zijn even* 
ne&ten voor geoorloofd Held, en bovendien ons de facul- 
aeit ontneeajt om gebruik van ons Recht te maken in het 
verkiezen van zulke Regenten, aan welke men, eens voor al, 
de uitfluiting heeft gegeeven. En- wij vertrouwen daarom, 
«Jat U Ed. Groot Mog. , die met voor hebben om de Rech- 
ten van den Stadhouder, die hij heeft ei» zonder belet heeft 
geoefend, te. verminderen of daar in eenïge prejiwHciabie ver- 
anderingen te maken in ee». tijd. van Minderjarigheid, het ver- 
zoek va* de Supplianten* die zig noemen de Meerderheid 
van^de Vroedschap der Stad Haarlem *doch dezelve geenatfnt* 
ïeprefenteejen, zullen van de hand wijzen en alle, verdere de- 
Jtfeeretien daar ove* doen cesfeeren* 



Wi* 



HAARLEMS GefekhdenUftn. ' *;$ 

H Waar mede, Ed> Groot Ilfóg* Heer en , bijzondere goede 
Frienden, wij U Ed. Groot Mog. beveetert in Gods heilet 
proteftie." 

Uwer Edele Groot Mog. Diensrwilligê 
Dienaresfe. 

.ANNE. 

Ter Ordonnantie van haare KonmgHjk* 
U'sGravenftagê Hoogheid, 

den 14 December 

1758. T. J. dk LARREY, 

Na dat dit Bericht aan hunne Ed. Gróót Mog* was over* 
geleverd, werden, in deeze Stad, twee Protesten gedaan* 
Het eerfte, door den Heere Hoofd-Ofiïcier van deeze Stad, 
als eene Aantekening op het Protest der twee Hoeren Burge- 
meesteren , den 10 September gedaan , werd , den 20 van 
Wintermaand , ter Kamere van de Ed, Groot Achtb< He* 
ren Burgemeesteren overgeleverd, en luidde dus: 

„ Ik Ondergefchreeve , Mr* baniel jan kamkalino, aan 
rtlj hebbende gereferveerd eene Aantekening tegens het Pro* 
test , dat de Heeren dbutz en van valkenburg , den ïo 
September van het Jaar 1758, op deeze Kamer, even- voor 
«lat ik hunne Ed. Groot Achtbaarheden in hunner Ed* €on« 
fultaire Digniteit had gefield, tegens de aanfteliinge van des 
Heere van echtbn, tot Burgemeester, hebben gedaan, ett 
waar to mijn carafter, als Hoofd-Offlcier, mede is bevat, 
vermeen het genoegzaam onnodig is te jKLtirueerao wit dê 
4>ost van een Graaflijkheids Officier )s, alzo de benaming ze*f 
doet begrijpen, dat zo een Officier alzints verpügt ii te obö. 
dieeren aan den gesenen, die ten deezen in de ftmdie der 
Graaven fuccedeert, en dus aan den Stadhouder of aan haam 
Konraglijke- Hoogheid,, als die waardigheid thans voor haare» 
Minderjarigen Zoon bekleedende* jvqar omtrent ik te miodar 
fcrppule heb behoeve* te maken, om dat de hloote lefluijf 
«Ur Misfive wm hwe Koninglijke Hoogheid, van zelf doet 

'.Sa Hm 



%76 HAARLEMS GefehUdeéiift». 

zien dat het gantfche Protest onbetamelijk en erroneus is-, alza 
haare Koninglijke Hoogheid niét was geabufeerd, veel min was 
gegaan buiten de Nominatie , zo als gemelde Burgemeesters 
voorgeeven; maar, ter contrarie, dat haare Koninglijke Hoog- 
heid declareerd uit de overgezonden Perfoonen te hebben geeli- 
geerd; door welke Ele&ie niet de geringde atteinte is gegeeven . 
aan de Privilegiën deezer Stad, welken ik, zo wel in kwaliteit 
van Hoofd-Officier , als in die van Raad , onveranderlijk zal 
hebben te maintineeren? weshalven ik Ondergefchreeve prote- 
fteere van het ongelijk, de kwade verdenkinge en ongegronde 
beschuldigingen, die, bij dit Protest, in dato den 10 Septem- 
ber van hef Jaar 1/58, tegensmij en mijne handelwijze, zijn 
ter neder gefield. In Haarlem , den 20 December van het Jaar 
1758 , ter Kamer van hunne Ed. Achtbaarheden over ge ge e* 
ven" 

D. J. KAMERLING. 



Het tweede, eene Aantekening van acht Heeren Vroedfchap- 
pen, tegens het beflotene in de Vroedfchaps-Vergaderingen van 
den 11 en 28 September, werd den 25 December overgeleverd, 
en was in deeze woorden- vervat: 

■\ 

„ Wij Ondergefchreeve jean salomon lacló, Mr. zacha- 

RIAS STEENIS, DIRS VAN DER WAAIEN, Mr* WILLEM JAN VA» 
HOOGENDORP, Mr. PIETERVAN DEN BROEK, Mr. REMEES FLORIJ 
VAN ZAANEN , Mr. DANIEL JAN KAMERLING en Mr. JAN FREDR1K 

PARvé, allen Raaden en Vroedfchappen der Stad Haarlem , aan 
ons hebbende gereferveerd onze aantekening tegens de .gehoudea 
Vroedfchappen, van den 11 etf 18 September deeze* Jaars, en 
dus tegens de Extenfien der Refolutien, quafi daar uit gepro- 
flueerd, en tegens alle ordre aan in de Notulen gebragt, ris heb- 
bende aUe het zelve verklaard te zijn nol en van geener waarde, 
vermits de beleggingen derzelver Vroedfchappen , en dus de 
Convocatien van dezelven , geheel informeel zijn gefchied, 
zouden eenvoudig kunnen volftaan-mèt het allegueeren dat de 
gemelde Vroedfchappen om geheel niet zijn aangezegd , of, 
tangezegd zijnde, wedgr zijn afgezegd, en wij das buiten ihwc 

«ett 



HAARLEMS Gefchiedenisftn. 177 

gefield om daar te kunnen compareeren. En meer zon hier niet 
behoeven te worden bijgebragt, om daar van de evidente nulli- 
teit te probeeren. Het zou ook vergeefs zijn veel hier omtrent 
te zeggen, vermits de Notulen van deeze Vroedfchap maar be- 
hoeven doorlezen te worden ' x om het onbetamelijk gedrag, in 
deefcen gehouden, alzints te ontdekken, zo als die Leden, die 
vergadert zijn geweest, zelve daar v^n fcbijnen te zijn geperfua- 
deert geweest, met al het gerefolveerde in die Vroedfchappen 
ce doen ftilftaan'en te ftellen buiten effect; doch wij meenenbier 
omtrent nader te moeten avanceeren, dat, bij de aantekening 
van de Heeren deutz en van valkenburg zelf blijkt, dat de 
Heeren witte e^ van echten het houden der Vroedfchap heb- 
bende tegengefproken, de Heeren deutz en van valkenburg» 
doordien geprotegeerd hadden, jegens de aanftellhige van den 
Heere van jcht^n, als Burgemeester, tevens fustkeer den , 
dat de kwaliteit van opgemeldep. Heere van echten, door hun- 
ne gedane prottftatie, aaaftowfe yerviei, decideerende dos, al 
klagende, de kwestie zelf. Een zaak , die al te ongehoord is , 
em met ernst daar tegens iets te heggen, alzo niemand, die zij* 
ne oogeti wel geplaatst heefty;<de wanfchapenheid hier van niet 
ten eerften ontdekt. 

„ Dat de Heeren witte -en van echten het houden der 
Vroedfchap tegenfpraken, was zeer billijk, en toet de tegen- 
woordige Conftftutie der Regeertnge overeenkomftig , alzo zij 
. klaar ontdekten dat dezelve nergens anders toe zoude dienen, 
dan om 7\g aan te kanten tegens den rechtvaardigen en" billijken 
handel van Mevrouwe de Gouvernante , om die dus in haar 
Recht te keer te gaan, zo als dè uitkomst heeft doen zien , dat 
die Heeren dezelve Vroedfchap met geen ander oogmerk heb- 
ben gehouden, als om haar kwalijk gekozen weg te blijven ach* 
tervolgen ; blijkende zulks ten klaarden uit de handelwijze yan 
den Heere dëutz, : die zig nu beroept op een Oftiból, het 
welk, ten tijde zijne Ed. Prefident-Durgemeester was, door zij- 
se Ed. het eerst is verbroken 'en als vervallen , en van nul en 
geener waarde meer te zijn is voorgedragen, 

„ Het zou nodeloos zijn te willen aantonen de nulliteit van 
Condufien, die een Vice-Prefident-Burgemeester, wanneer de 

S 3 Stem* 



»7« HAARLEMS Gefihiedenhflm 

■■ " j .1 i ■ " ■ 

Stemmen (teken, op Burgemeesters Kamer wil doen nemen, 
alzo door zulke irreguliere en wederrechtelijke handelwijze 
alle goede ordre in een oagenblik word geren verfeerd , fpre- 
kende van zelfs, dat, daar de Stemmen voor en tegen egaal 
zijd, de zaak in kwestie flU x ftaat f en niet kan worden afge- 
daan, als door een hogere partij; wat weg derhalven de Hee- 
ren deutz en van valkenburg begrijpen, dat de Prefident 
tegéns zulk ongehoord bedrijf op Burgemeesters Kamer andera 
had «Boeten inflaan, als tegens die Conclufie te protefteeren, 
eü te* verzoeken dat hunne Mede-Leden van hunne onbehoor- 
lijke behandelingen v wilden afllajpperi, begrijpen wij nog niet, 
maar wel, dat de Prefident, niets hebbende kunhen vorderen, 
geasfifteerd mèt den Heere van échten , te. recht én met 
goed fondament en reden heeft ördre gegéeyeti , om die pre- 
tfenft en kwalijk aönfcëzegde Vróedfchap iftco te doen afzeg- 
gen; voons blijkt ook, dat de Leden, op den u September 
vergadert, maar vijftien in getale zijn ge weert, en dus nog 
nietje hfclft der Vroedföhap uitmaakten, daar de Refolutien 
duidelijk iubouden , dat 'er ten mlnften twéé derden der Leden 
moeten, prefent zijn, zulleji 'erezaken van gewigt geconclu- 
cteert worden. Dit niettegenstaande zou men gtaae fusriaee- 
ren met die kwalijk vergaderde partij te recht te hebben' ge* 
re(bJv*er<)»M<>tt <te Vróedfchap. tegena den. 18 dito te doe» 
befebtijvop; doch, weüqe. Brieven, ten deeie *>or cpgekwaU* 
feeerde P^fooJ^en bezigt, : {eade^ onbefteld gebleven zijn, 
zo als ,de Qndergetelcendea declareeren dezelve itfmmer ge-; 
zjien- te - hebben; eü.dat.dus, aiweer niets meer tot de onwet- 
tigheid dien \Verga4erïyge. . .zojide beljLoeven ,bij te brengen, 
Doch ]waar r omtrent ecfaex npg moet&n remarqueeren, dat de 
Heerén deutz „ en van v^l^enburg bij hunne aantekening 
sej^h&ben bekend geen voordragt tot het houden of befchrij* 
vejc("jpér Vróedfchap op Burgemeesters Kamer te hebben gp- 
^ , al mede direc^ ftrijdig roet. alle oude Coftumen. en U&n-, 
tien deézêr C( Re^eeringe, en. dus flxekkende, *o tot verkor 
tiojje van/derzelver Rechten en. Vrijheden , ,als tol het op-> 
tochten van 'eene gantich willekeurige .magt. 
. „ Om alle welke redenen w^j Ondergetekenden. als nog pro- 
tókeren tegens die gehouden Vröidfchappfta, en ; voor nul e% 



.HAARLEMS GtfthletliHisfé** *?» 

van géeser waarde verklaren al Wat bij dezelve is gerefol- 
veerd, 20 els fflede komt te vervallen de ExtenGfe 4té de 
•VroedfcBap, gehouden den 16 September, welke tneti \h die 
üufle efi prétehfc Vroedfchap vön defl 18 hééft gefëfitfoeérd, 
Wastr in men naaf élgenziünéHjkhëid ën tet kwader trouwe de 
«aken wel zo Wilde doen voorkctóeri, als of dé Pfefidènt éft 
vetdeïe Leden, óp dien 16 9 hiinrie plaatzen op eetrè ónb^ 
Tioörlijké' Wijze hadden vertttën en Weggegaan wfcrén, daar 
•dezèlveü Té* * contrarie niet, als tia M de Vergadering door ' 
den Prëfident, wannöer hij had gezegt dat alles afgedaan was 1 , 
wettig was gefctieiden, zijn vertrokken, zo, als uit' het ke- 
gistër van de Vróedfchap zelfs' duidelijk cónfteerd; ën dus if 
het alleen aan 't informeel gedrag van de Bürgemeésteren 
deutz én van valkenburg te imputeeren , dat 'er, na het 
fchéiden der Vergaderinge , en' het vertrek van den Ptefidëhc, 
toog zaken 'zijn voorgedragen, en' buiten ordre op dezelvea 
ïs geadvifeerd." '. 

: A&uni Haarlem , den 25 fiëcember 175e. 

* * t • ■ ■ l •" ' • • 

(was getekend) : " J '- ' 

J. S. LA CLé, Z. STEENIS, D. VAN DER. 
WAAIEN, W. J. GR. VAN HOOGENDORP, 
P. VAN DEN BROECK, KEMEES FLORIS 
VAN ZAANEN * D. J. CAMERLING, J. 
F. PARvé. ^ 



',, Van het éyengemélde Beticht,' verzogten dé Hèere» van 
» 3e Ridderfchap en Èdelën,' gelijk óok de verdere Lëdeti 
j, dier Vergaderinge , Copij te inogen hebben , ten eih- 
„ de de eerstgeihèlden hët Zelve in ordre mogtèn onder- 
,, zoeken , en de laatstgemelden daai 1 op verftaan het goed- 
je vinden dér Heeren, hunne Principaalen; terwijl de Gédë* 
fy puteerden van Haarlem inttantelijk verzogten, dat de d& 
,, liberatiert over deeze zö Hnpoirtante als mterésftnte materie 
* niet verhaast, -ihaar afgewagt mogt worden hét geene de 
n Heeren , hunne Principaalen , nodig zouden vtoden , • tót 
» ophelderinge van *üt Bericht en vede omfiandighedeo, dee- 
f S4 f » Zi 



ste HAARLEMS GefiUedenttfe*. 

- ' i— — — i i ^— é—— ^— ■— ■» 

„ ze zaak aangaande, in het daglicht te (tellen en *an hunne 
„ Ei Groot Mog. nadéf te vertoonen; aan welk. verzoek 
„zij vertrouwden, dat de Leden te gemakkelijker zouden 
„voldoen, om dat, uit het Request of de Remonftrantie 
„ der achtlen Leden van de Vroedfchap bleek,, dat aan de 
,, moderatie en verregaande condefcendence van de Vroedfchap, 
„ of het Meerdergedelte van dezelve, was toe te fchrijven, 
„ dat voor de verhaastinge van het befluit bier Qmtrent, zon- 
5 , der deeze nadere ophelderingen af te wagten, geen reden, 
„ veel min eenig kortaanftaande gevaar, te vinden was.** Hec 
fcefluit hunner Ed. Groot Mog. werd hier pp uitgefteld tot na- 
dere overweeginge. Waar na de gemelde ach tien Leden van de 
Vroedfchap deezer Stad een tweede Request ter Staatsvergade- 
jringe van Holland hebben doei? indienen, bij het welke ge- 
voegd was eene breedvoerige Juffificatie van de Meerderheid 
der Vroedfchap, nopens hun gejiouden gedrag,; Welke beide 
ftukken, en het laatfte inzonderheid, op eene- bondige wijae 
aantonende wat 'er van de opgegeeven befcjmidïgingen is, den 
i Fgbruarij, aan hunne Ed« Groot Mog. zijn overgeleverd, en 
dus luiden; 



Jan de Edele Groot Mog. Hoeren Staat en va* 
Holland en ÏVe%tfrietiand. 

n Vertoonen, met fchuldig refped, de Ondergetekende Bur- 
gemeesters, Schepepen en Raaden der Stad Haarlem , dat de 
Venoonera genoodzaakt -zijn< geworden , op den 27 September 
des voorleden Jaars 1759, zig, bij Requeste, gan U Edele 
Groot Mog. te addresfeeren, en te verzoekeu het maintien van 
fcet Oftrooi en Privilegie der gemelde Stad, en de hopge voor- ! 
«ieninge van U Edele Groot Mog, wegens de verklezinge van 
fALQMON vaw echt&n tot Burgemeester aldaar; welke verkie- 
zing nu wijlen haare Koninglijke Hoogheid, hoogloffelijker Me* 
mode, als, Gouvernante en Voogdesfe van zijne Hoogheid, den 
pritife ErfKadbouder, heeft gelieven te doen buijen deNomk 
natie van de Vroedfchap, en alw niet confom aan bet gezegd* 
Oftrotf * Privilegie. . . r 



HAARLEMS Gtfihiédenkftni- N *| I: 



„ Dat, U Edete Groot Mog., teir' zelfden dage, hebbende 
goedgevonden den voorfchreeven Requtóte en Bijlagen aan wei- 
gedachte haare Koringöjke Hoogheid,, bij Misfive, te zenden, 
met verzoek om hoogatderzelVerCondderatien enaerichtdaar 
op aan U Edele Groot Mog." te laten, toekomen, vervolgens, 
uit naam en van wegen de hooggenoemde Koninglijke Prinfesfe , 
bij Misfive, in datof den '14 December vaahet Jaar 1758 j aan 
U Edele Groot Mog. is ingezonden het gérequmeerde Bericht. 
Doch waar bij veeie zaken aan ü Edele Groot Mog. Wierdeii 
voorgefteld, welken, zo. de Rechten der «tad Haarlem, als 
de eer en de verpligdng van de Meerderheid der Vroedfchap, 
aldaar, ten hoogftenzijn toucheerendéw ;. 

„Dat, de Vertooners zig hier door hebbende gevonden in 
de verpligtinge,'dm, zo wegens de groödeh van het Recht, 
k bij hen gêfusthieerd, afc nopens de feiten, door abufiye infor* 

/ marien, ten hunnen laitè voortgebragt, -eenige Elucidatien in te 

richten, het inmiddels tuèfchengekontèn finertelijk overlijden van 
dé Vorftinne, wiens geheugen öIto6s*nèt eerbied geconfefveerd 
«toet worden ,' de Ondergetekenden WW *eeft aangedaén met 
oprechte droefheid en léedwé2en> over- dit zo groot verlies j 
maar dat het belang der Stad Haarlem, aan de Regenten op het 
allerfórieufte bevolen,* eti de gevolgen, welken diérgelijk'Voor- 
beeid, als in de dpgetnelde verkiè^inge Van sAlomón vAn ech- 
ten gezien word, zouden kunhen maijen op' het algetneëir wel- 
zijn, de Vertoonets houd in de vêrbindtenisfè om hunne bij* 
zondere gevoelens van rouwe, ïoogachtinge en* erkëntenisfe niet 
io geheel- te toogerf involgen , dat daar door de verfchuldigde 
befcherming achtergelaten zoude worden. • *' 

„ En vleiende zig hier in te zullen ontmoeten de goedkeu- 
ring van ü Edele Groot Mog. , zo nemen de Vertooners, met 
deezen, de vrijheid hunne eerbiedige Juftificatie en verantwoor- 
ding aan U Edele Groot Mog. te prefenteeren, met ootmoedig 
verzoek dat ü Edele Groot Mog. dezelve, neveris het boven 
Cemendoneerde Request en Bericht, in gunftige attentie gelie- 
ven te nemen.» (Onder fiand) 

\ Welk doende enz. 
(getekend) 
Jaco* mutz; Raad en Regeerend Burgemeester, iftp. 
S 5 P. 



jfe* HAARLEMS tefthiedènhfat. 

i ' )i ■■ " ' ' mTmmm mmm ■— — — 

• P.' «. cr<Jmmelw, Raad en Oüd . Bnrgenteester. 

- .'Arend de raad, Raad en OucUBargaiieeRer; f 
■ • C VAN.DYK i Raiüf en Ond*Bttrgetaéesteiv' i 
' F. b. fagel, Rm(d;en Oud'Datgemeeiiér-'; 

P, van scHuu-fcNBURCil van tfóERMOti* v Raad en Oud* 
• Schepen. * * 

• C.J. van dam, Raad en Ottd-Schepbnw . .'; 
'A.RUIT3, Raad en Oud-Schepen. .1 . 

.C A» va» «YPfisröN^Raad en.Qnd-Schepet. 
. . J. van styrum, Raad en OudrSchepem 

J».i*uigheKs> Raad en Oud-Schepen. . - ( 
A*heshuizen, Raad ta Oud-Schepen» • > 

„Dö Ondergefchreevenen,zig,om rsdene9,niet inlatende o* 
tl het geen* in de .nevensgaande Juffi£c3Üe : if gededuceerd 4 
verkiaaren dat zij nooit met iemand, wie ^t 9°* 2i i * « e W^ 
cafaote, verbmdtenjs, coroplotterije , corre^pondenue, of hoe 
toen het ook anders mag noemen, l^be* aangegaan, zor als 
atulks bi> de MisGve ^a» w®** haare Koninglijke öoog^ödg 
fkxtcsfer gedachtenWe.i&^pofWil gW<*fcu" . ■ 

!. : P. -ja ijtu rjE witLHEM, Raad en Reg/erepd Schapen* /: . 

Isaak wjffort;, JEVaad en jDudrSchepety . ? ., c ;, ( y, « 

-\ . Antoni? sucher, ïUad eii Oud-Schepen^ f< , - M 

: P* van^lennrp, Raad. en püd-Sqh^?e> , Mll ^ / ;-. f -- : 

Jan theodorus koek. Raad en Oud-Schepen. . 

; f, d. jAuw,,g«W«n ho*uex v^n .butti^gen , Raaf! $% 

Vroedfdtfp. '.. :.,,.;»..: - ■ • 



!##<■ 



HAARLEMS Gefchledenlsfln. %Sj 

Eerbiedige J unificatie en Verantwoording van dé 

Burgemeette*en , Schepenen en Raaden der Stad 

Haarlem, te [amen uitmakende de Meerderheid 

van de Vroedfchap der gemelde Stad % overge* 

geeven aan de Edele Groet Mog. Heeren Staa* 

ten van Hollanden Westfrieiland 9 . nopens den 

inhoud der Misfive, door wijlen haar e Koning» 

lijke Hoogheid, hoogUf dijker gedacht e nis f e , als 

; Gouvernante . en . Foogdesfe van zijne ^ Hoogheid % 

den Prjtifi Erffiadhouder 9 op den 14 December 

van het Jaar J758 , aan hoogu gemelde hunne 

Edele Groot Mog. Ingezonden , en vervattende 

, derzelyer Ccnfidcratien op het Request , V welk 

door de gezegde Burgemeesteren , Schepenen en 

. I . Raaden , den 27 September van het Jaar 1758, 

- * • . aan hopgst gedachte hunne Edele Groot Mog* is 

. geprefenteerd. 

EDELE GROOT MOGENDE HEEREN l . 

.. „ Gelijk de Burgemeesters, Schepenen en Raaden, uitma- 
't*i*de de Meerderheid, van de Vroedfchap der Stad Haarlem + 
fieeds., oprechtclijk hebben geijverd» om in alles, waar toe 
Jmn. vermogen zig konde uitftrekken., het welbehagen van wij* 
Jen haare Koningiijke Hoogheid, de Vrouwe Gouvernante ea 
Vaogdesfè, glorieufer gedaehtenisfe, te achtervolgen, zo heb* 
ben dezelven niet anders, als met de uitterfte (inerte en im> 
prife kunnen zien, dat hunne wettige bekommering van niet 
te mogen verlaten döa voorfland der Privilegiën, in welken de 
zekerheid der Ingezetenen en de gronden van derzelver vrijheid 
komen te berusten», en uit welk motief alleen de Vertooners, 
op den 37 September dea Jaar* 1758» hun bezwaar jegens do 
verkiezinge van salomon van echtsn , tot Burgemeester der 
opgewelde Stad ,, met een eerbiedig Request aan U £d. Groot 
Mog. hebben moeten voordragen, iöcurreerd eene disgratie* 
iodanig als uit aa*m van hooggemelde Kopingjijke Prinfesfe, 
in de Misfive, op den 14 December, daaraanvolgende, ter 
berichtinge op het gedachte Request, aan ü Ed. Groot Mog. 

in- 



*H HAARLEMS Qeftklèienltfê*. 

Ingezonden, word gedeclareerd, en zo als' bïj den teneur van 
dezelve Misfive doorgaans is voorkomende. 

„ Be gedachte Burgemeesters» Schepenen en Raaden ver- 
trouwen, met volkomen zekerheid , nooit bij U Ed. Groot 
Mog. een objeft van verontwaardiginge te kunnen wezen , dat 
de Leden van de Regéêringen der Steden , zig met behoorlijke 
onderwerpmge , vertoonen ter befcherminge van de Rechten, 
lot welkers maintien dezelven van wegen U Ed. Groot Mog., 
ah des Lands hooge en eenige Souveraine Overheid, plegtig 
zijn geroepen, en waar van de cuftodïe aan henlieden is bevolen 
tot het allerdierbaarfte einde, de confèrvatie van het algemeene 
welzijn. 

„ Maar het kan aan dezelven niet anders, als zeer fenfibel, 
vallen , de wettige en gemefureerde uitwerkingen van hunnen 
plïgc befchóuwd te zien als onderneemingen , waar voor het 
eminent cara&er van den Erflladhouder, zo wel als die het zel- 
ve wettig heeft gereprefenteerd , en voor welke niemand vol- 
maakter veneratie kan hebben, dan de Vroedfchap der Stad 
Haarlem altoos en onveranderlijk daar voor is bewerende, be- 
hoorde beveiligd te wezen; en zulks in omftandigheden , daar 
de geztgdé, vèrpiigttnÊ zig is evertueérende omtrent eeriè ge- 
benrtenis, Van welke geen gelijkend, min nog goedgekeurd, 
voorbeeld, in eenigën der voorgegane Stadhouderlijke beftièrin- 
'gen, word gevondeu-; het zij men oogt op de daad zelve, 'dè 
verkiezinge , welke het onderwerp van de klagten uitmaakt* 
het zij de wijze , waar op de Stad Haarlem dezelve verkiezing 
-heeft moeten zien introduceeren , in de gedachten word het- 
Iroepen. 

* „ Met een verhaal van de gedane Ele&ie, op zigxelve inge- 
ifen, zullen de-Vërtooners U Ed. Groot Mog. niet weder op- 
houden, dewijl het gantfche geval in het bovengemelde Request 
volkomen is gedeploieerd. Maar de gunftige attentie van ü 
Ed. Groot Mog. word ootmoedig verzogt over het Recht van 
«Ie Vroedfchap , het geen men zal toonen in de beklaagde ver- 
kiezinge benadeeld te zijn; en over het gedrag van de Meer- 
derheid der Leden , het gunt zo zw4ar , als buiten grond, word 
befchuldigd. 

n Nooit 



t HAARLEMS Gekhhdenisfrn. **i 

M Nooit, echter» zal bij de Meerderheid vair de Vroedfchap 
der Stad Haarlem opkomen, het vermeeten van zig gecompro- 
mitteerd te willen hebben met wijlen hoogstgedachte Koninglij. 
ke Priiifesfe, en deszeJfs illuftre kwaliteiten. Men erkent en 
erinnert zig al te wel de rechtmatige diitantie, tusfchen het uk* 
Itekend emplooi van den Prinfe Erfttadhouder der Provintie en 
de kedieninge van de Vroedfchappen der Steden, hoe zeer de- 
selven ook gehouden kunnen worden als Leden van die Corpo- 
ra, welken de Souverainiteit deezer Provintie helpen corapofee- 
ren. Nooit is mede bij dezelve Vroedfchappen iets minder be- 
doelt, dan met wijlen de Vrouwe Gouvernante en Voogdesfe 
van deezen geliefden Prinfe te disputeeren. De hooge Voor- 
rechten, aan dên Erfttadhouder , of die denzelven reprefemeerd,. 
wettig omgedragen, zullen bij de Vertooners altoos gefchat blij- 
ven als heilig , en aan welken zig niemand mag vergrijpen» 
Maar, wetende hoe, in onze vrije Conftitutie, voor een grond-, 
regel word gehouden, dat de waardigheden zig onderfcheiden 
door het gezag en de nitvoerioge van het gedefereerde gebied» 
en dat ook het hooge emplooi met het mindere Haat in gelijk- 
heid van Rechten , zo als die aan dezelvén refpe&ivelijk com- 
peteeren, zo is het op deezen grond, dat hunne poogingen be- 
paaldelijk daar heenen (trekken, om, als getrouwe Voordan» 
ders , bij U Edele Groot Mog. , van wien zo wel het O&rooi 
ea Privilegie der Stad Haarlem, als de Rechten der Erfllad- 
kouderen deezer Provintie, zijn afvloeiende, te juftificeeren de 
gedane klagten pver eene onderneeminge, ten nadeele van het 
gemelde Privilegie en OArooi , waar toe zij eerbiedig vet mee- 
oen dat de hooggedachte Prins Erfftadbouder ontwijfelbaar niet 
gerechtigd is. 

„ Doch welke onderneeming de Vroedfchap, aan wien de 
uitmuntende kwaliteiten en deugden van wijlen haare Koninglij. 
ke Hoogheid , glorieufer gedachtenisfe , ook ten vollen zijn be- 
kend, en die daarom met gantsch Nederland in diepen rouw$ 
ligt over het droevig vérlies van die zo* waardige Prinfesfe, niet 
wil nog kan wijten, als aan de ?odanigen, die hunne eigen be* 
vordering boven alles prefereerende, door alle fub- en obreptive 
middelen en zeer verkeerde infinuatien en iufimulatien, hoogst 
Jezelve daar toe feebbtn weten te brengen ; en, mitsdien, nv 

der- 



s» HAARLEMS Oe/chtedenhjkn. 

I l I I—— — mm | I, . I ,< ! ■ ■■!,. , ,|| — — — , IgMM KM — 

derhand, ook veel moeite hebben moeten doen, om dit algo 
aangeraden en «doorgedrongen werk ten beste te coloreemu > 

„ In de gemelde Juftificatie , en ter oVertüiginge dat . de 
gehouden condaites geheel'overeenkomen met de gronden der 
Regeeringe, het niet anders kunnende zijn, of de Prerogati* 
ven van den Prinfè Erflhdhouder zullen,' nevens het Octrooi 
en de verdere Privilegiën der Stad Haarlem, door de Ver- 
tooneren, bij U Ed* Groot Mog. refpeétivelijk ter overwee* 
gtoge geprefenteerd moeten worden , uit oorzake dat de be- 
fchikking omtrent de Magiflratuure dtr genoemde Stad, door 
welke befchikking de verkiezing van salomon van echten 
tot Burgemeester is voortgebragt , geene andere betrekking 
tot wijlen haare Koninglijke Hoogheid heeft kunnen hebben, 
dan in de relatie als Gouvernante en Voogdesfe over hoogst* 
derzelver minderjarigen Zoon, en alzo de fundtien van het 
Stadhouderfchap waarnemende ; zo zal de intentie van hun 
Vertooneren wel zijn, om in deezen te fpreeken als minderen 
▼an rang, ten reguarde van eene meerdere,' voor wien dezel- 
ven altoos alle achting en «eerbied zullen blijven voorbehou- 
den, en de benévoientie, van welke men nooit zal nalaten, 
door alle wettige middelen en wegtn, te ambieeren; maar, 
tevens, gelijk zij niet anders mogen doen, als zodanigen, die 
▼oortreeden ter verdediginge van deugdelijke Rechten , aan 
hen vertrouwd, zig verzekerende dat bij U Ed. Groot Mog.* 
voor een rondborstig, doch gehoorzaam, betoog van recht ea 
ónfchuld de deur altoos open ftaat. ^ 

„ Het eenigfte, en te gelijk het allerhoogfte, waar toe de 
wenfehen en begeerten van de Vertooneren z\g ten deezen 
tiitftrekkgn, en het geene door dezelven met zo veeie onder- 
werpinge en eerbied, als ernst en vertrouwen, word gefbllï- 
citeerd* beftaat hier in, dat zij het geluk mogen hebben mét 
wijlen haare Koninglijke Hoogheid, glorieufër gedachtenisfe* 
en zig gantsch overdragende in deszelfs eigen woorden, t« 
mogen convenieeren in deezen grond, dat de Regeering al- 
hier niet beflaan kan, wanneer eene willekttirige overmagt 
zal ftatueeren het geene %e oordeelen zal het meeste van 
de Convenientie te zijn; maar dat de Privilegiën , H?et» 
ten , Cojiumen en Üfmptien het rigtfneer métten wezen 9 

vaar 



HAARLEMS GefMedenhfen. *&y 

waar naar 4e Rege/trwg van het Land en de Steden hé- 
fflierd moet worden. In deezen zin heeft de Prinfes zig klaag- 
lijk gelieven te uitten. 

„ De Vertoojiers betuigen, met de volkomenfte oprechtij- 
heid, en op alles, wat wenfchelijk en dierbaar kan wezen, 
Bie| alleen geenen anderen «grondregel van hunne daden of 
gedachten ooit te hebben gehad of nog te frebben , maar on- 
derwerpen, zppder de minde voorbehoudinge, aan de toetze 
van den zelfden regel alle hunne verrichtingen. 

„ En hier op verzoekt de Meerderheid der Vroedfchap 
van U Ed. Groot Mog., in de eerde plaatze, de vrijheid 
om aan dezelven te mogen . openleggen de Wetten , Privile- 
giën, Cofrumen en Ufantien, welken in de verkiezingen van 
Burgemeesteren der Stad Haarlem , zo tén refpe&e van de 
Ele&ien, te doen door. den Prinfe Erfffedhouder, en welke 
Jraerogativen aan den zei ven, ten. dien reguarde, zijn com- 
peteerende, als met opzigt tot de Nominatien, bij de Vroed- 
fchap te formeeren , mitsgaders de gehoudenis van dezelve 
Vroedfchappen , tot rigtfnoer moeten diehen. En het Recht, 
het geene van wederzijden verbind, geconftateerd zijnde, als 
dan imploreeren de Vertöoners van ü Ed. Groot Mog. dè 
gunfte , om de befchuldigingen , tegens' dezelven ingebragt, 
met decesitie te mogen beantwoorden; en voorts, bij order, 
ook de verdere geavanceerde aanmerkingen ter toetze te (lel- 
len. Alles in dat zeker vertrouwen, dat de gedoleerd heb- 
bende achtien Leden, ten «rutte van de gantfche Stad, eene 
zo favorable, als rechtmatige dispofitie, op hun ingeleverd 
Request van U Ed. Groot Mog. zullen erlangen. 

„ Wat dan de eerst geproponeerde 'adftru&ie aangaat, zo 
moet het in confesjo zijn , dat het poinét , waar over de 
Meerderheid van de Vroedfchap der Stad Haarlem zig be- 
zwaard, 'hier in is beftaande , dat saloiSion van echten, 
door haare Koninglijke Hoogheid, tot Burgemeester der ge- 
zegde Stad is verkozen buiten de Nominatie, welke in de 
Vroedfchap, bij de Meerderheid van Stemmen, is geconclu* 
deerd, en die vervolgens, uit naam van de gezegde Vroed- 
fchap, aan baare Konfaglijke Hoogheid is overgeleverd ge- 

wor- 



flftf HAARLEMS Gtfthiedtnisfrn. 



worden, ten einde uit dezelve de verkiezing van Burgemeesttf- 
xen zoude gefchieden. 

„ Ën mitsdien moet in eerbiedige overweginge komen, of 
haare Koninglijke Hoogheid, als .Gouvernante en Voogdesfe van 
den Prinfe Erfftadhouder, bevoegd is geweest om zodanige 
verkiezing, buiten dé gemelde Nominatie, te mogen ofte kun- 
nen doen. 

„ Hier toe nu opvattende het geconverteerde rigtfnoer der 
Rechten, Privilegiën, Coftumen en Uiantien, en alzo nagaan- 
de welk Recht aan de Vrouwe Gouvernante, in derzelver hoo- 
ge kwaliteit , omtrent de Mag^ftraatsbefteilinge binnen de Stad 
Haarlem , heeft gecompeteerd , zo vertrouwd men, in het, 
algemeen, buiten conteftarie te. zullen wezen, dat het Récht 
van den Prinfe^ Erfftadhouder berust in en op de Commisfie, 
waar bij deeze hooge waardigheid aan den zelven is gedefereerd 
geworden. De kwaliteit en het caraéter van de Stadhouderen 
In deeze Proviatie word 'billijk geconfidereerd in zeer hoogen 
fland en aanzien; maar, met alle eerbied gezegd, de Doorluch- 
tige Prinfen, welken deeze hooge Charges bekjeeden, bezitten, 
in die kwaliteit geen origineel eigen Recht, en hunne macht tot 
de Regeeringe was nooit radicaal, bij of uit dezelven oorfpron- 
gelijk. Integendeel werkt het eminente beilier des Stadhouders 
'eeniglijk in en door de nitvoeringe'van den last, bij U Eek 
Groot Mog., als Souverainen van den Lande, aandenzelven 
opgedragen , en voor zo verre als de gedefereerde macht en de 
verleende Commisfie is (trekkende. 

„ Deezen eertten" grond alzo kortelijk gelegd zijnde, zo 
volgt , bij order, de infpeAie, welke Rechten en Prierogauven 
door U Ed. Groot Mog. , bijzonderlijk ten aanzien van de Ma- 
giftraatsbeftellingen , aan den Prinfe Erfftadhouder zijn opgedra- 
gen. En het geëligeerde rigtfnoer leid ons, ten dien relpelte» 
tot de Commisfie , bij U Ed. Groot Mog. aan wijlen zijne 
Doorluchtige Hoogheid, Prins willem den IV, gedefereerd, 
voorkomende ia de Notulen van Uwer Ed. Groot 'Mog. Ver- 
gaderinge, onder den datum van den 12 Maij van het Jaar 1747. 
Op deeze Commisfie heeft hoqggedachte zijne Doorluchtig* 
* Hoogheid, den 15 Maij, daaraanvolgende, plegdglijk den Eed 



HAARLEMS Gefchiêdenitfa, «8$ 



afgelegt* zo als, na hoogstdeszelfs fmertelijk aftterven, door 
wijlen de .Vrouwe Gouvernante , glorieufer gedachtenisfe , insr 
gelijks is gefchied. En bij dezelve verklaren U Ed. Groot 
Mog., wederom op het ailemadrukkelijkfte, den booggemei- 
den Heere Prinfe van Oranje en Nasfau, wiluem karel 
hendrik friso, te onthouden, te committeeren, te (lellen en 
ce ordineeren als Gouverneur, Kapitein-Generaal en Admiraal 
van den Lande van Holland en Weitfrieiland '» onder ande- - 
ren met deezen last, ten aanzien van de Magiftraatsbeftellin- 
fcen, namelijk, „ de Burgemeesteren, Schepenen en Wetten 
„ te veranderen naar behoren, en achtervolgende de Privi» 
,, Ugieu ' van de fefpeêtive Steden en PUtatzen? DeeZe 
laatfte woorden achtervolgende de Privilegiën van de refpec- 
tivt Suden en Blaat zen zijn overgenomen en gevolgd , niet 
alleen uit de Commisfie van wijlen Prinfe wii<lem den III , 
gedateerd den p Julijvan het Jaar i67«;Mnaar ook, volgens 
de Commisfie va? wijlen Prinfe willem den II , van dato 
den 19 December van het Jaar 1647, zo als dezelven daar 
bij voorkomen, met uitlatinge, op dit poinét, van de woor- 
den daar het zelve van 'noden wezen zal , welken in de In* 
ftru&ië èn in de Commisfien van de Prinfen maurits en frr- 
drik hendrik worden gevonden $ doch die, volgens het rap- 
port, daar van, den 16 November van het Jaar 1647, ter 
Vergadéringe van U Ed. Groot Mog. uitgebragt, en den ig 
December gearrefteerd , daar achter niet behoorden , maar dien 
- conform bij die, en de verdere Commisfien der Prinfen Stad- 
houderen, zijn geplaatst achter het volgende pointf, rakende 
het doen houden van goede opzigte, goede ordre en wagc 
in dé Steden en Sterkten,, zo te Water als te Lande, daar 
zulks van noden wezen zal. Hebbende de oorzaak van die 
'gemaakte veranderingen alleen kunnen bedaan daar in , dat de 
evengemelde eerdere claufule voet of aanleiding had gegeven, 
dat veranderingen in de Regeeringen waren gefchied buiten 
de Privilegiën , op fundament dat de Prins Stadhouder decla- 
reerde te oordeelen dat dezelven van noden kwamen te zijn, ' 
Dit hebben U Ed. Groot Mog., na het overlijden van Pring 
fredrik hendrik, met reden vermeent te moeten rettificee- 
ren, en, wanneer alle de Prarogativen van het Stadhouder- 
XIX, DEfifc. ^ T. * - fchap 



190 HAARLEMS Cejchteitnhfen. 

fchap toe U Ed. Groot Mog. alzo waren wedergekeerd en ver* 
finolten, en dat dezelven uit den boezem van U Ed. Groot 
Mog» van nieuws moesten voortkomen, ernftig op die wijze 
getoond te willen tegengaan. En daarom/ wegneeménde den 
voorfchreeven grond, waar op eeniglijk de Prinfen Stadhouder* 
fiadden kunnen aangeraden worden om veranderingen te intro- 
duceeren naaf derzelver convenientie, is het dóen van de Ma- 
giftraatsbeftellinge wel bij continuatie aan de Heeren JJtadhoude- 
ren gedemandeerd verbleven; maar met deeze vaste bepalinge f 
waar van geenzints koftde afgeweken worden, van temoeted 
achtervolgen de Privilegiën van de Steden en Plaatzen. 

„ De uitwerkingen van deeze hoogwijze voorziening en al- 
teratie in de Commisften hebben zig ook zo terftond , als wij- 
ders bij fuccesfie van tijden, gemanifesteerd v en wel in twee- 
derlei opzigte : . , ( " " • 

„ Wafit r in 'de êerfte plaatze, zijn daar door geheel opge- 
houden de buitenge woone veranderingen, welken alleen op au- 
thoriteit van de Prinfen Stadhouderen zouden jjefchieden , en 
zo als dezelven onder het éeftier van den Prfnfe maurits , in 
het Jaar i<5»8, waren gezien geworden. Integendeel, wanneer, 
in het Jaar 1672, eene buitengewone verzetting van de Over- 
heden der Steden wierd verwagt, zo is Prins willem de III 
daar toe gemunieerd met eene bijzondere en fpeciale Authorir 
fttie van U Éd 9 Groot Mog., te vinden in derzelver Notulen, 
onder den datum van den 27 Augustus van het Jaar 1672, en 
ingerigt in zeer opmerkelijke en ten uitterften gemenageerde ter* 
men, Sn dier voegen, dat dezelve is gedaan voorkomen als 
eene vrijwillige aanneeminge van de refpeftive Steden. Gelijk 
dan mede de laatstverftorven Stadhouder, zijne Doorluchtige 
Hoogheid, Prins willem de IV, wanneer, in het Jaar 1748, 
nogmaals eene buitengewone verandering in de Regeeringen der 
Steden gedaan zoude worden, daar toe ook andermaal , bij eend 
fpeciale Refolmie van U Ed. Groot "Mog., in dato den 31 Au- 
gustus des gemetdenjaars, in geene mindere zagte uitdrukkin- 
gen, dan die van het Jaar 1672, is geauthorifeerd, 

„ En wat in de tweede plaatze aangaat, de gewone of jaar- 
lijkfche verandering der Magiftraaten ;. deeze is door U Ed. 
Groot Mog. aan de Doorluchtige Stadhouderen wal gelaten ge- 



HAARLEMS Gêfitiefatifa *9* 

Worden, gelijk dan omtrent dezelven filets zo notabei lutddfc 
geëxfteerd; maar-, niet te min, Is ook de Zekerheid van de ge- 
dachte jaarlijkfche verkiezingen, door het reétifieeren deif itteei* 
«gemelde ciaufule, zodanig befloten binnen de termen vtó d* 
Privilegiën, dat» al wat daar buiten zoude treden » abgede* 8 
titueerd van grond Zoude moeten faltorten. De hdogé Öomftii- 
iie is niet, en kan over zulks geeneuit werkingen produceert»* 
als daar dezelve de Burgemeesteren, Schepenen en Wetten Ver- 
andert achtervolgende de Privilegiën* Daar deeae achtervot- 
giug ontbreekt, ontbreekt de last» en ontbreekt, bij orde, da 
*is impcrandi > of wel, om in de termen van het geval te blij- 
ven, de vis eiigendn En de waarneeming van het geetfe dit- 
gelijk* bij de veranderingen van de Regeeringen in de Stedeü 
gebeurd , bevestigd niet alleen dit geavanceerde ; maat ver* 
toond, bovendien, de blijken, dat het Recht tot defileétlé 
•door de Privilegiën word gelimiteerd en beperkt» ook in engéf 
palen, dan waar in het zelve aoderzints, bij het eigenlijke dra* 
-pofitief van de hooge Commisfien, zoude fchijnen geftetd te 
wezen. Om een voorbeeld hier van te fuppediteeren in bet 
.dispofidef van alle de gehonoreerde Commisfien» komt voof 
eene uitdrukkelijke kwalificatie om de Burgemeesteren , Schè* 
penen en Wetten te veranderen* Ën in de Steden 'Delfts «Ga** 
'da, Rotterdam en anderen, verkiest de Prins Erfftadhoudef* 
even als binnen de Stad Haarlem , zo de Bufgemeesteren at* 
de Schepenen,, uit oorzake, daf , volgens de Privilegiën deezef 
Steden, de gedachte Eieftien aldaar in diervoege moeten g*»- 
fchieden. Maar tt Leiden worden alleen de Schepenen doof 
den Stadhouder geêligeerd, en niet de Burgemeesters s waarofö? 
Om dat bij het Privilegie van Hertog filips , van den 23 Jutij 
van bet Jaar 1434, de verkiezingen van Burgemeesteren dé* 
Stad Leiden is opgedragen aan den Schout, het Gerecht en de 
Vroedfchap der gemelde Stad. Op de zelfde wijze Worden de 
Burgemeesters der Stad Amfteldam mede door hooggetneidett 
Brfftadhouder niet verkozen; maar dezelve verkiest alleen de 
Schepenen aldaar; wederom uit oorzake, dat, achtervolgende 
het Privilegie' van Hertog alBrecht, van den 16 Januari j vab 
het Jaar 1399* S. C, de geenen, die in deeze Stad Schepetl 
of Raad geweest hebbeo, tot de Eleftie van Burgemeester*! 

Ta & 



m HAARLEMS GtfchieiiüUJ'M, 

aldaar . zijn bevoorrecht. Nog groorer uitzonderingen vind 
men t$ Hoorn, en in eenige andere Steden* En het Wijven 
ajzo, de Privilegiën der Steden, welken de uitwerking va* 
Jiet , beftjer des Stadhouders, omtrent de Magiftraatsbeftellinge, 
r *#* ei k En op dat niet gedacht inogte worden of uit dit 
gezegde eenige vermindering van het wettig gezag des Stad- 
houders zoude refulteeren., zo zal men alleen herinneren, 
Jioe de groote Vorst, wij,lem de III, in het Jaar 1Ö84, 
fpeciaallijk omtrent het (luk van de Eleöie der Magiftraaten , 
aan zijne Hoogheid door, U Ed. Groot Mog. gedefereerd, 
niet gefchrooipd heeft zig rondelijk te uitten in deeze woor- 
den: en erkennen wij gaarne, dat wij in. dien de e Ie fchul- 
éêg afin *n$ naar de Privilegiën te reguleerett. 

„ Vastftaande dan , dat de jaarlijkfche veranderingen van. 
Burgemeesteren , Schepenen en Wetten , door de Vrouwe 
Gouvernante , hebben moeten gefchieden achtervolgende de 
Privilegiën van de refpeaive Steden en Plaatzen, zo fccce- 
deert nu, in orde, bet onderzoek, met welke. Privilegiën dcf 
Stad Haarlem, ten reguarde van de Magiftraatsbeftellinge in 
dezelve Stad, voorzien is, en hoedanig de Ele&ie aldaar, 
in achterVolginge van de gedachte Privilegiën, moet gefchie- 
den. . ^ •• * - 
, „ En hier doet zig 9 jn de eeröe plaatze, te voren het 
Octrooi, door de Burgemeesteretl en Regeerderen der Stad 
Baarim, op den a6 Julij van het Jaar 1651, van ü Ed. 
Groot Mog* verkregen; en op het wplke.de Burgemeester*, 
Schepenenen Raaden, uitmakende de Meerderheid van de 
Vroedfchap der Stad Haarlem* zig bij hun Request hebben 
gefundeert. Dit .Oftrooi is doof de Stad Haarlem verzog*, 
en door ü Ed. Groot Mog. "uitdrukkelijk vergunt, als een 
Privilegie; verklarende ü Ed. Groot Mog., uit derzélver 
% „ rechte wetenfchap , fouveraine macht en authoriteit , de 
„ Vertoqners te hebben geóarooieerd en gepriviligeerd ," zo- 
danig als vervolgens in het dispofkief van het zelve breedtr 
word vermeld. En de fchikkingen bij het zelve, bijzonder- 
lijk ten aanzien van de verkiezinge- def Burgemeesteren , ge* 
maakt, diaeeren, uitdrukkelijk, dat bij de Vroedfchappeg 
geformeerd zal worden eene Nominatie van acht Perfoónen, 

atet 



HAARLEMS Gefchiedenhfen. 993 

.. ^_... • __ ^_ •, 

•iet zo als die in eene orde van opvolginge daar toe ais naasten, 
geconfidereerd jnoeten worden , maar , achtervolgende den 
klaaren en allerprijsfelijkften last van U Ed. Groot Mog., van 
'dusdanigen, welken de Vroedfchappen zullen achten te wezen 
van de rechtvaarêigjle* verflandigfte en vreedzaam ft e lief* 
hebberen van het Vaderland; en dat uit de gemelde acht Per- 
lbonen de Burgemeesters moeten worden verkozen. Dit is het 
Privilegie,- achtervolgende het welk de Eleftie van salomon 
van echten moeste 2ijn gedaan , zal dezelve beftaanbaar en 
wettig wezen. Maar de verkiezing van salomon van echten 
tot' Burgemeester der Stad Haarlem , door wijlen haare Koning- * 
lijke Hoogheid, giorieufer gedachtenisfe , volgens hoogstderzel- 
ver welbehagen , uitgebragt , nevens het gezegde Privilegie 
afljnde geplaatst, en met het zelve wordende geconfronteerd, 
zal het niet anders, ais te zeer evident, moeten wezen, dat 
daar in het meergemelde Privilegie niet is gevolgd, en dat dee« 
ze Eleétie van het geprezen rigtfnper is devieerende. 

„ Edoch gelijk de klaare en duidelijke letter van dit Oftrooi 
en Privilegie geen twijfFel, min nog tegenfpraak, is toelatende, 
zo heeft men, niet zonder verwonder inge , gezien, dat beden- 
king gemoveerd word of het gezegde O&rooi nog kragt van 
verbindtenisfe zoude hebben 9 dan of het zelve door de.reintro- 
dudie van de oude Regeeringsforme mogte ophouden obligatoir 
te zijn, en dat men dit Privilegie zoude mogen aanmerken als 
een interiujs Reglemenf , gemaakt ter gelegenheid dat de Pro- , 
vintie, door den dood van Prins willem den II, ontbloot was 
van een 9 Stadhouder, en het welke alzo, bij het cesfeeren der 
tedeneh, waarom het zelve gemaakt is* insgelijks zoude moe- 
ten cesfeeren en ophouden. Want weinig is het hier tegens, 
dat het gedachte Octrooi en Privilegie, geduurende de gamfch? 
Regeering van Prins willem den III , heeft ftand gehouden en 
als eene grpndwet van de Stad Haarlem is geobferveerd. Wei- 
Tflg Is het, dat hét gezegde Odtrooi en Privilegie, ook na de 
jongde herftellmge van het Stadheuderfchap, bij de Stad Haar- 
lem in vjgeur is gebleven 4 zodanig dat de Leden der Vroed- 
fchap, wanneer tot het formeeren der Nominatien zal worden 
toegetreden ? het zelve op den Eed moeten aanneemen , gelijk 
onveranderlijk, en tot het jongde geval «gefloten, door alle 



9|t HAARLEMS GenVedenlifrè, 

de Leden van de VroedTchap , en dus Q>eciaallijk mede door" 
die geenen , Welken haare Koninglijke Hoogheid met derzelver 
gttófte en de goedkeuringe van hunne daden heeft gelieven te 
vereeren, gefchied is! Maar men weet niet hoe met diergelijke 
Infinuade gecompasfeerd zal worden dat U Ed, Groot Mog.» 
huneer,, in het Jaar 1756, uit volftrekte noodzaaklijkheid, 
eene dispenfatie van dit O&rooi moeste worden verzogt, dezei-i 
ve wel gratieufelijk hebben gelieven te aqcordeeren, doch be- 
paaldelijk voor ditmaal» en wijders met deeze energique bij- 
v.öeginge, blijvende, voor het overige , hei s&lve Privilegie 
en O&rooit in vervolg va», tijd , en in alle zijne deekn in 
9$jn geheel en van volk kragt* 

. ,, Zie daar, Ed. Groot Mog, Heer en, den grond waar op 
de Meerderheid van de Vroedfchap der Stad. Haarlem zig heeft 
durven vertrouwen het woord van den Souverain; en men 
yerwagt niet dat het zelve zal kunnen faillieeren, 

: „ Het ia wel de waarheid, dat het meergemelde Oftroor en 
Privilegie door U Ed. Groot Mog. is verleend, in eenen tijd, 
Wanneer <te Stadhouderlijke Regeeriog heeft opgehouden. Maar 
bét zoude eene gantsch abutive en al te nadenkelijke Helling 
jljjn, dat uit deezen ftand der Regeeringe zoude moeten volgen 
f ene onbegaanbaarheid van dat geene , hét welk geduurende 
gedachte Stadhouderloóze Conftkutie 1% geftatueerd , en dat , 
(en dien reguarde , in de affirmative zoude moeten worden be- 
floten op het voordel, qua edixit ,. qua deer$vit , nulliusfo- 
ttmqmenti* 

t , Hoe zp& niemand een goed Burger kan zijn, welke niet 
Vporftaat de tegenwoordige Conftkutie van bet Gemeenebest, 
411 wcüke -wenfehen in het bijzonder de Haarlem fche Vroed- 
fehap vdor de geduurzaamhetd van dezelve- is vormende, het 
#mde eene atteime snaken op de wettige Oppermagt van de« 
tahde, te wülen ioflnueeren dat de verleende Odtooiea qi$ft 
^ndefs zijn geweest, als Interims-CoromisQen,, 

„Het $»dhouderfoh*p word billijk geconfidereerd als do 
Juister ,- en te gelift de fterkte, van de lUgeerioge, Maar het 

$eive fc accidenteel bij de Oppermagt, en «et integreerende toe 
&&$&% M« & tfWWtag» *S Koufog* vm Sfanje verviel 

4* 



HAARLEMS OefchhdenUfen. ft» j 

T ■ . 

de volheid van de gemelde Oppermagt aan U Ed« Groot Mog. 
En Prins willem de I, aan wien de exercitie van deeze hooge 
Hechten door U Ed. Groot Mog. was opgedragen, zijode aflij- 
vig geworden , keerden dezelven andermaal tot haaren; oor- 
fjjrong. Eenigén tijd daar, na hebben U Ed. Groot Mog. al? 
Stadhouder gecreëerd den Prinfe maurtts; en aan. den zelven 
zijn , bij orde, gefuccedeert zijn Broeder en Neef; maar 
alleen tot uitoefFeninge van de Rechten, in derzelver In(tru&i$ 
en Commisfie begrepen. Onder dèeze Rechten was fpeciaaf 
het doen der Magiftraatsbeftellinge aan hoóggemelje Vorften 
opgedragen; doch alleen in executie van den last en de gegee- 
ven Commisfie, en niet abdicative of als een patrimonieel 
Recht, tot deeze uicwerkinge, dat het (hik van de verande- 
jinge der Regeeringen, bij gebreke van het Stadhouderfchap, 
defed zoude zijn. Het zelve bleef, en blijft altoos radicaal, 
in den boezem van U Ed. Groot Mog. berusten. En de meer 
Illuftre Commisfie der Stadhouderen , door het afïterven van 
Prins willkm den II, ophoudende, hebben U Ei Groot Mog,, 
uit de zelfde volheid, waar qit bevorens het Recht der verkie- 
zingen, bij communicatie, ofwel ter uitvoer Inge, aaa de Prió» 
fen Stadhouderen was gerefereerd, her zelve vervolgens bevo- 
len aan de Regenten, zo als met de Conftitutie van ieder Stad 
best was overeenkomende. 

„ De eenige verandering,, welke dit Oétrooi en Privilegie 
met de herftellinge der Stadhouderlijke Regeeripge ondergaan 
heeft, beftaat hier in: dat het zelfde Recht van Eleftie, het 
welk door het gedachte O&rooi aan die van de Vroedfchap was 
vergund, bij oyergifte van de Leden der Vergaderinge van U 
Ed. Groot Mog., weder, is gedefereerd aan den nieuw verko- 
zen Stadhouder. Dus luid klaarlijk het rapport van den Penfi* 
onaris ten hove, welke de Befoignes van V Ed. Groot Mo$; 
ten dien tijde had geadfifteerd, en welk rapport, of wel de Re* 
folutie conform het zelve, in de Vroedfchap der Sjpu} HaarUm> 
op den £2 Januarij van het Jaar 1685,* genomen, word gepro» 
*zen in het Bericht van wegen haare Koninglijke Hoogheid , in 
dato den 5 Oftober van het Jaar 1757 , aan U Ed. Groot Btog. 
geprefenteerd. . En de gemelde Concesfie der Leden .bepaalde 
zif zodanig in de overdragt der eigenlijke Elegie vafl de Ste- 

T4 dm 



itf HAAllLEMS Gifthieittitf**. 

den aan den Stadhouder, dat het Hof van Rolland, fchgoa 
anderzints in verfcheide Privilegiën ,> of alternative nevens den 
Graaf *en zijnen Stadhouder, of bij afwezen van den zelven, 
tot de Eleftie geroepen , in de opgemelde overgifte niet me- 
de is begrepen; maar dat de Oftraoien in alles, uitgezondert 
alleen de meergemelde a&us tligendi, in (land en volle kragc 
zijn gebleven. Overtuigende wórd het zelve bevestigd, wan- 
neer en de tijd, en de .wijze, waar op nu de Nominaties 
tinnen de Stad Haarlem worden nitgebragt, en bijzonder de 
Tequiflten , welken thans gevordert worden om nominabel te 
zijn tot hetBnrgemeesterfchap, in vergelijkinge worden gefield 
met de verdachten in de vroegere Privilegiën. Volgens het 
Handvest van Vrouwe marja, gegeeven den 24 Maart van 
het Jaar 1477, moest de Nominatie van Burgemeesteren, Jaar- 
lijks,- gemaakt worden ttoee dagen voor Sint Mariadag, het 
welk is den 93 April; maar geduurende de beftieringeu van 
de Prinfen willem dej* f II en willem den IV , zijn aan dee- 
ze Stadhouderen, en, bij orde, mede aan haare Koninglijke 
Hoogheid zelve, de overgeleverde Nominarien van Burgemeeste- 
ren, uitgebragt conform het Oftrooi van den 7 September, 
en alzo geapprobeerd. Volgens het zelve Privilegie moec 
eerst worden gemaakt eene Nominatie van tweeëntwintig Per- 
{bonen; uit die tweeëntwintig Perfoonen moeten worden ge- 
kozen acht Perfoonen, om bij den Graave, of'deszelfs Stad- 
houder, daar uit vier Burgemeesteren te nemen; en, deeze 
vier Burgemeesters zijnde geëligeerd, om, als' dan, uit de 
overige achtien Perfoonen te 'kiezen zeven Schepenen, Maar 
de Nominatien, waar uit confecutivelijk, als hier voren werd 
gezegd, de Eleftien zijn gefchied, beftonden, ten aanzien van 
de Burgemeesteren , uit eene bepaalde benoeminge ftin achc 
Terfoonen, zonder een voorgaand grooter gros. Van gelij- 
ken bellond de Nominatie van Schepenen , waar uït haare 
Koninglijke Hoogheid de nog aftueellijk dienende Schepenen 
lieeft geëligeerd, alleen tit veertien Perfoonen, daar 'toe bij- 
zonderlijk en direaélijk benoemt. En op dat niet geocu- 
leerd mogte worden daar heenen, dat het Oftrooi, ten re- 
guarde van de twee evengemelde Artikelen, overeenkomt mee 
4e Qrdoimantien Van den Pxinfe willem dek I, zo zal het 

* 1* 



HAARLEMS Gefchiedenisfe*. ty? 

gebeurde in het Jaar 1756, andermaal, peremtoir moeten we* 
zen; te weten, wanneer, in bet genoemde Jaar 1756, wijlen 
ïmre Koninglijke Hoogheid, glbrieufer Memorie, geliefde te 
infteeren , om te hebben eene volledige Nominatie van acht 
Perfoonen, waar uit hoogstdezelve de verkiezing van Burge- 
meesteren zoude doen , en dat zodanig getal van acht Perfoo- 
nen , welken , volgens den eisch van het Octrooi , den tijd van 
acht Jaaren Leden van de Vroedfchap waren geweest , niet 
konde worden gevonden , 2ag zig de Regeering der Stad 
Haarlem in zodanige engte, dat dezelve genoodzaakt wierd de 
hogere hulp en de Souveraine Magt^an U Ed. Groot Mog. te 
moeten imploreeren, en te verzoeken, in die geval, dispenft- 
de van het gemelde requifit; zo als ook door U Ed. Groot 
Mog. gunftig is toegedaan* Dit verzoek aan U Ed. Groot 
Mog. was niet gedaan buiten kennisfe van haare Koninglijke 
Hoogheid; maar, alvorens het Request daar toe werd ingele- 
verd, is het zelve aan hopgstgedachte Prinfesfe toegezonden» 
En echter word dit gantfche vereischte, dat de Genomineerden 
tot het Burgemeester-Ampt moeten worden verkozen uit de 
Vroedfchap, zonder daar buiten te mogen gaan, en dat dezel- 
ven acht Jaaren Leden van de Vroedfchap moeten zijn geweest, 
tóet gevonden, het zij in de vroegere Privilegiën, of het zij ia 
de Ordoimantien van Prins willem d&» I ; maar zulks berust 
eeniglijk op het veelgemelde O&rooi, het welk, als eene ge* 
duurzame Grondwet, (tand houd en geobferveerd moet won 
den. 

„ En deeze aanmerkingen, rakende het a&ueele beilaan van 
het O&rooi , en dat het zelve als een Privilegie der Stad Haar- 
lem in viridi obftrvantia is, heeft men vermeent fchuldig te 
fcijn aan de waarheid en de confervatie van de goede orde in 
tie Regeeringe. Maar verre is het anderzints van daar, dat ook 
4t vroegere Privilegiën, in welken het Recht van de, Magi- 
ihaatsbeftellingen binnen de Stad Haarlem , tot op het Jaar 
1651 , toas confifteerende , meer ruimte zouden geven , om 
-eette Eleftfe van -Burgemeesteren der gemelde Stad te kunnen 
«toen buiten de Nominatie, daar toe in de Vroedfchap gefor* 
jneerd, en uit naam van dezelve overgeleverd. Getuigen, 
wjtlkén het tegendeel hier van irreprochabd attefteeren, zijn de 

ÏS Pri- 



s 



Wfl • ' HAARLEMS Vefchlêdenhfen. 

Privilegiën zelfs wegens de Magiftraatsbeflellinge^aan de Stad 
Haarlem verleend , en fpeciaallijk het reeds geallegueerde 
Handvest van de Hertoginne maria, vergund den 24 Maart vaa 
liet Jaar 1477 Voor Paasfchen. Dat dit het Privilegie is t naar 
bet welke het (tuk der MagiftraatsbefteHinge tot op bet einde 
«in de Graaflijke Regeeringe, en wanneer de Stad niet ten ee- 
Bemate was geprofterneerd, is gerigt geworden, blijkt ten klaar* 
Hen daar uit, dat, als ter occafie van de beroerten, gemeenlijk 
genoemd den oorlog van Kaas en Brood 9 door den Hertog hhr 
mecht VAiy saxen, aan de Stad Haarlem alle deszctfs Privi- 
legiën waren ontnomen, op het erndig aapbouden van de Re- 
feeringe, uk naam van den Aartshertog filips , den 7 Pecem- 
bejr van het Jaar 145159 aan dezelve is gegund, fpeciaallijk, dit 
Privilegie weder te gebruiken, even of het zelve nooit van hen 
afgenomen of geaboleerd ware geweest. En wanneer in de uit- 
voeringe van de verkiezingen en Nominatien , uk krachte van 
jBt Privilegie te doen, eenige difficultek was ontdaan, is, bij 
Afte van het Hof van Holland* in dato den ai April van het 
jaar 1501, dit Privilegie als werkende erkend, en dedifficul- 
teiten zijn weggenomen. Maar bij dit Handvest fpreekt de 
Vorftin wederom zeer klaar, dat, uit de tweeëntwintig Per- 
fbonen, aldaar breedèr gemeld, eerst gekozen zullen wezen 
acht Perfoonea „ van der aller notabelden , oorbaarlijkften ende- 
„ vredelijkften, die men ons of onzen .Stedehouder ende Raa- 
„ den van Holland prefenteeren ende overleveren zal, om 
„ vier Burgemeesteren daar uit te nemen, kiezen en ordi- 
* neeren." 

. „ Dit is dan ook de flem van het Privilegie, correspoi* 
deerende met het O^rooi daar in, dat eene Nominatie in de 
Vroedfchap moet worden opgemaakt, en dat, bepaaldelijk uit 
deeze Nominatie ,. de verkiezing van Burgemeesteren moet 
worden gedaan. Het zelve is vervolgens bevestigd bij de 
ffchikkingen , welke eenigzints nader aan den tijd van het 
Stadhouderlijk bedier , zo als het zelve nu geëerd word, 
gijn approcheerende. Want als, in het Jaar 1578, de Re» 
geering der Stad Haarlem zig had vervoegt tot Prins wil- 
jjlm den I, aan den welken, door de Heeren Staaten,Yeeds, 
ten dien tijde, voo^ zo veel in hen kwam te zijn, was op- 



99 



HAARLEMS GèfckitAenltfeti ft» 

gedragen het. Recht van de hooge Overheid, geduurende den 
oorlog; en dat aan den Vorst wierde vertoond hoe de Stad 
Haarlem* doof menigvuldige rampen, was gekomen in zoda- 
nige ongelegenheid, dat zij genoodzaakt had gewpest bij Staate 
te leven, en het gebruik van haare Privilegiën te raisfen, zo 
field zijne Excellentie order op de vervulünge van de vieren- 
twintig Leden der Vroedfchap', en authorifeerd, vervolgens, 
dezelve, om Jaarlijks te treden „ in verkiezingé Van acht Per- 
,-, foonen, om daar uit bij zijne Excellentie of bij den Raadè 
,', Provinciaal, verkoren te worden vier tot Burgeméesteren, 
„ en veertien anderen, om zeven Schepenen daar uit gevigeerd 
m _ té worden." Het, zelfde is, in den volgende Jaare 1579, 
door de Heeren Staaten bevestigd, ordonneèrende mede uit- 
drukkelijk en taxative , dat de acht genomineerde Perfoonett 
aan zijne Excellentie overgezonden zouden worden, om daar 
uit bij den zelven vier tot Burgemeesteren te worden gefield. 
En wanneer, in het Jaar 1581 , het getal der Vroedfchnppen 
was vermeerdert tot tweeëndertig Perfoonen , zo herhaald hoog- 
gemelde Prins, nogmaals, dat dezelven „ alle Jaaren, tenbe» 
„ hoorlijke tijde, zullen procedeeren tot eene Nominatie van 
,, achtende veertien Perfoonen, om uit ten zelven bij ons, of 
„ bij den Raad Provinciaal, vier tot Burgemeesteren en zeven 
„tot Schepenen der Stede van Haarlem geordineerd te wor- 
„ den." 

, t De Meerderheid der Vroedfchap, acht, over zulks, niet 
nodig te treden in eene discusfie van Rechten , over de kracht 
en uitwerkinge van eene gekwalificeerde Nominatie, en welke 
verbindtehisfen dezelve medebrengt voor dè geenen, die uit 
«odanige Nominatie aanftellinge doet. De zulken , welken zig 
et profesfo hier over hebben geëxpliceerd , befchrijven het Jus 
Nominationii , Jus Obligandi eutn^ cui EliMo competit> ut 
éUiat non nifi ex Norninatiu Men reöarqueerd het onder- 
fcheid, wanneer precife gefproken word, tusfchen eeneCom- 
mendatie, die de verkiezing geheel vrijlaat; tusfchen eene pre- 
fentatie, welke geen vrijheid permittegrd, maar vordert dat de 
geprefenteerde noodzakelijk verkozen moet zijn; en tusfchen 
éehe Nominatie., wanneer de Eleétfe gefchied uit een getal, het 
aij dubbel of meer, van zekere genomineerde Perfoonen, bui- 

ten 



Soo HAARLEMS' CefchUJeHitfen. 



ten welken de Verkiezer niet bevoegd is te treden. Het Récht 
Tan Prefentatie , eigenlijk genomen en voor zo verre alle Keure 
daar door uitgefloten zoude zijn , word ten deezen niet gefusr 
rineerd. Commendatle is, wanneer, in fommige Steden, de 
Burgemeesters ep de Nominatie, in de Vroedfchap gemaakt, 
Peffoonea noteeren, welken zij voor recommandabel houden , 
of wanneer de Officier** of andere daar toe gerechtigden , ne- 
vens de Nominatie, hun advies overfchrijvep. IVfaar tusfchen 
beide intercedeert de Nominatie, die wel eene verkiezing er- 
kent, maar uit de benoemden, en anders niet; verkrijgende 
alzo , niet ten aanzien van ieder benoemd Perfoon , maar mee 
. opzigte tot het voorgeftekle dubbel of meerder getal, het Recht 
Tan Prefentatie. En bet verdient de bijzondere opmerkingen, 
dat, daar de oude Privilegiën in meer preciesheid en netter 
waarneeminge van de beteekenfcfe der woorden (preken, dan 
wel in latere tijden is geobferveerd , in het nu veelgedachte 
Privilegie van Hertoginne maria, nopens de Nominatie van- 
achten, gezegd word dat men dezelve „ ons of onzen Stede- 
„ houder ende Raade van Holland prefenteeren ende overieve- 
„ ren zal, om vier Burgemeesteren daar uit te nemen/* het 
geen dan de boven geadftruecrde bepaling van de Keure , taxa- 
tivè te doen uit de Nominatien, ten klaarden bevestigd* 
. „ Edoch, zonder zig hier over verder te elargeeren; de 
Vertooners vertrouwen billijk, dat alle twijffeling totaal weg 
genomen zal moeten zijn, en dat geene tegenfpraak overig zal 
kunnen blijven, wanneer men op dit Artikel concludeert, met 
de eigen en energique verklaringe van wijlen de Vrouwe Gou- 
vernante zelve. Daar toe confieerd zig dan de Meerderheid 
Tan de llaarlemfcht Vroedfchap , en onderfchrijft met eerbied 
de uitfpraak, vervat in hpogstderzelver Bericht, onder den da- 
tum van den 5 Oétober van het Jaar 1757 aan U Ed. Groot 
Jtfog. ingeleverd , en waar bij haare Koninglijke Hoogheid zig 
heeft gelieven te uitten met deeze woorden: „ aan ons compe- 
„ teerd het Recht van ,Eleftie uit overgeleverde Nomina* 
„ tien." 

, „ En men folliciteerd nu alleen.de billijke vrijheid, om het 
het geene tot hier toe , ter aanwijzinge en adftru&ie van de 
Rechten, welken omtrent de verkiezingen van Burgeraeesterea 

der" 



'HAARLEMS Gêfchuienhfen* 301 



cler Stad Haarlem te obferveeren ffaan± is voorgebragt ge- 
worden, te mogen^ colligeeren en brengen tot een kort fiim* 
mier,. en, de gedane Eledie van salomon van echten daar 
op over te wijzen, . • 

„ Het recht , het geene wtjten haare Koninglijke Hoog- 
heid, glorieufór Memorie, omtrent de Magiftraatsbefteüingëa 
heeft geoeffend *,* word gedirigeerd «door de Commisfie van 
den Prinfe Erffladhöuder. Deez« Gömmisfie bepaald de fa- 
culteit tot de gemelde verkiezinge in de achtervolginge van 
<le Privilegiën ; -de Privilegiën van de Stad Haarlem di&eerea 
dat de Eie&ie gedaan moet worden uit de Nominatie, in de 
Vrpedfchap geformeerd; en dus beeft haare Koninhlijke Hoog- 
heid zelve zig verklaard. 

„ Maar op deeze Nominatie Is saLömon van echten niet 
benoemd of gekozen geweest. L 

- „ Hoe komt salomon van echten dan in de Kamer van 
Burgemeesteren? ' ? 

„Het heeft, bij de inftellinge van de altoosgehonoreerde 
JMisfive, kunnen^ behagen deeze introdudie van salomon van 
echten ter gedachte Kamer te fouteneeren -op vierderlei 
-gronden, van wetkeq.de laatfte. in rang, roerende de appiica- 
beftieid van het Oftrooi , door U Ed. Groot Mog. in het 
Jaar 1651 . a*n de : Stad Haarlem verlejend, reeds hier voren 
* ia geoccupeerde En blijvende dus alleen over de drie eerst- 
^enoemden, zullen de Verrooners nu, bij orde, de vrijheid 
aemen omtrent dezélvcn eenige eerbiedige aanmerkingen aan 
,U £4. Groot Móg. voor te ftellen* 

In de eerfte plaatze, gepremitteerd zijnde een ampel reek*' 
van het geene zedert ruim drie Jaaren, omtrent de Regeerin- 
ge der Stad Haarlem zoude zijn gebeurd, en m welk reek, 
met vrij fcherpe en treffende bewoordingen , word geasfu- 
meerd eene cabale of verbindtenis , tot uitfluitirige vaneeni- 
fen der Medeleden, zo wo*d vervolgens ^aar op, als den 
eerden grond-,. geformeerd de (telling, dat het ingaan van eene 
cabale, om daar door zijne Mede-Regenten uit te (luiten, is 
eene ongeoorloofde zaak, ftrijdig met alle gronden van Re- 
geeringc, en dat al het geene uit dien Jioofde verhandeld en 
f errigt word even vicieus is, 

,. Ea 



'joa HAARLEM* GtfchUdtuhfi*. ' 

„ En wat -betreft de ftelling, in thefi. genomen *Vdaar in col» 
defcendeert men ipet volkomen overtuiginge. . . 

„ Maar de Meerderheid der Vroedfchap onjtkent oprechtelijk 
de geasfumeerde hijpothefis ,. d*t diergelijke cabale bij dezelve 
geexfteerd zoude hebben. .Tot hét onderzoek. van dit geim- 
puteerde faétum zal dezelve na.dire&eiyk ov$8aan> En zon- 
der Ü Ed. Groot- Mog., ter deezer plaatz* , over de ongeme* 
riteerde expresfien te vermoeielijken , als welken men ver* 
jtrouwd dat nooit met de goedkeuringe vau wijlen . haare .Ko- 
singlijke Hoogheid, glorieuièr Memorie, aldaar hebben kunnen 
ter nedergefteld worden., zuilen de zaken ter toetze worden 
febragt, en daar in, zo yeel. doenlijk is, de draad der Misfive 
worden gevolgd ; in de verzekeringe , dat, brij de gedachte 
verhandelinge der feiten, de onfchuld en zuiverheid vatv de 
daden en inteutlen der Meerderheid, van de Vroedfchap,. te go* 
lijk met de iflpegüHerhetd van.de pïocedur«, omtrent dezelve 
gehouden, zig ten klaarden zullen vertoonen. 

„ De Vtooonersrremazqueeren dan, in 6è eerfte plaatze , dat 
men de goedheid van haare £oninglijke Hoogheid heeft geaba- 
lêerd* wanneer aan- dezelve is bericht- geworden,* dat, in bet 
Jaar f755, twintig van de tweeëndertig' Vroedfcbappen der 
Stad Haarlem met den anderen zouden hébben aangegaan eene 
cabaie of verblndteniè, waar bij de twaalf -Medeleden Zonden 
zijn uitgefloten. Zodanige tiitfluiting, die' alhier in den aanvang 
eenvoudig word vastgefteld, doch met-een© twijfelachtige apy 
plicatie, maar welke in het- vervolg word befchreven als benee- 
mende aan twaalf Leden van de Regeeringe het Recht, dat zij 
bij hunne aanftellinge egaailijk met de Medeleden verkregen 
hadden , is bij de voórfchreeve Leden of de Meerderheid van 
de Vroedfchap nooit geconcerteerd of gedacht, gezwegen ditf 
dezelve tot eenige maturiteit of uitwerkinge zoude zijn ge- 
komen. . 

„ De Vertooners beklagen zïggeenzints, dat haare Koning- 
lijke Hoogheid gebruik maakt van het vertrouwen , waar mede 
de Leden ook het allerinneriijkfle van de Regeeringe aan hoog- 
gemelde Prinfesfe hebben geconfieerd. En verre van daar om- 
trent als nog iets te willen verbergen, zo is het de waarheid t 
dat , kort na het overlijden van zijne Doorluchtige Hoogheid > 

Prin* 



HAARLEMS GtfchteJtnbfift. 30$ 

—*— — ' 1 1 — — — 



Prfns wfLLEif mn IV, eenige weinige Leden van de Vroed- 
schap zig als eene direftie in en over de Regeeringe der Stad 
Haarlem hebben aangetrokken, en dat daar onder zig hebbed 
bevonden de zodanigen , die verfcheide zaken hebben gedre- 
ven zeef tot ongenoegen van het Meerdergedeeite van de 
Vroedfchap, ên in prejuditie van verfcheide notabele Leden. 
Waar van tot Haaltjes kunnen dienen, dat, in het Jaar 1754* 
verfcheide gansch onbehoorlijke menées zijn in het werk ge- 
field, om francois benjamin fagel te ontzetten van de 
Commiffie als Thefaurfer , welke door hem in behoorlijke 
orde wierd geambieerd . ; IJn dat men ook Mr. remees flo* 
lus van zaanen, met deszelfs genoegen, heeft getracht te 
doen benoemen tot Burgemeester, en zulks fpeciaallijk met 
intentie en but om Mr. majthbus wiixem van valkenburg; 
deszelfs Zwager en ouder Vroedfchap , op de Nominatie) 
voofbij te gaan en derf zeiven ia het Bvrgemeesterfèhap alzo 
te kunnen prêcedeerea-; -en dat men, vervolgens, : in zodanige 
onbillijke fchikkingefi voortgaande, Mr. jan fredrik PARvé, 
zijnde' teii dien 'tijde in order het zevenentwhirigfte Lid van 
dé Vroedfchap , heeft willen doen 1 committeerën in het Coïl*; 
gie van de Heeren, Uwer Ed. Groot Mog. Gecommitteerde 
Raaden; de Vroedfchappen ook met het misbruiken van den 
naam 'dér Vrouwe Gouvernante daar toe trachtende te bren» 
gen, nièttegenftaande zo veele ouder Leden kwamen voor te 
zitten, en dat de Oud-Burgemeester elbert testart zig ai» 
Can4idaat tot die Commisfie hadde verklaard. 

„ J)e kwaade gevolgen van zodanige beftieringe bij ver-' 
fcheide Leden van de Vroedfchap overwogen zijnde , hebbent 
twintig Leden met elkander veriproken, in alle cordaatheid, 
te zullen voorftaan- de wettige Rechten de* Erfftadhoudera , 
mitsgaders de deugdelijke Privilegiën der Stad Haarlem, en, 
naar hun vermogen, verboeren dat door ufurpatierï, welken 
telkens met de voorwendinge van hdare Koninglijke Hoog- 
heids welbehagen wierden gegradeerd, de goede ordres ge- 
heel omgekeerd zouden Worden. Op deeze gronden, en mee 
geene intentie om aan iemand de uitfluiting te geven of hr 
deszelfs Rechten te benadeelen, zijn de gemelde Leden over-, 
eeagekomen. 



304 HAARLEMS GefckUièHlsfè*. 

{ — ■■ 

„ En op dat geene faefitatie wegens, dit hoofdpotnt der be» 
fchuJdigingen mag overblijven, de gezegde Leden declareeren 
oprechtelijk, onder folemneèlen Eede te kannen verklaren 9 
dat nimmer bij henlieden eenige verbindtenis is gemaakt ge- 
worden, om de twaalf Leden uit te (luiten van de Nomina* 
tien, zo tot Burgemeesteren,, als tot Schepenen. Deeze pleg* 
tige verklaring hoopt de Vroedfchap dat bij ü Ed. Groot 
Mog. zal voldoen tegens bloote accufatien , voor welke» 
geen grond van bewijs geproduceerd, heeft kunnen wor- 
den. 

* „ Dat ook de gedachte twaalf Leden met 'er daad niet 
zijn uitgefloten geweest , toonen de Registers van de Regee- 
tkrge. Want in dezelven v vind men de niet overgekomen 
twaalf Leden, egaallijk, met de twintig anderen, in alle de 
Stads Commisfien, als die van Cömmisfarisfen van de Bank 
van Leeninge , de Rekenkamer , de Weeskamer, de Kerk* 
meesters, Thefirorieren of Cómmisfarisfen van de Stads Wer- 
ken en. wat dies ,meer is. Zelfs hebben de twintig Leden) 
zo weinig als.de andere twaalf, gedubiceerd om Mr. daniei, 
jan kamerling,, volgens de recommandatie van haare Ko- 
ninglijke Hoogheid, voor te (laan als Schout, en zulks of- 
fchoon, tot dien tijd toe, de Registers der Vroedfchap van 
diergelijke recommandatie nooit exempel hadden uitgeleverd, 
Nog in het laatst gepasfeerde % Jaar 1758, hebhen de alstoen 
Regeerende Burgemeesters, in de altoos beoogde concurren- 
tie met alle de Leden van de Vroedfchap , zonder eenige uit- 
zondering , aan wijlen de Koninglijke Prinfesfe geoft'reerd 
gehad, tot de Commlsfie in den Raade van Staate, op dé 
Tourbeurte van de Stad Haarlem\ te zullen benoemeh den 
geenen, welken hoooggemelde Vrouwe Gouvernante zöudfe 
gelieven te verklaren aan dezelve het meeste aangenaam te 
zijn. En. tot eene allerevidentfte preuve, dat de gemelde 
Leden «iet zijn ..gefectodeert geworden, (trekt, dat aan Mr. 
jan fredrik PARvé, welken in het Jaar 1755, om de hier 
voren gedachte redenen, de Commisfie in het Colkgie van 
de Heeren Gecommitteerde Raaden was afgeftemd , die zelf- 
de Commisfie in het. Jaar 1758, ook met de Stemmen van 
•e bevorens gedisfenüeerd hebbende Leden, is opgedragen. 

w Wtaf 



HAARLEMS Oéfcliedtnhfcn. &S 

„ Waar mede nu getoond zijnde dat.geene ongeoorloofde o** 
bale , tot feciufie van twaalf Leden , ooit is aangegaan geweest, 
zo volgt per.fe, dat Mr. jacob dsutz ook nimmer was aan 
het hoofd van diergelijke verbindtemafe ; maar dat dezelve al- 
leen moet aangezien worden als de oudfte der Vroedfchappen, 
die vermeent hebben, voor het. welzijn der Burgeren en Inge- 
zetenen, niet te kunnen verantwoorden dat eene overheerfching 
van weinige . Perfoonen, tegens. het belang der Stad , alles zou* 
de omverwerpen. En billijk was bij de aangeboren goedheid 
en het rechtmatig oordeel van de Koninglijke Prinièsfe dit een 
en ander, te weten, en de cabate, en dat Mr. jacob deutz 
zoude zijn aan het hoofd van dezelve, gantsch onwaarfchijnlijk 
voorgekomen, fchoon de redenen, aan haare Koninglijke Hoog- 
heid, als gronden van derzelver welgefundeerde verwachtinge, 
aan de hand gedaan, niet diftind genoeg zijn gefuppediteerd. 

,, Want wat betreft de Correspondentie, voor het Jaar 1748 
in de Regeeringe der Stad Haarlem gehouden, dezelve wat 
. van deeze natuur, dat de zestien oudfte Leden altoos de dire&ie 
der zaken onder zig hadden, en de overige acht hielden uitge- 
floten; dat, bij verderf van één der zestien eerdere Leden, f 
het oudfte Lid van de acht jongde Vroedfchappen tot de Cor- ' 
j-espondeiuie fuccedeerde; en dat alzo de verkiezingen, wel- 
ke , volgens de Handvesten , met oordeel en üitlezinge vaat 
perfoneele kwaliteiten moesten gefchieden,. wierden hervormd 
in eene opvotgiage, welke wijlen zijne Doorluchtige Hoog- 
heid, rfaar deszelfs gewoone en altoosgeroemde wijsheid, heeft 
geoordeek met van het vereischte nut voor de Stad te zijn. 
Maar dusdanige uitkeuze, achtervolgende dé Privilegiën, is het 
eeaiglijk, waar op Mr. jacob deutz bij continuatie komt te 
-doelen ., eu de Jjefchuldiging, dat men zig wil kanten tegens de 
opvolginge ia rang en fesfie , toont zelvQ dat het goedgekeurde 
Sijsthema geenzints word verlaten. Niet minder misgrijpt zig 
de iever., om haare Koninglijke Hoogheid ten nadeele van de 
JMeerderheid der Haarlemfche Vr oedfchap in ie nemen , wan- 
neer de uitfluiting van den Baljuw van Kennemerlandbuxizn het 
Bnrgemeesterfchap is geaccufèecd geworden altneéettft de op- 
-gemelde Correspondentie voortgekomen. Dezelve heeft berust 
in een Reglement van 'de gantfche Vroedfchap , vastgefiald in 
« XUL deeu V * de» 



~*>6 HAARLEMS (hfcHéJentifen. 

-den Jaareo 1718; en Mr. jacob deutz heeft niet kunhen klagen 
over eene feclufie, bij zonderlijk ten zijnen opzigte ; deeie 

* fcfaikking was beraamd elf Jaaren voor dat Mr. jacob deutz 
in de Regeeringe der Stad Haarlem is gekomen , en negentien 

. Jaaren voor dat dezelve tot Baljuw van Kenntmerland wierd 
gecommitteerd. Dit Reglement echter heeft de Vroedfchap ter 
intentie van zijne Doorluchtige Hoogheid, hoogloffehjker Me- 

- morie, bij fpeciale Refolutie, kort na deszelfs aanftellinge tot 
Stadhouder, wel willen doen ophouden. Het is voorts geweest 

• de goedheid van den altoos hooggewaardeerden Prinfe, welke 
: Mr. jacob deutz, conform de origineele en wettige Conftitn- 

tie van de Haariemfcke Regeeringe, heeft willen zien bevor- 
dert tot Hoogheemraad van Rhijnland, en Burgemeester der 
. Stad HaaHem. Deeze goedheid meriteerd altoos de erkente- 
nis ; en nevens het algemeen verlies beklagen de Vertooners zig 
zeer bijzonderlijk, dat de ontijdige dood van de hooggeroemde 
Vorftiime hen beroofd van het zo gedefidereerd genoegen , om 
haare Koninglijke Hoogheid door deeze hunne eerbiedige Re- 
monftrantie te mogen overtuigen dat aan die erkentenis niet Is 
^gemankeerd; dat nogcabale, tot uitfluitingë van andere Mede- 
leden , nog hoofd van dezelve , bij deeze Vroedfchap plaats 
heeft gevonden ; en dat dus alle hardigheden , ten dien reguarde 
in de hooggemelde Misfive voorkomende, gantsch on verdient 
zijn geappHceerd geworden. 

,, Aan gelijke ongunftige infinuatie moet de Vroedfchap der 
Stad Haarlem attribueeren , dat hunne- zo geoorloofde als nood- 
zakelijke voorzieninge tegew de wanorde en ongeregelde ambi- 
tie, verder, word genoteerd als een onbetamelijke daad, waar 
mede op eenmaal de Privilegiën van Haar lep den bodem wor- 
den ingeflagen , de Conftitutie van de Regeeringe in den grond* 
gerenverfeerd , en aan twaalf Leden van de Regeeringe beno- 
men het Recht, waar Van zij niet konden gepriveerd worden. 
Niet alléén- de eminente plaats* welke wijlen haare Koninglijke 
Hoogheid, glorieufer Memorie.,, heeft bekleed* maar, boven* 
dien, de oprechte eerbied en affeftie , welke de Vertooners aan 
hoogstdezeWe altoos hebben toegedragen, en voor de illuftre 
nagedachtenisfe ten allen tijde zullen confer veeren , zal de Meer* 
deibejd dei; Vroêdfcbap onveranderlijk doen blijven in het re» 

fp*a, 



HAARLEM* Gefchitdtnlsfen. ^07 



-L. 



fpeét, dat men aan de hooge Charges der'Prinfën Stadhoude- 
j-en verfchuldïgt is. 

„ Maar kéerende zfg tot de ruiken , die zig durven ver- 
grijpen aan de verpligtinge ♦ waarmede het zelfde hooge Ca- 
raéter nopens de waarheid der gebeurtenisfen geïnformeerd 
moet worden, beroept men ! den fioutften befchuldiger, dit 
door den zelven worde getoond het bewijs , dat één der 
twaalf Leden, hij zij wié : hij^zij, door de opgemelde over* 
eenkomfle der twintig- Leden is gepriveerd van zodanig 
Recht, als aan denzelven, achtervolgende de Privilegiën der 
Srtd Haarlem , zonde hebben gecompeteerd. De Privilegiën 
zelven zijn hier voren reeds geroerd, en zullen hier na nög 
verder onderzogt moeten worden. Uit dezelven zal blijken, 
dat, bij de Vroedfchap , tot Bürgemeesteren en Schepenen 
gekozen of benoemd moeteti worden , niet de naasten in rang 
volgende', maar welken zij, óp hunnen gedanen Eed, zullen 
oordeeleh te zijn 'van de allernotabelfle , nutfte, rekkelijkfte, 
rechtvaardigde ; verflandigtte en vreedzaamtte liefhebberen 
van het Vaderland. Dit rigtfnoer volgende, herhaald men de 
gedane provocatie ; dat iemand der niet benoemde Leden' op- 
korae, zig betoge te zijn van de evengemelde Cara&ers, daar 
voor in het gemoed van zijne Medeleden te wezen gehou- 
den, en niet 'te min 'te zijn gepriveerd van zijn Recht, of 
daar in eenigzints benadeelt. En ponder zig te enveloppee- 
ren in de onmogelijkheid, waar door de abfurde accufatie zig 
zelve vernietigd; men heeft zig op den Eed en Confcientie, 
aan welken het oordeel omtrent deeze kwaliteiten gefield is, 
te wel onderzogt, als dat ook daar ter plaatze eenige ver- 
wijtingen ontmoet kunnen worden. 

„ De gecenfureerde verbindtenis alzo kortelijk, met opzig- 
te tot deszelfs oorfprong en beflaan , in zijnen waren dag 
wezende gefield, zo gaat de Vroedfchap over tot het geene, 
vervolgens , omtrent dteze overeenkomst is gebeurd. i 

„ En fteeds voor oogen hebbende de hooge Commisfie 
van den Prinfe ErfSadhpuder , hier voren eerbiedig bijge- 
bragt, wil de Meerderheid der Vroedfchap zeer gaarne aan 
de goedheid van^ wijlen' de Prinièsfe Gouvernante ^rkeunen, 
dat , eenige Leden mét de bedenkingen van haare Koninglijke 

Va Hoog* 



3*S HAARLEMS QefcWeitnitfa. 

Hoogheid, omtrent dit (hik, zijn gehonoreerd geworden. 
Doch wenfchelijk ware het geweest, wanneer de gedachte 
Leden hunne conduite* aan hooggemelde VorlHnne hebben 
mogen juftificeeren, en de onfchuldige zo wel als natte ein- 
den van de overeenkomlte , op de allervoldoenftè wijze, be- 
togen, dat daar in ook hadde. berust mogen worden. 

„ Vervolgens is door <le Meerderheid der Vroedfchap, bij 
het fonneeren van de Nominatie toe Burgemeesteren voor het 
Jaar 1756, gehandeld in de volmaaktfte trouwe, zijnde zelfa 
de namen van verbonden Leden en van gefecïudeerde Leden, 
die van andere geboorte zijn als uit de Vroedfchap , aan hen 
geheel vreemd en onbekend* De benoeming is gefchied vol- 
gens het gekwalificeerd diaamen van den Eed en de Con- 
fcientie der Leden; bij het openen der Biljetten is bevonden 
dat voor salomon van echten en Mr. daniel jan kamer- 
ling minder Stetpmen waren, dan voor die geenen, welken 
als Genomineerden wettelijk zijn geprefemeerd geworden. 
Maar zulks had geene andere oorzaak, als de vrijheid en de 
verpligthig , welke men aan de Privilegiën is verfcbuldigd. 
Ook was, bij het overleveren van de gedachte Nominatie, in 
handen van de Prinfesfe Gouvernante, aan de Leden van de 
Vroedfchap niet voorgekomen een bijzonder ongenoegen je- 
gens de meergemelde overeenkorafte ; maar haare Koninglijke 
Hoogheid had alleen gelieven te vragen o f de Nominatie was 
geformeerd volgens den rang der Regenten, 

„ En hier op door Mr. gysbert jan de bruin gezegd 
zijnde , dat de benoemde izaak klifford en Mr. kaspar 
jacob ravens lager in rang zouden wezen , dan salomon 
van echten en Mr. daniel jan kamerling , zo heeft haare 
Koninglijke Hoogheid zulks wel geimputeerd aan eene Ani- 
jiiofiteït tusfchen de Leden van de Vroedfchap, en betuigd 
dat de discrepances aan hoogstdezelve zeer onaangenaam kwa- 
men te zijn. Doch het is daar benevens ook zeker, dat aan 
die idees, ten dien tijde, door hooggemelde Vorftinne nog zo 
weinig crediet wierde gegeeven, dat zelfs de Misfive, gear- 
refteerd in de Vroedfchap den 14 September van het Jaar 
1756, en door êene plegtigè Deputatie aan de Vrouwe Gou* 
vernante afgezonden, waar bij overtuigende wierd aangetoond 

éu 



HAARLEMS Gtfchiedenkfen. 309 

dat de gemelde Vroedfbhap , volgens de Privilegiën , was heb- 
bende eene vrije verkiezing , zonder eenige bepalinge van 
rang, fels mede, dat in de handelingen van de Vroedfchap aan 
geene Animofiteiten was toegegeeyen, niet eens aan hoogst- 
dezelve heeft 'behoeven te worden overgeleverd, maar door 
haare Koninglijke Hoogheid kort daar aan is getreden tot ee- 
ne Ele&ie , waar door de Leden van de Vroedfchap gefun- 
deerdelijk. hebben mogen befluiten, dat de Koninglijke Prin- 
fesfe van 'de wettigheid der Nominatie was geperfuadeert ge- 
worden, zo als juit.de twee Refolutien van de Vroedfchap, 
van, den 14 en 19 September van het Jaar 17545, welke. tot 
die zaak haare, beurekking hebben, klaarder is te zien; 

„ En voor zp veel de Vrouw Gouvernante heeft gelieven 
te declareeren d?t hoogstdezelve, uit confidentie dat de twee 
ev&gonoenide. Leden niet hadden geklaagd, en volgende haa- 
re gematigde handelwijze, dceze Eledie gedaan zoittie heb- 
ben; zo wil de Vroedfchap wederom zeer gaarne de gemelde 
afzigten met dankzegginge accepteeren. Doch vertrouwd niet 
te min dat, nevens dezelve, bij hooggedachte Prinfesfe zal 
zijd gepondereerd, dat de verkiezing niet was comrarieeren* 
de aan de Privilegiën, uit oorzake dat geene cönfideratiehte- 
gens dezelve, met eene billijkheid, van de Vrouwe Gouver- 
nante en Voogdeste hebben kunnen gevergd worden, En men 
hetft in / dft vetóóuwen te meer gefterkt moeten wezen, om 
dat, haare Koninglijke Hoogheid een ónder Regent, die ;a<ftu- 
eellijk op de Nominatie was gefield, heeft gelieve» te pasfee- 
ren en een jonger Lid te verkiezen. 

„ Met geene mindere trouwe en ferieufe waavneeminge der 
opgelegde, verpligtingen is de Nominatie voor het volgende 
jaar 1757 uitgebragt, «zonder dat eene ongeoorloofde en on- 
wettige Seclnfie . plaats heeft gevonden. Nog Mr. justus 
witte, nog.de. reeds veel genoemde salomon van echten 
en f Mr. *EaiEBs floris van zaanen zijn, uit hoofde van 
eenige overeenkomfte, voorbij gegaan, maar nevens andere 
Leden, conform' de vrijheid der verkiezinge, niet genoemd. 
üto de Vroedfchap verzoekt de* refleaie van U Ed. Groot 
Mog. over den grond, waar op, de Meerderheid der Leden 

V 3 met 



3!<V, HAARLEMS, Qefchiedenlifin. 

met zo veel, declin word befcbuldigd, dat dezelve, in het 
uitbrengen van gedachte .Nominatie, zonde zijn voortgegaan 
in het maintineeren en dadelijk" werkftellig ' maken van haar 
ongeoorloofd verdrag. Niet alleen ontbreekt alle bewijs; 
maar de habile pen, wiens . minifterie gebruikt is., en die 
zulks heeft . durven' ftellén , retir'êerd zig , in het vervolg, 
meer dan eens, op de fustenueri en begiippen van 'de be- 
fchuldigers , zonder zelve iets te termineeren. ' Dus word ge- 
zegd, dat de drie opgemelde Leden, völgens/hünne fustenue, 
naar het aloud gebruik, 'gegrond 1 op de Privilegiën, op de 
Nominatie gebragt hadden moeren "worden; eri, fprekende van 
de pretenfe Nomifcatie, 'door de elf Leden overgezonden, 
word gedeclareerd dat dezelve; - naar hun begrip, conform 
zoude zijn aan de Privilegiën van : de Stad. ' Deeze fiistenuen 
en begrippen van een minder- getal Leden, die 2tg, buiten 
orde, tegens het Kellegië opwerpen, wtorden Wei vóorzigfe- 
lijk bij bet Stadhouderlijk beftier m'et geadopteerd ; gelijk ook 
tot dit oogenblik over deaehren niet isgeoordeék; : maar hec 
acxufasfe fchÉjnt echter genoeg te zijn geneest voor den uk- 
vinder vanidèezeMnfinqaöen,.'Dnjviiec :zehre.te pofecren tot 
een interims fundament, wtear op de eer en > achting* van dé 
Vroedfehap der Stad Haarlem* ter neder Word ' geworpen, 
zonder, ondertnsfcfacn* te hebben willen reflaéteeota,. dat., 
met meec recht, als eefte co$ir*rié pteuve en Vgridöende be- 
wijs dat geen verdrag tot Seclufie* van de elf Leden werken- 
de- is gefeest $ moest dienen al het gunt dezelve Meerder- 
heid, in maniere voprfchiteevé,~ ten <rcguarde : van deeelve hun- 
ne Medeleden, met alle toegevendheid, te meermalen hadden 
betoond» En Wat het geVanceerd' aloud gebruik aangaat* hec 
zelve wier d, 'buiten de bóvfcngedachte correspondentie» wel- 
ke naderhand,* bij de herftellinge van hét Stadhouder fchap, is 
vernietigd, irt de Stad Haarlem nooit gezien. En wanneer, 
in hét Jaar 1755, aan de importuneSollicitaïien voor de be- 
noeminge van Mr. Jan predkik PiRvé tot de Gonriiisfie in 
het Collegie van de Heeren Gecommitteerde Raaden wierd 
gereprefemeerd-, . dtt het niet aangenaaid kónde zijn om een 
der jongde Leden het ouder l»id, hetwelk reeds in den rang 
van Burgemeester was gefteld, ongenoegen te geven, zo heeft 

htt 



lift bpveogedachte Dire&orium 'van: dien tijd wel ,wftenj ite i 
repliceert; dat dusdanige copfifJeratten^vQorrang inclineenden ; 
t<?t de- oude corrdftpndentie , ? welke dpprwglen jsijoe Doof*:: 
luchtige Hoogheid .war afgekeurd, .. . . \ ., ;: . »./ /* .:-: 

„ Masr is' de h*no\eling v#i| de yrvsdfchap , ,|3p <ta&£tar.' 
Meerderheid, vrij van alle reproGkahele iverjrina^nisfe,: jnete 
df.uitter(te Jurpüfe wpr^ thsui$ £e$.en,, ó%t % bereja>, : in-hgt?» 
geyal van den Jaare. 1757» elf JVfe&le&n, afzonderlijk* plan-- 
deftin, buiten.de Vroedfchap j, en- du* bij eene ajle^pnggoorr/ 
taofdfje cabalej, hebban g^fmeed eene Nominatie >j: (^ :#2>dve.[ 
eigener authpriteif, aan, wijlen haare-Kpöinglijket Hoogheid ! 
toegezonden^;. Van deeze c onderneeminge* zp v onwettig;.>enj<ge*'' 
h?el ftrijdende tegens de Rec)Keu{.vai| de Vroedfetóp, aaa r > 
welke , Gp4)egialiteF daar • toe .veygadejtf , alléén het* Recht* to* v 
h# uitbreBgen,; v^n ^e Nomiaatie is v yergund, /wai, 'tot tdic 1 
ogenblik r t^e r -Wi :«te Vroedfphip geen kennisfe geweest', 1 -arte' •• 
zijnde van, dSt.ftükf hoe zeer -bevpren* gebeurd*,- in he« Be- 
richt .van .wijj&ji. h^are KQningtijlje Ijoogbei4, gicrMfer.^e^^ 
dachtenisft -^ a^nj^J lid- Groot <Mog.y van den 5,<Oa5dberoYanrrr 
heu.Jjar 1757 ,. geen de minfte r pende* gemaakt ^zpndfer flatb 
daar . vaji eenige, andere- reden te begrijpen. i$ , tis $g aange*^ 
boren ; goedheid yaa haare Koninglijke Hoogheid * : waar n>ede« > 
Oofc. in dee&en de /gemelde elf- Leden wel l^eeft. gejtf ven -te -j 
menageeren, . * .. >< ■, nrv . 

.„ De VertQoners, kunnen .echter, aan ..U Ed. (Jrppit j\ïog». A 
naar waarheid . .berichten , t dat >geene Nominatie <io©/ t e t enea» 7 
twintig Leden van de Vroedfchap , §efeparee*d v$n dg.and^e ,♦ 
*if. Leden r is geformeerd,, uicgebragt of aan fe Yroqw# o 
Gouvernante geprefenteerd gewordea. In en doof \t^ gehee- t 
ie Lighaam. van de Vroedfchap is,, bij ^Beeming$}dQF:Sfte*n- >) 
men, geformeerd eene Npuiinatie. Deeze is, bij>. ©reten, aan r 
haare koninglij ke Hoogheid, uit naam van degancfche Vroed- 
fchap,- ingegeeven, en. aJzo ook aangenomen. Over dezelve 
heeft de Vrouw Gouvernante begeerd te nemen. informatie; 
tecwijl een di$p,ftHzwijgen de andere, nu meer d^een Jaar 
lang, voor,. de 'pogen der .Vroedfchap heeft verborgen gpbouv . 
den. In zulk eene 'fituatie zig « gefield vindende * moet de 
Meerderheid, der t Vroedfchap hogmaa* .,pp het >er«%ft& im» , 

V 4 plo« 



jia . HAARLEMS Oefthiedenisfen. 

ploreeren de attentie vin U Ed. Groot Mog. over dezelve , 
en hoe, op dusdanige wij2e, en wanneer diergelijke onder- ' 
nerming gratie zal vinden, alle Haudvesten £*Prï vilegiën, Reen- 
ten der Vroedfchappen en orders van de Regeeringe worden 
vertreden. f De Handvesten eil Privilegiën difteeren, openlijk, 
dat bij de'Vtoedfchap, geconfidereerd en corps en folemneel- 
hjk té fattien geroepen, op eenen daar toe bepaalden tijd, zal 
worden geprocedeert tot het maken van de Nominatie, De 
Vroedfchap vergadert ten dien* einde. De Leden leveren alle 
hunne Biljetten in. Bij' de opneeminge van dezdven word de ' 
Nominatie ufrgebfagt;, volgens: de orders van de Regeeringe, * 
en op dezelve word bij een notabele Meerderheid geconclu- 
deert. Eén Lid 'pfotefteerd tegens dezelve; daar bij Voegt r 
zig een tweede Lid; doen beide confenteeren dat Ae Nomi- 
natie aan de Vrouwe Gouvernante en Vóogdesfë «d worden 
afgezonden ,-fu$tineerende, alleen, dat men'tie van liün Protest 4 
gemaakt zoude moeten worden/ Hier op befluïe de Vroed- 
fchajv De gearréfteerde,* en 'alleen ; in de Vroedfchap gefor- 
meerde 'Nominatie, word tef verkiezing" ingeleverd'. Maar - 
elf Leden ,>die hunne- Biljetten ïn de Vroedfchap hebben over- 
gegeven gehad, en alzo voordat Jaar hebben gedefungéerd, * 
onderftaan ^echter zigi* patticulterKjkv te combineèren , ufur- 
peeren, meteen allergevaartijkst exempel, het Recht van 1 * het 
Kollegie van de Vroedfchap, geheel buiten het zelve Kolfe- 
gie, formeeren op hun chef eene Nominatie, en' zenden de- 
zelVe aan de Koninglïjke Prinfesfe. Hier op ontdaan diffieul- "* 
leïten , die bok V Ed. Groot Mo£. occupeeren, waar in 
echter dé Sèuverain geen meer licht of opening heeft ont- 
^ fangen, dan fan de Vroedfdiap ' wierd gegund. De feparate 
Nominatie der elf Leden blijft' verborgen. De bedenking, 
welke nu geconftitueerd word als beftaan te hebben daar in, 
dat twee verzoeken, regelrecht "aan den andéren geoppofeerd, 
op twee Nominarien zijn gedaan, is aan ü Ed. Groot Mog. 
voorgefteld als eene klagte van illegaHteit tegens de eene No- 
minatie, en heeft getoucheerd de bevoegdheid om des wegens 
onderzoek te doen. Op dèezen grond is gedaan berusten het 
gerefoiveeróe- van ü Ed. Groot Mog. van' den 19 November 
van bet Jaar «1757, difteerende, uitdrukkelijk, dat alleen de 

kwe*» 



. HAARLEMS Qe/hhiedtnitfen. 31$ ; 

kwestie is geweest over het Recht v«n Informatie/ Maar hec 
onderzoek, het geen bij U Ed. Groot Mog. ai« anders was ; 
geponfidereerd, als te gaan, bepaaldelijk , over de Nominatie, 
uit naam yan de Vroedfchap-ingeleverd , beeft zig, zo als men 
nu ontwaar is geworden, nog in het zelfde geval, geëxténdeert * 
tot een onderzoek * om uit twee Nominatien , en van wat alioi , - 
of wiens werk is. die tweede? -te verkiezen. 

„ De Meerderheid der Vroedfchap hoopt met deeze nottdza- 
kefijfee aanwijzingen te mogen voldaan, zonder zig te uitten 
over gfevóigen , welken zij fchroomt naar te oogen , en zouder 
verder te roere» het voorgevallene , met.refpeft tot de hoog* 
gemelde Refoiutie. . -1 < 

<„ Alleen zal dezelve ,~inet relatie tot de veelgemeMe over- * 
eenkomst, alhier, ten. befluite, zeggen dat de eenentwintig Le- 
den, ziende hoe aan baare Koninglijke Hoogheid, wegens de- 
zelven, bij continuatie meer én meer nadeelige gedachten inge- ' 
boêzemd,' en dat hunne heilzame intentien wierden misbruikt, 
om de opgemelde' Nominatie, niet anders gemaakt ab met een ' 
zttiver aéquitvan de' opgelegde 'verpachtingen, te denigreert, 
in de maand September van den gezegden Jaare f757 , •enpa- 
rigHjk hunne overeenkomst hebben vernietigd, en het geffchrift, 
te* gelegenheid van dezelve, buiten iemand» prajudirie en bloo- • 
tefijk als bericht gefórtóeérd , hébben in* het vuur geWorpen, 

,; Vervolgens hébft de Vróedfchap , op den Voer van de 
Refólutïe, büj «fezelvey cöllegialiter ; op den 13 December van ' 
het Jaar 1757 genome* 9 èn van welke, om niet bedekt te ban. 
delen , bfcfloten'wiêfd <3öpij aan haare Koninglijke Hoogheid 
te; dóen geworden $ zig bereidwillig laten vinden in neutrale? on- 
derhandelingen'," ïöv wegneemihge van dé diflfererften. En het is 
waar, dat aan dé Vroedfchap zijn Voorgefteid; onder anderen, 
twee Artikelen, waar op voornamelijk wlerd geurgeerd; te we- 
ten , in de eerfte' plaatze, om af te zien van alle verbindtenis- 
feri$ en ten tweeden, om voortaan niemand om haat, nijd, of 
om eenigerhande andere zaken, te verfteken yan de Nominatien. 
Maar het eerfte dèezer Artikelen was volftrekf onnodig, immers 
teii aanzien van de eenentwintig Leden , dewijl door dézelven , 
al -Voor drie maanden en meer , van alle verbindtenisfe en over- 
eenkomst geheel was afgezien geworden, zo ais hier voren naar 

V 5 waar- 



314 HAARLEMS Ge/c&Meëtifi*. . 

waarheid is gemeld. Tegen* het tweede, yoorzp verre-daar 
bij mee alleen wierden uitgefloten haat ei? nijd, maar ook, g©- 
netaallijk, alle andere oorzaken, ftelde^^igopde Privilegiën, 
waar over, ter gelegenheid van de naastvoJgende Jtelliage, bre- 
der zal worden. gefproken; en bet isnd^.erpffige kis* van.de 
bopge 's Lands Overheden , dat zujken*» <He< by de Vroedfohap 9 ■ 
op derzelvér Eed en ^opfcientie, ni#.jw,orden geooideeW^e^ 
jayx va» de meestbcgunftigdea niet de kwaliteit , < in. de ,Haudvejr 
ten Toorgefchreveo , .van de Nominatie verfteken moeten tóir^ 
vau Deeze aanmericmg alleen woest bet werk . noodzakelijk. • 
doen fluiten,, alzo het vaneerlijke Regenten^ dte awendeidts- \ 
geit op hunne verpligtinge, niet kwalijk kan genomen wordeor;. 
naar dat aan dezelven' aUezkfts past mettecondefcendeeren in 
verfemdtemsfen, welkers uitvoering zij, 'in^oetku gemoede, * 
houden te ftrijden met «Ie Privilegiën, wtaat^aaji zij 'bij,E€$e » 
verbonden zijiu . Maar, boven dien* koude; bij.de Vrqiedfchap. 
«iet woorden ; oiwdekt eenige,. wettige redeoeq. voor he^poilit, 
hot. welk. met topzigt tot Mr,, justus wirr&.wierd. gemoveerd, 
en r pMrom aan /ienzelven [eecüge iatisfaftie moest \y orden -ge-, 
feeveu^ met -hem , jen niemand .anders * ingevaile van remjplace- • 
«ent, op.de .Nominatie te Hellend Want indieq zodanige g£ 
Kjkfcejd «an den Gerechte, : ^U bij 4e boqggqmelde Misfive van - 
wijlen haare Koniggtijke Hoogheid; is m lifter gefteid W word 
geftmineerd, wawgepomeiwoude moeten, wpj^en,, dan, w^s het 
wet de tour van Mr. jüstus jvijte om verkop ie mogen zijn, , : 
het zij men dien Heer eenvoudig CQnG4$reere jo den. rang als 
Vrpedfphfp, of het zij merf denzel ven bef^ou^e; in d^opyoir,,. 
ginge, onder de Bu?gemeesteren<; en de Eletfie -yan t Mr# justijs t 
w^T£, desnieuegentomdo^w het vervolg, gedaan , ftatueeod 
eene volmaakte cqntradijtie in dat Sijsthema. / Ais Vroedfchap- 
pen behoorden noodzakelijk voor. te gaan degenqmineerde xzaak 
cuffroRT en Mr. f jan van styrum , als hebbende nog nooit 
Burgemeesteren geweest. In den rang van Burgemeesteren 
hadden voorrang moeten hebban JMr. ajiend' de ra ad, die* %& j 
dert het Jaar 1754,, buiten het Burgemeesterfchap was geweesv 
en Mr. dammas guldewage^, welke zedert het Jaar 1759 niet 
w^s verkozen. Terwijl, daar Jegens Mr* jusxus witt* eera* . 
in ^et Jaar 1756 was afgetreden , na eene gecontinueerde Regee. , 



HAARLEMS Qtfchiiitfdtfin. 315 

ringe van twee Jaaren te'hebben waargenomen. Voorts waren 
Mr. karel van üyk en JMr. FRAN901S benjamin FAGEL«de Bur- 
gemeesters, die in 't laatstyoorgaande Jaar gechWt hadden. En 
zoude men de befchuidigde Nominatie applieeeren in bet famen- 
fleL van Regeeringe , het geen men* buiten allen grond, aan dfe 
St£d Haar km heeft wü|en doen opdringen, zo was, voor Mr% 
ju^stvs witje geene plaats op dezelve. Om echter ie toonen 
m$t -wat jeyer de Vroedfchap was verlangende de benevolentie 
van de Vrouwe £o#vernante te mogen genieten, en.de. op- 
rechtheid der hanc|eJiogen niet verdacht houdende van zodanige 
fequeelen , als door eenigen hunner Medeleden , op* den ia 
September yanvhct Jaar 1758, zijn «i» het werk gefteld» en 
vervolgens, door het misbruiken van eeneprsefidiale authoriteit, 
zig, al verders. I?el?^ geopenbaard* zo is niet alleen aan Mr. . 
GVSBptT jan de.^iuin, één der zogenaamde géfeciudeerde Le- 
den, gedefereerd de Cominjsfie in den Raade van.Staate; maar, - 
in des^elfs plaa^ze, is op de Nominatie van Burgemees teren., 
gefteid Mr. justus, witte,, welke pok door. ba&re Koninglijfce l 
Hoogheid terftond is yerkp^en. { > 

„ Het is, bij orde,, -me.de de. waarheid, dat aan de Vroed- ; 
fchap nader .fe voqrgefteW geworden-, om in het zesde en vijf* * 
tiende Artikel van het Reglement, het geene bij de Vróedfcbap , 
in/het Jaar 175*,. eenpar iglijk tfas aangenomen, te inferêèrea 
de. cfcrufulen, bij .de. Misfive van wijlen, haare Koninglijke 
Hoogheid gemenrioneexd. En hadde men zig mogen verzeke- 
ren, dat hier mede niets wierde beoogd* ftrijdig met de verbind* 
tenisfe der Handvesten, men zoude al weder tot toegevenhedeti 
zijn overgekomen. Edoch Waarlijk wezende gezien, dat, wel- 
ke uitterlijke faciliteiten- wierden vertoond, het desfefn der elf 
Leden, of van verre 4 de meesten van dèzeken, echter altoos 
was blijvende om te <êoea introduceeren eene noodzakelijke op- ' 
volging der Vroedfchappen tot de Noihlnatien van Burgemees- 
tereri , volgens den rang en d£ orde van fesfie , en diergelijke 
opvolging volftrekt onbegaanbaar zijnde met de Privilegiën , zof 
konde, door het aanneèmen van die claufulen, niets anders te ' 
wege gebragt wotden , als de wanorders te vermeerderen en ' 
nieuwe gelegenheden tot ongegronde vorderingen open te Hel- 
len. En ten onlochenbaren prèuve, dat dit poinlt op zodani- 
*•' • \ gen 



3i$ HAARLEMS Gefchieitnhfén. 

gen voet wierde gepousfèferd, heeft de Vroedfchap alleen te 
doen aanmerken, dat zelfö twee dier Leden, welken ovef bun* 
ne gereedheid tot toeftemminge in de gedane Propofitien, met 
fonange worden vereerd, de daufnl nochte óm eenigerhande 
zaken; fchoon aan dezelve in het gadadrie zesèt ArtikeT een 
behaaglijker plaatze wierd aangewezen, niet hebben geadvou- 
eerd, als met de bijvoeginge der woorden dan in de Privilegiën 
zijn vervat. Doch met welk* bijvoeging geenen der andeftf 
Leden van het nieuwe Sijsthema, als Waar door eenige uit- 
zondering wierd vrij gelaten , zig hebben Willen eonfor- 
meeren» 

^ Ia obedienriedan van het voorfchrift der Privilegiën i$, ' 
met gehéele en oprechte verlatinge van alle overeenkomst, óp 
den 7. September van het Jaar 1758 , zonder iemand* hooft , 
zonder iemands belediginge, geformeerd dé Nomiriatie, over 
welke de Vroedf€hap nu» wederom , en zonder eenigen grond, 
*ig zo zeer vind bezwaard en beledigd. Sterk is deeze klagte. 
Maar. de Meerderheid der Vroedfchap vind z4g tot dezelve ge- 
drongen , hier door, dat, daar men wijlen de Vrouwe Gouver- 
nante de gantfche éxirtentie van de voorgewende verbïndtenisfe 
eeniglijk heeft doen gronden op de ouverture, aan hoogstdezel- 
ve des wegens gedaan, en te gelijk aan dezelve communicatie 
doet erkenden het bericht, dat de A&e, deswegens geformeerd, 
in het vuur is geworpen, nogthans dit alles bij de voorgemdde 
Misfive zodanig; heeft wükn tourneeren ^ dat het eerde wel Sa 
aangenomen en -daar van e^n ampel gebruik gemaakt; maar dat, 
ten aanzien van het andere, men heeft goedgevonden, te pofee- 
ren, dat, desniettegenfhande, het oogmerk van dezelve A&e 
zoud? zijn gebleven } en dat een, aanhoudend voorneemen van 
verongelijkinge in de waereld zcfade exteeren. Nooit was 'er 
zulk voorneemen , en nooit zal haare Koninglijke Hoogheid zig 
hebben kunnen herinneren, dat de vertrouwende confesfie eeni- 
% g$n fchijn daar van zoude hebben geopenbaard. Nooit was 'er 
diprgelijke cabale , welker desfeinen de tjvee jongfte Vroed- 
febappen zouden helpen uitvoeren; maar dezelven zijn, irame- 
diatelijk, met het doen van den Eed als Vroedfchappen , getre- 
den in de verbindtenisfe om de Privilegiën, welken zij niet io 
ter. loops gelezen hebben, als bij de inftellinge van het Bericht 



HAARLEMS GifchiiJèuitfén. 317 

> is gefchied, te helpen voortaan. En, om hier over niet verder 
in longeur te treden , tot confufie van de befchuldigers moet 
fhrekken, dat salomon van echten ook door verfcheide Le- 
den, welken als verbondenen gedenigreerd worden, is geftemd; 

«zijnde, bij de opneeminge der Biljetten, gevonden dat voor 
salomon van echten hadden geopipeerd zestien Leden, en 
voor Mr. remees florjs van zaanjin twaalf Leden, terwijl 
het getal der gefedndeerde Leden door haare KoningUjke Hoog- 
heid op tien is bepaald geworden. En kan dit nog niet voldoen, 
zo word, uit naam vaii de Meerderheid der Vroedfchap, niet 
alleen herhaald de hier voren gedane betuiging, dat zij hebben 
benoemd de Perfoonen , we/ken zij in goede confcientie hebben 
geacht te zijn zodanigen, als de Privilegiën zijn requireerendé; 
inaar men mag vrijmoedig en oprechcelijk daar bij voegen, dat 
fcijlieden uit die geenen, welken bij hen, op hunnen gedanen 
Eed, alzo gehouden zijn, niemand hebben verdoken om haat, 
nijd of om eem'gerbande zaken. Dit is alles , en meer dan het 
geene van een Vroedfchap , doof den Souverain begunftigd 
met het Recht van uitkeuze , bij het Stadhouderlijk bedier ge- 
vergd zoude kunnen worden; en waar over zij lieden, genoopt 
door de indigue befchuldigingen , welken in ljet Bericht van 
wijlen de Vrouwe Gouvernante, door een ongeneegen hand, 
zijn verfpreid, zig voor U Ed. Groot Mog. hebben willen pur* 
geeren. " " 

„ De Stad Haarlem heeft echter, tot haar merkelijk leed- 
wezen, moeten ondervinden, dat, nieuegenftaande deeze wet- 
tige Nominatie, de Vrouw Gouvernante heeft kunnen geperfua- 
deert worden eene Electie te doen buiten dezelve; en dat , 
zonder dat aan de Vroedfchap eenige blijk van aanklagte daar 
tegens is gegund, en zonder dat de Gedeputeerden, welkende 
eer hebben gehad deeze Nominatie aan haare Koninglijke Hoog- 
heid in hooge perfoon over te leveren , met eenige opèninge 
deswegens zijn gehonoreerd, benevens Mr. justus witte, Mr. 
jacob deütz en Mr. mattheus willem van valkenburg , tot 

'Burgemeester is verkoren salomon van echten, welke door 
de Vroedfchap piet was benoemd. 

„ Dit is het ©rigineele voorwerp vin het bezwaar, door de 
Meerderheid van de Vroedfchap gebragt in den fchoot van U 

Ed. 



'31* HAARLEMS GffchhdenUfèn. 

Ed. Groot Mog. En dezelve beeft geei*reden om voor U Ed* 
Groot Mog. te verbergen- de wijze, op welke deeze verkiezing 
is geinftalleerd ; wat bij die gelegenheid op de Kamer van Bur- 
gemeesteren is voorgevallen ; hoe vervolgens de Vergadering 
van de Vroedfchap, welke wettig belegd was geworden, onbe»* 
hoorlfjk is geturbee.rd ; en welke vreemde en zeer Gnguliere 
zaken de Stad Haarlem verder op dat fubjett heeft zien te 
werk ftellen. 

' „ Te weten, op den 10 September van het Jaar 1758 zijn, 
t>ïj last van den Hoofd-Officier , door een der Stads-Boden , 
gedagvaard , om tegens twaalf uuren op het Stadhuis te komen , 
niet de vier Burgemeesters, volgens conftant gebruik, maar 
alleen twee van dezelven, Mr. jacob'deutz en Mr. mattheus 
willem van valkenburg , om den Eed af te leggen. Deezen, 
ten behoorlijken tijde in de Kamer van Burgemeestereri ver- 
fcheenen zijnde, vonden aldaar Mr, justus witte, benevens 
den Secretaris van nïeuweniiuizen. Doch kort na hen ver- 
fcheen de Hoofd-Officier Mr, daniel jan kamerling , en wei- 
nig daar na zag men, tot de uitteffte furprife van de twee ge- 
roepen Burgemeesteren , mede ter Kamer intredep den Oud- 
Schepen salomon van echten. Hier op de Misfive van haare 
Koninglijke Hoogheid voorgelezen zijnde, en de Schout alzo 
willende toetreden tot de BeSediginge , hebben dé Burgemees- 
ters peuTz en van valkenburg aan den Hoofd-Officier ver- 
klaard hunne wettige verwondering over de aangefchreven Elec- 
tie van den genoemden Oud-Schepen salomon van echten, 
als zijnde niet gefield geweest op de Nominatie van de Vroed- 
fchap , uit welke alleen de verkiezing , achtervolgende de Pri- 
vilegiën, moeste gefchieden; te gelijk den gedachten Officier 
herinnerende , dat hij zelve mede een Lid van de Vroedfchap 
kwam te zijn, en den Eed tot voorftand van de Stads Privile- 
giën had gedaan. Maar het antwoord van den Hoofd-Officier 
beftond , zakelijk , daar in , dat hij was een Officier van de 
Graaflijkheid , en dat hij opvolgde de Wetten van den Sou ye- 
rain; dat, Indien zij Heeren deutz en van valkenburg niet 
wilden zijn beêedigd , zulks in hunne vrijheid ftond ; en dat hij 
Officier deswcgens zoude fchrijven; maar dat hij met de andere 
' Heeren zoude voortgaan, In de uitterflé perplexiteit over dus- 
da- 



HAARLEMS QefchUdenitfen. , 319 

danig voordel, voelende. het nadenkelijke der woorden, waar 
mede de Hoofd-Officier t\g wilde verdedigen, en mogende mee 
abandonneeren het welzijn der Srad Haarlem en het maintien 
der Privilegiën, aldaar in de allerpresiantfte crifrs gebragt, zo 
hebben dezel ven, verkozen den Eed af te leggen; doch te gelijk 
gedaan de Proteftatie, bij het Request der achtten Leden reeda 
. geannexeerd. # 

„En dit maakte de eerde fcene van deeze memorabele AO 
te, gelijk het gedachte Protest word geaccufeerd alsdeeerfte 
daad van oppofide; doch waar omtrent geene wijdluftige Jufti- 
ficjatie nodig zal zijn. De fundamenteele Conftitutie der Stad 
Hairiem bettaat zodanig, dat aan de Vroedfchap, bij wettige 
Oftrooien en Privilegiën, is vergund het Recht om te benoe- 
men het dubbel getal der; Perfoonen , uit welken de Burgemees- 
ters noodzaaklijk moeten worden verkozen. Aan den Erfliad- 
houder is opgedragen het Recht, om, achtervolgende de Pri- 
vilegiën , en alzo uit de genomineerde acht Perfoonen , de Bur- 
gemeesteren te verkiezen, in de Kamer van Burgemeesteren 
verfchijnt een OudSchepen, d'e niet onder de acht Perfoonen 
is benoemd , en welke over zulks niet verkozen heeft kunnen 
worden. De Schout treed toe om den zelven te nemen in den 
Eed als Burgemeester ; wat ftond de aldaar tegenwoordige Bur- 
gemeesteren, die den Ongekwalificeerden , via fafii, moesten 
zien inftalleeren, anders open, als te omhelzen het eenige mid- 
del tegens de overmagt, hun Protest tegens zodanige infonnee- 
le handelingen in te brengen? 

„ Maar een nieuw tooneel van nog vreemder vertooningen 
volgt. De Rechten van de Stad,, en de Prerogativen yan de 
Vroedfchap, door deeze verkiezinge direételijk zijnde getou- 
cheerd, zo word, in de Kamer van Burgeraeesteren ,* voorge- 
fteld om het Kollegie van de Vroedfchap, als reprefenteerende, 
in het algemeen, het Lighaam van de Stad, en 'wiens -Recht 
van benoeminge bijzonderlijk was benadeelt , deswegens te con. 
'voceeren. Maar, ten proeve van de irreguliere handelwijze, 
waar mede de Rechten der Stad Haarlem getracleefd (tonden 
te worden , ziet men de Privilegiën , welken gelasten dat aan de 
Vroedfchap gebragt moeten worden alle zaken, den ftand der 
Stede aangaande, teröond verworpen; Mn justus witte fterat 

te- 



316 HAARLEMS GtfchicdiMsfa. 

regens bet beleggen van de Vioedft:ta£>; bij den zelven voegt 
zig salomon van echten; en welke pogingen gedaan mogen 
worden om deeze Heeren te overtuigen, dat, indien salomon 
van echten al niet behoorde te fuperfedeeren met de exercitie 
van betjnformeeliijk opgedragen Burgemeesterfchap , dezelve, 
zoude eenige orde van Regeeringe overblijven, ten minften niet 
behojrde te voteeren in de zaken , hem particulierlijk en direft 
^ aangaande; alles was vruchteloos, en de gelegenheid om con- 
fufien tusfchen te brengen, prefenteerde zig nu te fdioon, dan 
dat voor iets gedaan zoude worden. Eindelijk, echter, door 
Mr. jacob deutz deConclufie tot het beleggen der Vroedfchap, 
bij pluraliteit der gekwalificeerde Stemmen , wezende opge- 
maakt, zo zijn vervdgens de Burgemeesters gefcheiden, zon^ 
der dat tegens de gemelde Conclufie eenig Protest is geinterjec- 
jeerd, gelijk uit de Notulen van het gebefoïgneerde, blijkende 
is. Doch te lastig waren zulke bornes. De fuperioriteit, weü 
ke vervolgens in de Vroedfchap gedeclareerd' heeft liet regaal 
van der Burgemeesteren Kamer niet te willen ftellen aan de De- 
cirie van de Vroedfchap of oude Wethouderen, güig nu reeds 
zo verre; dat door één 'Burgemeester, in liet particulier , aan 
de Boden werd geinterdiceerd boodfchappen op order van de 

'. twee andere Burgemeesteren te doen , ten zij alvorens deswe- 
gens aan hem kennisfe te hebben gegeeven. De uitvoering van 

. de Refoluüe tot het bijeenroepen der Vroedfchap , in de Kamer 

. van Burgemeesteren genomen, word vervolgens feitelijk tegen- 
gegaan; en aan de Leden, welken tot die Ver gaderinge waren 
geconvoceerd, word dezelve, eigener authoriteit van den Bur- 
gemeester witie, zonder eenig befluit van het'Koliegie, weder 

.afgezegd. * 

„ De Vroedfchap, echter, ten geftelden tijde, den n Sep. 
tember van het Jaar 1758 , wettig wezende te famen gekomen, 

„ zijn daar in verhandeld de volgende Artikelen, welken allen in 
den dag mogen worden befchouwd. Namelijk, eerftelijk, is 
rapport gedaan wegens de bezendinge aan haare Koninglijke 

. HoogMd, tot het overleveren van de Nominatie; ten tweeden, 

. is gecommuniceerd het gebeurde, den vorigen dag , op de Ka- 
mer van Burgemeesteren; ten derden, is gepropoöeerd eene 
Deputatie uit de Vroedfchap te cpmmitteeren , om bij haaje 

Ko- 



ÜAAHLEMS Gefchiedénisfa. *« 



fcminglijke Hoogheid eerbiedig; oè Verzoeken f edre* vtó foèfc 
febnis, in dé meergemelde Ele&ie tusfehen gekomen ■* t>f atiAéi* 
om deswegeus eene Propofitió ie doen bij U Ëd. Groot Mög. \ 
ten vleiden, de Thefaurieren te ordonneeren om op geené öi* 
tfonnamien, dié döór salomon va h echten mogten zijn {gété* 
jtend, betaling té doen; ten. vijfden * de Vroedfchap natter fcé 
jbefchrijven tegéns den 18 daaraanvolgende, om als dan over 
deeze zaait ria4er te delibereer en. Alles, insgelijks', birèAèt 
blijkende uit dé. Notulen van de Vroédfirha^. 

M Dé Deputatie, hier voren gemeld, bij haare Kontógïijkfc 
hoogheid gunftig ter audiëntie zijnde geadmitteerd; doth val 
hoogstdezelve, zo tot haare groot? fhrprifeals (inerte v fcebttëfc 
de bekomen een zeer getermineerd.antwoordi waar bij het Ver- 
zoek volftrekt wierd afgeüagen, zo hebben deeze Gedeputeer- 
den, ten einde alles nog nader overwogen zoude kunnen wöte 
den, het verdere van hunnen last gedefereerd ,. en lig wede* 
fcegeeven mar de Stad Haarkm 

„ Alhier, inmiddels, door dén Prefidém-Sürgémeéster * te 
f ens den \6 S f eptember , Vroedfchap. belegd. zijnde,. txtó dé Sd» 
fcninatie van Schepenen te formieereti, heeft zulks, onder. üè 
daar over ingeleverde Proteftatien> zijn beflag gekteegen. Ma&b 
Vervolgens, aaa deh Secretaris wezende gelast dé Refoiutfeft* 
genomen den 11 September-, voor te lezen * heeft Mr. jtjsfus 
Witte, volgens de gronden vati de nieuwe verkiezingév to* 
aen goedvinden te declareereft dat het werk, waar roede Vittel 
febap was geconvoceerd, ware verrigtj, en dat zig met dïè 
Vroedfchap, waar van de extenfie voorgelezen zoude wotdefi* 
niet bemoeide l haastende zig vervolgens tér Kamer uit * eft 
daar in gevolgd wordende van verfeheide Leden, met zodanig* 
zorg en ie vet voor de unanimiteit* dat ééó dier Leden, welke 
was blijven ftaan, door een ander, dié reeds was afgegaan ged- 
weest, werd gewaarfchouwd om mede te gaan. Üoch al Wt 
welke echter de aanzjjnde Burgemeesteren en verdere Ledeft 
biet zodanig kwam te ontzetten, of dezeiven zijn in de ööafc 
gebroken Befoignes voortgegaan, en de opgemelde kefolutié 
!s , met eenige bijvoeginge en veranderingen gehouden voor gfe» 
«rrefleerd» 



XOLüuu . X VW* 



3M HAARLEMS <7</atorfm/,/«». 

„Vervolgens is, op den giftekien tg September van het 
Jaar 1758 , >de Vroedfchap weder vergadert ; eir zijn in' dezelve 
verfcheide «aken verhandelt ; *n, onder anderen, mede hét 
«toen der Propofitie, reeds hier voren gememioneerd. Maat 
dewijl, ter oorsake van het verbod, nu aan alle de Stads Boden 
gedaan, verfehetde- Leden* niet prefènt wareta, zo is, om te 
toone» -hoe - \tfeinig mea zig wilde empareeren van eenige gele- 
genheden, 'daar opwelbefloten, maar onderde Teferve dat dó 
genomen Refolutie den volgenden- dag, Wanneer wederom door 
den Burgemeester witte de Vergadering wa& belegd, nog eens 
in de Vroedfchap zónde worden voorgelezen, om als dan finaal- 
tijk, te kunnen worden geaxarefceerd.. 

,, En deeze den 19 September gekomen zijnde, wterd de 
deliberatie begonnen met een Protest van Mr. justus witte en 
•alomon van. ECHTEN. Hiet/ op omvxage verzegt, doch de* 
aelve- bufcec alle reden-geweigertl zijnde, iieeft het Meerder- 
gedeelte der Leden gerefolveerd daar tegens hunne Contra" 
Aantekening * te doen. Voorts zijn gerefumêèrd de Refolutien 
van den t6 en vaneden 18, hier voren gedacht, en gehouden 
voor gearrefteerd. Insgelijks is de Propofitie, mede zo even 
gedacht, voorgelezen en volkomen goedgekeurd, met last om 
dezelve- ter eerder Vergaderinge van U Ed. Groot Mog., van 
Stads wegen* in te brengen. 1 €ok is nogmaals*, bij-de Meer- 
derheid van. .Stemmen, verklaard dat de VroeÜfctep, geconvo* 
ceerd volgens de bovengemelde Conclufie, in? de Kamer van 
Burgemeesteren» bij pluraliteit genomen, en gehouden den 11 
September', wettiglijk was belegd geworden; 

„ Maar dewijl het beffocene in deeze laatfte Vroedfchap va» 
den 19 September niet kotode. misverfd worderi. als informeel, 
om redenen drft de Vergadering nu tyas beroepen dóór den Pre- 
fident-Bijrgemeester zelven , en dat over zulks het verhandelde 
In de drie vorige Vroedfchappen wierd gefield bulten het bereik 
van de tegentyraak, als uitdrukkelijk voor wettig zijnde ver 
klaard; zo te eindelifk geopend de laatfte fesfource, en mea 
heeft aanvang gemaakt om aait de Nakomelingen te vertoonen, 
het geene , tot welkers «fwending de Voorvaders goed en leven' 
hebben opgezet , den dwan^ in de deliberatien , welken töt 
handhavinge van de vrijheid wierden gehouden. 

» Nk 



HAARLEMS CtrcÜeJenhrn. fe* 

„Na dat Mr. jüstui witte, dan op deeze da» op geen* 
wijze» tegens hecgeproponeerde haddé ingelegt, 2o heeft d*» 
«lve eindelijk -kunnen goedvinden aariden Secretarte te-ovefr 
handigèn de Mlsfive , * door de-' Vrouwe Couvernante , nevew 
-de Eleftie van Schepenen, aan den Hóofifcöfficier toegezonden; 
en uit «dezelve in de vrije- Vroédfchap te doen voorlezen eeb 
gedeelte, en wel dat gedeelte, waar b^haare, Kon!nglijke*Hoog- 
"held gèliefSe te zeggen de' Pröteftatïen, vervat in deftRsftve 
van Burgemeestefen , Sche^enén^-en-Raaden, Van den \6 dër 
gemelde maand September; te ••tibucTen voor difeéfce oppófitien 
tegens derzelver Perfoon en wettig gezag. Hier bij deed meb, 
den Secretaris berusten, op dar het gecacheerde'mogte verwek- 
ken de beduchtheid voor nog hóoger gaande ongenoegen. Ën 
wanneer aan den Hoofd-Officier., den Brief terug nemende, 
gevraagd werd hóe zodanige Brief in dè Vfoedfcnap kwam ; f de- 
wijl hij Hoofd-Officier, volgens de Reglementen, aldaar nfét 
was compareerende afs Schout, maar als Vroedfchap; zo fcè- 
itond het antwoord in de 'alles beflisfênde termen, dat zulks 
gefchiedde op hoóge order. Vervolgens declareerden zig de 
onderfcheide carafters' op eéne zeer aanmerkelijke wijze; want, 
aan de eené zijde, verklaarde verre' hét Meerdergedeelte dér 
'leden met' leedwezen dusSanigél ultdrukkihge te hooren, en 
oprechtelijk te betuigen met het diepfte regeel te zijn aangedaan 
voor haare Koniriglijke Hoogheid en derZel ver Huis, en haare 
Rechten en hooge Kwaliteiten altoos te willen helpen maintinee- 
'ren, maar dat tot cleeze zaak Eed- en Amptshalven waren ver- 
pligt; doch, aan de andere zijde, heeft één der Leden niet 
gefchroomd te 'Zeggefl , met vreugde te hebben gehoord dat 
haare Koningliike Hoogheid was oordeelende eene dirt&e op* 
pofitie tegens haar te zijn, dat de Froedfchap zoude, oordeè- 
ten over de wijze en hoe zij dè Vrivilegien moet vtaintinee* 
ren. Woorden, welken in de applicatie op het gevat, daar de 
'Vroedfchap was delibereereude over eene verkortinge in de 
^Voorrechten', van welken de vrijheid en zekerheid der Burgeren 
*en Ingezetenen is afhangende, de attentie van de Nakomelingen 
zullen meriteeren. En, vervolgens, wierd zelfs het voorlezen, 
van de Commisfie/aari de Gedeputeerden ter dagvaart te £e- 
ven> geïnterrumpeerd/ De Prefiderit-Bufgemee'ster, vergenoegd 

X 2 mn 



3*4 EAARLEWIS GefeMedéUésfett. 

met de infinuatie vaa< het redouttbele *##>/* v«w/, fcheidde 
wederom, uit de Vergadering , gevolgd van diegeenen; welken 
p4r c*mp*£tum ageeren. - Ën de overige Leden, nogmaals in 
*rde. het Befoigne continueer eude, befloten, tot voorkoming* 
van verdere zo criante desordes, dat het doen van devoorfr. 
; Propofitie provifioneelijk geen voortgang zoude hebben. 
. „ Dit. zijn de vreemde ea buitengewone zaken, omtrent de 
.Regperiuge der Stad Haarlem voorgevallen, en gepfcfeerd. De- 
jzelven .hadden zig echter bepaald binnen de wanden van. het 
Raadhuis , en de. verdere Ingezetenen waren daar mede niet 
gemoeid. Maar eene alïerfmertelijkfte Publicatie heeft dezelve» 
overgebragt tot de Gemeente, -die (tiile en zonder eenige bewe- 
ginge was en ook verbleeven is, en zulks wederom op eene 
wijze, van, welke geen voorbeeld is te vinden. 

„ Op Donderdag, den 21 September van het Jaar 1758, 
word door den Hoofd-Officier, aan twee Schepenen eaeeu Se- 
jcretaris, daar toe ontboden, voorgelezen eene .Misfive van de 
n Vrouwe Gouvernante, waar bij den Qffieier werd aangefchre- 
. ven,, dat haare Koninglijke Hoogheid, tot maintien van haare 
gedane Ele&ie van d$n Burgemeester salomon van ecuten , 
'badde goedgevonden te arrefteeren de nevensgaande Publicatie, 
.iénderide hem daar van het nodig getal Exemplaren» met last en 
. bevel .,. om , n?ar qrde en gewoonte , dezelve ie doen publi- 
cëefen en affigeeren. De Secretaris, dien de afleezing gevergd 
werd, des wegens huiverig zijnde, en vragende of daar van, 
ordinario mode , kenpisfe was gegeeven aan de Heeren Burge- 
" meesteren, ontfing tot antwoord, dat hij Officier kennisfe had 
gegeeven aan den PreGderit-Burgemeester, vermits het vacantie 
was; en dat hij Hoofd-Officier den Secretaris daar toe ordon- 
neerde uit zijnen naam als Hoofd-Officier» als inede uit naam 
van Mevrouwe de Prinfesfe. En wanneer één der Schepenen 
avanceerde' dat hij vast (laat maakte op het gezegde, dat aan den 
Prefideht-Burgemeester kennisfe gegeeven was, en dat hij alzo 
over de Publicatie zoude (laan, hernam de Hoofd-Officier, iu- 
dien 'er Heeren zijn, die zig oppofeeren, zo ben ik gekwalifi- 
ceerd om tegens die te ageeren, en, desnoods, zoude ik de- 
zelven in gijzelinge kunnen doen brengen. Vervolgens is door 
dcnzelven geordonneerd de Klok, te luiden, en niet eer op te 

* hou- 



, HAARLEMS CefthêieüUfïn. |a$ 

houden voor dat gewaarfchouwd zonde worden; En wanneer 
de Klok buiten gewoonte lang, was getrokken, om dus de G*> 
meente te doen fatten komen , . zo is door den zeiven afgelezen 
de Publicatie, aan het Reqnest van de achrien Vroedfchappea 
geannexeerd, en waar van de zelfde Hoofd-Officier heeft kun- 
nen goedvinden de aanplakking niet alleen buitengewoon te ex- 
lendeeren, tot bijna mm alle de, hoeken der Straaten, maar zelfs 
ook daar mode. de JPuije van zijne eigen Wooninge heeft doen 
verderen, tot eene allervreemdfte aanfcbouwinge. Over den 
inhoud deezer Publicatie zal de Meerderheid der Vroedfchap 
zig bij U Ed. Groot Mog. niet ampel behoeven te verklaren. 
Het bezwaar der Stad Haarlem , wegens de Electie van salo* 
mon van echten, wai aan haare Koninglijke Hoogheid niet 
onbekend. Aan hoogstdezelve was het dat de Vroedfchap zig 
direftelijk had geaddresfeerd, en op eene eerbiedige en gehoor- 
zame wijzje redres verzogt. De Prinfesfe zelve had aan 4 de Ge- 
deputeerderi gelieven te antwoorden, dat cle Heeren daar tegens 
konden doen, dat zouden goedvinden, en voor God, het 
Land, haare Stad en voor haar zeiven, in goede confcientie, 
konden verantwoorden; met de prijsfelijke bijvoeginge, men 
is in een vrij Land, daar zulks is gepermitteerd, en daar JufU- 
tie plaats heeft en te vinden is. Doch welke verbazende veran- . 
dering! De Vroedfchap, of wel de Meerderheid van dezelve, 
handelt conform de vporgefchreven regelen ; maar men weet 
üaare Koninglijke Hoogheid te permoveeren dat de verfchuldig- . 
de voorftand van de Stads Privilegiën moet worden opgenomen 
als eene oppofitie aan haare hooge Perfooo en derzelver wettig 
gezag; en dat de Meerderheid der Vroedfchap aanziet als ge- 
noodzaakt te moeten doen tot befcherminge van de vrijheid en 
zekerheid der Burgeren , word getaxeerd als tot een gevolg 
zullende ftrekken der onrust van de góéde en vreedzame Burge- 
rije! u Ed. Groot Mog, hebben, bij de generale macht en het 
bevel, aan den Prinfe Erfltadhouder opgedragen, gevoegd de 
tweeerlei bepalingen, namelijk, „ alles, aangaande de zaken 
„ van Juftitie, met Advies van den Prefidenten Raaden over 
„ oqzen Lande van Holland en fVettfrieüavd enz., en , aan* 
„ gaande de zaken van Oorlog en Politie van den voorfz. on- 
H zen Lande, bij goeddunken van ons en met Advies van dn- 

x'a' ' » *• 



\ 



fa* HAARLEMS GeftHfJèMfln: 



* ze Gecommitteerde Raaden* Deeze barnes zijn door dé 
Vaderlijke vrijheid gedrfteerd; en met d^zehren fliat of valt de 
veiligheid en zekerheid vatralle Ingezetenen. Maar den Hoofd- 
officier word, bij bloot bevel van '-de Vrouwe Gouvernante* 
gelust de gedane Ele&ie doorden arm van de Juftitfe te maintï- 
•ïecren , in ' cas van aanhoudinge der abufivelijk genoemde we- 
derftrëvmge zïg daar op te Jnfor meeren ; en 'zijne bevinding 
des wegens aan haare Koninklijke Hoogheid ' Over te fchrij- 
ven. • ' ' 

„ Meer zal de Vroedfchap op dit onderwerp niet zeggen , 
vertrouwende dat, ufr dit geavanceerde, gertoèg zal zijn geble- 
ken dat het niet is de Vroedfchap , df de Meerderheid van der- 
zelver Leden, welken de Stad Haarlem en de Regeering aldaar 
verwarren ; en. dat het niet zijn de handelingen Van deezen 9 
welken de verwondering en verontwaardiging verdienen, 

„ Het zal ook bij liet hoogverlicht en «quitabel oordeel van 
U Ed. Groot Mog. geene ingresfie kunnen maken, dat de eer- 
biedige klagten van de geerien , weiken in hunne Voorrechten 
ihdrangen vermeenen te lijden , worden geaccüfeerd als openba- 
re beftrijdingen van het hooge Gebied, 

^ Dit was van ouds het lot der klagten van deezen aart; en 
hét is niet de eerftemaal , dat dé Vroedfchap der Stad Haarlem* 
ofn de verdediginge van de Rechten der Burgeren en Ingezete- 
nen, gelijke óngunften heeft moeten ondervinden , en zig heeft 
horen veroordeelen als dè orde verbrekende , als onrust ver- 
Wekkende , als wederhorigen en naar geene vermaningen willen* 
de luisteren. De gevindiceerde vrijheid heeft de vlekken van 
de vorige befchuldigingeh niet alleen uitgewist, maar de verdrie- 
telijkheden ter eere doen gedenken. En gelukkig, dat de tegen- 
woordige opfpraak zijne fource heeft genomen uit eenen geheel 
anderen bron , namelijk uit eene vertrouwende goedheid , welke 
door verkeerde indu&ien , fn derzelver gewone en altoos eigen 
afVloeijingen , is gealtereerd geworden. Nooit heeft de Vroed- 
schap der Stad Haarlem , of iemand van derzelver Leden 9 z\g 
opgeworpen als aankanters tegens de Rechten van de Stadhou- 
deren; maat wel gedaan als handhavers van dezelven, zo ais 
«en altoos en onverauderlijk voorueemens is te doen. Het zijn 
*#k geene particuliere Ledaö, welken lig als partijen aan U 

Ed. 



HAARLEMS &M&*W*«* &r 

Ed» Gcooc Mog. .zouden hebben geaddresfeerd; ma4r hét zijn 
de Burgemeesteren , Schepenen en Raaden , uitmakende de 
Meerderheid van de Vroedfeaap ,-welken io die relatie het 
amintien van de Rechten der Vroedfchap* aan dé hooge pro- 
teSÊe vanr U Ed. Groot Mog. hebben opgedragen. Dat vier 
der Leden, welken de overeenkomst hadden getooeard, ecb- 
ser dit Requesc niet mede hebben ondertekend, is de 'waar- 
heid.- En de redenen, waar door dezelven daar in hebben 
gefchroomd, wil de Vroedfchap^. even als wijlen haare Ko- 
nmglijke Hoogheid, ter omdekkinge gaarne overlaten aan den 
tijd, welke gewoon is de waarheid in zuiverer iiéht te doeö 
zien. Hoe zeer de Vroedfchap onbefchroomd durft vastftel- 
leq, dat de gemelde vier Leden het ondertekenen niet zuHea 
hebben nagelaten om één en de zelfde reden, en ddt geene 
van die zal gevonden worden, welke het beftaan der Meer- 
derheid, als niet gefundeert, met de overige tien Leden zou- 
de willen of kunnen afkeuren. 

„ Ondertusfchen kan de Vroedfchap, tegens de ingevleide 
comminatien over hunne Perfoonen en Fanailieq, zig getroos- 
ten met het geweun, dat zij dezelven dragen voor het ge? 
meen welzijn en de Vaderlijke vrijheid. Maar dat de Leden» 
aan weiken onwettige verminderingen in hun Recht, worden 
toegebragt, en die atyo genoodzaakt worden. zig deswegens 
te beklagen , uit . zodanige oorzaken yan hunnen Stand en 
Rechten zonden vervallen , is in eene Conftitutie, «Is die 
yan deeze Provintie, van te gevaarlijken uitzigt, dan dat bij 
U Ed. Groot Mog. deswegens verdere explicatie nodig zou* 
de zijn. 

„ Voor het overige houd /de Meerderheid van de Vroed- 
fchap zig ajtoos gecompromitteerd in. de geroemde rechtvaar* 
digheid van U Ed. Groot Mog,, weiken? volmaakt confide- 
reeren dat het geluk van het Gemeenebest, eenigtijk, beftaat 
}n het bewaren der termen, welken voorzigtelijk tot befcfaer- 
miflge, en, te gelijk,. tot bepaling* .van alle macht zijn ge- 
Held geworden» en nog van de eene, nog van de andere 
zijde, moeten zijn verdrongen. Dat de wettige Rechten. van 
den Erffiadhouder gouden wórden Vermindert, mogteftrek- 
)en tot v.^w^n^e van 4e.<Qi^W^rdigeCoaftitutie, wslr 

X 4 kers 



§a$ HAARLEMS Gefchiedtnfsfen. 

fcg* handhaving' dierbaar moet zijn. Dat de Privilegiën der 
£teden zouden zijn opgeoflferd aan de fterke dfspofitien van 
ten, misleid ' welbehagen, renverfeerd dezelve Conftkutie ƒ»«<• 
#***, En befluitende op. het Hiftorisch voorftel der gebeurt 
lenisfe, zedert het Jaar 1755, dat de Vertooners nooit 'heb* 
feeft, overtreden hun perk, of zig fchuldig gemaakt aan eenige 
$ohate tot uitfluitinge vsm hunne Medeleden, wentehen zij, 
f $ciproquelijk , binnen de wettige Umiteken van de Vroed- 
fcftop geene mvafse te lijden. 

„ Edoch, had de zo hoog gedecrieerde uirfiuitmg geene 
fyeftaanbaarheid, als in de gedachten en vindingen van zuiken* 
weiken het geroemd doorzigt van wijlen dê Vrouwe Gou-, 
vernantte, gïorieufer Memorie, doop onwezenHjke bekonune* 
ftiigeu hebhen willen voorkomen, even weinig gratie meri- 
teerd bet fupport van de 'Privilegiën, bij de tweede en nu 
fo orde volgende fteHmge getoerd. De fteHing zelve luid» 
^ dat de Coftumen in Haarlem , gegrond op dè Privilegie» 
v van die Stad, niet permftteeren dat iemand, in zijn rang 
^ zijnde, buiten wettige oorzaken yajn de Nominatie worde 
n afgelaten. 19 Tot fundamenten worden geavanceerd de Hand- 
vesten van Hertog albrecht van den 4 Maart vat^ het Jaar 
3401, van den Hertog fhlifs van den 7 September van het 
J$a$ ^445 , en eindelijk ook het reeds veelmaal gemelde Pri- 
vilegie Van de Hertoginnè ma'ria van den 24 Maart van het 
Jaa* I4ff. Utt dezelvsen word geelicieèrd, "dal; ett; der Vroed- 
Ichappen der Stad Haarlem , op zijne beur te > Schepen eit 
burgemeester moet wezen, en dat niemand daar van ma£ 
vyorden verfleken uit haat, nijd, of uit menige andere oorza- 
fc^n. Om deeze tyjgeïoefcen Voort echten als nog werkende 
^e doen zijn, word, te gelijk, aangemerkt d>t de vroegere 
privilegiën door de htaran niet gorden géabrogeerd, ten zi} 
oezeiveji dfreft daar teg^as ftrijderi. En op dit gefielde word, 
Vervolgens, geformeerd dfc cppcüifte, dat We* zouden zijn 
Verbindende G&raotea, voJgeus weiken salomon van botten 
9£t voorbij gegaan 4 maar tot Burgemeester gekozen hééft 
loeien weisden» \ * 

u Maat wanneer fiecbt* de behoorlijke onderfchekfoig over 
$», **,Wi ^ 4« ^ereisqhten; \m fe gedachte refpe&ive Pri- 



HAARLEMS GefchMenisfjin.' S*J 



vttegien gemaakt mag worden, zal, terftond en ten klaarden, 
blijken dat het Privilegie van Hertog alrrecht in het geheel 
geene plaatse meerheeft, of in de tegenwoordige Conftitutie 
der Regeeringe hebben kan; dat de GunstbrieVen van Hertog 
filips en Vrouwe maria* verre van eene blinde opvolginge 
van gelijkheid en tourbeurten te vorderen, integendeel uit-» 
drukkeiijk komen te eisfchen eene welvoorberaden uitkeuze 
van Kwaliteiten) en dat het gebod van niemand te verftèken, 
door den laatstgenoemden Prins en Vorftinne gedaan, gantsch 
verkeerdelijk en buiten grond in applicatie word gebragt op 
eenen voorrang in Sesfie of Jaaren. 

„ Wat het eerfte betreft, zo is het de waarheid dat aan de 
Stad Haarlem oudtijds verfcheide Voorrechten, ten opzigte 
vap de Magiftraatsbeftejlinge, zijn vergund. Doch het U te 
gelijk waar, dat dezelven elkander ex diametro occurreeren, 
zijnde aldaar omtrent dit Hak meer gevarieerd , dan mogelijk 
in eenige andere Stad, 

„ Om hier van geconyinceerd te worden, is niets anders 
nodig, als de refpeétfve. Privilegiën, den (land der Regeerin-* 
ge in de St*d Haarlem betreffende, \n de gedachten te her- 
roepen, en de voorgangers met de ppvolgeren te vergelijken, 
j^n de Regenten, welken ten deezen voor UEd. Groot Mog. 
verfchijrien, hopen' overtuigende te toonen dat door dezel- 
ven, tot de twee jongde ingefloten, de Privilegiën zijn gele- 
zen en overwogen. 

* „ Bij het Handvest van den genoemden Hertog albrecht , 
gegeeven des Zondags na St. Aegtendag van den Jaare 1380 ft 
wierd, allereerst, door dien Vorst, beloofd dat. hij niemand 
zoude raagtig maken om den Schout en de Schepenen binnen 
Haarlem y te zetten; maar dat hij die macht altoos aan zig 
gelven en aan zijne Nakomelingen zoude behouden; doch te 
gelijk referveerd hij, voor zig, den Schout en de Schepenen te 
mogen verzetten en vernieuwen „ alfoo die, alst ons ge- 
v neucht,'\ zelfs binnen 'sjaars. Zonder dat hier mentie i* 
van eeuige Noiafoatie, door de Wetten of den Magifiraat te 
formeerèn. 

„ Maar deeze despotieke en irreguliere ontzettingen, tea 
$en tijde , gelijk altoos > zware ongenoegens en tweedragt 

X 5 hefr 



S3» HAARLEMS Cefchiedmitfem; 

hebbende veroorzaakt, niet onderde Regenten, het welfc bui- 
ten de Handvesten gelezen moet zijn en*zonder genoegzame» 
grond ten laste van dezelven word gefield, maar onder de Poor- 
teren, zo is ,; op ba verfoek der Poortaren,, -en bij goeddun- 
„ ken des Raad» onfer getrouwe Steede va» Haer/em, vou> 
„ noemt,** gelijk des Hertogen eigen woorden, zéér verfchH- 
lende van de tegenwoordige fpreektrant, zijn luidende., gevolgd 
bet geallegueerde Privilegie van den 4 Maart van het: Jaar 
1402; en bij het zelve worden genoemd drieendertig PerfoO- 
nen, uit welken de Graaf, alle Jaaren op St. Geertruidendag, 
zoude nemen zeven Schepenen , en die zeven Schepenen uit de 
zesentwintig overigen, alle Jaaren, kiezen vier Raaden, daar 
in volgende eene voorgefchreven orde en fuccesfie. 

„ Edoch , even als het opgemelde anterieure Privilegie vart 
den Jaare 1380 door deeze nadere dispofitie geheel wierd ge- 
renverfeerd en moeste ophouden, zo heeft het laatstgemelde 
Handvest, fchoon niet alleen mede bezegeld door den Hertog 
willem ; maar , vervolgens , en door den zelven , en door zij- 
ne Dochter jacoba bevestigd, wedojpm geene lange geduur- 
zaamheid gehad. Maar, op den 24 Jamiarij des Jaars 141 9 f 
Aeeft Hertog jan van braband en Vrouw jacoba, om de ge- 
trouwe dienden der Stad Haarlem , bij Handvest, verklaard» 
dat zij, namelijk de Hertogin en Hertog, alle Jaaren op Su 
Ambrofiusdag, zouden zetten of doen zetten zeven goede Man- 
nen tot Schepenen, en desgelijks ook Burgemeesters zetten» 
die een Jaar lang zouden blijven; wederom zonder eenige bij- 
komende verkieainge of noeminge door. Schepenen of andere 
Regenten, en veel min met verband van .zekere orde oftowv 
beurten» Men confronteere de twee vergunningen tegens den 
anderen, en het zal boven het bereik der contradi&ie wezen , 
dat het opvolgende met het voorgaande niet flegts verfchille ia 
eene accidenteele veranderinge , vermeerderinge of verminde- 
ringe van het getal der Regenten; maar dat, ter contrarie, het 
latere vervatte eene flibflantieele en totale vernietiging van de 
wezenlijke dispofitie, bij het eerdere geïntroduceerd , eneene 
▼olkomen hervorming van de ópvolginge In rang, bij de Sche- 
peen Waar te nemen , in eene vrije verkiezinge , direéfcefijk 

' door 



* HAARLEMS Gefcfiiêdeuftfen. $$* 

door den Graave té doen; het welk met elkander 4pfp faQo 
volftrekt onbegaanbaar komt te z\)xu En daar mede beeft hec 
geurgeerde Privilegie van Hertog a^brecht geheel opgehou- 
den, en het geenë thans, uit eene tumultuake en niet atteete 
pverlopinge van de: Haartemfcke Privilegiën, aan wijlen haart 
Koninglijke Hoogheid^ gloriéufer gedfcchtenisfe» fchijnt toeger 
dieht te zijn, is zedert driehondert en ruim veertig Jaaren dood 
en buiten alle ititwerkinge geweest. , 

• „ Niet gelukkiger kan de önderneeming zijn van de znikeo, 
die ook het gedachte Privilegie van Hertog jan en Vrouwe j*- 
coba hebben willen (lellen als den .regel, volgens welken ais 
nog de verkiezing van Burgemeesteren en Schepenen der Scajl 
Haarlem gedaan zoude moeten worden, daar op insgelijks po- 
gende te gronden eene fustenue, niet min gevaarlijk dan onge- 
fttndeert, te weten, dat de Prinfen Stadhouders bevoegd zou- 
den zijn. de Regeering der Stad Haarlem te veranderen buiten 
aHe Nominatie. En het is te verwonderen dat men zodanige 
dwaling ontmoet, niet alleen bij Schrijvers van private Wer- 
ken, maar ook in geaccrediteerde verzamelingen van Stukken, 
welken des Lands Hoogheid aangaan. Het gantfche vermeeten 
Zoude zeer ligtelijk, indien des noods ware, met de Handves- 
ten zeiven gedeftrueerd kunnen worden. Doch het geene ten 
deezen voldoende is, en waar mede ook alle bedenkingen, no- 
pens de validiteit van du Privilegie, moeten zijn weggenomen, 
flegts tien Jaaren later, namelijk op den 5 Augustus van hec 
Jaar 142$, heeft Hertog fiups van bourgqndien alle de ver» 
ordeningen zijner Voorzaten gealtereerd, en aan de Stad Haar* 
km gegunt dat gekozen zouden worden tachtig' Mannen uit de 
gantfche Gemeente, te weten uit ieder der twintig Hopman? 
ichappen vier Mannen ; dat , bij aflijvigheid van een van dee- 
zen, de Burgemeesters *enen anderen in des aflijvigen plaatze 
zouden verkiezen, en, voorts, dar die goede Mannen van den 
tachtigen, alle Jaaren, zouden veddezen vier Burgemeesteren, 
En deeze vsrltfezing .(feat wederom, vrij , buiten bepalinge van 
eene Klasfis, waar uit dezelve zoude worden .gedaan , gezwe-r 
gen dat eenige opvolging In zodanige Kk^fis te obferveeren zou- 
de zijn. . 

» Hier 



339 HAARLEMS Gefchiedênis/e*. 

„ Hier bij is het echter nog niet gebleven; maar het m 
hatstgedachte Privilegie, alleen vergund zijnde tot des Herto- 
gen wederzeggen, zo heeft dezelve, op den 7 September 
van bet Jaar 1445, weder eene andere fchikking willen bera- 
men, en bevolen dat de Vroedfchap .en Rijkdom der Stede, 
bij hunnen Eed , zonden verkiezen, tachtig gekwalificeerde 
Perfoonen; dat deeze tachtig Perfoonen, geduorende tien Jaa- 
ren, en ten einde van dezelven nog tot wederzeggens toe, 
zouden kiezen en noemen tweeëntwintig Perfoonen, mede ge- 
kwalificeerd om die te prefenteeren aan den Hertog of zijne 
Getnagtigden, om daar uit te nemen en te ordineeren vier 
Burgemeesters en zeven Schepenen. Edoch eer de gemelde 
tien Jaaren ten einde waren gelopen, heeft de meergedachte 
'Hertog, voor de derdetnaal, nadere voorziening willen doen, 
en, in plaatze van de tachtig Mannen, andere veertig heb- 
bende gefield, zijn deezen weder gekwalificeerd, om, geduu- 
rende den tijd van tien jaaren , te nomineeren de tweeëntwin- 
tig Perfoonen tot het zelfde einde, zo als bij het vorfee Pri- 
vilegie was gelast geworden. 

„ Eindelijk is door de Hertoginne maria, bij het geatle- 
gneerde Handvest, in dato den 14 Maart van het Jaar 1477 f 
het gantfche Regeeringswezen in de Stad Haarlem geretou- 
cheerd , en ingevoerd de orde , zo als in de wezenlijkfte 
poindken als nog word gevolgd, en waar over hier na meer 
bijzonderlijk zal worden gefproken. Dif Privilegie is expres- 
feit jk gegeeven als „ eenre nieuwer gifte,* vernietigende al20 
alle vorigen;en de Vorftin verklaard bij hét zelve, mede 
uitdrukkelijk, het Recht tot de Nominatien, zo als die aldaar 
worden gemeld en geordonneerd , de Stad Haarlem te geveiv 
„ voor haar, en voor haare Nakomelingen,** en dat de ver- 
kiezing en ordineering van de acht en van de veertien , door 
baar vastgefteld , zal gefchieden „ van nu voortaan en tot 
eeuwigen dage/* Waar mede -dan onwederfprekelijk is beves- 
tigd, dat het Privilegie van Hertog albrecht zeer ontijdig 
is gerefulqteerd. 

„ Maar volftrekt onmogelijk ware het geweest bet nu veel- 
geroerde Handvest van Hertog aibrecht , aan wijlen de 
Vrouwe Gouvernante , ter hand te ftellen als een Privilegie » 

VQir 



HAARLEMS GéfikH&nisfi** SS3 

velgtas het welkt de verandering der Magiftraaten in de Stad 
Haat tem nog' beden geregeld zoude moeten worden» indien 
men ztg flegtshadde herinnerd dat het zelve, zeden den Jaare 
1418, nimmer al» zodanig is geobferveecd geworden; en dat 
.altoos, zo door deSuccesfturen van denvergunner in deGraafr 
-lijke Regeeringe, ais insgelijks bij de Prinfen Stadhouderen, 
•welken tot in het Jaar 1650 gefungeerd hebben , vervolgens 
mede bij de Doorluchtige .Prinfen Erfltadhouderen , willem 
d«n III en willem dën IV > en eindelijk ook bij haare Koning* 
üjke Hoogheid, zo geduurende derzelver gancsch bellier, all 
Ypedaallijk nog in het Jaar 1758, direft tegens het zelve is ge- 
Irandelt. Geene waarheid echter is zekerer en meer evident, 
dan deeze. 

„De verkiezing "van Schepenen moest, ingevolge het na 
veelgeachte Voorrecht van Hertog albrecht , niet gedaan 
worden uit eêoé Nominatie, min nog uit eene Nominatie, op 
welke ook gebragt worden Perfoonen, die geene Leden van de 
Vroedfchap zijn^ maar uit de gantfche Vroedfchap, en zonder 
xlaar buiten te gaan. Doch de hooggemelde Graaven en Stad- 
houders , en bij fuccesfie insgelijks de Vrouw Gouvernante ., 
hebben niet alleen de Schepenen geëligeerd uit Nominatien, en 
wel uit Nominatien , mede voorftellende Perfoonen , welken 
geene Leden- van de Vroedfchap kwamen te wezen; maar, bo- 
vendien, zijn door dezelven, aétueellijk* verkozen, zulken, 
welken niet tot de Vroedfchap waren behorende , ook met 
voorbijgaan van de Leden* van de Vroedfchap. En om U Ed. 
.Groot Mog. niet te fttigeeren met een amas van voorbeelden, 
welkers gaal weinig minder-zal zijn, dan dat der verkiezingen» 
•waar van geheugen of aantekening is overgebleven, wijlen haare 
Koninglijke Hoogheid, glorieufcr gedachtenisfe , heeft, op den 
•17 September, yan het Jaar 1758, uit eene overgeleverde Nomi- 
natie, tot Schepenen in Haar km verkozen Mr. aalst van der 
hoolck de bruin en nanning berkhout , die geene Vroed- 
schappen zijn, en gepasfeerd den Vroedfchap Mr. jan diede- 
rik paauw, geboren hobuft, Heere van But tingen. Volgens 
het zelve Handvest mag niemand, die eens Schepen of Burge- 
meester is , weder in het Gerechte komen voor dat elk yan de 
Troedfchappen, Schepenen of Burgemeester geweest zulHi 

heb. 



334 HAARLEMS ' GefchMtnttfé*. 

bebbe»; en dit is & gelijkheid, 1 die 'dfc'ttertog vonten, n*- 
indijk V* dat 1 elk van" de drieëndertig Knapen ^ voerfcrevé, 
j, gelïjck aan onzen Gerechte 'wezen zal^ Maar' wijlen haa. 
r6 Kortinglijke Hoogheid heeft, op den gezegden 17 Sextant- 
te oran 'het Jaar 1758, toe Schepenen gelieven te verkiezen 

JEAN SALÖMON LA'VltLé* Mr. Z ACH ARM» STÊBN1S , JDIRK VAÜ 

©er waaien en Mn^woxEM jan VAR «oqgbnöorf:, ;weüren 
jte meermalen als.: Sduapfcnen .hebben gefungeerd , en! uit. -te 
fluiten den genoemden j*.:tt.. pmW.-Yan. bxittingen , die 
gooit In het Gerechte geyeeest is. ,....;.....: ; 

. „ Minder nog is .het gezegde Privilegjf geconfldereerd ge- 
worden in de verkiezinge van Burgemeesteren, het zij men • 
ooge op de geenen , aan welken deêze verkiezing ,bij het 
vedgemelde Handvest is aanbevolen, iet zij de, aangeprezen 
gelijkheid in de. Perïboneri, die verkozen zijn geworden,' ,dp 
reflexie 'is vorderende/ t)e verkiezing' van . Êufgemeesteren 
had Hertog albrecht', uitdrukkelijk en prlyatïvelijk , bevolen 
aari'de zéVetï : Schepenén.'."Maar nimmer bebben de opgevolg- 
cfe Laridsheefën, hinlmer hebben de Plfhïfen Stadhouders en 
ErfftaShöliders', de Ve^kiezlrtg 'van Burgemeestèrën der Stad 
Haarlem 'befchouwd' dte aan -hen niet röïnpetêerehde , of de- 
«elve aan de geëiigeerde Schepenen gerenvoirefd. En wijlen 
haare KoningHjke Hoogheid 'heeft' zig nogmaals onbezwaard 
gevonden, in derzelver booge kwaliteit', te doen de Elegie, 
waar over ü Ed. firobt Mog< prefent -geoccupeerd Worden» 
Omtrent; de Perfoónen , do* vervulling*- van- de Burgerfteester- 
ftoel te verkiezen, had Hertog albrbc^t gewild dat in ach- 
Jinge, zoude worden genomen de 1 nu veelgemclde gelijkheid), 
en dat eik even dikmalen .met deezen test zoude worden be- 
zwaard of. vereerd, Maat, era wederom, tot geene andere 
exempelen te provoceeren, ais direételijk tot het voor handen 
zijnde geval , isaak kliffqrd , Mr jaw van, styrum en Mr, 
jdavh) van LENNEP A 7die nooit Burgemeesters, waren geweest,, 
heeft haare. KoningHjke Hoogheid gelkven te pasfeereq, en t£ 
verkiezen Mr f justus wiV^e, ,Mr,jAqoB,,DEUTz.,en vir. mat- 
?heus wiilem van' valkenburg, allen meermalen als t Burge- 
meesteren hebbende gedient. &elfs is onder de verkiezinge 
uit de gedachte Burgomeèsteren* welkeq meer 'in die post 
hebben gedaan , geen aanfchouw' genomen op dé gelijkheid , 
■■„••• ' • . 'en 



HAARLEMS Gefchleêtnhftn. 335 



en dat élk in en tot dit Ampt egaal moeste worden beroepen; 
maar Mr. mattheüs witLÈM *van Valkenburg is aan Mr* 
arend de ra ad ' voorgetrokken. 

„ En op welken grond is dat alles gefchied? Niet door 
•eene • uhfltriting tegens de Privilegiën; niet door eene conve- 
nientie van de' overmacht; niet om dat de Regenten zouden 
ophouden, moreelüjfl: , in derzelver waardigheid , gezag eri 
eere gelijk te zijn; het welke 1 de gelijkheid is, die, zonder 
af te wijken van het voorfchrift van rechtvaardigheid eri 
depgd , niet kan worden vernietigd ; maar op het wettig fun- 
dament, dat aan den Prinfe Erfïïadhouder competeerd eehé 
vrije Eleftie uit de overgeleverde Nominatien ; en dat het 
Privilegie van Hertog albrecht, volgens het welke elk, vt 
juris, gelijk en op zijne tourbeurte aan den Gerechte zoude 
moeten komen , gèene plaats is hebbende'/ ' 

\; Wanneer , bovendien , het meergedachte Privilegie van 
Hertog albrecht wat nader word ingezien, ontdekt zlg de 
Conffltutie der Regeeringe van dien tijd, gelijk hier voren 
reeds kortelijk werd aangewezen, in deezer voege: dat dé 
Vorst had gefteld dreêndertig Perfoonen > welken als het Lig- 
haam der Regeeringe kwamen uit te maken. Uit deeze drie- 
ëndertig Perfoonen had de Hertog, aan de eené zijde, iif 
voorbehouden, dat hij alle Jaaren zoude nemen zeven Sche- 1 
penen, en dus zonder eeuige Nominatie, Daar tegens zou- 
den, aan de andere zijde, niet de Graaf of Hertog, maar de 
geëligeerde Schepenen 1 , uit de zesentwintig 'Mannen, welken f 
na de verkiezinge van de zeven Schepenen, in het voorge- 
dachte corps overbleven, kiezen vier Raaden, onder welken 
naam , ten dien tijde , de Burgemeesters wierden verdaan. En 
deeze verkiezingen, zo wel van Schepenen, dooi; den Land-' 
heere zelven te doen , als die van Burgemeesteren ,' heeft de' 
Hertog zodanig willen regelen, dat elk van deeze drieëtóer* 
t/gen daar toe gelijk zouden wezen, zodanig, dat die eens 
Schepen of Raad had geweest, niet weder verkozen zoude, 
worden, voor dat elk van de opgeroeide drieëndertigen Sche- 
pen of Raad geweest zoude hebben. In dusdanigen Sijsthema, 
konde eene opvolging onder de door den Graave geëligeerdej 
Perfoonen plaats vinden, uit oorzake dat de Vroedfchappen , 

vol* 



',. j i mm ie %j * *k ■ ■ i !■ r T i g ir 

Volgens die Privilegie* niet waren gechargeerd om in bww* 
benoeminge te moeten acht geve» opeenige perfonéele kwó- 
iiteiten der benoemden * anders ais da,t u>ze,lvjen tot het getal 
der drieendertigen behoorden. En het (lond alleen ter verftnt* 
woordinge van den Graave, of de Perfoonea» do^r hem on- 
der de drieëndertigen geplaatst > hadden , de, vereischte: hpe* 
danigheden, om, als rechtvaardige Rechters en als getrouwd 
Raaden* hét gemeene welzijn ter hand te nemen. Zwaar is 
deeze verantwoording voor een Vorst > die zig herinnerd te 
«enigen tijde over het vertrouwde bewind refponiabel te we* 
ïen, niet alleen voor het gunt hij zelve heeft verricht, maar 
ook wegens dat geene* het welk door anderen > aan wien hi} 
onwaardig de administratie van het. publieke nut heeft ver*, 
trouwd, misdaan of verzuimd mag worden* Te gelijk echtet 
is het onmogelijk voor den Vorst, de. perlbneele hoedanig^, 
lieden der particulieren onder zijn gebied uit eigen bevindin- 
fe te kennen; maar dezelve is in de noodzakelijkheid, om* 
dienaangaande, de onderrichtingen- van andearen in te nemen» 
en te vertrouwen , , welken fomwijten advifeeren met gantsch 
andere afzigten,. als die tot des Prinfen welzijn en het nut 
des Staats , zijn (trekkende. Om zig hier van eenigzinu te 
ontlasten , zo hebben de Succesfeurs goedgevonden dat zeke- 
re ukkeuee van een grooter getal hunne Ele&ie zoude voor-, 
gaan; en zij hebben de geenen, aan welken deeze benoemin- 
gen wierden opgedragen > gechargeerd reguard te nemen op 
zodanige kwaliteiten , ais de Vorst in de vponverpen van zij- 
ne verkiezinge was requireerende» Om daaf in te meer ge-* A 
rust te mogen wezen, is deeze last aan de benoemeren opge- 
dragen, niet eenvoudig, maar op de heilige verbindtenisfe van 
bunnen Eed, of de infpraak van hunne Confciemie* En dt 
wijsheid der ouden heeft tot grond deezer voorzieningen ge- 
had, dat de hoedanigheden der Perfoonen» in de /verfchillen-, 
de Steden «n 'Landfchappen, aan niemand zo wel, als aan 
de Medeburgeren en Regenten der Plaatzen, bekend behoren 
te wezen. Gelijk uit de zelfde oorzaak en tot, nog meer ze» 
kerheid, van ouds , in het doen van de verkiezingen uit de 
Nominatie, gemeenlijk was gevolgd de nog nadere onderrich- 
tingen van de Burgemeesteren of Officieren ; waar van' de 

blij- 



HAARLEMS CkfcUedtnhfi*. f$f 

blijken inverfcheide beüuiten van ü Ed. Groot Mog. Vergade* 
ringe worden gelezen. Dagr tegens zijtt deeze Nomina tien. aan» 
de zijde der.Stedeji befchouwd ajs/gumlen, gelijk dan< de -ge- 
volgen va» eene' gpede of kwaade beftteringe van de Magiftra- 
tuure, in de,eerfte plaatze en dltfeftelijk^ hij dezelve te huis 
worden gevonden, : Maar nevens de:gunst"ftaat de last** Die de. 
benoeming <toe^ treed in deelgenootfchap van de bovengemelde, 
verantwqordinge.; En het maakt eeue voiftrekte ftrijdigheid, 
op Eed en Cpnfctemie . te moeten beöoeraen den besten, daar 
over voor God en den Souvemo fchuldig, te ftaan ., en geene. 
vrijheid te hebben om te mogen kiezen J om den minder ge- 
.fchikten te mogen laten,, den., meet nuttigen te mofcen voorftel- 
len ,. maar gebonden te wefceij asm eeöe orde «n rang van Dpvol-. 
ginge, die ook den kwaaden zoude ftellen in de plaatze,. alleen. 
voor den goeden: geordonneerd, . r . " " »■'... 

„ Waar mede overgaande, tot de Privilegiën v?n Hertog n- 
mps van dat» den? September, vaa het Jaar 1445, em van dea-. 
zelfs Kleindochter, Vrouwe mama., gegeeven dea 14 Maart 
▼an het Jaar I477 , zo zal 5 . m« den eerftea opflag, zig. voor, 
de oogen prefeweeren , dat, in Jaeide deeze Voorreehtpn, gee- 
ne fchaduwe word gevonden van zodanige opvolgiage ju rang* 
' als gantsck abufiveiijk uK het vernietigde. Handvest van Hertog 
albrecht zoude worden geobtrudeerr ; maar dat , dicetf ter 
contrarie, teer erjftig gelast j? de verkiezingen te doen met fe* 
rieufe attentie op de perfone^Ie hoedanigheden. Naamlijk de 
Hertog tilips verklaard te ordineren ;a , dat de Vroedfchap/ea 
„ Rijkdom der. Steede zoude kijefen, bij hoiren eljde, die zij 
„ daar toe openbairlic doen zulten, tachentig Perfoonen» die. 
„ rijcfte , eerbaarfte, ,notabelfte, reckelixte, ende vredeüxte 
„van onzer voornoemde Stede, van wat conditie of ftate dat 
, r . zij. zijn: en, vervolgens, dat dtw tacheptig Pertöonen zul- 
„ ien kijefen e$de nomen , bij gelijken eijde, twe%, ende twin-. 
„ tig Perfoonen uten alrerijcften , notabelften , pirbaer lieten, 
9f reckelixten ende vredelixten Mannen derzelver Stede, die 
„ den voornoemden tachenüg bij haire confcientie dijncken 
9 > zuilen oirboirlixc , werdixt ende proffijtelixt voor ons en.on- 
„ zer voirfchreven Stede, ende zullen die prefenteeren ende 
v „ overleeveren. 093 of onze; .Gecommitteerden, om uten fel* , 
XIX» deel. V w ven 



** HAARLEMS Qt/ihbJénM». 

9f vett twee end* twï}niigè geeótfert te neétóén , ee (Heffen en* 
>* de ordroeecen Tier Bordfraelfter* endé feeven Sfcepeneft." 
E» de: Vorftin bmria fpreekt, ift niet mirtdér klare bewoorti»- 
gen, asieJrêt, dat de vierentwintig Perfbonen,. door hu» gede- 
duceerd, „ füllen mogen feiöfea en ordineerei», bi) hotf» 
„ eede, twee en twintig Perfbörteo van det* rijmen, nota- 
^ helften, reckeliaten eo vredettxten va» onfef voïjrfcfcreve» 
„Stad; ende vervolgens, dat bij deefcd twee en twinri? 
,* Pèrfooneo felle» worden gecoren agt Perftone* van de» 
». flUernotabefflen , oifboiilïdtén , reekefteften ende vredelic- 
„ fte»> uit Welken de Burgemeester*] znlien wórden geelt- 
m geerd»" In dusdanige vetfeïfeinge,. mee oordeel en uitleen 
zifcgs te doen, cermtneerd zi'g dtr k»r der Vorften, en geefr- 
atou in. hei opvolgen van taörbenrten* 

„ Met dezelve Hemmen overeen, a» de regel* van het ge- 
meen* Recht, volgen» welken: eene Nominatie beltet fn de 
vrije ideziage van twee off meer Perfodnen* uk welken der 
Btedfe aoet worden gedaan; *l» de orden, ook in later* 
t tijfafoy ömitetit de MagiftflftfetitfleUittge binnen de Stad Haa?~ 
/*w geStfwmeerd Dttó wofdy bij de Arte van het Hof van 
lif*Uaf)rt s ia dito den ai Apriï van bet Jaar 1501 , bet for- 
meel** tot Nominatie*, toe tweemalen, genoemd eene Elec- 
tie eiv kiezing. Bij het Apöitil Vanr Prins wille» imit I, va» 
dato dètt *£ Augustus vdtt "het Jaar 157*» wo ^d de aangefteJr 
de^V?oed«h^geatttbor^rdotit te treden todeverkieainge v»a 
rfehf Pèrföforien , tefr ekidfe ésmt uit bij «ijne Exeeltentie geöt 
Hge*r4 te worden vlet tot Botgemeesteren* Bn het hier vo- 
ren gemelde Oteooi, inhoudende de fundamenteel* Confthn*. 
de van de Haarlem fcht Regeeringe, kent geene andere No-. 
mïtiarfen tot het Burgeroeesterfchap , ab , welken geformeerd 
worden door de vrije inbrenginge van acht Perfoonen, env 
daar uk op* té maken het dubbel getal, uit het welk, bij or- 
de, de EleéHe gefebied. 

- „ Maar de goedgedadïte Wegingen of bétioeftittgen in dée- 
*er voege zijnde gereguleerd, en uitdrukkelijk wezeüde ge. 
fteld de réqnifiten en hoedanigheden, welken ia dé Perfoo* 
nen, die genomineerd mogen worden, moeten exteeren, êm 
volgt; in de tweede piaatze, tt beW* Handvesten , „ zonder 



MftMUNB OefémJtfilt/tn; »| 

#ïjeiftëfcdè èèxt vVt, ,v dat Is dit dé ^ödaMgeti; Wélfen tnfcif 
dêezte kWalitëtóéft zijn voórziefr, ,, ter veHteekén,' 4 öè ha*t, 
;; itijd dfte omêefnlgerh'ande ftókett;" of , zó tó dfe tiertog 
tfitrfs fpreekt, ,, óifl eenigetnan<fe mtóeiré /akefl.* èn deel* 
Verordening, zó als dezelve dóór de wijze WetgeiTéren zorg- 
vuldig ert yoortfgtetijk is gedaan, erkent dé Meerderheid de' 
Haarlem fch? Vróedfchap te zïjri niet atfeeh wettig- en redelijk', 
ihaar , bovendien , allezints pfijsfelïjk. Geen Regent , dit, 
Vaardig is. cleezen naam te dragen, en die Weet dat hij zijn' 
Anipt .voert voor God, en in deszelfs bijzonder aanzijn , kan 
in flaat wezen om zulken, Weiken hij, in gemoede en op zij- 
den gedarïen Eed, is achtende' te Wezen v*tfi de vóorfir. kwali- 
teiten, uit te fluiten* De Vróedfchap is zélfs niet onbewust 
toe dè keizer alex ander, in L. Unie, Codicis, fi propt er Int» 
midrias C* èatio fndta ftt % uitdrukkelijk heeft bevolen, non e% 
jimicitfa Creationes fieri debe* e y 't ei Mflimalione vera & 
Commodo ReipuBlïae. En men werisebt , oprechtelijk , dit 
deeze règél aan hen en aan allen , dien eénigé macht tot lierioe- 
ininge of verkiezinge in het Gemeenebest is aanbevolen, altodf 
voor oogën moge' ftaan. Ja men is met wijlen haare Konink- 
lijke Hoogheid, glorieufer Memorie,, in de volmaakte ovèrëeriS 
ffemmingé., dat aan niemand, uit haat, nijd, of andere onge- 
oorloofde oorzake , de uit fluiting mag worden gegeevèn, al 
waren deeze privilegiën nooit in de waereld geweest. Maar j^ 
Vróedfchap, en fpeciaal derzelver Meerderheid, pröteffeéra, 
heiliglijk, dat bunnè vota tot de Nominatien niet aan haat 9 . nijd 
©f eenige andere verfoeielijke motiven hebben gefuccumbeen ; 
maar dat die zijn üitgebragt in goede trouwe', en volgens hun- 
hen Èed en Confciemie. 2ij defieer en vrijmoedig, dat bewijs 
van het tegendeel gèbragt zal kunnen worden , en zeggen den 
geenen, welken haare Koninglijke Hoogheid met dusdanige aan* 
dragit hebben willen fub- en obripieeren, dezelve toe. voor vul- 
len laster. ï)e Privilegiën gebieden dat tot de Nominatien ge- 
kozen zullen worden Perfoonen , voorzien met de voorgefchre- 
ve hoedanigheden. Deeze hoedanigheden daar zijnde, verbie- 
den de Privilegiën iemand* daar uit te verfteken om haai;, nïjcj 
jpi eenigerhande andere zaken. Zo Bet verbod, als het gebod", 
ia gefield op den Eed en bet diaamen van de Confcientiè. Maar 

Yi de 



34* HAARLEMS Geftkiedenisfttu 



de Meerderheid der Vroedfchap herhaald baare betuiging, dt£ 
2ijlie.de& |ot ie gemelde Nominatie hebben gekozen en voorgel 
field 4è zul)cen, welken zij, op bunnen Eed,, bielden te zijn 
»it de* aljerrijktfe , notabelfte,, oorbaarlijklle , rekkelijkfïe eü 
▼rpdelijkfte Mannen van de .Vroedfchap, binnen, welken hunne 
benoeming, door het Ófkopi is bepaald ; dat zijliedeq hebben* 
benoemt de geenen,, welken zij op Ipunne Coqfcientïe waren 
dunkende, 'uit de 'gezegde Vrpe^fichap, te wezen de nutften, 
Waardigften en profijtelijkffen vóór de r Stad 'en voor het Landj 
en dat zij daar uit, dat is, uit. 'de Leden van de Vroedfchap, 
die zij % volgens hunnen Eed en ponfcientie^, waren óordeeleri- 
de de gerecenfeerde kwaliteiten te bezitten, niemand hebben 
verdoken om haat, nijd of om eenigerhande andere zaken. Dit 
Is ,de zïn van de gedachte Privilegiën, appliceerénde het verbod; 
*onï iemand te verftekeh, op die geenen, welken geinvestieenl 
zijn mét de gevorderde perfoneele hoedanigheden , of immer* 
door de benoemeren , op hunnen Eed en Confcientie, voof 
zodanigen worden gehouden, en niet blotelijk op allen , welken 
zigmét dch rok der Vroedichap vinden omhangen. En de 
getraduceerdé Meerderheid heeft alzo voldaan aan haaren 

" v Zoude men aan de Handvesten opdringen eene andere b^ 
teekenis, en moesten noodzakelijk tot Burgemeesteren worden 
genomineerd, die in 'rang van Vroedfchap de ngasten zijn, zon- 
der' dat plaatze mag hebben de uitlezing van het caracler, bij 
dë Wetten voorgefchteven,*zo worden, op eenmaal, geren verr 
feerd alle de gronden der Regeeringe ; dan is 'er geene verkie- 
zing of vrijheid töt deNominatien; maar het geene was vergund 
als eene met oordeel in te richten Electie van een dubbel getal t 
word gedegradeert rot eene domme lijst der acht naaste Vroed- 
schappen, in derzelver rang en orde; en de zorg, met welke 
de oppermacht, omtrent de bekwaamheid en gefchiktheid der 
perfbonen , voorziening heeft villen doen, word gefield tot 
openlijke befpottinge. Men houd , in yerfcheide Steden, het 
ingaan der Nominatien voor eene handeling van zodanige ferf- 
cusheid, dat over dezefve Gods heilige naam en de invloed vai 
'zijnen geeat , niet aflèen bfj hét aanvangen der Vergaderingen 9 
maar ook des Zondags' daar bevorens, in de Kerken, voor dt 



HAARLEMS GefcÜeJenisfen. f41 

geheele Gemeente , plegtig word aangeroepen. Maar dit gatit* 
fche werk vefandert in eene iedele oeremonie. Des aangeito- 
penen adfiftemie word de gelegenheid om te kunnen medewer- 
ken opertlijk afgefteeden. Een Feuillet, gèfcheurd mt de ge* 
drukte Registers, en verwonende flegts de namen der Vroed- 
fchappen, met den tijd- en rang van der zelver aanftèlünge ,- kan 
voldoen voor de Nominatiett , die met zo veel moeke van de 
Printen -en- Souverainen van den Lande gefoiliciteerd, endoor' 
dezelven als hooge gunden gefchonken zijn. En of dit attes te 
weinig Ware, in de Conftitutie, zo ais de menfchelijkheid bey 
ftaat, en daar niet allen resfbrteeren onder deKlasfis der gee- 
aen, wier harten, volgens het zeggen der ouden, de metier* 
hto geformeerd zijn; zo word de Vroedfchap gebragt in de 
volftrekte. perplexiteit van haaren Eed geweld te moeten', aan- 
doen, en te kiezen anderen, als van welken hen de benoeming 
xo hoog en ernftig is bevolen; of te vervallen in de ongunst, 
welke de Meerderheid der Haarlem fcke Vroedfchap heeft ge- 
troffen, öf fchoon bij haar mee alle lijdzaamheid is gedragen 
geworden* 
- „ Om deeze gevolgen in eenen klaaren-dag te doen zien, 
verzoekt men, .eerbiediglijk , de vrijheid van het geforceerde 
Sijsthema , tot welkers introdudtie gearbeid word, te. mogen 
Hellen in applicatie van zaken; doch onder uitdrukkelijk Pro- 
test dat het gezegde niet zal worden toegepast op Perfoonen , 
gelijk oprechteiijk geene Perfoonen daar bij worden bedoeld of. 
gemeend. 

„ Volgens de nu veelgetaelde Priyilegien moet een Vroed- 
fchap, bij den gedanen Eed, en alzo met onderwerping? van 
xijn dierbare ziele aan geprovoceerde vervloekinge , ff /intens 
faUit, tot Borgemeesteren der Stad Haarlem kitzen , in de 
eerfte ptaatze, van de alle rnombelöen ; zal hij benoemen een 
Zoon der Aarde, welke zijnen Vader, immers zijnen Grootva*. 
der, niet kan verifieeren? echter deeze beeft 4e merite» dat f , 
bty opvolginge van eerie totirbeune, het deszelfs rang zoude 
wezen. De- Vroedfchap moet, in de tweede plaatze, onder de 
zelfde verplicbunge , nomineeren van de oorbaarlijkften ; zal 
hij voorflellen. zulk eenen, die, zo gefchikt komt tq zijn tot ber 
vorde^iflge van des Stads niu,als een Ezel tot de Lier, die 

Y3 nooit 



|4» . HAARLEMS Cefckit<t*n(t/iw. 

Dooft nog op d& Stad, oog op 4e gronden eo beweegraderaa 
van derzelyet: welvacgn , eenige attentie of applicatie gehad 
beeft? pogtbans deeze heeft de yerdienften van in orde voor te 
ciaep. De Vroedfchap moet, nogmaals op den Eed, verkiezen 
van de rekkelijkften; zal hij oomjaeeren eenen Koriolanus, die # 
uu epge onbuigbue epvatcinge, zijn Vaderland op den oever 
des verderft brengt? Vervolgens ia de Vroedfchap, ingevolge 
het Oftrooi van den Jaare 1651, verbonden, 019» in goede 1 

Confidentie, te moeten voordragen van dê allerrechtvaardigfteuf 
csd hij in die Vierfchaar, daar een aldoorgrondend Rechter zit, 
en daar zijn eigen bewustheid voor befcbuWSger en te gelijk 
vdor getuigen dient, verfchijnen met eenen, die het Recht ia 
fijne handen te koop voert ? Voor den zelfden RechterftoeJ 
word van hem ge vordert, dar hij zal prefenteeten van de ver* 
ftandigften; en op dit poinft zoude aan een voorrang vaji ou- 
derdom het meeste gedeferoerd mogen worden , dewijl het dn 
veelheid der Jaaren i$ 9 die wijsheid te kennen geeft, en die den 
feest In den mensen door tijd en oetTenjnge verüandig maakt4 
maar nevens den regel (laat de uitzondering, en daar is gezegd , 
de grooten zijn niet wijs , en de ouden verfban het Recht niet; 
zal de Vroedfchap zijne plegtig aangenomen vèrbjndtenisfen aan 
de toevalligheden van begaafdheid of oeffèninge blindelijk moe- 
ten abandOTraeeren? Eindelijk de Vroedfchap moer kiezen va» 
de vreedzaamfte liefhebberen van het Vaderland; mag een woe# 
lende en oproerftokende gracchus de Man zijn, daar hij mede 
voortreed? 

„ Men cóhfidereerd wel, dat, dewijl de Burgemeesters der 
Stad Haar hm moeten worden gekozen uit de Vroedschappen , 
overzulks geene voorwerpen behoorden te zijn nominabel toe 
het Btirgeraeesterfchap, in welken de genoteerde hoedanigheden 
zouden kunnen ontbreken. Maar, proteOeerende aogmaato 
niemand tfer Leden van de Vroedfchap, opk iu het allerminfle* 
te willen tttfeeren, en dat geen Perfoon gebuteerd word, dl* 
tt€t of indireft , zo moet men ter zake aanmerken, dat de kwa* 
Iheiten , bij het Oftrooi en Privilegie verdacht in de Vroed* 
fthaj*pen, niet de zelfde zijn, die gerequireerd worden in zal* 
ken, welken nominabel zuHen wezen tot het Burgemeesterfehap» 
*>m tot IM der Vroedfchap gevigeerd ie kunnen zijn, word 

g* 



HAARLEMS <h/Mte#9*¥b. Ut 



gevordern dat <te Perfoon moet wezen, k van 4e ge&watffc- 
joeerdAe Burgeren ; s. binnen de uiuujen van de Stad *&*n» \ 
&** woonachtig* 3* geboren binnen dezelve Stad of 4as*en 
Vrijdom, nm rijde deszalfs Ouders -aldaar vaste .woonptasip 
Mde?» en zijn Pooeterfebap «iet hebbende verwoont , m 
zij het eolve vervolgens weder fcride verkregen, en, ai d*» 
*p yin den ge^anen Eed, dien tijd 'van een Jaar ta zes wa>\ 
ken «chter den anderen binnen de Stad of de Vrijdom v#n 
dezelve weder ge woont hebbende; 4. of ook geboren binnes 
steeee Provintie van Hat^md -en Weufr-Mjflnd » ep zijn 
Poorterrecht verkregen, en, na dato Wer v*n, zes Jnfen m 
Aan anderen fchmeu de Stad «f derzelver Vrijdom géwopnt 
fctbbende; 5. oud zijnde vijfentwintig Jnaren of daar boven* 
6. gegoed volgens 4KT oude Privilegiën; en 7. doende «ope* 
èaae Pfofesfie. van de waare Christelijke Gentfêrmeerae Rer 
tigae, zo ais dezelve bij het Sipiode van Dordrecht is beves- 
4gd en in de publieke Kerken geleerd word. Ten aanzien 
y<ro deeze verkiezinge der Vroedschappen is bij de weder* 
toerftellinge der Stadhouderlijke Regeerwge, in bet Octrooi 
geen de minde verandering f qegekomen ; en overzulks zal, ten 
dtenc^guerde, geene bedenking plaats kunnen vinden, of het 
zelve k in vMdi oh/ervsntia. Doch de kwaliteiten , das* 
hij geroerd, voldoen niet, om op dezeiven ,tot Burgemeester 
geetigeerd te worden* Maar zal eene behoorlijke verkiezing 
tot deeze waardigheid worden gedaan , zo moet nog nas* -an- 
des* «n «eer. hoedanigheden worden gezien. En. het is wel 
ttne der requifitea, om tot bet Burgegieeategchap ,geta>zen 
te kunnen \M«fllea, Lid te zijn vao de Vrpedfchap, Maar 
IM te wenen yan de Vroedfebap couiHtueerd «iet eUe de 
vjarebchttfl, welken in een Kandidaat tot de BunfttteesVeritj- 
ke waardigheid worden gevordert. De eerfte nojtabeftnid, de 
nattigheid, de rekkpüjkheid , de rechtvaardigheid, het ver- 
fkftftd, «n de weedaarae liefde van het Vaderland, ziiu het, 
die in «en Ud van de Vroedfchas* snoeten gevonden worden, 
aal hij, volgens de ftiviiegjen, reoomtoandabel wezen* Hei 
Oordeel hier otoer is geconfieecd >*an. den Eed en de Gon- 
ftiencfte 4er Medeleden, aan metten het Reoht tot het for* 
«een* vso ik Jfamiontte jricgtig, Ja .onjedfageo. En te üel> 

¥4 ten 



34* ~ HAARLEMS GefchiedenUjtn. 

len een Recht van opvolginge voor alle de Leden van de 
Vroedfchap, zonder discretie, is niets anders, ftte de Privile- 
giën direételijk achter af 'te werpen; en.de gekwalificeerde 
Burger, geboren of wonende, zedert de bepaalde tijden, 
binnen de Stad Haarlem, hebbende de, vereischce Jaaren en 
goederen, en doende Profesfie van den publieken Godsdienst, 
moet, wanneer hij Vroedfchap is geworden, ipfo fa&o fiïcce- 
deeren tot het Burgemeesterfchap, fchoon dezelve niet van de 
•Hernotabelften, niet nut, niet rekkelijk, niet rechtvaardig, 
niet verftandig, en geen vreedzaam liefhebber van het waarde 
Vaderland zoude mogen zijn. 

„ Eo houdende hier mede insgelijks voor afgehandeld en 
volkomen gedilueerd het 'geene uit de Privilegiën van dea 
Bourgondifchen Hertog en deszelfs Kleindochter, tot ftavinge, 
ware het mogelijk , van een Recht van opvolginge in de Re- 
geeringe der Stad Haarlem, is bij gebragt- geworden, zal men 
korter mogen zijn ten opzigte van de geavanceerde exempe- 
len. Altoos ieverig op het geluk v&n met wijlen haare Ko- 
ninglljke Hoogheid te zijn overdragen in den grond, dat de 
Privilegiën, Wetten,' Coftumen en üfantien het richtfnoér 
moeien 'frezen , waar naar de Regeeringe van hét Land en 
de Steden beftierd moeten worden,- zullen twee particuliere 
gevallen , waar in eene , overmacht zoude hebben- kunnen ef- 
feftueeren, het geene dezelve was oordeelende van de con- 
venientie te zijti, weinig vermogen tegens het uitdrukkelijk 
O&rooi en Privilegie, door U Ed» Groot Mog. wettig ver* 
leend , en het geene hier Voren is geWrtdiceerd tè zijn iö 
kracht en obfervanrie. Eri nog minder zal aan déeze twee 
gevallen gedeftréerd kunnen worden + wanneer men waarneemt 
dat dezelven zig vinden gantsch buiten de termen van het te- 
fsnwoordige cafui. - •< 

•.,, Want, befchouwende het gebeurde, in den Jaare ióTJi, 
omtrent den Perfooh van balthazar koeymans + die in het 
Jaar 1672 tot Vroedfchap ^er Stad Haarlem was aangefteld, 
zo word, in de deltberatien over deszelfs toeftand ,. geea 
fcfraduwe gevonden van bedenkinge over zodanige tourbeur* 

Wn en noodzakelijke ,opvofgiiige in den Gerechte, als rik hét. 

Privilegie: van Hertog axbrbcbt wor4 getrokketK Integer 
r * deel 



HAARLEMS Gefchiedenisfen. $\$ 

deel, was dezelve reeds in het Jaar 16*80, in de verkiezinge, 
tot Burgemeester , volgens de vrijheid en, het vereisch der 
Privilegiën, voorbij gegaan, en abraham lóxréin, bij fur- 
rogatie, voor den zelven verkozen. Maar de overweeging 
ging daar over, hoe de gemelde balthazar koeymans, ter 
sake van zijne ongelegenheid, bij 'der Vroedfchap gehouden 
mogte worden» Hier op is , den 29 Augustus van het Jaar 
168 1, provtfioneellijk *, $n niet bij difpenfittie van eene ander* 
zints verpligte ópvolginge , maar in kracht van verbiedende 
Refolutie , befloten dat de Leden van de Vroedfchap den zei* 
yeiv in de té maken Nominatie van Burgemeesteren en Sche- 
penen zullen voorbij gaan; wordende de finale overleggingen, 
hoe dezelve te confidereeren zoude zijn^ gediffereerd. Ver* 
volgens is, den 26 December van het Jaar 1682, ter gelegen* 
beid van de verkiezinge van Thefaurieren , nader gerefolveerd 
den genoemden balthazar koeymans geen Biljet te huis te 
zenden. En het is niet , als met den aanvang van het Jaar 
1688 . dat de Vroedfchap is overgegaan om dit Lid weder tot 
derzelver Vergadering te convoceeren. Was bij de toenmali- 
ge Regenten geweest het doorzigt, om het lang verdorven 
Privilegie van Hertog albrecht, als levende en werkende, 
van emplooi te doen zijn, zekerlijk had deeze balthazar 
koeymans geen Vroedfchap kunnen blijven; maar de Medele- 
den waren verpttgt geweest tot de verkiezinge van eenen an-i 
deren, in deszelfs plaaeze, te procedeeren. Integendeel zou* 
den de Medeleden, volgens het gedachte Privilegie, geen de 
miofte bevoegdheid hebben gehad om den zelven, Vroedfchap 
blijvende, van zijnen rang en tour van verkiezinge door eene 
Refolutie • uit te fluiten. Ën de Erfftadhouder zoude hier op 
aiet hebben gelaxeerd , maar het Handvest : van Hertog al- 
brecht , ten dien tijde reeds meer dan twee Eeuwen buiten 
obfervamie zijnde, en daar tegeBs bij het geraeene Recht in 
ftveur van dusdanige ongelukken wezende gedifpenfeerd, zo 
heeft de Vroedfchap van deszelfe r emotie. moeten afzien, en 
zig met de gemelde fchikkingèn vergenoegen. 
. „ Vervolgens was, in. het geval van den Jaare 1687, ge-, 
beurd eene bijzonderheid, dat maar zt% Meeren wierden ge* 
Honden, weiken» volgens, het O&rooi en de vastgeftelde Rer 

Y5 gle- 



3«$ HAARLEMS Gtfehit&nirfen* 

gfcememen, benoemd konden worden. Om hier aan te rtne* 
deeren* was bij de Vroedfchap, op den 30 Augostns van het 
Jaar 1*887 , tegen* de vastjefteWe en aangenomen maximes y Ge- 
floten de Regenten, welken noga&ned van wesjen de £md ut 
Oammisfien waren , en aten niet op de Nominatie febragr mog- 
sea worden, des wegens te dlfpeofeenen, en denelvon oe kwadV 
ficteren toe ftippleae van de Nominatie. Maar over 4e attentie 
tos deeae Refolotae vetfchil veilende, was, op den dag der 
Homlnatle, bij eene Meerderheid van vijfeoewnntig Leden» ver- 
Haard jdat men niet gebonden zoude .zijn <m 4e «es Heeffen.» 
tHfktn buiten dtfpen&tie nominabei waren , «e snoeten noainee» 
ren. Hier door de gelegenheid geboren zijnde om Mr. wojles* 
t AflRitws, welke of der de gedachte zes Heeren was ressorteer 
rende , en die ander»ïf£s * door bet mankement van. een meer» 
der getal Subje&en, noodzakelijk ter veririezinge voorgetiteld 
bad moeten zijn , van de Nominatie af te daten, zo waa die <w> 
Cafie gefetfeerd en anderen gekozen. Dat nu diergeli}ke bijzon- 
dere Refotauen, waar mede van de vastgestelde en In vigeur 
zijnde gebrniken geiacbeerd word, niet mogen itrekken in ie* 
nrands preinditie, inzonderheid wanneer dezelven sriet eenftem- 
mig, maar bij pluralitefr, zijn gearrefteerd , benut in goede 
gronden van Rechten, fin dat de Stadhouder «ig daar in heeft 
geftmdeert, blijkt 9 «d «rutan, uk 1 desxeift Mtstflve. Maar 
ten regnarde van salomon van eenrea? fc feeoe Retbtade ge* 
nomen , die deszelfs conditie zonde benadeeSen , en kiesbaar 
fteide zulken , die, volgen* de regelen, niet kiesbaar waren 
geweest. De omftandigheid dat de Vroedschap eig ontbloot 
bad gezien van een genoegzaam getal Pefoonen, welken acht 
Jearen els Leden van dezelve hadden gefungeerd, waa den f 
O&ober van het Jaar 175 ff opgehouden v en daar door de veroV 
re Genomineerden, isaak cupFe^T, Mr. jan tan stykun en 
Mr. david va« lenwkp, te geiijk en eodem jamren/*, met sa- 
lom on van echten gekwalificeerd geworden om zig tor bet 
Burgemeetterfchap te zien prefëateeren. Met deese vier Leden 
itonden nog acht anderen, in egale bevoegdheid , alzo' allen den 
ondérdom *nn zesendertig jaaren hadden bereikt; en daar is , 
in het formeeten van dit dubbei.getal, aiets bijzonders of buit- 
eengewoom tnsfehen gekomen; nwar 4ie Meerderheid d*r Leden 

heeft 



HAARLEMS GefMêdenkfi*. ftf 

teefc geageerd volgens h&t wefcchiie der Privjtegien, en coo- 
fi^n haar* dierbare verpjiebiinge ,, benoen&eade de geenen f 
wd&n zij , op bunnen Eed «n in goede Confrientie, vermeen* 
den te. moeten benoemen, en waar omtrent zij yoqt niemand* 
al* alleen vp^wr God » vtfapswoartfeiiik zijn. . . . 
. ,„ Pe Meerdeibad der yrondfchap zonde oiwzulks met eer? 
WecMge erkentenisfe. raaeeptferefc, dat het gealtereerde gevrf en 
Uct jgehou^ea gedrag der Hmrlftufche Regeeringe vjn dien tijd 
aan jhea ter navolging? wierd voorgefteid, wanneer zij zig fe, 
vpjtf jn de zelfde cerpxeo. Ën men £aL U Éd. Gepot Mpg. nies 
cffeppden met 4e aanwijzing* van het gratieufe, het welk dool 
4e J>ekwaamheid der penne, aan bet verhaal van het geen* ver? 
wigenif gebeerd eeude zijn, ie geleend. Maar, verfeeread» 
in jeene vtfkonien vrijheid van Recht, de Privilegiën en vastge- 
ftelde Reglementen in geenen refpeöe door hen zijnde getou- 
cheerd, of iemands Recht in minder gunftige fituarie gefteld , 
dan fret zslv« volgens de gefileerde gronden der Regeeringe 
komt te wezen, doen hen de voetftappen fchromen. Hunn* 
eerbied en involging van de begeerten van wijlen de Vrouwe 
Gouvernante hebben hen, in het jaar 1757, doen komen .in 
fdiikkingen van veel grooter toegevendheid , dan in het Jaar 
1/587 waren geaccor,deert; maar de gevolgen daar van ziju al te 
fenfibel voor hen, voor de rust en het welzijn van de Stad 
Haarlem, en voorde eere der Jtegeeringe, als dat ?ij zig wc* 
der in gelijken zouden ftorten. 

„ Ondertusfchen is niets zekerer, dan dat ook, in ditgeyaj, 
rperende de verkiezinge van Mr. wh-lem jFABRmys , het Priyi- 
iegfc van Hertog aubrecht niet is gevolgd , of uit krachte en in, 
cpnforwiteit t van Jiet zelve geageerd. De drje Perfopnen, ^ei* 
ken door de bovengeinelde difpenfaiie de beweniiag jbebbea 
verkregen , zijn geweest PR. vnvuw va# tpwrj-en, feffi* 
hebbende in de Pravintiale Rekenkamer , Mr. mm&vs scha?* 
«*, Gfcomnkceerde Raad ter AdekaUteic, «n Mt.-arnou* 
öruivestein, Gecommitteerde in deVergaderfage van de Hoog 
Mogende Heeren Scaaten Genetaal. De twee eerstgemelden 
waren belde ouder Vfoedfchappen , dan Mr, willem fabritiü*, 
en hadden beide langer nh den Gerechte geweest; te weten 9 
Yam TfiFFEUrt, zedert het Jaar ify6 9 % en schatter, zedeit 

hec 



54» HAARLEMS Gefehièdenisfen. 

het Jaar itf8i, terwijl fabritius tol in het Jaar 1683 als 
burgemeester had geregeerd. En de laatstgenoemde Mr. ar- 
fiouT i^uivestein, was nog nooit tot Burgemeester verko- 
len geworden. Indien dan aan het Privilegie van Hertog al- 
brecht te defereeren zoude zijn, zo hadden de drie genoem- 
de Leden j allen, aan Mr. wh»lem Fabrïtws moeten voor- 
gaan. En dewijl het niet gepermitteerd ia te denken dar de 
Erfttadhouder, door deszelfs tusfehenkomfte , als ter handha- 
vinge der Privilegiën , zoude hebben willen bevorderen eené 
«verkiezing, geheel tegens de Privilegiën inlopende, to volgt, 
noodzakelijk , dat dit tang vernietigde Handvest niet in confi- 
dentie is gekomen, en het voorbeeld, van het welk zo hoog 
word opgegeeven , al* of daar door de zaak zoude zijn ufc* 
gemaakt, deftroeerd, dire&elijk, de gelijkheid aan het Gtrecfr 
te, tot welkers foutien het word voortgebragt* • 
< „ Doch allerminst doet het ter zake , dat , na het Jaar 
4687 tot 91 het jaar 1702, door de Vroedfchap, met genoeg* 
zame eenparigheid van Stemmen, tot Burgemeesteren zouden 
pijn benoemd de geenen, welken in orde van rang komen te 
volgen. En dit argument, ,wanneer het gepofeerde in f aft* 
word aangenomen als waarheid,' bewijst of niets, of te 
veel. 

,> Niets word uit het zelve bewezen , wanneer de Vroed* 
fchappen van dien tijd de door hen benoemde Perfoónen, op 
hunnen Eed en Confciemfe, hebben gehouden te zijn van de 
zodanigen, welken, volgens vereisch van het Oélrooi en Pri- 
vilegie, genomineerd moeten worden. En dit onderfteld zijn- 
de, zo heeft de nu anders gevoteerd hebbende Meerderheid 
der Leden het zelfde , het geéne in de gemelde Jaaren zoude 
zijn gefchted , ook veelmalen gedaan , en wenscht oprechte- 
lijk zulks altoos te mogen doen. De behoorlijke deference 
voor een ouder' of voorzittend Lid zal /bij dezelve altoos 
worden bewaard. Hunne pogingen zijn alteen daar heenen 
gericht , dat de confidentie, welke billijk voor een.prefidee* 
rend . Medelid, in gemoede met het joagere van gelijk nut 
wordende, gehouden, moet militeoren, niet worden gemaakt 
tot zodanige gehoudenis , . dat de verplichtingen van Eed en 
Confcientie, om het plaiGer ,yan den naasten in rang opvol* 
genden te mogen benoemen, zouden moeten acjuerftaan, gf 
<de vrijheid verkeerd worden in dwang. „ Doek 



HAARLEMS (Ufchitdenhfen. %& 

mÊ—mmmmm i ui i ' i ' 'I ■^M— i * * 

• „ Doch wanneer dteze benoemingen van den oudften ea 
naasten in rang, btotelijk, : tot grond ïóuden hebbén gehad ee- 
neaanneemiflg, tompa&üm of believing, het tij door weflfc 
itoto&ie, of üit Welke Ibzigten, liet zelve zoude zijn overge- 
komen of gevolgd, zo' bewijst het geavanceerde te» veel; en dé 
«amenilemralng tn deeze vljftten Jaafetr probeert als dan een 
TedhtongeoorlöofÜe'Wibale;ne(terweppende de gronden en orde* 
van Regeeringe , en contririeerende de klaarde mtentien van 
«len Souverain. Aan dé wijsheid en liefde van des Lands Op- 
permachten is men fchuldig te erkennen, dat dezelven, zeden 
Jiet Jaar 141 8 9 hebben voorzien dat hunne Onderdaanen niet 
meer zooden zijn opgeofferd aan eetie toürbeurte en rang van 
opvolginge tot het Gerecht, waar door in het zelve gedrongen 
«ouden worden zo* wel onwaardigen , ais waardigen. Het hoog 
gezag heeft de goede Steden, en derzelver Burgers en 'Inwo- 
ners, begeert te zien onder dé befcherminge van zodanige ge- 
kwalificeerde Péribonen , als dé Privifegien met discernènwöc 
en oordeel hebben bevolen té kiezen. Daar in verhindering© 
coe te brengen , is te kort te doen aan de verfc huldigde gehoor- 
zaamheid; de vertrouwde uldezing van gekwalificeerde Vóor- 
lhnderen te (lellen op den teerling, en de condefcendence te 
Vermengen rtfet biigeoottoóftle verlatinge - van pltgt, het welk 
door geen gezag, baken den Souverain, kan worden gewettigd; 
en tn geene navólgingegebragt raag- worden, 

♦ * „ Edoch ontbreekt: aan het argument, zelfs in de boven ge- 
concerteerde fnppofoienv de kracht van conclufie, meer moet 
de Vroedfchap zig beklagen over de onvoorzigtigheden,* door 
Stelten de geenén % die aan wijlen haar e Koninglijke Hoogheid 
4e feiten hebben gtfuhminiftreerd % zig fchuldig (lellen ter ver* 
antwoordinge wjegens de trouwe der fournisfementen. Zo er- 
gens de waarheid een vast en onwrikbaar verblijf beeft, het is 
op de lippen van .bet hoog gezag. Maar men doet haar e Ko* 
ninglijke Hoogheid pofitive zeggen „ zonder dat 'er in de vol- 
„ gende veertien Jaaren van het Stadhogderfchap van hoogge- 
„ molden Prinfe ooit weder iets diergelijks. is ondernomen; 
M maar dat , ^tegendeel , zedert, altoos de Nominatie* tot 
H Burgemeesteren, zonder iemand uit te fluiten, wet eenparig- 
v heid, of met genoegzame eenparigheid,. zijn gemaakt gewor- 



*£• ^ HAARLEMS G^^^^/jyH. 

^detr." En nogthane is het nauwHfks mogelijk, dar bij. de 
iveraaren, welken uit de naagazijnen van de Vroedfchtp hebben 
overgedragen het -gunt tegeps de*elve kan worden gebruikt, en 
die de (temmen van de Jaarttn i<ot, 1699, 170e en i/öf heb- 
ben geteld en opgegeeven, de evenvoorgaaiKkj esempelen nie* 
gezien zoudet* aijn, Ii> bet J*ar 169a zijo tot BurgemeeatereÉ 
gedamd dertfen Pejjfopnen,, en uit de jpaeJde dertig, bif.de 
ptorattteh, wezendevaatgefteid de acht Perfbonen tot ik Nom*- 
natie, zo bevond- Tig onder dctfze, adft Mf« duarkimcx, in 
kef Jaar 168* tot Vtoedfehep verkozen* Integendeel bevonden 
gig onder de afgeftemden Mr. pibter steyn, Mr. pibtei. baas^ 
w&lbm LAKSMANen «johannbs van »£*qum, dien in rang OU* 
der, Vroedschappen, door de gezegde afftennninge uitgefloten 
En daar zien ü Ed* Groet Mog. het faébsai» dat metrdoet on* 
hennen ooit gebeurd te »jnr 

„ Doch dit is- te weinig. Verre dat zulks ongenoegen bij 
den Prinfe Erfftadhoikter zoude hebben ver Wekt, of dat deeze 
een Recht van opvolginge zoude hebben witten etabUsfecren, 
Mr; didsrik nicx word door zijne Hoogheid 1 geêligeerd, zelfs 
met voorbijgaan van ouder Leden , die ia de benoemtage der 
achten waren gepfefeoteerd geworden* En moes hei getuigen!* 
Worden volmaakt door een tweede voorbeeld* In het volgende 
'Jaar 1693» twaalf Perfoóoen tofcIhir£emeeatereii**yiide geprO- 
poneerd, is van dezelven niet alleen aftgfteifld,ren dus werfer* 
om uitgefloten, Mr; Asmom de ölargbs» Vfoedfchtfr gewor- 
den in hes Jaar i6*o, en rercontfaric onder; de achtenigepiaaöt^ 
Mr. christoffel v*W VAfcnavauflo # gerit vter Jaar et* laterch 
den rang at* Vro*d<eHë£ mgetrede* ; Maar Wfftflèer ottdet de 
atht gevonden #fcró^'ttr* umti stout, en ffeven* den zet 
ven M. Mëtêr baas en de gedachte MK dBfttëïdFttL Vs* v*i» 
«eNburg, zo zijn deeze beide laatstgenoemden, tifróon pofte , 
tfenf In orde, geffigèerd, en Mr. piêtér ste«* is door defcBrf 
ftadhonder zelve voorbij gegaan, 1 

„ Mindet erroueus, doch té geHjK minder condiriefcti il 
het, dat, zèdert het voórfehreve Jaar 1687, de NomirtKien 
tot Burgemeesteren altoos met eenparigheid, of met genoegza- 
me eenparigheid y zonden zijn gemaakt geworden* Want liet 
komt niet *ta op- eene eenparigheid van gedac ht etr omtrent de 

zelf- 



HAARLEMS CefchiedinUfin. $jt 

sehHe voorwcr|WH; maai op eene vearpligtinge of noodzakelijk- 
heid, ont niet ander* te mogen benoemen,, als den oudften óf 
naasten iir. rang, ls-<*e Vroedfcaap hfier toe geobUgeerd, £g 
moeten* alle de Leden die acht oudften of naasten noemen» Doch 
dm degradeert zig de Nominatie , en vervalt in de abfurdfcei* 
ie«» ak hier voren wierd getoond. Maar zijn de Vroedschap» 
jeo aan zaike acht Perfoonenniei gebonden, en worden ook, 
andere meerderen geftemd,dan doet bet niets ter zake, met hoq 
groote Meerderheid het dubbel getal van achten uit het verdere 
grps word opgemaakt;, en elk der Stemmen van het minder ge» 
tal (laat in. gelijk. Recht met ieder votum van de Meerderheid, 
welke alleen door de grooter concurrentie prevaleerde 

„ Na zijn, in het jaar 1692» geftemd dertien Perfoonen, 
allen gehouden voor gekwalificeerd tot de verkieziage; en uk 
dezelven i$ 9 bij de Meerderheid,* het dubbel getal van acht ge- 
formeerd. Op de zelfde wijze zijn, ia het Jaar 1693, geftemd 
twaalf Perfoonen, door de pluraliteit geredigeerd tot acht. Ojj 
den- ia Februarij van het Jaar 1*97 zijn, tot fuppletie van eenè 
Burgemeesxersplaatze , drie Perfoonen voorgefteld, en weder? 
om bij de Meerderheid gebragt tot twee* In het Jaar 1698 zijn 
insgelijks benoemd een getal van twaalf; in het Jaar 1699 elf; 
in het Jaar 1700 nogmaals twaalf, en in het Jaar 1701 weder 
elf. Alles ten preave dat de Vroedfchap, in haare benoemin- 
gen, zig niet heeft, bepaald tot de acht oudflen of naasten ia 
rang, maar dat, met volkomen vrijheid, zijn geftemd en voor- 
gefield zulken, als ieder in confcieritie, conform de Privilegi- 
ën, vermeende te behoren. 

„ En wat zal men zeggen , wanneer aan U Ed. Grooj Mof, 
zal worden vertoond, dat, ten allen tijde, het gebruik bionea 
de Stad Haarlem dusdanig geweest is ; en dat nooit ontbreken 
de exempelen , door welken de idees, van eene noodzakelijke 
fuccesfïe in rang gerenoveerd hadden moeten zijn. Om mqc 
de aanwijznge van eenige weinige gevallen , en alleen bijbrea- 
fende die geenen, welken door de Stadhouderlijke verkiezing 
gen voor gejuftifieeerd mogen worden gehouden , te defrage*- 
ren, jACoa ooaNtua iuomasz», in* het Jaar 1607 tot Vroed» 
üchap verkoren en ia het Jaar 161 8 door den Prinfe mavrits 
gecontinueerd, ia ifthat Bvrfeaiee*terfchsp voorgegaau door de 

jon- 



3* HAARLEMS Gefchiedettitfett. 



jongere Vroedfchappen, adriaan van wrkbwjde in de'Jaa-» 
ren 1613* 1614 en 1618, wh-lem voogd In de Jaaren- 16 18, 

idip, 10*21, l6*2By 1624, I(fe6 en 1627, ARNOÜT DRÜIVE- 

stein in de Jaaren^ 16*19, 1621', 1622, 1.624 en 1625, rei- 
nier willemsz. buis if% de Jaaren 162 1, 1622, 1624 en* 
HÉ25, johan TfeiTs in de Jaaren 1619, 1622 en 1623, etf 
door AUGUirtfN «tein in de Jaaren 1620, 1621 en 1623; JA» 
eoRKELis ham, in het gemelde Jaar 161 8 door den Prinfe 
maurït* tot Vroedfchap aangefteld, is voorbij gegaan door 
Jan klaasz. loo, mede in het zelfde' Jaar 1618 tot Vroed- 
fchap verkozen, doch pofterleur in rang, eir tot Burgemees- 
ter geëligeefd in het Jaar 1620; cornelis cornelisz. out, 
nogmaal vin de tfieuwlïjks Gecommitteerde Vroedfchappen des 
Jaars 161 ï, is insgelijks voorgetreden door den genoemdett 
jan klaasz. loo in de Jaareli 1620,-1623,, 1624, 1626, 
1627, 1629, 1630, 1632, 1Ó33, 1635 en 1636, mitsgaders 
dooi dirk dirksz, tot Burgameester gefurrogeerd in het ge-^ 
regde Jaar 1618, en wijders door albrecht van der mm- 
db, in de Jaaren 1623 en 1625, en door lubbert klaasz* 
van dlr weiden in het Jaar 1626; pieter jacobsz. oude- 
•wagen, Vroedfchap geworden ^in het Jaar 16 19 , is voorbij 
gegaan door cornelis guldewagen tot elf diftinfte Jaaren , 
en door johan kolterman tot vijfmalen; jacob benning, 
In de Vroedfchap geëligeerd in het Jaar 1631 , heeft zien 
voorgaan thomas swan in het jaar 1650, en willem war- 
mont in de Jaareti 1645 en 1646; pieter steiN, tot Vroed- 
fchap gekozen in het Jaar 1679, is voorgegaan door dr 
willem van MEüWENHuiZEN , tot Burgemeester gfefurrojgeeja 
In het Jaar 1(590, en gecontinueerd in het Jaar 1691; en jó- 
hani^es van bergum, Vroedfchap geworden in het Jaar 
1680 , is voorgegaan dóór Mr. chrrtoffel van valken- 
burg in de Jaaren 1693, 1694 en 1696. 

„ Daar zien U Ed. Groot Mog. vijfenzestig verkiezingen 
buiten rang, allen van de Prinfen Stadhouderen geproflueerdJ 
En men heeft, in de aanhalinge deezer gevallen, arig tot eene 
' tweede bepalinge gefield, alleen te fpreken van zulke Perfoo- 
cen , welken nooit Burgemeesteren zijn geworden , zo uit 
oorzake dat dusdanige voorbeelden fterker concludeeren , ai» 

ooi 



.HAARLEMS GeTchhdertïfek. 553 



.om redeö dat dé gevallen, waat fa de eene"Vroedfchap flegts 

:voor eenige Jaaren aan zijne Medeleden is (voorgetrokken, te 

veelvuldig worden gevonden als dn de gewigtige Befbignes vu 

.ü Ed. Groot Mog., in deezen epineufen tijd, verder zouden 

worden geoccupeerd , dan de nood is eisfchende. . . • . 

» Eq, om, bij orde; op het tweede voorftel van de Vrou- 
we Gouvernante met nog eene aanmerking te beüuiten, moet 
het in umfetfi, zijn dat wijlen zijne Doorluchtige Hoogheid, 
• Prins wïUem de IV, volgen» het zesde Artikel van het Regle- 
ment van dato den 31 Augustus van het Jaar 1751 , geen ander 
rigtfooer voor de Nominatién der Vroedfchap ter navolgmge 
begeerde, als de discretie van de Perfoonen, conform de ver- 
eischten der Privilegiën, uk kracht van welken de Meerderheid 
.«n deezen beeft .geageerd. Is, bovendien, zelft.uit de tegen- 
woordige Eleftie,.gedemonftreerd geworden dat wijlen haare 
Koninglijke Hoogneid het werk der MagiftraatsbeftelHnge , bin- 
nen de Stad Haari«m, niet heeft geconfidereerd te (taan in de 
termen van zodanige opvolginge, als bij het Handvest van Her» 
tog albsecht: was. Ingevoerd, en die niet langer, dan zestien 
Jaaren, plaats heeft gehouden; wat zal 'er overblijven ter ver- 
fchontage van de.oppofitfe, door het Mindergetal bij wjilen 
■hooggemelde Vrouwe. Gouvernante ondernomen, en van de be- 
roeringen enhet nadeel, alzo aan de Stad Haarlem toegebiagt, 
wanneer men 4e gedachte Minderheid kan overtuigen, dat het 
eigen rigtfooer.. doqr. hen vrijwillig is Verkozen; dat zij metfo- 
Jemneelen,Eede^g daar Mn hebben verpligt; het zelve voorts , 
bij continuatie,. hebben, achtervolgt; en dat zijlieden, nog bij 
het formeetenvandeeze jongfte zo ten onrechte gequereHeerde 
Nominatie, hebben belooft ,zig daar naar te zullen gedragen? 
Het bewijs is echter vo.or handen, .openbaar en buiten contefta. 
o* Het Regjeroent, bij de Raaden en Vroedfchappen der Stad 
tiaariem gearreöeerd den 23 J«nij van het Jaar 175a , daat 

v^mdde^ J elfde " r ° !? en V W8ar medede PrivM <*ien z „lk, 
vermelden, «, waar, op. de «,<amie zig heeft gevestigd, ook 

«et cencurrentie der vorige Prinfen Stadhouderen, op nVeuws 

-£jT TT? ^ «"*«.•*« * VroedfJhap S 

zuLTL PerfOODen " We,kCn ^ fa «° ede «*£? 

"SlÜÏ"" WWen "" dC " cht va«aigfte, verft»dig(te 



Z 



85» HAlRLm$C*fiÜ***<if*. 

M en w efidaaaoffle liefhebbenen van het Vaderland^ De Re, 
♦biutie van de Vroedfchap, waar bij die Reglement gdnfereerd 
ir, draagt de Namen van het groocöe gedeelte der nu proteftee- 
tende Leden* op bet voorhooft. De Heeren van dgn 4rokk, 

WITTE, VAN ZAANE» , VAN BCHTE* , -KAMWtUNG , LA KLé, 

rafcNis e» rA&vd hebhen zig teuftand b*j Eedeidaar aan verbon- 
don* . De twee overige Heerea van mr waaien en van hoo- 
.fittrooft*, welken in de Jaaren 1753 en 1755 eerst Sn de Vroed- 
fchap zijn gekomen, hebben zig insgelijks onder Bede tot het * 
zelve f evoegt. Bij den aanvang tder Vergnderioge van den f 
September van het Jaar 1758, hebben oQe deeze Leden nog 
plegtig aangenomen zig daar naar ce gedragen, als blijkt bij het 
Extraft uk de Registers van de Vroedfchap, aan. het veelge- 
daehte Rèquést van de Meerderheid geannexeerd. Vervolgens 
Is t de benoeming van Burgemeesteren, voor bet Jaar 1758, in 
de Vroedfchap conform dit voorfchrift gedaan. Dezelve be- 
hoorde niet op vreemde gronden, en Andere gantsch ftrljdige 
regelen, geattacqueexd te zijn geworden, en. men had, ten dien 
einde, het hooge gezag van wijlen haare Kootaglijke Hoogheid 
niet moeten imploreerêp. 

„ Van dit gezag , bij de vetadeeünge nan 4e meërgedacfate 
Misfive tot een derde aanmerictnge gefield, zal men , nu in hij- 
pothefi werkende en ter uitvoeringe gebragt, niet andere fpre- 
ken, als met de nitteifte retenu, en enkel voor zo verre het 
zelve in het tegenwoordige geval zonde komen worden geêx- 
tendeert in vermiöderpge van de Rechten der HaarUnfcke 
Yroadfchap, van welke Rechten de voorftand aan 4e gedachte 
Vroedfchap niet minder inenmbeert, dan geoorloofd is. 

„ Bij de reeds < meergedachte inrichtinge van hooggemeldt 
Misfive, heeft men deeze derde ftelling gelieven te onderfchei- 
den in twee deelen, pokerende, eerftelijk , dat de pfigt van 
den Stadhouder met zig is brengende Burgemeesteren, Schept 
nen en Wetten te veranderen volgens de Privilegiën; en asfu- 
meerende» voorts, in de tweede ptaatte, dat zuR» indeezen 
uit de twee overgeleverde Nominatien zoude zijn gedaan »*Jtaar < 
het voorfchrift van dezelve Privilegiën. 

„ Het eerfte gepofeerde Lid advoueeren de Vertoonert 
met aüe onderwerping*, co de> gronden, waar in dit. ben 

tor 



HAARLEMS GiHhMtêifa 35J 

ttier wettig b berustende » zSjti Wer Voren in tkïfi aafigê* 
wezertk 

„ Maat teri opzfgte van het tweede gedeelte irioet dè 
'Meerderheid der Haarltmfcht Vroedfchap, «ertóedig, ded* 
feereö geen den minften Tchijn of Voetfteppen Van eene twee* 
de Nominatie in de Privilegiën te liebbeft gevonden* min hOg 
t>p zodanige wijze, als in het tegenwoordige geval tent 
tweede Nominatie fchïjtit geermfWiereefti te worden* De g#> 
legenheden hebben, reeds hkr ivoren gevordett om niet aileeft 
-ttlle de Privilegiën en Handvesten; maar bovendien tóe dfe 
andere AAen en BeBuiten, de MagürnuKsbefteflinge binnen dé 
Stad Haarlem eenigzints toetende» te touc&eeteto En toeft 
«compromitteert* in d?2dvett <tf o«t* ia eeltige geftatanerdd» 
Van eene tweede Nominatie is gewaagd* Allen fprefcen eeüp** 
tiglljk van eene Nominatie, ia de Vroedfeiup» tenodieö einde 
collegnditèr en op fpeciale befchrijviage vergadert lijnde* tf 
formeeren bij kiefcinge van een dubbel getal Periboned, Welk 
dubbel getal uitjebiragt word bij collatie vnn deSiljefct«J> 
door elk der Vroedfchappen ingeleverd, en waaf op alzo» of 
'tij eenparigheid, of anderzints bij Meerderheid van Stetmnefi* 
Word geconcludeerd Zodanige deugdelijke Noörbiade is' op 
-den 7 September van het Jaar 1758 opgeregt* De Vtoed* 
fchap is, tot dat einde, behoorlijk bijeen geroepen tegen* den 
tijd, bij het Oftrooi en Privilegie vattgeftekL DeRe^etdefl^ 
ten , in de verkiezinge te fibferveeren , zijn Voorgtleaett en 
op den gedanetf Bed aangenomen* De Biljetten zijn ingete 
vefd* Na collatie en opening* van deaelven heeft men opgê* 
maakt welke acht Perfoónen benoWöd kwamen te üljn* En 
de Nominatie Is op een behoorlijk Credentiaal, door eend 
-Comraisfie uit de Vróedfchap * aan wijlen toaare Koninglijke 
Hooghekl geprefenteerd , om uit dezelve de file&ie tö 
doen» 

„ Ëene andere of tweede Nominatie is In de Vro^dfctiajï 
niet gemaakt» En geHjk dezelve • volgens de orde der Re* 
geeringe , niet gemaakt had kunnen worden > zo beeft de 
Vroedfchap diergelijke tweede Nominatie ook tot dit oogert* 
blik nooit gezien. Het opgemelde befluit bij de Meerderheid 
der Stemmen nitgebragt tfjnde, heeft salohow Vtx ëcüïêW 

Z * wet 



356 HAARLEMS Gtfchiedenisfe*. 

wel verklaard tegens de voorfz. Nominatie te protefteeren, op 
een bloot gezegde dat daar in zouden zijn begaan informaliteit 
een, en dat dezelve, mitsdien, als legaal, aan de Vrouwe Gou- 
vernante» als Voogdesfe van den Heere ErflfauJhouder , niec 
zoude kunnen worden geprefenteerd. Maar het einde van die 
Protest , verre van eene andere Nominatie in plaatze van deeze 
te fupptanteeren of nevens dezelve te voegen , is alleen ge- 
weest een verzoek, dat, bij het zenden of prefenteereu van 
deege Nominatie , ook van zijn gedacht Protest kennisfe aan 
haare Koniaglijke Hoogheid mogte worden gegeeven; waar te- 
gens veertien aanwezende Leden hun Contra-Protest hebbea 
gereferveerd. En, de ontworpen Misfive, of bet Adres, der 
.befloten Nominatie aan haare Komnglijke Hoogheid daar op ge- 
refumeerd zijnde, is dezelve ook bij den geprotegeerd hebben- 
den Heere van echten, en de geenen, welken zigmethem 
hadden gevoegt., zonder' eenige de minde infpraak of nrfder 
Protest, gezwegen dat eene andere Nominatie zoude zijn op- 
geworpen i. gearrefteerd; de Vergadering is behoorlijk gefchei- 
dea, en deeze eenige Nominatie is uit naam van de Vroed- 
.fchap aan haare Koninglijke Hoogheid met 'er daad geprefenteerd 
en overgeleverd geworden. 

. „ Mogen nu hier op de Privilegiën ter decifie worden geroe- 
pen» zo zal de uitfpraak terftond gediéteerd zijn, namelijk dat 
uit deeze Nominatie de EieéHe gedaan 'moet worden. De pe- 
riodes in de Privilegiën en andere Ordonnantien, waar bij zulks 
word gelast, zijn hier voren a desjein geuoteerd en gediftin- 
gueerd, op dat dezelven niet weder herhaald zouden behoeven 
te worden. In de achtervolginge van dèeze Privilegiën is het 
Recht des Erflhdhouders, ten aanzien van de Magiftraatsbeftei- 
linge, bepaald en befloten. En geene Eleétie mag, onder re^ 
verentie , gefchieden , geene verkiezing is wettig of beftaan- 
baar, als welke gefchied uit de Nominatie, door het Kollegie 
van de Vroedfchap geformeerd. 

„ Men vertrouwd wel dat aan de Vrouwe Gouvernante zal 
zijn overgeleverd, iets, dat met den titel van Nominatie is ge- 
noemd j maar men obferveert de" voorzjgtige uitdrukkingen, 
waar mede de Misfive zig niet alleen bij fuppofitie gelieft te ex- 
pliceerep, maar oofc onderfcheid de omftandighedea, welken 



HAARLEMS GefchUdenispsn. 3SZ 

deeze nu als twee genoemde Nominatien hebben verzeld. Te 
weten, de eene is geprefenteerd uit den naam van <ie Regeer 
ringe* En dit- is een requifit, het welk bij afle de Pflvlle-Ï 
gien en Ordonnantien word bevordert, kennende dezelven 
geene andere Nominatien, ais welken door of van wegen de 
Vroedfchap aan den Stadhouder geprefenteerd zijn. Verkie* 
zhige te doen uit andere Nominatien, als welken uit haam 
van het Lighaam der Vroedfchap worden overgeleverd, kan 
niet gefchieden in achtervolginge van de Privilegiën ; maar. 
zoude eene Eleftie zijn buiten de kwalificatie. Men vraagt 
ook nedrig excus , dat deeze Nominatie aan wijlen haare 
Koninglijke Hoogheid zoude zijn overgeleverd van de eene 
partij^. De overlevering is gefchied uit krachte van eene 
Commisfie, gedecerneerd bij de gantfche Vroedfchap, de 
Heeren van echten, la KLé , parvó, van der waaien, 

VAN DEN QROEK, VAN ZAANEN, KAMERLING, STEENIS en VAN 

hoocendorï\ daar mede ingefloten. En uit deeze Nominatie 
alleenlijk heeft, onder eerbiedige correctie, de Ele&ie. moe- 
ten verwagt kunnen worden. ' 

Van de andere mag met grond worden gefupponeerd, dat 
dezelve is ingedient dopr zulken, weiken zig, ex post fa8o 9 
als eene partij hebben willen vertbonen. Maar waar, wan- 
neer, of hoe dezelve ter waereld is gekomen, daar van is 
het Lighaam der Vroedfchap tot heden toe onbewust. Dit 
moet echter buiten conteftatie wezen, dat dezelve niet kan 
Zijn van eene echte geboorte; niet geconcipieerd in de Vroed- 
fchap; en waar, is onbekend aan den geenen, welke de Va- 
der moest zijn ; niet geformeerd onder de wettige verbindte- 
nïsfe van den Eed; maar, indien dezelve wezen heeft belio-^ 
men, als dan na de fcheidinge van de Vroedfchap; niet voort- 
gekomen ten behoorlijken tijde; maar op wat rekeninge, is 
in de duisternisfe bedommeld. 

,, En men verontwaardigt zig billijk over de wijze, op 
welke de goedheid van wijlen de Koninglijke Prinfesfe is 
misbruikt, ge r vorden, wanneer men hoogstdezelve in zulk ee- 
ne fituarie heeft doen vooronderftetfen * dat aan het requifit 
der Nominatien zoude zijn 'voldaan. Op deeze fuppofuie, 
aan het requifit der Nominatien voldaan fcijude; is hetdat 

Z 3 wij* 



Jtft HAARLEMS CefiMedenifa. 

wflien taftre Koainglijke Hoogheid heeft doen berusten het 
NfkuC, dat hoogstdezelve bevoegd zoude zijn geweest uit 
beide de &fcQrgedachte Nominatien Elegie te doen, Maar 
U*9 (We de gefupppfiteerde benoeming nevens de Handves- 
te? en verdere Ordonnansen, en uien zal niet vilden eenjgen 
gek van de vereischten, • , 

> » Ofidertuafchen zullen U Ei Groot Mag, reegis begree*. 
fen hebben, hoe, op dusdanigen voet, door-eenig* weinige 
Medeleden van het zelfde Lighaam, noodzakelijk* alle orders 
van Regeeringe moeten worden gerenverfeerd; alle bornes, 
die de wijsheid der Vaderen aan ongeregelde ambitie heeft 
witten ftellen, weggerukt, en de waardigheid derVxoedfchap- 
peu, te gelijk met de zekerheid: yaq der Staden Rechten , 
geprostitueerd en vertreden. W>* dag. is zo gelukkig, of wat 
Stad zo begunlügd, waar in. niet eenige Leden van een 
Vroedfchap zig mogen verbeelden op hunne geimagineerde 
merites „ en de bij ben welven beminde hoedanigheden, te 
kort gedaan te worden? En wanneer hot dan genoeg is dat 
•eenige weinige Leden zig brengen tot eege cabale, onder hen 
cJandeflienlijk bewerpen eeoe pretenfe Nominatie , die zonder 
Moeten van het Lighaam der Vroedfchap overleveren» om dus 
gig zelven» buiten de wettige benoemingö„ in den Burge- 
??eeatersftoel te plaatzen , en dat handelingen van dien aart 
naar hunne intentie kunnen worden ten efe&e gebragt, zijn 
*Ue de Privilegiën^ en Oproeien rapiere Schilden* De pa- 
len , welken niet uit wantrouwen , maar tot confervatie van 
de vrijheid der Burgeren, tusfchen de Steden en het hooger 
gezag der jfeadhouderen, door den Souverain zijn geplaatst, 
verkrijgen de eigenfchap van voor allen wind te bukken; en 
fee^ zoude mogelijk van minder gevaar en ondienst zijp, het 
Recht tot het maken van Nominatien geheel te abandonneer 
% en, en zig over te geven aan eene volkomen dependentie, 
^W d« Régeeringen te zien toebrengen zodanige prostitutie, 
«hl die y^x. Haar Urn y met innerlijke finerte, deswegens her> 
fee* moeten gevoelen. , 

„ üet opmerken yar* de bovengemelde vooronderstellingen, 
feggft do VectBQMrt doen cwijfiele* of de^elven niet geheel 
Vtfm taMw* to* »cde* dal m 4<m b&k ta bewezen, 

te* 



KAJUOEMS QtJtÜtietiiftn. yfr 

koe wijle» haare Koninglijke Hoogheid^ door de geftpped»" 
teerde Schijn- Nominatie, is misleid geworden. £n te meer* 
om d«c zij lieden* buiten de nu veelgedachte fugpofiticfe, *$ 
de adftrutfie van deeze derde fteMinge niets- ilelüg» ontdekken* 
waar op de gedaans verkiezing zoude zij* gepand; maar al- 
leen ontmoeten de bloore asfumtie dat wel gebandek ioude 
wezen. ^ <*. 

„Doch men kan dit Artikel niet verlaren, uk oor zake y 
dat, bij de extenfie van het zelve, worden, aangenomen e» 
met empresfement zijn gepousfeerd generale gronden.,, waat 
over men niét vefamwoof delijk mag blijven, alt of dezeiven 
met ftilzwijgen waren geacquiefceerd geworden* 

„ De Vertoonec* hebben, bereids meer dan eenrtiaai, be* 
tuigd, zo gewillig, als pKgtfchuidig^ te erkennen dat de Ma- 
giftraatsbeftelling in de Steden van het departement fe. van- dn 
Heeren Stacütouderen in der trjdi Wettig is dit departement 
aan dezehren geconfereerd; en alles, wat uit kraebte van de 
hooge Cotnmisfie, achtervolgende de Privilegiën gedaan 
word, kan nergens meer gerefpe&eerd zijn, dan in de Sttfd 
Haarlem. Mee geKjke onderwerptage word blijmoedig! aan- 
genomen, dat de Nominatien, welken ter veranderinge- van 
de Magiftraaten worden overgeleverd, móeten zijn conform 
de Privilegiën» Maar verfcMl oneftaande over eene ingelever- 
de Nominatie, aan dezelve wondende ontzegd het . preroga- 
tief, dat daar uit Ele&ie moet gefchieden, of eene tweede* 
pretenfe Nominatie, door eénige ongezinden gefuborneerd 
zijnde, en uit dezelve Electie wezende gedaan, hoopt men 
niet te zijn afgefneden van ü E& Groot Mog M .als den wet- 
tigen Souverain, en dat aan de Vroedfchap, welke nmt zoda- 
nige verkiezinge ia gegraveerd, de graveerende zonde ftrek- 
ken tot befchuldiger, en te gelijk tot Rechter en Uitvoeren 
Aan de Prinfen Stadhonderen is , opgedragen- een booger pra^ 
tógatief, de Magiftraalfen utt ingeleverde Nominatien te ver* 
anderen. Aan- de Steden n gegund een minder voorrecht, de 
Nominatien in te richten en dezeiven fe prefenteesen , ten 
tindë daar uit de Efeftie ge&tóedde. «eide deeze Rechten» 
zo het hogere, als het mhadere, devolveeten van Jen Sou- 
veram, die aUezina Soawa/a bBjft , eö z$t i$oi dfnaeive* 

2 4 . ** 



3<*o HAARLEMS Gefikiedenhfin. 

bepaald binnen het perk der Privilegiën. De Meerderheid der 
Vroedfchap beklaagd zig gehoorzaam bij U Ed. Groot Mog. , 
dat dit gefielde perk in de vérkiezingè van salomon van ech- • 
ten is overfchreden. En het is van U Ed. Groot Mag., dat 
men mag verzoeken het afwijkende gereétifieerd te zien, 

„ Het verfchil rouleerd thans niet over een Recht van In- 
iformiti* en Onderzoek, of in de' benoeminge , door de Vroed- 
fchap der Stad Haarlem gedaan, iets zoude zijn te vinden, 
niet övereeukomfKg met de Privilegiën. Informatie is niet ge- 
nomen , Immers niet bij het Kollegie van de Vroedfchap. Geen 
communicatie van eenige aanklagte is aan ben gegeeyen. Geen 
bericht over dezelve, of verantwoording vaü hun gehouden 
gedrag, is in deezen gevordert. Min nog is aan de Vergaderin- 
ge der Vroedfchap openinge gedaan van eenige middelen tot 
condliatie of redres, 

„ Wanneer Prins Willem de JU , in het Jaar 1684, had 
goedgevonden zig te doen informeeren op de Nominatie van de 
goede Lieden van Achten, binnen de Stad Dordrecht, zode* 
clareerde de zelve, bi) Misfive, in dato den 23. November van 
het Jaar 1684, aan Burgemeésteren der gemelde Stad gefebre- 
veo, wel folemneellijk, daar mede niets anders te hebben be- 
oogt, als wegens het geval bericht te worden, ten einde, zo 
ais deszelfs notabele woorden luiden, „ op de voorfz. Nomina* 
„ de, of eene ordentelijke Eieétie te mogen doen, of over de 
„informaliteiten, zo daar in eenigen tegens de Privilegiën 
„ mogten zijn begaan, met U Ed. m wade* overleg en commu- 
„ wicatie tot redres van dezehen te treden? In de nadere 
Misfive van dens5, daaraanvolgende, herhaald de Vorst, niet 
gezind te zijn geweest, of nog te zijn, omtrent de geaccufeerr 
de informaliteiten , als die bevonden zouden mogen begaan te 
wezen,, en dat dezelven waren van die importantie, dat dezel- 
ven hem verhinderden Eleftie int de voorfz. Nominatie te doen, 
ïetwef te disponeeren, „ voor en al eer," dus zijn wederom 
des Prinfen efcen woorden, „ wij daar over met U Edi ge- 
„ fproken en geconfereerd zouden hebben." Nog nader expü- 
ceerd zig de zelfde Erfttadhouder , bij de' circulaire Misüve, 
nopens het gezegde geval, aan de Steden gezonden; en ver- 
Haard» ptegtig, zijne intentie te wezen dusdanig, dat hij het 

^ vos 



HAARLEMS Gefchiedenisfin. 361 

vereischte bericht bekomen hebbende, of fimpeKjk tot de ver* 
zogte Eleftie zoude kunnen treden , of nader met de Heerea 
Burgemeesteren eii Regeerderen der voorfz. Stad, over de ge- 
moveerde informaliteiten, zoude moeten fpreken, hen die aan- 
wijzen, en hen permoveeren om te redresfeeren wat tegens de 
Privilegiën ftrijdig was. En wanneer, eindelijk, deeze zaak zo 
verre was gedreeven, dat daar in was uitgekomen een Advies, 
dired op den naam van het Hof van Holland 9 en in de ingre- 
diënten van welk Advies de Vroedfchap der Stad Haarlem niet 
heeft gecondefcendeert met gelijken iever, als waar mede, uit 
naam van dezelve r ten dien tijde het Recht van Informatie wier- 
de omhelsd , zo heeft welgedachte Hoogheid , bij nog nader 
fchtijven, in dato den 11 Januari] van het Jaar 1684, uitdruk- 
kelijk gelieven te vorderen dat de Dekens van de Gilden , door 
welken de benoeming van de goede Lieden van Achten gedaan 
word, zouden, hebben te procedeeren tot eene nieuwe Nomina- 
tie, en dat dezelve nieuwe Nominatie, alzo geformeerd en bij 
den Gerechte gerefumeerd zijnde, aan hem zoude worden over T 
gezonden. . \ 

„ Op den zelftfen voet heeft men gezien , dat, wanneer, in 
het volgende Jaar I685, het Mindergetal uit de Vroedfchap der 
£tad Leiden zig bij deezen Prime Erfïladhouder kwam te be- 
zwaren over notoire informaliteiten in eene overgeleverde No- 
minatie» met wel fpeciaal verzoek om uit de benoeminge, door 
hen lieden, en, zó zij zig lieten voorftaan, conform^ de Privi- 
legies, geformeerd, Èleétie te doen, de Prins aan Burgemees- 
teren en Vroedfchap der gemelde Stad heeft doen fchrijven en 
venv>gt, om, wegens de kwaliteit van de Heeren van banchem 
en cün/büs, als mede van den inhoud der Privilegiën, geïnfor- 
meerd te worden. Vervolgens door Burgemee teren van Leiden 
daar op zijnde gerefcribeerd , en het Mindergetal daar tegens 
eenige nadere berichten hebbende ingeleverd, zqJs, door zijne 
Hoogheid , daar van nogmaals aan de Burgemeesteren en Vroed- 
fchap kennisfe gegeeven. En men heeft de vervolgens gedaane 
Eleftie, aan de zijde van zijne Hoogheid, daar op gegrond, dat 
Burgemeesteren, geduurende den tijd van vijfentwintig dagen, 
zig niet zouden hebben verwaardigt, of te antwoorden, of uit- 

Z 5 ' ftel 



3*1 HAARLEMS dfchiêdtnisjin. 

Hel te vragen; waar van deezeri zig echter In liet vervolg 
feebben gectisculpeere. 

„ Dit zijn de gevallen, welken tot voorbeelden worden 
getrokken. De authoriteh van dezelve* bcratt tefiigjijk daar 
op, dat het de fato* aiao gebeurd is; zijnet ovtfr het Recht 
nooit decHle gedaan. Maar geheet verfdriüemb b geweest de 
toedragt der zaken ia die geval} de Kominaitt, op den 7. Sep- 
tember van bet Jaar 9759, in de Vroedfchap der Stad Haat- 
Urn, achtervolgende de Privilegie», fagebregt, is befcfcu)digt 
als informeel, ia veroordeelt, te gelijk ia gefchied eeoe Elec- 
tie buiten dezelve, en de alfco verltyzene is, viafaêti, geïn- 
troduceerd, alles op bloot bevel, dat men daar toe van wijlen 
<fe Vrouwe Gouvernante en Voogcfcsfé heeft weten te obti* 
neeren, en zonder dac het KoHegle van de Vroedfchap het 
geluk heeft mogen geodeten van over deeze Nominatie ge- 
boord te worden. 

„ U Ed. Groot Mog. zixffen aan de Meerderheid van dit 
Kollegie niet kwalijk nemen-, dat dezetven zig bekommerd 
vinden over de wijze, hoe zij lieden zig, in zo dringende 
fituatie , zullen uitten. Deeze iifohre Vergadering is te meer- 
malen getuige geweest van de eflbrti , waar mede de Stad 
Haarlem zig voor de belangen van het Vorftelijk Huis van 
Oranje heeft gefignaleerd. De zelfde hoogachting, de zelfde 
iever, de zelfde trouwe kan de Leden, die de gedachte 
Meerderheid uitmaken, nooit verlaten. Maar mogen zij vëN 
laten de Rechten van de Stad, die hen farijzotaderffjk zijn be- 
volen? En kunnen zij aanzien, dat over de PïivHegïen, de 
dierbaarfte en eenige waarborgen van onze vrijheid en zeker- 
beid, eene nieuwe Rechtbank zoude* worde» gecrefferd, en V 
Ed. Groot Mog. voorkomen met eene decifie en dadelijke 
dispofitie van en op een gefchiF, over het welke ü Edi 
Groot Mog. alleen de Rechters hadden kunnen zijn? Ver- 
meende het Stadhouderlijk gezag, dat in da Nominatie, uit 
naam van de Vroedfehap der Stad Haarkm overgeleverd» 
wierden gevonden informaliteiten , en dat de Prins Erfïïadhou» 
der bevoegd komt te Zijn zig deswégerts te iaformeeren, had 
wijlen de Vrouw Gouvernante, ttr plaatste daar zulks be- 

hooi- 



HAARLEMS Gefchitdentsfln, 3^ 

hoorde, genomen hèt vereischte beticht, en waren de gèfusti. 
oeerde vergrijpingen door indïtöie niet te redresfeeren , het zijn 
immers ü Ed. Groot Mog. alleen, wier hoog gebied tusfchen 
^cn Erfltadhouder, de Nominatie als illegaal willende confide- 
reeren, en tusfchen de Stad Haarlem 9 dezelve als legaal en 
conform aan de Privilegiën defendeerende , moesten beüisfèn, 
Of'fustineerde hatre Kosinglijke Hoogheid eene Ele&ie te 
©ogen doen, of geheel buiten de Nominatie, door de Vroed- 
fchap overgeleverd, of uit dezelve te (amen met nog iets, dat 
met gelijken naam gebaptifeerd word, de Prins Erfïtadhouder 
vertrouwd zijne Commisfie en de Privilegiën , in welkers ach- 
tervolginge hoogstdeszelfs welbehagen bepalingen vind, zo ver- 
je te (trekken; de Stad Haarlem contefteerd het zelve; het wa- 
ren U td. Groot Mog. alleen , welkers oppermacht moest tus- 
fchemreden en de zaak regelen. * 

„ Het is waar, bij de altoos hooggemelde Commisfie hebben 
Ü Ed. Groot Mog. den Prinfe Erfïtadhouder geauthorifeerd , 
om, in den (laat van Gouverneur, Kapitein-Generaal en Admi- 
raal, voor te (laan, te vorderen en te bewaren de Hoogheid, 
Gerechtigheid, Privilegiën en Welvaren van den Lande, Leden, 
Steden en Ingezetenen van het zelve. Maar het is even zeker 
dat deeze onthouding en aanflelling tot het oefenen en bedienen 
van den gemelden (laat niet is gedaan abdicative. U Ed. Groot 
Mog. continueeren ^ zonder verlatinge, in het hoogfle degres, 
te bevorderen en te bewaren de Hoogheid, de Gerechtigheid 
en het Welvaren, zo van het Land in het gemeen, als van de 
bijzondere Leden, Steden en Ingezetenen van het zelve. En 
op gelijke wijze bevorderen en bewaren dezelve U Ed. Groot 
Mog. de Privilegiën, en hebben zig daar van nooit geabandon- 
neerd. Bovendien zo is, met alle eerbied gezegd, in dit Arti- 
kel van de Commisfie, bij het welke aan den Prinfe Erfïtad- 
houder word bevolen de Privilegiën voor te (taan , niet begre- 
pen de verandering der Magiïtraaten ; en men moet zig verwon- 
deren dat van het zelve in deezen opzigte zodanig geabufeerd 
word. Ter contrarie is , tot de Magiffraatsbeftellinge , een 
gantsch bijzondere last ingerigr, van de vorige pointen geheel 
onderfcheiden. En bij dien* bijzonderen last is niets anders aan 
«len Stadhouder bevolen, als de Burgemeesteren, Schepenen 

ca 



3$4 HAARLEMS GeJchtedenUfem 

■^— — — — 

en Wetten te veranderen naar behoren en achtervolgende de 
Privilegiën van de refpeftive Steden en Plaatzen. De waare zin 
van deezen iast is hier voren voldoende betoogd. In het doen 
der Jaarlijkfche veranderingen , op de vastgeftelde tijden , in 
zulke Kollegien en uit zodanige Nominatien , als de Privilegiën 
van elke Stad medebrengen, is al de magt van den Stadhouder 
omtrent dit poinft begreepen. Dit is het behoren en de achter* 
volgtng der Privilegiën , in welke palen de uitwerkingen van des 
Stadhouders Commisfie is befloten. Daar tegens zijn de Steden 
en de Regeeringen van dezelven, in zig zelven, verbonden, 
ora, ten reguarde van de Nominatien, en alles, wat tot dezel- 
ven betrekkelijk Is , mede- te moeten handelen naar het foor- 
fchrïft der Handvesten. Zoude daar tégens worden gecontra- 
venieerd, of zoude iemand buiten den regel van de Voorrechten 
worden verkort, de gewone* weg ftaat open, naar den aart der 
aken, het zij tot ü Ed. Groot Mog. door eerbiedige klagten, 
of het zij naar elders door de wegen van Juttitie. Maar nooit t 
nogte immer, en hier in berust de finale decifie op dit gantfche 
Artikel, nooit, nogte immer, met zoveel reverentie, als fidu-' 
' tie, gezegd,, is de Stadhouder door U Ed. Groot Mog. gecre* 
ëerd tot Rechter in het ftuk der Privilegiën roerende de Magi- 
flraatsbeflellfage; niet daa> tusfchen particulieren , als particulie- 
ren; nfet daar tusfchen Regenten, als Regenten, verfchil is;, 
minder nog, daar de Stadhouder zoude worden gepermoveerd 
zig zelven aan te trekken een Recht, om te gaan buiten de No- 
minatien, door de Privilegiën geordonneerd; en allerminst daar 
ie fa&e is toegetreden tot daden, over welkers validiteit of on- 
beflaanbaarheid tusfchen den Stadhouder en de geenen, die do 
Jeeren daar in te zijn verkort, het oordeel moet vallen. 

„ Allerbillijkst is, vervolgens, de voorzorg, dat de Burgers 
en Ingezetenen geen twijffel opvatten over de wettigheid van 
hunne Regenten , en of dezelven door verkeerde wegen in de 
Regeeringe mogten komen, om eene partij te fierken. Het 
waren wel geene vreemde gevoelens van den vreemden Am* 
basfadeur, die, in een nabuurig Rijk, openlijk de namen 
van partijfchap hoorende noemen, in de verwonderinge daar 
over, zeide, dat, wanneer in zijn Land iemand dorst voor- 
zeeven van de partije des Konings te wezen, zodanige de 

ftrop 



HAARLEMS Cefchiedénisfen. 36$ 

firop tot loon zoude verkrijgen; ötn reden dat de geene* 
.welke zig noemt van de partije des Konings, daar door fup- 
poneerd eene partij tegens den Koning, en dat, bij eene goe- 
de oppermacht, alle zijne Onderdaaneinnet gelijke befchermin- 
,ge, bevorderinge en liefde begunftigende , de twijfFel over réci- 
proque algemeene liefde en vertrouwen voor belediginge word 
opgenomen. Men vindiceerd het Recht tot deeze réciproque 
verwacbtinge voor U Ed. Groot Mog. met alle billijkheid. 
Maar is onze Conftitutie zo ongelukkig, dat de partijfchappen 
de refle&ie en voorzorg vorderen, zo moet men gehoorzaamst 
aanmerken , dat de geredouteerde twijffel niet kan worden voor- 
gekomen, en dat de liefde, het vertrouwen en de gehoorzaam- 
heid niet kunnen worden geconferveerd , anders, als dat het 
werk van de verkiezinge der Regenten geregeld biijve in de be- 
palingen van de Privilegiën; dat de handelingen van de Vroed- 
fcbap, welken coHegialiter, en, daar het niet is bjj eenparig- 
heid, met behoorlijke Meerderheid, zijn bejloten, eflfea be- 
houden; zonder dat eene kleine cabale zig vermeent de orde 
om te keeren , en door alle wegen betracht voor zig te verkrij- 
gen de begunstiging van een eminent gezag, om zig daar door 
in den Stoel der Regeeringe in te dringen. Hier toe is het 
'Stadhouderlijk opzigt de fterkfte band, bandelende in achteryol- 
ginge van de Privilegiën. Maar nooit, en in geen geval., ge- 
.duurende den gantfchen loop van de hooggeëerde beftieringe, 
hebben buitengewone middelen eene beftendige rust, eendragc 
«tf confiance tot gevolg gehad*. En het humeur van de Natie i* 
niet gekend bij den geenen, die zulks ooit verwagt. 

„ Dat wijlen haare Kooinglijke Hoogheid, bij het verkiezen 
van salomon' van echten tot Burgemeester , intentie zoude 
hebben gehad iemand in zijnen rang te verkorten , is nooit bij 
de Vertooneren in de gedachten opgekomen ; en dezelven zijn 
niet in (laat aan den wille van de Vorftinne te twijfelen. Maar 
het is, onaficheidenlijk van de menfcheli jkheid , dat niet altoos 
de uitwerkingen aan het heilzame der oogmerken voldoen. En 
de bekommering heeft tot voorwerp het gewrogte , namelijk , 
of door de daad van de gemelde verkiezinge , de Rechten van 
de Stad en het gemeene welzijn van dezelve zijn getoucheerd; 
•f de vrijheid en zekerheid der Burgeren en Ingezetenen, wel- 
ken 



$66 HAARLEMS Gefekitfetltfa. . 

fcetf fa deeze Rechten gèfundeert £l}n, vermindering komen tö 
lijden, en of die geenen, welken» door de kiezinge van hunne 
Perfoonen tot het dubbel getal, een wettig Recht hadden ver* 
kreegen daar toe, dat uit dezelven de Elfeftie van Burgemeeste* 
ren moest gefchieden, in dit hun jus quafitum benadeelt mogen 
*ijn. 

„ Eindelijk is aan de Haarkmfche Vroedfchap niet onbe* 
mrust, dat de Erfftadhpuder, en dus ook wijlen haareKoning- 
lijke Hoogheid, ongebonden was aan eenig Formulier* waar 
mede boogstdezelve haaf e gedane Eleftie aan den Officier der 
Stad Haarlem zoude toezenden; Maar de remarque , deswe- 
geni gemaakt , is gèfündeert daar in , dat het gewone en tot hier 
toe gebruikte Formulier was overeenkomende met de verbin* 
dende Privilegiën, als denuncieerende eenc verkiezing, gedaan 
. uit de Perfoonen, bij Nominatie van Burgemeesteren , Schepe- 
nen en Raaden der Stad Haarlem voorgefteld. Uit de geenen , 
welken 1 bij dusdanige Nominatie voorgefteld worden, gefchied 
deeze verkiezing wettig» Maar uit Perfoonen , voorgefteld 
zonder of buiten zodanige Nominatie, kan 'geene wettige Elec* 
de gedaan worden. En de nieuw verkozen extenfie heeft het 
cspitale defeót, van niet aan te fchrijven eene verki^zinge ach- 
tervolgens de Privilegiën; de gronden, waar in alle wettigheid 
van dezelve moet berusten. 

• w Met reden word ook getwijfeld , of eenig voorbeeld ge- 
produceert zoude kunnen worden, waarbij dé eigen of gelijk* 
foortige bewoordingen in eenige gevallen zouden zijn gebrtiikt* 
en dat op dezelven' geene aanmerkingen zouden hebben gehegt. 
Het eenige geval , het Welk taet het tegenwoordige in compa* 
ratie spude kunnen gebragt worden, is ( het gebeurde omtrent 
de reeds gedachte verkiezinge van Schepenen der Stad Leiden. 
Maar de aanfchrijving, door den Prins willem den III in dat 
geval gedaan, was ingerigt in gantsch verfchillendë bewoordin- 
gen, zo als ook het geval was verfchillendë; te weten, deeze 
Nominatie van het Mindergetai der Leidfche Vroedfchap was 
nog in ftaat, of immers dorst zig vermeeten de plaats van zijne 
geboorte te noemen , en wilde zig vertopnen als geformeerd in 
de Leidfche Vroedfchap, fchoon de Minderheid van dezelve. 
Uier op grondde zig de Prins Erfftadhouder, en declareerde 

zij" 



HAARLEMS Gefchiedtnisftn. 3«? 

■■ ■ ■■ \ ' r ' . a ' , 

ïijne Elegie gedaan te hebben uit de Nortinade, gefortneerd 
in de Vroedfcbap der Stad Leiden; welke verkiezing dan in 
zo yerre nog eenfgzfnts wierd gedreumfcribeerd en bepaald 
aan eene benoeminge, welke aan de verdere Leden van de 
gemelde Vroedfchap niet onbekend moest zijn, Maat ook dit 
geringe ibutien in het tegenwoordig geval ontbreekende, is de 
Misfive van wijlen haare Koninglijke Hoogheid, aan de eene 
zijde, wél te confidereeren als zeer prudent ingerigt, ment* 
geerende de claufule , in de Leidfcht aanfebrijving geplaatst» 
om dat het geene daar bij zoude zijn gezegd geworden, ia 
dit geval, tegens de waarheid moeste {bijden. Maar te gelijk 
is dezelve Misfive van zo veel wijder uitzlgt, als geheellijk 
achterlatende het gekwalificeerd en noodzakelijk voordel van 
de Vroedfcbap. Hoe wel, niettegenftaande deeze zo notabele 
en wezenlijke differentie,- echter, zo in de groote Vroedfcbap 
der Stad Leiden , als m andere publieke gefchriften , over 
èetze gemenageerde uitdrukkinge, waar van zelfs in den eer- 
den opflag het fubtile niet was geapprofundeert , z waarlijk Is 
geklaagd geworden. 

„ Waar mede nu van zelve g^eid wordende tot de geval- 
len, door haare Koninglijke Hoogheid gefndigiteerd , als zul- 
ken, waar in de Stadhouder in der- tijd, bij het doen der 
Ele&ien, niet bepaaldelijk heeft gevolgd dé Nominatie, bij 
de Meerderheid der Vroedfchap geformeerd ,' zo zal men 
gaarne toeftaaa, dat zulks, de fatio, m het gemelde geval 
gebeurd is. Maar de voortand der Stads Rechten en Privi- 
legiën, waar toe de Vroedfcbap zo duur verbonden is, coo- 
ftringeerd dezelve te moeten concerteer en, dat het zelve zou- 
de kunnen zijn gefchied conform de Privilegiën, en' het Récht 
des Stadlpuden, in het mainrioeeren van dezelve. Ten dien 
einde gedraagt men zig, nogmaal, aan den bij den aanvang 
deezer juftificatie geconrênieerden en vervolgens herhaalden 
grondregel, dat, ten deëzen, als rigtfnoer moet worden ge- 
volgd het dtöamen van de Frivilegfen,, Wetten, Coftumen en 
Uiantien , en niet het geene word geoordeelt te zijn van de 
conveniemie. Men zal hier toe*, ter deezer plaatze, niet re- 
peteeren bet geene nu is afgehandelt. Min nog zal men zig 
cactendeeren over het Odrooi , door Keizer karel aan de 

Stad 



368 HAARLEMS Gefchiedenisfen. 

Stad Leiden vergund, en volgens het welke de verkiezing al- 
daar mede moet worden gedaan uit eene Nominatie , door de 
veertigen geformeerd. Maar mert zal alleen aanmerken, dat, 
wanneer de .Minderheid, welke in het geval te Leiden zig 
heeft willen oppofeeren, de defenfie der zake op zig heeft 
genomen , dezelve buiten Haat is geweest eenigen grond uic 
de Privilegiën aan te wijzen, en dat men zig heeft moeten 
vestigen op bijbrengingen , zo uit het Civiele als uit het Ka- 
nonieke Recht , en wel op zulken , welken in zig zelveu 
gantsch opgefundeert zijn, en, bovendien, in overbrenginge 
op het tegenwoordig geval in de Sta£ Haarlem* geheel bui- 
ten applicatie komen te wezen. Te weten» het was aldaar in 
ewfesfo, dat Mn klaas van banchêm, genomineerd bij de 
Meerderheid van de Vroedfchap, nog niet had vervuld den 
ouderdom 'van achtentwintig Jaaren, welken binnen de Stad 
Leiden vereischt worden om als Schepen te kunnen fungee- 
ren;,en Mr. petrus cunÏeus, insgelijks op de zelfde Nomi- 
natie gebragt, wierd getauxeerd te zijn een vreemdeling, die 
nooit het Recht tot het Durgerfchap der Stad Leiden had 
verkreegen. Dit in fa&o gepofeerd en ook , immers gedeel- 
telijk, de waarheid zijnde, zo heeft men daaf op zeer vrij- 
moedig gqasfumeerd, dat, volgens den inhoud der Civiele 
Rechten , notoir zoude wezen dat iemand , hebbende het 
Recht van de Nominatie of Prefentatie tot eeoig Ampt, en 
daar toe nomineereude Perfoonen , in hun zelven ongekwalifi- 
ceerd, her effeét van zodanige Nominatie ten eenemalen komt 
-te vervallen en te vergaan, en xlat de geeue, aan wien het . 
Recht tot de Elegie behoord, door zodanige benoemingen 
van inhabiie Perfoonen, ipfo fade, volkomen gekwalificeerd 
word om de Nominatie voorbij te gaan , en anderen van be- 
hoorlijke kwaliteit .te verkiezen. Men heeft, vervolgens, daar 
bij gevoegt, dat, in het Kanonieke Recht, voor een algemeen 
axioma gedecideert en vastgefteld zoude zijn, dat eene Ver- 
gadering, of het Meerendeel van dezelve, willens en wetens- 
op de Nominatie gefield hebbende ongekwalificeerde Perfod* 
sen, zodanige Nominatie piet alleen ten eenemaal nul en van 
onwaarde was; maar dat ook het gemelde Kollegie , of de 
Meerderheid van het zelve , daar door inhabiel zoude ge- 
maakt 



B ER I G T 

VANDEN, 

U I T G E E V E R. 

friet Negentiende Deel 4es Vaderlandfchen 

Woordenboek* , Welk ik thans mijnen Landgenoo- 
ten raededeele , l>ehoort onder de laatfte Werken , 
aan welke de arbeidzaame JACOBUS KOK zij- 
nen vlijt heeft te koste geleid; hij eindigde zijn 
werkzaam leeven , onder het afdrukken van dit 
Deel, en naa dat hij het, op de vier laatfte bladzij- 
den na f geheel ter Drnkpérsfe hadt vervaardigd. 
Gevoelig trof mij deeze flag. Ongaarne zag ik mij 
in gevaar, van, ten halven wege, te moeten laaten 
fteeken, een Wer£, 't welk mij zeer veele moei- 
te en eene aanzienlijke fomme heeft gekost; en 
even min mijne Landgenooten beroofd van het 
voornitzigt,om, naa verloop vantijd, hunne Boe- 
kerijen te zien pronken met eene verzameling , 
éénig, en, durve ik mij vleien, zo volledig in 
haare foort , al*, tot nog toe , nimmer wierdt afgegee* 
ven. Spoedig zag ik^ diensvolgens, uit na eene ge- 
legenheid ter vergoedinge van dit verlies. Niet 
ongelukkig ben ik hier in geflaagd. Twree mijner 

Vrien- 



a BERIGT van den UITGEEVER. 

Vrienden,* over 't onderwerp door mij ttngefpro- 
ken, hebben zich wel willen belasten met de 
moeite , om den afgebroken draad zaraen te knoo- 
pen. Voldoende proeven bezttte ikvandekundeen 
arbeidzaamheid dier Vrienden, om de voortzet- 
ting van het Woordenboek aan de zelven te durven 
overlaaten. Zij hebben reeds eenen aanvang gemaakt 
met het beraamen van hun Plan , en zullen . in de 
uitwerking, zo veel fpoeds maakea, als metecne 
uaauwkeurige volvoeringe beftaanbjar ie. Twee 
Deèleu, ten minfte, misfchiea nog één daar bo* 
ven , zal ik in ftaat zijn , elk Jaar te kunnen af* 
geeven; kunnende de Bezitters deezes Werk» zich 
verzekerd houden f dat men alles wat mogelijk is, 
ter inkorting van hetzelve, zonder bet in de 
Hoofdzaak te benadeelen , zal aanwenden» 



N. B. Bij het volgende Deel zullen wederom 
S Plaaten werden geleverd. 



.HMRLEMS Cefchialemsfen. %6) 



maakt worden,^ ont, voor die reize , wederom eene audere 
Nominatie te formeeren; en dat het aan de vrije difpofhie var* 
den geenen, weiken het jus digendi competeerd, word gela? 
tfin, om, uit de Nominatie, welke wel door het Mindergetal 
ven eodanig.KoIlegie , maar van gekwalificeerde en legitieme 
Perfoonen, .is gedaan, te mogen ieligeeren, zodanig als hij dan 
Dordeelt te behoren. En menJieeft,* eindelijk, gezegt dat het 
Eelve doQreepe menigte Rechtsgeleerden van alje Natiën, oVec 
de Civiele en Kanonieke . Rechten, gefchreven hebbende , ëii 
. door yeele, decifièn. zoude zijn gecorroboreerd. Dit waé de 
migencene grond van Rechten , waar op. men zijn oriderftaaA 
poogde te juftifieeeren* Men handelde echter <Jaar omtrent t&> 
danig, dat zorgvuldig gewagt werd te noemen, of aap te wij* 
aen, «enige.. Wet > eenige. Autfeurg of eenige. Decifièn, waar 
b\ f xodanigc regelen xouden zijn of geftatueer^d of gèlëërd, of 
volgens delven tusfchen partijen roor recht gewezen } M 
diervoége, dat de Burgemeesters van Leiden betuigd 1 hébbei 
niet te weten- op welke Wetten , Rechtsgeleerden óf tSèwijsdéti 
geoogd mogte wofden. En het was ter intentie van het Min- 
tlergedeeke de$ Leiéfisht Vroedfchap / welke aldaar, "zo '-aft 
-fteedft een iaarjsn bijzonderen nutte en bevorderinge de óppófi* 
«ie hadden g;edaaa, ; eené yoorzigüge direftie, de hoogopgegeei 
ven authorkeiua. niet. te «openbaren, dewijl ais dan , x overtuigd 
jfyk,. zoude fcyp. bewezeg geworden daf aan de goede trouwe 
ongelijk wierd gedaan; dat niét alleen uit de R*óm/c/tt Kerk 
"Wierden overgehaald Rechten, welken nimmermeer onder héc 
gebied van Pfvtefi/wrfche Mogendheden, ook niet "tn toet Ec« 
clefiafHeke , ; #|ju geadmicteerd , maar dat zelfs bij de kovM- 
fcherty en in de^volttrekte Hirarchie, dit bijgebragte wél word 
geobjferveerd omtcent de Nomjnatiên en Prefentatien , te doen 
door. Geestelijken; maar niet ton aanzien van 'zulken, waartoe 
.waeisidlijken gerechtigd , komen te wezen. Edoch latende zo* 
danige handelwijze ter v^rantwoordmge van die zig daar toe 
Jbebben willen overgeeven , zo is, tot het oogmerk van de 
HaarUmfch* Vroedfchap, genoeg dat de Au&eurs enVóórftan* 
ders van de Leidfrke móeielijkheden , hunne onderneeming niet 
«nders hebben kunnen verdedigen, als op een'fundamentv'weik 
in cas fubject niet word gevonden, .de perfoneele ongekwafifi- 
XIX» deel. ' Aa ; • - 'teer4- 



J?» HAARLEMS Gefchiedènisfen. 



■ÉMMM 



éeerdheid van de geenen, die op de Nominatie waren geplaatst/ 
Van hoedanige ongekwalificeerdheid tie tegenwoordig benoetnde ' 
Perfo.ónen zelfs niet worden befchuldïgt. • IVÏéri had het fj>éci- 
eufe yoorgeeven nog pogen te fouteneeren dooreen tweede» 
genomen, zo. als men het wilcfe doen gelden, uirde oude Cën* 
Ititude van deeze Lands Regèeringe , en hier intéftaande, dat, 1 
orïgineeliijk, de verkiezing der Magiflxaatën geheel' had berust 
bij den Óraave; dat dezelve fcig in die véHriezföjïè Vel eeni^ 
zint* heeft willen ihniteeren", doch- niet aftdertf , f als 'dat hij uit 
ieksre Perfooneh , door hein in* derzelveP kwafiteueiten van 
Ouderdom, Gegoedheid en Burgerfchap omïchrevèn; wanneer 
ziilken aan hem gepresenteerd wierden , dë verkiezing zoudf 
doem Maar hét competent getal van zödomgèPerföOnén niet 
JrooVjj-eftcld wordende; dat alsdan de limitatie* zóüde opboudea 
^aaf/te zijn,'en alzo de verkièzer 'wederom 'in deszelfs origif 
tipde vrijheid tfedën* _ Edó'feh gelijk' dit 'tfgmeat ntet minder 
Jtfuejis i$;L<Ian Jiet voorgaande, en zulks tfiet *lleen,m deszeift 
dï£^^^ Jtélfïnge , ten aanzien' van dé Graè'VènVrtUnr nog veel 
jiiectr Jfn ïèszelri overbrenging' tót de Pïiftfen St*dhon(}tten> 
jv£lken 'nooit anders retrttt hebbeh geteut, /tb alleenlijk om te 
>j$z^ achtervoijgende 'de Privilegiën, eri geênzïntis om de de- 
fetferir* pienitudirie pttêftrtiï te fuppleeren ; ; zo 'toont hei 
e^tsr f .flo^niaals, dat rheff atóere vérw«rhëe&*floetea zoo - 
ken-* om het 'vreeind VnderÓaair éenige kofëmr hi\ te lefr 



•CD-- *- 



«*TO 7. 



£*«" 



. - 9 .En .zonder zïg verder óp r te houden 'mft. het bijbrengt» 
^iji^^og^ftèr omflanflighedett,' dit gefvar ^Leiden betreftend^ 
%<&$i&A ,zig, vergenoegen ittet'tfit de Misiivé vtn< wijlen haart 
Ko4VDgl»jke 'Hoogheid'te' hotcéren, dat van- de ge vatten, alzo 
jaet-dep v;nger aangeroerd, en dus mede van deeze Leidfch* 
4jebejirt^m>fen , in de Reglstefs van U Erf. "Groot Mog. nietf 
.worcj vermeld, bat over zulks,' zo dit geval, als het geeneia 
J#t : vorige Jaar te Dofarerfu "was voorgekomen, ingredfente» 
jujn - voor de Hiftorie , in tyelke daar over ook is gef}>rbken , zè 
als de, verfchülende gevoelen* medëbragten ; riiaar dat bij ü Ed* 
.Groot Mog« nog oyer hét een, nog over het ander geval, ooit 
jde$i#e U gedaan , of dé 'o'nderneemingên zijn ' góedgekëurtf. 
JM$fc.weet dat over t>eide de gebeurtenisfen, 4 en inzonderheid 
• * Wejt 



HAARLEM* O/^/^^/i/^ #i 



#yer het voorgevallene xéDardfecte^ hevige cbotettatien *ijti 
tusfèhen gekomen , waar in elk -rijn Recht een geraimért tijd 
fceeft beweerd? en die,. eindelijk, tif.bij fcfaikkingen tmfchen 
den Priofe Erfltadbouder en de getoucheerde Stad bijaonderlijk 
zijn afgedaan, of als wederzijds, de* verdrietigheden möedé, 
zijn gelaten, in ftatu quo. Hierom kanüit dezélven geehe illatié 
worden gemaakt; maar ten deezen opzigte.moet,: in doszeifi 
uïtterfte vigeur werken de regel r& inttr aüoz a$a aluswon 
pr*judican : Of, ten minften» kan men tegens de-iilatien, uil 
de ©verdiung. .genomen , volftaan met deuitfpraak, n&nviden- 
dum quid ,Roma.faitum e/f >.fed quid Rom* fierüdebeof. JL\ 
men. zal, alleenlijk y bier bij voegen, dat, hoe zeer de Vroedr 
fchap der Stad ButrUm, tep dkri tijde, in het begrip kwam 
te zijn da\ d$ Stadhouder bevoegd. was tot het nemen van infor- 
ma tien, des rcqgshans dat de Raadsheren, uit het Hof» dpor 
zijne Hoogheid geemplojeerd , .^houden ïnoestea worden alg 
bijzondere .iRaadsiieden van denPruue, en-zo tl* wdgedachte 
zijne Hoogheid.,' bij de boveiigerewifeerde vier Mfcfi ven, d* 
borner van.jzjjn* Jnformatien was (tellende, echcer nooit zal 
kunnen iworden; getoond dat de geql?trudeerde verkiezingen, 
bet ,zij te Dordrtuht , of het.zijte Leiden, door de ftem vam 
de gemeld^ Vroedfchap zijn goedgevonden. 
- »)Oy d? vierde aanmerkingc bier voren voldaan zijnde, zui- 
len de Vtttöonera, tpt flot, zeer .gaarne en met oprechte harpen 
toefteninysg-dragen daar in?* dat*, in een Land van Vrijheid, 
ge<*n andere. .Vrijheid behoord gekjencl en gezpgt te worden, al« 
die oyereenfterat met de gronden van den Staat, met de regelen 
Tan de rechtvaardigheid, en met de verplichtingen die op eik 
omtrent zijnen, evennaasten is liggende. Zodanige Vrijheid is 
het { eeniglijk, waar op het oog ^11 hart van de Haarlemfch* 
yroedfchap is doelende , en dezelve beftiert alle hunne daden. 
Qm 4 de gronden van den Staat niet geren verfeerd te zien, heeft 
men zig, getroqst.de ongenoegens, waar van aan U £d. Groot 
Mog. zijn voorgekomen de geanimeerde blijken, zodanig dat 
de Meerderheid ,der. Leden tot in, hun hart, dat yoJgeps de ge- 
dachte gronden vrij plagt te wezen;, gewuxeerd zijn geworden, 
fïet is om d#?e ©ronden te:bej«aren, en te gelijk om de Pri- 
JVÜegij» Ym^#»dtti^r/jr«;tQiy^rzeke}:en, dat inen zig heeft 
; Aa 2 ~ moe- 



17a HAARLEMS GefeMeiénhpnu . 

moeten oppofeefen tegens de verkiezinge vaq salomow vaic 
echten buiten de Nominatie, dewijl de gronden van den Staat 
ket gebied des Stadhouders niet verder admftteerep , dan in dé 
uitvoeringe van deszelfs Commisfie , dewijl die Goffltnisfie de 
Magiftraatsveranderingen bepaalt in de achservolginge van de 
Privilegiën; en dewijl de Privilegiën willen dat deeze verande- 
ring zal gefchieden uit de Nominatie. Om niet te zondigen te- 
gent de regelen der rechtvaardigheid, die willen dat aan elk 
het zijne zal worden toegefchikt, heeft men aan wijlen haare 
Koninglijke Hoogheid, ter Eletfie van Burgemeesteren der Stad 
' Haarlem, geprefenteerd een dubbel getal van Perfoonen, aan 
welken de Meerderheid, op haaren Eed en Confcientie, heeft 
geoordeelt dat het Recht der Benoeminge wettig toekwam. En 
om de verpligting tegens den evennaasten niet te fcbenden, 
heeft men gefchroomd voorbij te gaan zulken, welken men ver- 
meende zonder belediginge niet voorbij gegaan te kunnen wor- 
den , prfefereerende , naar verpligringe, bet Recht voor de 
Gratie, en volgende daar in geen anderen regel, als welke men 
wenscht ook omtrent zig zelven geappliceerd te zien*" Dit zijn 
de principes, waar op de Vroedfchap haare benoeming beeft 
doen berusten: en dezelven vermeent men niet te kunnen ofte 
mogen verlaten, zonder zig fchuldig te maken aan dat geene, 
waar over men thans buitfen grond word geaccufeerd. Te con- 
deflrendeeren daar in ,' dat Burgemeesters van" de Stad Haarlem 
zouden worden verkozen buiten de Nominatie, in de Vroed, 
fchap geformeerd en uit naam van dezelve overgeleverd , zoude 
de Privilegiën van de Stad vernietigen. Aan eén verbeeld 
Recht van Opvolginge te attribueeren , het geen alleen toekomt 
aan de allernotabelfte, dè verftandigfte en de vreedzaamfte lief- 
hebberen van het Vaderland, zoude de rechtvaardigheid omkee- 
ren. Voorbij te gaan de géene», welken, volgens overtuiginge 
van gemoed , tot de benoeminge gefchikt zijn , zoude de veron- 
gelijking vati zijnen evennaasten voor geoorloofd (lellen» 

„ Maar allerverst h het daar van, dat de Meerderheid van 
de Vroedfchap der -Stad Haarlem aan wijlen haare Koninglijke 
Hoogheid, glorieufer gedachtenisfe , ioude hebben willen ont- 
neemen de faculteit, om gebruik te maken van het Recht, *an 
dezelve in de verkiezinge van Regenten competeerende. Het 



HAARLEMS Gefbhiedtnisft*. 371 

mangedragen verdichtzel van eetie vastggftelde uitfluitïnge is 
kier voren ten vollen, wederlegd. 

„ Dat de faculteit , aan den Prinfe ErfThtdhouder opgedra- 
- gen , om Burgemee^teren en Schepenen te verkiezen , niet 
heeft kannen gebruikt worden in 'het verkiezen van zulke 
Leden der Regeeringe , welken niet op de Nominatie zijn 
gebragt, is de waarheid. Maar het is te gelijk waar, dat 
nooit zodanige faculteit , om in de Stad Haarlem Burge- 
meesteren en Schepenen te (lellen buiten de Nominatie, aan 
cenigen der Prinfen Erfftadhouderen is opgedragen geworden. 
Het gezag word niet verkort, het geene binnen de wettigge- 
ftelde palen geborneerd blijft. En wanneer aan eenen Vorst, 
wiens gedachtenis aan het Gemeenebest niet ^onverfchiüig , kan 
zijn, als eene verkleininge wierd voorgeworpen, dat hij in 
het gebied, zo als hij ten dien tijde was voerende, niet ver- 
mogt te doen alles, wat hij wilde, antwoorde dezelve, wijs- 
felijk, ik doe alles wat ik wil 9 want ik wil niets anders , 
als het geene de Wet heeft toegeftaan. 

3, En berustende, aan de eene zijde, in de verzekeringe 
dat U Ed. Groot Mog. de Rechten des Erfttadhouders , die 
hij heeft en wettig vermag te oefFenen, niet zullen verminde- 
ren, of gedoogen, dat, in eenen tijd. van Minderjarigheid, 
daar in zouden worden gemaakt prsejudiciabele veranderin- 
gen; zo inhsereerd de Haarlemfche Vroedfchap, réciproque- 
lijk, het allerbillijkst vertrouwen, dat ook, aan de andere 
zijde, door U Ed. Groot Mog. nimmer gedoogd zal wordelf 
dat de Privilegiën Ên Handvesten der Steden, welken (taan in 
niet min heilige cuftodie, dan de Rechten van de Minderjarig 
gen, gantsch zouden worden vernietigd; maar dat het recht- 
matige oppergebied van U Ed. Groot Mog. dè notoire, prav 
juditie, door de Eleltie van salomon van echten, tot Bur- 
gemeester der Stad Haarlem, buiten de Nominatie, aan de 
Voorrechten der gemelde Stad toegebragt, zal doen herftellea 
•p zodanige wijze , als wel roet het meeste menagement voor 
de hooge waardigheid van het ErfftadKouderfchap, doch te- 
vens met de meeste zekerheid voor de Stad Haarlem x en 
voor derzelver Burgeren en Ingeseteoen , mitsgaders tot voor- 

Aa % ko» 



374 HAARLEMS GefchUdenisJe*. 

kominge van andera gelpe onderneeöiingea, best zal mogen 
ge/chicden." 



Deeze Juflifïcatie, met het daar toe behorende Reque*, 
op den Z Februarij, ter Staatsvergaderinge ingediend zijnde, 
Tonden hunne Ed. Groot Mog. goed , „dat deeze beide 
„ (hikken, met en nevens der Veftooneren eerde Recjuest, 
„ en de daaf op ingekomen Misfive van wijlen haare Koning- 
,> lïjke Hoogheid, glarieufer gedachtenisfe , zouden worden 
„ geëxamineerd door de Heeren van de Ridderfchap en ver- 
i, dere hunner Ed. Groot Mog. Gecommitteerden tot het 
„ groot Bcfui^ne, en de Vergadering daar op gedient van 
„ derzelver Confideratien en Advies." 

Tegen c!e Protesten wegens het voorgevallene, na de ver 
kiezinge van den Heere salomon van echten, als Burge- 
meester van deeze Stad, door den Heerè Hoofd-Officier en 
tchf Leden van de Vroedfchap, in December gedaan, heeft 
de Ed- Groot Achtbare Heer Burgemeester Mr. jacob deutz, 
die aan zig behouden had om op dezelven zijn tegenbedun- 
Jcen te doen aantekenen, den 16 Maij, twee Contra-Aanteke- 
ningen laten doen. De eerfle, gerigt tegen het Protest van 
den Heere Hoofd-Officier, in de Kamer van Burgemeesteren 
ingeleverd , luidde aldus ; 

^ De Ondergetekende Mr. jacob deutz, zig, op den 20 
December des voorleden Jaars 1758, tegens het Contra-Pro 
test, door Mr. daniel jan kamerling gedaan ten zelfden 
dage, en waar over de Relblutie om de afwezendheid van 
den Burgemeester Mr. m. w. van valkenburg, (zijnde ge- 
committeerd ter dagvaart) tot op den 25, daaraanvolgende» 
was uitgerteld geworden , hebbende gereferveerd nadere aante- 
kening; en door het tusfehengekomen allerfinerteüjkst affter- 
ven van haare Koningiijke Hoogheid, glorieufer gedachtenis- 
Ie , als nu , om te voldoen aan de einden , bij zijne Verida- 
ringe van den 15, Januari] tan het Jaar 175^, oprechtelijk tor 
c - n n«- 



RAARLEMS GefiHêdenbfin. *n 



neder gefield, willende menageeren den inhoud van het voor- 
fchreve Contra Protest in.'t breede te wederleggen, zal al- 
leen, tot voorftand van de wettige Conftitutie. deqzes Lands, 
en op dat de Nakomelingen niet' mogen gefurpreneerd zijn 
daar over, dat deeze Vroedfchap zoude hebben zien notulee- 
r,en. Declaratien , direftelijk de gronden van- de Regeeringe 
renverfeerende , zonder dat dezelveu zouden wezen beant- 
woord, bij deezen nader doen aantekenen: 

„ Dat niemand in de funftie van de Graaven is gefucce : . 
deert, dan alleen de Ed. Groot Mog. Heer en Staaten van 
tJ Holland en fVestftieiland 9 onze eenige wettige Souverai- 
ne Overheid; en dat van dezelven voortkomen alle hooge 
„ Rechten,, welken in deeze Prpvintie worden geoefiTend, "eü 
„ zulks conform en uit kracht van de Commisfien , ' door 
v hooggemelde hunne Ed. Groot Mog. refpeftivelijk verr 
pt leend. 

t > Dat bet, wijders, erroneus en abufief ïs, dat uit de 
^ Misfive van haare Koninglijke Hoogheid zoude zijn geble- 
f> ken, dat hopgstdezelve niet was gegaan* buiten de Nomina* 
fl *ie; maar dat, ter contrarie, door haare Koninglijke Hoog- 
.. heid zoude zijn gedeclareerd de Electie tè hebben gedaaa 
uit de overgezonden terfoönen; moetende de Misfive zel- 
ve dit ad oculum demonftreeren , dat haare Koninglijke 
Hoogheid verklaard de Eledie te hebben gedaan uit de 
Perfbonen, aan de Vorftinne (zo als haare eigen woorden 
„ luiden) ter bekledinge , van het Burgemeesterfchap der J?tad 
^, Haarlem voorgefteld, zonder eenig gewag te maken Van 
, de Nominatie; en dat het, ovqr ajulks, in eene Vroedfchap 
, v der Stad Haarlem volmaakte ftrijdigheden zijn , te betuigen 
f , dat men de Privilegiën van de Stad onveranderlijk wil hel- 
^ pen main&ineeren, en (ia welke kwaliteit het ook wezeu 
* mag) de hand te leenen tot het dadelijk inftellen van éene 
^ verkiezitige, direct tegens de Privilegiën inlopende.** 
«„ Verzoekende dat deeze zijne nadere aantekening mede. in 
4e Notulen van Burgemee&teren mag worden gebragt/' 
: A&utn Haarlem , den 16 Maij 1759. 

JACOB DEÜTZ. '< 

? : f At 4 De 



»» 



J7* HAARLEMS Gefchiedenisfen. 

! ■ - -' — -^ 

t)e tweede, tegen de aantekening der acht Leden van de 
Vroedfchap gedaan, en in derzelver Refohuien gevoegd, wa* 

Van den volgenden inhoud: • 

v De Ondergetekende, aan zig hebbende voorbehouden, 
om op het Protest, door de Heeren la KLé, steenis, van 

PER WAAIEN , VAN HOOGENDORP \ VAN DEN BROEK , VAN 

^aanen, kamerling en i»ARvé , den 25 December des voor- 
leeden Jaars 1758, overgeleverd, te doen zodanige contra- 
aantekeningen, als dezelve zou meenen te behoren, verklaard, 
bij deeze , tot eene korte beantwoordinge van het voorzegde 
Protest. 

„ Dat hij Ondergetekende zig, met volkomen gerustheid, 
refereerd tot de Notulen van het gebefoigneerde in de 
Vroedfchappen , op den 11 en 18 September van hét Jaar 
1758 gehouden , als zullende de wettigheid en regulierheid 
der handelingen, zo van ócn Ondergetekenden, als, van den 
Heere Burgemeester van valkenburg , en de verdere L^ 
den, daar door voldoende zijn gejuftiGceerd; en te gelijk 
betoogd dat hun gepofeerde nopens de houdinge van den 
Prefident- Burgemeester witte conform de waarheid is. 

„Dat het, vervolgens, niets ter zake kan doen, of de 
gemelde Vergadering der Vroedfchappen 'aan de gedachte 
acht Leden wederom mogte zijn afgezegd, dewijl eene af- 
zegging» gefchied ua last van eenen der s Burgemeesteren ia 
Zijn particulier en buiten Refolutie van de Kamer, niet ha4 
behoren voor eene afzegginge gehouden te worden , of daar 
aan eenigzints te zijn gerefereerd. ! 

„ Dat ook de befluiten dcezer Vergaderlnge, bij de Meer- 
de heid van de Leden der Vroedfchap, geenzints zijn geacht 
voor ónbefhanbaar 5 maar dat bij dezelve ' Leden altoos in 
liet oog is gebleven dat het gemeens welzijn moet wezea 
de hoogfte wet, en dat, uit die confideratie , met de uitvoe- 
rlnge van eenige Artikelen is gerefolveerd te ftiperfedeeren , 
ten einde alzo de gevaarlijke driftigheden geene meerdere ftee* 
uen atouden vinden , om de rust en het welzijn van de Stad 
daar op te doen (tooien en vallen. 



HAARLEMS GefchieJtnhftn. 377 

„ Dat het , wijders , eene bijzondere en geïnfecteerde 
gefteldheid van oogen moet zijn, welken niet kunnen ver- 
dragen dat de Ondergetekende, en de Heer Burgemeester 
van valkenbukg, de aanftelling van salomon van echten 
voor informeel en onbeftaanbaar houdende , bij de plurali- 
teit der drie wettig verkozen Burgemeesteren hebben ge- 
concludeert, en die echter, niettegenftaande de welgegronde 
Protesten, den Perfoon van salomon van echten aanzien 
tls wettig verkozen, en alzo de Stem van deezen Oud-Schè- 
pen wel mede tellen, ten einde daar mede de vota van Bur* 
gemeestefen gelijk te doen voorkomen. 

„ Dat wijlen Mevrouw de Prinfesfe Gouvernante, glotieu- 
fer gedachtenisfe , in hoogstderzelver kwaliteit, niet heb- 
bende geoefend een ongetermineerd Recht en Commisfie , om 
tot Burgeméesteren der Stad Hamrlem te verkiezen; zulken, 
Als' hoogstdezelve zoude goedvinden ; maar dat het Recht 
van baare Koninglijke Hoogheid, volgens baare eigen en 
uitdrukkelijke woorden , bepaald zijnde geweest, om Ele&ie 
te doen uit eene overgeleverde Nominatie , de verkiezing 
•van salomon van echten niet voor zig hadde eenige pre- 
fumptie van wettigheid. Dat, integendeel, dezelve alle pre- 
iumptien van onwettigheid medebrengt, als zijnde niet alleen 
gefchied buiten de Nominatie; maar wordende ook , met 
eene notabele afwijkinge van de voorgaande en altoos ge- 
bruikte Formulieren, niet aangefchreven als gefchied uit de 
overgeleverde Nominatie , en prefenteerende over zulks zig 
zelve in termen, waar omtrent eerst onderzogt moest wor- 
den , of wijlen haare- Koninglijke Hoogheid , met eerbied 
gezegd, in de bevoegdheid kwam te zijn , om dergelijke 
Eleétie buiten de Nominatie te doen. 

„ Dat, in dit (luk, de Rechten van de Vroedfchap direc- 
telijk wezende geroerd , het eene verregaande mishandeling 
is van den Prefident - Burgemeester Mr. jüstüs witte, eige- 
ner autoriteit en krachtdadig, te beletten dat de Vroedfchap 9 
welke het Lighaam der Stad reprefenteerd , zoude verga- 
deren om. over het mainéfcien van hunne Rechten te delibe- 
reeren» 

Aa 5 „Dat 



378 HAARLEMS Gefchiedênftfen. 

„ Dat het niet (land aan Mr: justus witte, fcboon Pre- 
fident- Burgemeester, te ©ordeelen, of zig te beklagen over 
de gedane verkiezinge , zoude zijn het Recht van de Vrou-. 
we Gouvepmnte te keer re gaan; maar dat het zelve Hond 
«an de Vroedfchap, aan welke, en niet ain.de Kamer van* 
Bnrgemeesteren , het Recht deezer Nominatie is opgedra- 
gen. 

„ Dat het nog minder florid aan «alomon van echten* 
om zig daar in te^ mengen , en alzo niet alleen de j«&o te 
tóurpeeren eene kwaliteit, welke hem wettig wierd afgefpro- 
ken; maar te ageeren als Rechter in zijn eigen zaak, en zig 
door zijne eigen Stem als wettig verkozen in den Burgemees- 
terftoel te raaintinceren. 

„ Dat het, eindelijk , Jn den Perfoon der acht proteftee- 
rende Leden, welken zodanig willet) uitmunten als Voorftaa- 
ders der handelingen, van het Stadhouderlijk ge*ag afgeko- 
men, ofwel eigenlijk, in cas'fnbjeft, bij fub- en obreptic 
van wijlen haare Koninglijke Hoogheid afgewrongen , zeer 
vreemd moet worden gehouden , dat zij den ^Ondergeteken- 
den befchuldigen als of door hem ( Prefident - Burgemeester 
zijnde) het Oftrooi en Privilegie van den Jaare 165 1, waar 
op gedoelt word, het eerst zoude zijn verbroken en als verval* 
ïcn voorgedragen. 

„ Dat aan niemand der Vroedfchappeu , welken de Vergas 
dering van den 7 September van het 'Jaar 1751 hebben bij- 
gewoont , onbewust kan zijn dat het nieuwe Reglement > 
door wijlen zijne Doorluchtige Hoogheid, iii deszelfs hoog* 
kwaliteit, op den 31 Augustus daar bevorens ontworpen, in 
de gedachte Vergadering zijnde voorgekomen, overeet zei. 
ve, en wel, onHer anderen , ter zake dat daar in niet waf 
Éefteld, „ dat de Perfooiien, tot Burgemeester^) te nomi- 
„ neeren, acht Jaaren Le.ten van de Vroedfchap moesten zijn 
„ geweest," zeer verfchillendc opinien zijn gevallen. 
* „En, wanneer deeze opiniea, nog van confideratte zouden 
mogen wezen, dat het waar is dat hij Ondergetekende, wijl 
het gedachte Reglement, in dit opzigt, van liet Oétrooi w*0 
afwijkende, beuevens eenige andere Leden, van fendment is 
geweest dat het Octrooi op dien tijd niet behoefde te worden 

voor- 



HAARLEMS Gifehiedentsfenl 579 



voorgeleezen ; maar dat, in deevengedachtefuppofide, iege- 
lijk waar komt te zijn, dat verfcheide van de acht Leden, die 
nu j>rotefteerende zijn, de een minder, de ander meer, en 
alierfterkst de Heeren witte en van zaanen, die nu het Oc- 
trooi fchijrien te willen houden van nul en geener waarde, 
ten dien tijde, wanneer Mr. dammas guldewagen, volgens 
beé welbehagen Van zijne Doorluchtige ^oogheid, aan hen 
kwam voor te gaan, zig hebben gevonden in het contrarie 
gevoelen. • 

„ Doch , dat nog de eene nog de andere opinie thans 
ineer in confideratie kan komen, uit oorzake, dat, vervol- 
gens , door den Souverain zelf, in conformité van het daar 
toe eenparig gedane verzoek van deeze Yroedfchap, uitdruk- 
kelijk is gelast dat het zelve Oftrooi en Privilegie, in alle 
'zijne deelen en leden , zal worden geobferveerd , N en dat alzo 
aan alle de Vroedfchappen , buiten en behalven de Conferva- 
tie van de Stads verkreegen Rechten, ook, ten dien refpec- 
te, met genoegen behoorde over te blijven, de eer van te 
gehoorzamen aan de zo gunftige wille van den wettigen Sou- 
verain. 

„ Verzoekende dat deeze zijne nadere aantekening in de 
Notulen van de Vroedfchap mag worden gebragt." 

AStum Haarlem , den 16 Maij 1759. 



JACOB DEUTZ. 



. Op den. 19 Julij, werd, in de Vergadering van Holland* 
door de Heeren /Gecommitteerden tot het Groot Befoigne, 
aaa welken het onderzoek van het gefchii over de aanftellhv 
ge van den Heere van echten, als Burgemeester, was aan- 
bevolen, bet volgende rapport uitgebragt: 

„ De Raadpenfionaris heeft, ter Vergaderinge , gerappor- 
teerd dat de Heeren van de Ridderfchap en verdere hunner 
Ed. Groot Mog. Gecommitteerden, ingevolge en ter voldoe- 
ninge van hunner Ed. Groot Mog. Refolutie CommisforiaflS 
van. den 8 Februafij deezes Jaars, hebben geëxamineerd «ten 

Re- 



3*0 HAARLEMS GefchMenUfèn. 

Requeste van achtten Leden, en zulks uitmakende de Meer- 
derheid van de Vroedfchap der, Stad Haarlem , op den a^ 
September van het Jaar 1758, aan hunne Ed.^Mog. gepre- 
fenteerd, waar bij dezelven omftandig hebben voorgedragen 
het geen bij de laatstgeformeerde Nominatie en daar op ge- 
volgde Eleftie of aanftellinge van Burgemeestereh derzelve 
Stad was voorgevallen;^ en zig daar over, particulierlijk, be-^ 
klaagt, dat salomon van echter, door wijlen haare Koning- 
lij ke Hoogheid , glorieufer gedachtenisfe , tot Burgemeester 
was geëlige$rd of aangefteld , onaangezien dezelve op de No- 
minatie niet was gebragt geweest; en bij welk Request de- 
zelven y vervolgens, verzogten dat hunne Ed. Groot Mog. 
hen Vertooijers bij de Stads Privilegiën, en dus mede fpe- 
ciaal bij het Privilegie en O&rooi van den Jaare 1651, ge- 
liefden te main&ineeren , en, overzulks, in deezen zodanige 
voorziening te doen , als hunne Ed. Groot Mog. zouden oor- 
deelen te behoren. Als mede de. Misfive van wijlen haare 
Koninglijke Hoogheid, glorieufer gedachtenisfe, van den 14 
December des zelfden Jaars , houdende haare Confideratien 
" op den voorfchreeven Requeste van gemelde achtien Leden 
der voorfz. Vroedfchap. En eindelijk, nog den naderen Re- 
queste van de zelfde achtien Leden, van den 8 Februari], 
laatstleden, met eene daar nevensgevoegde Memorie tot hun- 
ne Juftificatie tegens het Bericht van wijlen voornoemde haa- 
re Koninglijke Hoogheid, glorieufer gedachtenisfe. 

>9 En dat zij Heeren Gecommitteerden , geconfidereerd 
hebbende de fituatie , wav in deeze zaak zig door het fmer- 
celijk overlijden van haare Koninglijke Hoogheid, glorieufer 
gedachtenisfe, bevind, en dat de Regeering der Stad Haar- 
lem, door haar nader geprefenteerd Request en daar bijge- 
voegde 'Memorie, verdaan moet worden tegen alle Confe* 
quentien genoegzaam te wezen gedekt, van Advies zouden 
zijn dat hunne Ed. Groot Mog., uit eenen waren eerbied 
voor de nagedachtenis^ van haare Koninglijke Hoogheid, dit 
different over de aanfteilinge van salomon van echten, tot 
Burgemeester der S&d Haarlem , zouden behoren te l?ten 
ongedecideert , in die hope en verwachtinge, dat zijne Hoog* 
Mtid, de Heer minderjarige Erffiadhouder, door de Heeren, 

au 



HAARLEMS Cefckittienlfén. , 3** 



**$ wien hoogstdeszelfs Educatie is toevertrouwd, gelmbu- 
eerd en geinftrueerd wordende van de ware belangen, van den 
Staat, en derzelver Grondwetten ; en Gerechtigheden in hei 
generaal, en van die der Steden in het bijzonder, tot de 
exercitie van de hooge Charges, aan hem gedefereerd, geko* 
men zijnde, zig nooit zal laten induceeren om dit of foort- 
gelijk geval zig tot een model van navolginge voor te 
fteüen. 

„ Waar op gedelibereerd, en door de Heeren van de Rid* 
derfchap Copie van het voorfz. gerapporteerde verzogt zijn. 
de, om het zelve in de Orde nader te examineeren, als pede 
door de Heeren Gedeputeerden van alle de Steden, om. daar 
t>p te verftaan de intentie van de Heeren, hunne Principaa- 
le« , is de finale Refolutie uitgeMd tot nadere delib* 
ratie." ' ' ' ; ' 

Een merkelijk aandeel hadt de Stad Haarlem , in deStaats- 
bemoeijingen, welke, vooral in den Jaare 1787, alomme, 
door de Vereeriigde Gewesten, .plaats hadden. Reeds vóór 
dien tijd vondt de Burger* Wapenhandel , ook in deeze Stad, 
eene merkelijke aanmoediging, en werdt, in dit Jaar, de ou- 
de Schutterij der Stad vernietigd, en eène andere ingevoerd* 
op een anderen voet, <lan zij, zints eenigen tijd, geftaan hadt. 
Mén wasser ijverig in de weer, om de gevlugte: Burgers der 
xmtzGetóerfcke Steden Hattem en Elburg , hulp en onderfland 
te betoonen , en de Regeering der Stad de eerfte onder de 
Hollandfche Steden , in het aanbieden van inwooning en Bur* 
gerf egt aan de voortvlugtigen. - 

Inzonderheid, egter , maakte zich deeze Stad beroemd, onder 
de zuike, welke der thans heerfchende denkwijze waren toege- 
daan, door den veeJgerugtmaakenden voorflag/ welke, op den 
dertigften van Louwmaand des Jaars 1787, door de Afgevaar- 
digden ter Dagvaart,' wierdt gedaan. De voorflag behelsde 
deeze twee punten 2 

1. ,, Dat ter voldoening aan Hunne Ed. Groot Mog. reeds 
„ genomene Refolutie van d$n 13 December laatstleden, ten 
,, $oedigften voortgteg.mógt gemaakt worden , met de daar bij 
» duidelijk benoemde Commisfie, tot hec onderzoek der paaien 
t» van de .uitvoerende .magt, zo vaa den Stadhouder, als Kapi- 

„ tein- 



I*s HAARLEMS Cefchieitnhfen. 



» tein»Genera«l -en Afimfraal, en het concerteeren der nodige 
;, Plans en.Ittftniftien, oiptrent de waarneeming di$r bedienin- 
,, gen, en <Ie pligten* ep,p?pëminefltien daar aan verknogt; en 
„ dat gelijk op dfcxtfpqét niets anders qverfcbiet dan de Heq- 
y, ren, zodanige Commisfi? zullende ^uicmaaken, te benoemen, 
& hier toe direft een-dag. gefield mag worden. . \ , 

. 2: .„ Dat mede pief <}en . eerden eene Comraisfie van eenige 
>f Leden van Regeertng deezer Provincie mag benoemd wqj> 
„ den; om de thans zo -algemeen aangevoerd. wordende beden- 
,, kingen» omtrent -de generaale Reprefentatie van bet geheele 
^, volk, welke volgens. <itjgeüeldheü. van, .dit.Gemeenebest ,al- 
•„ hier zou behooren plaats te hebben, te examineeren, en 
„ tevens na te gaan -en: te onderzoeken r op hoedanigje Dtyze, 
, ingevolge d$ Conftitutie en 'sLands yaare belangen, eenige 
„ generaale maximes omtrent den invloed, welke uit hopfd? 
„der .RegeeringsjqpQ r Wj Representatie^ notoirlijk aanzet 
f , vdk toekomt ,« zonden. , bebooren . te worden gearrefteerd $ 
„ mitsgaders aan welke billijke bepaalingen , die alle twijfeling 
„ en rechtroaatigen argwaan affnijden.kunqea,, dit een en andef 
„ onderhevig gemaakt zoude kunnen wottfcn:.ten einde. dceze 
„ Connnisfe, als* in h*t ■ natuurlijkst, verband ftaande met die 
^; bij het eerfte Artikel opgegeeven, even fpoedig als dezelve 
„ zoude kunnen worden getendeerd,, én op het refultaat van 
„ beiden, ter zelvpr tijd de noodige RefbUitfen genpmen zou T 
y9 den kunnen worden."- ; ..; .j 

• . Ruime ftoffe tot raadpleegingen , zo in de bij.zondere Steden 
als ter hooge Staatsvergaderinge, gaf d^e voorflag der-Rej> 
jeértngé, die f£oedfe:onderfteund wendt, dopr een Adres, ge- 
tekend door ruim twaalfhonderd Burgerden Jngezeeteiien. . 
• " Bekend zijn de oproerige. bew^egiogeo , . welke in Febtuarij 
des Jaars 1787,' bunnen 'sHbage, voorvielen. In de ondet- 
ftellmg, dat de Bezetting aldaar niet tafrijkv genoeg was, ter 
handhaavinge van rust en veiligheid, deeden de Afgevaardigde» 
van Haarlem, op den zeventienden dier maand, ter Staatsverga- 
deringe, eenen anderen voorflag , inhoudende dat vermits d£ 
Bezetting aldaar , in tijd van vrede,, altoos fterker was ge- 
weest, dan tegenwoordig, dezelve ftiet eenige Kompagnien 
-Husfaaren, Schtrpfchuaas en .YaetyoHc .van het Legio en. va^ 
-•-->'. dea 



HAARLEMS Cefchit&nisftK g*j 

den JUujhgraave van salm, moest vermeerderd worden*, Ten 
bJijke van den ernst .van deezeti voorflag,, rwcrdt de Regeeritfg 
van Haarlem te raade , gèene Afgevaardigden ter Dagvaatt te 
zenden, j4lzo„ zij van oordeel was, dat de perfoneele veilig- 
heid van 'sLands JioogeVergaderinge,ïn 'sGraavenkage, niet 
genoegzaam ztkw was, zo lang de voor (lag, van baarentwege 
gedaan, niet in een daa delijk befluit zou veranderd zijn, Zedeit 
pondt men een^n middelweg; lang*, welken aan de begeerte van 
die van Haarlem ïn zojverr^ werdt voldaan, dat men, niet uk 
het Legioen vau den Rhijngraave, maar uk andere Regjrnen,*. 

♦ jen, eenige verfterking van manfchap naar 'sHaage zondt. Van 
toen af verfcheenen wederom Afgevaardigden der Stad ter Ver- 
gaderinge van Holland. ... % 

De voorflag van Haarlem , van dendtr tigften. Jdnuarij^rat- 
jkende den invloed des Volks op deszjïifa' Vertegenwoqrdi^r*^ 
vondt wel, ginds en elders, merkelijken voorftand, doch.to- 
verfsde daadelij ke volvoering 20 veete zwaarigheden en tegenkan- 
tingen, dat 'er weinig, ce wagten. was van de bedoelde uitwerking. 
Hierom werdt men aldaar- te raade, 't geen niet gemeenfohappe- 
iijk met- -alle de Staatsleden konde gefchieden-, afzonderlijk ie 
verrigtén; Men benoemde eenige Gelastigdén tot het opftelien 

, -van een Concept-Reglement van Regeering, de Stad betreffen- 
de, „ waarin'' («o >-aU Hun Ed. Agtb, zich zedert uitdrukten) 
*> de bfliijke^irn/Joèd . der ;Burgeri}e op* haare Vertegen woordige» 
, t zodanig wat gereguleerd, ials* niet alleen met haare Regteu 
t , en Vrijheden, en niet de waan? en oude Gonftitutieder Re- 
„ geeringe, maar ook met de weezenlijke, belangen der jSötf 
„ bevonden- was, meest overeenkomftig te zijn." Van dit Con- 
cept-Reglement werdt een bekwaam aantal Afdrukfels ver- 
vaardigd, en op verfcheide plaatzen der Stad voorgeleid, om 
door de Burgerij onderzogt te worden , meft melding van haare 
bedenkingen daar omtrent. 

De vijfde September werdt, zedert, bepaald tot de invoering 
en beëediging van het nieuwe Regeerings-Reglement. Dit ge- 
fchiedde met veel oniflags en ftaatelijkheids. Op de Groote 
Markt was een pragtig Gebouw opgericht , rustende op twin- 
tig Kolommen van de Jonifche Bouworde, met vier ingangen, 
allen »et trappen opgaande. Boven ieder ingang ftondt het De- 
^ ' Viet 



m HAARLEMS GefcUeaVnisfen. 

Vies van de drie Bmiljons der nieuwe Stads Schutterije, cp <J« 
ArtiUerie-Kompagtrie, welke drie dagen te voor en, met vernie- 
tiging der oude Schutterije, insgelijks zeer ftaatelijk was inge^ 
voerd. Boven op den Koepel, met weiken het Gebouw ge- 
dekt was , ftondt het Beeld der VRYHEID , met den Hoed op 
de Speer; het oude en nieuwe Wapen der Stad lagen aan des* 
lelft voeten, 

In dit Gebouw namen de Leden der Vroedfchap zitting, en 
leiden 'er plegtiglijk den Eed af op het nieuw Reglement ; waar 
van terftond , door een afgefproken teken > kennis werdt g^gef 
ven aan de Burgerij, die, door een herhaald Hoezee, haare 
goedkeuring deswegen betuigde. 

Geen langen ftaud hield dit nieuw ingevoerde en beeedigde 
Reglement der Stad Haarlem, van wegen de omwenteling, die 
«weinige dagen daar na plaats hadü Zeden werdt alles op den 
-ouden voet herbragt. 

*■ Onder de Beschrijvingen, welke van de Stad Haarlem door 
den druk zijn gemeen gemaakt, koomen, vooral, de volgende 
in aanmerking: dié van s. ampsins,Ui leven Predikant aldaar; van 
treodorus schreveliusv gebooren te Haarlem , en Reétor 
der Latijn fche Schoole aldaar, vermeerderd met een bljvoegzei 
tot aan 1750; voorts leegwater, Belcbrijvfqg van 't Haart? 
lemmer Meer; oudenhover s , Haarlems Wieg, in iavo, en 
•indelijk, de Befchrijving van Haarlem f', door den Heer en 
Mr. 6. w« van oosten de 'bruin, in Folio, waar van het ver* 
volg, door alle Beminnaars der Gefchiedenisfen , met verlangen 
te gemoet gezien word.